30-11-11

David Nicholls, Lee Klein, Adeline Yen Mah, Reinier de Rooie

 

De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.en ook mijn blog van 30 november 2010.

 

Uit: The Understudy

 

„Stephen C McQueen had two C.Vs.

Alongside the real-life resumé of all the things he had actually achieved, there was the Nearly CV. This was the good-luck version of his life, the one where the close-shaves and the near-misses and the second-choices had all worked-out; the version where he hadn’t been knocked off his bike on the way to that audition, or come down with shingles during the first week of rehearsal; the one where they hadn’t decided to give the role to that bastard off the telly.

This extraordinary phantom career began with Stephen almost-but-not-quite winning huge praise for his show-stealing Malcolm in Macbeth in Sheffield, then consequently very nearly giving his heart-breaking Biff in Death of a Salesman on a nationwide tour. Soon afterwards, the hypothetical reviews that he would probably have received for his might-have-been King Richard II had to be read to be believed. Diversifying into television, he had come oh-so-close to winning the nations hearts’ as cheeky, unorthodox lawyer Todd Francis in hit TV series Justice For All, and a number of successful film roles, both here and abroad, had quite conceivably followed.

Unfortunately, all these great triumphs had taken place in other, imaginary worlds, and there were strict professional rules about submitting your parallel-universe resumé. This unwillingness to take into account what had taken place in other space-time dimensions meant that Stephen was left with his real-life C.V, a document that reflected both his agent’s unwillingness to say no, and Stephen’s extraordinary capacity, his gift almost, for bad luck. It was this real-life version of events that brought him here, to London’s glittering West End.

At the age of eight, visiting London for the first time with his Mum and Dad, Piccadilly Circus had seemed like the centre of the Universe, an impossibly glamorous, alien landscape, the kind of place where, in an old British Sixties musical, a dance-routine might break-out at any moment. That was twenty-four years ago. It had since become his place-of-work, and coming up from the hot, soupy air of the tube station into the damp November evening, all Stephen saw was a particularly garish and treacherous roundabout. Nearby an adenoidal busker was doggedly working his way through the Radiohead song-book, and the chances of a dance-routine breaking out seemed very slight indeed. Stephen barely even noticed Eros these days, surely the most underwhelming landmark in the world. If he bothered to look up at all, it was only to check the digital clock under the Coca-Cola sign, to see if he was late.“

 

 

David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

Lees meer...

Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan G. Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Zie ook alle tags voor Jan G. Elburg op dit blog.

 

 

Liefste omdat de winter een kwaad seizoen is

 

Over ons voortbestaan

wordt beslist bij handopsteken

van verkeersagenten en sneeuw.

ik maak mij warm met waar praten

omdat in je gezicht je ogen

staan als twee bevende boeketjes.

dit stempelt mij met een gloed van haast

en met lippen met mijn naam van jezus

ertussen.

met herinnering aan kushanden.

 

overwinterend in mijn

keel

stoor ik mij met

hergezichten.

netels hart heb ik

en over van mijzelf.

onder het kaarslicht van

een winterhemel

hoor ik mijn mensen.

ik ent mij

op mensen

messen

hoogmoed

spelletje voor vingers

en vindersloon

en loopsheid

brood en ander eten.

 

ere wie mij toekomt

een lang hert een karyatide

van korenschoven een geloof

van aanwrijven

muren in en uit het liefde leven

van de helft dezer eeuw

een levende deense

ondersteek van vlees

voor mijn teveel

een hese hinde

van heel snelle benen

een afrekening.

 

er is haast geen tijd meer om te bekomen

van ons gevoel voor seizoenen.

ik verkavel

mij rakelings aan het hart voorbij.

er is veel haver in mijn handen

lievekoe.

er gaan paarden van waarheid staan.

haper nu.

laat de koude beschaamd staan buiten.

 

 

 


Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

 

Lees meer...

Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

 

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook alle tags voor Sir Philip Sidney op dit blog.

