27-01-14

Benjamin von Stuckrad-Barre, Leopold von Sacher-Masoch, Ethan Mordden, Lewis Carroll, Rudolf Geel, Neel Doff

 

De Duitse schrijver Benjamin von Stuckrad-Barre werd op 27 januari 1975 in Bremen geboren. Zie ook alle tags voor Benjamin von Stuckrad-Barre op dit blog.

Uit: Soloalbum

„...Ich gehöre zum Rest von vielleicht 10 Leuten. Ich kenne niemanden mehr, Christian ist auch weg (WOHIN?), die verbliebenen Männer sind allesamt so Verbindungstrottel mit Uniform und vernarbter Fresse. Der eine guckt mich an, mein Pullover missfällt ihm offenbar. Er ist nicht betrunken, er ist besoffen.
- Ist hier jetzt Pulloverparty, du kleiner Straßenköter?
- Ja, genau, Pulloverparty, aber Fettsäcke mit großem Latinum dürfen auch im Matrosenanzug kommen, das ist kein Problem. Oder hattest Du Probleme reinzukommen?
Das war jetzt ein guter Witz, würde ich sagen, auch angemessen, da er ja angefangen hat usw. Kann ich gleich vergessen diese Argumente, denn jetzt sagt er seinen Freunden Bescheid, so läuft das ja immer. Man muss dann einfach abhauen. Habe ich jetzt verpasst. Ganz so böse meinte ich es auch nicht, im Gegenteil, ich finde es sogar fair, so Verbindungswichsern mal einen objektiven Tip zu geben hinsichtlich ihrer Kleidung, Gesinnung und Lebensführung, denn deshalb sind sie ja in einer Verbindung, um genau dem zu entgehen – das sind in der Schule immer die Dicken oder Stotternden oder Pickligen oder Schüchternen gewesen, die (gleich nach Lego-Technik statt Playmobil) zur Schach AG rannten und dann später froh waren, dass es außer „Actionfilmen“, Toten Hosen-Konzerten, der Zeitschrift P.M. und Stephen King-Büchern noch was gibt...“

 

 
Benjamin von Stuckrad-Barre (Bremen, 27 januari 1975)


 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

Uit: Lola. Geschichten von Liebe und Tod

“Während der Unruhen von 1846 wurden viele Schüler, welche an den Verschwörungen theilgenommen hatten, verhaftet. Unter ihnen befand sich auch ein Gymnasialschüler, der kaum 16 Jahre zählte. Das Gesetz erlaubte nicht, ihn »auf die Festung« zu schicken und er wurde daher zu 30 Ruthenstreichen verurtheilt.
Da tauchte bei Lola der seltsame Gedanke auf, die Vollziehung der Exekution zu übernehmen.
Da sie weder mit Mädchen noch Knaben, welche gestohlen oder sich sonst gemeiner Vergehen schuldig gemacht hatten, etwas zu thun haben wollte, bat sie die Frau des Kerkermeisters inständigst, ihr den jungen Revolutionär zu überlassen.
»Warum nicht!« sagte das junge Weib, »wenn es Ihnen Vergnügen bereitet.«
»Oh! Ja – ein großes Vergnügen!«
»Gut! dieses Vergnügen werden Sie haben; aber mein Mann darf davon nichts wissen, weder er, noch sonst jemand.«
Der junge Schüler, welcher bereits ein männliches Aussehen hatte, wollte sich einer Abstrafung, welche er als schimpflich ansah, nicht unterwerfen. Er begann Widerstand zu leisten, warf sich der Kerkermeisterin zu Füßen, als sie sich in Begleitung zweier kräftiger Zuchthäuslerinnen nahte, um ihm die Hände und Füße zu binden.
»Schlage mich nicht«, bat er mit Thränen in den Augen. »Du würdest mich schimpflichst entehren!«
»Nicht ich werde Dich schlagen« sagte das junge Weib, nachdem sie die Assistentinnen wieder fortgeschickt hatte »ein schönes Fräulein, welches mich um diese Gunst lediglich zu seinem Vergnügen gebeten hat, wird es thun!«
Der arme Junge verstand anfänglich nicht, aber als die Kerkermeisterin ihn in ihre Arme geschlossen und über eine Bank gelegt hatte und Lola in ihrer Kazabaïka mit einer Ruthe in der Hand und einer Maske aus schwarzem Sammet über dem Gesichte vor ihm erschien und ihre Aermel hochschürzte, da bat er neuerdings um Gnade – jedoch vergebens.“

