25-10-14

Willem Wilmink, Anne Tyler, Elif Shafak, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein

 

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

Angst voor geluk

Soms in de nacht als je naast me ligt,
als je naast me ligt met je meidengezicht,
dan heb ik je weer zo lief.
En ik denk met trots aan ons kleine gezin,
en ik denk: er zit wel samenhang in,
het biedt wel perspectief.

Daar komen nare gedachten van:
dat het zo niet altijd maar duren kan,
het is allemaal veel te fijn.
Nu is mijn bedje wel gespreid,
maar deze kinderen, deze meid
zijn te mooi om waar te zijn.

Wat maken we misschien nog allemaal mee,
misschien ga jij met een ander in zee,
met een zwaarbehaarde man.
Of slepende ziekte of ander kruis
komt over de wereld of over ons huis,
en maakt er een puinhoop van.

Dat denk ik dan. Maar de volgende dag
geeft een ruzie die er wezen mag,
een fraai stuk burengerucht.
En al die gedachten, mijn lekker stuk,
aan ziekte en ontrouw en ongeluk
slaan ratelend op de vlucht.

 

 

Een probleem

Vandaag vroeg mijn zoontje
met angstige stem:
'Als iemand dood is,
wat gebeurt er dan met hem?'

Nu ken ik wel iemand
die daarover zegt:
'Wie dood is die komt
in de hemel terecht!'

Maar weer iemand anders
vertelde zowaar:
'Als je dood bent dan komt er
een tovenaar,

dan tovert hij aan aan je,
en word je een dier,
een muis of een tijger,
een leeuw of een mier

Zelf mag je kiezen
welk dier je wilt zijn:
een mug of een olifant,
of een konijn.'

Maar op een morgen
ben ik gegaan
naar een man die heel oud was,
dus gauw dood zou gaan.

'Of ik een dier word,'
zei deze man,
'of in de hemel kom,
ik weet er niks van.

Maar als ik dood ben
is het eerste wat ik doe:
Honderd jaar slapen.
Want ik ben moe.'

 

 

 
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)


 

 

De Amerikaanse schrijfster Anne Tyler werd geboren op 25 oktober 1941 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Anne Tyler op dit blog.

Uit: The Amateur Marriage

“The drugstore’s closed,” Katie told her.
“Closed?”
“It says so on the door. Mr. Sweda’s joined the Coast Guard.”
“He’s done what?”
The girl in the red coat was very pretty, despite the trickle of blood running past one ear. She was taller than the two neighborhood girls but slender, more slightly built, with a leafy cap of dark-blond hair and an upper lip that rose in two little points so sharp they might have been drawn with a pen. Michael came out from behind the counter to take a closer look at her. “What happened?” he asked her—only her, gazing at her intently.
“Get her a Band-Aid! Get iodine!” Wanda Bryk commanded. She had gone through grade school with Michael. She seemed to feel she could boss him around.
The girl said, “I jumped off a streetcar.”
Her voice was low and husky, a shock after Wanda’s thin vio- lin notes. Her eyes were the purple-blue color of pansies. Michael swallowed.
“A parade’s begun on Dubrowski Street,” Katie was telling the others. “All six of the Szapp boys are enlisting, haven’t you heard? And a couple of their friends besides. They’ve got this banner—‘Watch out, Japs! Here come the Szapps!’—and everyone’s seeing them off. They’ve gathered such a crowd that the traffic can’t hardly get through. So Pauline here—she was heading home from work; places are closing early—what does she do? Jumps off a speeding streetcar to join in.”
The streetcar couldn’t have been speeding all that fast, if traffic was clogged, but nobody pointed that out. Mrs. Brunek gave a sympathetic murmur. Carl or Paul or Peter said, “Can I go, Mama? Can I? Can I go watch the parade?”
“I just thought we should try and support our boys,” Pauline told Michael.
He swallowed again. He said, “Well, of course.”