 

 

Astrophel and Stella: I

 

Loving in truth, and fain in verse my love to show,

That she, dear she, might take some pleasure of my pain,--

Pleasure might cause her read, reading might make her know,

Knowledge might pity win, and pity grace obtain,--

I sought fit words to paint the blackest face of woe;

Studying inventions fine her wits to entertain,

Oft turning others' leaves, to see if thence would flow

Some fresh and fruitful showers upon my sunburn'd brain.

But words came halting forth, wanting invention's stay;

Invention, Nature's child, fled step-dame Study's blows;

And others' feet still seem'd but strangers in my way.

Thus great with child to speak and helpless in my throes,

Biting my truant pen, beating myself for spite,

"Fool," said my Muse to me, "look in thy heart, and write."

 

 

 

Astrophel and Stella: III

 

Let dainty wits cry on the sisters nine,

That, bravely mask'd, their fancies may be told;

Or, Pindar's apes, flaunt they in phrases fine,

Enam'ling with pied flowers their thoughts of gold.

Or else let them in statelier glory shine,

Ennobling newfound tropes with problems old;

Or with strange similes enrich each line,

Of herbs or beasts which Ind or Afric hold.

For me, in sooth, no Muse but one I know;

Phrases and problems from my reach do grow,

And strange things cost too dear for my poor sprites.

How then? even thus: in Stella's face I read

What love and beauty be; then all my deed

But copying is, what in her Nature writes.

 

 

Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

Gedenksteen inSt Paul’s Cathedral, Londen

Lees meer...

Christophe Vekeman

 

De Vlaamse schrijver, dichter en performer Christophe Vekeman werd geboren in Temse op 30 november 1972. Sinds 11 september 2001 heeft Vekeman een wekelijkse column in De Morgen, de krant waarin hij ook het merendeel van de in Leven is werk opgenomen stukken over voornamelijk literatuur en muziek publiceerde. In 2005/2006 was hij een vaste gast in het debatprogramma ‘Morgen beter’ op Canvas. Vekeman is een veel gevraagde en gesmaakte gast op literaire podia in Vlaanderen en Nederland. Hij nam onder veel meer deel aan Saint-Amour, De Nachten, Zuiderzinnen, Geletterde Mensen, Nur Literatur, Lowlands,... In Nederland maakt hij deel uit van het Nightwriterscollectief, samen met onder andere de schrijvers Kluun, Tommy Wieringa en Ronald Giphart. Vekeman publiceerde romans, een verhalenbundel, essays, reportages en interviews:

 

Uit: 49 manieren om de dag door te komen

 

„Als zo vaak is het elf uur 's ochtends en je staat voor het raam van je kamer op de eerste verdieping, daar waar je altijd staat, en kijkt door de vitrage naar buiten. Het is koel voor de tijd van het jaar; het is zomer.
Sedert een tiental maanden woon je hier, in deze met kasseien bestrate, doodkalme buurt. Je woont alleen. Veel meer dan wonen doe je niet. Je woont en staat te staren door het raam. Er rijdt een auto voorbij.
Op een steenworp afstand bevindt zich de kerk, die goeddeels omringd wordt door bomen. Dat is de situatie. In de bomen fluiten vogels.
Je hebt een raar gevoel, maar dat negeer je. In plaats van eraan toe te geven, schuif je de vitrage opzij en opent het raam. Signaal voor genoemde vogels, blijkbaar, om nog luider aan het fluiten te gaan. Ze geven hem flink van jetje.
Je voelt je raar, maar zo voel je je nu eenmaal altijd. Je voelt je moe, eveneens naar gewoonte. Het is altijd hetzelfde: alles verandert, maar jij niet. Akkoord, je wordt ouder. Maar zelfs dat heb je altijd al gedaan.
Toch is er deze keer meer aan de hand, en dat merk je gauw genoeg. Eerst wens je nog dapper te blijven doen alsof je denkt dat de pijn in je keel geheel en al inbeelding is, maar als je vervolgens de hand op je voorhoofd legt, stel je een onmiskenbare verhoging van de lichaamstemperatuur vast, die er bepaald niet om liegt. Meteen, als op bevel, wordt ook je keelpijn erger, terwijl een zanderig gevoel spoorslags door al je ledematen trekt en je spieren een stille klaagzang aanheffen.
Amper een paar minuten later sta je in wintertrui in de keuken te wachten tot het water kookt. Je voelt je, zucht je, ronduit beroerd. Je bent uitgeteld. Behalve thee heb je voor dit soort noodsituaties ook altijd een potje aardbeienjam in huis. Niets symboliseert voor jou de noodgedwongen plichtenvrijheid zozeer als een boterhammetje met aardbeienjam. Je rilt van de koorts, niet van genoegen“.