 

 
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)

 

 

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Ethan Mordden op dit blog

Uit: The Passionate Attention of an Interesting Man

“Lloyd’s first piece for the paper discussed the “gourmet” salad bar in the food shop in the new mall. Or, more precisely, what Lloyd discussed was the behavior of its customers as they interacted with the platters of chicken fingers and tortellini and each other. Lloyd’s second piece toured the remodeling of the gym two doors down from the food shop and his third the gym’s grand opening and how the genders inspected each other. He entitled it “Cruising.”
Then came Lloyd’s fourth piece, on the town’s spoiled rich kids—really rich, the heirs and heiresses who seemed to know each other and no one else. Lloyd wrote of their lingo, attitudes, and rituals as if they were his, too. Instantly, Lloyd became a man of local note, recognized and invited. More important, the reading of his column, What State Am I In? went to the top of everybody’s daily activity sheet. Lloyd had to turn his report on rich kids into a series, and he found himself with something rare in the life of a freelance writer: job security.
Lloyd’s editor found Lloyd’s topics perplexing nonetheless. Gyms are something you belong to, not something you read about.
“They’re all alike,” the editor said. “Bicycles and yoga classes, no?”
“The gyms are alike,” Lloyd told him. “The clientele varies. When they’re keyed up and playful, they put a place into spin.”
Lloyd’s ease in the tossing of language made him not only the journalist of the moment but agreeably provincial: a booster of local endeavors. Folks enjoyed hearing that the food shop in their mall rivaled those in your conceited eastern metropolises, or that their gym could pass in California. Lloyd knew how to flatter while maintaining high standards, which was both friendly and impressive of him, and, as his editor had to admit, Lloyd knew How To Be Where.”

 

 
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)
Cover

 


De Engelse dichter en schrijver Lewis Carroll werd op 27 januari 1832 in Daresbury. Zie ook alle tags voor Lewis Caroll op dit blog.

Uit: Alice in Wonderland

“First, however, she waited for a few minutes to see if she was going to shrink any further: she felt a little nervous about this; 'for it might end, you know,' said Alice to herself, 'in my going out altogether, like a candle. I wonder what I should be like then?' And she tried to fancy what the flame of a candle is like after the candle is blown out, for she could not remember ever having seen such a thing.
After a while, finding that nothing more happened, she decided on going into the garden at once; but, alas for poor Alice! when she got to the door, she found she had forgotten the little golden key, and when she went back to the table for it, she found she could not possibly reach it: she could see it quite plainly through the glass, and she tried her best to climb up one of the legs of the table, but it was too slippery; and when she had tired herself out with trying, the poor little thing sat down and cried.
'Come, there's no use in crying like that!' said Alice to herself, rather sharply; 'I advise you to leave off this minute!' She generally gave herself very good advice, (though she very seldom followed it), and sometimes she scolded herself so severely as to bring tears into her eyes; and once she remembered trying to box her own ears for having cheated herself in a game of croquet she was playing against herself, for this curious child was very fond of pretending to be two people. 'But it's no use now,' thought poor Alice, 'to pretend to be two people! Why, there's hardly enough of me left to make ONE respectable person!'

 

 
Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)
Hier met Louisa MacDonald en vier van haar kinderen

 

 

De Nederlandse schrijver Rudolf Geel werd geboren in Amsterdam op 27 januari 1941. Zie ook alle tags voor Rudolf Geel op dit blog.

