30-11-12

David Nicholls, Christophe Vekeman, Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift

 

De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook alle tags voor David Nicholls op dit blog.

 

Uit: One Day

 

‘‘Exciting!’’ He was imitating her voice now, her soft Yorkshire accent, trying to make her sound daft. She got this a lot, posh boys doing funny voices, as if there was something unusual and quaint about an accent, and not for the first time she felt a reassuring shiver of dislike for him. She shrugged herself away until her back was pressed against the cool of the wall.

‘Yes, exciting. We’re meant to be excited aren’t we? All those possibilities. It’s like the Vice-Chancellor said, “the doors of opportunity flung wide…”’

‘“Yours are the names in tomorrow’s newspapers…”’

‘Not very likely.’

‘So, what, are you excited then?’

‘Me? God no, I’m crapping myself.’

‘Me too. Christ…’ He turned suddenly and reached for the cigarettes on the floor by the side of the bed, as if to steady his nerves. ‘Forty years-old. Forty. Fucking hell.’

Smiling at his anxiety, she decided to make it worse. ‘So what’ll you be doing when you’re forty?’

He lit his cigarette thoughtfully. ‘Well the thing is, Em - ’

‘‘Em’? Who’s ‘Em’? ’

‘People call you Em. I’ve heard them.’

‘Yeah, friends call me Em.’

‘So can I call you Em?’

‘Go on then, Dex.’

‘So I’ve given this whole ‘growing old’ thing some thought and I’ve come to the decision that I’d like to stay exactly as I am right now.’

Dexter Mayhew. She peered up at him through her fringe as he leant against the cheap buttoned vinyl headboard and even without her spectacles on it was clear why he might want to stay exactly this way. Eyes closed, the cigarette glued languidly to his lower lip, the dawn light warming the side of his face through the red filter of the curtains, he had the knack of looking perpetually posed for a photograph.”

 

 

David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

Lees meer...

Y.M. Dangre

 

De Vlaamse dichter en schrijver Y.M. (Yannick) Dangre werd op 30 november 1987 geboren in Kapellen. Dangre ging naar school op het Sint-Michielscollege in Brasschaat, waar hij in 2004 afstudeerde in de richting Latijn-Wiskunde. Tijdens zijn middelbare schoolcarrière ontwikkelde hij reeds zijn literair talent door het schrijven van enkele gedichtjes zoals elke puber doet, aldus Dangre. Enkele van deze gedichten werden in het jaarboek van zijn school gepubliceerd. Dangre maakte pastiches op de Franse symbolisten en debuteerde op tweeëntwintigjarige leeftijd met de roman Vulkaanvrucht, waarvoor hij de Debuutprijs kreeg. Hij begon aan deze roman te schrijven tijdens zijn universitaire opleiding. Een klein deel van de roman werd als voorpublicatie uitgebracht in de verhalenbundel Print is Dead (2009), door uitgeverij Meulenhoff/Manteau. In 2011 verscheen zijn dichtbundel Meisje dat ik nog moet, die genomineerd werd voor de C. Buddingh'-prijs en waarmee hij de Herman de Coninckprijs won. Op 14 december 2011 nam Dangre deel aan de 22ste editie van het Groot Dictee der Nederlandse Taal waar hij met vijf fouten als tweede eindigde. In 2012 verscheen zijn tweede roman Maartse kamers bij De Bezige Bij. Zie ook alle tags voor Y.M. Dangre op dit blog.

 

 

De derde eenzaamheid

De dichter is een kant, een donkere
Helft van de mensheid waar het schijndood
En zondagse vernieling regent, waar de wolken smelten
Tussen de uitgelezen tanden van zijn weemoed.

Een schaduwland is hij, een knokig kroondomein
Van raadsels en te lang bewaarde mythes
Over witte zonnen die niemand meer bezoekt
En in wier stralen hij groeiend dakloos is.

Hij is als vanouds die kant, dat land
Van schuimende sterrenbeelden en echo’s te groot
Voor het vergeelde gras en de trouwe grafzerken
Van zijn keel. Hij dobbert rond in wanklank
Stoffig van alle seizoenen en eindigt megalomaan
Onbewoond.

