30-09-14

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Eli Wiesel, Roemi, Henk Spaan

 

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

Uit:Een nieuw monument

“Vondel verloor er vijf en dichtte door, of zijn poëzie erdoor gewonnen heeft, is de vraag. Bij het graf van mijn leeftijdgenoten onderga ik schaamteloos een gevoel van triomf dat, wonderlijk genoeg, niet wordt getemperd of bedorven door het vooruitzicht eenmaal zelf tot die doden te zullen behoren, en weerloos als ik dan ben het bezoek te moeten gedogen van onbekenden met eenzelfde morbide nieuwsgierigheid als de mijne.
(…)
Ik gedachten liep ik naar de uitgang waar het hek werd opengehouden door iemand die ik pas op het laatst opmerkte, een nog jonge man, mager als de dood, een hark als een zeis over de schouder. Hij stelde zich na zijn groet voor als degene die met het onderhoud van de begraafplaats was belast. Zijn opgewekte toon en vrijmoedige oogopslag maakten duidelijk dat hij geenszins onder zijn taak gebukt ging, en waarom zou hij ook, nergens was het leven zo’n voorrecht als onder de rook van de doden. Na die welhaast wijsgerige opmerking die mij overigens eerder deed denken aan cremeren dan aan begraven, durfde ik hem wel naar het lot van John Mount in zijn lege graf te vragen.” 

 

 
Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

Lees meer...

29-09-14

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno, Miguel de Cervantes, Akram Assem

 

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

Uit: Autobiografische flitsen en fratsen

“Van zijn plaats aan het hoofd van de eikehouten tafel, aan weerszijden waarvan hij persoonlijk twee banken had getimmerd, die trapsgewijs van zijn kant opliep tot het tafeleinde waar mijn moeder placht te zitten als zij niet in het kraambed lag, waar ik, op de hoogste, dus laagste bank van die trap, en de trap van die bank, was komen te zitten tegenover mijn zusje Roosje, dat reeds negen en een halve maand oud was, riep mijn vader, met stentorstem, dat spreekt, mijn moeder, die tussen de geurige lakens nog wat van de schrik lag te bekomen - ze zeggen dat ik als dreumes niet al te florissant geoogd heb - een ‘Goed werk!’ toe, een ‘Kranig gedaan!’, en tot slot nog een ‘Een wolk van een jongen!’ al heeft hij volgens ooggetuigen bij het laatste compliment nogal peinzend gekeken. De vroedvrouw en de dokter, die in een antiseptische pas-dedeux rond de sponde dribbelden, waarop mijn moeder lag uitgestrekt, elkaar onderwijl meer dan eens snaaks in de billen knijpend, wat door mijn zusjes afkeurend werd geregistreerd voor de toekomst, deden toen van ‘Ssssssssssssst...’, de lippen getuit alsof ze aan het wedstrijdspuwen waren en nu ieder de eigen fluim stonden na te ogen, zoals een dominee, die een stichtende volzin het kerkgebouw in geaardappelpureed heeft en nu met welgevallen de uitwerking in ogenschouw neemt, zoals William H. Masters m.d. en Virginia E. Johnson, die net een in een prikkelende vloeistof gedompeld staafvormig object in een proefpersoon gedompeld hebben en nu attent de instrumenten en tintveranderingen opnemen die van het effect getuigenis afleggen, zoals Loumeisjes, die gevieren gearmd & zingend over het trottoir lopen, - ook tegen ons, zingende kleuters en andere minderjarigen, en er trad een periode van welverdiende rust in.
Voor mij op tafel werd een nap met pap neergeplant, waar ik goedgemutst & bibeleboms uit begon te bunkeren, met een zekere gejaagdheid ook, alsof ik mij reeds duidelijk realiseerde dat een moment later de Tweede Wereldoorlog rustig eten onmogelijk zou maken, dat ik nachten lang, door mijn moeder, een sterke vrouw, in een trappelzak gepropt en zonder veel omslag tussen nederfluitende bommen & granaten door de kelder ingesjord, waar mijn ouders en het bijbehorend grut schuilplaats zochten tegen de bombardementen, die in die tijd aan de orde van de dag & nacht waren, zou moeten verblijven. (En dan hebben ze wat te zeggen als ik nu een stroeve knaap ben!).”

