31-03-14

Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

Summit And Gravity

There's a motionless tree
And another one coming forward
A river of trees
Hits my chest
The green surge
Is good fortune
You are dressed in red
You are
The seal of the scorched year
The carnal firebrand
The star fruit
In you like sun
The hour rests
Above an abyss of clarities
The height is clouded by birds
Their beaks construct the night
Their wings carry the day
Planted in the crest of light
Between firmness and vertigo
You are
Transparent balance

 

 

The Bridge

Between now and now,
between I am and you are,
the word bridge.

Entering it
you enter yourself:
the world connects
adn closes like a ring.

From one bank to another,
there is always
a body stretched:
a rainbow.
I'll sleep beneath its arches.

 

 

Counterparts

In my body you search the mountain
for the sun buried in its forest.
In your body I search for the boat
adrift in the middle of the night.

 

 

 
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

Lees meer...

Stefan Hertmans

 

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Hertmans doceerde aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (KASK, Hogeschool Gent), leidde er het Studium Generale tot oktober 2010 en gaf lezingen aan de Sorbonne, de universiteiten van Wenen, Berlijn en Mexico City, Library of Congress (Washington), University College London. Zijn werk verscheen onder meer in The literary Review (Madison, USA) The Review of contemporary fiction (Illinois, USA) en Grand Street (New York). Hertmans werkte mee aan tijdschriften zoals Raster, De Revisor, Het Moment, NWT, Yang, Dietsche Warande & Belfort, Poëziekrant, Parmentier. Van 1993 tot 1996 was hij redacteur van het Nederlandse tijdschrift De Gids, hij recenseerde voor De Morgen en schreef de boekenbijlage van de De Standaard. In Nederland publiceerde hij in Trouw. Hertmans publiceert romans, verhalenbundels, essayboeken, theaterteksten en poëzie. Zijn eerste publicatie was de roman “Ruimte” (1981). De bundel “Sneeuwdoosjes” bevat essays over onder meer Walter Benjamin, Jorge Luis Borges, Marguerite Duras, Ernst Jünger, W.H. Auden en Igor Stravinski. De roman “Naar Merelbeke” (1994) werd genomineerd voor de Librisprijs en voor de Schrijvers-van-Nu-prijs van ECI. De dichtbundel “Muziek voor de overtocht” werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs en kreeg in 1995 de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie en de Paul Snoek-prijs 1996. De essays in “Fuga's en pimpelmezen” (1996) mengden zich in het debat over fundamentalisme, de oorlog in Bosnië en ideologieën. Het reisverhaal “Steden, verhalen onderweg verscheen” in 1998. In opdracht van het Kaaitheater Brussel en Brussel 2000 schreef hij een theatertekst rond het motief van de Griekse vrouwen in de antieke tragedie. Hertmans maakte het thema radicaal en eigentijds in “Mind the Gap”. In het najaar van 2002 verschenen de essayboeken “Het Putje van Milete” en “Engel van de metamorfose”. In 2003 verscheen de dichtbundel “Vuurwerk zei ze”. In 2006 verscheen “Muziek voor de overtocht, Gedichten 1975-2005”, een herziene uitgave van alle dichtbundels, een selectie verspreide gedichten en een selectie uit een eerste, nooit tevoren gepubliceerde bundel. Najaar 2008 verscheen de roman “Het verborgen weefsel”, in 2010 de dichtbundel “De val van vrije dagen”. “Oorlog en terpentijn” is gebaseerd op een paar cahiers die Hertmans in de jaren 1980 kreeg van zijn grootvader, een gedecoreerde held uit de Eerste Wereldoorlog, een plichtsbewuste en gedisciplineerde soldaat. De roman reconstrueert het leven van Urbain Martien. Zijn leven begint in een Gentse volksbuurt tijdens de belle époque en krijgt een onvoorziene wending tijdens de Eerste Wereldoorlog.Hertmans gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars,

 

Kinderhand

Omdat ze gauw gevuld is
- het dons van een kwartel
is genoeg, een herfstblad in
de lente, een blauwe knikker
in de palm -

sprong plots iets donkerroods
hem in de ogen, een vingertop,
een snee van niets,

een net te snel langs
grote grassen strijken

en wat zich opent
is zijn ogenblik.
Het lichaam moet
gesloten blijven.

Zo was het hem beloofd.

