03-06-15

Allen Ginsberg, Philippe Djian, Maarten van Buuren, Solomonica de Winter, Monika Maron, Larry McMurtry, Norbert Gstrein

 

De Amerikaanse dichter Irwin Allen Ginsberg werd geboren in Newark, New Jersey, op 3 juni 1926. Zie ook alle tags voor Allen Ginsberg op dit blog.

 

Howl (Fragment)

whole intellects disgorged in total recall for seven days and nights with brilliant eyes,
meat for the Synagogue cast on the pavement,
who vanished into nowhere Zen New Jersey leaving a trail of ambiguous picture
postcards of Atlantic City Hall,
suffering Eastern sweats and Tangerian bone-grindings and migraines of China under
junk-withdrawal in Newark’s bleak furnished room,  
who wandered around and around at midnight in the railroad yard wondering where
to go, and went, leaving no broken hearts,
who lit cigarettes in boxcars boxcars boxcars racketing through snow toward lonesome
farms in grandfather night,
who studied Plotinus Poe St. John of the Cross telepathy and bop kabbalah because
 the cosmos instinctively vibrated at their feet in Kansas,  
who loned it through the streets of Idaho seeking visionary indian angels who were
visionary indian angels,
who thought they were only mad when Baltimore gleamed in supernatural ecstasy,
who jumped in limousines with the Chinaman of Oklahoma on the impulse of winter
midnight streetlight smalltown rain,
who lounged hungry and lonesome through Houston seeking jazz or sex or soup, and
followed the brilliant Spaniard to converse about America and Eternity, a hopeless
task, and so took ship to Africa,
who disappeared into the volcanoes of Mexico leaving behind nothing but the shadow
of dungarees and the lava and ash of poetry scattered in fireplace Chicago,
who reappeared on the West Coast investigating the FBI in beards and shorts with big
pacifist eyes sexy in their dark skin passing out incomprehensible leaflets,
who burned cigarette holes in their arms protesting the narcotic tobacco haze of
Capitalism,
who distributed Supercommunist pamphlets in Union Square weeping and undressing
while the sirens of Los Alamos wailed them down, and wailed down Wall, and the
Staten Island ferry also wailed,

 

 
Allen Ginsberg (3 juni 1926 - 6 april 1997)
James Franco (Allen Ginsberg) en Aaron Tveit (Peter Orlovsky) in de film “Howl”, 2010


 

De Franse schrijver Philippe Djian werd geboren in Parijs op 3 juni 1949. Zie ook alle tags voor Phiippe Dijan op dit blog.

Uit: "Oh..."

« À seize ans, j'ai loupé un avion à la suite d'une beuverie aux fêtes de Bayonne et cet avion s'est écrasé. J'y ai longuement réfléchi. J'ai alors décidé que dorénavant, j'allais prendre certaines précautions afin de protéger ma vie. J'ai admis que ces choses existaient et j'ai laissé rire ceux qui prenaient le parti d'en rire. Je ne sais pour quelle raison mais les signes venus du ciel m'ont toujours semblé les plus pertinents, les plus impérieux, et un nuage en forme de X — un genre assez rare pour attirer doublement mon attention — ne peut que m'inciter à me tenir sur mes gardes. Je ne sais pas ce qui m'a pris. Comment ai-je pu relâcher ma vigilance ? Même si c'est un peu — beaucoup ? — à cause de Marty. J'ai tellement honte. Je suis tellement furieuse, à présent. Furieuse après moi. Il y a une chaîne à ma porte. Il y a une maudite chaîne à ma porte, l'ai-je oublié ? Je me relève et je vais la mettre. Je pince un instant ma lèvre inférieure entre mes dents et je reste immobile une minute. En dehors du vase cassé, je ne constate aucun désordre. Je monte me changer. Vincent vient dîner avec son amie et rien n'est prêt.
La jeune femme est enceinte, mais l'enfant n'est pas de Vincent. Je ne dis plus rien, à ce sujet. Je n'ai rien à y gagner. Je n'ai plus la force de me battre avec lui. Ni envie. Lorsque je me suis rendu compte à quel point il ressemblait à son père, j'ai cru devenir folle. Elle s'appelle Josie. Elle cherche un appartement pour Vincent et pour elle, et pour le bébé à venir. Richard a feint de se trouver mal lorsque nous avons évoqué le montant des loyers dans la capitale. Il a marché de long en large en maugréant, comme c'est devenu son habitude. Je vois combien il a vieilli, combien il est devenu sombre en vingt ans. « Quoi, par an ou par mois ? » a-t‐il fait en prenant un air mauvais. Il n'était pas sûr de trouver l'argent. Tandis que moi, je suis censée bénéficier de revenus confortables et réguliers."