 

 
Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Lees meer...

Herinnering aan Hella Haasse

 

Herinnering aan Hella Haasse

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hella Haasse is vandaag precies drie jaar geleden overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

 

In deze zeeën die ik mij verkoos

In deze zeeën die ik mij verkoos,
lig ik verdronken, eindeloos
diep op den bodem, zonder wil.
Het water boven mij staat stil.

Zo ben ik in een transparanten doos
geklonken, ver van storm en hoos
stortzee en vloed - mijn hart doet pijn,
het wil een snelle zeemeeuw zijn,

een zil'vren vis, beweeg'lijk in den stroom.
Maar als een anemoon, die loom
om donker water wiegt en deint
en aan het eigen spel verkwijnt,

sta ik geworteld in vervloekte rust,
van tij noch keertij mij bewust,
diep op den bodem zonder wil.
Het water boven mij staat stil.

 

 
Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

18:59 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hella haasse, romenu |  Facebook |

28-09-14

Philip Huff, Ellis Peters, Ben Greenman, Thijs Zonneveld, Prosper Mérimée

 

De Nederlandse schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Boek van de doden

“De pijn van mijn bovenarm straalt nu ook uit naar mijn schouder. De huizen van de Vijzelgracht trekken aan ons voorbij. Hier en daar zijn nog lampen aan.
Mijn neus is een schoorsteen voor hete lucht, mijn borstkas de korf waarin de kolen gloeien. En mijn hart bonkt hoog en hard en hevig in mijn hals, op de vlucht voor de hitte.
De drugs zijn als een druppel inkt in een glas water en geven nu kleur aan mijn gedachten.
Op de Stadhouderskade zeg ik tegen de taxichauffeur: ‘Kunt u hier rechtsaf gaan?’
De lobby van het hotel op de Prinsengracht is hoog en groot en licht. Het is een van de weinige hotels waar ik niet met Victoria ben geweest. De liftschachten zijn van glas gemaakt; een zwart, metalen mechaniek schuift langzaam omhoog. In de stoelen van de lounge zitten vier mensen. Amerikanen, zo te horen. Ik heb moeite met de twintig stappen naar de receptie. Het is heel licht in mijn hoofd en ik heb het warm, mijn hart slaat zo snel dat het amper bloed rondpompt.
‘Goedenavond,’ zeg ik tegen de vrouw achter de balie. ‘Vannacht wilden wij de romantiek hoogtij laten vieren.’ Ik ben blij dat ik iets heb om tegenaan te leunen, want ik klink bijna buiten adem. Ik kijk kort over mijn schouder, naar Hannah, die nog bij de schuifdeuren naar een of andere foto staat te kijken. ‘Wat wij ons afvroegen,’ zeg ik, ‘is of u nog kamers heeft.’
De vrouw knikt. Ze draagt een zwart mantelpak. ‘Wilt u uitzicht op de binnentuin of op het water?’
Hannah komt naast mij staan.
‘Zeg het maar,’ zeg ik. ‘De tuin of het water?’
‘Het water,’ zegt ze, en ze lacht.”

 

 
Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

Lees meer...

Albert Vigoleis Thelen, Francis Turner Palgrave, Rudolf Baumbach, Noël Laflamme, Agnolo Firenzuola, Waclaw Berent

 

De Duitse schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voorAlbert Vigoleis Thelen op dit blog.

