30-11-10

David Nicholls, Lee Klein, Adeline Yen Mah, Reinier de Rooie

 

De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

Uit: One Day

 

„Friday 15TH July 1988
Rankeillor Street, Edinburgh
'I suppose the important thing is to make some sort of difference,' she said. 'You know, actually change something.'
'What, like "change the world", you mean?'
'Not the whole entire world. Just the little bit around you.'
They lay in silence for a moment, bodies curled around each other in the single bed, then both began to laugh in low, pre-dawn voices. 'Can't believe I just said that,' she groaned. 'Sounds a bit corny, doesn't it?'
A bit corny.'
'I'm trying to be inspiring! I'm trying to lift your grubby soul for the great adventure that lies ahead of you.' She turned to face him. 'Not that you need it. I expect you've got your future nicely mapped out, ta very much. Probably got a little flow-chart somewhere or something.'
'Hardly.'
'So what're you going to do then? What's the great plan?'
'Well, my parents are going to pick up my stuff, dump it at theirs, then I'll spend a couple of days in their flat in London, see some friends. Then France-'
Very nice-'
'Then China maybe, see what that's all about, then maybe onto India, travel around there for a bit-'
'Traveling,' she sighed. 'So predictable.'
'What's wrong with travelling?'
'Avoiding reality more like.'
'I think reality is over-rated,' he said in the hope that this might come across as dark and charismatic.
She sniffed. 'S'alright, I suppose, for those who can afford it. Why not just say "I'm going on holiday for two years"? It's the same thing.'
'Because travel broadens the mind,' he said, rising onto one elbow and kissing her.
'Oh I think you're probably a bit too broad-minded as it is,' she said, turning her face away, for the moment at least. They settled again on the pillow. 'Anyway, I didn't mean what are you doing next month, I meant the future-future, when you're, I don't know...' She paused, as if conjuring up some fantastical idea, like a fifth dimension. '...Forty or something. What do you want to be when you're forty?'
'Forty?' He too seemed to be struggling with the concept. 'Don't know. Am I allowed to say "rich"?'
'Just so, so shallow.'
'Alright then, "famous".' He began to nuzzle at her neck. 'Bit morbid, this, isn't it?'
'It's not morbid, it's...exciting.'

 

 

 

 

David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

 

Lees meer...

Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan G. Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2007 en ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

 

Niets van dat alles


Zoals matrozen zingen...
maar matrozen zingen niet:
zij spugen in de zee,
zij kennen de achterkanten van steden
en de voorkant van de koude wind;
matrozen zingen niet.
 
zoals de vogels vrolijk...
maar hun vrolijkheid is vluchten:
zij zijn beschoten,
hun jong is dood.
(zij kennen geen droefheid ook).
 
zoals de zon...
maar zie het rode stof rond boekarest.
wolken? zijn koude mist.
de klaproos? onkruid.
zand: zand.
water: water.
 
een mens weet nauwlijks wat de mens is.
de dichter weet alles van niets.
 

 

 

 

 

Willen

 

Ik neem mijn buik op en wandel,

ik heb mijn ogen open,

ik heb mijn borst als kennisgeving aangeslagen,

ik zou die punboomhouten paal in mij

vertikaal willen treffen met licht:

een lang lemmet licht om de dagen te turven.

Ik zou een rood totem willen snijden

waarom mijn hartstocht zich als wingerd slingert,

een beeld voor alledag, waaraan de vingers leven.

Ik heb te nemen.

 

Ik zou een mens willen maken uit wrok

en afgeslagen splinters: een winterman

met een gezicht van louter ellebogen.

En bomen zouden stampen bij zijn langsgaan

en had hij één minuut te leven,

rood zou hij zijn en rood van kindertranen

en rood.

 

Ik pak mijzelf als altijd weer tezamen,

ik zie het water aan,

ik neem mijn hongerige maag en wandel,

ik zie een eetsalon voor twintig standen:

wanden zijn er genoeg; hij vloekt

van een doorvoeld gemis aan ramen.

