31-01-15

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse, Benoîte Groult

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Reiger

Die, sloot verlaten, in de hemel
uit vissen meende te moeten gaan,

ving vuur, hing, maanden nog, aan
een hoogspanningskabel te waaien,
steeds rafeliger en valer.

Was eindelijk zo mooi versleten,
als was hij nooit reiger geweest.

Toen kon ik me weer vergeten.

 

 

Herrlich Weit

Reeds werd ik voor de Rotary gevraagd, waar ik
het zelf wel naar gemaakt heb, want
ik heb het herrlich weit gebracht en ondanks dat
nog iets jongensachtigs behouden.

Mijn vrouw werd in die jaren nauwelijks
wat ouder, eigenlijk kleedt ze zich nog steeds
eenvoudig maar met smaak en maakt
's avonds textielschilderijen.

Onze kinderen noemen wij grut, het zijn
precies één jongen en één meisje, zij
zijn steeds het zonnetje in huis en wekken
bij vrienden afgunst of vertedering.

Als dit zo doorgaat houd ik het niet tegen
dat 'k eens met vochtig oog 'n stuk triplex afzaag
en daarin met een gloeiende breinaald brand:
'Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen.'

 

 

Tunnels

Gebruik de tunnel, staat er, en, die raad gevolgd,
Astrid, I love you. Mooi. So far, so good.
Daal je de Straatweg af het Haagse Bos in:
Astrid. Skelethoer. Negative Erection.

Zo kom je 's morgens om halfnegen in Wassenaar
in tien minuten maar van de banaalste uiting
van liefde tot het grofst vertoon van walging.
In 't echt duurt dat zo'n vijf tot zeven jaar.

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

Lees meer...

Marie Luise Kaschnitz, Kenzaburo Oe, Kurt Marti, John 'O Hara, Zane Gray, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire, Jean de Crèvecoeur

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Marie Luise Kaschnitz op dit blog.

 

Der Leuchtturm

Wer weiß, ob diese Alten auf der Insel
Wirklich die richtigen waren, das Kind zu erziehen.
Ein Trinker, eine Schlampe. Sie gaben es her unter Tränen.
Da kam es aufs Festland, weit fort, hinter Zäune und Mauern
Zu anderen Kindern. Die nahmen es auf die hörner,
Das junge Freiwild. Höhnten sein Gebrechen,
Das Heimweh hieß, verschrieen seine Träume.

Wer weiß, ob aus diesen Kindern überkurz überlang
Nicht Freunde geworden wären. Aber nicht jeder
Nimmt sich zusammen, hält den Atem an.
Nicht jeder übersteht seine finsteren Weihen.
Der Knabe, unserer, hielt den Atem nicht an.
Er trank die Feindschaft der Welt, eine bittere Salzflut,
erbrach sie und floh. Schlief einmal draußen im Stadtwald
Unter klirrenden Zapfen, wurde zurückgebracht.
Kam ein zweites Mal weiter, erreichte die Straße meerwärts.
Fiel dort auf, weil er lief mit eingezogenen Fäusten
Und wehenden Haaren, wurde zurückgebracht.
Beim drittten Mal fand ihn kein lebendes Wesen mehr.
Nur der Finger des Leuchtturms, der strich über Düne und Hafen,
Ertastete zwei aufgerissene Augen,
So lange, bis das feste Knabenfleisch
Geschmolzen war. Da liegt es unser Heimweh,
Von Vögeln ausgeweidet. Ein Skelett
Im schwarzen Hafer. Flugsand deckt es zu.

 

 
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

Lees meer...