Maar als de palm plots opengaat,
En aders even gapen,
Dan sluit een kramp
Hem in mijn hand
Totdat hij gilt.

Want bloeden doen we samen.

 

 

Gelukstraat, Gent

Het was in een oud schooltje,
en de ramen waren hoog, dat zich
de schaduw van een man tot in de
lichtkring van oud stof voorover boog.

Linden, kinderen in een onverstaanbaar
nieuwe taal, herkenning van een uitzicht
bij het raam; en binnen trekt het pleisterwerk
zijn eigen krijtkring in een oud lokaal.

De schim van lang verloren leven
kan iemand in de armen nemen,
maar niet het waaiend lichtland
in zijn hoofd.

O paradijselijk vergeten op gewone
dagen, zij geloofd. En bij het poortje,
in de wind, staat nog een ander kind -
dat, wat ooit zijn moeder was beloofd.

 

 

Mijn beurt

De kaas moet vers uit Parma komen;
De pepers rood uit Pomerigio
De mascarpone moet geel-romig zijn
En jij moet zingen bij de wijn.

Ik zal een jonge kwartel eten,
Gestufft met mortadella en Toscaanse weed.
Je bloes hangen we voor het venster
Tegen inkijk en insecten.

Het fruit zal branden in je mond,
En wat je zingt wordt stilaan honger,
Branie, geblaf van een jachtige hond.

Je buik met peperoni ingewreven
Lig je op tafel en je beeft.
Vorken en messen zijn verdeeld.

De koffie met kaneel gaat met
Onspreekbare syllaben door je keel.

 

 

 
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stefan hertmans, romenu |  Facebook |

30-03-14

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterem

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.

Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.

 

 

Dodenpark

We wandelden des avonds door de tuinen
Van het crematorium; achter heg en hazelaar
Stond laag de vroege maan; ik at wat kruimels
Van mijn vest en jij genoot van een sigaar.

Je dacht wellicht aan zeer bezwete negers
Op hete plantages in de weer. Ook aan
Je gezicht meende ik zoiets af te lezen.
Ikzelf keek door de heg naar de maan.

We spraken niet. Wat viel er ook te zeggen?
We dachten maar aan een maan en aan zweet.
O, nergens heerste er ooit zo'n rust. Slechts
Af en toe klonk uit een urn een kreet.

 

 

Invitatie

Ik lig hier als een hoer tentoon. Je kunt
Me aaien, in me kruipen en bespringen,
Me tot een bal opblazen, tot een punt
Verkleinen, me bewenen of bezingen:

Ik ben je materiaal. Besnuffel me.
Loer in mijn keel, mijn hart, mijn reet, mijn maag.
Vervloek me duizend maal of knuffel me.
Ik vind het best. Ik heb je lief vandaag.

Proef van mijn bloed. Kom sabbel aan mijn tiet.
Geloof volop in mijn bekentenis.
Ik ben er echt. En toch ben ik er niet,
Zoals je wollen trui het schaap niet is.

 

 
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1979

Lees meer...

Tom Sharpe, Uwe Timm, Gert Heidenreich, Theo Breuer, Jean Giono, Gabriela Zapolska

 

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Sharpe op dit blog.

Uit: Grantchester Grind

'And I am definitely not going anywhere near Porterhouse College. It's got a dreadful reputation for snobbery and all sorts of other things.'
'Which is why you have been given a Fellowship there To change things for the better,' said Vera. 'They need some serious scholarship, and you are going to provide it. Your salary will be more than three times what you're getting at the moment and you will be free to do your own research work with no obligation to do any teaching.'
Purefoy Osbert's silence was significant. Only that day he had had to attend an extremely boring Finance Committee meeting at which the possibility of financial cuts had been discussed with the mention of a freeze on salaries, and that had been followed by a seminar on Bentham with several students who were convinced that prisons built like Dartmoor on the panopticon principle were far more suitable for murderers and sex-offenders than the more modern open prisons Purefoy advocated. Some of them had even argued that child molesters ought to be castrated and murderers executed. Purefoy had found the seminar most distressing, particularly the way the more prejudiced students had refused to accept the facts he had given them. And now suddenly he was being offered a Fellowship that involved no teaching and with a salary that would surely satisfy Mrs Ndhlovo.
'Do you really mean that?' he asked cautiously. 'This isn't some sort of joke?'
'Have you ever known me to lie to you, Purefoy? Have you?'
Purefoy Osbert hesitated again. 'No, I don't suppose I have. All the same…you're talking about a salary-'
'Of nearly sixty thousand pounds a year, which is far more than any professor gets. Now give me the number of your fax machine and I'll send you a copy of the letter you will be receiving either tomorrow or the next day from your sponsor's solicitors, Lapline & Goodenough.'

