10-10-13

Menno Wigman, Ferdinand Bordewijk, Jonathan Littell, Harold Pinter, Boeli van Leeuwen

 

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

 

Kamer 421

 

Mijn moeder gaat kapot. Ze heeft een hok,
nog net geen kist, waar ze haar stoel bepist
en steeds dezelfde dag uitzit. Uitzicht
op bomen heeft ze, in die bomen vogels                 
en geen daarvan die zijn verwekker kent.     
                               
Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon
en zoek haar op en weet niet wie ik groet.  
Ze heeft me voorgelezen, ingestopt.
Ze wankelt, hapert, stokt. Ze gaat kapot.

Geen dier, zegt men, dat aan zijn moeder denkt.
Ik lepel bevend eten in haar mond
en weet haast zeker dat ze me nog kent.

Het zullen merels zijn. Ze zingen door.
De aarde roept. Krijgt vloek na vloek gehoor.

 

 

 

 

Promesse de bonheur

 

Ik in haar bed en zij die net de douche uit stapt.
Zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt,
zo zullen vanaf nu de dagen lopen.

Ze neuriet en ik zit verhevigd in haar bed.
Oneindig wakker is ze, warm en trots en zacht
en mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd.

Het is een liefde die. Het is een wonder dat.
En alles wat ik van een lichaam heb verlangd
staat voor mijn ogen naakt te zijn,

naakt en van mij. De kamer hijgt nog, geil en stroef.
Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond,
haar stoere, hoogverheven mond staat goed.

 

 

 

 

Levensloop

 

Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,

de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,

het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,

zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf

zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.

Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had

onder de wielen van de tijd wegstoof.

 

 

 

 

Menno Wigman (Beverwijk, 10 oktober 1966)


 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Ferdinand Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ferdinand Bordewijk op dit blog.

 

Uit: Noorderlicht

 

“Het noorderlicht komt in verschillende vormen voor: als glinsterende wolken, banden, pijlen, draperie, en als stolp met een ster aan den top: de kroon.

De wolken. Iets van geschiedenis

Reeds de overgrootvader van moederszijde had den grondslag gelegd voor het bedrijf waarvan het huidig gezin bestond. Zijn opvolger, de grootvader, een uit een talrijke familie, bezat niet meer dan een enkele dochter. Zij bleek in staat het bedrijf voort te zetten; zij deed het zelfs met genegenheid en toewijding. Toen zij, bijna dertig jaar oud, trouwde, werd haar man, Valcoog, deelgenoot in de zaak. Zij hadden ontzaglijk veel oneenigheid, maar nooit betreffende de affaire. Zij waren beiden eigenzinnige menschen, toch van doorzicht in elkaars eigenschappen, misschien fouten, allerminst verstoken. Daarom hadden zij den afspraak gemaakt: wanneer een van hen in den handel iets wilde, en de ander wilde het niet, dan werd het voorstel geacht te zijn verworpen. Aan deze afspraak hield het paar zich tot de vrouw stierf. Het bezat in hooge mate zakelijk fatsoen, niet slechts tegenover leverancier en klant, ook jegens den partner. De herschepping van het bedrijf in een naamlooze vennootschap, de nieuwe richting die het insloeg waren vrucht van eendrachtig samenwerken.

Valcoog was een jaar jonger dan zijn / vrouw en een merkwaardig man. Onder haar vader had hij eerst gereisd voor den afzet, daarna als inkooper. Hij toonde van jongs af den durf van den handelsreiziger in een eigen uitgave. Zijn vasthoudendheid was ongelooflijk, doch niet een bron voor aardigheden van den moppentrommel; hij boezemde bijna ontzag, bijna vrees in.“

 

 

 

Ferdinand Bordewijk (10 oktober 1884 – 28 april 1965)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Littell werd geboren in New York op 10 oktober 1967. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jonathan Littell op dit blog.

 

Uit: Die Wohlgesinnten (Vertaald door Hainer Kober)

 