Uit: Een rinkelend paleis

“Tomas Monterosa werd geboren uit christelijke ouders. Maar eerder dan de gelovigheid en daarin het wantrouwen van deze godsdienst, boeiden hem de dwaasheden en overdadigheid van heidense riten waarvan die eenvoudige mensen geen weet hadden.
Op de dag dat Tomas buitensporig rijk werd door een erfenis die aan zijn vrouw toeviel, wilde hij dit op gepaste wijze vieren. Zijn vrouw wist wat haar te wachten stond, en weigerde het huis te verlaten. Door het plafond drongen etensgeuren (koolraap, varkensvlees) en aan de overkant van de straat schreeuwde de radio een sportverslag. Terwijl Tomas aan zijn aanstaande leven van ledigheid dacht, steeg hem het water in de mond, en onder het licht van de maan stonden obers als knipmessen klaar tot aan de horizon, waarvandaan zachte dinermuziek zijn oor binnensijpelde. Zijn vrouw zette de televisie aan en onmiddellijk na het aangloeien verscheen een gehaktbal. Deze bal groeide, werd elastisch, stuiterde, voorzag zich van publiek, gejuich en voetballers. Tomas schakelde het toestel uit.
Vervolgens gingen zij alsnog de stad in.
Zij aten onder een perzikboom. Tussen de takken hingen snippers zilverpapier om de vogels te verjagen. Dit zilver leek op geld, maar veranderde in waardeloos papier toen Tomas besefte dat de werkelijkheid hem uitlachte om deze armoedige fantasie.
De violist van het orkest kwam achter hen, en zijn gejammer maakte Tomas hulpeloos. En dat met zoveel geld. Het was jammer dat het van zijn vrouw was. Toen hij haar trouwde wist hij dat zij het zou krijgen. Nu was hij vierendertig. Hij had kunstgeschiedenis gestudeerd tot hij er van kotste. Het werd tijd dat hij zijn lijdensweg de rug toekeerde.
- Mijn studie maak ik niet af, zei hij vriendelijk. Dat begrijp je zeker wel?”

 

 
Rudolf Geel (Amsterdam, 27 januari 1941)

 

 

De Franstalige, maar oorspronkelijk Nederlandse schrijfster Neel Doff werd geboren in Buggenum op 27 januari 1858. Zie ook alle tags voor Neel Doff op dit blog.

Uit: Keetje Tippel

“En inderdaad, toen ik eenmaal aan de Amstel was, kende ik de weg weer. Bij huis aangekomen trok ik aan het touwtje waarmee de deur openging; ik tuimelde onze kelder binnen, maar toen ik hem zo leeg zag, zo helemaal zonder één levende ziel, werd ik zo bang en bedroefd door wat ik had gedaan, dat ik me op de grond liet zakken en daar bleef huilen en om moeder schreeuwen. ‘Moeder, moeke, waar ben je? Moeketje, kom terug, ik zal het nooit meer doen; ik houd van niemand zoveel als van jou, moedertje, kom toch terug, ik ben je lieve meisje, hoor nou toch. Maar je komt natuurlijk nooit meer, en Hein en Naatje ook niet. Moeder, waar ben je, moeder! Kom terug! Als je niet komt ga ik dood!’
Ik had zo al een hele tijd zitten jammeren toen moeder thuiskwam, verwilderd, onder 't zweet en met de huilende kinderen achter zich aan.

 
Scene uit de film “Keetje Tippel” met Monique van de Ven en Rutger Hauer, 1975

 

Ik sprong overeind; zij stortte zich op me om me een pak rammel te geven, maar ik sloeg mijn armen om haar hals, en weerloos omhelsde ze mij toen ook. Allerlei lieve woordjes hakkelend zoenden wij elkaar af, moeder moest ervan hijgen. ‘De kunstenmakers hebben je dus niet meegenomen mijn schatje, mijn Keetje, mijn pareltje, mijn fluwelen duifje.’
De baby krijste; Dirk moest een plasje doen; allemaal balkten ze om eten. Maar moeder hoorde het niet en toen zij tenslotte aan het werk ging, bleef ze haar hand langs mijn hals strijken en ik drukte me stijf tegen haar aan, armen om haar rokken. De hele avond, ook toen zij de baby aan de borst nam, mocht ik op haar ene knie blijven zitten, en ondanks het gemopper van vader stond zij erop dat ik tussen hen beiden in sliep.

 

 
Neel Doff (27 januari 1858 – 14 juli 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

De commentaren zijn gesloten.