12-10-14

Eugenio Montale, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

 

In de tuin

Je daalt de brede laan af
onder een zware azuurblauwe
zomerlucht. Een witte wolk
als van linnen verfrist
de zindering bij je aankomst.
We gaan zitten op het vertrouwde bankje.
Dan opeens een windvlaag
en je strooien hoed begint te tollen.
Je grijpt hem en gaat weer zitten.
Het groen van de grote zeeden is als
een opengevouwen zeil en voert ons weg.
Vanuit deze kust laveren we
langs alle kuststreken,
in een duet van namen, van herinneringen
helemaal terug tot Nervi.
Maar de zon daalt al,
verspreidt zijn prachtig licht in schuine stralen,
verdwijnt, komt terug, en de gedachte aan
avonden gelijk aan deze verdubbelt de horizonten,
vertaalt in andere dagen
dat vluchtig moment, dat verdwijnt.
Zelfs de wind zwijgt nu

 

Vertaald door Ansje Weima en Kees Godefrooij

 

 

De zwaluw

De zwaluw op de tegels opgekruld
had teer op zijn vleugels, vliegen
kon hij vergeten.
Gina, die hem verpleegde,
wreef taaie klonten los met watten zwaar
van olie en eau de cologne, ze kamde zijn veren,
borg hem weg in een mandje, juist zo groot dat hij van lucht
nog iets zou weten.
Erkentelijk mocht je wel zeggen keek hij haar aan
met één oog, het andere zat dicht. Toen at hij twee korrels
rijst, een half slablad, sliep lang. De volgende dag
bij zonsopgang vloog hij ervandoor zonder ook maar
dank je te schreeuwen.
Het kamermeisje boven zag hem gaan.
Wat een haast, kwam ze zeggen. Wij hebben hem nota bene
van de katten gered! Maar ze kunnen het zelf altijd
beter.

 

Vertaald door Eva Gerlach

 

 

In de stilte

Algemene staking vandaag.
Geen mens te zien op straat.
Alleen een transistortje achter de muur.
Sinds kort moet daar iemand wonen.
Hoe moet het nu verder met de productie?
Zelfs de lente talmt om in productie te komen.
De verwarming is voortijdig uitgezet.
De post, beseft men, is van geen belang.
Elk raderwerk moet vroeg of laat eens stokken.
Zelfs de doden werken mee aan het protest.
Zij dragen tot de algemene stilte bij.
Jij ligt onder een zerk. Je wekken heeft geen zin
omdat je altijd wakker bent. Ook vandaag,
nu alles en iedereen slaapt.

 

Vertaald door Frans Denissen

 

 

 
Eugenio Montale (12 oktober 1896 - 12 september 1981)
Portret door Renato Guttuso, 1939


 

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Waakvlam

Eén grote waakvlam is de dag. Een baai
van goud en diepblauw is de hemel. Jij
zit in de tuin en kijkt op als een kraai
hikt van de hitte en krast, of op een lei-
en dak gegriffeld wordt. Je zit te schrij-
ven in het eerste leerjaar. Hou je taai,
't is hanepoot en baksteen. Ben je blij-
ven zitten? En nog vind je niet de draai?
Alleen waar vuur heerst, heilig vuur, ontwaakt
de ware schrijfaandrift. Dat vuur volmaakt
het handwerk van het schrijven, een gedreven
aaneenrijgen van letters die gaan leven
en naderhand het woord, de zin, los zand
tot glas versmolten, hard en transparant.

 

 

Reis om mijn schrijftafel

Sterrenbeelden schietend uit de dierenriem -
Weegschaal uit balans, ascendant: Sextant -
en tussen aardgordels de koers bijster.
De hemel was een valkuil in de wolken.

Overleven? Een werk van lange adem. Nood
brak wet en lente vorst, de dronken boot
de klip. De rekening volgde op het bordje
dat ik zelf te berde had gebracht. Van één

kwamen er andere gedichten: het onpare paar
ten dans, ten baltsdans in een zwermcel.
Mezelf moeizaam herinnerend met ogen

vol vergetelheid, reisde ik, rovend in den
vreemde wat mij na is: een verbeelde boedel,
onveilbaar, die ik je vers voor vers vermaak.

