21-06-14

Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Anne Carson, Adam Zagajewski, Ian McEwan, Alon Hilu, Robert Menasse

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

 

Ze is zo groot

Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.
Ze haalt haar wijsheid uit een land
waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;
's zomers zeilt zij op haar houten ledikant.

Haar lach vliegt zeer omslachtig
als een fazant bijvoorbeeld door het lokaal,
zo kleurig ook; zij houdt van allemaal
en niemand is alleen gelaten.
Ze kan niet haten.

Op het bord zij waaren en hij hete;
ze is er voor het zijn, niet voor het weten,
naar kennis heeft ze nooit gedorst.
Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig;
ze geeft straks heel de klas de borst.

 

 

Werkcoupé

Besneeuwde velden zijn de wereld zelf.
De zware hekken sluiten niets meer af.
Tot suikerbeesten eten paarden zich
waarna de bakker ze komt halen.
O palmen van de boerenkool.
Magere haas, golfplaat van eterniet,
contour die slingert, sierend niets
voorbijschiet en ontroert.
De reigers vasten, maraboes
mijn stiltes trouw gebleven
in menselijk teveel. Tellen
houdt op. Roestende emmer, halfbedoelven
steekt schuins zijn hengsel uit
naar het gewapend riet.
Houwdegens posten in de leegte
het liefste bij verdriet.

 

 

Kortenhoef

De avond komt over de kleine binnenplas.
Ik peddel niet meer, licht zuchtend loopt
de kano vast in de plompeblaren. Nog een
kleine opmerking van de wind
achter mij in het riet. De watermunt
geurt me met kracht achterna van het
licht aanvaren.

Een fuut komt haastig nog door de ban,
met watervrees zwemmend, alsof het zo weer
spertijd is, weer jeugd en oorlog worden kan.

Een bel ontploft zacht aan het oppervlak;
heeft ook het ongeborene al ontzetting?

Wat heb je toch met de stilte,
steeds minder beangste, verouderde man?
Je leven heb je onder de leden
en je wil toch niemand meer laten delen
in die besmetting?

 

 
Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)


 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

mijn geweten stond buiten tegen

mijn geweten stond buiten tegen
een boom te pissen toen ik stierf
en ter ere van die gelegenheid
hebben zij mij tentoongesteld

al mijn vrienden van ebbenhout kwamen langs
de boktorren en de bomen, de kristallen fles wijn
de godvergeten decors en de cicaden van vlees

iemand plaatste een schorpioen op
mijn borst omdat het nu toch geen
kwaad meer kon en koud dat het was
koud

ik werd begraven in een schildpaddenschild
en mijn pyjama die ene die S. ooit droeg en waarin ze me
’s ochtends devoot de mooiste tieten aanbood

de priester zegende ‘t publiek maar vatte vlam
door een fout van de vuurspuwer die indruk wou
maken op mijn vrouw geloof ik

boven mij een paarlemoeren iets dat dikke
druppels bloedde die in een meer van versteende planten
vielen, ze werden daar kikkers, vogels en mistsluiers dik als mijn oogleden

 

 

Uit: ‘Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen

IV

we hebben gelogen om bij elkaar te zijn
dat draagt niet ver deze dagen dit zal dan
geen muur meer zijn geen contrapunt geen bed
ik ben nog jong bedden zijn om over op te
scheppen niet om te slapen te scheiden

vrienden verloren om bij elkaar te zijn
en dat allemaal zonder cirkels in het zand
handschoenen in het gezicht een godbetert
voorhangsel die brokaten druppels bloei – hou maar op

vraag me belachelijk te zijn ik zal manmoedig
op tafel staan een voet in de soepkom en zwaaien
met een heilig vuil servet

 

 
Thomas Blondeau (21 juni 1978 – 20 oktober 2013)

