01-09-14

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor W. F. Hermans op dit blog.

Uit: De donkere kamer van Damokles

“Hij speurde in alle richtingen, nergens iemand te zien. Toen begon hij te klimmen. Het was niet gemakkelijk. Ik had mijn regenjas uit moeten doen, dacht hij. Gelukkig had hij rubberzolen onder zijn schoenen, dat gaf hem tenminste enig houvast. Het meisje keek naar hem om en lachte. Zij maakte met haar duim bewegingen van vlugger, vlugger.
Eindelijk kon hij zich vastgrijpen aan de ijzeren dwarsarm waarop de witte porceleinen isolatoren bevestigd waren. Met zijn andere hand, nam hij de nijptang uit zijn zak. Schuin beneden hem liep het meisje en zwaaide met de tas. Nog nooit had hij telefoonisolatoren van zo dichtbij gezien, hij had nooit geweten dat zij zo groot waren. Wel zo groot als een melkbeker. Hij knipte de draden door en zag ze vallen en tot enorme hoepels opkrullen, dwars over de weg. Onmiddellijk liet hij zich zakken, holde naar de draden en probeerde ze te bedwingen, ze zoveel mogelijk weg te stoppen in de greppel. Dit lukte. Toen sloeg hij zijn jas af, maar het meeste vuil was niet meer te verwijderen. Recht van boven naar beneden had de paal een brede zwarte streep achtergelaten op de witte katoen.
Nog voortdurend op zijn jas kloppend, bereikte hij het bosje dat hem aangeduid was. Hij sprong over de greppel en drong zich tussen de dorre sparren, de takken uit zijn gezicht houdend. In schuine richting werkte hij zich er doorheen.
Ook dit bosje was niet diep. Vrij gauw zag hij het huis dat het huis van Lagendaal moest zijn. Het huis lag geheel vrij, hier en daar stond een jonge doeglasspar op het terrein, dat van het bos gescheiden werd door een aardappelakker. Hij zag het meisje lopen, nog steeds zwaaiend met haar tas. Naar schatting was zij een honderdvijftig meter bij het huis vandaan.
Het was een laag, houten huis. Verrek! De luiken waren geschilderd in de kleuren van de partij: rood en zwart!”

 

 
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)


 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Hubert Lampo op dit blog.

Uit:De komst van Joachim Stiller

“Zeer geachte Heer Groenevelt,
In het dagblad ‘De Scheldebode’ zult gij op 14 juli 1957 een bijdrage laten verschijnen over reparatiewerken, aan de wegbedekking in de Kloosterstraat uitgevoerd. Wanneer ge deze brief ontvangt, is die bijdrage reeds verschenen. Ofschoon gij mijn belangstelling voor deze zaak vreemd zult vinden of althans buiten iedere verhouding, dank ik u voor deze schijnbare onbelangrijke gebeurtenis verleende aandacht. Zij kondigt andere verschijnselen aan, waaromtrent ik tijdelijk nog het stilzwijgen wil bewaren …
… Wat mij betreft, ik verlies u niet uit het oog, wat er u ook moge overkomen. Hoogachtend.
Joachim Stiller”
(…)

… “Ik geloof zelfs, dat hiermee het einde van de ellende is aangebroken. Het is inderdaad een brief van Joachim Stiller, een heel korte brief maar. Hij betuigt zijn leedwezen om de misverstanden, die hij in het leven geroepen heeft en drukt de wens uit, je te ontmoeten. Hij arriveert vrijdag in het Zuidstation om half negen ’s avonds. Maar allemachtig, Freek, dat is vandaag… Hij vraagt je, niet op het perron op hem te wachten, doch aan de uitgang op het plein…”

 

 
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)
Cox Habbema en Hugo Metsers in de tv-serie “De komst van Joachim Stiller” uit 1976

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Peter Adolphsen op dit blog.

Uit: Machine (Vertaald door Charlotte Barslund)

Times and space were once curled together to the extent that neither of them existed, but nevertheless, suddenly, somehow, a bubble appeared; an explosion occurred simultaneously everywhere and every single particle of matter separated as the void dispersed them all. As the universe continued to expand, the temperature fell sufficiently for the first elements to be formed, which they swiftly were, and thus set off a chain of metamorphoses, which has continued ever since. Consequently it can be argued that all matter has always been in existence, although in various states and degrees of organisation, and has on cosmic scale always accounted to the same quantity; nothing can be added and nothing can be subtracted. The universe is in possession of such immense quantities of matter, space and time that it is impossible, through changes caused by changes, to try out endless combinations resulting in the present huge number of structures ranging from amino acid to galaxy clusters. The story of a speck of matter is thus the story of these spontaneous structures and their altered states. The tiny element of matter which concerns us has, like everything else existed since the Big Bang, as it is known; however, the point in time when this drop of petrol existed in its highest degree of concentration, when it entered into this most refined structure, was here on this planet fifty-five million years ago, during the early Eocene when its constituents still formed prehistoric formed the rapidly beating heart of a small prehistoric horse. After combusting on the 23rd of June 1975, the drop acquired its most unstructured state in the form of exhaust fumes, et managed nevertheless in this state, twenty-four hours later, to bring about a structure both more complex and chaotic: cancer. I know this because I was eavesdropping from the neighbouring balcony as she inhaled the particles, which triggered the pathological cell division. However, we are getting ahead of ourselves now; let us begin with the prehistoric horse.”

 

 
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)
 Århus.

 

 

De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en alle tags voor Blaise Cendrars op dit blog.

 

Chinks

Sea vistas
Waterfalls
Trees long-haired with moss
Heavy rubbery glossy leaves
Glazed sun
High burnished heat
Glistening
I’ve stopped listening to the urgent voices of my friends discussing
The news that I brought from Paris
On both sides of the train close by or along the banks of
The distant valley
The forest is there watching me unsettling me enticing me like
a mummy’s mask
I watch back
Never the flicker of an eye.

 

Vertaald door Dick Jones

 

 

Trans-Siberian Prose and Little Jeanne from France (Fragment)

I was in my adolescence at the time
I was scarcely sixteen and already I didn't remember my birth
I was in Moscow, where I wanted to feed on flames
And they weren't enough for me the towers and the railroad stations that studded my eyes like constellations
In Siberia the cannon roared, it was war
Hunger cold plague cholera
And the muddy waters of Love pulled along millions of carrion
In all the railroad stations I saw departing all the last trains
No one could leave any more for the tickets were no longer sold
And the soldiers who were going away would have very much liked to stay…
An old monk sang to me the legend of Novgorod.

 

Vertaald door Ekaterina Likhtik

 

 
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2013 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.