31-10-13

Joseph Boyden, Bruce Bawer, John Keats, Nick Stone, Carlos Drummond de Andrade

 

De Canadese schrijver Joseph Boyden werd geboren op 31 oktober 1966 in Willowdale, Ontario. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Boyden op dit blog.

 

Uit: The Orenda

 

“I awake. A few minutes, maybe, of troubled sleep. My teeth chatter so violently I can taste I’ve bitten my swollen tongue. Spitting red into the snow, I try to rise but my body’s seized. The oldest Huron, their leader, who kept us walking all night around the big lake rather than across it because of some ridiculous dream, stands above me with a thorn club. The weight these men give their dreams will be the end of them.

Although I still know little of their language, I understand the words he whispers and force myself to roll over when the club swings toward me. The thorns bite into my back and the bile of curses that pour from my mouth make the Hurons convulse with laughter. I am sorry, Lord, to use Your name in vain.

They’d all be screaming with glee, pointing and holding their bellies, if we weren’t being hunted. With a low sun rising and the air so cold, noise travels. They are clearly fed up with the young Iroquois girl who never stopped whimpering the entire night. Her face is swollen and, when I see her lying in the snow, I fear they killed her while I slept.

Not long ago, just before first light, we’d all paused to rest, the leader and his handful of hunters stopping as if they’d planned this in advance, the pack of them collapsing against one another for the heat. They whispered among themselves, and a couple glanced over at me. Although I couldn’t decipher their rushed speech, I sensed they talked of leaving me here, probably with the girl, who at that moment sat with her back to a birch, staring as if in a dream.Or maybe they talked of killing us. We had slowed them down all night, and despite trying to walk quietly I’d stumbled in the dark through the thick brush and tripped over fallen trees buried in the snow. At one point I removed my snowshoes because they were so clumsy, but then sank up to my hips in the next steps, and one of the hunters had to pull me out, biting me hard on the face once he’d accomplished the deed.”

 

 

 

Joseph Boyden (Willowdale, 31 oktober 1966)

Lees meer...

30-10-13

Jan Van Loy, Fjodor Dostojevski, Ezra Pound, Paul Valéry, Georg Heym

 

De Vlaamse schrijver Jan Van Loy werd op 30 oktober 1964 geboren te Herentals, in de Antwerpse Kempen. Zie ook alle tags voor Jan Van Loy op dit blog.

 

Uit: Bankvlees

 

‘Er is te weinig vlees om het in brokken te snijden. In de ene beker zou een brok terechtkomen, in sommige bekers twee brokken, en in andere dan weer geen enkele.’
‘Dus we geloven in de goedheid van de mens,’ zeg ik, ‘maar ook in zijn onvermijdelijke jaloezie als hij denkt dat een ander een brokje meer in zijn soep heeft.’
Erik kijkt mij aan. Zijn mond is een beetje vertrokken, bijna een glimlach. ‘Die kleine stukjes geven een betere distributie,’ zegt hij.
Tot elke prijs zal vermeden worden dat de een meer geluk heeft dan een ander. Moedeloos word ik van dat soort egalitarisme, want zelf zou ik graag meer geluk hebben dan een ander.
‘Daklozen hebben hun portie pech al gehad,’ zegt de coördinator, zelf nooit dakloos geweest.
‘Het kan ook hun eigen schuld zijn,’ zeg ik, evenmin ooit dakloos geweest.
‘Maar dat is niet onze instelling,’ zegt de glimlachende coördinator, en hij laat me zowaar zijn wijsvingertje zien, terwijl ik en niet hij sta te tranen boven de uien.
Toen ik Anja zag, had ik er geen spijt van dat ik me hier had opgegeven als vrijwilliger.
‘Waarom heb je je hier als vrijwilliger opgegeven?’ was een van haar eerste vragen.
‘Om iets te doen te hebben.”

 

 

 

Jan Van Loy (Herentals, 30 oktober 1964)

Lees meer...