 

 
Anne Tyler (Minneapolis, 25 oktober 1941)

 

 

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: Liefde kent veertig regels (Vertaald door Manon Smits)

“Ella sloot haar ogen en probeerde zich voor te stellen hoe de kleuren van haar aura haar gezicht omringden. Opmerkelijk genoeg was het beeld van zichzelf dat in haar opkwam niet haar volwassen ik, maar zijzelf als kind, toen ze een jaar of zeven was.
Er kwamen een heleboel dingen terug, herinneringen waarvan ze dacht dat ze ze achter zich had gelaten. De aanblik van haar moeder die stilstond met een pistachegroen schort voor en een maatbeker in haar hand, haar gezicht een asgrauw masker van pijn; bungelende papieren hartjes aan de muren, felgekleurd en vol glitters, en het lichaam van haar vader dat aan het plafond hing alsof hij wilde meedoen met de kerstversieringen en het huis iets feestelijks wilde geven. Ze herinnerde zich hoe ze tijdens haar tienerjaren haar moeder verantwoordelijk had gehouden voor de zelfmoord van haar vader. Als jong meisje had Ella zich heilig voorgenomen om als zij ging trouwen, haar man altijd gelukkig te maken en haar huwelijk niet te laten mislukken, zoals haar moeder had gedaan. In haar poging om haar huwelijk zo veel mogelijk van dat van haar moeder te laten verschillen, was ze niet met een christelijke man getrouwd, maar had ze de voorkeur gegeven aan iemand binnen haar eigen geloofsgroep.
Pas een paar jaar geleden had Ella de haat voor haar ouder wordende moeder laten varen, en hoewel ze de laatste tijd een goede verstandhouding hadden was het een feit dat ze zich diep van binnen nog steeds niet op haar gemak voelde als ze aan het verleden dacht.
‘Mam! … Aarde naar mam! Aarde naar mam!’
Ella hoorde een hoop gelach en gefluister achter zich. Toen ze omkeek zag ze vier paar ogen die geamuseerd naar haar keken. Orly, Avi, Jeannette en David waren voor één keer allemaal om dezelfde tijd naar de ontbijttafel gekomen, en stonden haar nu op een rijtje te bestuderen alsof ze een of ander exotisch wezen was. Te oordelen naar hun blikken hadden ze daar al een heel tijdje gestaan, in een poging om haar aandacht te trekken.
‘Goedemorgen allemaal’, zei Ella met een glimlach.”

 

 
Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en biograaf Daniel Mark Epstein werd geboren op 25 October 1948 in Washington, D.C. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Daniel Mark Epstein op dit blog.

Uit: Lincoln and Whitman

“And knowing the storm the book had caused in more sophisticated circles, Herndon brought the brickbat-shaped volume to the office he shared with Lincoln and set it in clear view on the table, where anyone might pick up the book and thumb through it. Leaves of Grass was exactly the length of a man's hand. He laid it down on the baize-covered table with the complacence of an anarchist waiting for a bomb to explode.
The Lincoln-Herndon law office was on the second floor of a brick building on the west side of Springfield's main square, across from the courthouse. Visitors mounted a flight of stairs and passed down a dark hallway to a medium-sized room in the rear of the building. The upper half of the door had a pane of beveled glass, with a curtain hanging from a wire, on brass rings. Lincoln would unlock the door, open it, and draw the curtain as he closed the door behind him. Two dusty windows overlooked the alley.
Herndon's biographer David Donald describes the office as "a center of political activity, of gossip and friendly banter, and of such remote problems as the merits of Walt Whitman's poetry."
The office was untidy and cobwebbed. Once, after Lincoln had come home from Congress with the customary dole of seeds to distribute to farmers, John Littlefield, a law student, discovered while sweeping that some of the stray wheat seeds had sprouted in the cracks between the floorboards.
A long pine table that divided the room, and met with a shorter table to make a T, was scored by the jackknives of absent-minded clerks and clients. In one corner stood a secretary desk, its many pigeonholes and drawers stuffed with letters and memoranda, its besieged surface sustaining a spattered earthenware inkwell and a few gold pens. Bookcases rose between the tall windows. A spidery black stain blotted one wall, at the height of a man's head, where an ink bottle had exploded-the memento, according to Lincoln, of a disagreement between law students over a point of jurisprudence that would not yield to cold logic. »

 

 
Daniel Mark Epstein (Washington, 25 oktober 1948)
Cover 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Rühmkorf werd geboren op 25 oktober 1929 in Dortmund. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Peter Rühmkorf op dit blog.