Uit: Die Insel des zweiten Gesichts

„Vor einer anderen Fonda stand händeringend der Wirt und wehrte sich zweier Gäste, die ihm, wie es schien, zu Leibe gehen wollten. Ich trat als Führer dazwischen. Also endlich lasse ein Führer sich sehen! und was das wieder für eine namenlose Schweinerei sei - "bitte, kommen Sie mit!"
Die Fonda war nicht so hochromantisch wie die Taberne zum Schreibenden Cervantes, aber doch auch typisch spanisch, sogar echt mallorquinisch. Drei Dutzend Menschen blickten mir finster entgegen. Raubmord? Vergewaltigung?
"Herr Führer, sind Sie Deutscher?"
"Spanier, aber in Deutschland aufgewachsen." "Dann sind Sie ja mit unserer Sprache genügend vertraut, um zu wissen, was ein Saufraß ist. Das hier ist ein Saufraß, das gehört in den Trog."
Der Sprecher der Rotte zeigte auf seinen Teller, auf dem ein gerösteter Fisch lag, der sich vor Verzweiflung in den Schwanz biss, in der Sprache der feinen Küche: er war gekrollt. Ich kannte die Art, ein fades Essen, nur mit viel Zitrone zu genießen, freilich sehr nahrhaft, hochprozentiger Eiweißträger. Wenn in einer so kleinen Stadt und noch ohne rechtzeitige Anmeldung die Touristen zu Tausenden abgespeist werden mussten, griffen die Köche zu diesem Fisch, der sich in großen Mengen rasch und billig fangen lässt. Der Wirt konnte sich nicht verständlich machen, die Kellner blickten voll Verachtung auf die schimpfenden Fremden, die wie Sträflinge in den Hungerstreik getreten waren. Zu Hause fraß das Hering mit Sauerkraut. Ich musste handeln, heiliger Petrus, stehe deinem Vigoleis bei! Ich klopfte ans Glas und bat um Gehör:
Die Deutschen seien ein großes Volk, ein begabtes Volk, ein kluges Volk.“

 

 
Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 - 9 april 1989)

Lees meer...

Robert Thomas

 

De Franse schrijver, regisseur en acteur Robert Thomas werd geboren op 28 september 1927 in Gap. Thomas ontdekte op de leeftijd van 14 jaar zijn passie voor het moderne theater. Op zijn 18e verliet hij zijn familie en ging naar Parijs, waar hij als telegrafist en als figurant in meer dan 50 films in zijn levensonderhoud voorzag, maar daarnaast schreef hij ook toneelstukken, die echter niet uitgevoerd werden. Na zijn militaire dienst werkte hij in Rouen in het theater. Met zijn achtste stuk kwam het grote succes en de Prix du Quai des Orfèvres. Het was het detectivespel “Piège pour un homme seul” (1960), dat in hetTheater Bouffes-Parisiens furore maakte. Thomas is ook de auteur van het spel “Huit Femmes”, dat in 2002 door François Ozon als “8 femmes” voor de film werd bewerkt. De theaterman Robert Thomas was van 1970 tot zijn dood in 1989 tevens directeur van "Theater Eduard VII" in Parijs en hij regisseerde de films "La Bonne Soupe" (1963) en "Patate" (1964). In Nederland werd in het seizoen 1961/62.zijn stuk ”De duivel hale ze !” (Que le diable l'emporte!),vertaald door Paul Rodenko gespeeld.

Uit:Piège pour un homme seul

La salle de séjour dans un chalet aux environs de Chamonix. Ameublement. rustique, etc. Une porte conduit à l'office, un petit escalier aux chambres. Au fond, grande baie avec terrasse et panorama alpestre. Un bel automne.
Fin d'après-midi. Soleil pourpre.
Un certain désordre règne dans la pièce. Daniel, enveloppé dans une robe de chambre, est allongé sur le grand divan et lit un magazine. Il se sert copieusement du whisky et boit entre les bouffées de sa cigarette.
Un bruit de voiture qui s'arrête et une portière qui claque.
Daniel se dresse d'un bond et va à la baie.
Apparaît le commissaire de police.
Daniel : Bonjour, monsieur le Commissaire... Entrez...
Le Commissaire : Je ne fais que passer, monsieur Corban.
Daniel : Alors ? Alors ?
Le Commissaire : Alors... rien !
Daniel : Comment rien ?
Le Commissaire : Aucune nouvelle.
Daniel : Vous faites 5 kilomètres de Chamonix à ici pour m'annoncer que vous n'avez pas fait d'enquête ?
Le Commissaire : J'ai fait un rapport. Il suit son cours.
Daniel : Il suit son cours. Je n'en ai rien à faire. Ce que je veux, ce sont des résultats. Avez-vous des nouvelles de ma femme ? Oui ou non ?
Le Commissaire : Je vous en prie, ne criez pas, Monsieur, ou je repars!"