 

 

 



Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

 

Lees meer...

Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

 

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het  kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

 

The Bargain

 

My true love hath my heart, and I have his,

By just exchange one for another given:

I hold his dear, and mine he cannot miss,

There never was a better bargain driven:

My true love hath my heart, and I have his.

 

His heart in me keeps him and me in one,

My heart in him his thoughts and senses guides:

He loves my heart, for once it was his own,

I cherish his because in me it bides:

My true love hath my heart, and I have his.

 

 

 


Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

Standbeeld in Shrewsbury

 

Lees meer...

29-11-10

Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Silvio Rodríguez

 

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Ambient

 

How easy for me, your son,

youthful lungs trawling in one sweep -

 

cigar smoke, omelette, the girl

next door. One day I told you

 

how in physics we'd calculated

each lungful held billions of atoms Galileo'd inhaled.

 

It took a full week

for you retort - as always

 

off the nail. Must be I've used it all then -

from Siberia to Antarctica,

 

slack-pit to spire.

That's why each draw's so bloody hard.

 

Left me speechless.

Till, catching you that night at the foot

 

of your Jacob's Ladder, ascending

to the one bulb of the landing toilet,

 

I told you how I'd checked with sir:

You can't use it all, I piped

 

not in a hundred million years.

You'll get better dad, just wait and see.

 

Your mouth a slur, suspended

over your chest. Fist

 

white on the rail.

Don't hold your breath son, you said.

 

 

 

 

Feeling For Eggs

 

You have given, and given, until giving has grown

into habit - so that you move to the stove

without thought, without word, the moment

the green of my jacket stipples your window:

ladle the soup that is always ready, rearrange

the condiments, or slop eggs for the beaten track

of an omelette. Sometimes, I can almost believe

you pass the day moving from stove to telly and back

again; or taking the one leather bag to the shops

for the loaf, the eggs you stow as though they might

ignite, two words with the butcher: was tender; was tough.

The odd hour spent in the husbandry of bills.

You hoard your knowledge of the man who died, left you

with sons: onion skin copies with their own

lives. You keep that knowledge safe, as though telling

might erase it. The pruning of decades takes your words

beyond the graft of mine. So, you listen, tolerate

the electric hotplate, the central heating;

were happier with the sooted cauldron twenty of you

could have your fill from, the firewood chopped

by your father, brought by donkey. You grew

maize from seed, knew how to feel

for an egg in the chicken. We sit in silence now,

with English tea to sip, some soup, until I have

to go. You follow as far as the empty drive, wave

as you stoop for a windfall branch,

add it to the wood pile you keep in the garage

that year by year inches towards the eaves.

 

 

 

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

 

Lees meer...

Louisa May Alcott, Wilhelm Hauff, Ludwig Anzengruber, Madeleine L’Engle

 

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zie ook mijn blog van 29 november 2006  en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009. 

 

Uit: Little women (Onder moedervleugels, vertaling door Almine, Amsterdam 1876)

 

"Als je "dédain" bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over "étain" praten, alsof Vader een tinnen peperbus was," spotte Jo lachend.

"Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo "satiriek" over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen te gebruiken en zoo je "vocabulaire" te verrijken," zeide Amy deftig.

"Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo, dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen we nog klein waren? Hè, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden, wat ons hinderde," zei Meta, die zich betere dagen herinnerde.

"En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden, niettegenstaande ze zooveel geld hebben."

"Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is, want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder elkaar, en zijn een "moppig" troepje, zou Jo zeggen."

"Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen," zei Amy en zag afkeurend naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk rechtop zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te

fluiten.

"Doe het toch niet, Jo, 't is zoo jongensachtig."

"Daarom doe ik het juist."

"Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes."

"En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen."

"Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is," zei Bets, de vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe stemmen zich in lachen oplosten en het "aanvliegen" voor 't oogenblik

gedaan was.

