30-06-15

Friedrich Hölderlin, Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco

 

Dolce far niente

 

 
Baum im Kornfeld door August Macke, 1907

 

 

Der Sommer

Das Erntefeld erscheint, auf Höhen schimmert
Der hellen Wolke Pracht, indes am weiten Himmel
In stiller Nacht die Zahl der Sterne flimmert,
Groß ist und weit von Wolken das Gewimmel.

Die Pfade gehn entfernter hin, der Menschen Leben,
Es zeiget sich auf Meeren unverborgen,
Der Sonne Tag ist zu der Menschen Streben
Ein hohes Bild, und golden glänzt der Morgen.

Mit neuen Farben ist geschmückt der Gärten Breite,
Der Mensch verwundert sich, dass sein Bemühn gelinget,
Was er mit Tugend schafft, und was er hoch vollbringet,
Es steht mit der Vergangenheit in prächtigem Geleite.

 

 
Friedrich Hölderlin (20 maart 1770 – 7 juni 1843)
Die Neckarbrücke in Lauffen am Neckar waar Hölderlin werd geboren

Lees meer...

Hendrik Jan Schimmel

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Jan Schimmel werd geboren in ’s-Graveland op 30 juni 1823. Schimmel was een zoon van de burgemeester en notaris van 's-Graveland Hendrik Poeraat Schimmel en van Sara Meyse. Ondanks het verzet van zijn vader tegen de literaire aspiraties van zijn zoon werd hij schrijver en dichter met een omvangrijk literair oeuvre. Hij publiceerde diverse toneelstukken, naast proza en poëzie. De componist Richard Hol componeerde de muziek bij diverse van zijn gedichten. Na een kostschoolopleiding werd Schimmel geplaatst op het notariskantoor van zijn vader om daar het vak van notaris te leren. Na het overlijden van zijn vader in 1842 ging hij werken bij het Agentschap der Schatkist te Amsterdam. In 1847 werd voor de eerste maal een toneelstuk van zijn hand, “Twee Tudors”, opgevoerd in de Amsterdamse Schouwburg. Zijn tweede toneelstuk “Joan Wouters” werd opgedragen aan de schrijver Jacob van Lennep, die zijn leermeester zou worden. Schimmel was inmiddels in dienst getreden bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In die tijd schreef hij “Oranje en Nederland”, ter gelegenheid van de inhuldiging van koning Willem II in 1849. Het stuk zou later ook opgevoerd worden bij het tweede huwelijk van koning Willem III in 1879 en bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. Meerdere van zijn toneelstukken beleefden diverse herdrukken. In 1851 werd Schimmel redacteur van het literaire tijdschrift De Gids, een functie die hij zestien jaar zou vervullen. Ook was hij redacteur van de Nederlandsche Volksalmanak en van het tijdschrift Nederland. Zowel in De Gids als in het tijdschrift Nederland verschenen diverse gedichten van zijn hand. Schimmel, inmiddels bankdirecteur, was jarenlang voorzitter van de raad van beheer van de vereniging Het Nederlandsch Tooneel, waar hij zich inzette voor de belangen van het toneel. Hij werd door koning Willem III benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

 

Als 't uit de stilte spreekt!

Wat stemmen opgaand van rondom!
De Zelfzucht eischt en grauwt,
De Wanhoop schreeuwt de Hope stom
En verwt de jonkheid oud.
Zich zelv' vergeten 't hoogste doel!
Een nu dat 't gister wreekt....!
Hoor toe, ver van het slaggewoel,
‘Als 't uit de stilte spreekt!’
 
Wat bede om zieke- en stervensspond,
Wat beet in brein en hart,
Wat kreet bij nieuw geslagen wond,
Wat snik van oude smart:
Herinring van een laatsten groet
En van een oog dat breekt....!
Hoor toe - ge ontvangt licht troost en moed -
‘Als 't uit de stilte spreekt!’