 

 

Y.M. Dangre (Kapellen, 30 november 1987)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: y.m. dangre, romenu |  Facebook |

Yasmine Allas

 

De Nederlandse schrijfster en actrice Yasmine Allas werd geboren op 30 november 1967 in Mogadishu in Somalië. Allas' vader werd vermoord in 1977, en acht jaar later vluchtte ze naar het buitenland. Toen ze in 1987 via Saoedi-Arabië en België in Nederland terecht kwam, volgde ze een toneelopleiding, en acteerde bij een aantal gezelschappen, waaronder De Trust en Nieuw Amsterdam. Haar debuutroman Idil, een meisje verscheen in 1998. In deze roman, over een Somalisch meisje dat zich staande probeert te houden in de harde Somalische mannengemeenschap, speelt het onderwerp vrouwenbesnijdenis een belangrijke rol. De generaal met de zes vingers uit 2001 werd ook alom geprezen. In 2004 verscheen De blauwe kamer, gevolgd in 2006 door eenessaybundel, Ontheemd en toch thuis, 2006. Een nagelaten verhaal, haar vierde roman, verscheen in 2009.

 

Uit: Idil

 

‘Haar schaamlippen zijn wat teruggetrokken’, hoorde ik haar zeggen. ‘Hoe groot moet het gat zijn?’
‘Als ze nog maar kan plassen ben ik tevreden’. Antwoordde mijn moeder. De vrouw gaf een paar flinke klappen tegen mijn schaamlippen om ze te laten opzwellen. Ze gebruikte geen verdovingsmiddel. Ik voelde dat ze aan mijn schaamlippen trok. Van boven naar beneden. Ik merkte het zagen van de mesjes en het knippen van de schaar. De pijn was zo ondraaglijk dat ik mijn billen omhoog tilde, maar de vrouwen drukten me onmiddellijk weer op de grond.

(…)

 

Mijn schaamlippen zijn weggesneden, mijn clitoris is weggehaald. Alles is daarna dichtgenaaid, er werd een piepklein tunneltje opengelaten. Overal kleefde bloed.”

 

 

Yasmine Allas (Mogadishu, 30 november 1967)

18:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: yasmine allas, romenu |  Facebook |

29-11-12

Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis

 

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

Uit: Curates and bishops

 

“W.H. Auden once described being among scientists as feeling like a shabby curate who’d strayed into a room full of dukes. When I accepted the post as the first ever poet in residence at BBC Radio 3, I developed a mild case of nerves. Not full-blown duodenal heave; more a queasy sense of being a slightly shabby wordsmith among the inveterately glossolalic.

Talking. Radio people are all so bloody good at it. Of course, like Auden, I was wrong to feel that way. At the Royal Philharmonic Society awards ceremony in 2004, the briljant young conductor Ilan Volkov described Radio 3 as “family”. Certainly, I was made to feel as far from shabby as one can imagine. Almost like family – though I knew from the outset it was something I’d also have to earn. Perhaps I can push my luck here and ask (hailing, as I do, from southern Italy) whether I joined the BBC family, or they mine? It’s certainly in the balance as to which is larger. Talking of families, my emotional understanding of radio (and of opera) probably began in an Italian family kitchen. Everyone talking at once – and yet everyone perfectly understood. It was a miraculous example of a multiple cross-talk system with no tuning facility. And no volume control.

Anyway, those initial nerves quickly melted away. So much so, that I seriously wondered whether I should take in a small cylinder of helium (from my lab days) and gulp a lungful before going on air, just to give the whole thing a Donald Duck soprano shake-up. More sensibly, I’m wondering what I did to end up waist-deep in a writer’s paradise: working with a community deeply attuned to the use of words and the subtleties of music. I also have to wonder if I’m suffering from a species of literary typecasting, as the ‘frontier man’ of residencies?”

 

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

Lees meer...

28-11-12

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

 

Als straks de wereld

 

Als straks de wereld dichtgeschreven is,
de plooien gladgestreken,
al de monden volgestort met zand,

waar zal hij schreeuwen? Waar scheurt de naad
en ettert de wonde?

Mens, vleesgeworden ladder
in gods panty,

vergeet de lange nacht niet die wij zijn.

 

 

 

 

Wijziging van uitzenduur

 

Doodstil wordt het, maar wees gerust,
genoegzaam voorzien wij in ademnood.

