23-02-14

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

funeral in early spring

as the grave preacher recites
tired disingenuous clichés
on the glories of eternal life
a little girl wanders off
during her grandmother’s funeral
a girl of three or four
in her brand-new easter bonnet
bought three days earlier
with easter still weeks away

her mother had seemed horrified
at the girl’s fashion faux pas
but harried after weeks in the hospital
watching her own mother fade
she had reluctantly given in
to her daughter’s begs and cries
to wear the dress before its time

and now beneath the preacher’s words
the whispers grow among the spinsters
as they scowl at the impropriety
the very audacity of this splash of pink
gliding over the land of the dead

but the girl continues her dance
over the nearby graves
still far too young to pretend to understand
what it means to die

she dances along
her dress catching the breeze
floating upward as if buoyed by the souls
the memories
the empty silences
of the dead
flowing softly
into the promise of her silent womb

 

 

Twilight

These long stars
on

stalks
that have grown up

early
and are like

water
plants and that stand

in all
the pools and the lake

even
at the brim

of
the dark cup

before
your mouth these are

the one
slit star

 

 

 
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)


 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: De schimmen (Vertaald door Adri Boon)

“Op 31 december brachten meneer en mevrouw Pagalday ’s morgens een bezoek aan de woning waarvan ze reeds eigenaar waren en die deel uitmaakte van het pand in aanbouw, Calle José Bonifacio 2161. Ze waren in het gezelschap van Bartolo Sacristán Olmedo, de tuinarchitect die ze in de arm hadden genomen om de twee brede balkons, aan de voor- en achterzijde, van planten te voorzien. Ze liepen over de trappen vol gruis omhoog tot halverwege het gebouw: het appartement dat zij hadden gekocht bevond zich op de derde verdieping. Elke woning besloeg een hele etage. Naast de Pagaldays waren er slechts zes andere eigenaars, die allemaal die ochtend, de laatste van het jaar, waren gekomen om te zien hoe het ermee stond. Bouwvakkers waren druk aan het werk. Rond elf uur liepen overal mensen. Eigenlijk was het de dag waarop contractueel de zeven appartementen moesten worden opgeleverd, maar zoals zo vaak gebeurt was er sprake van vertraging. Félix Tello, de architect van het bouwbedrijf, liep wel vijftig keer trap op trap af om antwoord te geven op alle vragen. De meeste eigenaars hadden iemand meegenomen: als het niet de tapijtlegger was om de maten op te nemen dan was het wel de timmerman, de tegelzetter of een binnenhuisarchitect. Sacristán Olmedo sprak over de dwergpalmen die in rijen op de balkons zouden komen te staan terwijl de kinderen Pagalday rondrenden door kamers waar vloeren, deuren en ramen nog ontbraken. Men was bezig de airconditioning te installeren, voordat de liften aan de beurt zouden zijn – na de feestdagen. Tot dan werden de liftschachten gebruikt om materiaal op te hijsen. Op hun zeer hoge hakken klommen de dames over de stoffige trappen vol brokken steen; aangezien ook de leuningen nog niet waren aangebracht was grote voorzichtigheid geboden. De eerste verdieping onder de grond was de garage, met een steil omhooglopende uitrit die nog niet voorzien was van de speciale antisliplaag.”

 

 
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Surrender

“Moke saw her standing at the end of the driveway and barked to alert Satchel. He had wandered from the clothesline to the chicken coop and into the old stables, but he came out and shielded his eyes against the glare of the setting sun. Chelsea was loitering at the side of the road, looking like she would bolt if she saw any hint of movement within the house she was watching intently. She was shy because she drove the school bus, the job that William used to do, but people were disturbed by William’s strangeness and frightened by his reputation, and Satchel knew Chelsea’s hesitation was anchored in that fear. It bothered Satchel when he saw people react this way to his father, who was never impolite, who had no mean streak in him, who was not a fighter or a drinker. But he understood, too, that there glittered in William’s eyes a cheery, jeery sort of madness, that his stiff, shuffling method of walking spoke of a mind that had lost its fluidity. People were wary of William -- Satchel, sometimes, was wary of him -- because William was crazy, and no one could expect him to be treated the same as everybody else.
Moke’s barking made Chelsea snap her head in their direction, and Satchel waved to her. She scurried up the driveway and as she got closer he saw she was carrying a large softbound book, the cover of which bore scribble. "Hi," she said, blinking fast. "I was wondering if I could talk to you?"
"Sure."
"I won’t stay long --I just need a minute -- I’m not disturbing you, am I? Tell me if I am, and I’ll go."
"I’m not doing anything" . . . . He stepped backward into the shadows of the stables, and she followed him to the edge of dimness, where she sat on the barrel of chicken feed and Satchel leaned against a wall.”