 

 

Terug-Blik

'k Ben er wedergekeerd,
Waar mij 't eerst werd geleerd:
Min de Heer en de naaste als u-zelve;
Waar ik 't eerst, mij bewust,
Door mijn moeder gekust,
Het azuur van de hemel zag welven.

Ik herkende geen kluis,
'k Vond een vreemde in mijn huis,
En 't omsloot eens zo veel wat ik minde,
'k Vond geen schaâuw in de tuin,
Want geknakt was de kruin
Van de aloude, van Grootvaders linde.

'k Vond geen vriend in de stoet,
Die ter kerke zich spoedt.
En voorheen kende ik voornaam en have.
Maar de grijze zonk neer,
En de knaap van weleer,
Buigt het hoofd nu als grijze ten grave.

'k Heb de rustplaats gezocht
Voor mijn oudren gewrocht,
Op de vruchtbare akker der doden;
Maar de plek was mij vreemd,
Want de terp werd een beemd,
Overdekt door een dekbed van zoden.

'k Hief weemoedig het oog,
Maar daar tintelde omhoog,
In haar glans door de Tijd niet te doven,
De immer vriendlijke ster
Die me als kind reeds, van ver,
Zo vaak sprak van de woning daarboven.

 

 
Hendrik Jan Schimmel (30 juni 1823 - 14 november 1906)
Portret door Hendrik Johannes Haverman

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hendrik jan schimmel, romenu |  Facebook |

29-06-15

Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

“Allenfalls ein paar Titelstümpfe kommen beim Ausgraben zum Vorschein: Stoßtrupp So¬undso/Calais sturmreif ja Mölders und seine Männer oder war es Prien? also gut: Prien und seine Männer in dieser Zeit mit Fanfarenstößen und Sondermeldungen, in der Schurschill, der dicke Lügenlord und der schwarze dünne Schamberlein eins nach dem andern auf die Nuß bekommen haben. Ich zog die Verdunklung herunter und las wahrscheinlich Panzerspähwagen westwärts. Oder ich saß nachts im Keller, mit dem Brummen darüber und gelegentlich mit den fernen, aber wirklich noch sehr fernen Detonationen und las: Bomber über Dünkirchen.
Diese Zeit war noch längst nicht vorbei. Doch eines Tages saß ich vielleicht in der Stube. Ich hatte die Raupen, die damals in ungeheuren Schwärmen über den Kohl wanderten, mitten im Fressen abgerissen und in den Bottich geworfen. Oder ich hatte Schnee geschaufelt vor der Haustür und Viehsalz gestreut. Und was nun? Vielleicht bin ich aufgestanden zweiundvierzig oder dreiundvierzig im Sommer oder im Winter und habe mich auf den Weg zum Herrenzimmer gemacht. Rechts entlang, an der Küche vorbei, in der es wahrscheinlich dampfte, weiter den langen Gang entlang, am Klosett vorbei, wo die Sonne hineinstach, durch das menschenleere Schlafzimmer und weiter durch eine neue Tür in einen anderen Gang, drei Stufen knarrend hinunter, links mein Zimmer, dann, ebenfalls links, das letzte Zimmer, das Herrenzimmer, in dem es im Sommer sehr heiß und im Winter sehr kalt war. Nehmen wir an, es war Sommer, dann war es sehr heiß. Oder nehmen wir eine gemäßigte Jahreszeit an, weder heiß noch kalt. Aber das spielt keine Rolle.”

 

 
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

Lees meer...