Constantijn Huygensprijs 2013 voor Tom Lanoye

 

De Vlaamse dichter en schrijver Tom Lanoye krijgt in januari volgend jaar de Constantijn Huygensprijs 2013 voor zijn gehele oeuvre uitgereikt. Dat heeft de voorzitter van de Jan Campert-stichting, die de prijs toekent, vandaag bekendgemaakt in het radioprogramma Kunststof. Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

 

Uit: Gelukkige slaven

 

“We vinden Tony Hanssen terug tijdens de hondsdagen van een verstikkende, walmende, besmettelijke zomer. Niet in het uiteenvallende continent waar hij meer dan veertig jaar geleden zijn levenslicht zag. Daar is het winter nu, daar regent het vuile sneeuw op straat en onheilsberichten in alle parlementen en beursgebouwen. We treffen hem aan elfduizend kilometer verderop, in de schaamspleet onder de tropisch gezwollen buik van Brazilië, de open wond genaamd Rio de la Plata, Rivier van Zilver. Ze is breed als een zee, ze ruikt naar petroleum en ingewanden en ze is het voorgeborchte van de Atlantische Oceaan — een deinend, koningsblauw universum vol verborgen gasvelden, scheepswrakken en walviskadavers.
Op de beide oevers van de Rio de la Plata ligt een hoofdstad. In het noorden Montevideo. In het zuiden Buenos Aires, een stad zo groot als een staat. Daar, in San Telmo, een van de oudste wijken, nog gesticht door gevluchte Italianen en ontsnapte negerslaven, de latere bakermat van de tango, de wapensmokkel en de voetbalgekte, treffen wij Tony Hanssen aan. Hijgend en zwoegend in een kitscherig gerenoveerd herenhuis, una casa de turistas, waar hij op de tweede etage een Chinese matrone aan het bevredigen is, op haar aandringen en tegen zijn goesting. Boven hun hoofden wiekt een gammele ventilator, de charmant antieke airco steunt en rammelt luider dan het bed.
Toch zweet Tony zich kapot. En hij is niet de enige, te voelen aan de huid waar hij tegenaan stoot. Hij walgt van zichzelf en heeft medelijden met mevrouw Bo Xiang. Maar stoppen met haar te bevredigen doet hij niet. Ze zou het kunnen begrijpen als een afwijzing. Hoed u voor de wraak van een gekrenkte vrouw op leeftijd. Tony staat voor een fortuin in het krijt bij haar echtgenoot. Dus stoot hij voort. Het is nog geen twee uur in de middag. De lantaarnpalen buiten werpen amper schaduw.”

 

 

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

 

 

Ook drie andere schrijvers zijn bekroond. Micha Hamel mag voor zijn bundel “Bewegend Doel” de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. Oek de Jong krijgt voor zijn roman “Pier en Oceaan” de F. Bordewijk-prijs. Jan Paul Schutten ontvangt de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs voor jeugdliteratuur voor “Het Raadsel van Alles Wat Leeft”. Aan al deze prijzen zijn bedragen van vijfduizend euro verbonden. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

29-10-13

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Mohsen Emadi, Claire Goll

 

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

 

Uit: Lieber Niels

 

„1.1.04

Dein Fontane-Neujahrs-Gedicht ist schön, ja – ich habe es erst gelesen, nachdem ich meins schon losgeschickt hatte (lustig, wie einfach wir werden in unseren Vorlieben) –, und Deine virtuelle Skyline mit Silvesterknallern ist ein Märchen. Kein Internettand, sondern Kunst. Ich wollte sie kopieren und weiterschicken, das schaffte ich nicht. Es soll auch so bleiben: ein Unikat für mich. Danke.

Gestern Abend war ich eingeladen zu einem veritablen Silvesteressen mit Herren und Damen in Anzügen. Etwa 25 Leute, davon mindestens zehn Psychoanalytiker. Die Gastgeber, ein Analytikerpaar, sind mit dem Maler Manfred Schling befreundet, über den ich sie kennengelernt habe. Sie residieren in einer zweihundertvierzig Quadratmeter großen Wohnung im Bayrischen Viertel, sehr schön. Der Abend verlief überraschend heiter und unverkrampft. Obwohl ich viel getrunken habe, stand ich heute mit klarem Kopf auf und beginne das neue Jahr einigermaßen nüchtern.

Die Gastgeber besitzen die Köhlmeier-CDs. Ich habe sie nun gesehen: Es sind drei Kassetten à 5 CDs, Titel Die Sagen des klassischen Altertums, produziert vom ORF. Meinst Du, es gibt eine Möglichkeit, die irgendwo im Internet antiquarisch aufzutreiben? Ich hoffe, auch Du bist gut gerutscht und startest zuversichtlich. Es soll einmal mehr unser Jahr werden!