Jozef Eijckmans

 

De Nederlandse dichter Josephus Egidius Eijckmans werd geboren in Gorinchem op 31 januari 1907. Hij bezocht van 1924 tot 1928 het Haagse conservatorium, gaf enige tijd pianoles, maar begon in 1937 gedichten te schrijven als ambteloos burger. Van zijn vroege poëzie is niets gepubliceerd. Pas toen hij in de jaren vijftig contact kreeg met Paul Rodenko, stelde hij met hem een bundel samen onder de titel “Bij mijn leven nog” (1955). Eijckmans publiceerde toen regelmatig in het tijdschrift Kentering. Zijn poëzie sluit tot op zekere hoogte aan bij de poëzie van de Vijftigers. In “Achtendertig componisten” (1980) verzamelde hij een aantal gedichten die verwijzen naar componisten of hun werk waarbij Maarten 't Hart een verhelderend nawoord schreef. In 1988 maakte Eijckmans een keuze uit zijn volledige oeuvre tot dan toe en publiceerde die als Verzamelde gedichten”. Daarna publiceerde hij nog vier bundels poëzie. De laatste daarvan was “Overdood” (1997).

 

echo

geen gewone schrijfregel uit een taal
die zich heeft ontdaan van sentiment
 
zie het dan kleiner worden op de weg in
het zicht tot stip tot niets dan waaien
nauwelijks geweest zich te openbaren aan
gezichts een dag een vorige: echo van een
stem
 
deze woorden zelfs want hoe nu voortgang
waarmee bezig na wat zo doodsgericht is
 
en dichterbij reeds lang

 


beethoven (laatste bagatellen)

ziel
noem gerust
enkele namen

de velden hebben het
altijd wel geweten

op hoge en lage grond
daar eindigt het niet

zoals het ook nooit is
begonnen aan de bronnen
van water en vuur

slechts levende tekens
bewegen op papier

heilige rook van het offer
maar voor wie

hij die voorbij gaat
aan het gebenedijde huis

ziet lamplicht
hoort het geluid van een
bloedrode morgen

troostrijke
kleine muziek

alleen

 

 
Jozef Eijckmans (31 januari 1907 – 12 november 1996)

15:32 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jozef eijckmans, romenu |  Facebook |

Henk van Straten

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Henk van Straten werd geboren in Rotterdam op 31 januari 1980. Hij verhuisde op zesjarige leeftijd naar Eindhoven, waar hij tot op heden woonachtig is. In zijn middelbareschooltijd richtte hij samen met anderen de hardcore-punkband Maypole op, waarin hij als vocalist en tekstschrijver fungeerde. In diens tienjarige bestaan bracht de band twee albums uit en werd er geregeld getoerd door Europa. Tussentijds begon hij driemaal aan een hbo-opleiding (onder meer Muziekmanagement en de pabo) maar brak deze allen voortijdig af.Na het uit elkaar gaan van Maypole in 2004 werkte Van Straten als floormanager en avondcoördinator bij poppodium Effenaar in Eindhoven. In diezelfde periode ging hij zich richten op het schrijverschap. Van Straten debuteerde in september 2007 met het fantasy-jeugdboek “Zwarth, het donker ontwaakt”. Zijn romandebuut “Ik ben de regen” kwam uit in oktober 2008 en werd een jaar later heruitgegeven onder de titel “Kleine stinkerd”. In oktober 2009 werd Van Stratens tweede roman “Smet” gepubliceerd. Het kreeg verschillende positieve recensies en werd genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Ook in 2009 verscheen het non-fictieve “Mijn nieuwe beste vriend”, waarin Van Straten verhaald over zijn belevenissen in het jaar dat hij optrok met de Eindhovense straatartiest Heintje Bondo. In2010 schreef Van Straten een kinderboek: “Alle vissen vonden olifant”. In 2011 bracht Van Straten de romans “Salvador” en “Superlul” gelijktijdig uit. “Salvador” werd genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs en stond op de longlist voor de Libris Literatuur Prijs. “Superlul” is een satire over de wereld van BN'ers. Na uitgave van het boek klaagden enkele bekende Nederlanders in roddelblad Story over de manier waarop ze in het boek zijn neergezet. Als journalist/columnist heeft Van Straten geschreven voor onder meer Hollands Maandblad, Nieuwe Revu, Vrij Nederland, Eindhovens Dagblad, Das Magazin, FRITS Magazine, Volkskrant Magazine, Happinez en LINDA. Verder is hij mede-oprichter van digitaal cultureel magazine De Optimist en schreef en co-regisseerde hij twee korte films: “Bakkie doen!” en “Uitgeklokt”, beiden uit 2011. In 2014 toerde hij samen met Karin Bruers en Björn van der Doelen door het land met de 'literaire cabaretvoorstelling “Geniet er maar van.”.