 

 

Christophe Vekeman (Temse, 30 november 1972)

07:01 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: christophe vekeman, romenu |  Facebook |

29-11-11

Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis

 

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009 en ook mijn blog van 29 november 2010.

 

 

LIGHT

 

It puffed up our brains -

a bicycle-pump pressure down rubbery cords.

One hundred and eighty-six thousand

miles per second.

 

Dolphin has no such constancy,

hears like soup.Its grey-blue steel

jerks into air, makes children gasp.

Dolphin hoops the water - each leap

equal to its aether.

 

On the west coast I dug

for potatoes.Light there took its time

to gather, took time to roll in

its hard-earned pillows of dark.

 

Our Enlightenment boys

ply the radioactive, black-goggled

in the bomb-burst.They squint past embers

at the rim of the universe, urgent

for the one dark thing.

 

Already they catch it, condense it,

flourish it across the benchtop

like a royal flush.Bounce it off the cheek

of the moon.Make it check itself -

snitch on the slightest anomaly.Back

and forth, the caged exactitude.

 

It's the one constant, they said.

Let us build all space, all time, all

knowledge around it.

 

But the dolphin.The filed

white teeth, its white life.

It has missed the tide.

The fish-mammal is beached, flesh

desiccating in iridescent decay.

Its shrill scrimshaws to the marrow.

 

The children think it is smiling.

 

 

 

 

everyone begins as fish &

 

ends so – spiralling after
egg (that other half of our
chains) & setting gills

 

in gristled knot that buds
legs as tadpoles do & blow-
hole ears halfway down

 

the back & low-set eye
alien as featherless chick –
ah we have peered into

 

that shared ovum whose
blasto-flesh runs its gauntlet
of fowl & fish so fused at

 

the tail nothing can be told
apart – is this why when i am
late i find in upstairs dark

 

you – on placenta duvet &
hunched round self as wom-
bed ones are? – as though

 

i had just returned from
all eternity to catch you
naked out sleepwalking

 

space without even
navel-twisted purpled
rope to hold you

 

 

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

Lees meer...

Louisa May Alcott, Wilhelm Hauff, Franz Stelzhamer

 

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zie ook alle tags voor Louisa May Alcott op dit blog.

 

 

Fairy Song

 

The moonlight fades from flower and tree,

And the stars dim one by one;

The tale is told, the song is sung,

And the Fairy feast is done.

The night-wind rocks the sleeping flowers,

And sings to them, soft and low.

The early birds erelong will wake:

'Tis time for the Elves to go.

 

O'er the sleeping earth we silently pass,

Unseen by mortal eye,

And send sweet dreams, as we lightly float

Through the quiet moonlit sky;--

For the stars' soft eyes alone may see,

And the flowers alone may know,

The feasts we hold, the tales we tell:

So 'tis time for the Elves to go.

 

From bird, and blossom, and bee,

We learn the lessons they teach;

And seek, by kindly deeds, to win

A loving friend in each.

And though unseen on earth we dwell,

Sweet voices whisper low,

And gentle hearts most joyously greet

The Elves where'er they go.

 

When next we meet in the Fairy dell,

May the silver moon's soft light

Shine then on faces gay as now,

And Elfin hearts as light.

Now spread each wing, for the eastern sky

With sunlight soon will glow.

The morning star shall light us home:

Farewell! for the Elves must go.



 

Louisa May Alcott (29 november 1832 – 6 maart 1888)

Lees meer...