2.1.04

Michael Johannes Maria Köhlmeier heißt er … Ob die Aufnahme wohl wirklich so gut ist, dass keiner, der sie hat, sie loswerden will? So werde ich diese entfernt Bekannten bitten müssen, sie mir zu brennen … Nein, das bringe ich nicht über mich. Werde halt auf K. verzichten und weiterhin nichts vom griechischen Altertum wissen. Ist ja kein Unglück.”

 

 

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

Lees meer...

Mano Bouzamour

 

Onafhankelijk van geboortedata


De Nederlandse schrijver
Mano Bouzamour werd in 1991 geboren in Amsterdam. Hij bezocht daar het Hervormd Lyceum Zuid. Als verhalenverteller won Bouzamour in 2010 het Rozentuinfestival. Zijn debuut, de schelmenroman De belofte van Pisa is gebaseerd op zijn eigen leven..

 

Uit: De belofte van Pisa

 

“Toen was ik aan de beurt. Ik stond op en zei: ´Hallo, ik ben Samir. Iedereen noemt me Sam. Ik woon in de Pijp, je weet toch daarzo bij de Albert Cuyp. En o ja, ik ben moslim.´ De wimpers van mijn klasgenoten gingen op en neer. Moslim zijn, dat was niet hip. Niemand had ergens een moslim tante of moslim oma. In plaats daarvan vroeg Céline: ´Die slachten toch schapen op het toilet?´

(…)

 

‘Daarna vatte al het verkeer ineens moed en begon het kriskras door mekaar te karren. Het pioniersgedrag dat mijn broer en Soesi vertoonden wond mij op, het was imponerend en aanstekelijk en verleende ze glans. Mijn broer en Soesi vielen uit de toon alsof een speciaal levenslicht ze bescheen.’

 

 



Mano Bouzamour (Amsterdam, 1991)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mano bouzamour, romenu |  Facebook |

AKO Literatuurprijs 2013 voor Joke van Leeuwen

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster,illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen ontving gisteravond in het museum Beelden aan Zee in Scheveningen de AKO Literatuurprijs 2013 voor haar roman “Feest van het begin”. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Uit: Feest van het begin

 

“Op een oktobermaandag in het eerste jaar van de nieuwe vrijheid stort de regen nietsontziend op de hoofdstad. Hij slaat een menigte putjes in het water van de rivier die er als een kromme ruggengraat doorheen loopt en tekent slingerbeekjes in de modder van nog ongeplaveide straten. De open goten kunnen de toevloed niet meer verstouwen en uit de regenpijpen, die maar tot halverwege de gevels reiken, spuit het water op de rillende flanken van de paarden en de dunne daken van de koetsen. Voorbijgangers proberen de plenzen te ontwijken die door de wielen worden opgegooid, met vuil erin en restjes salpeterzuur die een gat kunnen branden in hun kleren. En de mussen en de katten vinden een schuilplaats die te klein is voor een mens.
De regen gutst langs de strenge gevels van een hospice voor wezen in een van de faubourgs, waar al vijftien jaar tussen andere kinderen met verloren ouders een vondelinge woont die op haar handen kan staan. Ze heeft van de nonnen die haar te kleden en te bidden geven twee namen gekregen van heilige vrouwen.
Die middag kijkt ze door een van de weinige ramen waar geen ribbelend glas in lood in zit dat de buitenwereld vervormt en een andere kleur geeft. Ze weet van horen zeggen wat er gaande is en ziet de stille straat waaraan het hospice grenst. Hoe weinig ze ook ziet, ze mag niet blijven kijken, want er moet worden schoongemaakt en er moeten nieuwe woorden worden geleerd in een dode taal die moet blijven leven.
Het water trommelt op het beschadigde huis van een behangfabrikant, waarin alles kort en klein is geslagen door arbeiders die hun recht kwamen halen en en passant ook de uitstekende wijnen uit de kelder. In halfdonkere zolderwoningen zetten vrouw en kinderen van leerlooiersknechten en waterdragers emmers en pannen neer om de druppels op te vangen die naar binnen lekken.”

 

 

 

Joke van Leeuwen  (Den Haag, 24 september 1952)

28-10-13

Evelyn Waugh, JMH Berckmans, John Hollander, Al Galidi, Uwe Tellkamp

 

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

 

Uit: Brideshead Revisited

 

“... The whole argument from Significant Form stands or falls by volume. If you allow Cézanne to represent a third dimension on his two-dimensional canvas, then you must allow Landseer his gleam of loyalty in the spaniel’s eye”—but it was not until Sebastian, idly turning the page of Clive Bell’s Art, read: “‘Does anyone feel the same kind of emotion for a butterfly or a flower that he feels for a cathedral or a picture?’ Yes. I do,” that my eyes were opened.