Uit:Ik ben de regen

“Neus sloot zich op in een hokje en ik hoorde hem vier keer krachtig zijn neus ophalen. Terwijl
ik stond te pissen en mezelf voorhield dat ik evenzo goed wel kon snuiven als niet, dat het leuk
zou zijn als ik het wel deed, maar och, anders was er ook geen man overboord, galmde de stem van Neus als een idiote god achter een van de gesloten deurtjes.
‘Jij ook?’
Een verticale streep kippenvel liep over mijn ruggengraat. Ik voelde het slijm uit mijn keel verdwijnen.
Wat kon het eigenlijk schelen? Gijs kwam pas overmorgen logeren. Tegen die tijd was ik zo fris en fruitig als een uitgeslapen turner naeen bak muesli. Ik nam het kleine envelopje van Neus aan en tikte wat poeder op het stukje huid tussen mijn duim en wijsvinger.
Even later stonden we naast elkaar voor de spiegel  en bestudeerden nauwkeurig onze neusgaten. Niets te zien, we waren schoon. Neus, één en al rode huid, stoppels en haargel, grijnsde breed en keek samenzweerderig mijn kant op.
‘Hier.’ Met zijn dikke vingers stopte hij nog iets kleins in mijn mond. ‘Mooi spul dit.’
Het smaakte synthetisch. Ik vond het prima: we hadden samen gesnoven en waren daarmee een verbintenis aangegaan. We waren bankovervallers, spionnen, verzetshelden, gedreven door broederschap en moed.
De onzekerheid en twijfel waarmee ik binnen was gekomen, waren nu verdwenen.
Neus en ik namen plaats op onze krukken. Met een achteloos handgebaar sommeerde ik Theo
onze bestelling op te komen nemen. Ik was een man van de wereld en ik was schrijver. Je moest blind zijn om dat niet aan me te zien.
Terwijl ik zwijmelde bij de gedachte hoe buitensporig goed het volgende hoofdstuk ging worden, en nog maar eens een keer op een rijtje zette welke filmfragmenten ik nu precies bij Zomergasten ging laten zien, gleed er ineens een krankzinnig lekker aroma van bloemenzeep mijn neus binnen en kietelde me ergens onder aan mijn hersenstam.
Ik was verkocht.
Al zag ze eruit als een bord soep met een schapenoog in het midden.
Ik was de hare.
Neus draaide zich naar me toe. Als in slow motion zag ik hem zijn mond openen om tegen me te praten. Ik keek die diepe holte in. Voelde zijn monotone gezever als warme gelei van mijn gezicht druipen. Ik moest iets doen.”

 

 
Henk van Straten (Rotterdam, 31 januari 1980)

14:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henk van straten, romenu |  Facebook |

30-01-15

Erich Kästner, Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt

 

Dolce far niente

 

 
Daken in de sneeuw door Gustave Caillebotte, 1875

 

 

Der Januar     

Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Der Weihnachtsmann ging heim in seinen Wald.
Doch riecht es noch nach Krapfen auf der Stiege.
Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Man steht am Fenster und wird langsam alt.

Die Amseln frieren.
Und die Krähen darben.
Und auch der Mensch hat seine liebe Not.
Die leeren Felder sehnen sich nach Garben.
Die Welt ist schwarz und weiß und ohne Farben.
Und wär so gerne gelb und blau und rot.

Umringt von Kindern wie der Rattenfänger,
tanzt auf dem Eise stolz der Januar.
Der Bussard zieht die Kreise eng und enger.
Es heißt, die Tage würden wieder länger.
Man merkt es nicht. Und es ist trotzdem wahr.

Die Wolken bringen Schnee aus fremden Ländern.
Und niemand hält sie auf und fordert Zoll.
Silvester hörte man’s auf allen Sendern,
dass sich auch unterm Himmel manches ändern
und, außer uns, viel besser werden soll.

Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Und ist doch hunderttausend Jahre alt.
Es träumt von Frieden. Oder träumt’s vom Kriege?
Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Und stirbt in einem Jahr. Und das ist bald.

 

 

 
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)
Buste door de beeldhouwer Frayber, 1958

Lees meer...

Anne-Gine Goemans

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zij werkte onder meer voor Volkskrant Magazine en gaf les bij het Centrum voor Communicatie & Journalistiek in Utrecht. Ze groeide op aan de rand van de Bollenstreek waar haar familie een bedrijf runde dat bloembollenverpakkingen fabriceerde. Met haar debuutroman “De ziekzoekers”, een meeslepend en hilarisch familiedrama tegen een oer-Nederlandse achtergrond, won ze de Anton Wachterprijs 2008. Voor de roman “Glijvlucht” kreeg ze de Dioraphte Jongeren Literatuurprijs 2012.

Uit:Glijvlucht

“Gieles twijfelde. Hoe kon hij de belangrijkste vragen stellen aan de wereldberoemde ganzenspecialist, meteoroloog, piloot, filmer, ornitholoog, fotograaf, schrijver, veganist en activist, zonder te veel prijs te geven van zijn uitzonderlijke vliegplan? Het moest wel geheim blijven. Gieles stond op van zijn bureau en liep naar het gekantelde zolderraam. Leunend met zijn onderarmen op de dakpannen keek hij naar de landingsbaan. Nog geen zestig meter verderop lag een kaarsrechte zwarte streep ingebed door lichtbakens, grasland en akkers. Binnen twee minuten kon Gieles op de baan staan en voor chaos zorgen. Hij hoefde niet eens wat te doen. Stilstaan zou voldoende zijn om op alle tv-zenders te komen, maar dan kon zijn vader zijn werk als vogelwachter op de luchthaven wel vergeten.
Gieles keek opzij en zag de lampen van een dalend vliegtuig. De hemel was rimpelloos, alleen rondom de vleugels trilde de lucht. Het motorgeronk zwol gelijkmatig aan. Hij liep terug naar zijn laptop en sloeg de brief aan de Fransman Christian Moullec op in een speciaal mapje. Hij had een passende naam voor het mapje bedacht: Meesterlijke Reddingsactie 3032.
Nog dertien weken en vier dagen en dan zou zijn moeder thuiskomen met vlucht 3032. Ellen was nooit eerder zo lang weg geweest. Vorige week was ze in het kielzog van een groep wilde ganzen naar Afrika gevlogen. Ganzen trokken weg om te overleven. Dat snapte hij. Maar hij begreep niet waarom zijn moeder wegtrok. Zij ging naar gebieden waar geen drinken of eten was. Zijn moeder maakte een omgekeerde vogeltrek, tegen de stroom in. Vogels zouden haar voor gek verklaren.
Hij liep de trappen af naar de keuken. Oom Fred zat aan tafel en schilde appels. ‘Ha, Gieles’, zei hij opgewekt. Oom Fred was altijd goedgehumeurd. ‘Ik heb schillen voor de ganzen.’
Gieles schonk zichzelf een glas melk in, klokte het in één teug leeg en veegde de melksnor van zijn bovenlip. De gladheid irriteerde hem. Zelfs geen donslaagje zette door.
Zijn vader en oom Fred waren een eeneiige tweeling, maar ze leken in niets op elkaar. Willem Slob had nauwelijks nog haar, terwijl oom Fred met zijn zwartgrijze bos krullen eerder te veel had. Het postuur van zijn vader deed denken aan een standbeeld van een krachtig staatsman. Oom Fred had een tenger lichaam en een slepend loopje, veroorzaakt door kinderpolio. Hij reed rond in een scootmobiel en liep met een kruk. Hij wilde per se geen wandelstok. Niet dat zijn been ooit zou genezen, maar de kruk wekte de indruk van tijdelijkheid.”

