02-10-14

Dimitri Verhulst, Göran Sonnevi, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius, Waltraud Anna Mitgutsch

 

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

 

De dood viel op een dinsdag

De dood viel op een dinsdag en je was er niet.
In bad zat ik, ik uitte onderwaterwensen tot ik
happend naar jouw adem mijn bespiegeling te boven kwam.
Piano's sloegen hun vlerken uit en wachtten op vingers,
op de gedachte aan je lichaam die hem in de vingers zat.
Aders marmerden mijn armen dieper en dieper dan een glas
was de stem die jou plechtig aan het hoofd bracht
van al mijn onbegonnen doch gezongen brieven.

Zo liet ik mij te water, zo lag ik te baden in dat lied.
Met mijn erectie linea recta naar jouw sterrenbeeld.
Een dinsdag en de dood, zei ik. Je was er niet.

Verliefdheid is ook ruimschoots op voorhand droevig zijn
om een mislukken dat nog niet mogen beginnen is.

 

 

Liefde over duizend jaar

Liefde over duizend jaar
dat zijn jij en ik vandaag
maar dan op betere matrassen

Misschien de mannen
iets of wat langere kalebassen
in retromodieuze kamerjassen.
Misschien de vrouwen
nog meer nachtcrème in hun vouwen
en de stiltes tussen hen
al te danig draaglijk

Men tost of men de cd van de specht
of die van een kwakend beest opzet
als men geniepig gaat vossen
in de plastic bossen
van Barvaux of daaromtrent.

Liefde over duizend jaar;
die helse hemel en evenzeer onzeker
als jij en ik vandaag.

 

 
Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)


 

De Zweedse dichter en vertaler Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Göran Sonnevi op dit blog.

Uit: Mozart's Third Brain (Vertaald door Rika Lesser)

LIX

How am I to reach the greater integration?  It can come only
from what is free of strain; the enormous compactness, its lightness, its weight. . .   I touch you with the gray wing
I touch your brown cheek with my wing   I saw you
walk among the flowers, among your tall tulips
The glass-clear wave of tenderness; tears that come then. . .
Immortal we are mortal; mortal we are immortal—

Forms that arise within us   The leap constantly occurs
The translations   The testing out   We risk our lives on
the durability of these forms, their ability to describe
the world   And yet not one of them holds   We see the spent forms, from outside
And yet they were life   No life forms are eternal   This is liberation

Interior theater   What is neither Germany, nor Bosnia   Nor
any other country, not even a utopia   As in a huge
absence; where all seem to sit with their faces turned away
Entre-visages, I thought once, and saw before me
faces turned toward each other, their contacts, through absence
itself, the averted state   We are there alone   With the terror
I hear the wind in the trees in the rain   The sound of all the new leaves
The sound of all the new children   While they are swept into the vortex. . .

The heart bears its simplifications   Its wings rattle
In the burning brain are convection currents of feeling
The burning heart bears its chill, its wrath
Before us new wars, new revolutions   Once
I myself was prepared; in any case emotionally   Intellectual
preparations   The movements of the real were greater by far
I am burned   Gasoline soon extinguishes the burning house

 

 
Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Greene werd geboren op 2 oktober 1904 in Berkhamsted, Hertfordshire. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Graham Greene op dit blog.

Uit: Het geschonden geweten (The Power And The Glory, vertaald door H.W.J. Schaap)

“… De gedachte dat er nog mensen waren die in een liefderijke en barmhartige God geloofden, maakte hem woedend. Er zijn mystici van wie beweerd wordt dat zij Gods aanwezigheid rechtstreeks hebben ervaren. Hij was ook een mysticus, maar het enige dat hij ooit had ervaren, was een gevoel van leegte, een volstrekte zekerheid omtrent het bestaan van een stervende, steeds verder afkoelende wereld en van menselijke wezens, die hun ontstaan dankten aan een volslagen doelloze ontwikkeling van dier tot mens. Daar wist hij alles van. (…) Hij geloofde heilig in het bestaan van de koude, lege wereldruimte, dwars tegen het getuigenis van zijn zinnen in. (…) De kinderen van de nieuwe generatie zouden nieuwe herinneringen hebben. Niets zou ooit meer worden zoals het vroeger was geweest. Hij had iets van een priester in de ingespannen opmerkzame wijze, waarop hij voortliep – hij deed denken aan een godgeleerde, die zijn blik liet teruggaan over de dwalingen van het verleden, om ze nogmaals uit te roeien…”.
(…)

“... God is werkelijk liefde. Ik zal niet beweren dat ons hart ‘niets’ van die liefde proeft, maar hoe weinig en hoe onzuiver. Wij proeven niets van die liefde dan een heel klein glaasje, vermengd met een liter gootwater. We zouden die liefde niet eens kunnen herkennen. We zouden misschien wel denken dat het geen liefde was, maar haat. Gods liefde is iets waarvan we doodsbang zouden worden. Die liefde liet een braambos midden in de woestijn in brand vliegen en smeet de graven open en liet de doden in het duister rondwandelen. Iemand als ik zou vluchten zo hard hij kon, als hij maar vermoedde dat die liefde in zijn nabijheid was…”.

