30-06-09

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee, Assia Djebar, Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay


De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Hündchen am Wegesrand (Vertaald door Doreen Daume)

 

“Um mein Land kennenzulernen, hatte ich mich in einem Zweispännerauf den Weg gemacht. Ich hatte einen großen Vorrat an getrocknetem Futter dabei und einen hinten am Wagen angebundenen, klappernden Eimer, der dazu diente, die Pferde zu tränken. Auf dieser Reise lernte ich die verschiedensten Gegenden kennen, manche waren hügelig, andere waldig, wieder andere ähnlich der Pußta. Dort ballte sich der Rauch über den Dächern der Gehöfte zusammen, so daß es aussah, als würden diese brennen. Das kam daher, weil diese Gebäude keinen Rauchfang hatten. Ich fuhr auch durch Felder und Seenlandschaften. Wie herrlich war es doch, sich auf diese Art vorwärts zu bewegen, die Zügel schleifen zu lassen, zu warten, bis hinter den Bäumen langsam ein Dorf oder ein Park erschien und darin das Weiß eines Gutshofs. Und immer sprang uns sofort ein kleiner bellender Hund entgegen, eifrig und pflichtbewußt. Das war am Anfang des Jahrhunderts, an dessen Ende wir uns nun befinden. Ich erinnere mich nicht nur an die Menschen, die dort lebten, sondern auch an die Generationen von Hunden, die ihnen bei ihren täglichen Geschäften Gesellschaft leisteten, und einmal, ich weiß nicht woher, sicher war es in einem Traum, den ich gegen Morgen hatte, kam mir diese drollige und fast zärtliche Bezeichnung für sie in den Sinn: "Hündchen am Wegesrand". Ohne Kontrolle. Er konnte seine Gedanken nicht kontrollieren. Sie irrten herum, wo sie wollten, und wenn er ihnen nach ging, wurde ihm übel. Denn es waren keine guten Gedanken, sie brachten es an den Tag, daß er in seinem tiefsten Innern grausam war. Das mußte er sich eingestehen. Er dachte, daß die Welt ein einziges Jammertal sei und daß die Menschen nichts anderes verdienten als ihren eigenen Untergang. Gleichzeitig hatte er den Verdacht, daß die Grausamkeit seiner Phantasie und sein Schaffensimpuls irgendwie zueinander gehörten.Vorübergehend und nur zum Schein Morgens aufstehen und zur Arbeit gehen, mit den Menschen durch Gefühle der Liebe, der Freundschaft oder der Feindschaft verbunden sein - und sich die ganze Zeit darüber im klaren sein, daß all dies nur vorübergehend und zum Schein ist. Unerschütterlich und greifbar warin ihm eigentlich nur die Hoffnung, diese war so stark, daß ihn das Leben selbst bereits ungeduldig machte.”

 

 

 

 

czeslaw_milosz
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Haar eerste boek was Adler und Engel dat in 2002 werd onderscheiden met de Deutsche Bücherpreis voor het beste debuut. Haar reis door Bosnië en Herzegovina in 2001 was de basis voor haar boek Die Stille ist ein Geräusch. Juli Zeh studeerde rechten in Passau, Krakau, New York en Leipzig. Zeh schrijft ook korte verhalen, theaterstukken en jeugdboeken.

 

Uit: Adler und Engel

 

“Ich habe den Eindruck, dass diese Nacht ein paar Grad kühler ist als die Nächte zuvor. Das wäre, in Übereinstimmung mit meinen Berechnungen, sogar logisch. Es muss Ende August sein, also wird die Hitze nachlassen, falls die Erde nicht doch feststeckt auf ihrer Umlaufbahn, und es wird regnen, irgendwann, vielleicht schon bald.