 

 
Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anne-gine goemans, romenu |  Facebook |

In Memoriam Rod McKuen

 

In Memoriam Rod McKuen

De Amerikaanse dichter en zanger Rod McKuen is gisteren op 81-jarige leeftijd overleden, zo melden Amerikaanse media. De populaire dichter en zanger was al enige tijd ziek. Rod McKuen werd geboren in Oakland, Californië op 29 april 1933. Zie ook alle tags voor Rod McKuen op dit blog.

 

In Someones Shadow

One day a man will take you on the high roads;
After a time he'll leave you someplace nice
Or tell you where the big boys play.
They usually string out their games
In someone's shadow
It could be yours.
More likely mine,
For mine's grown longer and there's more room here.

I ache to learn some new games now,
I've been away too long.
To see a new door open I'd go almost anywhere...
even backward,
If I had the time.

Catch me in the sunlight.
Catch me pacing the trees.
Build a fence around me
the moment you see me running
I'm so elusive sometimes
I miss the things worth stopping for.

Now comes the time for closeness once again
Turn me over gently
Hold me for the woman I am.
Smooth out the wrinkles on my face
because I need.

The big boys play
In someone's shadow down the street

 

 
Rod McKuen (29 april 1933 – 29 januari 2015)

29-01-15

VSB Poëzieprijs 2015 voor Hester Knibbe

 

De Nederlandse dichters Hester Knibbe heeft voor haar dichtbundel “Archaïsch de dieren” de VSB Poëzieprijs 2015 gewonnen, de prijs voor de beste Nederlandstalige dichtbundel van het afgelopen jaar. Aan de VSB Poezieprijs is een geldbedrag van 25.000 euro verbonden en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Patience

Patience. Stel dat je opnieuw, had je
hetzelfde lichaam gekozen, wieg die zo verrekte

opgetogen je op stond te wachten? Had je
eenzelfde eenzelvig liedje gezongen en

je lijf even verlegen links en rechts

goeddeels verzwegen? Stel dat je
opnieuw kon bij even na twintig, je bouwde

een liefde een huis een kind, beminde
beminde, vermeed het bekende en tuimelde

over vreemde ellende. Stak dan in dat andere
lijf en hoofd een vergelijkbare

twijfel en aarzel?

 

 

En ze zeiden dat

zegenen helpen betekent, maar er waren die nacht
zoveel wonden op de wereld dat mijn ogen
en benen verlamden. En ik was

bang bang voor bloed aan mijn handen en
dat ik daarmee dan over mijn gezicht buik
en armen. Daarom riep ik

zegen mij zegen mij de angstige.

 

 

Laten we de oude

brieven verbranden, al die mooi
verregende zongebleekte woorden en regels
in vlammen zien opgaan maar schaamteloos

hun inhoud behouden. We hebben geluk
gehad, o wat hebben we –
                          Laten we

straks andere steden verkennen, door nieuwe
straten met muzikanten en slapers op banken
slenteren, wennen aan weggaan.
                          Laten we

daar eten drinken en geven

de zanger genoeg om dronken te worden
de bedelaar wat hem toekomt.

 

 
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Anton Tsjechov, Lennaert Nijgh, Olga Tokarczuk, Hubert C. Poot

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Als ik uit mijn droomland
de wereld bezoek,
bedek ik mijn lichaam
met jas en met broek.

Daar mag je niet naakt zijn
en niet zonder geld.
Gebroken de wil,
gekruisigd de held.
Je dagen geteld.

Als ik uit mijn droomland
de wereld bezoek,
bedek ik mijn geest
met de vacht van een beest.

 

 

Amor vincit

Zo kwetsbaar onze liefde,
te bedenken dat zij alles is
wat ons verbindt.
Zo onsterfelijk deze droom,
de kern van het bestaan.

 

 

Vriendschap

Ooit zullen we ont-slapen
niet meer ontwaken hier
maar daar waar alleen vrienden zijn
nooit meer hoeven slapen.

 

 
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

Lees meer...