 

 
Philippe Djian (Parijs, 3 juni 1949)

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Maarten van Buuren werd geboren op 3 juni 1948 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten van Buuren op dit blog.

Uit: De surrealistische poëzie van Jan Kuijper

“De bijbeltekst, letterlijk geciteerd in de eerste regel, geeft weinig houvast. Het verhaal van Ezau, die zó belust is op de linzensoep van zijn broer Jakob dat hij in ruil voor dat gerecht zijn eerstgeboorterecht afstaat, speelt nauwelijks een rol en het zou kortzichtig zijn om, afgaande op de titel, te concluderen dat het sonnet een soort bijbelcommentaar is. Alleen het sextet levert een aanknopingspunt. Het beeld dat daarin wordt gesuggereerd en dat men eerder in een verhaal uit de zwarte romantiek zou verwachten dan in een op de bijbel geïnspireerd gedicht, is dat van de vampier, die 's nachts zijn graf verlaat om zich te voeden met het bloed van levende slachtoffers. Dat beeld was nog sterker aanwezig in de vroegere versie. De laatste regel luidde ‘om ook zijn bloed er nog bij op te zuipen’ en in de plaats van ‘de nacht’ (regel 12) stond er aanvankelijk ‘Te middernacht’, het tijdstip waarop naar men zegt de vampiers hun graf verlaten. Het beeld van de vampier werpt een onverwacht licht op het octaaf. De priester die tijdens de eucharistie Christus' bloed drinkt en Ezau die in de bijbelpassage begerig kijkt naar de linzensoep, worden besmet met de eigenschappen van een op bloed beluste vampier. Het vampier-motief staat niet geïsoleerd. Het vormt de sleutel tot meerdere gedichten uit de bundel, bijvoorbeeld Hooglied 7:4 ‘Uw hals is als een elpenbenen toren; / vervat in blankheid is wat hier moet staan. / Het klopt. Houd ik mijn hand ertegenaan / dan voel ik kloppen, links en rechts van voren. / Ik kan niet voort zonder dat aan te boren. / Geen boor, een mes. Waar haal ik het vandaan? (...) Pas nadien / stolt het bloedrood op het ivoren wit’. In Klaagliederen 2:2 wordt het beeld opgeroepen van een schijndode die men begraven heeft. Het sextet geeft de remedie die, volgens het volksverhaal, de enige manier is om een vampier (ook wel ‘ondode’ genoemd) te doden, namelijk door zijn hart te doorboren: ‘Met eigen ogen zou ik willen zien / hoe een tweetal artsen mij het hart doorstak / (de een is getuige van de ander: misschien / gelooft die in de dood, het is zijn vak)’.”

 

 
Maarten van Buuren (Maassluis, 3 juni 1948)

 

 

De Nederlandse schrijfster Solomonica de Winter werd geboren op 3 juni 1997 in Bloemendaal. Zie ook alle tags voor Solomonica de Winter op dit blog.