Mir kommt der Verdacht, dass Clara im Schuppen überhaupt nur auf den Regen wartet, wie eine dieser Wüstenpflanzen, die während der Trockenphasen braun, flach und eingeschrumpft für Monate in einem Winkel liegen können und dabei sogar tot sind im biologischen Sinn. Sobald sie aber Wasser bekommen, erblühen sie innerhalb von Minuten, wachsen zur zehnfachen Größe an, werden grün und nahezu schön. Ich habe dieses Phänomen klar vor Augen, mir fällt sogar der Name der Pflanze ein: Rose von Jericho. Gleichzeitig sehe ich Clara vor mir, wie sie bei den ersten fallenden Tropfen auf Knien und Ellenbogen ins Freie kriechen und solange im Regen liegen bleiben wird, bis sie kräftig genug ist, um sich zu erheben und alleine zu gehen, und dann wird sie diesen Hof verlassen, soviel steht fest. Das würde erklären, warum sie da drin liegt wie ausgeknipst. Tot im biologischen Sinn. Ich werde den Wetterbericht hören müssen. Ich werde einen Gartenschlauch kaufen, ihn am Hahn neben dem Tor anschließen und Wasser auf das Dach des Schuppens und gegen die Fensterscheiben trommeln lassen, um auszuprobieren, ob Clara reagiert, ob sie nach einer Weile kriechend auf der Schwelle erscheint. Lisa von Jericho. »

 

 

 

 

Juli_Zeh
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

 

Hoogverraad

 

Ik houd niet van mijn land.

Zijn bovenaardse praal

is ongrijpbaar.

Maar (nu komt er een gemeenplaats)

ik gaf mijn leven

voor tien van zijn landstreken,

voor zekere personen,

havens, dennenbossen,

forten,

een rommelige stad,

grauw, monsterlijk,

voor enkele figuren uit zijn geschiedenis,

bergen en drie of vier rivieren.

 

 

 

Vertaler onbekend

 

 

 

 

Varken tegenover God

 

Ik ben zeven jaar. Door het raam op de boerderij

zie ik hoe een man een kruis slaat

en tot het slachten van een varken overgaat.

Ik wil het schouwspel niet zien.

Bijna menselijk, het voorafgaande

gegil waar ik naar luister.

(Bijna menselijk, zeggen de zoölogen,

zijn de organen van het varken, dat slim is,

meer nog dan honden of paarden.)

Schepselen Gods, zo noemt mijn grootmoeder hen.

Broeder varken, zou de Heilige Franciscus hebben gezegd.

En nu het mes erin en gedruppel van bloed.

En ik ben nog klein maar vraag me al af:

Schiep God de varkens om te worden gevreten?

Wie geeft hij gehoor: het smekende varken

of hem die een kruis slaat voor bij het keelt?

Als God bestaat, waarom dan lijdt dit varken?

Het vlees pruttelt in de olie.

Straks zal ik schrokken als een varken.

Maar ik zal geen kruis slaan aan tafel.

 

 

 

Vertaald door Barber van de Pol

 

 

 

 

 

 

jose_emilio_pacheco
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Na haar debuutroman Mykene (2001), een historische roman over de Trojaanse Oorlog, schreef ze een romantische bewerking van de legende van Tristan en Isolde: Het Boek van Tristan en Isolde (2004). Ze was co-auteur van de briefroman Iris & Valentine. In 2008 verscheen Het Heksenhuis, een historische roman gebaseerd op de heksenvervolgingen in Bamberg. Zirkzee groeide op in Oegstgeest en studeerde sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

 

Uit: Mykene

 

“Ik, Klytemnestra, koningin van Mykene, dochter van de dappere Tindareos, befaamd om mijn schoonheid en schranderheid, heerseres over een uitgestrekt rijk; ik vernietigde de vijanden van ons machtige land en bood de berooide slachtoffers van wrede invallers een toevlucht. Ik aanbad de Drie Godinnen en zag erop toe dat zij kregen wat hun toekwam, en méér; ik hield mij aan de ongeschreven wetten.

Ik heb mijn rijk staande gehouden terwijl overal om ons heen de paleizen ten onder gingen in vuur en geweld. De mensen kunnen vrijelijk over de wegen lopen. In de burcht van Mykene staan de poorten open. De muren en kantelen dromen in de zon; de waterputten zijn toegankelijk voor alle reizigers.

Ik overwon degenen die met wapens de grenzen van Mykene overschreden en vernietigde hen, maar smekelingen die in vrede kwamen liet ik slechts een rechtvaardige belasting betalen, jaar na jaar, in kleding en graan, voor de magazijnen.”

