20-05-14

Ellen Deckwitz, Tommy Wieringa, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Zie ook alle tags voor Ellen Deckwitz op dit blog.

 

Gebed

Als kluisdeuren schuiven vingers in elkaar,
rust boven de schoot een dubbele vuist.
Nog steeds is je hart groter dan de knokenkluwen

die je zachtjes tegen je voorhoofd perst.
Wat je vroeger gebruikte om te weren, ligt
nu geklonken neer. Zo van: ik lok je god,
het is okay.

 

 

Kaarsje

De lont verkoolt in het vlamhart en ervoor
staat de wapenbroeder van Jeanne d’Arc. Hij zag
machteloos toe hoe ze terecht werd gesteld.

Iedere keer wanneer hij een licht opsteekt,
ziet hij een geblakerde, terugstaren
vanuit het vuur. Neemt waar dat hij toekijkt en
wat hij ook lijkt, het is niet voldoende.

 

 

Liedje

Laat me je oproepen in de geest
van degene die dit jaren later leest.
Ook al stellen ze zich je blond voor,

je ogen grijs en je mond grover
dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden
voor wanneer niemand je meer wil,
voor als niemand nog de pen uit

mijn handen rukt, verwacht ik je
tong en hef je mijn gezicht alsof
het een kelk is.

 

 
Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)


 

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Ga niet naar zee

“Achter in het weiland loopt een man. Om hem heen, in de schemering, zijn schapen die hem mijden. Rondom hem deinen de eerste mistflarden. Straks zal er een wit, golvend vel op de velden liggen.
De man loopt langs de slootkant naar huis. In de sloot ziet hij een leeggelopen ballon met een rood lint eraan. Aan het lint hangt een gele kaart. Met zijn wandelstok vist hij de kaart uit het water en leest wat erop staat. De openbare basisschool De Tamboerijn is 20 jaar oud en viert dit met een ballonnenwedstrijd! Stuur dit kaartje naar: De Tamboerijn, Reigersbos 301, Amsterdam.
Achterop staat nog meer. Mijn naam is - en ik ben - jaar en zit in groep -. De voorgedrukte letters zijn leesbaar, de rest is uitgewist door het water. Vaag te zien is alleen nog KLEUTERKLAS.
Ginds drijft het huis van de man in de mist. Ooit speelde daar een vrouw piano. Nu kan zij de weg naar huis niet vinden.
Die avond zit hij onder geel lamplicht en schrijft een brief.

Kleuter,
Ons schip voer honderd zeemijl ten westen van Tristan da Cunha, op weg naar Kaap de Goede Hoop, waar eeuwig de Vliegende Hollander zwerft, toen ik je ballonkaart vond. Het zeewater heeft je naam uitgewist. Zeg je meester dat hij watervaste pennen koopt.”

 

 
Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)
Cover 

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zie ook alle tags voor Gerrit Achterberg op dit blog.

 

Slagveld

De schemer valt als grond.
In Holland loopt een hond.
Een hond met lange tanden.
Er gaat door alle landen
een grote zwarte hond.

Wij liggen in het rond.
Niet langer van elkander.
Wat ons tesamen bond
stierf tussen onze tanden.
De schemer valt als grond.

 

 

Klankbord

Tegen het klakbord van de nacht
bewegen nog uw woorden.
Al wat gij hebt gezegd
is blijven leven in akkoorden,
die ik alleen in donker tref,
wanneer de stilten horen,
die tussen ons staan opgericht.

 

 

Grafschrift

Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf.
De namen afgelegd, die hij verwierf.
Behoudens deze steen, waarop geschreven:
de dichter van het vers, dat niet bedierf.

 

 
Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)
Met Cathrien van Baak op zijn trouwdag in 1946

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd op 20 mei 1911 geboren in Kapelle. Zie ook mijn blog van 20 mei 2011 en eveneens alle tags voor Annie M.G. Schmidt op dit blog.

 

Ze bloeien nog

O Heer, vergeef mij, dat ik zoveel jaren
Uw aarde liefgehad heb en Uw zon,
Uw vogels en Uw bloemen en Uw blaren
En nooit Uw liefde daaruit leren kon.

De grote zee en alle wijde wegen
ontstuimig heb bemind; alleen het lied
van wolk en wind, en zonneschijn en regen
heb aangebeden, maar Uw liefde niet.

Dat ik Uw wereld als een harp bespeelde
en zag Uw grote harmonieen nooit.
En heb mijn dank, met ogen wijd van weelde
als witte bloesems in de wind gestrooid.