Uit: Achter de regenboog

“Daisy had vlassig haar, dat ze bijna nooit waste. Haar wangen waren ingevallen, haar ogen groot en zwemmerig. Ze zag er minstens tien jaar ouder uit dan ze eigenlijk was en ze was precies het tegenovergestelde van mij. Ik heb lang en donker haar. Mijn ogen kunnen kamers en plekken scannen als die van een kraai. Ik was het korstje op haar knie dat alleen genas als ze ophield er tot bloedens toe aan te krabben. Ik was de dochter die ze nooit had willen hebben.
lk woonde bij mijn moeder, met mijn boek en met in mijn achterhoofd het idee dat de wereld goed was. lk probeerde me vast te klampen aan dat idee.
Echt waar Blue, de wereld is mooi, de wereld is prachtig. Maar het is moeilijk om hoop te vinden als die zich in het verleden al vele malen voor je heeft verborgen.
We Iiepen verder. Ik zag nog meer verlaten gebouwen, meer dan toen we weggingen uit deze stad. Omdat Daisy zo snel liep en me nag steeds aan mijn pols meesleepte, had ik geen tijd om ze goed te bekijken. Ik herkende winkels en bankjes, sommige bomen en een paar straatlantaarns. lk zie alles. Maar daar ga ik het niet over hebben. Dat is mijn geheim. Omdat u mijn dokter bent, moet ik u denk ik over mijn geheimen vertellen, maar ik ga ze echt niet allemaal verklappen. Net genoeg om u nieuwsgierig te maken misschien.
Eén ervan is dat ik in het donker kan zien en ook met mijn ogen dicht. Ik kan overal doorheen kijken. Ik kan door mensen heen kijken en door ogen en door de hemel en door de ziel. Ik weet wie God is. Ik heb hem fifzien. lk weet wie Satan is. Hem heb ik ook gezien. Ze vroegen me allebei of ik thee wilde. Denk niet dat ik gek ben. Want dat ben ik niet. Ik heb bewijs dat ik ze heb ontmoet.
Satan vroeg me of ik suiker wilde en waarorn zou ik daarover liegen? Waarom zou ik? God gaf rne geen suiker en melk. Hij gaf me gewoon een kop thee en dat was het.”

 

 
Solomonica de Winter (Bloemendaal, 3 juni 1997)

 

 

De Duitse schrijfster Monika Maron werd geboren op 3 juni 1941 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Monika Maron op dit blog.

Uit: Pegida ist keine Krankheit, Pegida ist das Symptom (Artikel in Die Zeit, januari 201

„Am Montag vor Weihnachten sind mein Freund und Kollege Peter Schneider und ich nach Dresden gefahren. Wir wollten selbst sehen, was es mit dem Phänomen Pegida, das Politik und Medien in diese schäumende Aufregung versetzt, auf sich hat. Es fällt mir schwer, zu diesem Thema den richtigen Ton, die richtigen Worte zu finden, weil die Diskussion so vergiftet ist, daß mir bei jedem Satz die Wut des jeweiligen Adressaten sofort im Ohr klingt. Und wie sollte da ein Dialog zwischen Pegida und der Politik aussehen? Die Pegida-Demonstranten haben ihren Protest in die Welt geschrien, die Antworten konnten sie in den Zeitungen lesen. Was wäre da noch zu sagen?
Aber woher kommt diese Wut? Nimmt man die Pegida-Anhänger beim Wort, dann halten sie es für unsere und ihre Pflicht, Kriegsflüchtlinge und politisch Verfolgte aufzunehmen, abgelehnte Asylbewerber aber abzuschieben, und sie fordern eine gesetzlich geregelte Einwanderung. Etwas anderes habe ich in den Reden auch nicht gehört, als ich am Montag in Dresden war.
Ob sie das wirklich so meinen, kann und will ich nicht beurteilen. Aus diesen Forderungen ließe sich aber weder Rassismus, noch Fremdenfeindlichkeit, schon gar nicht eine nazistische Gesinnung attestieren. Wenn ich das nur für Camouflage halte und ihnen diese Ansichten trotzdem unterstelle, habe ich jede Möglichkeit eines Dialogs ausgeschlossen. Das aber ist von Anfang an passiert.
Ich habe den Eindruck, dass gerade die sich überbietende Feindseligkeit, die unverhohlene Verachtung auf Pegida wirkt wie ein Wachstumshormon. Die Feindschaft der anderen gibt ihnen ein vermisstes Gemeinschaftsgefühl. Wer so viel Feindschaft auf sich zieht, muss groß und wichtig sein. Und die Umfragen, u.a. im Auftrag der "Zeit" erhoben, scheinen ihnen recht zu geben. Danach unterstützten 30 Prozent Pegida "voll und ganz", 19 Prozent eher ja, 26 Prozent teilweise und nur 23 Prozent gar nicht.“

 

 
Monika Maron (Berlijn, 3 juni 1941)

 

 

De Amerikaanse schrijver Larry Jeff McMurtry werd geboren op 3 juni 1936 in Wichita Falls, Texas. Zie ook alle tags voor Larry McMurtry op dit blog.