28-01-15

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare, Wies Moens, José Martí

 

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Credo

geef mij het hoofd van de onnozel volhardende pletterloper
hij die hart op zwart cipres op rood dood op anijs laat rijmen
zijn uitpuilend gemoed weer bij elkaar raapt voorover bukkend
 
en maar struikeltochten organiseren door op platgetreden paden
bananenrijm voor zich uit te werpen hij is onverstoorbaar
half en kreupel blijft hij het zijn toverkeien zeggen kijk maar
 
een slechte mop verteld door een dichter zoals hij tekeergaat
soms springt hij op grijpt zonder reden mis naar omhoog
soms ook niet soms niet en ik heb hem altijd ruim verkozen
 
wel duizend-en-één-voudig boven hollands koning schraalhans
met de dichtgeschroefd moderne stem aan zijn stekelige tafel
rolstoel en handrem heus ik zal mijzelf wel redden breken schaden
 
ook aan orakels in de orde van de chocoladeschijter heb ik hekel
bruine nijl gieten ze uit in eigen zekerheid de onwrikbare waan
een echte vaticaanse doos likeurbonbons te hebben banketgekakt
 
ik geloof
 
in fulpen bloembladen het kapotte karmijn van de
avondschimmering in de pronkgedwongen achterwaartse
vlucht van de quetzal
zijn lange smaragdgroene staart onhandig stralend omwille van
haar
in bespottelijke praalzucht bewijst hij diensten van leven op dood
en ik geloof in baarlijke liefde er staat wat er staat alsof het niets is
 
vergeleken bij liberiaanse rebellen is ook groepsverkrachting
poëzie
aan schuim hecht ik in volle ijdelheid draag ik mijn nacht als
een buidel

 

 

Voor Gerrit

Ze zeiden dat je milder was geworden.
Hij is versoepeld de laatste tijd
verdomd, en schopt niet meer als vroeger.

Ik ken je weinig langer dan vandaag
kwam voor je vijandschap te laat
maar lieve Gerrit, nu je dan voorgoed

bedaard in je gedichten woont
de resten uitgezaaid tussen planken
nu je zonder stem, zonder koperen stem

nu je navelloos, nergens je stem –
kom dan dichter, met je tedere afstand
grijp je vast en vertak, geef ons hier

voor de laatste ondergrondse keer
je donkere kus van de poëzie.
Als ik ooit in dit leven wortelschiet

zal het door jou zijn. Alleen op papier
vinden de vogels reservenesten
bouwen de mensen zichzelf een land.

Ik wilde vandaag een reservedood bouwen
mijn dikke, dunne, zieke Komrij
om enkel de dood in op te vouwen.

 

 
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

Lees meer...

27-01-15

Leopold von Sacher-Masoch, Ethan Mordden, Benjamin von Stuckrad-Barre, Lewis Carroll, Rudolf Geel, Neel Doff

 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

Uit: Venus In Furs (Vertaald door Fernanda Savage)

“Why not?" she said, "and take note of what I am about to say to you. Never feel secure with the woman you love, for there are more dangers in woman's nature than you imagine. Women are neither as good as their admirers and defenders maintain, nor as bad as their enemies make them out to be. Woman's character is characterlessness. The best woman will momentarily go down into the mire, and the worst unexpectedly rises to deeds of greatness and goodness and puts to shame those that despise her. No woman is so good or so bad, but that at any moment she is capable of the most diabolical as well as of the most divine, of the filthiest as well as of the purest, thoughts, emotions, and actions. In spite of all the advances of civilization, woman has remained as she came out of the hand of nature. She has the nature of a savage, who is faithful or faithless, magnanimous or cruel, according to the impulse that dominates at the moment. Throughout history it has always been a serious deep culture which has produced moral character. Man even when he is selfish or evil always follows principles, woman never follows anything but impulses. Don't ever forget that, and never feel secure with the woman you love.
(…)

“Love knows no virtue, no profit; it loves and forgives and suffers everything, because it must. It is not our judgment that leads us; it is neither the advantages nor the faults which we discover, that make us abandon ourselves, or that repel us.
It is a sweet, soft, enigmatic power that drives us on. We cease to think, to feel, to will; we let ourselves be carried away by it, and ask not whither?”