"Kinderen, jullie hebt beiden schuld," zei Meta, en begon als oudste zuster de les te lezen. "Jo, je bent nu oud genoeg om die jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam

er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje was, maar nu je zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken dat je langzamerhand een dame wordt."

 

 

 

 

Louisa May Alcott (29 november 1832 – 6 maart 1888)

Boekomslag

 

Lees meer...

Franz Stelzhamer, Antanas Škėma, Andrés Bello, Maurice Genevoix

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Stelzhamer werd geboren in Großpiesenham op 29 november 1802. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Winterwanderung

 

Da liegt sie, die große Pastete,

Die weite Landschaft vor mir,

Herr Winter, der wack’re Konditor,

Versah sie mit Schmuck und Zier.

 

Daß er so viel Zucker streute,

Geschah den Kindern zulieb,

Doch was er mit glitzernder Reimschrift

Darauf und darüber schrieb -

 

Das ist für den Wanderer,

Das ist für mich, für mich,

Und ich deut’ und entziff’re

Die Schrift auch Strich für Strich.

 

Das nichtigste Ding erglänzet

Im Strahl des Sonnenlichts,

Was macht nach diesem Exempel

Manch Einer aus seinem Nichts!

 

Drauf krächzt die heisere Dohle,

Ich nick’ und lache dazu,

Im Thale wirds trüb und neblig,

Es ballt sich der Schnee am Schuh -

 

Und gleich kommt ein and’rer Gnome

Mit melancholischem Gesicht,

Behaucht sich mit warmen Athem

Die frierenden Hände und spricht:

 

Du mußt dich begraben lan,

Ein in’s Leichentuch dreh’n,

Auf daß neugeboren dann

Du wieder magst aufersteh’n!

 

Doch kaum ist der Fröstler verschwunden

Im grauen Nebelduft,

Erschüttert Schellengeklingel

Und schallendes Schäckern die Luft.

 

Gottlob, die »Dreikönig« vorüber,

Es winkt schon der Karneval,

Fünf Schlitten mit munterem Völklern

Kutschieren in’s Städtchen zum Ball.

 

Mag sein, auch Hochzeitleute,

Wer weiß das so genau,

Es spielen ja Kinder schon gerne

Das Spiel von »Herr und Frau«.

 

Doch sieh, hintenauf was hockt doch?

Das Mäulchen zum Spotte gespitzt,

Ein kicherndes, zappelndes Gnömchen

Und horch, was singt es itzt?

 

Allimmer und ewig auf Fasching

Fiel Fasten, auf Freude folgt Leid,

Doch glaubt mir, ihr glücklichen Thoren,

Ihr bleibt stets so froh wie ihr seid.

 

D’rauf huscht das Fuhrwerk von dannen,

Geklingel und Knallen verhallt,

Ein leises eisiges Lüftchen

Durchschauert Feld und Wald.

 

Ei Winter, ei Winter, wie lehrreich

Wie lustig und launig du bist,

Wer aus deinen nur scheinbar blanken,

Blühweißn Blättern liest.

 

 

 

 

Franz Stelzhamer (29 november 1802 – 14 juni 1874)

Standbeeld in Ried im Innkreis

 

Lees meer...

28-11-10

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Godenslaap

 

“Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pasteus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kunt aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren. Jaloers omdat ik een taal zou willen die geen betekenis draagt, maar bovenal intensiteit, een betekenis die aan de betekenis ontstijgt, en die je niet zozeer zou moeten lezen, als wel bezien, met de geletterdheid van het oog, de eruditie van het netvlies.”

