28-04-15

Gerhard Henschel

 

De Duitse schrijver en vertaler Gerhard Henschel werd geboren op 28 april 1962 in Hannover. Henschel groeide op in Hanover, Koblenz, Vallendar en Meppen. Hij studeerde Duits, sociologie en filosofie in Bielefeld, Berlijn en Keulen. Zijn eerste teksten verschenen in de late jaren tachtig in het tijdschrift Der Alltag en vervolgens in de satirische tijdschriften Kowalski und Titanic, Merkur, konkret en in tal van dag- en weekbladen. Van 1993 tot 1995 behoorde hij tot de redactie vanTitanic. Sinds 1992 publiceerde Henschel romans, verhalen en culturele en historische non-fictie, maar ook satires, polemieken en grotesken. Verscheidene van zijn boeken schreef hij samen met auteurs, die kan worden gerekend tot de Neue Frankfurter Schule of daar losjes mee verbonden zijn. In 1999, begon Henschel samen met Rayk Wieland in Hamburg met de voorstellingenreeks "Toter Salon". In 2002 verscheen Henschels briefroman "Die Liebenden“ ,waarin hij aan de hand van schriftelijke documenten uit de nalatenschap het levensverhaal van zijn ouders vertelt. Alleen de namen zijn veranderd. In zijn 2004 „Kindheitsroman“ beschrijft Henschel het leven van deze familie vanuit het perspectief van de zoon Martin. In 2009 , 2010 en verschenen de voortzettingen „Jugendroman“, „Liebesroman“ en "Abenteuerroman". Van een andere soort zijn de satirische romans „Der Barbier von Bebra“ (1996) en „Der Müllah von Bullerbü“ (2000), die Henschel samen met Wiglaf Droste schreef. Daarin laten de auteurs publieke figuren optreden in belachelijke situaties. In 1996 leidde dit tot een oproep tot boycot van het Duitse parlementslid Vera Lengsfeld van Bündnis 90 / Die Grünen. Haar oproep leidde tot een lange discussie over de grenzen van de satire en de vrijheid van de pers. In 2005 verscheen de roman „Der dreizehnte Beatle“. Een Beatles-fan maakt daarin een reis door de tijd om de eerste ontmoeting tussen John Lennon en Yoko Ono te voorkomen. Op Ideeën van Eckhard Henscheid baseren de non-fictie „Kulturgeschichte der Mißverständnisse“ und „Jahrhundert der Obszönität“ waaraan Henschel heeft deelgenomen als schrijver. De bloemlezing "Menetekel" (2010), bevat essays over verschillende verschijningsvormen van een cultuurpessimistische kijk op de wereld. In pamfletten zoals Menschlich viel Fieses“ (1992), „Das Blöken der Lämmer“ (1994) en „Gossenreport“ (2006) gaat Henschel in op politieke kitsch en de macht van de Bild-Zeitung, die hij als ernstig" cultureel probleem" beschrijft. Een satirisch artikel dat Henschel in een krant schreef over dit onderwerp leidde zelfs tot een aanklacht van de Bild-Zeitung. Samen met Kathrin Passig heeft Henschel verscheidene boeken vertaald uit het Engels, met inbegrip het eerste deel van de autobiografie van Bob Dylan ("Chronicles. Volume One"),

Uit: Kindheitsroman

“Licht ausmachen, Handflächen neben die Augen legen und durchs Fenster schräg nach oben kucken, in den fallenden Schnee: Dann hatte man das Gefühl, man würde fliegen, zwischen den Schneeflocken durch.
Das hatte Renate mir beigebracht.
Ich und du, Müllers Kuh.
Renate hatte vorne einen braunen Leberfleck am Hals. Daran war sie immer zu erkennen.
Da war ein Weg, wo Mama sich mit anderen Müttern unterhielt, die auch alle Kinderkarren dabeihatten. Die Sonne schien, und über eine Mauer hingen Zweige runter mit roten Beeren.
Ich hatte Krümel aus dem Graubrot im Netz gepult. Wegen dem Loch im Brot kriegte ich zuhause keine Bombongs.
Komm, Herr Jesus, sei unser Gast, und segne, was du uns be- scheret hast.
Meins war das Lätzchen mit den Marienkäfern. Ein Löffel für Oma, ein Löffel für Opa, bis unten im Teller die schwarzen körnerpickenden Hühner auftauchten. Mein Löffelstiel war zur Seite gebogen.
Ein Löffel für Martin. Das war ich selbst. Martin Schlosser.
»Nicht träumen!«
Nach dem Essen leckte Mama einen Lätzchenzipfel an und wischte mir damit den Mund ab.
Bim, bam, beier, die Katz mag keine Eier.
Volker hatte Murmeln mit farbigen verdrehten Schlieren innendrin.
Wenn Papa gute Laune hatte, ließ er mich kopfüber an der Decke langspazieren oder kitzelte mich durch: »Prr-prr-prr-prr-prr!«
Papa roch nach Pfeife, und ihm wuchsen graue Haare aus der Nase.
Auf Papas Knien: So fahren die Damen, so fahren die Damen – so reiten die Herren, so reiten die Herren – und so reitet der Bauersmann, der nicht besser reiten kann. Da fiel ich immer fast runter.
Leute, die uns besuchten, kriegten vom Wohnzimmer aus die
Festung Ehrenbreitstein gezeigt und die Striche an der Kinderzimmertür: wie groß ich wann gewesen war.
Die Jalousie war grün.
Bei der roten Autokiste im Kinderzimmer war das Lenkrad ab.“

 

 
Gerhard Henschel (Hannover, 28 april 1962)

16:17 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gerhard henschel, romenu |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.