28-11-14

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Die avond in mei moet alles nog gebeuren. Ik voel de verrukking die door mijn ribben trekt nu ik de lucht van de aarde ruik aan de waterkant. De aarde, eindelijk ontwaakt na de wintermaanden, al ruik ik nu iets anders in die lucht: de lijfgeur van mijn eigen onbevangenheid. Onze wereld is niet vredig, dat begrijp ik, nu ik naar die zomerse meiavond terugkeer en mezelf in mijn jonge romp laat glijden, die me omknelt als een nauwsluitend vest. Ik geloof dat het me die avond voor het eerst echt daagt, niet alleen maar met mijn verstand, dat heeft waarschijnlijk al langer zijn conclusies getrokken, maar fundamenteler, in mijn beenmerg, dat ik nimmer in de geijkte levenspatronen een thuishaven zal vinden. Ik zie mezelf lol maken met mijn maten. We lopen over het jaagpad, de soepelheid van onze lichamen bevangt me, tot een eind buiten de stad, tot de plek waar de rivier in een van zijn oude armen achter een dijk beplant met ratelpopulieren ligt te verzanden - wie weet hoe lang al. We hebben niet zoveel tijd, de dralende zomeravonden van juni zijn nog niet gearriveerd en we moeten voor het donker weer thuis zijn. Maar we willen zwemmen, ons van onze kleren ontdoen en een duik nemen in het stille groene water.
Opwinding klopt in mijn aders, en ook pijn, zacht knagend in mijn borst, jankend in mijn kruis. Een pijn die ik nu scherper gewaarword dan op het ogenblik zelf. Ons geheugen wordt pas herinnering wanneer de toekomst het bezoekt en met haar ontgoochelingen besmet. Er bestaat geen geschiedenis die niet geïnfecteerd is. Het is werkelijk een prachtige avond. Ik weet niet of ik opmerk hoe de ondergaande zon de kruinen van de populieren verkopert, hoe ze op wolken lijken, groengele wolken van lover aan de aarde verankerd met de kabels van hun takken en stammen, onder een hemel blauwgrijs als gesmolten tin. Daarachter de weiden, runderen die hun lange schaduw voor zich uit rollen, de daken, torens en donkerrode fabrieksschouwen van de stad. Misschien is er onweer op komst, de lucht voelt plakkerig aan. Ik zie dikke druppels regen de kalme spiegel van water waarin we gezwommen perforeren met ringen en rimpelingen.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)


 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook ale tags voor Alberto Moravia op dit blog.

Uit: Two Friends (Vertaald door Marina Harss)

“Hearing thesewords, Sergio felt flames of anger and shame sweep-ing over him. He responded brusquely, “I only said the truth . . . Leave me alone, why don’t you? Good-bye!” and quickly slammed down the receiver.Later, reflecting on this phone conversation, Sergio realized that he hated Maurizio, though he also felt a trace of regret. Despite their rivalry, Maurizio was still the only friend who mattered to him. He realized that the woman had drawn him into a kind of trap, and, as he reconstructed their conversations, he also realized that she had constantly tried to undermine his friendship with Maurizio. Still, Maurizio had been too quick to offend him and even, it seemed, to bring about a break between them. After lengthy and painful consideration, Sergio decided that he would not call Maurizio back. It was up to Maurizio, who had been so quick to insult him on the slightest pretext, to take the first step toward a reconciliation.Maurizio, on the other hand, regretted his phonecall almost immediately. But partly out of pride, and mainly out of fatuousness and selfishness, he did not want to take the first step. He was convinced that Sergio was somehow inferior to him, and that Sergio knew this; and he was convinced that his friend’s sense of inferiority would drive him to take the first step. Vaguely, and not in so many words, he sensed that he was not so sorry to lose Sergio. In recent times, Sergio had been overly critical and had made it quite clear to Maurizio that he disapproved of certain aspects of his personality. Maurizio was troubled by these criticisms, and it did not help that he had to admit that many of them were true. There was an additional factor that persuaded him not to seek a rapprochement with his overly candid friend.”

 

 
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)
Portret door  Renato Guttuso, 1982

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook alle tags voor Hugo Pos op dit blog.

 

Uit:Het talmen van de tijd

Weet ik wel zeker dat ik leef
en denk en doe of is het schijn
dat ik nog altijd het kwatrijn
als ademtest verbaasd beleef?

 

 

Nestoriaanse kwatrijnen 1

Beloof me, kind, als ik van hier verdwijn
treur niet om mij, straks bloeit weer de jasmijn
en geurt de kamperfoelie. Erger zou het wezen
als zij verdwenen waren, - ik er nog zou zijn.

 

 

Nestoriaanse kwatrijnen 2

De dingen doen en aan het einde, basta,
geen leer omhelzen. In het halfduister
de uitgang raden. Niet in paniek geraken.
Hij weet wel dat je komt, het staat in zijn agenda.

 

 
Hugo Pos (28 november 1913 - 11 november 2000)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Stefan Zweig op dit blog.