 

Außer der Liebe nichts

Flüchtig gelagert in dieses mein Gartengeviert,
wo mir der Abend noch nicht aus dem Auge will,
schön ist’s,
hier noch sagen zu können: schön,
wie sich der Himmel verzieht und die Liebe zu Kopf steigt,
all nach soviel Unsinn und Irrfahrt
an ein seßhaftes Herz zu schlagen, du spürst
einen Messerstich tief in der ledernen Brust
DIE FREUDE.

Wo nun dieser mein Witz das Land nicht verändert,
mein Mund auf der Stelle spricht,
- hebt sich die Hand und senkt sich für garnichts das Lid -
doch solang ich noch atmund-rauchund-besteh,
solang mich mein Kummer noch rührt
und mein Glück mich noch angeht,
will ich
was uns die Aura am Glimmen hält,
mit langer Zunge loben!

Unnütz in Anmut: Dich,
wo die Nacht schon ihr Tuch wirft
über dein ungebildetes Fleisch, es kehren
alle Dinge sich ihre endliche Seite zu,
und aus ergiebigem Dunkel rinnt
finstere Fröhlichkeit...
Ich aber nenne diesseits und jenseits der Stirn
außer der Liebe nichts,
was mich hält und mir beikommt.

 

 
Peter Rühmkorf (25 oktober 1929 – 8 juni 2008)

 

 

De Duitse schrijver en arts Jakob Hein werd geboren op 25 oktober 1971 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Jakob Hein op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2010

Uit: Herr Jensen steigt aus

„Als der Job dann anfing, arbeiteten Matthias und er in verschiedenen Bereichen, so daß man sich selten sah. Matthias hatte sich in die Paketabteilung setzen lassen, weil dort öfter mal etwas abfiel, wie er grinsend meinte. Bei Herrn Jensen fiel nichts ab, er holte morgens seine Post ab, verteilte sie in die entsprechenden Briefkästen und fertig. Das war besser, als in den Ferien zu Hause herumzusitzen, und er bekam am Ende sogar noch Geld dafür.
Im folgenden Frühjahr ging Herr Jensen wieder zum selben Büro und bewarb sich für den Sommer. Er hatte immer noch keine Ahnung, wo sonst man sich nach einem Ferienjob erkundigen sollte.
Er kannte die, die kannten ihn, er konnte wieder bei der Post arbeiten. Später, als Student, hatte er den Job natürlich auch nicht aufgegeben, wo er so gut eingearbeitet war und das Geld noch besser gebrauchen konnte. Und als Herr Jensen mit dem Studium dann so abrupt aufhörte, wie andere sich das Rauchen abgewöhnen, brauchte er das Geld noch dringender. Und genau deshalb trug er inzwischen schon seit mehr als zehn Jahren hier die Post aus.
Matthias, der machte längst etwas anderes. Der hatte damals nicht einmal in den Sommerferien darauf wieder bei der Post gearbeitet. Das ist mir dann doch zu langweilig, hatte er zu Herrn Jensen gesagt und in irgendeinem Hotel in den Bergen gekellnert. Hätte Matthias rechtzeitig etwas gesagt und ihn damals mitgenommen, möglicherweise würde Herr Jensen jetzt dort ein Tablett voller Kaffeetassen auf die Terrasse tragen.
»Düring, Düring, Düring, Düring, … DÜRING!«
Mitnehmen war ein wichtiges Thema für seine Mutter. Frau Jensen war der Ansicht, daß ihr Sohn schon immer jemanden gebraucht habe, der ihn mitnahm, in jeder Hinsicht. Du bist nicht einmal im Hochsommer allein ins Freibad gegangen, wenn nicht auch jemand anderes dorthin ging. Wenn du in der Schule mit einem schlechten Schüler befreundet warst, hattest du die zweitschlechtesten Noten, warst du mit dem Klassenbesten befreundet, warst du der Zweitbeste, sagte sie.“

 

 
Jakob Hein (Leipzig, 25 oktober 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn eerste blog van vandaag.

De commentaren zijn gesloten.