 

 
Robert Thomas (28 september 1927 - 3 januari 1989)

19:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: robert thomas, romenu |  Facebook |

27-09-14

Dolce far niente, Hans van Weely, Ignace Schretlen, Ko de Laat

 

Dolce far niente

 

 
Oude ansichtkaart van Ponypark Slagharen

 

 

Ponypark Slagharen

Het is niet erg
dat het leven geen zin heeft

er is voedsel genoeg
en huilen mag om illusies
die verdwijnen -

ik ben een kind
uit de tijd van wederopbouw

en weet verdriet
bestaat sinds heugenis, dus lang
voordat de Duitsers kwamen.

Alles is gezegd,

maar ga nooit
naar Ponypark Slagharen,

verwek geen kinderen op
een zinkend schip.

 

 

 
Hans van Weely (1945)*
Slagharen (geen portret beschikbaar)

 

 

* De Nederlandse dichter Hans van Weely publiceerde o.a. de bundels ‘Verzuim aan dode dingen’ (1969) en ‘De ideale lijn’ (1980)

Lees meer...

26-09-14

60 Jaar Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer. Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon, William Self

 

60 Jaar Bart Chabot

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Bart Chabot viert vandaag zijn 60e verjaardag. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

 

IJstijd

Die avond vertrok een auto
richting snelweg
en de honden blaften niet

het dashbordvak was leeg
op een kaart van west-europa na
een pak tissues
een aangebroken rol pepermunt
er woedde koude
oorlog in mijn hoofd

we reden zwaar weer tegemoet
tegenliggers voerden groot
licht in de verte

wij naderden
de interzone
niemandsland

het grensgebied

 

 

Uit: Diepere Lagen

“Het goeie nieuws, Bart, dat is… Je gaat er niet dood aan.”
“Nou,” antwoordde ik, “is me dat even een meevaller.”
“Daar heb je het goeie nieuws,” zei Gerard, “dan ook meteen mee gehad.”
Gerard ging zitten.
“Wat is het?” vroeg ik. “Wat mankeer ik?”
“Je hebt een brughoektumor.”
Ik keek naar mijn lief en zij keek naar mij.

(…)

‘Jezus, pap!’ zei Storm toen hij de volgende dag uit school kwam. ‘Dit kan écht niet hoor!’
‘Zo erg is het toch niet, jong?’
‘Dacht ’t wel, pap!’ Hij keek me met afgrijzen aan. Was ik zijn papa wel?
Toen klaarde zijn gezicht op. ‘Pap, haal jij Halloween?’
‘Hoezo, Storm?’
‘Nou, dan kun je met ons mee, een hele stoet buurtkinderen, gaan we met jou de deuren langs, jij als zombie."

 

 
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

Lees meer...

25-09-14

David Benioff, Carlos Ruiz Zafón, Andrzej Stasiuk, William Faulkner, Patricia Lasoen

De Amerikaanse schrijver David Benioff (pseudoniem van David Friedman) werd geboren in New York City op 25 september 1970. Zie ook alle tags voor David Benioff op dit blog en ook mijn blog van 25 september 2010.

Uit: The 25th Hour

Monty squats near the dog and inspects him. From this angle it is clear that the pit bull has been badly abused. One ear has been chewed to mince; his hide is scored with cigaretteburns; flies crawl in his bloodied fur.
MONTY (CONT'D)
I think maybe his hip—The dog pounces, jaws snapping,; lunging for Monty's face. Monty stumbles backwards. The dog, too badly injured to continue the attack, remains in his crouch, growling. Monty sits on the pavement, shaking his head.
MONTY (CONT'D)
Christ. (beat) He's got some bite left.
KOSTYA
I think he does not want to play with you. Come, you want police to pull over?You want police looking through your car?
MONTY
Look what they did to him. Used him for a fucking ashtray.Monty stands and dusts his palms on the seat of his pants.
MONTY (CONT'D) Let's get him in the trunk.
KOSTYA
What?
MONTY
There's a vet emergency room on the EastSide. I like this guy.
KOSTYA
You like him? He tries to bite your face off. Look at him, he is meat. You want some dog, I buy you nice puppy tomorrow. Monty is not listening. He walks back to his car, opens the trunk, pulls out a soiled green army blanket. Kostya holds up his hands: stop.
KOSTYA (CONT'D) Wait one minute, please. Please stop one minute? I do not go near pit bull. Monty? I do not go near pit bull. Monty, carrying the army blanket, walks back toward the dog.
MONTY
This is a good dog. I can see it in his eyes. He's a tough little bastard.
KOSTYA
Sometimes I think you are very stupid man."

