28-03-15

Russell Banks, Chrétien Breukers, Maksim Gorki, Bohumil Hrabal, Lauren Weisberger

 

De Amerikaanse schrijver Russell Banks werd geboren op 28 maart 1940 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Russell Banks op dit blog.

Uit: Rule of the Bone

“It actually started with me roaming around the house after school looking for something thatwasn't boring, porn books or videos maybe, or condoms. Anything. Plus who knows, they might have their own little stash of weed. My mom and especially Ken were seriously into alcohol then but maybe they aren't as uptight as they seem, I'm thinking. Anything is possible. The house was small, four rooms and a bathroom, a mobile home on cinderblocks like a regular house only without a basement or garage and no attic and I'd lived there with my mom and my real dad from the time I was three until he left which happened when I was five and after that with my mom and Ken who legally adopted me and became my stepfather up until now, so I knew the place like I knew the inside of my mouth.
I thought I'd poked through every drawer and looked into every closet and searched under every bed and piece of furniture in the place. I'd even pulled out all these old Reader's Digest novels that Ken had found out at the base and brought home to read someday but mainly just to look good in the livingroom and flipped them open one by one looking for one of those secret compartments that you can cut into the pages with a razor and hide things. Nothing. Nothing new, I mean. Except for some old photograph albums of my grandmother's that my mom had that I found in a box on the top shelf of the linen closet. My mom'd showed them to me a few years ago and I'd forgotten probably because they were mostly pictures of people I didn't know like my mom's cousins and aunts and uncles but when I saw them again this time I remembered once looking for pictures of my father from when he was still alive and well and living here in Au Sable and finding only one of him. It was of him and my mom and his car and I'd studied it like it was a secret message because it was the only picture of him I'd ever seen. You'dthought Grandma at least would've kept a few other snaps but no.”

 

 
Russell Banks (Newton, 28 maart 1940)


 

De Nederlandse dichter en schrijver Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

Uit:Een zoon van Limburg

“‘Ook ik wroet voortdurend in het verleden. Hoewel ik het mijn vader soms kwalijk neem, bijt ik me net zo hardnekkig vast in wat echt, voorgoed is verdwenen en nooit, nooit, nooit meer terug kan worden geroepen. Dat is het eerste stadium. In het laatste stadium word ik een oude zeur. Het is een ziekte. Een afwijking. We proberen allebei te ontkennen dat er iets voorgoed weg is, dat de mensen over wie we gegevens verzamelen dood zijn, dood en voorgoed dood, en we weten dat het ons niet zal lukken ze weer op te roepen. Koppige ezels, dat zijn we. Kunstenaars, alle twee, op onze eigen manier, hoewel mijn vader zich nooit zo zou noemen.’
(…)

‘Lezen is eerder een aarzelend pas op de plaats maken bij een mooie zin of passagen, het wegdromen bij een alledaagse, maar mooi beschreven gebeurtenis, stilstaan bij de dingen die onontkoombaar zijn, mee huiveren als een personage een kwetsuur ondergaat, dan dat het een avontuur is. Je kunt wel verdwijnen in een boek, maar je kunt niets “meemaken” terwijl je leest. Er blijft altijd een onderscheid tussen boek en lezer, twee werelden die in de taal even heel dicht bij elkaar komen; ze raken of overlappen elkaar nooit.”

 

 
Chrétien Breukers (Leveroy, 28 maart 1965)
Cover

 

 

De Russische schrijver Maksim Gorki (pseudoniem van Aleksej Maksimovitsj Pesjkov) werd geboren in Nizjni Novgorod op 28 maart 1868. Zie ook alle tags voor Maksim Gorki op dit blog.

Uit:Kinderjaren (Vertaald door Peter Charles)

“In het benauwde, halfduistere vertrekje ligt onder het raam mijn vader op de grond, in het wit gekleed en onnatuurlijk lang, de tenen van zijn blote voeten op een vreemde manier samengetrokken, de ook al verkrampte vingers van zijn zachte handen vredig op de borst gevouwen, zijn vrolijke ogen geheel afgedekt door de zwarte cirkels van ronde koperen muntstukken, zijn goedhartige gelaat donker verkleurd en zijn tanden ontbloot in een schrikaanjagend lelijke grijns.
Mijn moeder, slechts gekleed in een rode onderjurk, ligt op haar knieën en strijkt de lange, zachte haren van mijn vader naar achteren met hetzelfde zwarte kammetje waarmee ik het zo prachtig vond schillen van watermeloenen door te zagen. Mijn moeder praat aan één stuk door met een verstikte en hese stem, haar grijze, dik opgezette ogen lijken in grote, neerdruppelende tranen weg te smelten.
Ik word aan mijn hand vastgehouden door mijn grootmoeder, een kogelronde vrouw met een reusachtig hoofd, grote ogen en een clownesk dikke, sponsachtige neus. Ze is helemaal in het zwart, voelt prettig zacht aan en maakt dat ik mij aan één stuk over haar verbaas. Zij huilt zelf ook, op een ongewone manier, alsof ze met het verdriet van mijn moeder meehuilt, trilt daarbij over haar hele lijf en trekt me naar voren, duwt me in de richting van mijn vader. Ik stribbel tegen, verschuil me achter haar, ben bang en weet me geen raad.
Nog nooit had ik volwassen mensen zien huilen en ik begreep de woorden niet die mijn grootmoeder steeds maar herhaalde: ‘Neem nou afscheid van je papaatje, je zult hem nooit meer zien, dood is-ie, die lieveling; veel te vroeg van ons weggegaan, ver voor zijn tijd...’ Ik was pas heel erg ziek geweest* en kon maar net weer op mijn benen staan.Toen ik ziek was, en dat wist ik nog heel goed, kwam mijn vader voortdurend bij me om mij op te vrolijken en bezig te houden, tot hij opeens verdwenen was en mijn grootmoeder, die ik toen nog niet kende, voor hem in de plaats was gekomen.”