 

 
Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

 

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

Counselors (Fragment)

Whom should I consult? Philosophers  
Are happy in their homes and seminars.
See this one with the mischievous bright childlike  
Gaze going out through walls and air,  
A tangent to the bent rays of the star.  
Hear the chalk splutter, hear the groping voice:  
Conceive the demiurge in his perpetual  
Strife with the chaos of the universe,  
That humming equilibrium of creation  
Pure and enormous, crossed by the constant  
Light of unimaginable combustion:  
Teems, how it teems. An elm tree sighs  
Beyond the dusty windowledge of June.  
As in the mind the notes of a melody  
Vibrate when vibration’s gone, a series  
Generated by a decimal has no end;  
Observe it closely, though; it stops when it stops.  
The frail spectacles are bedimmed with spring.


But whom should I consult? Well-seasoned men,  
Ruddy with business or the salty summer,  
Autumnal in their woolens, gaze
Toward the quick plumes above the city.  
A frosty morning sun reddens the river.  
This one is meditative and well-qualified:  
Decently shined, one heavy saddle-dark  
Perforated brogan swings from the swivel  
Chair arm; leaning back, the head
Well-cropped and grey, the experienced
Eyes quiet, with one highlighted pupil.  
A reader of Herodotus in the evening.  
The road was in receivership, the mills  
Were in receivership, the bondholders  
Suitably informed would not dissent  
From an able plan of reorganization.  
Easy did it.

 

 
Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985)

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Paul Engle werd geboren op 12 oktober 1908 in Cedar Rapids. Zie ook alle tags voor Paul Engle op dit blog en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

Tourist

I am an American tourist in my room writing letters.
Outside the air of Calcutta trembles in the terrible heat.
Air conditioning gently wraps me in cool air.
I call room service and the cold drinks
fly in like tame birds on my bearer's hand.

The Wisdom of the East, I decide, drinking,
would be wiser if it used more American devices
to give the body ease, thus freeing the mind
for meditation on eternity.

I sit there writing careful English,
wanting to make the deliberate phrases prove
that I really am here in an Asian country,
a jet-propelled Marco Polo,
my blood stream brave with shots and antibodies.

Outside the window, screams.
They go on and on, each an echo of the other,
in a dark, small, desperate voice.

I am outraged by that rage.

Who can write words, hearing that wordless noise?
Did I fly over oceans and mountains
to sit here and yell at that yelling?

I rush out to the street
wearing indignation and a dark businessman's suit.

Sound stops.

A thin and hungry woman has just given
her brown breast to a hungry child.
Nothing of her has fulness but that breast.

In this heat, even my eyes sweat!

I wrap my shame in a smile like spit in a Kleenex.

 

 
Paul Engle (12 oktober 1908 – 25 maart 1991)

 

 

De Amerkaanse schrijfster Ann Petry werd geboren op 12 oktober 1908 in Old Saybrook, Connecticut. Zie ook alle tags voor Ann Petry op dit blog en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

Uit: The Street

He looked out toward the lobby of the hotel, attracted by the sound of voices. A white cop was arguing with a frowzy-looking girl who had obviously had too much to drink.
"I got a right in here. I'm mindin' my own business," she said with one eye on the bar.
"Aw, go chase yourself." The cop gave her a push toward the door. She stumbled against a chair.
William watched her in amusement. "Better than a movie," he told himself.
She straightened up and tugged at her girdle. "You white son of a bitch," she said.
The cop's face turned a furious red. He walked toward the woman, waving his nightstick. It was then that William saw the soldier. Tall Straight. Creases in his khaki pants. An overseas cap cocked over one eye. Looks like Sam looked that one time he was home on furlough, he thought.
The soldier grabbed the cop's arm and twisted the nightstick out of his hand. He threw it half the length of the small lobby. It ratted along the floor and came to a dead stop under a chair.
"Now what'd he want to do that for?" William said softly.
(…)

“She held the paper in her hand for a long time, trying to follow the reasoning by which that thin ragged boy had become in the eyes of a reporter a 'burly Negro.' And she decided that it all depended on where you sat how these things looked. If you looked at them from inside the framework of a fat weekly salary, and you thought of colored people as naturally criminal, then you didn't really see what any Negro looked like. You couldn't because the Negro was never an individual. He was a threat, or an animal, or a curse, or a blight, or a joke.”