Antanas Škėma, Madeleine L’Engle, Ludwig Anzengruber, Andrés Bello, Maurice Genevoix, Silvio Rodríguez

 

De Litouwse dichter en schrijver Antanas Škėma werd op 29 november 1910 geboren in Lodz in Polen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009en ook mijn blog van 29 november 2010.

 

Uit: Steps And Stairs (Vertaald door Kęstutis Girnius)

 

„Our apartment house does not have a full-time janitor, so the garbage no longer fits into the cans. Wax paper, egg shells, a cracked cup, milk cartons He on the side walk. Across the street—a boy's school. During recess four boys run to the area between two doors and play cards. Coins flash on the linoleum. The kids swear like old troopers sitting on bar stools in taverns. A carriage with an infant rests in the sun. He is dozing, the milk bottle and its slimy nipple slip out of his toothless mouth. His mother, a corpulent Ukrainian, is talking with a neighbor on the other side of the street. About money earned, about money saved, about money which floats above New York in thousands but settles as single dollar bills on Driggs Avenue.

I climb to the fourth floor. My steps splatter sound which sticks to the dusty walls. My steps rumple the high notes of an Italian song (a radio is playing on the second floor). Piles of accurately carved out steps accumulate on the stairs. I climb to the fourth floor, to the fourth, to the fourth, to the fourth. My steps are a mechanical saw slicing off the ends of planks. I climb among invisible plank ends flying in an enclosed space, surrounded by greenness I ascend toward the sun. On the top floor, not unlike an artist's atelier, a skylight in the roof, the sun's rays drill their yellow screws toward which the blind man thrusts out the viscous whites of his eyes.

Our neighbor is the corpulent Ukrainian and her large family. Husband, son, the son's wife, the son's son (the infant in the carriage), a sister, and the half-blind old man who now stands, head bent back, grasping the handrail, who thrusts out his eyes toward the sun's yellow screws. He grasps the rails as a ship's captain the spokes of the wheel when a thick fog is all around and murky white icebergs are ahead. He stands like this for whole hours, straight and immovable, an old and experienced wolf in this ocean of shimmering light.

Evening comes. The constant boring kindles the yellow screws, they redden, and the glowing light exhales a remembrance of a fire-site; and when the mechanic stops the saw, the screws revolve no longer, but cool and disappear in the approaching night. Below the ceiling a little electric lamp lights up. Covered with spider webs, the remnants of last year's flies, the lamp announces that you have changed course, experienced captain.“

 

 

Antanas Škėma (29 november 1910 – 11 augustus 1961)

 

Lees meer...

Constantijn Huygens-prijs 2011 voor A. F. Th. van der Heijden

 

Constantijn Huygens-prijs 2011 voor A. F. Th. van der Heijden

 

 

De Nederlandse schrijver A.F.Th. van der Heijden heeftde Constantijn Huygens-prijs 2011 gewonnen. Dat heeft de Jan Campert Stichting gisteren bekendgemaakt. De Huygens-prijs is een oeuvreprijs die sinds 1947 jaarlijks wordt uitgereikt. Volgens de jury is Van der Heijden "er in 33 jaar schrijverschap als geen ander in geslaagd om de wereld met een literaire blik te bezien. In zijn romans kan alles literatuur worden." Aan de prijs, die eind januari wordt uitgereikt, is een bedrag van 10.000 euro verbonden. A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Tonio. Een requiemroman

 

„Soms wil ik hem heel dicht tegen me aan houden. De gedachte doet zich meestal voor als ik in bed lig te lezen, en zomaar opeens mijn boek ter zijde leg. Kom maar, zeg ik dan geluidloos. Kom maar, Tonio, onder het dek. Ik zal je warm houden.
Zijn lichaam is willoos, slap, maar niet koud. Het is de Tonio die na de aanrijding op het plaveisel heeft gelegen, een half etmaal voor zijn dood. De inzittenden van de rode Suzuki Swift staan buiten de auto, en durven niet naar het verderop neergekwakte lijf te kijken. De sirenes van politie en ambulance zijn nog niet hoorbaar. Het blauwe geflakker van de zwaailichten moet nog komen. Het is dan dat ik hem opraap en naar mijn bed draag, waarvan ik het dek opensla.
Kom maar. Dicht tegen me aan. Dat zal je warm houden. Ze komen zo om je beter te maken.“