 

 
David Benioff (New York, 25 september 1970)

Lees meer...

Niccolò Ammaniti

 

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Ammaniti's eerste boek “Branchie” (vertaald als “Kieuwen”) kwam in 1994 uit. Eigenlijk was Ammaniti bezig af te studeren aan de universiteit van Rome in biologie en moest hij alleen nog zijn scriptie schrijven. Maar de scriptie over vissen werd uiteindelijk een roman over een jongen die voor zijn hobby aquaria bouwt. In 1995 schreef hij “Nel nome del figlio” op initiatief van zijn vader, Massimo Ammaniti. Het is een verhaal over de problemen van adolescenten. In 1996 volgde “Fango”, een verzameling verhalen die hem bekendheid gaf bij het grotere publiek. En een jaar later werd van hem het hoorspel “Anche il sole fa schifo” (Ook de zon staat tegen) uitgezonden op RadioRai. Ammaniti’s eerste bestseller “Io non ho paura” (vertaald als “Ik ben niet bang”) bezorgde hem in 2001 Il Premio Viareggio en door de vele herdrukken. De verfilming van “Ik ben niet bang door Gabriele Salvatores”, met een script geschreven door Ammaniti zelf en Francesca Marciano, leverde hen zelfs diverse nominaties op. Voor zijn volgende roman “Come Dio Comanda” (vertaald als “Zo God het wil”) ontving Ammaniti de meest prestigieuze Italiaanse literaire prijs, de Premio Strega. In Nederland werd Ammaniti's grootste bestseller “Ik haal je op, ik neem je mee” (“Ti prendo e ti porto via”, 1999). De roman “Che la festa cominci” (vertaald als “Laat het feest beginnen”) verscheen in 2009. In 2011 verscheen “L'ultimo capodanno dell'umanita”(vertaald als “Het laatste oudejaar van de mensheid”. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Laat het feest beginnen! (Vertaald door Etta Maris)

"De Beesten van Abaddon zaten aan een tafeltje in Pizzeria Jerry 2 in Oriolo Romano.
Hun leider, Saverio Moneta, bijgenaamd Mantos, was bezorgd.
De toestand was kritiek. Als hij er niet in zou slagen opnieuw de leiding over de sekte in handen te krijgen, zou dit weleens de laatste bijeenkomst van de Beesten kunnen zijn.
De leegloop was kort geleden begonnen. Als eerste was Paolino Scialdone, bijgenaamd de Zeisman, weggegaan. Zonder een woord te zeggen had hij hen in de steek gelaten en was hij overgelopen naar de Kinderen van de Apocalyps, een satanische groep in Pavia. Een paar weken later had Antonello Agnese, bijgenaamd Molten, een tweedehands Harley-Davidson gekocht en zich aangesloten bij de Hells Angels van Subiaco. En ten slotte was Pietro Fauci, bijgenaamd Nosferatu, rechterhand van Mantos en historische grondlegger van de Beesten, getrouwd en eigenaar van een winkel in thermohydraulica in Abetone.
Ze waren nu nog maar met z’n vieren.
Er moest heel ernstig gepraat worden, ze moesten opnieuw tot gehoorzaamheid worden gedwongen en er moesten nieuwe volgelingen worden geronseld.
‘Mantos, wat neem jij?’ vroeg Silvietta, de vestaalse maagd van de groep. Een uitgedroogde krent met bolle ogen die uitpuilden onder de smalle wenkbrauwen die te hoog op haar voorhoofd stonden. Aan een neusvleugel en midden op haar lip droeg ze een zilveren ringetje.
Saverio wierp een terloopse blik op de menukaart. ‘Ik weet niet... Een pizza marinara? Nee, beter maar van niet, knoflook valt me altijd zo zwaar op de maag... Vooruit, ik neem de pappardelle.’
‘Die maken ze hier niet zo goed klaar, maar het is wel lekker!’ luidde de goedkeurende reactie van Roberto Morsillo, bijgenaamd Murder, een dikzak van bijna twee meter met lang, zwart geverfd haar en een vettige bril. Hij droeg een uitgelubberd Slayer-shirt. Hij kwam uit Sutri, studeerde rechten in Rome en werkte in het Brico doe-het-zelfcenter in Vetralla.”