 

 
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)
Vanessa Wasche (Vanda) and Michael Brusasco (Thomas) in een opvoering in Cleveland, 2013

Lees meer...

Samuel Foote

 

De Engelse acteur en toneelschrijver Samuel Foote werd geboren 27 januari 1720 in Truro, Cornwall. Foote stamde uit een rijke familie, zijn moeder was Eleanor Goodere. Na het voltooien van zijn opleiding in Worcester schreef Foote zich in aan het Worcester College, om rechten te studeren. Deze studie brak hij na een paar semesters af en hij trok naar Londen. Gedurende deze tijd kreeg hij een erfenis van zijn oom Sir John Foote Dinely Goodere, nadat deze werd vermoord door een familielid. Zodra Foote na een paar jaarde erfenis helemaal had verbrast, sloot hij zich aan bij een Londense groep toneelspelers. Op de leeftijd van 23 jaar debuteerde Foote in 1744 als acteur in William Shakespeare's Othello, maar hij was niet helemaal succesvol. In de loop der jaren kwam het succes toch nog, wat betekende dat Foote zelfstandig kon worden. In 1747 richtte hij met zijn eigen ensemble de Royal Haymarket Theatre op en voerde daar vooral zijn eigen toneelstukken op. Vooral in zijn komedies op waren zijn rollen Foote op het lijf geschreven en de satire kwam nooit te kort. Bekende persoonlijkheden zette hij in zijn stukken vakkundig op hun plaats. Zo klaagde hij echter ook sociale misstanden aan. Na een gecompliceerde beenbreuk in zijn 45e jaar kon Foote niet meer optreden als acteur. Maar hij bleef zijn theater leiden, regisseerde en hij schreef vooral nieuwe stukken. Een totaal van 22 stuks zijn er overgeleverd, vooral komedies en kluchten, die voornamelijk worden gekenmerkt door humor en temperament. Een klein schandaal deed zich voor in 1760, toen Foote met “The minor” de kerk in het algemeen en de Methodisten in het bijzonder aanviel en in 1772, toen hij met “The Nabob” de uitbuiting van India door de Oost-Indische Compagnie aan de kaak stelde..Samuel Foote leidde zijn theater tot kort voor zijn dood op 21 oktober 1777.

Uit: The Nabob

Servant Mrs. Crocus, from Brompton, your honour.
Mite Has she brought me a bouquet?
Servant Your honour?
Mite Any nosegays, you blockhead?
Servant She has a boy with a basket.
Mite Shew her in! [Enter Mrs. Crocus.] Well, Mrs. Crocus; let us see what you have brought me. Your last bouquet was as big as a broom, with a tulip strutting up like a magistrate’s mace; and, besides, made me look like a devil.
Crocus I hope your honour could find no fault with the flowers? It is true, the polyanthuses were a little pinched by the easterly winds; but for pip, colour, and eye, I defy the whole parish of Fulham to match ‘em.
Mite Perhaps not; but it is not the flowers, but the mixture, I blame. Why, here now, Mrs. Crocus, one should think you were out of your senses, to cram in this clump of jonquils!
Crocus I thought your honour was fond of their smell.
Mite Damn their smell! It is their colour I talk of. You know my complexion has been tinged by the East, and you bring me here a blaze of yellow, that gives me the jaundice. Look! Do you see here, what a fine figure I cut? You might as well have tied me to a bundle of sunflowers!
Crocus I beg pardon, your honour!
Mite Pardon! There is no forgiving faults of this kind. Just so you served Harry Hectic; you stuck into his bosom a parcel of hyacinths, though the poor fellow’s f ace is as pale as a primrose.
Crocus I did not know—
Mite And there, at the opera, the poor creature sat in his side-box, looking like one of the figures in the glass-cases in Westminster-Abbey; dead and drest!
Crocus If gentlemen would but give directions, I would make it my study to suit ‘ em.
Mite But that your cursed climate won’t let you. Have you any pinks or carnations in bloom?"

