31-01-14

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Van haar af

Hij is al weer lang van haar af.
Moet ooit dus haar hebben beklommen.

Soms zal het gestormd hebben, daar,
maar soms was het weergaloos helder.

Soms lag het daar heerlijk, dat moet wel.
Soms ook wel niet.

Nu is hij dan dus van haar af.
Gedaald eerst, gerold, toen gevallen.
Het dal in.

Niet eens geprobeerd zich vast
te grijpen aan takken of struiken.
Niet schrap zich gezet. Hij was moe.

Aan haar voet ziet hij tegen haar op
als tegen de berg die zij is,
de berg die zij was en geweest is

en laat zich maar zo.

 

 

Hoe het leven tegemoet te treden nu je ouder wordt

Niet boos worden, schreeuwen,
hard weghollen nu, en niet
als een gek om je heen slaan.
Wie zegt dat er iets moet duren?

In de herfst vang je minder licht
dan 's zomers, en 's winters nog minder.
Waarom tekeer gaan?

Nee, met bescheiden animo en,
is die niet meer beschikbaar,
versleten bewegingen.

Besta ik straks niet meer,
kan ik alsnog gaan huilen

 

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)


 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook alletags voor Alfred Kossmann op dit blog.

Uit: Het rozenfeest van Heinrich von Kleist

“Woensdag 20 november 1811 arriveerden Heinrich von Kleist en Henriette Vogel on twee uur 's middags in het eenvoudige logement aan de Wannsee dat naar zijn waard ‘Zum Stimming’ heette. Zij wilden een middagmaal hebben en twee kamers, maakten een wandeling langs het meer, schreven brieven, dronken wijn en rum en schenen bij dit alles opgewekt en gelukkig. Zij gingen niet naar bed. De huisknecht die nachtdienst had heeft tenminste het licht in hun kamers op de eerste verdieping niet zien doven.
De volgende morgen vroegen zij de rekening, betaalden en bestelden een bode die een brief naar Berlijn kon brengen. Deze vertrok om twaalf uur. Op de vraag wat zij die avond wilden eten, antwoordde de man: ‘Er komen vanavond twee vreemdelingen; die moeten een bijzonder goede maaltijd hebben.’
‘Ach nee,’ zei de vrouw, ‘ik geloof niet dat dat nodig is; zij kunnen ook met een omelette genoegen nemen, zoals wij.’
‘Nu,’ zei de man, ‘dat zullen we morgenmiddag des te beter eten,’ en beiden herhaalden: ‘Er komen vanavond twee gasten.’
Zij waren erg bezorgd over hun brief naar Berlijn, die volgens de waard om drie uur, op zijn laatst om half vier moest aankomen. Tegen die tijd gingen zij naar buiten, bewonderden het mooie landschap, liepen de keuken binnen en vroegen de vrouw van de waard om aan de oever van het meer koffie te willen serveren. De extra moeite zouden zij betalen. De man kocht rum. De koffie werd hun gebracht; zij betaalden er onmiddellijk voor.
Toen de vrouw die hen bediende zich ongeveer veertig passen van hen had verwijderd, hoorde zij een schot. Dertig passen verder, hoorde zij er nog één. Zij veronderstelde dat er gejaagd werd. Terwijl zij terugliep naar het logement, had echter Heinrich von Kleist, op de bergrug tussen de Kleine Wannsee en de Potsdamer Landstrasse, zijn geliefde en zichzelf doodgeschoten.”

 

 
Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook alle tags voor Anna Blaman op dit blog.

Uit: Vrouw en vriend

Zij was alleen. Ze trok haar wenkbrauwen wat bij en borstelde haar dunne wimpers op. Met starre blik volgde ze de arbeid van haar lippenstift. Ze was alleen en voelde haar gram verzinken als een moegevochten drenkeling. De stilte in haar kamer was bleek en ongastvrij. Schuw keerde ze zich van de spiegel af en steels greep ze haar tas en haar muziekboeken. Nu ging het er maar om zich tegen de derde fase van de eenzaamheid te weren, waarin ze, niet meer zelfgenoegzaam, niet meer verbitterd zelfs, maar als een in het nauw gedreven dier geen uitkomst meer zou zien.”

 

Vrouwen

I
Haar armen glad en blank in 't lome
van donker tule, veel parfum en lippen
van karmijnrood - ik zie de tippen
van haar borsten deinend gaan en komen.

II
Winkel schemering, veel stoffen op de toonbank
Zij buigt voorover in begerig kijken
Ik zie haar blouse soepel open wijken
en ben verzonken - diep en blank.