„An der Grenze war eine Pontonbrücke ausgelegt. Dicht daneben ragten noch, wie hingefläzt, aus den grauen Wassern des Bugs die verbogenen Joche der von den Sowjets gesprengten Stahlbrücke empor. Wie es hieß, hatten unsere Pioniere die neue Brücke in einer einzigen Nacht montiert, und gleichmütige Feldgendarmen, deren halbmondförmige Ringkragen im Sonnenlicht funkelten, regelten den Verkehr so selbstverständlich, als wären sie noch zu Hause. Die Wehrmacht hatte Vorfahrt; wir mussten warten. Ich blickte auf den gemächlich dahinfließenden Strom, die kleinen ruhigen Wälder auf der anderen Seite, das Gedränge auf der Brücke. Dann waren wir an der Reihe. Gleich nach der Brücke begann eine Art Allee aus den Skeletten des russischen Kriegsgeräts am Straßenrand: platt gewalzte und ausgebrannte Lastkraftwagen, wie Konservendosen aufgerissene Panzer, wüst ineinander verknäulte Geschütze - umgestürzt, weggeschleudert, verkeilt, in einer unabsehbaren verkohlten Masse aus unregelmäßig übereinandergeschobenen Lagen. Dahinter die Wälder in strahlendem Sommerlicht. Die ungepflasterte Straße war geräumt, doch die Spuren der Explosionen, große Ölflecken und verstreut herumliegende Trümmerreste, waren noch zu sehen. Dann kamen die ersten Häuser von Sokal. Im Stadtzentrum knisterte noch die Glut einiger verlöschender Brände. Staubbedeckte Leichen zwischen Schutt und Trümmern, meist in Zivil, versperrten einen Teil der Straße. Gegenüber in einem Park standen, säuberlich aufgereiht im Schatten der Bäume, weiße Kreuze mit seltsamen kleinen Dächern. Zwei deutsche Soldaten malten Namen darauf. Dort warteten wir, während Blobel in Begleitung unseres Versorgungsoffiziers Strehlke zum Hauptquartier ging. Ein süßlicher, leicht ekelerregender Geruch mischte sich in den beißenden Rauch. Blobel kam schon bald zurück. »Alles in Ordnung. Strehlke kümmert sich um die Unterkunft. Kommen Sie mit.«


 

Jonathan Littell (New York, 10 oktober 1967)

 

 

 

 

De Britse schrijver Harold Pinter werd geboren op 10 oktober 1930 in Londen. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Harold Pinter op dit blog.

 

Uit: One for the Road

 

“He sits back. The door opens. VICTOR walks in, slowly. His clothes are torn. He is bruised. The door closes behind him.

NICOLAS

Hello! Good morning. How are you? Let’s not beat about the bush. Anything but that. D’accord? You’re a civilized man. So am I. Sit down.

VICTOR slowly sits. NICOLAS stands. walks over to him.

What do you think this is? It’s my finger. And this is my little finger. This is my big finger and this is my little finger. I wave my big finger in front of your eyes. Like this. And now I do the same with my little finger. I can also use both…at the same time. Like this. I can do absolutely anything I like. Do you think I’m mad? My mother did.

He laughs.

Do you think waving fingers in front of people’s eyes is silly? I can see your point. You’re a man of the highest intelligence. But would you take the same view if it was my boot—or my penis? Why am I so obsessed with eyes? Am I obsessed with eyes? Possibly. Not my eyes. Other people’s eyes. The eyes of people who are brought to me here. They’re so vulnerable. The soul shines through them. Are you a religious man? I am. Which side do you think God is on? I’m going to have a drink.

He goes to sideboard, pours whiskey.

You’re probably wondering where your wife is. She’s in another room.”

 

 

 

Harold Pinter (10 oktober 1930 – 24 december 2008)

Lloyd Hutchinson (links) en Harold  in een uitvoering van "One for the Road," in 2001.

 

 

 

 

 

De Antilliaanse (Curaçaose) schrijver Willem Cornelis Jacobus (Boeli) van Leeuwen werd geboren op 10 oktober 1922 op Curaçao. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Boeli van Leeuwen op dit blog.

 

Uit: De taal der aarde

 

“Wie kan Buchenwald en Treblinka op rationele basis verklaren? De gespletenheid van de mens is zichtbaar: Hitler en Franciscus, John Rockefeller en moeder Theresa van Calcutta, paus Alexander Borgia en paus Johannes XXIII, Mozart en Krupp, Iwan de Verschrikkelijke en Abraham Lincoln, Goebbels en Jan van het Kruis: ze zijn allen mensen uit een vrouw geboren. Kan dezelfde hand, die de lumineuze portretten van Rembrandt heeft gemaakt, goud uit de kaak van een vergaste jood hebben getrokken?
Kan de hand die een sonate van Mozart heeft neergeschreven de knop hebben ingedrukt die Hiroshima en Nagasaki verpulverde? Het is, helaas, dezelfde hand: mijn hand en de uwe. Het is de hand die in het paradijs naar de appel greep, die ons daarna in de keel is blijven steken en tot vandaag adamsappel heet.

(…)

 

In dit spanningsveld, tussen hemel en hel, tussen licht en duister, tussen Christus en Satan, tussen goed en kwaad, leven we ons tragisch en heroïsch bestaan. Want een denkend wezen dat dit leven kan dragen is in de eerste plaats heroïsch.”

 

 

 

Boeli van Leeuwen (10 oktober 1922 – 28 november 2007)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook
mijn blog van 10 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

De commentaren zijn gesloten.