 

 

 

zirkzee
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

 

 

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig. Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van Algiers. Assia Djebar is historica, geografe, schrijfster en cineaste. Ze is directeur van het Centrum voor Franse en Francofone Studies aan de Universiteit van Louisiana (V.S.). Djebar is internationaal de bekendste schrijfster uit de Maghreb. Romans van haar zijn in veertien talen vertaald. Zij is een voorvechtster voor de rechten van de (moslim)vrouw, schrijft vaak over het verschil tussen een vrouw die Westers is opgevoed en de traditioneel opgevoede vrouwen en de geschiedenis van Algerije. Hoewel de schrijfster in het begin in het Frans schreef, is ze ook een studie klassiek Arabisch begonnen om haar ouderlijke taal beter te beheersen en om ook in die taal te schrijven. Ze ontving o.a. in 1997 de Yourcenar Prijs en in 2000 de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels.

 

Uit:  Weisses Algerien (Vertaald door Hans Thill)

 

»Aus der Tiefe des Friedhofs schlagen in Wellen die Hymnen nach vorn, branden bis zum Grab, überkreuzen, vermischen sich dort: in der Berbersprache, in arabischem Dialekt, auf französisch. Nach einem Moment der Schwebe bricht dann der Gesang der Internationale hervor. Noch ein wenig unsicher steigt die Strophe empor, es ist das erste Mal auf einem muslimischen Friedhof. Von der anderen Seite kommen patriotische Lieder. Die Offiziellen sind starr vor Angst, als ob die Menge gleich losgelassen würde ... gegen sie. Als die Chöre und Lieder zum ersten Mal aussetzen, versucht der Imam, mit seiner Rede zu beginnen ... in klassischem Arabisch. Das Publikum heult auf. Die Gesänge der Berber steigen von allen Seiten auf, diesmal um die Rede zu übertönen. Aus der Tiefe schrauben sich die ersten you-you-Rufe der traditionellen Frauen empor, durchschneiden den Lärm. Die immer noch schrägen Sonnenstrahlen verleihen der Szene eine Aureole.«

 

 

assia_djebar
Assia Djebar (Cherchell, 30 juni 1936)

 

 

 

 

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Le Rebelle I

 

Abstraction devrait être faite, au moins provisoirement, du contenu de l'enseignement de tel professeur : faisons simplement remarquer, en passant, que des notions telles que la bonne orthographe, la correction de la langue, etc... s'agissant d'étudiants africains qui, on ne répétera jamais assez cette lapalissade, ne sont pas des Français (et dont le français ne fut jamais la langue maternelle, n'en déplaise à M. Senghor, et cela d'ailleurs en partie par la faute de l'implacable censure des gouvernements des potentats francophiles), demanderaient pour le moins à être renouvelées et précisées par un libre débat, entre responsables français et responsables africains compétents - de préférence aux béni-oui-oui cooptés pour venir faire de la figuration dans ce genre d'instances.“

 

 

 

 

Mongo_Beti
Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

 

 

 

De Franse romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Le cinéma

 

“Jamais invention ne rencontra un intérêt plus général et plus ardent. Le cinéma est encore dans son enfance, mais le monde entier lui a fait confiance. Le cinéma a, dès son début, enflammé les imaginations, rassemblé des capitaux énormes, gagné la collaboration des savants et des foules, fait naître, employé, usé des talents innombrables, variés. Il consomme une grande quantité d'efforts, de courage et d'invention. Tout cela pour un résultat minime. Je donne tous les films du monde pour une pièce de théâtre, pour un tableau de peinture, pour un symphonie ! Toutes les œuvres qui ont tenu quelque place dans ma vie, toutes les œuvres d'art dont la connaissance a fait de moi un homme, représentaient d'abord une conquête. J'ai dû les aborder de haute lutte après une fervente passion. Par contre, l'œuvre cinématographique ne soumet notre esprit et notre cœur à nulle épreuve. Elle nous dit tout de suite ce qu'elle sait. Par nature, elle est mouvement, mais elle nous laisse immobiles, comme paralytiques. Beethoven, Molière, Vinci, j'en appelle trois, il y en a cent, voilà vraiment l'art ! Le cinéma m'a parfois diverti, parfois même ému, jamais il ne m'a demandé de me surpasser. Le cinéma n'est pas un art ! »

 

 

 

 

georges_duhamel
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

Houtgravure door Constant Le Breton.

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

Another 

 

Tis a moon-tinted primrose, with a well

Of trembling dew; in its soft atmosphere,

A tiny whirlwind of sweet smells, doth swell

A lady bird; and when no sound is near

That elfin hermit fans the fairy bell

With glazen wings, (mirrors on which appear

Atoms of colours that flizz by unseen

And struts about his darling flower with pride.