I knew Sebastian by sight long before I met him. That was unavoidable for, from his first week, he was the most conspicuous man of his year by reason of his beauty, which was arresting, and his eccentricities of behaviour which seemed to know no bounds. My first sight of him was as we passed in the door of Germer’s, and, on that occasion, I was struck less by his looks than by the fact that he was carrying a large Teddy-bear.

“That,” said the barber, as I took his chair, “was Lord Sebastian Flyte. A most amusing young gentleman.”

 

 

 

Jeremy Irons en Anthony Andrews als Charles en Sebastian

In de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

 

“Apparently,” I said coldly.

“The Marquis of Marchmain’s second boy. His brother, the Earl of Brideshead, went down last term. Now he was very different, a very quiet gentleman, quite like an old man. What do you suppose Lord Sebastian wanted? A hair brush for his Teddy-bear; it had to have very stiff bristles, not, Lord Sebastian said, to brush him with, but to threaten him with a spanking when he was sulky. He bought a very nice one with an ivory back and he’s having ‘Aloysius’ engraved on it—that’s the bear’s name.” The man, who, in his time, had had ample chance to tire of undergraduate fantasy, was plainly captivated by him. I, however, remained censorious and subsequent glimpses of Sebastian, driving in a hansom cab and dining at the George in false whiskers, did not soften me, although Collins, who was reading Freud, had a number of technical terms to cover everything.

Nor, when at last we met, were the circumstances propitious. It was shortly before midnight in early March; I had been entertaining the college intellectuals to mulled claret; the fire was roaring, the air of my room heavy with smoke and spice, and my mind weary with metaphysics.

 

 

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

Lees meer...

Jan Weiler

De Duitse schrijver en journalist Jan Weiler werd geboren op 28 oktober 1967 in Düsseldorf. Hij groeide op in Meerbusch Jan Weiler en werkte tijdens zijn schooltijd als freelancer voor de Westdeutsche Zeitung. Na de middelbare school en vervangende diensplicht werkte hij als copywriter voor een reclamebureau. Vervolgens studeerde hij aan de School voor Journalistiek in München. Weiler was vanaf 1994 redacteur, toen van 2000 tot 2005 samen met Dominik Wichmann hoofdredacteur van het SZ magazine. Als zodanig schreef hij in 2002 voor een speciale uitgave over Italië een artikel over zijn schoonvader, die ooit als Italiaanse gastarbeiderr naar Duitsland was gekomen. De respons was onverwacht positief. Daarna ging hij in 2003 met zijn schoonvader Antonio naar Italië om zich daar diens levensverhaal te laten vertellen. Dat leidde tot het boek “Maria, ihm schmeckt’s nicht!”, dat volgens Weiler niet autobiografisch, maar als fictie opgevat dient te worden. Het boek combineert op humoristische wijze fictieve elementen met de verhalen van schoonvader "Antonio" en de ervaring van Weiler met zijn Italiaanse familie. In 2005 verscheen de opvolger “Antonio im Wunderland.” Sinds 2004 trekt Weiler rond als voorlezer van zijn werken. Het reisdagboek dat daarbij ontstond verwerkte hij in 2006 tot literatuur in zijn boek “In meinem kleinen Land”. Vanaf 2007 schrijft Jan Weiler wekelijks zijn column “Mein Leben als Mensch”, die sinds augustus 2009 verschijnt in “Welt am Sonntag”. In 2009 kwam de verfilming van “Maria, ihm schmeckt’s nicht”, waarvoor hij ook het scenario schreef, in de bioscoop. Hij heeft daar zelf een glimpoptreden als ambtenaar van de burgerlijke stand.

