28-07-12

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

Boerin in Iviers

 

Elke dag nog praat ze
met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht

sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots

ze kreeg er nog een prijs voor
de senator kwam er voor over
helemaal uit Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won

de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter

 

 

 

Het Vak

 

Langzaam groeit in mij
de ander die in niets op mij lijkt
en toch alles in zich heeft
van mij die hem baren moet

dan rijst het doek dat me scheidt
van mijn tijd die nu gekomen is
de zaal opent zich veelvuldig
gespiegeld vlees en bloed

even is het alles stilte
wachtend op het eerste woord
dat het schouwtoneel de wereld
tot leven beven doet

côté jardin: de geliefde werpt haar mantel af
côté cour: de moordenaar komt aangezet

 

 

 

Straattheater

 

In de zoele middagwind
zat ik op een bankje
op de Boulevard du Général Leclerc
naast een oude heer
die Indochina nog had meegemaakt
rozet in zijn knoopsgat
witte sjaal om zijn uitgedroogde hals
en een mormel van een hondje
aandachtig aan zijn voet
toen Sophie Marceau actrice
die ik kende uit de bladen
vergezeld van haar fotograaf
uit een limousine stapte
en bij het lichtjes vasthouden
van haar zonnehoed
haar roomblanke oksel toonde

het hondje kefte
en de oude heer en ik
we stonden als één man op
zongen een liedje
maakten kleine pasjes
draaiden met onze kont

maar zij zag ons niet.

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)


 

 

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook alle tags voor Malcolm Lowry op dit blog.

 

Uit:Under the Volcano

 

“M. Laruelle finished his drink. He rose and went to the parapet; resting his hands one on each tennis racquet, he gazed down and around him: the abandoned jai-alai courts, their bastions covered with grass, the dead tennis courts, the fountain, quite near in the centre of the hotel avenue, where a cactus farmer had reined up his horse to drink. Two young Americans, a boy and a girl, had started a belated game of ping-pong on the verandah of the annex below. What had happened just a year ago to-day seemed already to belong in a different age. One would have thought the horrors of the presentwould have swallowed it up like a drop of water. It was not so. Though tragedy was in the process of becoming unreal and meaningless it seemed one was still permitted to remember the days when an individual life held some value and was not a mere misprint in a communique. He lit a cigarette. Far to his left, in the northeast, beyond the valley and the terraced foothills of the Sierra Madre Oriental, the two volcanoes, Popocatepetl and Itaccihuatl, rose clear and magnificent into the sunset. Nearer, perhaps ten miles distant, and on a lower level than the main valley, he made out the village of Tomalin, nestling behind the jungle, from which rose a thin blue scarf of illegal smoke, someone burning wood for carbon. Before him, on the other side of the American highway, spread fields and groves, through which meandered a river, and the Alcpancingo road. The watchtower of a prison rose over a wood between the river and the road which lost itself further on where the purple hills of a Dore Paradise sloped away into the distance. Over in the town the fights of Quauhnahuac's one cinema, built on an incline and standing out sharply, suddenly came on, flickered off, came on again. "No se puede vivir sin amar," Mr. Laruelle said . "As that estupido inscribed on my house."

 

 

Malcolm Lowry (28 juli 1909 - 26 juni 1957)

Scene uit de film van John Huston (1984) met Albert Finney, Jacqueline Bisset en Anthony Andrews

 

 

 


De Argentijnse schrijfster
Angélica Gorodischer werd geboren in Buenos Aires op 28 juli 1928. Zie ook alle tags voor Angélica Gorodischer op dit blog.

 

Uit: Kalpa Imperial (Vertaald door Ursula K. Le Guin)

 

“Ekkemantes I will probably smile, since he too loves plays, and fall to talking enthusiastically about the poetic tragedy by Orab’Maagg recently presented in the capital, until one of his counselors reminds him with a discreet cough that he can’t spend an hour chattering with every one of his subjects because it would leave him no time to rule the Empire. And probably the good emperor, who seems born to smiles and good nature, though he wielded weapons like the black-winged angel of war when it was a matter of eradicating from the Empire the greed and cruelty of a damnable race, will reply to the counselor that chattering for an hour with each of his subjects is one way of ruling the Empire, and not the worst way, but that the lord counselor is right, and in order not to lose any more valuable time, he’ll dictate a decree to the lord counselor and sign it himself, ordering that a theater be constructed in the town of Sariaband. And very likely the counselor will stare and say: “My lord! building a theater, even a theater for a very small town, is an expensive business!”