 


 

Tom Sharpe (30 maart 1928 – 6 juni 2013)

Lees meer...

Luise Hensel, Anna Sewell, Herbert Asmodi, Sean O'Casey, Christine Wolter

 

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook alle tags voor Luise Hensel op dit blog.

 

An St. Maria Magdalena

Erfleh’ mit Lieb’ und Tränen,
Du strenge Büßerin,
Daß ich mit reinem Sehnen
Nach Jesus strebe hin!
Daß ich zu seinen Füßen
Verzeihung mög’ erflehn,
In Tränen ganz zerfließen,
In Reue ganz vergehn.

Ich hab’ ihn viel gekränket
Und hab’es wohl gewußt;
Mein Herz hab’ich ertränket
In Erdeschmerz und -lust.
Ich hab’ ihn oft vergessen,
Den ich doch früh erkannt,
Und habe ganz vermessen
Von ihm mich abgewandt.

O, gib mir deine Reue
Und deine Tränenflut,
O, gib mir deine Treue
Und deiner Liebe Glut,
Bis er mir neues Leben
Mit diesen Worten gibt:
»Geh hin, dir ist vergeben,
Weil du so viel geliebt.«

 

 
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)

Lees meer...

29-03-14

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

 

De Vlaamse prozaschrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Water

Wij worstelden met elkaar in eenzaam water,
een poel, verloren in een zandverstuiving.
Wij zonken samen, het andere lichaam hatend,
niet loslatend. Wij beten in het vocht,
op wakke treden trappend in verdronken land.

Toen is een dijk gebroken. Wij lagen in het slijk,
Twee padden sleepten zich nog parend, weg,
buiten bereik van het koudvuur in onze handen.
Wij zochten elkaars halsslagader, maar onze beet
was bot. De nacht komt nader.

 

 

Bruine Theepot

Een veldspaat erodeert tot kaolien,
een wit begin. Pas onlangs kwamen mensen
met wielen en met ovens. En sindsdien
heeft thee het woonvertrek dat steeds zijn zelfde
glazuur van schuwe donkerte laat zien.

Dit aarden werk heeft bolvorm. Ornamenten
zijn onbekenden. Ware aard schenkt en hoedt.
De werken van de aarde zijn steengoed.

 

 

De huizen houden zich

De huizen houden zich op hoge krukken
meer dood dan levend overeind.
De warmte
der laatste kamers klampt zich vast aan kliffen,
de morsigheid van hun geheimenissen
wordt de voorbijgangers ten hoon getoond.
Hulp zoekend zwerft
de vuilnis door de straten.

 

 

 
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

Lees meer...

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

A Blackbird Singing

It seems wrong that out of this bird,
Black, bold, a suggestion of dark
Places about it, there yet should come
Such rich music, as though the notes'
Ore were changed to a rare metal
At one touch of that bright bill.

You have heard it often, alone at your desk
In a green April, your mind drawn
Away from its work by sweet disturbance
Of the mild evening outside your room.

A slow singer, but loading each phrase
With history's overtones, love, joy
And grief learned by his dark tribe
In other orchards and passed on
Instinctively as they are now,
But fresh always with new tears.

 

 

A Welshman to any Tourist

We've nothing vast to offer you, no deserts
Except the waste of thought
Forming from mind erosion;
No canyons where the pterodactyl's wing
Falls like a shadow.
the hills are fine, of course,
Bearded with water to suggest age
And pocked with cavarns,
One being Arthur's dormitory;
He and his knights are the bright ore
That seams our history,
But shame has kept them late in bed.

 

 
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

Lees meer...