Maarten Asscher

 

De Nederlandse dichter, prozaïst, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar als zoon van de vermaarde rechtbankpresident Mr. B.J. Asscher. Maarten Asscher studeerde rechten, werkte in de uitgeverijwereld en werd in 1992 directeur van uitgeverij J.M. Meulenhoff in Amsterdam. In datzelfde jaar debuteerde Asscher met de verhalenbundel “Dodeneiland, vier geschiedenissen”. Twee verhalen hieruit keren terug in de bundel “Strindbergs dood” (1995). In beide verhalenbundels maakt Asscher gebruik van gegevens uit de werkelijkheid (een foto, een historisch gegeven o.i.d.) om daar vervolgens zijn fantasie op los te laten en daar in een precieuze stijl verslag van te doen. Een titel als “Dingenliefde” (2002) kan gelden als een voorbeeld van die werkwijze. “In Nachtvraat” (2002) nam Asscher naast proza ook poëzie op. In “Julia en het balkon” (1997) vertellen 21 ooggetuigen over de zelfmoord van Julia, een door het leven gemangelde verkoopster. “De verstekeling” (1999), een novelle, gaat over moord en persoonsverwisseling, maar in feite over schuld en onschuld.

 

Twee nocturnes

 

Uit bed
 
Steunen en trillen, brommen.
Het klaaglijk rillen.
Blote voeten op de tast.
Niet op zwarte tegels willen
lopen.
 
Gretig zuigen beide handen
zich aan de handgreep vast.
Honger, donker om te snijden.
 
Koud licht vormt ham en vla
en vlees en kaas en melk.
Breken en schrokken, klokken.
Brokken slikken.
 
Op mijn pyjamamouw de koele waas
die dooft,
als ik de resten van mijn aas
achter hun witte celdeur
weer laat stikken.
Een puber wordt zijn groei de baas.
 
 

 
Naar bed
 
Innig, namens alle slapers,
ligt haar kinderlijk gewicht
in de waagschaal van mijn armen.
 
Haar lichaam rust ondraaglijk licht
op de bodem van de slaap.
Vanaf de kant tuur ik omlaag.
 
Geen geest geeft haar adem.
Iets dierlijks heeft zij, anorganisch:
blindelings volmaakt.
Onaangeraakt.
 
Haar slaap vervult mijn dragen met
ontzag dat even onbeweeglijk maakt.
Zo rijk is haar overgave,
zo twijfelloos haar verzinken
in onbeschaamde kwetsbaarheid.

 

 

 
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Bewaren

19:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: romenu, maarten asscher |  Facebook |

28-06-15

A Day Off (Lucy Maud Montgomery)

 

Dolce far niente

 

 
Sleeping Angel door Kelly Borsheim, 2010-2012

 

 

A Day Off

Let us put awhile away
All the cares of work-a-day,
For a golden time forget,
Task and worry, toil and fret,
Let us take a day to dream
In the meadow by the stream.

We may lie in grasses cool
Fringing a pellucid pool,
We may learn the gay brook-runes
Sung on amber afternoons,
And the keen wind-rhyme that fills
Mossy hollows of the hills.

Where the wild-wood whisper stirs
We may talk with lisping firs,
We may gather honeyed blooms
In the dappled forest glooms,
We may eat of berries red
O'er the emerald upland spread.

We may linger as we will
In the sunset valleys still,
Till the gypsy shadows creep
From the starlit land of sleep,
And the mist of evening gray
Girdles round our pilgrim way.

We may bring to work again
Courage from the tasselled glen,
Bring a strength unfailing won
From the paths of cloud and sun,
And the wholesome zest that springs
From all happy, growing things.

 

 

 
Lucy Maud Montgomery (30 november 1874 – 24 april 1942)
Clifton, nu New London, vuurtoren. Lucy Maud Montgomery werd geboren in Clifton

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 1 en ook deel 2.

27-06-15

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

I Am Accused Of Tending To The Past

i am accused of tending to the past
as if i made it,
as if i sculpted it
with my own hands. i did not.
this past was waiting for me
when i came,
a monstrous unnamed baby,
and i with my mother's itch
took it to breast
and named it
History.
she is more human now,
learning languages everyday,
remembering faces, names and dates.
when she is strong enough to travel
on her own, beware, she will.