Wel achteloos heb ik Uw brood genomen
en hief de volle beker van Uw wijn,
Totdat Gij aan mijn tafel zijt gekomen
en mij omringde met Uw felle Zijn.

En mij Uw hand oplegde, de doorboorde,
een lichte, maar een eind'loos zware druk.
O Heer, vergeef mij, dat ik Uwe woorden
voorbijging voor een beetje broos geluk.

Thans sta ik voor U met een hand vol bloemen,
de welke bloemen van mijn dank, en toch:
Nu waag ik eindelijk Uw Naam te noemen

 

 

Zomeravond

Ik lig al in bed,
maar de zon is nog op
en de merel is zo hard aan ‘t fluiten!
Ik lig al in bed
met de beer en de pop
en verder is iedereen buiten.

De radio speelt
in de kamer benee
of is het hiernaast bij de bakker?
Nou hoor ik een kraan.
O, ze zetten weer thee
en ik ben nog zo vreselijk wakker.

Ik lig al in bed
en ik mag er niet uit,
want de klok heeft al zeven geslagen.
Ik wil een stuk koek
en een halve beschuit,
maar ik durf er niet meer om te vragen.

Ik lig al in bed
en ik speel met mijn teen
en de zon is nog altijd aan ‘t schijnen
En ik vind het gemeen
dat ik nou alleen
in mijn bed lig, met dichte gordijnen.

 

 

 
Annie M.G. Schmidt (20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, California. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

Lilacs and apricots

The time in this kingdombetween lilacs and apricots,
when rainbows are bridgesand nights are cool,
when fate is as silentas the tombs are still,
the throne is for childrento ascend at will.

 

 

I Remember Other Things

When flowers
and leaves
adorn our
compost heap,
I remember
other things
we’ve left behind.
They’re buried deep,
but they never seem to die.

 

 

 
William Michaelian (Dinuba,  20 mei 1956)
Portret met hoed door  Rahina, 2010

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Borchert op dit blog.

Uit: Das Brot

„Plötzlich wachte sie auf. Es war halb drei. Sie überlegte, warum sie aufgewacht war. Ach so! In der Küche hatte jemand gegen einen Stuhl gestoßen. Sie horchte nach der Küche. Es war still. Es war zu still, und als sie mit der Hand über das Bett neben sich fuhr, fand sie es leer. Das war es, was es so besonders still gemacht hatte; sein Atem fehlte. Sie stand auf und tappte durch die dunkle Wohnung zur Küche. In der Küche trafen sie sich. Die Uhr war halb drei. sie sah etwas Weißes am Küchenschrank stehen. Sie machte Licht. Sie standen sich im Hemd gegenüber. Nachts. Um halb drei. In der Küche. Auf dem Küchentisch stand der Brotteller. Sie sah, dass er sich Brot abgeschnitten hatte. Das Messer lag noch neben dem Teller. und auf der Decke lagen Brotkrümel. Wenn sie abends zu Bett gingen, machte sie immer das Tischtuch sau-ber. Jeden Abend. Aber nun lagen Krümel auf dem Tuch. Und das Messer lag da. Sie fühlte, wie die Kälte der Fliesen langsam an ihr hoch kroch. Und sie sah von dem Teller weg. "Ich dachte, hier wäre was", sagte er und sah in der Küche umher.
"Ich habe auch was gehört", antwortete sie, und dabei fand sie, dass er nachts im Hemd doch schon recht alt aussah. So alt wie er war. Dreiundsechzig. Tagsüber sah er manchmal jünger aus. Sie sieht doch schon alt aus, dachte er, im Hemd sieht sie doch ziemlich alt aus. Aber das liegt vielleicht an den Haaren. Bei den Frauen liegt das nachts immer an den Haaren. Die machen dann auf einmal so alt. "Du hättest Schuhe anziehen sollen. So barfuß auf den kalten Fließen. Du erkältest dich noch." Sie sah ihn nicht an, weil sie nicht ertragen konnte, dass er log. Dass er log, nachdem sie neunundreißig Jahre verheiratet waren - "Ich dachte, hier wäre was", sagte er noch einmal und sah wieder so sinnlos von einer Ecke in die andere, "ich hörte hier was. Da dachte ich, hier wäre was." "Ich hab auch was gehört. Aber es war wohl nichts." Sie stellte den Teller vom Tisch und schnippte die Krümel von der Decke.
"Nein, es war wohl nichts", echote er unsicher.”

 

 
Wolfgang Borchert (20 mei 1921 - 20 november 1947)



Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2013 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.