27-03-13

Heinrich Mann, Golo Mann, Carolina Trujillo, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugrešić, Shusaku Endo

 

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Heinrich Mann op dit blog.

 

Uit: Die Jugend des Königs Henri Quatre

 

«Fein!» rief Henri. «Ich habe eine Frau, wie heißt sie?»
«Margot. Sie ist ein Kind wie du, sie konnte die Religion noch nicht hassen und verfolgen. Dennoch glaube ich nicht, daß du Marguerite von Valois heiraten wirst. Ihre Mutter, die Königin, ist eine zu böse Frau.»
Henri sah das Gesicht Jeannes sich verändern bei der Er­wähnung der Königin von Frankreich. Er erschrak, und seine Phantasie erhielt einen jähen Anstoß. Im Geist erblickte er eine furchtbar unmenschliche Fratze, eine Klaue, einen dicken Stock, und er fragte: «Ist sie eine Hexe? Kann sie zau­bern?»
«Am liebsten möchte sie es», bestätigte Jeanne. «Aber das ist noch nicht das Schlimmste.»
«Speit sie Feuer? Frißt sie Kinder?»
«Beides; aber es gelingt ihr nicht immer. Denn die Bosheit hat Gott zu unserem Glück mit der Dummheit bestraft. Mein Sohn, von diesem allem darfst du keinem Menschen auch nur ein Wort verraten. »
«Ich werde alles für mich behalten, meine liebe Mama, und ich werde mich hüten, damit ich nicht gefressen werde.» Er war im Augenblick ganz erfüllt von seinen Vorstellungen und glaubte daher nicht, daß er sie und die Worte seiner Mutter je werde verlieren können.
«Halte vor allem fest an dem wahren Glauben, den ich dich gelehrt habe!» sagte Jeanne innig und auch drohend; er er­schrak wieder und diesmal tiefer.
Dies war das erste, was Henri von seiner Mutter Jeanne d'Albret hörte über Katharina von Medici; und dann wurde wirklich gereist.
Voran fuhr ein großer alter Wagen aus Leder, er trug den Erzieher des Prinzen, mit Namen La Gaucherie, er trug zwei Pastoren und mehrere Lakaien. Dann folgten sechs bewaff­nete Reiter, lauter protestantische Edelleute, dann der mit ro­tem Samt ausgeschlagene Wagen der Königin, darin saß Jeanne mit ihren beiden Kindern und drei Damen. Den Be­schluß des Zuges machten wieder die berittenen Herren «von der Religion».

 

Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)

Ets door Max Liebermann, 1928


 

 

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

 

Uit: Ludwig I. König von Bayern

 

“Auch diese Beschreibung könnte mit den Worten «München leuchtete« beginnen. Wie anders, wenn der Grüne Heinrich anstatt im Mai 1840, sagen wir im Mai 1810 in die Stadt gekommen wäre. Natürlich weiß er, daß nahezu all das glänzende Neue, im Gegensatz zu den dunkeln Bürgerhäusern, das Werk des regierenden Königs ist; mit dem er dann auch bald persönliche Bekanntschaft macht: »Denn vor kurzer Zeit, da ich. . in der Abenddämmerung durch eine stille Straße ging, um den bescheidenen Abendtrunk aufzusuchen, begegnete ich dem mir unbekannten, schlank hageren Manne, der plötzlich seinen raschen Schritt anhielt und mich achtlos Vorübergehenden fragte, warum ich ihm nicht die gebührende Ehre erwiese? Erstaunt sah ich ihn an; aber schon hatte er mir den Hut vom Kopfe genommen, mir die Hand gegeben und sagte: ›Kennen Sie mich nicht? Ich bin der König!‹ worauf er seinen Weg in die Dämmerung hineinfortsetzte.« So etwas erfindet man nicht. Wir wissen ja, daß Ludwig regelmäßig, meist ohne jede Begleitung, in seiner Hauptstadt spazieren ging, von den Bürgern eine Ehrenbezeugung erwartete und selbstverständlich erhielt, auch gern den einen und anderen in ein kurzes Gespräch zog. Köstlich ist dann bei Keller auch die Beschreibung eines Fasnachtzuges im folgenden Februar, den der Grüne Heinrich als angehender Maler selber mitmachen darf, wie die Mitglieder aller Zünfte. Dabei dominieren die Künstler und Handwerker, die im Dienste des Königs stehen. Es geht durch das Zentrum der Stadt und hinein in die Residenz, vorbei am König und seiner Familie: »Der zufrieden, ja vergnügt scheinende Monarch, welcher die rauschende und farbenstrahlende Festfreude gewissermaßen als den Lohn seines eigenen Verdienstes betrachten durfte, saß in der Mitte der Seinigen auf goldenem Sessel und besah sich diese und jene Erscheinung des vorüberwallenden Zuges genau und richtete an manchen einzelnen ein Scherzwort.«

 

 

Golo Mann (27 maart 1909 - 7 april 1994)

 

 

 

 

De Uruguayaans-Nederlandse schrijfster Carolina Trujillo werd geboren in Montevideo, Uruguay, op 27 maart 1970. Zie ook mijn blog van 27 maart 2011.

