12-09-12

Michael Ondaatje, James Frey, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Gust Van Brussel

 

De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zieook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog.

 

 

Application For A Driving License

 

Two birds loved
in a flurry of red feathers
like a burst cottonball,
continuing while I drove over them.
I am a good driver, nothing shocks me.

 

 

 

Bearhug

 

Griffin calls to come and kiss him goodnight
I yell ok. Finish something I'm doing,
then something else, walk slowly round
the corner to my son's room.
He is standing arms outstretched
waiting for a bearhug. Grinning.

Why do I give my emotion an animal's name,
give it that dark squeeze of death?
This is the hug which collects
all his small bones and his warm neck against me.
The thin tough body under the pyjamas
locks to me like a magnet of blood.

How long was he standing there
like that, before I came?

 

 

 

Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)


 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ookmijn blog van 12 september 2010eveneens alle tags voor James Frey op dit blog.

 

Uit: The Final Testament of the Holy Bible

 

„Some people just ain’t made for the world. Can’t fucking take it. Can’t deal with Momma and Dadda and school teaching you nothing and a fucking job with some motherfucking boss going blah blah blah and bills and neighbors and some kind of bullshit church and having a good credit score and a mortgage and getting married with kids and some kind of mysterious motherfucking retirement plan that don’t ever let you do nothing but put more in and get none back. Lotta people ain’t made for it. They the people you see on the streets, in dirty clothes, talking to themselves, screaming on the corner like they demonized, mumbling and crying, they the ones in your family and your town you always scared of and feeling sorry for and making excuses about, the ones you don’t even thinks is fucking human. They is, they just ain’t made like the rest of you and they can’t deal with it so they go to drinking and getting fucking high and being criminal and getting locked-the-fuck-up and just saying who gives a fuck to all of it. People be thinking they’re crazy and be needing some kind of fucking help, but the help ain’t nothing ’cause a motherfucking soup kitchen or some kind of shelter that can’t hold enough or a nuthouse where we get beat or some charity that’s really about motherfuckers’ friends knowing how good they is and how much they care ain’t nothing but bullshit. And don’t even bring up that made-up motherfucker people be calling God, ’cause that motherfucker don’t even exist, and don’t be bringing up all these so-called houses of God, ’cause they more about killing and hating than they is about helping and loving. Sorry to break the motherfucking news if you ain’t heard it, but that’s it motherfucker, that’s the fucking news.“

 

 

James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

 

 

Soap Suds

 

This brand of soap has the same smell as once in the big
House he visited when he was eight: the walls of the bathroom open
To reveal a lawn where a great yellow ball rolls back through a hoop
To rest at the head of a mallet held in the hands of a child.

And these were the joys of that house: a tower with a telescope;
Two great faded globes, one of the earth, one of the stars;
A stuffed black dog in the hall; a walled garden with bees;
A rabbit warren; a rockery; a vine under glass; the sea.

To which he has now returned. The day of course is fine
And a grown-up voice cries Play! The mallet slowly swings,
Then crack, a great gong booms from the dog-dark hall and the ball
Skims forward through the hoop and then through the next and then

Through hoops where no hoops were and each dissolves in turn
And the grass has grown head-high and an angry voice cries Play!
But the ball is lost and the mallet slipped long since from the hands
Under the running tap that are not the hands of a child.

 

 

 

Snow

 

The room was suddenly rich and the great bay-window was
Spawning snow and pink roses against it
Soundlessly collateral and incompatible:
World is suddener than we fancy it.

World is crazier and more of it than we think,
Incorrigibly plural. I peel and portion
A tangerine and spit the pips and feel
The drunkenness of things being various.

And the fire flames with a bubbling sound for world
Is more spiteful and gay than one supposes–
On the tongue on the eyes on the ears in the palms of your hands–
There is more than glass between the snow and the huge roses.

 

 

 

Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Hannes Meinkema op dit blog.

 

Uit: Een verkenning van ‘Eva’

 

Uit het feit dat Prometheus vorig jaar en Eva onlangs herdrukt is, mogen we afleiden dat er weer belangstelling is voor Carry van Bruggen's werk. Of we van een herontdekking kunnen spreken moet echter nog worden afgewacht. De betoogtrant van Prometheus is niet van dien aard, dat enthousiasme bij de lezer van 1975 vanzelfsprekend moet worden geacht, maar met de roman Eva zou dat wel eens heel anders kunnen gaan.