Uit: In meinem kleinen Land

Willkommen zu diesem Buch. Ich darf Sie gleich darauf auf­merksam machen, dass Sie sich keinen Reiseführer gekauft haben. Wenn dies Ihre Absicht war, findet die Produktenttäu­schung wenigstens ganz am Anfang statt. Was Sie in Händen halten, ist ein Reisetagebuch. Und das ist etwas ganz anderes. Es stehen keine Handreichungen für Ausflüge zu Sehenswür­digkeiten drin. Ebenso fehlen Listen mit günstigen Hotels, in denen man ein gutes Frühstück bekommt. Auch Reiserouten für Schnäppchenjäger sind nicht enthalten. Aber was sonst? Eindrücke, Geschichten, Gespräche über und in unserem er­staunlichen kleinen Land.
Ich habe es von September 2005 bis Juni 2006 während einer Lesereise kennengelernt und darüber Buch geführt, indem ich jeden Tag notierte, was passiert war. Dieses Prinzip führt natürlich zu Ungerechtigkeiten, denn man kann fast keinem Ort gerecht werden, indem man dort nur einen Tag verbringt. Das Procedere war täglich gleich: mit dem Zug anreisen, per Taxi oder zu Fuß ins Hotel. Dann spazieren gehen. Etwas essen. Menschen in Theatern, Buchhandlungen oder Kulturzentren vorlesen. Schlafen. Frühstücken. Schreiben. Mit dem Zug wie­der abreisen. Auf diese Weise bleibt einem Ort nur eine kurze Zeit, um sich einzuprägen. Es entgeht dem Besucher natürlich so manches. Man übersieht die Schönheit Dortmunds, und lei­der war ich nicht im Sommer in Speyer, sondern am kältesten Wintertag. Mein Urteil über Itzehoe fällt wahrscheinlich un­gerecht aus, jenes über Dresden ist womöglich gemein. Manch­mal bekommt man falsche Eindrücke, sieht nicht richtig hin. Ich bitte dafür um Entschuldigung. Andererseits macht gerade das die Reise interessant. Was bleibt beim flüchtigen Kennenlernen einer Stadt hängen? Wo sieht man hin, was will man wissen? Und kann man sich in eine Stadt verlieben? Aber ja! Orte sind wie Menschen. Sie haben Charakter, Charme, Aus­strahlung. Oder auch nicht. Sie sind hässlich oder zu klein. Sie sehen grau aus oder alt oder freundlich. Sie grüßen über­schwänglich oder gar nicht. Sie wollen dich einladen oder ver­scheuchen. Davon - und von den Menschen in diesen Orten - handelt dieses Buch.

 


Jan Weiler (Düsseldorf, 28 oktober 1967)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jan weiler, romenu |  Facebook |

27-10-13

Dylan Thomas, Sylvia Plath, Albrecht Rodenbach

 

De Engelse dichter Dylan Thomas werd geboren op 27 oktober 1914 in Swansea in Wales. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dylan Thomas op dit blog.

 

 

A Grief Ago

 

A grief ago,
She who was who I hold, the fats and the flower,
Or, water-lammed, from the scythe-sided thorn,
Hell wind and sea,
A stem cementing, wrestled up the tower,
Rose maid and male,
Or, master venus, through the paddler's bowl
Sailed up the sun;

Who is my grief,
A chrysalis unwrinkling on the iron,
Wrenched by my fingerman, the leaden bud
Shot through the leaf,
Was who was folded on the rod the aaron
Road east to plague,
The horn and ball of water on the frog
Housed in the side.

And she who lies,
Like exodus a chapter from the garden,
Brand of the lily's anger on her ring,
Tugged through the days
Her ropes of heritage, the wars of pardon,
On field and sand
The twelve triangles of the cherub wind
Engraving going.

Who then is she,
She holding me? The people's sea drives on her,
Drives out the father from the caesared camp;
The dens of shape
Shape all her whelps with the long voice of water,
That she I have,
The country-handed grave boxed into love,
Rise before dark.

The night is near,
A nitric shape that leaps her, time and acid;
I tell her this: before the suncock cast
Her bone to fire,
Let her inhale her dead, through seed and solid
Draw in their seas,
So cross her hand with their grave gipsy eyes,
And close her fist.

 

 

 

Grief Thief Of Time

 

Grief thief of time crawls off,
The moon-drawn grave, with the seafaring years,
The knave of pain steals off
The sea-halved faith that blew time to his knees,
The old forget the cries,
Lean time on tide and times the wind stood rough,
Call back the castaways
Riding the sea light on a sunken path,
The old forget the grief,
Hack of the cough, the hanging albatross,
Cast back the bone of youth
And salt-eyed stumble bedward where she lies
Who tossed the high tide in a time of stories
And timelessly lies loving with the thief.