 

Uit: De terugkeer van Lupe Garcia

 

“Zolang ze met mij was, dacht ik, al was het alleen om te praten, te lezen of te slapen, zou ze niet met een ander gaan. Dat ze voor het eerst met een gozer zoende, een die niet ik was, zag ik nog net aankomen. Dat verzachtte de klap. De gast waar ze het voor het eerst echt mee deed, kwam als een verrassing. Ik was steeds de eerste aan wie ze het vertelde.
Ik heb me goed gehouden. Beter dan ooit, maar die gozer is een van de weinige mensen uit die tijd van wie ik de voor- en achternaam nog weet. Ik heb hem nog jarenlang de meest beschimmelde wiet verkocht die ik in huis kon vinden. Met hem was het anders, troostte Lupe me, maar dat had ik al begrepen.
‘Waar praten jullie over?’ vroeg ik. Zelden zo’n spijt gehad van een vraag.
‘We praten niet,’ zei ze. Ik liet me aan haar vriendinnen koppelen als een ezel aan een kar: me verzettend, schoppend en zelfs slaag krijgend.”

 

 

Carolina Trujillo (Montevideo, 1970)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Patrick Joseph McCabe werd geboren op 27 maart 1955 in Clones, Monaghan. Zie ook alle tags voor Patrick Mc Cabe op dit blog.

 

Uit: The Butcher Boy

 

“We called round to Philip and had a swopping session.

We cleaned him out. I admit it. It was only a laugh. We'd have given them back if he asked for them. All he had to say was: Look chaps, I think I want my comics back and we'd have said: OK Phil.

But of course Nugent couldn't wait for that. Anyway we left Philip with his pile of junk and off we went to the hide going on about it all until the tears ran down our faces. Wait till you hear this one Joe would say one flea says to the other what do you say will we walk or take a dog. He was reading out all these jokes I couldn't stop the laughing, I was choking. We got so bad I was hitting the grass with my fists crying stop Joe stop. But we weren't laughing the next day when Nugent got on the job.

I met Joe coming across the Diamond and he says to me watch out Francie we're in the wars with Nugent. She called at our house and she'll be round to you. Sure enough I was lying on the bed upstairs and the knock comes to the front door. I could hear ma humming and the shuffle of her slippers on the lino. Ah hello Mrs Nugent come in but Nugent was in no humour for ah hello come in or any of that. She lay into ma about the comics and the whole lot and I could hear ma saying yes yes I know I will of course! and I was waiting for her to come flying up the stairs, get me by the ear and throw me on the step in front of Nugent and that's what she would have done if Nugent hadn't started on about the pigs. She said she knew the kind of us long before she went to England and she might have known not to let her son anywhere near the likes of me what else would you expect from a house where the father's never in, lying about the pubs from morning to night, he's no better than a pig.”

 

 


Patrick McCabe (Clones, 27 maart 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Bob den Uyl werd geboren in Rotterdam op 27 maart 1930. Zie ook alle tags voor Bob den Uyl op dit blog.

 

Uit: Het fietswiel

 

“Het omgaan met mensen gaat mij aardig af, maar zodra ik iets van ze gedaan moet krijgen is het mis. Eindeloos was ik aan het proberen om Szabul, de man voor me, voorzichtig uit te horen, en steeds zei ik de domste dingen. Waarom bij voorbeeld zijn bestaan niet belachelijk gemaakt door als een hond blaffend in zijn been te bijten, in cirkels om hem heen te gaan draven om dan in straf tempo door te lopen en zakelijke blikken te werpen op wat zich daartoe leent en dat is vrijwel alles. Waarom heeft een vadsig mens als hij macht over mij, een macht die ik hem verdomme zelf opdring? Als hij na een verwarde redevoering zijn relaas besluit met een ‘zo is de mens’ kijkt hij je gelukkig aan. Hij heeft de mens bepaald en daarmee zichzelf. Gefeliciteerd! En ik maar slapjes lachen. Ik stond nu al een uur met hem te praten en wat wist ik nog van dat fietswiel? Ik zette al mijn doorzichtige diplomatie op zij en vroeg hem op de man af wat het allemaal betekende. Aan mijn gezicht moest hij wel zien dat het me ernst werd, dat ik aan het eind van mijn krachten was.