But, if some buzzing gnat with pettish spleen

Come whining by, the insect ‘gins to hide

And folds its flimsy drapery between

His speckled buckler and soft silken side.

So poets fly the critics snappish heat,

And sheath their minds in scorn and self-conceit.

 

 

 

 

beddoes
Thomas Lovell Beddoes (20 juni 1803 – 26 januari 1849)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

AN ELEGY ON A LAP-DOG

 

SHOCK'S fate I mourn; poor Shock is now no more,

Ye Muses mourn, ye chamber-maids deplore.

Unhappy Shock! yet more unhappy fair,

Doom'd to survive thy joy and only care!

Thy wretched fingers now no more shall deck,

And tie the fav'rite ribbon round his neck;

No more thy hand shall smooth his glossy hair,

And comb the wavings of his pendent ear.

Yet cease thy flowing grief, forsaken maid;

All mortal pleasures in a moment fade:

Our surest hope is in an hour destroy'd,

And love, best gift of heav'n, not long enjoy'd.

 

Methinks I see her frantic with despair,

Her streaming eyes, wrung hands, and flowing hair

Her Mechlen pinners rent the floor bestrow,

And her torn fan gives real signs of woe.

Hence Superstition, that tormenting guest,

That haunts with fancied fears the coward breast;

No dread events upon his fate attend,

Stream eyes no more, no more thy tresses rend.

Tho' certain omens oft forewarn a state,

And dying lions show the monarch's fate;

Why should such fears bid Celia's sorrow rise?

For when a lap-dog falls no lover dies.

 

Cease, Celia, cease; restrain thy flowing tears,

Some warmer passion will dispel thy cares.

In man you'll find a more substantial bliss,

More grateful toying, and a sweeter kiss.

 

He's dead. Oh lay him gently in the ground!

And may his tomb be by this verse renown'd.

Here Shock, the pride of all his kind, is laid;

Who fawn'd like man, but ne'er like man betray'd.

 

 

 

 

gay
John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)

Portret door William Aikman

 

 

29-06-09

Vasko Popa, Ror Wolf, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Louis Scutenaire, Paul Lebeau, Willibald Alexis, Joachim Heinrich Campe, Oleg Korenfeld, John W. Toland


De Servische dichter Vasko Popa werd geboren in Grebenac op 29 juni 1922. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

 

A Conceited Mistake 

 

Once upon a time there was a mistake

So silly so small

That no one would even have noticed it

 

It couldn't bear

To see itself to hear of itself

 

It invented all manner of things

Just to prove

that it didn't really exist

 

It invented space

To put its proofs in

And time to keep its proofs

And the world to see its proofs

 

All it invented

Was not so silly

Nor so small

But was of course mistaken

 

Could it have been otherwise

 

 

 

 

 

Far Within Us 1 

 

We raise our arms

The street climbs into the sky

We lower our eyes

The roofs go down into the earth

 

From every pain

We do not mention

Grows a chestnut tree

That stays mysterious behind us

 

From every hope

We cherish

Sprouts a star

That moves unreachable before us

 

Can you hear a bullet

Flying about our heads

Can you hear a bullet

Waiting to ambush our kiss

 

 

 

 

Vertaald door Anne Pennington

 

 

 

Vasko_Popa2
Vasko Popa (29 juni 1922 – 5 januari 1991)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

 

“Bevor ich geschrieben habe, habe ich gelesen. Bevor ich gelesen habe, habe ich geschrieben. Aber bevor ich geschrieben und gelesen habe, habe ich mir Geschichten erfunden, in die ich nachts wie in den warmen Bauch hineinkriechen konnte.

Es war niemand da, der mir Geschichten erzählt hat. Mein Vater war auf Reisen mit vielen Grüßen. Meine Mutter stand hinter der Ladenkasse und sagte nicht viel. Mein Großvater saß schweigend auf dem Schusterstuhl, unablässig auf Sohlen und Absätze ein¬schlagend, die Zwecken zwischen den Lippen. Meine Großmutter schaute zum Fenster hinaus. Dort sah sie den Spitzberg, den Roten und den Breiten Berg und den Schwarzen Berg und hat mir keine Geschichte erzählt.

Anfang neununddreißig verbrachte ich einige Zeit mit der normalen Schreibschrift nach Ludwig Sütterlin.