 

Ons streven blijft maatschappelijk: nergens nood
aan brillen waar de inkt verdampt.

 

Het vege lijf draagt onze grootste zorg.
Het slot van de amputatieshow

 

volgt om twintig over, iets later
dan gewoonlijk met die brand in dat warenhuis

 

en een massale sterfte van clowns
door wodka in Kazachstan – toevallig

 

in de armen van een man ter plaatse.

 

Ook werd een vijfling zonder navel gebaard,
mogelijk door straling ergens.

 

China schaft de lucht af en in Kiev
verdrinkt bij het legen van haar visbokaal

 

een kind in twee vingers water.

 

Dan een streep muziek en reclame
voor strakkere tepels. Demp zelf uw oren

 

mocht het vacuüm te snerpend
in uw vliezen zwijgen.

 

Blauw blijven wel de nacht en de kachels

 

meldt de weerman, en het blikkerend
messenspel onder de torens, de ivoren

 

torens van de lach van de laatste minister.

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

27-11-12

Navid Kermani, James Agee, Nicole Brossard, Philippe Delerm

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

 

Uit: Vierzig Leben

 

Wenn unser arabischer Nachbar die Kinder zu Bett gebracht, die liegengebliebene Arbeit getan, die E-Mails beantwortet und einige warme Worte mit der Frau über die Segnungen und Kümmernisse ihres Tages, die nächste Reise, die letzte Nacht gewechselt hat, wird er ihr in aller Liebe vom Durst sprechen dürfen, den es im Leben täglich zu löschen gilt, sagt Johannes und meint den Durst im emphatischen Sinne, den Durst nach der Freiheit des Lustlosen, nach Gleichheit unter Verschiedenen und ihrer unverbrüchlich vergänglichen Brüderlichkeit, den Kinder nicht, noch Liebe oder Werke löschen können, sind diese doch mit dem Brot zu vergleichen, das in der Bildersprache der Religionen viel eher als das Wasser für das materiell Notwendige steht, obwohl man – und das ist so merkwürdig, daß niemand es bemerkt zu haben scheint – viel schneller verdursten als verhungern kann, zumal dort, wo unsere Monotheismen ihre Heimat haben, Landschaften, in denen man sich vor Wassernot das Paradies gar nicht anders vorstellen konnte als in der Terminologie des Fließens, das im Durst seine Diesseitigkeit finndet. Ich könnte jetzt Aufheben darum machen, daß jedenfalls unter den abrahamitischen Konfessionen einzig die Schiiten – und das ausgerechnet auf dem Boden Zarathustras, der das Feuer anbetet – eine Mythologie des Wassers entwickelt haben, doch würde ich als Apologet mißverstanden, brächte ich den Durst von Kerbela mit den genannten Idealen der Französischen Revolution in Verbindung, wie ich es tun müßte, um dem ermordeten Imam Gerechtigkeit widerfahren zu lassen, und so will ich mich darauf beschränken, von jenem Durst zu sprechen, der meinen Nachbarn vollends übermächtigt, sobald seine deutsche Frau es sich gegen halb elf vor den Tagesthemen oder höchstens eine Stunde später im Bett eingerichtet oder, wie sie sagen wird, gemütlich gemacht hat.”

 

 

Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

Lees meer...

26-11-12

Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Luisa Valenzuela, Louis Verbeeck

 

De Frans-Roemeense schrijver Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Zie ook alle tags voor Eugène Ionesco op dit blog.

 

Uit: La Cantatrice chauve

 

“SCÈNE l

Intérieur bourgeois anglais, avec des fauteuils anglais. Soirée anglaise. M. Smith, Anglais, dans son fauteuil et ses pantoufles anglais, fume sa pipe anglaise et lit un iournal anglais, près d'un feu anglais. Il a des lunettes anglaises, une petite moustache grise, anglaise. A côté de lui, dans un autre fauteuil anglais, Mme Smith, Anglaise, raccommode des chaussettes anglaises. Un long moment de silence anglais. La pendule anglaise frappe dix-sept coups anglais.

 

Mme SMITH

Tiens, il est neuf heures. Nous avons mangé de la soupe, du poisson, des pommes de terre au lard, de la salade anglaise. Les enfants ont bu de l'eau anglaise. Nous avons bien mangé, ce soir. C'est parce que nous habitons dans les environs de Londres et que notre nom est Smith.