(…)

 

Het was zonder meer een vredig tafereel, en een even vredige, melancholieke septemberochtend, en voor de zoveelste keer verwonderde ik me erover hoe snel we, na slechts enkele uren voordien voor de vleugels van het noodlot te hebben geschuild de alledaagsheid als een taai kleed over de kraters en de doden wierpen- en ik weet nog steeds niet of ik zulks een vorm van genade vond, een teken van onverzettelijkheid, of een soort zelfverdoving, de kalmte van een schaap dat in de nabijheid van een roedel wolven te dichtbij om ze te kunnen ontvluchten, een glorieus fatalisme over zich afroept en zijn fatum kalm in de ogen blikt. “

(...)

 

“We hebben zerken nodig, iets tastbaars dat de dode toedekt, ons de toegang tot de Hades verspert, een offertafel of een wierookschaal waarin we het gevoelen van schuld kunnen verbranden nadat we de doden, die al een keer gestorven zij n, in de spelonken van onze geest nog een tweede keer in de rug hebben geschoten, om ver de kunnen. “(Dit is een metaforische manier van aanduiden hoe we met de doden uit een oorlog moeten omgaan.)

 

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

„(François Mauriac)

Il écrit son «Bloc-Notes» assis sur un petit lit, Mauriac, papier sur ses genoux, à l'écoute. Il est incroyablement insulté à longueur de temps, et il y répond par des fulgurations et des sarcasmes (ressemblance avec Voltaire, après tout). Il est très drôle. Méchant? Mais non, exact. Sa voix cassée surgit, très jeune, la flèche part, il se fait rire lui-même, il met sa main gauche devant sa bouche. Homosexuel embusqué ? On l'a dit, en me demandant souvent, une lueur dans l'œil, si à mon égard, etc. Faribole. Mauriac était très intelligent et généreux, voilà tout. Fondamentalement bon. Beaucoup d'oreille (Mozart), une sainte horreur de la violence et de sa justification, quelle qu'elle soit. Les sujets abordés, après les manipulations, les mensonges et les hypocrisies de l'actualité? Proust, encore lui, et puis Pascal, Chateaubriand, Rimbaud. Les écrivains sont étranges: avec Ponge, je suis brusquement contemporain de Démocrite, d'Epicure, de Lautréamont, de Mallarmé. Avec Mauriac, de saint Augustin, des «Pensées», d'«Une saison en enfer».

(...)

 

(Alain Robbe-Grillet)

Dans les péripéties malheureuses et confuses entre cinéma et littérature, l'échec le plus révélateur est quand même celui de Robbe-Grillet. Au début du «nouveau roman», il écrit contre toute image «la Jalousie», ascèse ennuyeuse mais intéressante. Ensuite, il veut filmer ses fantasmes érotiques, et c'est le kitsch. Une telle bouffée de laideur méritait bien une élection à l'Académie française.“

 

 

 

 

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

Lees meer...

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009. 

 

 

Prayer

O let me soar on steadfast wing
that those who know me for a pitiable thing
may see me inerasably clear:

grant that their faith that I might hood
some potent thrust to freedom, humanhood
under drab fluff may still be justified.

Protect me from the slightest deviant swoop
to pretty bush or hedgerow lest I droop
ruffled or trifled, snared or power misspent.

Uphold—frustrate me if need be
so that I mould my energy
for that one swift inenarrable soar

hurling myself swordbeaked to lunge
for lodgement in my life’s sun-targe—
a land and people just and free.

 

 

 

 

Sequence for South Africa

1.

Golden oaks and jacarandas
flowering:
exquisite images
to wrench my heart.

2.

Each day, each hour
is not painful,
exile is not amputation,
there is no bleeding wound
no torn flesh and severed nerves;
the secret is clamping down
holding the lid of awareness tight shut—
sealing in the acrid searing stench
that scalds the eyes,
swallows up the breath
and fixes the brain in a wail—
until some thoughtless questioner
pries the sealed lid loose;

I can exclude awareness of exile
until someone calls me one.


 

 

 

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

Lees meer...