 

 

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

F. Bordewijk-prijs en Jan Campert-prijs 2011

 

F. Bordewijk-prijs 2011 voor Gustaaf Peek


Aan aan de Nederlandse schrijver Gustaaf Peek is de F. Bordewijk-prijs voor verhalend proza toegekend, voor zijn roman 'Ik was Amerika'. Gustaaf Peek werd geboren in Haarlem in 1975. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2011.

 

Uit: Dover

 

„We hebben het niet gehaald. […] We droomden dat we trouwden en kinderen kregen, zoveel als we wilden. Om het nog een keer te proberen. Aankomen. Nooit meer weggaan. Een laatste droom. De witte wereld. Liefde. Er zijn velen zoals wij hier.

(...’)


Bernard hield een hand op de wond. Zijn vingers weekten in de warmte, hij durfde niet te kijken. Ze hadden hem achter het stuur gelaten, de deuren waren op slot. Bomen hadden de wagen ingesloten, het moest een parkeerplaats in een bos zijn. Het was nacht. Er zouden geen families meer langskomen voor een mooie wandeling. Hij had het koud.“

 

 

Gustaaf Peek (Haarlem, 1975)

 

 

 

 

 

De Jan Campert-prijs 2011 voor Erik Spinoy

 

De Jan Campert-prijs, voor de beste dichtbundel, gaat naar Erik Spinoy voor zijn bundel 'Dode Kamer'. De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

 

De wind, de eindeloze wind

 

De wind, de eindeloze wind
waait waar hij wil

danst op een esdoornblad
smijt schepen heen en weer
vermaakt zich met een zwaluw
legt zich doodmoe neer
opeens.

Wat hij, zijn waaien
te betekenen heeft?
Verkeerd, aan dit adres!

 

 

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

28-11-11

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Uit: Gestameld liedboek – Moedergetijden

 

“Ze is een spiegel geworden. Zien wij er opgewekt uit, dan is zij het ook–min of meer. Staan de zorgen en het verdriet op ons aangezicht te lezen, dan slaat ook bij haar de treurnis toe. Maar de laatste tijd, de laatste tijd verblijft ze steeds vaker in wat een permanente ontwrichting lijkt. Ik kan alleen maar hopen dat in haar geest nog maar weinig besef heerst van tijd, dat er in haar niets meer leeft dat weet dat het vroeger anders was, beter. De gedachte kan nooit lang troost bieden.
In een eeuwig nu van angst moeten leven is wellicht een even grote marteling – alleen maar heden, alleen maar paniek.
Soms, wanneer ze me met haar blik fixeert, denk ik dat in haar brein een of ander mechanisme naar alle tekenen van emoties speurt, in mijn gelaat, in mijn hele lichaam. Doe ik me opgewekter voor dan ik me voel, dan lukt het niet haar tot rust te brengen. Ergens in haar hersenen pikt een of ander circuit op dat ik me anders gedraag dan het gesteld is met mijn humeur. Een instinct misschien, dat nog min of meer intact is of wie weet sterker naar de voorgrond treedt nu de complexe functies van denken en spreken zo goed als ingestort zijn.

(…)

 

We zijn doodsbang. We zeggen er weinig over, maar we zijn doodsbang. Doodsbang voor wat komen gaat, hoe onvermijdelijk ook. Doodsbang voor de rouw, die we tegelijk vandaag nog zouden willen aanvatten om niet langer in deze schemerzone tussen leven en dood te moeten blijven hangen. Het is vis noch vlees, dag noch nacht, dood noch leven. De ziekte trapt haar de tijd uit en schopt ons uit de taal. Woorden, ze lijken me een soort van granenontbijt tegenwoordig: ongetwijfeld gezond, maar nogal smaakloos.”