28-03-14

Mario Vargas Llosa, Walter van den Broeck, Chrétien Breukers, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Frederiksson

 

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Conversation in the Cathedral (Vertaald door Gregory Rabassa)

“There it was, recovered now, the beach of Miraflores, the waves of Herradura, the bay of Ancón, and the images were as real, the orchestra seats in the Leuro, the Montecarlo and the Colina, as wild, the dance halls where he and Teté danced boleros, as those of a technicolor movie. Are you happy? the senator asked, and he quite happy. What a nice person he is, he thought as they went into the dining room, and the senator that’s right, Freckle Face, just as soon as summer’s over he’ll break his hump, did he promise? and Popeye swore he would, papa. During lunch the senator teased him, Zavala’s daughter still hadn’t given you a tumble, Freckle Face? and he blushed: a little bit now, papa. You’re too much of a child to have a girl friend, his old lady said, he should still keep away from foolishness. What an idea, he’s already grown up, the senator said, and besides, Teté was a pretty girl. Don’t let your arm be twisted, Freckle Face, women like to be begged, it had been awful rough on him courting the old lady, and the old lady dying with laughter. The telephone rang and the butler came running: your friend Santiago, child. He had to see him urgently, Freckle Face. At three o’clock at the Cream Rica on Larco, Skinny? At three on the dot, Freckle Face. Was your brother-in-law going to beat the tar out of you if you didn’t leave Teté alone, Freckle Face? the senator smiled, and Popeye thought what a good mood he’s in today. Nothing like that, he and Santiago were buddies, but the old lady frowned: that boy’s got a screw loose, don’t you think? Popeye raised a spoonful of ice cream to his mouth, who said that? another of meringue, maybe he could convince Santiago for them to go to his house and listen to records and call Teté just to talk a little, Skinny. Zoila herself had said so at canasta last Friday, the old lady insisted. Santiago was giving her and Fermín a lot of headaches lately, he spent all day fighting with Teté and Sparky, he’d become disobedient and he talked back. Skinny had come out first in the final exams, Popeye protested, what more did his old man and old lady want?”

 

 
Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)

Lees meer...

27-03-14

Heinrich Mann, Golo Mann, Carolina Trujillo, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugrešić, Shusaku Endo, Alfred de Vigny

 

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Heinrich Mann op dit blog.

Uit: Professor Unrat

„Er nahm die Treppe in fünf Sätzen, riß die Klassentür auf, hastete zwischen den Bänken hindurch, schwang sich, in das Katheder gekrallt, auf die Stufe. Da blieb er bebend stehn und mußte Atem schöpfen. Die Sekundaner hatten sich zu seiner Begrüßung erhoben, und äußerster Lärm war jäh in ein Schweigen versunken, das förmlich betäubte. Sie sahen ihrem Ordinarius zu, wie einem gemeingefährlichen Vieh, das man leider nicht totschlagen durfte, und das augenblicklich sogar einen peinlichen Vorteil über sie gewonnen hatte. Unrats Brust arbeitete heftig; schließlich sagte er mit seiner begrabenen Stimme:
»Es ist mir da vorhin immer mal wieder ein Wort zugerufen worden, eine Bezeichnung – ein Name denn also: ich bin nicht gewillt, ihn mir bieten zu lassen. Ich werde diese Schmähung durch solche Menschen, als welche ich Sie kennen zu lernen leider Gelegenheit hatte, nie dulden, merken Sie sich das! Ich werde Sie fassen, wo immer ich es vermag. Ihre Verworfenheit, von Ertzum, nicht genug damit, daß sie mir Abscheu einflößt, soll sie an der Festigkeit eines Entschlusses wie Glas zerbrechen, den ich Ihnen hiermit verkünde. Noch heute werde ich von Ihrer Tat dem Herrn Direktor Anzeige erstatten, und was in meiner Macht steht, soll – traun fürwahr – geschehen, damit die Anstalt wenigstens von dem schlimmsten Abschaum der menschlichen Gesellschaft befreit werde!«
Darauf riß er sich den Mantel von den Schultern und zischte:
»Setzen!«
Die Klasse setzte sich, nur von Ertzum blieb stehn. Sein dicker, gelb punktierter Kopf war jetzt so feuerrot wie die Borsten oben darauf. Er wollte etwas sagen, setzte mehrmals an, gab es wieder auf. Schließlich stieß er heraus:
»Ich bin es nicht gewesen, Herr Professor!«
Mehrere Stimmen unterstützten ihn, opferfreudig und solidarisch:
»Er ist es nicht gewesen!«

 

 
Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)
Professor Unrat werd verfilmd door Josef von Sternberg als „Der blaue Engel“, 1930

Lees meer...