M. SMITH, continuant sa lecture, fait claquer sa langue.

Mme SMITH

Les pommes de terre sont très bonnes avec le lard. L’huile de la salade n'était pas rance. L'huile de l'épicier du coin est de bien meilleure qualité que l'huile de l'épicier d'en face, elle est même meilleure que l'huile de l'épicier du bas de la côte. Mais je ne veux pas dire que leur huile à eux soit mauvaise.

M. SMITH, continuant sa lecture, tait claquer sa langue.

Mme SMITH

Pourtant, c'est toujours l'huile de l'épicier du coin qui est la meilleure...

M. SMITH, continuant sa lecture, fait claquer sa langue.

Mme SMITH

Mary a bien cuit les pommes de terre, cette fois-ci. La dernière fois elle ne les avait pas bien fait cuire. Je ne les aime que lorsqu'elles sont bien cuites.

M. SMITH, continuant sa lecture, tait claquer sa langue.

Mme SMITH

Le poisson était frais. Je m'en suis léché les babines. j'en ai pris deux fois. Non, trois fois. Ça me fait aller aux cabinets. Toi aussi tu en as pris trois fois. Cependant la troisième fois, tu en as pris moins que les deux premières fois, tandis que moi j'en ai pris beaucoup plus. j'ai mieux mangé que toi, ce soir. Comment ça se fait? D'habitude, c'est toi qui manges le plus. Ce n'est pas l'appétit qui te manque."

 

 

 

Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)

Cover

Lees meer...

25-11-12

Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Alexis Wright, Arturo Pérez-Reverte, Ba Jin

 

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ookalle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog.

 

Uit: Vestdijk en Mozart

 

“Over Mozart kan men moeilijk oordelen, als men niet zo goed als al zijn werken kent. Alfred Einstein zegt in zijn Mozart-boek, naar aanleiding van het Magnificat uit de Vesperae solennes de confessore (KV 339): ‘Iemand die zulke composities niet kent, kent Mozart niet.’ In feite geldt dit voor heel veel werken van Mozart. Wie voor de eerste maal het Münchener Kyrie in d-klein (KV 341) hoort, dit Kyrie waarvoor de eerder genoemde Einstein op de knieën valt, beseft dat zijn kijk op Mozart ingrijpend veranderd is. Na zo'n stuk kun je al het werk van Mozart dat je eerder al kende, weer opnieuw horen, nu wetend dat het voorgoed anders zal klinken. Zoiets geldt ook voor de Thamosmuziek (KV 345) en voor het Adagio en Fuga in c-klein (KV 546) en voor de Maurerische Trauermusik (KV 477). Zulke composities maken het mogelijk een blik in iemand's innerlijk te werpen die daarvoor vaak zo vrolijk leek, maar zich openbaart als een diepzinnig melancholicus.

Over deze veelzijdigste van alle toondichters heeft Vestdijk herhaaldelijk geschreven. Altijd vol bewondering, maar toch kan ik mij slecht voorstellen dat er ook maar één Mozart-kenner is die Vestdijk in zijn vaak gewaagde conclusies zal willen bijvallen. Mij bekruipt zelfs, als ik lees wat Vestdijk over Mozart schreef, een gevoel van grote ergernis en dat verbaast me. Niet zelden ben ik het met Vestdijk oneens als hij over andere componisten dan Mozart schrijft, maar ergeren doet hij mij nooit.

Behalve dus als hij over Mozart schrijft. Waarom? Omdat hij, zoals ik eerder al eens beweerde, ‘een totaal onjuiste visie op Mozart had’. Toen ook beloofde ik dat ik zou proberen om dat in een apart opstel aan te tonen. Vandaar deze verhandeling.

Zeker is dat Vestdijk's kennis van het oeuvre van Mozart grote leemten vertoonde. Natuurlijk mag uit het feit dat hij sommige composities nooit noemt niet voetstoots worden afgeleid dat hij ze ook niet kende, maar hij kan nauwelijks in de gelegenheid zijn geweest de hierboven genoemde composities te beluisteren (er waren nog geen plaatopnames) en het lijkt me vrijwel zeker dat hij de jeugdopera's, en Idomeneo en La Clemenza di Tito ook niet kende.”