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009 en ook mijn blog van 28 november 2010.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

(Francis Ponge)
Je vais voir Ponge chez lui, rue Lhomond, près du Panthéon, au moins une fois par semaine. Sa solitude est alors terrible, sa pauvreté matérielle visible. Là-dessus, une fierté et une ténacité radieuse, quelque chose de radical et d’aristocratique, dans le genre « tout le monde a tort sauf moi, on s’en rendra compte un jour ». J’arrivais, je m’asseyais en face de lui dans son petit bureau décoré par Dubuffet, j’avais des questions, il parlait, je le relançais. J’ai fait ce que j’ai pu pour lui par la suite : invitation d’un mois à l’île de Ré, conférence à la Sorbonne, envoi de caisses de vin de Bordeaux, obtention d’un maigre salaire dans le budget de la revue « Tel Quel » (il figure en tête du premier numéro), livre d’entretiens d’abord diffusés à la radio, etc. J’apporte un électrophone et on écoute du Rameau, et encore du Rameau (c’est son musicien préféré). Ponge, à ce moment-là, est très isolé : mal vu par Aragon en tant qu’ancien communiste non stalinien, tenu en lisière par Paulhan (malgré leur grande proximité), laissé de côté par Sartre, après son essai retentissant sur lui dans « Situations I ». Il est donc encore loin de l’édition de ses œuvres complètes et de la Pléiade, mais le temps fait tout, on le sait. Jusqu’en 1968, idylle. Ensuite, on s’énerve, moi surtout. Raisons apparemment politiques, mais en réalité littéraires (Malherbe, sans doute, mais n’exagérons rien) et métaphysiques (le matérialisme de Lucrèce, pourquoi pas, mais pas sur fond de puritanisme protestant). De façon pénible et cocasse, la rupture se produit apparemment sur Braque (texte critique de Marcelin Pleynet, privilégiant Freud), mais aussi (rebonjour Freud) à cause de mon mariage (sa propre fille est alors à remarier). Il y a, de part et d’autre, des insultes idiotes. A mon avis, à oublier.“

 

 

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

Lees meer...

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009 en ook mijn blog van 28 november 2010.

 

 

Akhenaton’s Song/ Prayer/ Psalm

 

Light gleaming through trees

light above sunset hills

light glowing golden

Rhodesian-Zimbabweau red

light pink-grey on Africa’s desert wastes

light on lifted psalms in adoration

psalms lifting in thanksgiving

receiving light in gratitude.

 

light, source of being

light glowing over, everywhere, forever

light glowing over all, over all.

 

light at the center of all things

light at the origin of all things

light reaching across distances of the cosmos

light without which all that is is nothing.

light the seed of our being

 

light that inserts, asserts, establishes being

light that defines us as divinity

light that unifies us with divinity.

 

 

 

Seattle

 

We all have our causes

dear to our hearts

that we work and sacrifice for:

the freedom of these,

justice for those,

the struggle against their oppressor:

but let there be one cause

that we all unite to serve

that we all resolve to serve—

the cause of the Native Americans.

 

 

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

Lees meer...

27-11-11

Navid Kermani, James Agee, Nicole Brossard, Annette von Droste-Hülshoff

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.en ook mijn blog van 27 november 2010.

 

Uit: Dein Name

 

„Nach dem Frühstück fing er an, das Ritualgebet zu erlernen, die salât oder persisch das namâz. Die wesentlichen Texte und Abläufe sind ihm bekannt, hinter oder neben anderen hat er schon häufig gebetet. Aber allein zu beten, so daß man die Texte und Abläufe ohne nachzudenken selbst abspulen muß, ist anders. Man kommt schnell durcheinander. Er ist daher, als er einsah, beten zu müssen, weil er weder schreiben noch lesen konnte, zu den Vermietern der Scheune gegangen, um aus dem Internet eine Gebetsanleitung auf den Laptop zu laden. Man wird selbst mit der Analogleitung rasch fündig, tippt »Islamisches Gebet« in die Suchmaschine und kann schon den ersten Link gebrauchen. Da er den Laptop schlecht mit ans Waschbecken nehmen konnte, notierte er sich die neun Abschnitte der rituellen Waschung, des wozuh, am Rande des Feuilletons, das er unter der Ablage aus einer Kiste mit Altpapier nahm. Claus Peymann inszeniert Peter Handkes Spuren der Verirrten am Berliner Ensemble, was man auch nicht gesehen haben muß. Die Waschung hatte er schon oft vollzogen, mußte nur die Reihenfolge der Körperteile sich merken, was keine Viertelstunde dauerte.