 


Homage To My Hips

these hips are big hips.
they need space to
move around in.
they don't fit into little
petty places. these hips
are free hips.
they don't like to be held back.
these hips have never been enslaved,
they go where they want to go
they do what they want to do.
these hips are mighty hips.
these hips are magic hips.
i have known them
to put a spell on a man and
spin him like a top

 

 
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

Lees meer...

Catherine Cookson, Marcus Jensen, João Guimarães Rosa, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller

 

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906. Zie ook alle tags voor Catherine Cookson op dit blog.

Uit: Kate Hannigan's Girl

"'Well, don't get so mad, you asked me to tell you. She said it wasn't a real marriage because you are Catholics, and it was in a registry office, and the priest said that in the sight of God and all Catholics they are living in sin. That's what she said.'
'0h, she's wicked...wicked, wicked! They are married. What else did she say?' Annie demanded, her eyes wide.
'She said...Oh, it doesn't matter.'
'It does! It does! What did she say?' There was the urgency of self-torture in her voice; she knew quite well what Cathleen had said, but she must hear it aloud.
'Well, it doesn't matter two hoots to me, you know, but she said you hadn't got a da either. She said Kate -- your mother -- had never been married.'
Annie had never ridden so hard in her life, and when she reached the gate to the wood the perspiration was running down her face. When Brian had attempted to ride with her she had pushed him so hard that he saved himself from falling only by dismounting, and she had pedalled away like a wild thing.
Inside the gate and out of sight of the road, she flung her cycle on to the grass and ran, stumbling and crying, along the path through the wood...Oh, Cathleen Davidson, you wicked, wicked thing! Oh, how could you tell Brian! That's why some of the girls in the convent school had cut her. And everybody would know now. The nuns would know...Sister Ann...Sister Ann would know. Oh, Cathleen Davidson, I hate you! I don't care if it is a sin, I do hate her. And Mam is married, she is!...”

 

 
Catherine Cookson (27 juni 1906 – 11 juni 1998)

Lees meer...

26-06-15

Aimé Césaire, Jacqueline van der Waals, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Branwell Brontë

 

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook alle tags voor Aimé Césaire op dit blog.

 

Notebook of a Return to the Native Land (Fragment)

   At the end of daybreak. . .
   Beat it, I said to him, you cop, you lousy pig, beat it,
I detest the flunkies of order and the cockchafers of hope.
Beat it, evil grigri, you bedbug of a petty monk. Then I turned
toward paradises lost for him and his kin, calmer than the face
of a woman telling lies, and there, rocked by the flux of a
never exhausted thought I nourished the wind, I unlaced the
monsters and heard rise, from the other side of disaster, a
river of turtledoves and savanna clover which I carry forever
in my depths height-deep as the twentieth floor of the most
arrogant houses and as a guard against the putrefying force
of crepuscular surroundings, surveyed night and day by a cursed
venereal sun.

   At the end of daybreak burgeoning with frail coves, the hungry
Antilles, the Antilles pitted with smallpox, the Antilles dyn-
amited by alcohol, stranded in the mud of this bay, in the dust
of this town sinisterly stranded.

   At the end of daybreak, the extreme, deceptive desolate eschar
on the wound of the waters; the martyrs who do not bear witness;
the flowers of blood that fade and scatter in the empty wind
like the screeches of babbling parrots; an aged life mendacious-
ly smiling, its lips opened by vacated agonies; an aged poverty
rotting under the sun, silently; an aged silence bursting with
tepid pustules,
   the awful futility of our raison d’être.

   At the end of daybreak, on this very fragile earth thickness
exceeded in a humiliating way by its grandiose future—the vol-
canoes will explode, the naked water will bear away the ripe
sun stains and nothing will be left but a tepid bubbling pecked
at by sea birds—the beach of dreams and the insane awakening.

   At the end of daybreak, this town sprawled-flat, toppled from
its common sense, inert, winded under its geometric weight of
an eternally renewed cross, indocile to its fate, mute, vexed
no matter what, incapable of growing with the juice of this
earth, self-conscious, clipped, reduced, in breach of fauna
and flora.