 

 
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

Uit: Kabaal om een omelet (Column)

“Er zijn Duitse woorden die alleen in het Nederlands bestaan. Zoals unheimisch: geen Duitser die het kent. Het woord heeft, zeggen ze, vroeger wel iets betekend, maar niemand weet meer wat en tegenwoordig bestaat het niet lаnger. Nu zeggen dе Duitsers unheimlich waar wij unheimisch zeggen.
Zо zijn er ook Franse en Engelse woorden die alleen in het Nederlands bestaan. Nicoline vаn der Sijs gaf in haar 'Chronologisch woordenboek' ooit ееn lijst met zestig voorbeelden. Mainport, smoking, stationcar, hometrainer, ladyshave, bandrecorder, beamer: het zegt dе Engelsen niets.
Fransen weten weer niet wat we bеdоеlen mеt faillissement, brille, logé, plafonnière, bellettrie en maisonnette. Hugo Brandt Corstius kwam in zijn 'Opperlandse taаl- en letterkunde' met de voorbeelden chique en fluх de bouche. Chique is weliswaar ook in Frankrijk een woord, maar daar betekent het pruimtabak. En die flux de bouche krijg je als gevolg van dat pruimen. Met 'le milieu' bedoelen de Fransen de onderwereld.
Ik kоm hier zo plompverloren mee omdat iemand me aansprak over het citaat 'Jede Konsequenz führt zum Teufel'. Gek genoeg is dat ook louter bekend in Nederlandstalige kringen. Het wordt er ten onrechte toegeschreven aan 'de oosterburen', en dan naar believen aan Goethe, Luther of Brecht, of door eеn eenzame rebel ook wel aan Nietzsche. Soms is een Nederlander zo ijverig het citaat serieus te checken en die wendt zich beleefd tot een Duitse website met de vraag of men de bron еrvan kent. 'Hmm', antwoorden de Duitsers verveeld, 'Nooit van gehoord. Vast iets vаn Thomas Mann.'

 

 
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Help! De dokter verzuipt...

“Hij heeft het ons persoonlijk verteld. Tegen een Dajak die met een zieke buik bij hem kwam, zei hij: man, ge zijt zo rot als een mispel. Gij gaat eraan. Maar gij dan toch eerst, zei die koppensneller die zijn gereedschap had meegebracht. Geneesheer Angelino was derhalve wel gedwongen de vent te opereren. Uit eigen lijfsbehoud. Hij legde de Dajak op zijn snijtafel en haalde het gezwel uit 's mans buik. De kerel leeft nog. Snelt weer volop koppen. Kan navraag lijden. Wordt driehonderd jaar en moet tenslotte doodgeknuppeld worden.
Ook deed Angelino ons het verhaal over de vrouw van een hoge Britse peer. Eveneens op Borneo. Altijd een fraai uitgevoerde vrouw geweest. Wordt wat dik naar haar zin. Slikt te veel vermageringspillen en krijgt vouwen en rimpels in haar gezicht. Weg schoonheid! Gaat die taart naar Angelino. Wijfje, wijfje, zegt hij in het Engels, wat ben jij verrekte tanig! Je lijkt van voren wel een kippekont. Ik zal je helpen. Hij met het mes eraan: vel boven op haar hoofd strak bijeentrekken, afbinden, frot wegknippen, wond dichtnaaien. Zo, zegt hij, nou heb je weer een mooi strak smoeltje. Die vrouw naar huis. Darling, zegt haar vent, wat heb je een grappig kuiltje in je kin gekregen! Kuiltje in mijn kin? zegt zij, de spiegel raadplegend. Welnee, honey, dat is mijn buiknagel!
Dergelijke verhalen deden er over Edmund Angelino de ronde. Hij strooide ze zelf rijkelijk uit en vertelde ze met zoveel gloed dat men ze ging geloven.
Voorwaar geen fijnzinnige humor. Maar wat wilt u? Angelino was in zijn spraak allerminst fijnzinnig. Hij slingerde met ruige woorden en barbaarse uitdrukkingen. Ze hoorden bij zijn rauw uiterlijk. Wij die dit alles met blozende kaken neerschrijven, kunnen het niet helpen.”

 

 
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)
Scene uit de film uit 1974 met Jules Croisset als dokter Angelino
en Leen Jongewaard als veldwachter Van Bree

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

De commentaren zijn gesloten.