26-03-14

Tennessee Williams, Gregory Corso, Hwang Sun-won, Martin McDonagh, Robert Frost, Patrick Süskind

 

De Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (eigenlijk Thomas Lanier Williams) werd geboren in Columbus, Mississippi, op 26 maart 1911. Zie ook alle tags voor Tennessee Williams op dit blog.

Uit: Something Cloudy, Something Clear

“KIP. [extending his hand through the window] Oh. Yes, we met last night. Do you have any drinking water in here?
AUGUST. A bottle of tepid soda.
KIP. Fine. Anything wet but not salty.
CLARE. [to Kip] I’m about to deliver a lecture to him on making concessions in art.
KIP. For or against?
CLARE. I think any kind of artist — a painter like Van Gogh, a dancer like Nijinsky –
AUGUST. Both of them went mad.
CLARE. But others didn’t, refused to make concessions to bad taste and yet managed survival without losing their minds. That’s purity. You’ve got to respect it or not.

 

 
Kayal Khanna als Kip in een uitvoering in het Theatre Rhinoceros, San Francisco, 2013

 

AUGUST. I do, I will. But it will be years before I’ve mastered the craft of my work. I’ll try to survive the time till then.
CLARE. You’re young and strong and healthy. I don’t know your talent, but if you do and it’s good — forget concessions.
AUGUST. You have a rather precocious — knowledge of such things.
CLARE. Had to have that, exigency of –
AUGUST. — Survival?
CLARE. Had to have that early.
AUGUST. Why so early?
CLARE. My family in Newport, Rhode Island, were shocked by my lack of the conventions they valued too much.
KIP. Wow! I’ll continue my exercises. [He returns to the platform. Over the following he begins a series of slow, lyrical warmup exercises which will blend gracefully, later, into the pavane]".

 

 
Tennessee Williams (26 maart 1911 – 25 februari 1983)
Portret door Juan Fernando Bastos, 2005

Lees meer...

25-03-14

Pol Hoste, Flannery O'Connor, Jaime Sabines, Peter Van Straaten, Toni Cade Bambara, Jacques Bens

 

De Vlaamse schrijver Pol Hoste werd geboren in Lokeren op 25 maart 1947. Zie ook alle tags voor Pol Hoste op dit blog.

 

Oranje

We gaan voorbij aan conjuncturen, genietend van
verfijnd textiel, lezen bedrukte stof uit verre
loonlanden en eten zandgebak. Soms komt een liedje
aangewaaid, een stem of pauk of gamelan. Dan verliezen
we de draad. De naald wijst naar het noorden.

 

Sepia

Een plantkundige snijdt een fluit van rozelaar,
meeldauw smaakt naar torren. Ter bestudering van de
biotoop tript in zijn spoor de cocaïnehoer. Zij spant
haar nylondraden. Mijn tongpunt glijdt langs feilloos
werk, het zuiverste gekoelde boren, een zilverpijn.
Ieder heeft zijn werktuigen.

 

 
Pol Hoste (Lokeren, 25 maart 1947)

Lees meer...

Menno van der Beek

 

De Nederlandse dichter en vertaler Menno van der Beek werd geboren op 25 maart 1967 in Rotterdam. Van der Beek werd opgeleid tot organisch chemicus. Hij is werkzaam als computerprogrammeur. Vanaf 2002 is hij medewerker aan een langlopend her-vertaalproject van alle Hebreeuwse psalmen. Van der Beek is sinds 2004 poëzieredacteur van het literaire tijdschrift Liter. Hij was medewerker aan o.a. Woordwerk, Zulma, Meander en Rottend Staal. In 1999 debuteerde hij met de bundel “Vergezocht”, in 2002 gevolgd door “Waterdicht”. Zijn meest recente dichtbundels zijn “Kaddisj”,uit 2006 en “Een Ziektegeschiedenis”,uit 2010.

 

Vergezocht

Er was een huis waar weinig kon gebeuren,
omdat aan bijna alles was gedacht
en iedereen een plaats had. Elke nacht
vergrendelden we ritueel de deuren.

Er kwamen brieven die ik moest verscheuren
want niemand had van buiten iets verwacht.
Wat nodig was werd achter langs gebracht,
er waren geen contacten met de buren.