Now Jack my fathers let the time-faced crook,
Death flashing from his sleeve,
With swag of bubbles in a seedy sack
Sneak down the stallion grave,
Bull's-eye the outlaw through a eunuch crack
And free the twin-boxed grief,
No silver whistles chase him down the weeks'
Dayed peaks to day to death,
These stolen bubbles have the bites of snakes
And the undead eye-teeth,
No third eye probe into a rainbow's sex
That bridged the human halves,
All shall remain and on the graveward gulf
Shape with my fathers' thieves.

 

 

 

 

Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)

Lees meer...

Zadie Smith, Nawal el Saadawi, Enid Bagnold, Fran Lebowitz, Kazimierz Brandys,Reza Allamehzadeh

 

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog en eveneens mijn blog van 27 oktober 2010

 

Uit: NW

 

“On the way back from the chain supermarket where they shop, though it closed down the local grocer and pays slave wages, with new bags though they should take old bags, leaving with broccoli from Kenya and tomatoes from Chile and unfair coffee and sugary crap and the wrong newspaper.

They are not good people. They do not even have the integrity to be the sort of people who don't worry about being good people. They worry all the time. They are stuck in the middle again. They buy always Pinot Grigio or Chardonnay because these are the only words they know that relate to wine. They are attending a dinner party and for this you need to bring a bottle of wine. This much they have learned. They do not purchase ethical things because they can't afford them Michel claims and Leah says, no, it's because you can't be bothered. Privately she thinks: you want to be rich like them but you can't be bothered with their morals, whereas I am more interested in their morals than their money, and this thought, this opposition, makes her feel good. Marriage as the art of invidious comparison. And shit that's him in the phone box and if she had thought about it for more than a split second she would never have said:

— Shit that's him in the phone box.

— That's him?

— Yes, but — no, I don't know. No. I thought. Doesn't matter. Forget it.

— Leah, you just said it was him. Is it or isn't it?

Very quickly Michel is out of earshot and over there, squaring up for another invidious comparison: his compact, well-proportioned dancer's frame against a tall muscled threat, who turns, and turns out not to be Nathan, who is surely the other boy she saw with Shar, though maybe not.“

 

 

 

Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

Lees meer...

26-10-13

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel Stephen L. Carter, Karin Boye

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

 

Uit: Kort Amerikaans

 

‘Ik hoef niet langer alleen te zijn. Eindelijk heb ik een vrouw gevonden voor wie ik mijn hoofd niet af hoef te wenden uit angst dat ze mijn geschonden gelaat zal zien, die me niet zal verlaten omdat ik haar van te voren gezegd heb dat het onmogelijk is. Dat je met zo iemand als ik ben niet getrouwd kan zijn.’ En, doelend op het schilderij waarop het litteken was aangebracht, denkt hij verder: ‘Voordat we elkaar gezien hadden hebben ze al geprobeerd het onmogelijk te maken tussen ons. Ze hebben je voor mij gewaarschuwd, je laten zien, hoe ik getekend ben.’

(…)

 

‘Als jij aan je ouders en je broers en je zusters evenveel liefde gaf als aan die koudbloedige dieren, dan zou het nog niet zo slecht met je aflopen. Die beesten zit je maar te knuffelen en te bevingeren en ons doe je niets dan het leven zuur maken. Als jij ooit nog een vrouw krijgt mag ze wel Jobs geduld en Salomo's wijsheid hebben.’ De getekende is de vervloekte. Op bladzijde 50 voegt de vader Erik toe: ‘Jij gaat naar het gesticht, ik zal je morgen weg laten halen! Van de duivel ben je bezeten! Jou wacht het eeuwig vuur. Ontaard kind! Laag en gemeen ben je!’

(…)

 

‘Gesteld dat u zo'n sigaret had en die aan mij verkocht. Goed, ik stop hem bij mij en thuis geef ik hem aan mijn broer. Die is daar heel blij mee en gaat hem meteen op roken. Maar de volgende dag heeft hij een dikke keel. Hij kan zijn mond niet meer opendoen want taaie slijmdraden zitten aan de binnenkant over zijn mond geplakt. Dan moet hij naar het ziekenhuis waar hij op een afschuwelijke manier sterft. Maar voor hij doodgaat zie ik hem voor het laatst. Ik mag niet bij hem komen want het is erg besmettelijk. Ik kan hem alleen achter glas zien als een vis in een aquarium. Voor hij sterft steekt hij zijn arm naar mij omhoog en balt zijn vuist. Dan spreidt hij twee vingers, zoals je doet om er een sigaret tussen te houden en maakt een gebaar van roken. Daarna valt hij terug in het kussen en is dood. Maar ik weet het, ik heb het teken verstaan. Ik ben zijn moordenaar op het spoor.Terwijl hij sprak brak het zweet door zijn huid naar buiten.’