 

 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Lees meer...

Augusta de Wit, Joseph Zoderer, Isaac Rosenberg, José Eça de Queiroz, Lope de Vega

 

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook alle tags voor Augusta de Wit op dit blog.

 

Uit:Orpheus in de dessa

 

„Het waren geheel andere dingen, het scheen of zij niets te maken hadden met dat deuntje, dat hij nu volgde, alsof het hem trok, zacht en niet te weerstaan trok; en toch was daar een heimelijke, onbegrijpelijke overeenstemming, een herinnering, een weder-herkennen, dat het tegenwoordige oogenblik ophief in de sterretinteling van het verleden en het leven rondom diep maakte en wijd als een hemel....

Nu zweeg het fluitspel.

Stilstaande zag de jonge man om zich heen. Hij was aan een grens gekomen van maanlicht en duisternis, aan een schaduwkring dien een zwarte boomen-massa wijd over het glorige gras spreidde. Onduidelijk nam hij een dicht gedrongen menigte van stammen waar, lang afhangende groeisels en van maanlicht even beglommen looverspreidingen. Een geur van verwelkende bloemen hing in de lucht. Hij herkende den heiligen waringin aan den ingang van het dorp, waar de vrome passar-gangers den Danhjang Dessa offeranden van jasmijn-bloesem plachten te brengen op het zoden-altaar.

Hij was ver van de fabriek af gekomen.

Langzaam ging hij terug door het van dauw wit glinsterende en druipende gras. In de stilte van zijn gedachten zong het deuntje der fluit voort, en zijne stappen schikten zich naar de onhoorbare maat.

Nog een poos lang wakker liggend in de duisternis van zijn huis, bleef hij luisteren of niet weer het klare geluid aan kwam strijken.

Toen kwam de gedachte aan zijn werk weer terug. Hij sliep in met de voorstelling van de nieuwe machine die hij op zou stellen in het molenhuis“

.

 


Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939)

Lees meer...

24-11-12

Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Jules Deelder, Laurence Sterne

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.

 

Uit: Devil’s Island (Vertaald door David MacDuff en Magnus Magnusson)

 

As for Baddi, he gave meaning to all the struggles of this world: that clever and handsome lad of promise, that blessed scion of the family, the granny's boy of the prayers which the queen of the Old House repeated to herself aloud as she did the dishes at the sink or in silence as she brooded over the cards and the future of strangers – the boy with the bright eyes and the smile, always helpful and generous to everything which drew breath.
Now he was expected home.
The Americans were lucky to have enjoyed his presence all these years, thought Karolína, that steely woman who had not allowed her feelings free rein for decades. Nowadays she talked of her Baddi with such tearful longing that even Tommi was moved and began to imagine that everything would be bright and beautiful when the angel came home. But Tommi had always been much more attached to Danni; they had so much in common, he and the younger brother whom few missed and whose memory meant no more to the family than a raven landing on a gable-head and cawing.
Tommi came to think, when he looked back, that Baddi had not been such a bad lot after all – that was just exaggeration and a lack of understanding of young people. Boys would be boys, wouldn't they? Before Baddi left he had become a bit of a burden to Tommi to be sure, because of the fines and damages he had had to pa; for all kinds of minor mischief Baddi had got involved in, but youngsters grew out of that sort of thing. Tommi was far more worried about the boys when they began to tinker with brennivín and steal bottles and get drunk and go into sheds and shacks with girls who screamed and bawled and came rushing out with fire and frenzy in their eyes, but who always allowed themselves to be lured into the sheds again. But why should Tommi worry about that? They were young and enjoying themselves.”

 

 

Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

Lees meer...

Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Thomas Kohnstamm, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook alle tags voor Cissy van Marxveldt op dit blog.

 

Uit: De H.B.S. tijd van Joop ter Heul

 

“Julie vertelde me gisteravond dat ze met Jog samen een zomerhoed gekocht heeft.
’Met je verkouden gezicht?’ Vroeg ik. Ja, want als hij me dàn goed staat, dan flatteert hij me zeker, als ik er gewoon uitzie… Het is een schat van een dopje, zei Julie, Wit met kleine theeroosjes, heel snoezig’. ‘Hoe staat hij Jog?’ vroeg ik.
‘Oh you horrid pig’ zei Julie weer eens voor de verandering.