Eva was in 1927 de tijd al ver vooruit, en ook nu nog is het een van de mooiste romans die in de Nederlandse literatuur door vrouwen geschreven zijn.

Carry van Bruggen is nooit helemaal uit de belangstelling verdwenen. Nog in 1962 verscheen een omvangrijke studie van M.A. Jacobs, die volledig aan haar leven en werk is gewijd. Helaas lijkt het wel, of Jacobs zich met dit onderwerp niet bijzonder gemakkelijk heeft gevoeld. Zo deelt Jacobs bv. de boeken die tussen 1915 en 1924 verschenen doodleuk in twee kolommen in, die resp. de titels ‘goed’ en ‘minderwaardig’ krijgen. Af en toe gaat de biografie over in regelrechte roddel, en wat de roman betreft identificeert Jacobs de hoofdpersonen volledig met de schrijver. Het is dan ook geen wonder, dat Sicking ons waarschuwt: ‘deze studie dient [...] zeer kritisch gelezen te worden.’

Carry van Bruggen beschouwde zichzelf niet in de eerste plaats als romanschrijver. In een interview met André de Ridder in 1915 zegt zij: ‘Ik geloof dat ik eigenlijk niet een geboren artist ben, maar veeleer iemand die van huis uit goed denken kan. Het element denker lijkt me sterker ontwikkeld in me dan het element artist en 't is het plastische deel dat bij mij het slechtst tot zijn recht komt. Merk bijv. op, hoe mijne metaforen nooit uitbeeldend zijn, maar ethische gelijkenissen. De compositie ook, geloof ik, is niet heelemaal in orde in mijne boeken.’

Deze laatste opmerking is onjuist, zeker wat betreft Eva (dat ten tijde van dit interview nog niet bestond). Carry van Bruggen's visie op haar eigen werk is die van iemand die spontaan opschrijft en niet structureert: ‘Literatuur bij mij is niet een métier, gelijk bij vele Hollandsche auteurs, maar een spontane uiting...”

 

 

Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

 

 

 

 


De Vlaamse schrijver
Gust Van Brussel werd geboren in Antwerpen op 12 september 1924. Zie
ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Gust van Brussel op dit blog.

 

Uit:Keizer Sus den eerste

 

“Zo vergaat het leven en kiest het zijn weg voor ons. Gelijk de windroos draait. Nu eens naar de liefde, soms naar het verdriet. Soms met veel tranen soms zelfs met een lach. Wie die windroos doet draaien weet geen mens. Ook een schrijver, die naar de mensen luistert, zal het nooit weten. Noch voor de mensen die hij rondom zich bezig ziet en zelfs noch het minst van al voor zichzelf.
Ondertussen stroomt de Schelde onverdroten doos ons platte land In de schaduw van de kathedraal met zijn lichtgrijze reuzengestalte, met zijn gonzende Grote Markt. Met aan de ene kant het stemmig eilandje en aan de andere kant Sint-Anneke en de nieuwstad, boort zij zich een weg langs sluizen en terminals, wipbruggen en kanaaldokken, stapelhuizen, torens containers, kranen en laadbruggen, langs de tientallen havenbedrijven, die de Antwerpenaar uit de slijkgrond heeft gestampt om miljoenen mensen in de wereld te dienen. Langs mastodonten als Bayer, Degussa, Monsanto en Solvay, de raffinaderijen, Air Liquide en Electrabel, tot verder dan het oog van een mens kan zien. Tot ginder ver de Schelde ons ontsnapt en stilaan zee zal worden en daarna oceaan, waar de witte, de zwarte en de rode boten met hun thuisvlaggen op varen van overal ter wereld, om op een schone dag hun boeg te wenden naar het aloude Steen, dat nog Romeinen en Noormannen gekende heeft. Spaanse, Oostenrijkse, Franse, Hollandse en Duitse bezetters gehad heeft, maar dat uiteindelijk de geest van Antwerpen van vandaag bleef. Met het eerste tij zullen de zeereuzen de haven binnengeloodst worden langs de nieuwe dokken. Beladen met miljoenen containers. Met alles wat een mens nodig heeft om te leven.”

 

 

Gust Van Brussel (Antwerpen, 12 september 1924)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

De commentaren zijn gesloten.