 

 

 

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

Lees meer...

Trevor Joyce, Pat Conroy, Ulrich Plenzdorf, Sorley MacLean, Andrej Bely

 

De Ierse dichter Trevor Joyce werd geboren op 26 oktober 1947 in Dublin. Zie ook alle tags voor Trevor Joyce op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

 

Elegy Of The Shut Mirror

 

Inside rooms I’ve never seen
an old man beats himself
at chess, the moon recurs
as a white dove in a child’s dream,
a virgin leaves the glass
and, turning the light, retires;
as the mirror broods on itself.
 
Though the sun burns still through a vacant sky
frost thickens on the gates
and the moon grows up in the poplar's shade.
 
A girl waits, lonely, on the bridge.
can I tell her of remote roads
where love, not knowing the shock of loss,
has atrophied, and no-one sees
how, at the desolate junctions
the monuments of the old dead bleed
with the green ichors of bronze;
 
or there are streets,
icy now where pools contract,
where I have heard the ringing footfalls of a child
who will remember evenings
charged with light, fever
of strange games played
in the falling of the oblique sun;
the private hurt of times and words
not uttered yet.
 
And shall I tell the destitute
how I have found their misery
like the wardrobe of a suicide, where I
the living, recognize
only the faded linens, the frayed cloth,
the torn letters in an inside pocket,
extracts from an unintelligible
and unfinished history;
 
or tell the old of aging
and the inevitable death.
with dusk the rain comes;
the ice loosens and the expanding locks
respond and open. such time impedes
the passage of another fall
that drags through lengthening nights
into the season of its bitter end.

 

 

 

 

Trevor Joyce (Dublin, 26 oktober 1947)

Lees meer...

25-10-13

Willem Wilmink, Anne Tyler, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein

 

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

 

Huilen is gezond

 

Leg nu die krant maar even neer,
echt lezen doe je toch niet meer,
huil nou maar even.
Ja, tegen iemands lichaam aan
zou dat natuurlijk beter gaan,
maar huil nou even.

Dat jij de enige niet bent,
dat is een troost die je al kent,
dus huil maar even.
Een ander troosten voor verdriet
dat kan ook niet, dat kan ook niet,
maar huil toch even.

Altijd maar flink zijn is niet goed:
als je niet weet hoe 't verder moet,
huil dan toch even.
Straks, met nog tranen langs je kin
denk je ineens: ik heb weer zin,
om door te leven.

 

 

 

 

Huizen in de binnenstad

 

Die huizen in de binnenstad,
waarvan je eens de sleutel had.

Elk wonen voel je als voorgoed,
totdat je toch verhuizen moet.

Je naambord bij een andere bel
en na wat weken went het wel.

Je treft je oude huizen aan
en kunt er niet naar binnen gaan.

Ze staan er nog precies als toen
hun huiselijke plicht te doen.

Ondanks de reuma in hun hout
worden ze heel erg langzaam oud

en halen 't jaar 3000 wel
als 't goed blijft gaan met Stadsherstel.

Die huizen in de binnenstad,
waarvan je eens een sleutel had,

waar nu een ander slaapt en eet,
die nog van geen verhuizen weet.

 

 

 

 

Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

Lees meer...

Elif Shafak

 