27-11-10

Navid Kermani, James Agee, Philippe Delerm, Nicole Brossard

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Du sollst

 

– Sag nicht, daß du mich liebst.
Er sah, daß sie sah, daß er den Atem anhielt. Eine Sekunde, ihre fragenden braunen Augen, zwei Sekunden, die Kontraktion ihrer Scheide, drei, ihr offener Mund. Als er ausatmete, hatte sie es nicht gesagt.
Nie sagten sie sich, daß sie sich liebten. Er wollte das nicht, er hatte es ihr verboten. Seine Liebe hatte er erklärt, indem er erklärte, niemals von Liebe zu sprechen.
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Wie bitte?
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Was soll das? Was meinst du?
– Versprich es mir einfach.
Weil sie nichts sagte, legte er seine rechte Hand um ihren Hals und küßte sie zum ersten Mal. Er küßte sie auf den Mund. Das war gefährlich, denn sie hatte noch nicht versprochen, von Liebe nicht zu sprechen. Ihm fiel auf, daß ihre Lippen trocken waren. Seine waren es nicht. Ihm fiel auf, wie seine Lippen die ihren benetzten. Er öffnete die Augen, die Lippen noch immer auf ihrem Mund, die Zunge darinnen, und blickte auf ihre gesenkten Lider, in denen sich Äderchen wie gehaucht verästelten. Sein Blick spazierte auf der oberen Hälfte ihres Gesichts umher. Wie schön sie war, dachte er, das Gesicht so schmal, daß er es mit beiden Augen umarmte. Er spürte ihre Wangenknochen, die sich sanft erhoben. Eine braune Linie entdeckte er in der Narbe, die sie auf der Stirn trug, fingerkuppenlang. Es war keine spontane Entscheidung gewesen, sie zu küssen. Er hatte es sich für den Fall ihres Zögerns überlegt. Wenn er sie küßte, so hatte er gedacht, würde sie ihm seine Liebe glauben, ohne daß er sie aussprach, und er brächte sie vielleicht dazu, das Versprechen abzugeben, ohne es zu verstehen. Erklären konnte er es nicht. Sie mußte es unbesehen versprechen: nicht zu reden, über alles zu reden, aber nicht darüber. Unscharf wegen der Nähe, beobachtete er, wie sich im Winkel ihres rechten Auges eine Träne bildete.”
 

 

 

 


Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

Lees meer...

Jacques Godbout, Klara Blum, Jos. Habets, Friedrich von Canitz, Dennis Gaens

 

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

Uit: Les Têtes à Papineau

„Nous sommes venus au Royal Victoria Hospital rencontrer le Dr Gregory B. Northridge, autrefois attaché à l'institut des anciens combattants de Vancouver (B.C.). C'est lui qui nous a aimablement invités à le faire, par téléphone, il y a de cela plusieurs semaines. Il devait de toute manière se rendre à Montréal. Il avait entendu parler de nos deux têtes. Il affirmait connaître le sujet, notre situation lui était familière. Il désirait procéder à quelques examens dont il avait seul le secret, et peut-être par la suite allait-il nous offrir une intervention chirurgicale définitive ? Définitive.

Les anciens combattants sont tous tellement anciens aujourd'hui qu'ils ont dépassés depuis longtemps l'âge des défis. C'est pourquoi notre jeunesse l'intéresse. Nous sommes une aventure.

Nous nous serions présentés plus tôt à son bureau, mais nous avions des problèmes personnels qui nous en empêchaient.

Par la suite ce fut au Dr Northridge d'être empêché. Vous savez ce que c'est. Il avait été mandé au chevet du shah d'Iran, à New-York, à propos d'un cancer de l'oesophage et d'une rate trop dilatée . Les chefs d'État n'ont pas que des plaisirs. Le Dr Northridge est reconnu aux USA où il s'est spécialisé en diverses chirurgies. Il est diplômé, si l'on peut dire, de la célèbre Clinique Mayo. C'est un cas intéressant : cette clinique est célèbre parce que des gens célèbres y amènent leurs viscères . De là la rate du sha. A. Mayo, le Dr Northridge était aussi capitaine de l'équipe de basket. Il porte ses cheveux ambre coupés dru et court depuis cette époque. C'est un chirurgien hors pair. Il a opéré le monarque qui a pu subséquemment se retirer à Panama, dans les bras de sa chatte. Cela se passait au cours de l'automne de l'année mille neuf cent soixante-dix-neuf.“

 

Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)

Lees meer...