 

 
Maksim Gorki (28 maart 1868 – 18 juni 1936)
Rond 1900

 

 

De Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal werd geboren in Brno-´idenice op 28 maart 1914. Zie ook alle tags voor Bohumil Hrabal op dit blog.

Uit: Al te luide eenzaamheid (Vertaald door Kees Mercks)

“Vijfendertig jaar lang heb ik oud papier geperst op mijn mechanische pletpers, vijfendertig jaar lang had ik gedacht dat ik zo, zoals ik werkte, voor altijd zou blijven werken, dat die pers met mij met pensioen zou gaan, maar de derde dag nadat ik die gigant van een pers bij Bubny had gezien, werd het tegendeel van al mijn dromelarij werkelijkheid. Ik kwam op mijn werk en daar stonden twee jongelui, ik herkende ze, het waren leden van de socialistische arbeidersbrigade, ze waren gekleed alsof ze zo dadelijk baseball moesten spelen met hun oranje handschoenen en oranje Amerikaanse petten met klep en blauwe werkbroeken tot aan hun tepels en groene coltruien onder de galgjes. Een triomfantelijke chef leidde hen rond in mijn keldergewelf, liet hun mijn pletpers zien en de jongelui voelden zich er meteen thuis, ze legden schoon papier op de tafel en zetten daar hun flessen melk op en ik stond daar bedeesd en beduusd bij, ik voelde me gestresst en gepresst en opeens merkte ik aan mijn lichaam en ziel dat ik nooit meer in staat was om me aan te passen, dat ik in dezelfde situatie verkeerde als ooit die monniken van een paar kloosters, toen deze erachter kwamen dat Copernicus een ander slag kosmische wetten had uitgevonden dan tot dan toe had gegolden, dat de aarde niet het centrum van de wereld was, maar omgekeerd, die monniken hebben toen collectief zelfmoord gepleegd, omdat ze zich geen wereld konden voorstellen die anders was dan die waarin en waardoor ze tot dan toe hadden geleefd. De chef zei me vervolgens dat ik de binnenplaats aan moest vegen, of meehelpen of helemaal niets doen, want de volgende week kon ik schoon papier gaan verpakken in de kelders onder de drukkerij van Melantrich, dat ik daar niets anders zou hoeven te doen dan schoon papier verpakken.”

 

 
Bohumil Hrabal (28 maart 1914 – 3 februari 1997)

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lauren Weisberger werd geboren op 28 maart 1977 in Scranton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Lauren Weisberger op dit blog.

Uit:The Devil Wears Prada

“Ahn-dre-ah, my car needs to be picked up from the place and dropped off at the garage. Attend to it immediately, as we'll be needing it tonight to drive to the Hamptons. That's all." I stood, rooted to the carpet in front of her behemoth desk, but she'd already blocked out my presence entirely. Or so I thought. "That's all, Ahn-dre-ah. See to it right now," she added, still not glancing up.
Ah, sure, Miranda, I thought to myself as I walked away, trying to figure out the first step in the assignment that was sure to have a million pitfalls along the way. First was definitely to find out at which "place" the car was located. Most likely it was being repaired at the dealership, but it could obviously be at any one of a million auto shops in any one of the five boroughs.
Or perhaps she'd lent it to a friend and it was currently occupying an expensive spot in a full-service garage somewhere on Park Avenue? Of course, there was always the chance that she was referring to a new car--brand unknown--that she'd just recently purchased that hadn't yet been brought home from the (unknown) dealership. I had a lot of work to do.
I started by calling Miranda's nanny, but her cell phone went straight to voice mail. The housekeeper was next on the list and, for once, a big help. She was able to tell me that the car wasn't brand-new and it was in fact a "convertible sports car in British racing green," and that it was usually parked in a garage on Miranda's block, but she had no idea what the make was or where it might currently be residing. Next on the list was Miranda's husband's assistant, who informed me that, as far as she knew, the couple owned a top-of-the-line black Lincoln Navigator and some sort of small green Porsche. Yes! I had my first lead. One quick phone call to the Porsche dealership on Eleventh Avenue revealed that yes, they had just finished touching up the paint and installing a new disc-changer in a green Carrera 4 Cabriolet for a Ms. Miranda Priestly. Jackpot!”

 

 
Lauren Weisberger (Scranton, 28 maart 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

De commentaren zijn gesloten.