 

 
Ann Petry (12 oktober 1908 – 28 april 1997)
Cover 

 

 

De Franse schrijver Louis Hemon werd geboren op 12 oktober 1880 in Brest in Bretagne. Zie ook alle tags voor Louis Hemon op dit blog en eveneens mijn blog van 12 oktober 2010.

Uit: Maria Chapdelaine

« ─ Les travaux du quai vont recommencer... J'ai reçu de l'argent du gouvernement, et tous ceux qui veulent se faire engager n'ont qu'à venir me trouver avant les vêpres.  Si vous voulez que cet argent-là reste dans la paroisse au lieu de retourner à Québec, c'est de venir me parler pour vous faire engager vitement.
Quelques-uns allèrent vers lui; d'autres, insou¬ciants, se contentèrent de rire.  Un jaloux dit à demi¬-voix:
─ Et qui va être un foreman à trois piastres par jour?  C'est le bonhomme Laliberté...
Mais il disait cela plus par moquerie que par malice, et finit par rire aussi.
Toujours les mains dans les poches de son grand manteau, se redressant et carrant les épaules sur la plus haute marche du perron, Napoléon Laliberté continuait à crier très fort.
─ Un arpenteur de Roberval va venir dans la paroisse la semaine prochaine.  S'il y en a qui veulent faire arpenter leurs lots avant de rebâtir les clôtures pour l'été, c'est de le dire.
La nouvelle sombra dans l'indifférence.  Les cul¬tivateurs de Péribonka ne se souciaient guère de faire rectifier les limites de leurs terres pour gagner ou per¬dre quelques pieds carrés, alors qu'aux plus vaillants d'entre eux restaient encore à défricher les deux tiers de leurs concessions, d'innombrables arpents de forêt ou de savane à conquérir.
Il poursuivait:
─ Il y a icitte deux hommes qui ont de l'argent pour acheter les pelleteries.  Si vous avez des peaux d'ours, ou de vison, ou de rat musqué, ou de renard, allez voir ces hommes-là au magasin avant mercredi ou bien adressez-vous à François Paradis, de Mistassini, qui est avec eux.  Ils ont de l'argent en masse et ils paye¬ront cash pour toutes les peaux de première classe.
Il avait fini les nouvelles et descendit les marches du perron.  Un petit homme à figure chafouine le remplaça.
─ Qui veut acheter un beau jeune cochon de ma grand-race? demanda-t-il en montrant du doigt une masse informe qui s'agitait dans un sac à ses pieds. »

 

 
Louis Hemon (12 oktober 1880 - 8 juli 1913)
Affiche in Brest 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Paula von Preradović werd geboren op 12 oktober 1887 in Wenen. Zie ook alle tags voor Paula von Preradović op dit blog.

 

Trabakel

Es fahren die Fischer um Scombri heut aus.
Borin bläht die blutrot bemalten Lateiner;
Im Frischen der Brise wird blässer und kleiner
Die Kiefer der Küste, des Zollwächters Haus.

Es schlagen die Segel beim Reffen und Wenden.
Es feuern die Männer, sie kochen und kauern
Am Boden des Bootes beim Wein und den sauern
Fisolen, getreulich die Taue in Händen.

Zum Abend, da müssen die Netze sie heben.
Von schuppichtem Zappeln, von silbrigem Leben
Ist blinkend die bauchige Barke bewohnt.

Heimkehren die Müden in Traumesgedanken.
So schwarz wie der Wein, den die Durstigen tranken,
Erdunkelt ihr Segel im sinkenden Mond.

 

 
Paula von Preradović (12 oktober 1887 – 25 mei 1951)

De commentaren zijn gesloten.