 

 
Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marcus Roloff werd geboren op 31 januari 1973 in Neubrandenburg. Zie ook alle tags voor Marcus Roloff op dit blog.

 

funken

eine zeitlang dachte ich die codes wären geknackt
aber das programm ist veraltet tickern lediglich
anlaute über den seefunk finger wie zeichen
gemorse im hörer (vergleiche deckunter knisternd
auf anfang) verhören kann man sich mal wenn
sprache ausfällt strömen vielleicht im moment
serpentinische daten (rohrpostgepolter gedanklich
treppab). nicht zu empfangen zum beispiel bis jetzt
war auch die nachricht das signal stünde zum rauschen
in keinem verhältnis.

 

KEIN WIR

kein ich
ein langes einziges
(er)-
(sie)-
(es)-
: ohne absicht &
grund.

alles ist mund
der keinem gehört.
& nichts kann
so ohr sein
dass er sich auftut

im hoffnungzwielicht
aus nacht & aus
morgen ist kein
satz
der mich
vertritt.

 

 
Marcus Roloff (Neubrandenburg, 31 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook alle tags voor Norman Mailer op dit blog.

Uit: Modest Gifts

“I don’t know where to start.
Well, in fact I do know. It is to warn the buyer. For the title is accurate–the gifts you will purchase are modest. William Merrill once wrote that a poem which was too easy to read was without value. “Difficult surfaces [can work] through to the poem’s emotional core.”
These pieces, for the most part, will be comprehensible on first approach. Some barely qualify as poems. They are snippets of prose called short hairs, there to shift your mood a hair’s width. Perhaps one element of a good poem is its power to succeed in altering a reader’s mood, but I will make no such claim for most of these inclusions, and something of the same can be said of the drawings. Is one to call them caricatures, cartoons, squibbles, or doodles? At best, they are line drawings–shading is beyond my means. If I now combine these line drawings with the short hairs, it is to offer the reader an easy pleasure. My serious work, such as it is, does not always accomplish this. Nor does it always want to. I belong to that dwindling group of novelists who wish to make a demand on their audience. I want the reader to owe a little more to the work than some passing gratitude for the mild enlivening of his or her leisure time. My mind was shaped at an early age, after all, by the great Russian novelists with their implicit expectation that you, the reader, are there to suffer with the writer. Why? For a huge reason–to partake of the ongoing quest to deepen our comprehension of life and eternity, as if–for fact!–life and eternity cannot survive without such a quest.”

 

 
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook alle tags voor Stefan Beuse op dit blog.

Uit: Alles was du siehst

»Heißt das, dass ich bis morgen auf meinen Rucksack warten muss?«, fragte ich. »Wenn ich Pech habe, sogar bis übermorgen?« »Nein«, hatte sie gesagt und gelächelt: »Wenn Sie Pech haben, warten Sie zwei Wochen. Wenn Sie Glück haben, finden Sie heute noch ein Taxi, das Sie da hochfährt.« Ich gab ihr die ausgefüllten Formulare zurück und legte eine Fünfdollarnote dazu, weil ich gelesen hatte, dass man das hier so macht. Natürlich wusste ich, dass das die Sache nicht beschleunigen würde. Dass es absurd war, die Fluggesellschaft gewissermaßen als Belohnung dafür, dass sie mein Gepäck verloren hatte, auch noch zu bezahlen. Aber es gab mir ein besseres Gefühl. Das Gefühl, alles getan zu haben, was in meiner Macht stand.
Wir mussten ein sonderbares Bild abgeben, wie wir aufeinander zuwankten, in der neongrünen Trostlosigkeit dieser verlassenen Halle: der Professor mit den ungelenken Schritten einer Marionette, ich steif gesessen von insgesamt über vierzehn Stunden Flug, schief gedrückt von der schweren Tasche über meiner Schulter. Nicht mal eine Zahnbürste hatte ich in mein Handgepäck gesteckt, und ich verfluchte die Entscheidung, sogar Laptop und Fotoapparat im Rucksack verstaut zu haben.
»Willkommen in Ithaca.« Die Stimme des Professors klang, als hätte sie sich durch enge Windungen quälen müssen; sie passte weder zu der zerbrechlichen Erscheinung, noch zu seinen Augen, die im Zusammenspiel mit den struppigen Brauen, den fahrig nach hinten gestrichenen Haaren und seinem nachlässig gestutzten Bart fast spitzbübisch wirkten: Ich war überrascht von ihrer Lautstärke, dabei hatten wir so oft telefoniert, dass ich mich eigentlich daran gewöhnt haben musste.“

 


Stefan Beuse (Münster, 31 januari 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

De commentaren zijn gesloten.