(…)


Ik ben gisteren uit gym gestuurd, omdat ik een ouwe tafelschel achter aan Steub zijn jasje had gehangen. ’t Stond zo gek zeg, en het mooiste was, hij merkte er eerst niets van. De schel werkte niet al te best meer, zie je, maar toen hij ons van die armoefeningen ging voordoen met beenhuppen, was ’t klingeling jongens bij elke hup. Hij brulde maar; ‘Wie belt daar? Ik wil weten wie daar belt’ En wij stikten gewoonweg. Pop zei nog: ’t is buiten geloof ik, de tram mijnheer.’ En toen dacht Steub eerst werkelijk nog, dat het de tram was, en hij begon weer te huppen en te luien. We konden geen stap meer doen van het lachen...”

 

Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

Scene uit Joop ter Heul, een KRO tv-serie uit 1968

Lees meer...

23-11-12

Paul Celan, Marcel Beyer, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen

 

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

 

Und mit dem Buch aus Tarussa

Все поэты жиды

(Marina Zwetajewa)

 

Vom

Sternbild des Hundes, vom

Hellstern darin und der Zwerg-

leuchte, die mitwebt

an erdwärts gespiegelten Wegen,

 

von

Pilgerstäben, auch dort, von Südlichem, fremd

und nachtfasernah

wie unbestattete Worte,

streunend

im Bannkreis erreichter

Ziele und Stelen und Wiegen.

 

Von

Wahr- und Voraus- und Vorüber-zu-dir-,

von

Hinaufgesagtem,

das dort bereitliegt, einem

der eigenen Herzsteine gleich, die man ausspie

mitsamt ihren un-

verwüstlichen Uhrwerk, hinaus

in Unland und Unzeit. Von solchem

Ticken und Ticken inmitten

der Kies-Kuben mit

der auf Hyänenspur rückwärts,

aufwärts verfolgbaren

Ahnen-

reihe Derer-

vom-Namen-und-Seiner-

Rundschlucht.

 

Von

einem Baum, von einem.

Ja, auch von ihm. Und vom Wald um ihn her. Vom Wald

Unbetreten, vom

Gedanken, dem er entwuchs, als Laut

und Halblaut und Ablaut und Auslaut, skythisch

zusammengereimt

im Takt

der Verschlagenen-Schläfe,

mit

geatmeten Steppen-

halmen geschrieben ins Herz

der Stundenzäsur – in das Reich,

in der Reiche

weitestes, in

den Großbinnenreim

jenseits

der Stummvölker-Zone, in dich

Sprachwaage, Wortwaage, Heimat-

waage Exil.

 

Von diesem Baum, diesem Wald.

 

Von der Brücken-

quader, von der

er ins Leben hinüber-

prallte, flügge

von Wunden, - vom

Pont Mirabeau.

 

Wo die Oka nicht mitfließt. Et quels

amours! (Kyrillisches, Freunde, auch das

ritt ich über die Seine,

ritts übern Rhein.)

 

Von einem Brief, von ihm.

Vom Ein-Brief, vom Ost-Brief. Vom harten,

winzigen Worthaufen, vom

unbewaffneten Auge, das er

den drei

Gürtelsternen Orions – Jakobs-

stab, du,

abermals kommst du gegangen! –

 

zuführt auf der

Himmelskarte, die sich ihm aufschlug.

 

Vom Tisch, wo das geschah.

 

Von einem Wort, aus dem Haufen,

an dem er, der Tisch,

zur Ruderbank wurde, vom Oka-Fluß her

und den Wassern.

 

Vom Nebenwort, das

ein Ruderknecht nachknirscht, ins Spätsommerohr

seiner hell-

hörigen Dolle:

 

Kolchis.

 

 

 

 

Kristal

Niet aan mijn lippen zoek je mond,
niet voor de poort de vreemde,
niet in het oog de traan.

Zeven nachten hoger nadert rood tot rood,
zeven harten dieper klopt aan de poort de hand,
zeven rozen later ruist de bron.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 


Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

Lees meer...