 

 
Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: niccolò ammaniti, romenu |  Facebook |

Michael Reefs

 

De Nederlandse schrijver Michael Reefs werd op 25 september 1986 geboren in Heerlen en groeide op in het Limburgse Vaals. Al sinds zijn twaalfde werkt hij zijn bijzondere ideeën uit tot spannende, fantasievolle verhalen. Na zijn opleiding aan de Pabo ging Michael aan de slag bij een landelijke speelgoedketen, waar hij nu nog steeds met veel plezier werkt. Daarnaast heeft hij zich de laatste jaren ontwikkeld tot app-specialist en is hij nog steeds ijverig aan het schrijven. In 2004 begon Michael aan een avontuurlijke fantasyserie: De Bieb-bende. Pas in 2011 was de hele serie klaar, waarna hij besloot om het eerste deel te publiceren. De Bieb-bende bleek al snel een succes te zijn.

Uit: De Legende van de Hemelrijders

“De rand van de top had ze nu al een heel eind achter zich gelaten, maar het akelige huisje kwam steeds meer tevoorschijn tussen de bomen. Van dichtbij zag je duidelijk dat het al honderden jaren oud was en al lang niet meer bewoond was. Het bestond volledig uit hout en op de plaatsen waar eens ramen hadden gezeten, zaten nu diepe zwarte gaten. Ook de houten deur, die scheef in het kozijn hing, had de jaren nauwelijks overleefd. De planken waren half verrot, met grote kieren en scheuren.
Luca liep iets langzamer. De stemmen van de anderen klonken steeds verder weg. Hierboven kon ze de eenzaamheid goed voelen. Het was er nog kouder dan beneden, alsof er een wind om het huis heen waaide. Misschien een soort beveiliging om iedereen weg te houden, dacht Luca. Toch liep ze verder. Telkens een stap dichterbij het huis. Totdat haar voeten niet meer verder wilden. Ze bleef staan. De wind was gaan liggen en het werd muisstil. Het huis veranderde, alsof er plotseling een waas over haar ogen lag. Ze probeerde de waas weg te wrijven, maar de vlek ging niet weg. Het werd zelfs nog erger.
De hele plek trilde onder Luca’s voeten. Waarschijnlijk was het een soort aardbeving, die van diep in het binnenste van de heuvel kwam. Luca bleef staan, stevig met haar voeten op het gras. Ze kwam pas weer in beweging toen ze achter haar een kreet hoorde. Haar vrienden hadden haar hulp nodig, maar ze wilde het niet horen, ze liep gewoon door.
De aardbeving stopte vanzelf en de wazige vlekken verdwenen. Luca was er niet blij mee, ze had namelijk het gevoel dat ze op een andere plek stond. Het huis was er niet meer. De plek leek verlaten, helemaal leeg. Er was zelfs geen zuchtje wind te horen.”

 

 
Michael Reefs (Heerlen, 25 september 1986)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: michael reefs, romenu |  Facebook |

24-09-14

Joke van Leeuwen, Mark Boog, A.L. Snijders, F. Scott Fitzgerald, Shamim Sarif, Hendrik Tollens

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Iemand moet de tafel dekken

Maar ik heb het gisteren al gedaan ik heb
de glans in de glazen gelaten ik heb
het bestek weer eens opgewreven ik heb
gezegd wat er lekker zou worden ik heb
mijn handen gewassen gewassen ik heb
mijn handen gewassen ik heb
etiketten gelezen, ik ken ze, ik heb
me verzet tegen oorlog want dat het
gedaan moest zijn ja, met die onzin,
gehoopt heb ik ook en wel dat het een
aard had, geschikt en geschoven.

Jij bent.
Iets koekt al aan.

 

 

Weekoverzicht

Na de autoloze zondag
kwam gehevenhoofden maandag
het herhalingshuppelen
van jottem en allez.

En de zogezonde dinsdag,
alleman de ramen open,
zingend van de vitamines
en de jodium aan zee.

En de levendelen woensdag,
alleman de deuren open,
roepend over jicht en jachtig
en theïne in de thee.

En de donderdag en vrijdag
mocht naar eigen inzicht blijven,
werd gebotst, gemoord, gemopperd
en het stonk op zaterdag.

