23-07-15

Dolce far niente, Nelson Mandela, Frans Erens, Kai Meyer

 

Dolce far niente

 

 
Het onlangs geopende Mandelahuisje in Amsterdam

 

 

Letting Go

To let go doesn’t mean to stop caring: it means I can’t do it for someone else.

To let go is not to cut myself off;
it is the realization that I can’t control another.

To let go is not to enable,
but to allow learning from natural consequences. To let go is to admit powerlessness,
which means the outcome is not in my hands.

To let go is not to try to change or blame another;

I can only change myself.

To let go is not to care for, but to care about.
To let go is not to fix, but to be supportive.

To let go is not to judge,
but to allow another to be a human being.

To let go is not to be in the middle arranging outcomes, but to allow others to effect their own outcomes.
To let go is not to be protective;
it is to permit another to face reality.

To let go is not to deny, but to accept.

To let go is not to nag, scold, or argue,
but to search out my own shortcomings and to correct them

To let go is not to adjust everything to my desires,
but to take each day as it comes and to cherish the moment.

To let go is not to criticize and regulate anyone, but to try to become what I dream I can be. To let go is not to regret the past,
but to grow and live for the future.

To let go is to fear less and love more.

 

 
Nelson Mandela (18 juli 1918 – 5 december 2013)
Portret door Kim Novak


 

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook alle tags voor Frans Erens op dit blog.

Uit: Amsterdamse herinneringen

“Een paar maanden na de oprichting van De Nieuwe Gids werd een stuk ingezonden, dat de beschrijving bevatte van een kelderwoning op de Zeedijk. Slecht was het niet, doch men wist niet goed, wat men eraan had. Was het echt of was het soms een grap van de een of andere vijandelijk gezinde, bij voorbeeld van Van Maurik, om De Nieuwe Gids erin te laten lopen? Het stuk was ondertekend ‘Querido’, een toen geheel onbekende naam. Niemand van ons had hem ooit horen noemen. Kloos vroeg aan Witsen en mij of wij samen eens aan het opgegeven adres wilden onderzoeken of de schrijver daar woonde. Wij gingen erheen. Het was driehoog in een dwarsstraat van de Sarphatistraat. Wij schelden er aan, doch kregen ten antwoord, dat daar geen mijnheer Querido woonde. Het aangeboden stuk werd door de redactie geweigerd. Jaren daarna heb ik mij dat geval herinnerd; misschien was dat stuk wel de eerste poging tot publikatie van de later algemeen bekende auteur.
Een van Witsen's eerste schilderijen was een herder, levensgroot met schapen. De invloed van Mauve was duidelijk merkbaar, maar toch zag Veth er kwaliteiten in, die Witsen voorbestemden een der beste schilders onder de toenmalige jongeren te zijn. In 1891 of 1892 heeft hij mijn portret geschilderd,503. een werk dat op de kort daarop volgende tentoonstelling in Arti veel succes had. Het heeft dan ook grote kwaliteiten. De gelaatsuitdrukking is zeer levendig, vooral de kin heeft een meesterlijke toets; ook de hand is met grote zorg geschilderd.
Bij menigeen viel het echter niet in de smaak, omdat het zeer donker is gehouden en alleen na aandachtig beschouwen zijn mooie kwaliteiten toont.
Ik kwam in die tijd veel bij hem op het atelier en kort daarna tekende hij nog een portret van mij in zwartkrijt. Hij woonde toen op de eerste verdieping van het huis in het Oosterpark, waar Verlaine gelogeerd heeft."

 

 
Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)
Oudezijds Kapel aan de Zeedijk te Amsterdam door Cornelis Springer, 1880

 

 

De Duitse schrijver Kai Meyer werd geboren op 23 juli 1969 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Kai Meyer op dit blog en ook mijn blog van 23 juli 2010.

Uit: Die Seiten der Welt

“Während sie die Stufen zur Bibliothek hinablief, konnte Furia die Geschichten schon riechen: den besten Geruch der Welt.
Neue Bücher rochen nach Druckerschwärze, nach Leim, nach Erwartungen. Alte Bücher dufteten nach Abenteuern, ihren eigenen und jenen, von denen sie erzählten. Und gute Bücher verströmten ein Aroma, in dem das alles steckte, und dazu noch ein Hauch von Magie.
Es gab eine Menge guter Bücher in der Bibliothek des Hauses Faerfax und noch mehr alte. Manche waren so mürbe, dass die Ränder ihrer Seiten wie totes Laub zersplitterten, sobald man sie berührte. Die meisten waren von irgendwem gelesen worden, aber es gab auch solche, in die niemand je einen Blick geworfen hatte, weil sie verborgen in den Seitengängen standen und es verboten war, den Hauptweg zu verlassen. »Niemals vom Pfad abweichen« lautete das ungeschriebene Gesetz dieses Ortes.
Die Bibliothek befand sich in den uralten Katakomben des Hauses. Die Gewölbe und Tunnel stammten noch aus der Zeit, als die Römer Britannien erobert hatten. In den grünen Tälern der Cotswolds hatten sie Dutzende von prächtigen Villen errichtet. Auf den Ruinen eines dieser Anwesen stand heute der Landsitz, den die Faerfax nur die Residenz nannten.
Der Hausmeister Wackford polierte gerade die Eisentür der Bibliothek, als Furia von der Treppe in den Vorraum stürmte. Das Metall schimmerte silbern wie ein Spiegel, ihr Ebenbild darin war verzerrt. Das lag an der leichten Wölbung des Eisens – als hätte ein Bulldozer versucht, aus dem Inneren durch die Tür zu brechen. Nur dass ein Bulldozer nicht zwischen die Regale auf der anderen Seite passte.“

 

 
Kai Meyer (Lübeck, 23 juli 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

De commentaren zijn gesloten.