 

 
Samuel Foote (27 januari 1720 - 21 oktober 1777)
Portret door Jean-François Gilles Colson, 1769

16:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: samuel foote, romenu |  Facebook |

26-01-15

Achim von Arnim, Jos van Daanen, Jonathan Carroll, Menno ter Braak, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Philip José Farmer

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

 

Im Walde

Im Walde, im Walde, da wird mir so licht,
Wenn es in aller Welt dunkel,
Da liegen die trocknen Blätter so dicht,
Da wälz ich mich rauschend drunter,
Da mein ich zu Schwimmen in rauschender Flut,
Das tut mir in allen Adern so gut,
So gut ist's mir nimmer geworden.

Im Walde, im Walde, da wechselt das Wild,
Wenn es in aller Welt stille,
Da trag ich ein flammendes Herz mir zum Schild,
Ein Schwert ist mein einsamer Wille,
Da steig ich, als stieß' ich die Erde in Grund,
Da sing ich mich recht von Herzen gesund,
So wohl ist mir nimmer geworden.

Im Walde, im Walde, da schrei ich mich aus,
Weil ich vor aller Welt schweige,
Da bin ich so frei, da bin ich zu Haus,
Was schadt's, wenn ich töricht mich zeige.
Ich stehe allein wie ein festes Schloß,
Ich stehe in mir, ich fühle mich groß,
So groß als noch keiner geworden.

Im Walde, im Walde, da kommt mir die Nacht,
Wenn es in aller Welt funkelt,
Da nahet sie mir so ernst und so sacht,
Daß ich in den Schoß ihr gesunken,
Da löschet sie aller Tage Schuld
Mit ihrem Atem voll Tod und voll Huld,
Da sterb ich und werde geboren!

 

 

Die Schwalben

Es fliegen zwei Schwalben ins Nachbar sein Haus,
Sie fliegen bald hoch und bald nieder;
Aufs Jahr, da kommen sie wieder,
Und suchen ihr voriges Haus.

Sie gehen jezt fort ins neue Land,
Und ziehen jezt eilig hinüber;
Doch kommen sie wieder herüber,
Das ist einem jeden bekannt.

Und kommen sie wieder zu uns zurück,
Der Baur geht ihnen entgegen;
Sie bringen ihm vielmahl den Segen,
Sie bringen ihm Wohlstand und Glück.

 

 

Der Kirschbaum

Der Kirschbaum blüht, ich sitze da im Stillen,
Die Blüte sinkt und mag die Lippen füllen,
Auch sinkt der Mond schon in der Erde Schoß
Und schien so munter, schien so rot und groß;
Die Sterne blinken zweifelhaft im Blauen
Und leiden's nicht, sie weiter anzuschauen.

 

 

 
Achim von Arnim (26 januari 1781 - 21 januari 1831)
Portret door Peter Eduard Ströhling, 1804

Lees meer...

25-01-15

Stephen Chbosky, Renate Dorrestein, William S. Maugham, Virginia Woolf, David Grossman, J. G. Farrell

 

De Amerikaanse schrijver en regisseur Stephen Chbosky werd geboren op 25 januari 1970 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Stephen Chbosky op dit blog.

Uit: The Perks of Being a Wallflower

because that was the name of the season
And that's what it was all about
And his teacher gave him an A
and asked him to write more clearly
And his mother never hung it on the kitchen door
because of its new paint

And the kids told him
that Father Tracy smoked cigars
And left butts on the pews
And sometimes they would burn holes
That was the year his sister got glasses
with thick lenses and black frames
And the girl around the corner laughed

when he asked her to go see Santa Claus
And the kids told him why
his mother and father kissed a lot
And his father never tucked him in bed at night
And his father got mad
when he cried for him to do it.

Once on a paper torn from his notebook
he wrote a poem
And he called it "Innocence: A Question"
because that was the question about his girl
And that's what it was all about
And his professor gave him an A

 

 
Stephen Chbosky (Pittsburgh, 25 januari 1970)
Scene uit de film uit 2012 met Emma Watson, Logan Lerman en Ezra Miller

Lees meer...