 

 

Angélica Gorodischer (Buenos Aires, 28 juli 1928)

Cover

 

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook alle tags voor Gerard Manley Hopkins op dit blog.

 

 

Barnfloor and Winepress

And he said, If the Lord do not help thee, whence shall I help thee? out of the barnfloor, or out of the winepress?
2 Kings VI: 27

Thou that on sin's wages starvest,
Behold we have the joy in harvest:
For us was gather'd the first fruits,
For us was lifted from the roots,
Sheaved in cruel bands, bruised sore,
Scourged upon the threshing-floor;
Where the upper mill-stone roof'd His head,
At morn we found the heavenly Bread,
And, on a thousand altars laid,
Christ our Sacrifice is made!

Thou whose dry plot for moisture gapes,
We shout with them that tread the grapes:
For us the Vine was fenced with thorn,
Five ways the precious branches torn;
Terrible fruit was on the tree
In the acre of Gethsemane;
For us by Calvary's distress
The wine was racked from the press;
Now in our altar-vessels stored
Is the sweet Vintage of our Lord.

In Joseph's garden they threw by
The riv'n Vine, leafless, lifeless, dry:
On Easter morn the Tree was forth,
In forty days reach'd heaven from earth;
Soon the whole world is overspread;
Ye weary, come into the shade.

The field where He has planted us
Shall shake her fruit as Libanus,
When He has sheaved us in His sheaf,
When He has made us bear his leaf. -
We scarcely call that banquet food,
But even our Saviour's and our blood,
We are so grafted on His wood.

 

 

Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Zie ook alle tags voor Stephan Sanders op dit blog.

 

Uit: Robin Hood in actie (Column)

 

„Wat heb ik een drukke zaterdag achter de rug - en ik zeg dit met veel ironie. Het huisje dat ik huur in Kaapstad hoorde lang geleden tot het slavenkwartier. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd het een whites only area, en de gekleurde Kaapmensen en moslims moesten verdwijnen. Maar de moslims hadden iets verderop nog een wijk in bezit die door het apartheidsregiem niet onteigend kon worden - de Bo-kaap - en daar bleef de moslimmedemens wonen: een bruine enclave in een wit centrum.

Die Groups Area Act is allang afgeschaft, maar de oude slavenwijk is nog steeds blank, omdat de huisjes er door designers werden opgeknapt, met daktuintjes, hippe badkamers en voor buiten een zeer bescheiden plunge-in pool ter grootte van een badkuip. Huur omhoog, blank toeristenvolk komt en blijft.
Wat heb ik een drukke zaterdag achter de rug - en nu zal ik de ironie verklaren. Want iedere dag komt hier een vrouw die het beddengoed verschoont, de vloer veegt en de vaat doet. Zwart is zij, uit de Oost-Kaap. Dan is er de gekleurde conciërge, Ibrahim, die het dakterras nakijkt en de stoppen controleert. En voor dat kikkerbadje komt de poolman - want de kwaliteit van het water, je weet maar nooit, en de haperende pomp.

Er waren die zaterdag dus drie mensen om mij heen aan het werk. Ik zat achter mijn computer en ik probeerde te schrijven. In vroeger tijden moet de gezeten burgerij hier zeer bedreven in zijn geweest: het personeel loopt rond, maar jij ziet ze niet, ze zijn onzichtbaar, schemerlampen die op hun gebruikelijke plek staan. De gemiddelde Nederlander is dit leven niet gegeven. Bij ons is arbeid duur, je wacht je wel voor elk wissewasje iemand in te huren, en de eventuele hulp, éénmaal in de week, wordt ontvangen als een koningin – overcompensatie.“

 

 

Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.