 

Vertaald door Clayton Eshleman

 

 
Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)

Lees meer...

25-06-15

Rob van Essen, Yann Martel, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky, George Orwell, Claude Seignolle

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Rob van Essen werd op 25 juni 1963 geboren in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Rob van Essen op dit blog.

Uit: Hier wonen ook mensen

“Walter had deze mensen zelf bij elkaar gezocht. Soms vroeg hij zich af waar ze over spraken tijdens de lange rit, of ze elkaar in de loop der tijd beter hadden leren kennen, of ze informeerden naar elkaars gezondheid, of ze bij elkaar over de vloer kwamen. Wanneer ze aan het werk waren, sprak hij nauwelijks met hen. Meestal stond hij uren voor het raam en keek toe hoe de monnik het grind harkte. Elk jaar kocht hij een nieuw busje voor ze.
Ze spraken ook nauwelijks met hem. Blijkbaar wisten ze wel wie hij was, want de Mexicaanse vrouw had ooit een poster van de Frutzles voor hem uitgerold en gevraagd of hij die wilde signeren. Hij deed dat, achteloos, alsof hij het elke dag deed. Hij vroeg zich af of ze de volgende keer met ander materiaal (bekers, t-shirts, schoolspullen) zou komen, maar ze hield het bij die poster, die blijkbaar voor gebruik in eigen kring was. In ieder geval dook er op internet nergens een aanbieding op van een door de maker zelf gesigneerde Frutzlesposter.
Veel andere mensen kwamen niet langs. Walter haalde zelf zijn post op in de dichtstbijzijnde nederzetting. Verzoeken voor interviews wimpelde hij af. De enige andere vaste gast was de Finse architect die dit huis had ontworpen en bedongen had dat hij één keer per jaar met een groepje studenten mocht langskomen. De studenten luisterden bedachtzaam knikkend naar de uitleg van de architect, namen zo nu en dan een foto en glimlachten bescheiden wanneer ze Walters blik vingen. De architect was telkens weer een jaar ouder, maar de studenten zagen er ongeacht hun herkomst elk jaar hetzelfde uit en goten hun bewondering voor het huis in exact dezelfde termen als hun voorgangers.”

 

 
Rob van Essen (Amstelveen, 25 juni 1963)

Lees meer...

24-06-15

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs, Josse Kok

 

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

„My father was the absolute authority in my family; power diminished hierarchically from the eldest brother to the youngest. I still remember looking with fear upon his face, marked simultaneously by candor and hardness. His incontestable decisions were the basis of an ironclad system of commands and punishments that regulated all of us, including my mother. Reserved and stoic, she surely suffered from the effects of that energetic and severe character, but I never heard her complain, and she managed to raise eleven sons under these trying circumstances.
The education we received left deep, unhappy marks on my spirit. But this often harsh upbringing taught us to fulfill our duties, to be consistent, and to finish every task we had begun. And if we have accomplished something in life, it has been as a result of these attributes that we were so brutally forced to acquire.
My father's severity, which could be terrible, formed my character, which tends toward sadness and melancholy. And it was the main cause of the rebellion of two of my brothers, who ran away from home: Humberto and Pepe, who was known in our town as "that crazy Sábato," and who ended up running off with the circus, to the great shame of my bourgeois family. This decision greatly upset my mother, but she bore it with the stoicism she displayed throughout her long life; after a protracted illness, she died serenely in her bed in Matilde's arms at the age of ninety.
My brother Pepe was passionate about the theatre, and he used to act in the town shows, which were known as "Thirty Friends United." When on occasion they put on criollo4 farces at the Perla movie theater, he always played a part, no matter how small. In his room he had the complete collection of Bambalinas, edited in Buenos Aires, with colorful covers; in addition to these farces, the series included works by Ibsen, and on one memorable occasion, by Tolstoy. I had read the entire collection before turning twelve, and it marked my life deeply; I have always been passionate about the theater, and though I have written several plays, they have never seen the light of day."



Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

Bewaren

Lees meer...

Wilfred Smit

 

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Wilfred Smit bracht zijn jeugd grotendeels door op Nederlands-Indië. In 1948 verhuisde hij met zijn ouders naar Nederland om daar de rest van zijn leven te blijven. Hij studeerde vanaf 1953 Slavische taal- en letterkunde in Leiden. Smit voelde zich in het bijzonder aangetrokken tot het werk van Simon Vestdijk; toen hij zelf begon te dichten was het dan ook deze gevierde auteur aan wie hij vanaf april 1953 advies vroeg. Vestdijk moedigde hem aan ander werk op te sturen. Ze zouden daarna blijven corresponderen met elkaar. In 1959 bracht Smit zijn eerste bundel gedichten uit, te weten “Een harp op wielen”. Nog vóór de publicatie ervan schreef Vestdijk voor het tijdschrift De Gids een lang artikel over de poëzie van de debutant, onder de titel 'Meesterlijk maniërisme'. Toch bleef zijn lezerspubliek beperkt. Ook zijn tweede bundel, “Franje” uit 1963, werd weliswaar welwillend en door sommigen zelfs geestdriftig begroet, maar kreeg alweer niet het onthaal waarop Smit had gehoopt. Hij zou daarna nog slechts sporadisch, alleen in tijdschriften publiceren. Zonder een doctoraalexamen te hebben afgelegd, werd hij in 1969 door de UvA aangesteld als docent in de geschiedenis van de Russische letterkunde. In 1972 stierf Smit op negenendertigjarige leeftijd aan een hersentumor. Elf jaar na zijn overlijden verscheen een uitgave met verzameld werk.

 

Sweet bahnhof

Drijft men dan steeds verder
uit elkaar? het afscheid schuift
een opdringerige oom tussen ons in.
sluit de ogen af - ja dit is vlucht,
een handvol kaarten laten vallen
omdat men in onze vingers knipt.
wurg alle lichten - rasse schreden
maakt mijn vertrek, reusachtig,
als op stelten wadend door de mist.
adieu adieu sweet bahnhof -
een convooi melaatsen wacht
in alle stilte de nalaatste trein.’

 


Afscheid
 
Er staat een plant begonia vaarwellis
in het venster; hij zal niet omkijken
niet zien - ik plant een hagepreek
van lieve woorden om hem heen;
hij wil wel luisteren maar voor 't laatst.
zo ga ik langzaam over in een oude vrouw,
een oudere zuster der vitrages,
met plotseling een zoon maar hij is weg,
en met een kat imaginair, niet te verjagen.

 

 

 
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

20:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wilfred smit, romenu |  Facebook |

In Memoriam Thé Lau

 

In Memoriam Thé Lau

De Nederlandse zanger, muzikant, componist en schrijver Thé Lau is gisteravond thuis in Amsterdam overleden. Dit meldt zijn management woensdag.Thé (Matheus Josephus) Lau werd geboren in Bergen op 17 juli 1952. Zie ook alle tags voor Thé Lau op dit blog.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