Exact het midden was de boekenkast:
verzameling betrouwbare verhalen.
Herhaaldelijk vertelden we elkaar

de waarheid en daar hielden we aan vast:
wie niet vertrekt zal zeker niet verdwalen.
Ik ben op weg terug. Ik zie je daar.

 

 

SEÑOR 
 
De oren van de paus zijn een herinnering
aan hoe de oren van mijn vader waren
vlak voor het eind. Hier geeft hij, op een foto

Bob Dylan een hand. Bedankt hem voor het zingen
van zijn gelovig repertoire, en Dylan knikt;
ik wist het niet, maar blijkbaar kenden zij elkaar.

En tussen hen is geen verschil van mening
of liefdeloosheid. Men kan veilig alles kwijt.

Wat zijn uw oren groot, heilige vader,
fluistert de kleine man met de gitaar,

jaren van kraakbeen groeien aan uw hoofd:
u moet niet alles wat u hoort geloven.

 

 

 
Menno van der Beek (Rotterdam, 25 maart 1967)

18:24 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: menno van der beek, romenu |  Facebook |

Am Feste Mariä Verkündigung (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij Maria Boodschap

 

 
De boodschap aan Maria door Adriaen van de Velde, 1667

 

 

Am Feste Mariä Verkündigung

Ja, seine Macht hat keine Grenzen,
Bei Gott unmöglich ist kein Ding!
Das soll mir wie mein Nordlicht glänzen,
Da meine Sonne unterging.
Und wie auf blauen Eisesküsten
Steh' ich zu starrer Winterzeit:
Wie soll ich noch das Leben fristen!
Ach, keine Flamme weit und breit!
Und sieh, er winkt' dem milden Lenzen,
Daß er die tote Erd' umfing?
Ja, seine Macht ist ohne Grenzen,
Bei Gott unmöglich ist kein Ding!

O sehet, wie von warmen Zähren
Der Erde hartes Herz zerquillt,
Wie sie, die Blumen sein zu nähren,
Mit Tau die grauen Wimpern füllt!
Auch in die längst erstorbnen Äste
Gießt sich ein Leben wunderbar,
Und alle harren seiner Gäste,
Der Blätter lebensfroher Schar.
Was soll ich denn der Hoffnung wehren,
Daß meiner Zähren Flehn gestillt,
Da ja sogar von warmen Zähren
Der Erde hartes Herz zerquillt?

Kannst du die Millionen Blätter
Aus diesen todten Ästen ziehn
Und aus dem ausgebrannten Wetter
Der Lavafelsen frisches Grün:
Was soll mein Herz zu hart dir scheinen,
Wo doch der gute Wille brennt,
Das sich dir glühend möchte einen,
Wenn es sich starrend von dir trennt?
Und soll nicht, mein allmächt'ger Retter,
Auch mir ein farblos Kraut entblühn,
Da du die Millionen Blätter
Kannst aus den toten Ästen ziehn!

O, möchte nur die Demut keimen!
Vertrocknet ist die Herrlichkeit.
Wohl durft' ich sonst mir Andres träumen;
Doch wie ein Blitz ist jene Zeit.
Zwar kann ich mich in Reue sehnen,
ich kann verwerfen meine Tat,
Doch nicht erfrischen meine Tränen,
Sie fallen sengend auf die Saat;
Und Frost und Hitze muß sich reimen,
Daß keine Blume mir gedeiht.
O, möchte nur die Demut keimen!
Vertrocknet ist die Herrlichkeit.

So ist doch von den Blumen allen
Marienblümlein milder Art;
Die Blätter erst, die Flocken fallen,
Doch freudig blüht es fort und zart.
Wenn sich des Winters Stürme brechen,
Gleich blickt es freundlich durch den Schnee,
Und naht der Lenz in Regenbächen,
Da steht es in dem kalten See.
O könnt' ich gläubig niederfallen,
Bis mir das Blümlein offenbart!
Es ist ja von den Blumen allen
Marienblümlein milder Art.

Doch wie das Volk einst vor den Schranken
Um Horebs gottgeweihte Höhn,
So fliehen bebend die Gedanken,
Da sie dies reine Bild erspähn.
Was seh' ich nur die Feuersäule,
Und nicht die Gnade Gottes drin,
Daß unermeßlich scheint die Steile
Und wie ein Abgrund, wo ich bin?
O Jesus, laß aus diesem Schwanken
Nur nicht das goldne Kalb entstehn,
Wie jenem Volke vor den Schranken
Um Horebs gottgeweihte Höhn!