Uit: Die Welt von Gestern. Erinnerungen eines Europäers

„In diesem rührenden Vertrauen, sein Leben bis auf die letzte Lücke verpalisadieren zu können gegen jeden Einbruch des Schicksals, lag trotz aller Solidität und Bescheidenheit der Lebensauffassung eine große und gefährliche Hoffart. Das neunzehnte Jahrhundert war in seinem liberalistischen Idealismus ehrlich überzeugt, auf dem geraden und unfehlbaren Weg zur ›besten aller Welten‹ zu sein. Mit Verachtung blickte man auf die früheren Epochen mit ihren Kriegen, Hungersnöten und Revolten herab als auf eine Zeit, da die Menschheit eben noch unmündig und nicht genug aufgeklärt gewesen. Jetzt aber war es doch nur eine Angelegenheit von Jahrzehnten, bis das letzte Böse und Gewalttätige endgültig überwunden sein würde, und dieser Glaube an den ununterbrochenen, unaufhaltsamen ›Fortschritt‹ hatte für jenes Zeitalter wahrhaftig die Kraft einer Religion; man glaubte an diesen ›Fortschritt‹ schon mehr als an die Bibel, und sein Evangelium schien unumstößlich bewiesen durch die täglich neuen Wunder der Wissenschaft und der Technik. In der Tat wurde ein allgemeiner Aufstieg zu Ende dieses friedlichen Jahrhunderts immer sichtbarer, immer geschwinder, immer vielfältiger. Auf den Straßen flammten des Nachts statt der trüben Lichter elektrische Lampen, die Geschäfte trugen von den Hauptstraßen ihren verführerischen neuen Glanz bis in die Vorstädte, schon konnte dank des Telephons der Mensch zum Menschen in die Ferne sprechen, schon flog er dahin im pferdelosen Wagen mit neuen Geschwindigkeiten, schon schwang er sich empor in die Lüfte im erfüllten Ikarustraum. Der Komfort drang aus den vornehmen Häusern in die bürgerlichen, nicht mehr mußte das Wasser vom Brunnen oder Gang geholt werden, nicht mehr mühsam am Herd das Feuer entzündet, die Hygiene verbreitete sich, der Schmutz verschwand.“

 

 
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)
Als soldaat in het oorlogsarchief 

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Sherko Fatah op dit blog.

Uit: Das Dunkle Schiff

„Kerim erinnerte sich an das immer gleiche Ritual. Seine Mutter rief ihn und seine Brüder zusammen. Gemeinsam holten sie eine alte, vom Waschen zerschlissene Wolldecke hervor und breiteten sie auf dem Boden aus. Manchmal taten es auch Zeitungsbögen. Sie stellten die Töpfe und Schalen in die Mitte und setzten sich wie um ein Lagerfeuer auf den Boden. Es gab Löffel, aber da sie meist unter sich waren, wurde mit den Händen gegessen. Jeder nahm, so viel er wollte, und griff ohne zu zögern in die Töpfe.
Manchmal, in schwachen Augenblicken, kam es Kerim vor, als wäre die Erinnerung an diese Art des Essens alles, was ihm von seiner Familie geblieben war. Denn wenn er daran zurückdachte, standen sie alle, deutlich wie sonst nie, vor seinen Augen: Seine Mutter, die immer dabei war, doch die er kaum je essen sah. An ihre Hände erinnerte er sich und an die zarten Unterarme, die hervorsahen, weil sie die Ärmel zurückgezogen hatte. Imat, den älteren seiner Brüder, sah er vor sich, schmal und blass, wie er den Reis in winzigen Portionen nahm und selbst die Okraschoten nach Größe aussuchte, bevor er sie sich zaghaft, als wären seine Lippen wund, in den Mund schob. Ali dagegen kam schon mehr nach ihm, Kerim, und seinem Vater. Immer hungrig und nah bei seiner Mutter, griff er aus der Deckung zu. Er aß gern und für sein Alter recht viel. Schließlich tauchte auch sein Vater vor Kerims innerem Auge auf, müde meist nach den langen Arbeitstagen. Der schwere, vorgewölbte Bauch ließ ihn zusammengesackt erscheinen, wenn er am Boden saß. Kerim erinnerte sich an die Ringe unter seinen Augen, die im Flimmern des Fernsehlichtes deutlich hervortraten.“

 

 
Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook alle tags voor William Blake op dit blog.

 

Silent, Silent Night

Silent, silent night,
Quench the holy light
Of thy torches bright;

For possessed of Day
Thousand spirits stray
That sweet joys betray.

Why should joys be sweet
Used with deceit,
Nor with sorrows meet?

But an honest joy
Does itself destroy
For a harlot coy.

 

 

 
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
William Blake: Hecate, or The Night of Enitharmon’s Joy, 1795

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook alle tags voor Alexander Blok op dit blog.

 

Ach, vriendin, van het lopen zo moe

Ach, vriendin, van het lopen zo moe,
Somber kijk je, je krans is verlept.
Rust een beetje en kom naar me toe.
Lieve, zie hoe de avond zich rept.

Waar je was en vanwaar je nu komt,
Arme, vraag ik in liefde je niet;
Neem alleen maar mijn naam in de mond -
Weet hoe ’k zwijgend mijn hart jou dan bied.

Dood en Tijd zijn op aarde de baas, -
Maar noem jíj hen niet ‘heersers’ voortaan;
Alles draait en gaat onder in waas,
Slechts de zon van de liefde blijft staan.

 

Vertaald door Frans-Joseph van Agt

 

 
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)
In 1917

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook mijn blog van 28 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

De commentaren zijn gesloten.