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971 en bleef na de scheiding van haar ouders bij haar moeder. Ze bracht haar tienerjaren door in Madrid en Amman (Jordanië), en keerde vervolgens terug naar Turkije. Ze studeerde Internationale Relaties aan de Technische Universiteit Midden-Oosten in Ankara. Ze heeft een diploma in Gender- en Vrouwenstudies en schreef een thesis getiteld The Deconstruction of Femininity Along the Cyclical Understanding of Heterodox Dervishes in Islam. Ze behaalde een doctoraat aan het departement Politieke Wetenschappen van dezelfde universiteit, met een thesis getiteld An Analysis of Turkish Modernity Through Discourses of Masculinities. Shafak werkte een jaar als onderzoeker aan Mount Holyoke Women's College in South Hadley, Massachusetts in de Verenigde Staten. Daar schreef ze haar eerste roman in het Engels. De Nederlandse vertaling van het boek, “De heilige van de beginnende waanzin” (The Saint of Incipient Insanities), werd uitgegeven door De Geus.
Şafak was gastprofessor aan de University of Michigan in Ann Arbor, Michigan en aan het Near Eastern Studies Department van de University of Arizona in Tucson, Arizona. Daarna keerde ze terug naar Istanbul, een stad die ze een bron van liefde en inspiratie noemt. Ze verdeelt haar tijd tussen de Verenigde Staten en Istanbul. Şafak maakte haar literair debuut met het verhaal Kem Gözlere Anadolu, gepubliceerd in 1994. Haar eerste roman, Pinhan ("De Soefi") kreeg de "Mevlana Prize" in 1998, die wordt toegekend aan het beste mystiek-literair werk in Turkije. Haar tweede roman, “Şehrin Aynaları” ("Spiegels van de stad"), verenigt joodse en islamitische mystiek tegen de achtergrond van de mediterrane 17de eeuw. Haar derde roman”Mahrem” ("De blik") leverde haar de "Union of Turkish Writers' Prize" op in 2000. “Bit Palas” (Het luizenpaleis) was een bestseller in Turkije. Shafak gebruikt de narratieve structuur van een verhaal van Duizend-en-één-nacht om een verhaal in het verhaal te vertellen. Op dit boek volgde “Med-Cezir”, een non-fictiewerk over gender, seksualiteit, mentale getto's en literatuur. Ze schreef het voorwoord van “Türkçe Sevmek”, de vertaling van de bloemlezing van emigrantenliteratuur “Tales from the Expat Harem: Foreign Women in Modern Turkey”, over vrouw-zijn, nationale identiteit en het gevoel nergens bij te horen.
Şafaks boek “De Bastaard van Istanbul” leidde tot haar vervolging in Turkije op grond van "belediging van de Turksheid" onder Artikel 31 van de Turkse Strafwet.De vervolging was het gevolg van een uitspraak van één van de personages, die de moorden op Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog als genocide bestempelde. Shafak werd vrijgesproken.

Uit: The Bastard of Istanbul

„Whatever falls from the sky above, thou shall not curse it. That includes the rain.
No matter what might pour down, no matter how heavy the cloudburst or how icy the sleet, you should never ever utter profanities against whatever the heavens might have in store for us. Everybody knows this. And that includes Zeliha.
Yet, there she was on this first Friday of July, walking on a sidewalk that flowed next to hopelessly clogged traffic; rushing to an appointment she was now late for, swearing like a trooper, hissing one profanity after another at the broken pavement stones, at her high heels, at the man stalking her, at each and every driver who honked frantically when it was an urban fact that clamor had no effect on unclogging traffic, at the whole Ottoman dynasty for once upon a time conquering the city of Constantinople, and then sticking by its mistake, and yes, at the rain . . . this damn summer rain.
Rain is an agony here. In other parts of the world, a downpour will in all likelihood come as a boon for nearly everyone and everything—good for the crops, good for the fauna and the flora, and with an extra splash of romanticism, good for lovers. Not so in Istanbul though. Rain, for us, isn’t necessarily about getting wet. It’s not about getting dirty even. If anything, it’s about getting angry. It’s mud and chaos and rage, as if we didn’t have enough of each already. And struggle. It’s always about struggle. Like kittens thrown into a bucketful of water, all ten million of us put up a futile fight against the drops. It can’t be said that we are completely alone in this scuffle, for the streets too are in on it, with their antediluvian names stenciled on tin placards, and the tombstones of so many saints scattered in all directions, the piles of garbage that wait on almost every corner, the hideously huge construction pits soon to be turned into glitzy, modern buildings, and the seagulls. . . . It angers us all when the sky opens and spits on our heads.
But then, as the final drops reach the ground and many more perch unsteadily on the now dustless leaves, at that unprotected moment, when you are not quite sure that it has finally ceased raining, and neither is the rain itself, in that very interstice, everything becomes serene. For one long minute, the sky seems to apologize for the mess she has left us in. And we, with driblets still in our hair, slush in our cuffs, and dreariness in our gaze, stare back at the sky, now a lighter shade of cerulean and clearer than ever. We look up and can’t help smiling back. We forgive her; we always do.”

 

 
Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: elif shafak, romenu |  Facebook |