 

 
Graham Greene (2 oktober 1904 – 3 april 1991)
Henry Fonda in de film  “The Fugitive” uit 1947, gebaseerd op “The Power And The Glory”

 

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The High-Toned Old Christian Woman

Poetry is the supreme fiction, madame.
Take the moral law and make a nave of it
And from the nave build haunted heaven.Thus,
The conscience is converted into palms,
Like windy citherns hankering for hymns.
We agree in principle.That's clear.But take
The opposing law and make a peristyle,
And from the peristyle project a masque
Beyond the planets.Thus, our bawdiness,
Unpurged by epitaph, indulged at last,
Is equally converted into palms,
Squiggling like saxophones.And palm for palm,
Madame, we are where we began.Allow,
Therefore, that in the planetary scene
Your disaffected flagellants, well-stuffed,
Smacking their muzzy bellies in parade,
Proud of such novelties of the sublime,
Such tink and tank and tunk-a-tunk-tunk,
May, merely may, madame, whip from themselves
A jovial hullabaloo among the spheres.
This will make widows wince.But fictive things
Wink as they will.Wink most when widows wince.

 

 
Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Gryphius (gelatiniseerde naam van Andreas Greif) werd geboren op 2 oktober 1616 in Glogau (Silezië). Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Gryphius op dit blog.

Auff den Tag der vnschuldigen Kindlein

Auff den Tag der vnschuldigen Kindlein. Matth. 2.

Nicht! klage Rachel nicht! ob gleich dir zarte Reben
Die Kinder deiner Brust in Auffgang ihrer Zeit
Von mehr als grausem Sturm/ der Schwerter abgemäyt!
Es ist so gantz nicht auß! ach traure nicht! sie leben.
Die Lämblein so ihr Blutt fürs wehrte Lamb gegeben
Sind itzt nach kurtzer Angst/ vnd kaum erkandtem Leid
In dem besternten Sitz der grossen Herrligkeit
In dem sie Gottes Rath/ vnd hohes Lob erheben.
O selig/ wer noch eh der Mund kan Christum nennen
Die Glieder vor ihn gibt/ wer auß der Mutter Schoß
Die Marter Kron ergreifft/ vnd tritt ins Himmels Schloß!
O selig/ wer noch/ eh er seinen Feind kan kennen
Schon überwunden hat/ wer/ eh er Sünde spürt
Vnd eh er weiß was tod/ von beyden triumphirt!

 

 
Andreas Gryphius (2 oktober 1616 - 16 juli 1664)
Kindermoord te Bethlehem door Peter Paul Rubens, rond 1610

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en literatuurwetenschapster Waltraud Anna Mitgutsch werd geboren in Linz op 2 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Waltraud Anna Mitgutsch op dit blog en ook mijn blog van 2 oktober 2010

Uit: Die Züchtigung

„War deine Mutter so wie du, fragt meine zwölfjährige Tochter, während sie sich an die Badezimmertür lehnt und mich beim Kämmen betrachtet. Die Frage überfällt mich aus vielen Jahren Schweigen heraus. Ich lasse mein gescheiteltes Haar über die Augen fallen. Nein, sage ich, nein, deine Großmutter war ganz anders. Wie anders? Stell dir das Gegenteil vor. Sie zögert, sieht mich fragend an. Wie soll sie sich das Gegenteil vorstellen, wenn ich ihr ein Rätsel bin. Ein Rätsel und eine Selbstverständlichkeit. Wie meine Mutter für mich, bis heute.
Andere Leute mußten sie mir erklären, als sie tot war. Ihr Gesicht, spitz und streng, unnahbar durch das Sargfenster. Mama, sagte ich und dachte, sie müsse die Augen öffnen, zumindest für mich. Sie hatte zu riechen begonnen, sie war drei Tage aufgebahrt. Zu Hause schob ich ein Foto in einen Rahmen, meine Mutter mit ihrer zweijährigen Tochter, aufrecht, mit hochgetürmter Frisur, sitzt sie da, unnahbar.
Ihre kräftigen Hände umklammern meine Kinderärmchen wie Vogelkrallen. Schau nicht so streng, ich brauche dich, sagte ich zu dem Foto. Ich hielt ihren Blick nicht lange aus, dann legte ich das Foto wieder zu den anderen zurück. Sie war eine unglückliche Frau, sagten die Trauergäste, enttäuscht vom Leben, sie hatte zu niemandem Vertrauen.
Kein Mensch mochte sie, sagte die Frau, die mein Vater ein Jahr später heiratete, verächtlich. Sie kam mit niemandem aus. Ich erinnerte mich, wenn sie zitternd vom Einkaufen zurückkam, Bitt-schön-Frau-Doktor war wieder dort, da muß unsereiner natürlich warten. Die vielen Demütigungen von dreißig Jahren, ich hatte sie miterlebt, als seien sie mir zugefügt worden, mir, der Achtjährigen, die wehrlos auf dem Sofa lag, während sie ihren angesammelten Haß über mich ergoß, wieder und wieder, bis ich weinte vor Schmerz und Wut. Später haßte ich sie dafür, dann vergaß ich sie.“

 

 
Waltraud Anna Mitgutsch (Linz, 2 oktober 1948)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2011 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.