Uit: Lonesome Dove: A Novel

“Then he reached in and lifted his jug out of the mud. It had been a dry year, even by the standards of Lonesome Dove, and the spring was just springing enough to make a nice mud puddle. The pigs spent half their time rooting around the springhouse, hoping to get into the mud, but so far none of the holes in the adobe was big enough to admit a pig. The damp burlap the jug was wrapped in naturally appealed to the centipedes, so Augustus made sure none had sneaked under the wrapping before he uncorked the jug and took a modest swig. The one white barber in Lonesome Dove, a fellow Tennessean named Dillard Brawley, had to do his barbering on one leg because he had not been cautious enough about centipedes. Two of the vicious red-legged variety had crawled into his pants one night and Dillard had got up in a hurry and had neglected to shake out the pants. The leg hadnÂ’t totally rotted off, but it had rotted sufficiently that the family got nervous about blood poisoning and persuaded he and Call to saw it off. For a year or two Lonesome Dove had had a real doctor, but the young man had lacked good sense. A vaquero with a loose manner that everybody was getting ready to hang at the first excuse anyway passed out from drink one night and let a blister bug crawl in his ear. The bug couldnÂ’t find its way out, but it could move around enough to upset the vaquero, who persuaded the young doctor to try and flush it. The young man was doing his best with some warm salt water, but the vaquero lost his temper and shot him. It was a fatal mistake on the vaqueroÂ’s part someone blasted his horse out from under him as he was racing away, and the incensed citizenry, most of whom were nearby at the Dry Bean, passing the time, hung him immediately. Unfortunately no medical man had taken an interest in the town since, and Augustus and Call, both of whom had coped with their share of wounds, got called on to do such surgery as was deemed essential. Dillard BrawleyÂ’s leg had presented no problem, except that Dillard screeched so loudly that he injured his vocal cords. He got around good on one leg, but the vocal cords had never fully recovered, which ultimately hurt his business. Dillard had always talked too much, but after the trouble with the centipedes, what he did was whisper too much.”

 

 
Larry McMurtry (Wichita Falls, 3 juni 1936)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Norbert Gstrein werd geboren op 3 juni 1961 in Mils bei Imst, Tirol. Zie ook alle tags voor Norbert Gstrein op dit blog.

Uit: Eine Ahnung vom Anfang

“Ich hatte vorher die weniger erfreulichen Dinge getan, den Müll zwischen den Mauerresten beseitigt, Bier- und Colaflaschen, glasscherben, Stanniolpapier, einen alten Schuh, zwei zerbrochene Federball- Schläger ohne Bespannung, und aus den Ecken den Kot, mensch- lichen Kot, tierischen Kot, ich wusste es nicht. ich hatte die halb verkohlten Baumstrünke aus einer offenbar wiederholt genützten Feuerstelle zum Wasser getragen, sie hineingeworfen und zugeschaut, wie sie träge schaukelnd davontrieben, in einen Wirbel gerieten und dann von der kräftigen Strömung in der Flussmitte erfasst und mitgerissen wurden. Einen halben Nachmittag lang beschäftigte ich mich damit, den letzten wie ein Findling daliegenden Brocken wegzurollen, aber nach den ersten drei Umwälzungen, bei denen ich ihn mit aller Mühe hochgestemmt und über seinen Schwerpunkt gedreht hatte, gab ich es keuchend und schwitzend auf und ließ ihn keine drei Meter von der Ausgangsstelle entfernt liegen, an der eine Weile ein Oval von frischem Erdreich feucht in der sonne glänzte, bevor es nach und nach vernarbte.
Es war gegen Ende der zweiten Ferienwoche, und ich hatte gerade angefangen, aus den gesammelten Steinen eine Umfriedungsmauer zu errichten, als Daniel und sein freund Christoph bei mir auftauchten. ich hatte schon lange das Knattern eines Mopeds gehört, das den Fluss entlang lauter wurde, mich aber nicht darum gekümmert, weil es nicht das erste Mal war und ich in den vergangenen Tagen immer wieder vom nahen Sport-platz in der Au Motorenlärm in den Ohren gehabt hatte. mit Besuch rechnete ich nicht, und sie mussten bereits eine Zeitlang dagestanden sein, als ich auf sie aufmerksam wurde, denn plötzlich schienen alle anderen Geräusche zu verstummen, und das Rauschen des Flusses unterstrich die Stille.“

 

 
Norbert Gstrein (Mils, 3 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2012 deel 2 en eveneens deel 3.

De commentaren zijn gesloten.