26-11-10

Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, William Cowper, Louis Verbeeck, Luisa Valenzuela, René Becher

 

De Frans-Roemeense schrijver Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Zie ook mijn blog van 26 november 2006en ook mijn blog van 26 november 2007 en ook mijn blog van 26 november 2008 en ook mijn blog van 26 november 2009.

 

Uit: The Bold Soprano

 

„SCENE: A middle-class English interior, with English armchairs. An English evening. Mr. Smith, an Englishman, seated in his English armchair and wearing English slippers, is smoking his English pipe and reading an English newspaper, near an English fire. He is wearing English spectacles and a small gray English mustache. Beside him, in another English armchair, Mrs. Smith, an Englishwoman, is darning some English socks. A long moment of English silence. The English clock strikes 17 English strokes.

MRS. SMITH: There, it's nine o'clock. We've drunk the soup, and eaten the fish and chips, and the English salad. The children have drunk English water. We've eaten well this evening. That's because we live in the suburbs of London and because our name is Smith.

MR. SMITH [continues to read, clicks his toungue.]

MRS. SMITH: Potatoes are very good fried in fat; the salad oil was not rancid. The oil from the grocer at the corner is better quality than the oil from the grocer across the street. It is even better than the oil from the grocer at the bottom of the street. However, I prefer not to tell them that their oil is bad.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: However, the oil from the grocer at the corner is still the best.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: Mary did the potatoes very well, this evening. The last time she did not do them well. I do not like them when they are well done.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: The fish was fresh. It made my mouth water. I had two helpings. No, three helpings. That made me go to the w.c. You also had three helpings. However, the third time you took less than the first two times, while as for me, I took a great deal more. I eat better than you this evening. Why is that? Usually, it is you who eats more. It is not appetite you lack.

MR. SMITH [clicks his tongue.]

MRS. SMITH: But still, the soup was perhaps a little too salt. It was saltier than you. Ha, ha, ha. It also had too many leeks and not enough onions. I regret I didn't advise Mary to add some aniseed stars. The next time I'll know better.“

 

 

 

 

Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)

 

Lees meer...

25-11-10

Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Alexis Wright, Arturo Pérez-Reverte

 

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook mijn blog van 25 november 2006en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: De som van misverstanden: De wilde ganzen van Selma Lagerlöf

 

“Nooit kan ik in voor- of najaar wilde ganzen zien overtrekken zonder aan de wonderbare reis van Niels Holgersson te denken. Maar dat is niet altijd zo geweest. Als kind wilde ik het boek over Niels Holgersson niet lezen. Ik had gehoord dat er sprekende dieren in voorkwamen en daarvan had ik vanaf mijn prilste jeugd een grote afkeer. Hoe ik aan dat ongelukkige en eigenaardige vooroordeel kwam weet ik niet maar ik weet wel dat ook Niels Holgerssons wonderbare reis taboe voor me was om die reden. Maar omdat ik vaak, noodgedwongen, bij gebrek aan boeken die ik echt graag wilde lezen soms moest uitwijken naar boeken die ik graag had dicht gelaten (maar het verlangen om te lezen was altijd sterker dan het slechtste boek) kwam er een zondag waarop ik het boek leende van een neef die niets anders voor me had en wrevelig begon ik te lezen. Het is vreemd dat die wreveligheid op zondag zo merkwaardig harmonieerde met het begin van Niels Holgersson. Daardoor leek het wel alsof ik over mij zelf las en dat gevoel werd nog versterkt toen ik de naam Maarten (zo heet immers de tamme ganzerik) aantrof. Als kind - en ik denk dat dat voor alle kinderen geldt en het is iets omrekening mee te houden als men een kind een boek cadeau geeft - vond ik niets zo heerlijk als het feit dat een persoon uit een boek Maarten heette en ik heb het altijd maar moeilijk kunnen verkroppen dat ik niet één kinderboek kende met een Maarten als hoofdpersoon. Zelfs De Waterman van Van Schendel, later, kon dat niet meer goedmaken.