 

 

Plaza

Nergens wind. Toch hield een man een vrouw
stevig beet, een vrouw een kind. De beentjes
bewogen zelf. Daarboven aan touw een ballon
als een vis. Daarboven de zon, laaiend.

Het kind hield de vis niet meer. Keek hoe hij
steeg, zwaaide hem na. Wat is er? Wat is er?
De man liet de vrouw los, holde de lucht in,
haalde die helemaal leeg.

 

 
Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

Lees meer...

Alejandro Zambra

 

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd op 24 september 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij ook opgroeide. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Alejandro Zambra op dit blog.

Uit: Manieren om naar huis terug te keren (Vertaald door Luc de Rooy)

“Het was al laat geworden en ik werd naar bed gestuurd. Met tegenzin probeerde ik een plek te vinden in de tent. Ik was bang dat ik in slaap zou vallen, maar ik vond afleiding in het luisteren naar de stemmen die opgingen in de nacht. Ik begreep dat Raúl de vrouwen was gaan wegbrengen, want nu begonnen ze over hen te roddelen. Een stem zei dat het meisje raar was. Ik had haar helemaal niet raar gevonden. Ik had haar juist mooi gevonden. En de vrouw, zei mijn moeder, leek helemaal niet op een docente Engels – ze had de uitstraling van een doodgewone huisvrouw, voegde een andere buurman eraan toe, en zo gingen ze nog even op een lacherige toon verder.
Ik dacht aan het gezicht van een docente Engels, aan hoe het gezicht van een docente Engels eruit moest zien. Ik dacht aan mijn moeder, aan mijn vader. Ik dacht: wat voor een gezicht hebben mijn ouders. Maar ouders hebben eigenlijk nooit echt een gezicht. We leren nooit goed naar ze te kijken.
Ik dacht dat we weken, misschien wel maanden onder de blote hemel zouden doorbrengen, wachtend op een vrachtwagen met voedsel en dekens in de verte, en ik zag zelfs voor me dat ik op televisie zou komen, waar ik alle Chilenen zou bedanken voor de hulpgoederen, zoals bij overstromingen – ik dacht aan die vreselijke overstromingen van de voorbije jaren, toen ik de straat niet op kon en het bijna verplicht was voor het televisiescherm te blijven zitten om te kijken naar de mensen die alles verloren hadden.
Maar zo verliep het niet. De rust keerde zo goed als meteen weer terug. In die verlaten uithoek ten westen van Santiago had de aardbeving eigenlijk alleen maar voor flinke ongerustheid gezorgd. Er gingen nogal wat muren tegen de vlakte, maar meer schade, laat staan doden of gewonden, was er niet. Op televisie werd de verwoeste haven van San Antonio getoond en verschillende straten die ik gezien had of meende te hebben gezien tijdens de zeldzame keren dat ik in het centrum van Santiago was geweest. Verward voelde ik aan dat daar wel echt werd geleden.”

 

 
Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 24 september 1975)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alejandro zambra, romenu |  Facebook |

23-09-14

Peter Drehmanns, Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Jaroslav Seifert, Leni Saris, Theodor Körner, Euripides

 

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 

Opvoedkundig

ga niet met die man mee
hij houdt de vinger aan de pols
hij is van de wereld
hij volgt de regen door de greppels
doet het grint grijnzen

ga niet met die man mee
hij wast je handen wit
hij ruikt naar rundvet
ontsnapt aan de nederlaag

ga niet met die man mee
hij zet je zomaar op achterstand
lost de belofte ruimschoots in
ga niet met die man mee
hij verdwijnt waar je bij staat

 

 

Rob Brentjens (19)

Op de plek waar nu een warenhuis staat
waar men geuren voor vrouwen
riemen voor mannen verkoopt
daar deed ik de havo, het was een dependance,
ik studeerde af en nog eens af, opgeleid
tot leerkracht maar ineens werkend
als tractorenverkoper, een mooie job.

Er kwam een ommezwaai: schepen
voeren mijn leven in en uit, ik
was sluismeester, elf jaar lang. Intussen
betrok ik een huis langs de spoorlijn -
met zoon en dochter keek ik 's avonds
na het werk naar de treinen die almaar
voorbijgingen.

 

 
Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

Lees meer...