22-11-12

André Gide, George Eliot, Dirk van Weelden, Suresh en Jyoti Guptara

 

De Franse schrijver André Gide werd geboren op 22 november 1869 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Gide op dit blog.

 

Uit: Les Faux-monnayeurs

 

“- Je suis heureux que vous n'ayez pas signé. Mais, ce qui vous a retenu ?
- Sans doute quelque secret instinct... Bernard réfléchit quelques instants, puis ajouta en riant : - Je crois que c'est surtout la tête des adhérents ; à commencer par celle de mon frère aîné, que j'ai reconnu dans l'assemblée. Il m'a paru que tous ces jeunes gens étaient animés par les meilleurs sentiments du monde et qu'ils faisaient fort bien d'abdiquer leur initiative, car elle ne les eût pas menés loin, leur jugeote, car elle était insuffisante, et leur dépendance d'esprit, car elle eût été vite aux abois. Je me suis dit également qu'il était bon pour le pays qu'on pût compter parmi les citoyens un grand nombre de ces bonnes volontés ancillaires(1) ; mais que ma volonté à moi ne serait jamais de celles-là. C'est alors que je me suis demandé comment établir une règle, puisque je n'acceptais pas de vivre sans règle, et que cette règle je ne l'acceptais pas d'autrui.
- La réponse me paraît simple : c'est de trouver cette règle en soi-même ; d'avoir pour but le développement de soi.
- Oui..., c'est bien là ce que je me suis dit. Mais je n'en ai pas été plus avancé pour cela. Si encore j'étais certain de préférer en moi le meilleur, je lui donnerais le pas sur le reste. Mais je ne parviens pas même à connaître ce que j'ai de meilleur en moi... J'ai débattu toute la nuit, vous dis-je. Vers le matin, j'étais si fatigué que je songeais à devancer l'appel de ma classe(2) ; à m'engager.
- Echapper à la question n'est pas la résoudre.
- C'est ce que je me suis dit, et cette question, pour être ajournée , ne se poserait à moi que plus gravement après mon service. Alors je suis venu vous trouver pour écouter votre conseil.
- Je n'ai pas à vous en donner. Vous ne pouvez trouver ce conseil qu'en vous-même, ni apprendre comment vous devez vivre, qu'en vivant.
- Et si je vis mal, en attendant d'avoir décidé comment vivre ?
- Ceci même vous instruira. Il est bon de suivre sa pente, pourvu que ce soit en montant.”

 

 

André Gide (22 november 1869 – 19 februari 1951)

André Gide en Jean Paul Sartre (links), Cabris 1950

Lees meer...

21-11-12

Isaac Bashevis Singer, Margriet de Moor, Marilyn French

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Isaac Bashevis Singer werd geboren op 21 november 1904 als Isaac Hertz Singer in Radzymin, Polen. Zie ook alle tags voor Isaac Bashevis Singer op dit blog.

 

Uit: The slaughterer

 

„Since Yoineh Meir had begun to slaughter, his thoughts were obsessed with living creatures. He grappled with all sorts of questions. Where did flies come from? Were they born out of their mother's womb or did they hatch from eggs? If all the flies died in winter, where in the new ones come from in the summer? And the owl that nested under the synagogue roof - what did it do when the frost came? Did it remain there? Did it fly away to warm countries? How could anything live in the burning frost, when it was scarcely possible to keep warm under the quilt?

An unfamiliar love welled up in Yoineh Meir for all that crawls and flies, breeds and swarms. Even the mouse - was it their fault that they were mice? What wrong does a mouse do? All it wants is a crumb of bread, a bit of cheese. Then why is the cat such an enemy to it?

Yoineh Meir rocked back and forth in the dark. The rabbi may be right. Man cannot and must not have more compassion than the Master of the universe. Yet he, Yoineh Meir, was sick with pity. How could one pray for life for the coming year, or for a favourable writ in Heaven, when one was for robbing others of the breath of life?

Yoineh Meir thought that the Messiah Himself could not redeem the world as long as injustice was done to beasts. By rights everything should rise from the dead: every calf, fish, gnat, butterfly. Even in the worm that crawls in the earth there glows a divine spark. When you slaughter a creature you slaughter God...”

 

 


Isaac Bashevis Singer (21 november 1904 – 24 juli 1991)

Lees meer...