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Book of Isaiah, Part I

Isaiah awoke angry.
Lapping at Isaiah’s ears black birdsong no it was anger.  
God had filled Isaiah’s ears with stingers.
Once God and Isaiah were friends.
God and Isaiah used to converse nightly, Isaiah would rush into the garden.
They conversed under the Branch, night streamed down.
From the sole of the foot to the head God would make Isaiah ring.  
Isaiah had loved God and now his love was turned to pain.  
Isaiah wanted a name for the pain, he called it sin.
Now Isaiah was a man who believed he was a nation.
Isaiah called the nation Judah and the sin Judah’s condition.  
Inside Isaiah God saw the worldsheet burning.
Isaiah and God saw things differently, I can only tell you their actions.
Isaiah addressed the nation.  
Man’s brittleness! cried Isaiah.
The nation stirred in its husk and slept again.
Two slabs of bloody meat lay folded on its eyes like wings.  
Like a hard glossy painting the nation slept.
Who can invent a new fear?
Yet I have invented sin, thought Isaiah, running his hand over the knobs.
And then, because of a great attraction between them—
which Isaiah fought (for and against) for the rest of his life—
God shattered Isaiah’s indifference.
God washed Isaiah’s hair in fire.
God took the stay.
From beneath its meat wings the nation listened.  
You, said Isaiah.
No answer.
I cannot hear you, Isaiah spoke again under the Branch.  
Light bleached open the night camera.
God arrived.
God smashed Isaiah like glass through every socket of his nation.  
Liar! said God.
Isaiah put his hands on his coat, he put his hand on his face.
Isaiah is a small man, said Isaiah, but no liar.
God paused.
And so that was their contract.  
Brittle on both sides, no lying.
Isaiah’s wife came to the doorway, the doorposts had moved.  
What’s that sound? said Isaiah’s wife.  
The fear of the Lord, said Isaiah.  
He grinned in the dark, she went back inside.

 

 
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook alle tags voor Adam Zagajewski op dit blog.

 

Tracht de verwonde wereld te bezingen

Tracht de verwonde wereld te bezingen.
Gedenk de lange junidagen,
de wilde aardbeien, de druppels roséwijn.
De brandnetels, die steevast door ballingen
verlaten panden overgroeiden.
Je moet de verwonde wereld bezingen.
Je aanschouwde stijlvolle jachten en schepen;
één had een lange reis voor de boeg,
anderen wachtte enkel het zilte niets.
Je zag vluchtelingen op weg naar nergens,
je hoorde de beulen een lied van vreugde zingen.
De verwonde wereld hoor je te bezingen.
Gedenk de ogenblikken waarop jullie samen waren
in een witte kamer; het gordijn bewoog.
Keer in gedachten terug naar het concert
toen de muziek losbarstte.
In de herfst raapte je eikels in het park
en bladeren dwarrelden over de
littekens van de aarde.
Bezing de verwonde wereld
en de grijze, door een lijster verloren veer,
en het zachte licht, dat dwaalt en verdwijnt
en weerkeert.

 

Vertaald door René Smeets en Kris van Heuckelom

 

 

Balance

I watched the arctic landscape from above
and thought of nothing, lovely nothing.
I observed white canopies of clouds, vast
expanses where no wolf tracks could be found.

I thought about you and about the emptiness
that can promise one thing only: plenitude—
and that a certain sort of snowy wasteland
bursts from a surfeit of happiness.

As we drew closer to our landing,
the vulnerable earth emerged among the clouds,
comic gardens forgotten by their owners,
pale grass plagued by winter and the wind.

I put my book down and for an instant felt
a perfect balance between waking and dreams.
But when the plane touched concrete, then
assiduously circled the airport’s labryinth,

I once again knew nothing. The darkness
of daily wanderings resumed, the day’s sweet darkness,
the darkness of the voice that counts and measures,
remembers and forgets.

 

 
Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)

 

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook alle tags voor Ian McEwan op dit blog.

Uit: Amsterdam

“George, the sad, rich publisher who doted on her and whom, to everyone's surprise, she had not left, though she always treated him badly. They looked now to where he stood outside the door, receiving commiseration from a group of mourners. Her death had raised him from general contempt. He appeared to have grown an inch or two, his back had straightened, his voice had deepened, a new dignity had narrowed his pleading, greedy eyes. Refusing to consign her to a home, he had cared for her with his own hands. More to the point, in the early days, when people still wanted to see her, he vetted her visitors. Clive and Vernon were strictly rationed because they were considered to make her excitable and, afterward, depressed about her condition. Another key male, the foreign secretary, was also unwelcome. People began to mutter; there were muted references in a couple of gossip columns. And then it no longer mattered, because the word was she was horribly not herself; people didn't want to go and see her and were glad that George was there to prevent them. Clive and Vernon, however, continued to enjoy loathing him.
As they turned about again, the phone in Vernon's pocket rang. He excused himself and stepped aside, leaving his friend to proceed alone.
Clive drew his overcoat about him and slowed his pace. There must be over two hundred in the black-suited crowd outside the crematorium now. Soon it would seem rude not to go over and say something to George. He got her finally, when she couldn't recognize her own face in the mirror.He could do nothing about her affairs, but in the end she was entirely his. Clive was losing the sensation in his feet, and as he stamped them the rhythm gave him back the ten-note falling figure, ritardando, a cor anglais, and rising softly against it, contrapuntally, cellos in mirror image. Her face in it. The end. All he wanted now was the warmth, the silence of his studio, the piano, the unfinished score, and to reach the end. He heard Vernon say in parting, "Fine. Rewrite the standfirst and run it on page four. I'll be there in a couple of hours." Then he said to Clive, "Bloody Israelis. We ought to wander over."