Maar makkelijke score of niet, Robbie was voor het eerst met een vrouw naar bed geweest en teder betastte hij de plek waar Elsa had gelegen. Toen zijn vingertoppen in de plooien van het laken niets meer van haar voelden klom hij uit het bed, kleedde zich aan en liep naar de tafel bij het raam van het tuinhuisje. Ze had een bordje en een mok voor hem klaargezet. Op het bord lag een briefje:
‘Ik ben naar het paviljoen om schoon te maken. In de keuken is brood, en koffie en filters, als je wilt. Kijk maar. Kus. Elsa.’
Ze had een krullerig meisjeshandschrift, en onder haar naam had ze een hartje getekend. Het was aandoenlijk, en in strijd met haar nymfomane reputatie. Robbie tekende er een hartje naast en liep naar buiten.
Hij keek nieuwsgierig om zich heen. Wat vannacht in duisternis gehuld was geweest bleek een groot, met hoge bomen en krakkemikkige bouwsels bezaaid terrein. Drie schuren stonden her en der verspreid rond een grote boerderij met een aangevreten rieten dak. Van een ervan hingen de deuren in hun hengsels. In hun schaduw was een roestige tractor te zien, en eromheen slingerde gereedschap. Naast Elsa’s huisje stond een half ingestort kippenhok. Het geheel maakte de indruk van een machine die krakend en piepend tot stilstand was gekomen.
Robbie stak het erf over en opende het hek. Hij keek naar zijn witte Puch, die ertegenaan stond, en dacht aan zijn vader. Wat zou hij van deze eerste verovering hebben gevonden? Het antwoord zou Robbie nooit krijgen. Zijn vader had vorig jaar een beroerte gekregen en was zittend aan de schildersezel overleden. Robbie stapte op en startte de brommer.”

 

 
Thé Lau (17 juli 1952 – 23 juni 2015)

19:53 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, thé lau, romenu |  Facebook |

23-06-15

David Leavitt, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Richard Bach, Anna Achmatova, Hanneke van Eijken

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Two Hotel Francforts

“Hotel rooms were nearly impossible to come by. People were staying up all night at the casino in Estoril, gambling, and sleeping all day on the beach. Yet we were lucky — we had a room, and a comfortable one at that. Yes, it was all right with me.
Not with Julia, though. She loathed Portugal. She loathed the shouting of the fishwives and the smell of the salted cod. She loathed the children who chased her with lottery tickets. She loathed the rich refugees who had rooms at better hotels than ours and the poor refugees who had no rooms at all and the mysterious woman on our floor who spent most of every day leaning out her door into the dark corridor, smoking — “like Messalina waiting for Silius,” Julia aid. But what she loathed most — what she loathed more than any of these — was the prospect of going home.
Oh, how she didn’t want to go home! It had been this way from the beginning. First she had tried to convince me to stay in Paris; then, when the bombs started dropping on Paris, to resettle in the South of France; then, when Mussolini started making noises about invading the South of France, to sail to En gland, which the Neutrality Act forbade us from doing (for which she would not forgive Roo se velt). And now she wanted to stay on in Portugal. Portugal!
I should mention — I can mention, since Julia is dead now and cannot stop me — that my wife was Jewish, a fact she preferred to keep under wraps. And it is true, in Portugal there was no anti- Semitism to speak of, quite simply because there were no Jews. The Inquisition had taken care of that little problem. And so she had decided that this country in which she was so disinclined to spend a few weeks would be a perfectly agreeable place to sit out the rest of the war. For she had sworn, when we had settled in Paris fifteen years before, that she would never go home again as long as she lived.
Well, she never did.“

 

 
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

Lees meer...

Rafik Shami

 