- Kijk, zei hij, het is dus een as met een middellijn van ongeveer drie centimeter, waaruit metalen spaken steken van ongeveer dertig centimeter. Het geheel lijkt sterk op een fietswiel zonder velg, maar is dat niet, omdat de speciale manier waarop fietsspaken worden geplaatst hier niet is gevolgd. Om één van de spaken zit een voorwerp, van synthetische stof; het is een vierkant met daarin weer een vierkant, aan het eerste bevestigd met dunne, in de hoeken geplaatste verbindingen van dezelfde stof. De beide vierkanten zijn op dezelfde hoogte schuin doorgesneden. Via deze voor het oog nauwelijks zichtbare gleuven is het voorwerp, het geheel ter grootte van vier vierkante centimeter, om een spaak gehangen. Het is een toevallig lijkende constructie waarvan ik de uitvinder ben.”

 

 

Bob den Uyl (27 maart 1930 - 14 februari 1992)

 

 

 

 

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Kutina in Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Dubravka Ugrešićop dit blog.

 

Uit: The Ministry of Pain (Vertaald door Michael Henry Heim)

 

“That’s why I have the feeling I’m learning to speak from scratch here. And it’s not easy. I’m constantly on the lookout for breathing spaces to deal with the fact that I can’t express what I have in mind. And there’s the larger question of whether a language that hasn’t learned to depict reality, complex as the inner experience of that reality may be, is capable of doing anything at all – telling stories, for instance.

And I was a literature teacher.
After going to Germany, Goran and I settled in Berlin. Germany had been Goran’s choice: Germany did not require visas. We’d saved up quite a bit, enough for a year. I quickly found my feet: I landed a job as a nanny for an American family. The Americans paid me more than a decent wage and proved to be decent people. I also found a part-time job at the National Library, shelving books in the Slavonic Division one day a week. Since I knew a thing or two about libraries, spoke Russian in addition to ‘our language’ and could make sense out of the other Slavonic tongues, the work came easy to me. I lacked the proper work permit, however, so they had to pay me under the counter. As for Goran, who’d taught mathematics at the University of Zagreb, he soon found employment in a computer firm, but he resigned after a few months: a colleague of his had been hired as a lecturer at a university in Tokyo and was trying to lure Goran there, assuring him he would get a better job forthwith.!
Goran in turn tried to persuade me to leave, but I held out: I was a West European, I said by way of self-justification, and I wanted to be close to my mother and his parents. Which was true. But there was another truth.”

Dubravka Ugrešić (Kutina, 27 maart 1949)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Shusaku Endo werd geboren in Tokio op 27 maart 1923. Zie ook alle tags voor Shusaku Endo op dit blog.

 

Uit: Kiku’s Prayer (Vertaald door Van C. Gessel)

 

“At the outset, I must introduce two girls who are characters in this novel. Their names are Mitsu and Kiku. They are cousins only one year apart inage. They have no last names, having been born toward the end of the Tokugawaperiod into farming families in the Magome District of Urakami Village, whichborders Nagasaki. Consequently, the government offcials in Nagasaki and the Buddhist prelates at Shōtokuji Temple recorded in their registries: “Mitsu, daughter of Mohei of Magome District, and Kiku, daughter of Shinkichi from same district.” Shōtokuji was the ancestral temple for this region.

Were you to drive in Nagasaki toward the epicenter where the A-bomb wasdropped, on the right side of the highway you would see a temple with a signreading “Shōtokuji Preschool.” That area used to be known as Magome District. These days there is nothing to see there but a drab national highway with carsand trucks weaving in and out, but around the time Mitsu and Kiku were born,this area was right next to the ocean.

The Shōtokuji was perched on a hill at theedge of the water. Mountains pressed up against the shore, leaving little land that could becultivated. So the farmers in Magome, just like the peasants in the neigh-boring Satogō, Nakano, Motohara, and Ieno Districts, used the slopes of the hills and made their living by planting rice crops in the valleys between. The population of all these villages combined could not have exceeded nine hundred households. Nothing remains of those days, with Magome now buried under modernhousing developments. But each time I visit Nagasaki, I always pause there andclose my eyes, imagining what it must have looked like when Mitsu and Kikuwere still alive.”

 

 

Shusaku Endo (27 maart 1923 – 29 september 1996)



Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2012 deel 2 en eveneens deel 3.

De commentaren zijn gesloten.