Lezend in Niels Holgersson bemerkte ik al spoedig dat de dieren zich erin gedroegen zoals zij zich in werkelijkheid, al naar hun aard gedragen. Selma Lagerlöf heeft zich bijzonder precies gehouden aan hetgeen rond 1900 bekend was over het gedrag van dieren. Daar zij uit eigen waarneming en op grond van vrij uitgebreide studies goed op de hoogte was van het gedrag van dieren, is een werk ontstaan waarin maar heel weinig feitelijke onjuistheden voorkomen.”

 

 

 

 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

Lees meer...

Augusta de Wit, Joseph Zoderer, Ba Jin, Isaac Rosenberg, José Eça de Queiroz, Lope de Vega

 

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

 Uit: Orpheus in de dessa

 

“Hij wachtte, elken voorbijtrekkenden toon naluisterend, of de vlucht van geluiden zich niet zou schikken tot een melodie. Maar éen voor éen kwamen ze nog steeds er aan scheren, elk op zich zelf in zijn eigen zuivere volheid uitklinkend. Geen die door een vorig getemperd werd, geen die in een volgend vervloeide; zonder merkbare modulatie of maat.

Als vallende droppels.

Nu! nu op dien hoogen, langaangehouden toon die trilde, of hij nog even stil wilde blijven, voor hij opschietend de hoogte invloog! Nu moest de melodie beginnen!

Maar het daalde weer, daalde, bleef een lange seconde hangen, en begon dan op en neer te wiegelen, op en neer, in langzame zwevingen.

Als het gemurmel van een beek, die voort wil over de steenen, en soms, met een iets sterkere golf, stroomt zij er overheen, en soms, weer neergezegen, vloeit zij er langs, er komt geen bruisen, er komt geen stokken, er komt geen eind aan het kabbelend geklok; zoo vloeide het fluitedeuntje voort, in effen bestendigheid, onwillekeurig, onaandoenlijk, zichzelven onbewust - een natuurgeluid kabbelend over menschelijke lippen, waar de slag in beeft van het purperen hart.

De instinctief-gevoelde tegenstelling lokte den luisteraar met de bekoring, waarmede het onbegrijpelijke ons lokt, - elk onbegrijpelijk ding, ook het schijnbaar nietigste - een duizelige schrede nader lokt tot die afgrond-diepe onbegrijpelijkheid van het eigen bestaan.

Maar hij meende dat 't slechts nieuwsgierigheid was naar den onzichtbaren fluitspeler, die hem den nacht in trok.

‘Waar mag hij wel zitten?’

Hij tuurde of hij niet ergens een donkere gedaante ontwaarde.

Het was zoo licht, dat op het tuinpad elk wit kiezelsteentje afzonderlijk blonk. Het bamboe-boschje, doorgloord van manelicht, vervloot in nevelige glanzen en doorschijnende donkerheid. Luchtig als een wolk hing het boven het nauw-beschaduwde gras.

Daarbuiten, langs het stille fabrieksplein, schemerden de woningen der employés met witte pilaren door de looverduisternis der tuintjes.

Hij ging den landweg op, die langs de rivier loopt; de tamarinden van den oever wierpen er luchtige grijze teekeningen over.”

 

 

 

Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939) 

Sibolga, Sumatra

 

Lees meer...