Anschließend breitete er die gelbe Vliesdecke, auf der die Frau morgens Gymnastik treibt, neben dem Schreibtisch aus, richtete den Bildschirm so ein, daß er die Gebetsanleitung aus einem Meter Entfernung lesen konnte, stellte sich in Richtung Mekka auf das sozusagen goldene Vlies und betete. Dem Sohn, der immer wieder neben sich auf den Laptop blickte, sich auch mal verhaspelte und deshalb ein Gebet neu aufsagen oder die Verbeugung wiederholen mußte, gelang es nur sehr eingeschränkt, »seine Verbindung zur Außenwelt« abzubrechen und »sich nun in Gedanken vor Allah (t)« zu befinden, wie es die Gebetsanleitung vom Gläubigen verlangt. Im Sinne der Rechtsschulen war sein Gebet sicher nicht gültig, obwohl auch sie, andererseits, die gute Absicht honorieren und sein Bemühen daher kaum tadeln würden. Ihm half es am Morgen, er will nicht sagen: es befriedete, aber,

nein, abgelenkt kann er es auch nicht nennen, das wäre zu schwach, ihm hat das Gebet ermöglicht, diesen Absatz zu beginnen, statt weiter die Scheune wie eine Tier im Käfig auf und ab zu gehen.“

 

 

Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

Lees meer...

Jacques Godbout, Philippe Delerm, Klara Blum, Jos. Habets, Friedrich von Canitz

 

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009 en ook mijn blog van 27 november 2010.

 

Uit: Les Têtes à Papineau

 

“Le plafond blanc, par contre, invite à la rêverie. « C’est bien notre genre ! » soupire François. Il entend que Charles va en profiter pour se perdre dans l’éther, encore une fois. François déteste rêvasser. Il préfère l’action immédiate, quitte à se brûler les pattes. Charles contemple les plafonds blancs et s’invente des paysages. Il s’y perd facilement. François, s’il n’est pas stimulé de l’extérieur, ne pense à rien. Mais il est plus rapide que Charles à la détente. C’est une boule sur un billard électrique. Charles ressemble plus pour sa part à un étang matinal sous la brume. Ce n’est pas commode. De plus en plus nous nous regardons comme chiens de garde, les babines retroussées sur nos dents pointues. Or nous sommes condamnés, comme personne au monde, à un perpétuel tête-à-tête : nous n’avons, de naissance, qu’un seul cou, un seul tronc, deux bras, deux cannes, un organe de reproduction. Cela nous tient ensemble. Ensemble.

Nos deux têtes prennent racine à la hauteur de la trachée-artère, de guingois, de ghingoua, mais à même le cou. Comme les deux branches d’un V victorieux. Elles sont autonomes. Pas que pour les émotions ! La pensée. La voix. La salive aussi. Il nous arrive assez souvent, pour cela même, de nous étouffer bruyamment. C’est dangereux une trachée envahie. Il suffit d’un rien. Nous avons un ami qui est mort étranglé par une seule arête de poisson.

Il était à table, au restaurant. Quand l’arête se piqua dans sa gorge, il se mit à faire des bruits inattendus. Des grimaces. Les convives se tapèrent sur les cuisses. Il était habituellement très drôle. Les grimaces empirèrent, il se roulait par terre, en cravate et gilet. Il était toujours tiré à quatre épingles. Il devint rouge comme une brique hollandaise. Puis bleu fromage. La table entière était morte de rire. Mais c’est lui qui resta sur le carreau. Quand on s’aperçut qu’il était sérieux, il était trop tard. Il avait fait sa dernière blague. C’est parfois dangereux d’être pris pour un clown.”

 

Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)

Lees meer...