Und kann ich denn kein Leben bluten,
So blut' ich Funken wie ein Stein!
Ich weiß es, wo sie stille ruhten,
Ich scheuchte sie in Schlummer ein,
Da ich gesucht, was Leben kündet.
Doch hast du, Herr, mich ausersehn,
Daß ich soll starr, doch festgegründet
Wie deine Felsenmauern stehn:
So brenne mich in Tatengluten
Wie den Asbest des Felsen rein!
Und kann ich dann kein Leben bluten,
So blut' ich Funken wie ein Stein.

 

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Haus Rüschhaus, waar Annette vanaf 1826 woonde, voorjaar

24-03-14

Martin Walser, Peter Bichsel, Dario Fo, Lawrence Ferlinghetti, Jacob van Lennep, Jeroen Mettes, Harry Prenen, Willem van Iependaal

 

Duitse schrijver Martin Walser werd op 24 maart 1927 geboren in Wasserburg aan de Bodensee. Zie ook alle tags voor Martin Walser op dit blog.

Uit: Ein fliehendes Pferd

„Er verspürte eine Art hoffnungslosen Hungers nach diesen hell- und leichtbekleideten Braungebrannten. Die sahen hier schöner aus als daheim in Stuttgart. Von sich selbst hatte er dieses Gefühl nicht. Er kam sich in hellen Hosen komisch vor. Wenn er keine Jacke anhatte, sah man von ihm wahrscheinlich nichts als seinen Bauch. Nach acht Tagen würde ihm das egal sein. Am dritten Tag noch nicht. So wenig wie die gräßlich gerötete Haut. Nach acht Tagen würden Sabine und er auch braun sein. Bei Sabine hatte die Sonne bis jetzt noch nichts bewirkt als eine Aufdünsung jedes Fältchens, jeder nicht ganz makellosen Hautstelle. Sabine sah grotesk aus. Besonders jetzt, wenn sie voller Vergnügen auf die Promenierenden blickte. Er legte eine Hand auf ihren Unterarm. Warum mußten sie überhaupt dieses hin- und herdrängende Dickicht aus Armen und Beinen und Brüsten anschauen? In der Ferienwohnung wäre es auch nicht mehr so heiß wie auf dieser steinigen, baumlosen Promenade. Und jede zweite Erscheinung hier führte ein Ausmaß an Abenteuer an einem vorbei, daß das Zuschauen zu einem rasch anwachsenden Unglück wurde. Alle, die hier vorbeiströmten, waren jünger. Schön wäre es jetzt hinter den geraden Gittern der Ferienwohnung. Drei Tage waren sie hier, und drei Abende hatte er Sabine in die Stadt folgen müssen. Jedesmal auf diese Promenade. Leute beobachten fand sie interessant. War es auch. Aber nicht auszuhalten. Er hatte sich vorgenommen, Kierkegaards Tagebücher zu lesen. Er hatte alle fünf Bände dabei. Wehe dir, Sabine, wenn er nur vier Bände schafft. Er wußte überhaupt nicht, was Kierkegaard in seinen Tagebüchern notiert hatte. Unvorstellbar, daß Kierkegaard etwas Privates notiert haben konnte. Er sehnte sich danach, Kierkegaard näherzukommen. Vielleicht sehnte er sich nur, um enttäuscht werden zu können. Er stellte sich diese tägliche, stundenlange Enttäuschung beim Lesen der Tagebücher Kierkegaards als etwas Genießbares vor. Wie Regenwetter im Urlaub. Wenn diese Tagebücher keine Nähe gestatteten, wie er fürchtete (und noch mehr hoffte), würde seine Sehnsucht, diesem Menschen näherzukommen, noch größer werden. Ein Tagebuch ohne alles Private, etwas Anziehenderes konnte es nicht geben. Er mußte Sabine sagen, daß er ab morgen die Abende nur noch in der Ferienwohnung verbringen werde. Er hätte zittern können vor Empörung! Er hier auf dem zu kleinen Stuhl, Leute anstierend, während er in der Ferienwohnung ...“

 

 
 Martin Walser (Wasserburg, 24 maart 1927)

Lees meer...