De Syrisch-Duitse schrijver Rafik Shami werd geboren op 23 juni 1946 in Damascus. Het pseudoniem "Rafik Shami" betekent Damascene vriend. De echte naam van de auteur is Suheil Fadel. Shami stamt uit een christelijke Aramese minderheid in Damascus. Hij bezocht een jezuïetische klooster-kostschool in het noorden van Libanon en studeerde in Damascus scheikunde, wiskunde en natuurkunde. Al met 19 jaar was hij gegrepen door de literatuur en opgericht en in 1966 begon in de oude stad van Damascus de muurkrant Al-Muntalak (Úitgangspunt '), die in 1969 werd verboden. In 1970 vluchtte Rafik Shami uit zijn geboorteland Syrië, eerst naar Libanon, deels om militaire dienst te vermijden, deels omdat hij dreigde "te stikken" vanwege de censuur. In 1971 emigreerde hij naar de Bondsrepubliek Duitsland. Hij bleef scheikunde studeren in Heidelberg en promoveerde in 1979. Hij heeft vele artikelen in tijdschriften en bloemlezingen gepubliceerd, eerst in het Arabisch, sinds 1977 ook in de Duitse taal. In 1978 vershcheen met “Andere Märchen” zijn eerste boek in het Duits. In 1980 was hij mede-oprichter van de literaire groep "South Wind" en de Poli Art Club (= Polynationaler Literatuur en Kunst Association). Sinds 1982 woont hij als freelance schrijver in de Pfalz. Van 1980 tot 1985 was Rafik Shami co-redacteur en auteur van de serie " „Südwind-Literatur“. Shami zet zich al vele jaren voor de verzoening tussen Palestijnen en Israëli's en probeerde bij vele gelegenheden deze te bevorderen, zoals op conferenties en in zijn uitgebreide essayistische werk. Hij bezit zowel het Syrische als het Duitse staatsburgerschap. In 1990 ontmoette hij de tekenares en schrijfster Root Leeb kennen, met wie hij sinds 1991 is getrouwd. Root Leeb ïllustreerde een groot aantal van zijn boeken en ontwierp de covers van alle door DTV uitgegeven boeken. In 2010 verkreeg Shami het gebroeders Grimm hoogleraarschap aan de Universiteit van Kassel. Zijn lezingen gingen over de kunst van het vertellen van verhalen.

Uit: Sophia

“Aida fuhr an diesem Tag besonders unsicher, sie hielt zwar das Gleichgewicht auf dem Fahrrad, aber sie schaute dauernd auf den Lenker, und ihr Vorderrad malte eine Schlangenlinie auf den Boden. Karim ermahnte sie: »Nach vorne schauen, vergiss den Lenker, er folgt sklavisch deinem Blick«, aber ihre Augen richteten sich wie hypnotisiert auf den glänzenden Bügel zwischen ihren Händen.
Es war die Feuertaufe, wie Aida die Fahrt durch die Jasmingasse nannte. Sie trug an diesem Tag weiße Espadrilles, eine blaue Hose und ein rot-weißes Streifenshirt. Ihr langes graues Haar hatte sie zu einem Pferdeschwanz gebunden. Sie geriet immer wieder ins Schlingern und lachte dabei laut, als wollte sie ihr Herzklopfen überspielen. Karim hielt das Fahrrad fest am Sattel.
Es war ein robustes Hollandrad, das er vor dreißig Jahren gebraucht gekauft hatte. Er liebte das Fahrrad und ließ in all den Jahren niemand anderen darauf. Und er hatte sich nie vorgestellt, dass das jemals anders würde, bis ihn Aida vor etwa einem Monat fragte, ob es etwas gebe, was er nicht beherrsche und immer gewünscht habe zu können. Sie waren bereits über ein halbes Jahr zusammen.
»Ein Musikinstrument spielen«, antwortete er und zögerte kurz, »genauer gesagt, meine Lieblingsmelodien mit einer Oud hervorzaubern«, fügte er leise hinzu und schluckte den Rest hinunter: »wie du es kannst«, weil er sicher war, es war zu spät. Er hatte zwar geschickte Hände, aber sie waren bereits über fünfundsiebzig Jahre alt.
Schon als Kind hatte er davon geträumt, doch im Elternhaus war Musizieren verpönt, die wohlhabende Familie besaß zwar ein Radio, und sein Vater hörte neben den Nachrichten und Berichten gelegentlich das eine oder andere Lied oder Musikstück, aber er erlaubte niemandem, zu singen oder Musik zu spielen. Karims Mutter besaß eine wunderschöne Stimme, aber sie sang nur heimlich, wenn der Vater außer Haus war. Als sein Bruder Ismail es einmal wagte, leise die Flöte zu
spielen, die er gekauft hatte, bekam er Prügel. »Das ist Zigeunerzeug«, sagte sein Vater verächtlich.“

 

 
Rafik Shami (Damascus, 23 juni 1946)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rafik shami, romenu |  Facebook |