 

 
Ian McEwan (Aldershot, 21 juni 1948)

 

 

De Israëlische schrijver Alon Hilu werd geboren op 21 juni 1972 in Jaffa. Zie ook alle tags voor Alon Hilu op dit blog.

Uit: Ver weg (Vertaald door Sylvie Hoyinck)

“Denk je echt in alle eerlijkheid dat jouw persoonlijkheid verbrijzeld is en verdwenen vanwege een beetje moeilijke periode? Ben je vergeten dat er een ware identiteit bestaat die helemaal van jou, van Nadav is, de Nadaviteit, wie jij bent, een identiteit en een doel die altijd bij je blijven, een essentie die gevormd wordt door de ziel en de geestelijke bouw van wie je bent?’
(…)

‘De crux is dat je een volwassen, zelfs gerespecteerd, man bent; er werd altijd waarderend over jou, de jurist bij het parket, gesproken en ook ik was er, tot ik een paar maanden geleden die eerste bizarre brief van je ontving, altijd van overtuigd dat je zo’n onderkoeld type was, zo’n ernstige oom die tot ’s avonds laat zit te werken en niet weet hoe hij zijn gevoelens moet tonen. [ … ] Je kunt dan wel besluiten dat je bezeten bent, maar moet je er dan meteen de hele wereld mee besmetten?’
(…)

‘Vergeet niet dat we zonder de pijn van slechte tijden, in goede tijden het genot niet op juiste waarde kunnen schatten! De pijn van vandaag bestaat zodat we ons die herinneren op andere dagen, bij een glas bier aan het strand, omgeven door goede vrienden, als we volmondig lachen en we misschien met enige weemoed terugdenken aan die moeilijke periode.”

 

 
Alon Hilu (Jaffa, 21 juni 1972)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse werd geboren op 21 juni 1954 in Wenen. Zie ook alle tags voor Robert Menasse op dit blog.

Uit: Ich kann jeder sagen

„Im Flugzeug von Wien nach Rio de Janeiro – Nein. Ich möchte neu anfangen. Als ich Eva zum ersten Mal küsste, hörten wir die Platte »Born to be wild«. Das ist sechzehn Jahre her. Als ich unlängst von der Arbeit heimkam, wehrte Eva meinen Versuch, sie zu küssen, ab, worauf ich in das Zimmer unserer Tochter schaute.
Vanessa lag mit geschlossenen Augen auf ihrem Bett und hörte »Born to be alive«. Sie öffnete nicht einmal die Augen. Ich – Nein. Ich möchte neu anfangen. Ich war ein sehr guter Student, der zu den schönsten Hoffnungen berechtigte. Es war, als steckte in mir eine bis zum Äußersten angespannte Stahlfeder. Mein Lehrer, Professor Schneider, gab mir zu verstehen, dass er von mir erwartete, das Studium mit Auszeichnung abzuschließen. Aber die Feder löste sich nicht, ich machte nicht den Sprung nach vorne, sondern verhedderte mich in Theorien. Ich studierte übrigens Wirtschaftswissenschaften. Ich schrieb eine Arbeit zum Thema »Heterodoxer Schock«. Die Methode des heterodoxen Schocks gilt als Mittel, eine darniederliegende Nationalökonomie durch eine bewusst herbeigeführte reinigende Krise zu sanieren, in der man völlig geänderte Bedingungen für einen neuen Aufschwung durchsetzt.
Das war die Lehrmeinung. Ich plädierte aber dafür, diese Methode auch einmal bei saturierten, stabilen Volkswirtschaften anzuwenden, um auch diesen wie-der das Gefühl von Aufbruch und Neubeginn zu geben. Diese These war ein Skandal. Am Ende musste ich froh sein, eine positive Abschlussnote zu bekommen. Seit damals – Nein. Ich will neu anfangen. Wahr- scheinlich begann es schon, als ich zur Schule ging. Es war die Zeit, Ende der 60er-Jahre, als die Idee, man könne und müsse neu beginnen, alles anders und besser machen, zum allgemeinen Fetisch wurde.“

 

 
Robert Menasse (Wenen, 21 juni 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

De commentaren zijn gesloten.