Danach folgte die Einübung in die Druckschrift. Mein Vater war mit einer grauen Mütze verschwunden. Meine Mutter stand fremd und fern hinter der Kasse. Mein Großvater war vom Schusterstuhl gefallen und tot. Meine Großmutter schaute zum Fenster hinaus und vertrocknete stumm. Ich las:

der Tisch ist rein. Tasche. Tinte. Tante

die Dose ist rund. Dach. Docht. Daumen

da du dem doch und rund

der Sand die Hand

der Koch das Loch

der Zeiger zeigt die Zeit

Ich las: ich lese ich rechne ich male ich laufe ich lache ich höre ich sehe ich rufe ich freue mich.

Das war also die erste Begegnung mit dem Gedruckten. Ein Abenteuer. Ein Lese-Erlebnis. Ich machte mich auf und davon mit Strohhalm, Kohle und Bohne zum Berg Semsi.”

 

 

 

 

wolf
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci werd geboren in Florence op 29 juni 1929. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: La rage et l'orgueil

 

« Il se trompe parce que la barbe repousse et le bourkah se remet : pendant les vingt dernières années, l'Afghanistan a été un va-et-vient de barbes rasées et repoussées, de bourkahs retirés et remis. Il se trompe parce que les actuels vainqueurs prient Allah autant que les actuels vaincus : des actuels vaincus ils se distinguent seulement par une question de barbe et en effet les femmes en ont peur comme elles avaient peur des autres.

En plus, les actuels vainqueurs fraternisent avec les vaincus. Ils les remettent en liberté, ils se font acheter pour une poignée de dollars, et en même temps ils se disputent entre eux, ils alimentent le chaos et l'anarchie. Mais surtout il se trompe, l'optimiste, parce que, parmi les dix-neuf kamikazes de New York et de Washington, il n'y avait pas un seul Afghan. Les futurs kamikazes ont d'autres endroits pour s'entraîner, d'autres grottes pour se réfugier.

Regarde bien la carte. Au sud de l'Afghanistan, il y a le Pakistan. Au nord, les Etats musulmans de l'ancienne Union soviétique. A l'ouest, l'Iran. Près de l'Iran, l'Irak. Près de l'Irak, la Syrie. Près de la Syrie, le Liban désormais musulman. Près du Liban, la Jordanie musulmane. Près de la Jordanie, l'Arabie saoudite ultramusulmane. Et de l'autre côté de la mer Rouge le continent africain avec tous ses pays musulmans. Son Egypte et sa Libye et sa Somalie, pour commencer. Ses vieux et ses jeunes qui applaudissent la guerre sainte.

D'ailleurs, la collision entre nous et eux n'est pas militaire. Elle est culturelle, intellectuelle, religieuse, morale, politique. (La collision qui existe et doit exister entre les pays démocratiques et les pays tyranniques.) Et nos victoires militaires ne résoudront pas l'offensive de leur sinistre belligérance. Au contraire, elles l'encouragent. Elles l'enveniment, l'exacerbent. Le pire, pour nous, doit encore arriver : voilà la vérité. Et la vérité ne se trouve pas nécessairement au milieu. Parfois, elle se trouve d'un côté seulement.»

 

 

 

 

fallaci
Oriana Fallaci (29 juni 1929 - 15 september 2006)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi werd geboren in Recanati op 29 juni 1798. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

 

To Silvia 

 

Silvia, do you remember

the moments, in your mortal life,

when beauty still shone

in your sidelong, laughing eyes,

and you, light and thoughtful,

went

beyond girlhood’s limits?

 

The quiet rooms and the streets

around you, sounded

to your endless singing,

when you sat, happily content,

intent, on that woman’s work,

the vague future, arriving alive in your mind.

It was the scented May, and that’s how

you spent your day.

 

I would leave my intoxicating studies,

and the turned-down pages,

where my young life,

the best of me, was left,

and from the balcony of my father’s house

strain to catch the sound of your voice,

and your hand, quick,

running over the loom.

I would look at the serene sky,

the gold lit gardens and paths,

that side the mountains, this side the far-off sea.

And human tongue cannot say

what I felt then.

 

What sweet thoughts,

what hopes, what hearts, O Silvia mia!

How it appeared to us then,

all human life and fate!

When I recall that hope

such feelings pain me,

harsh, disconsolate,

I brood on my own destiny.

Oh Nature, Nature

why do you not give now

what you promised then? Why

do you so deceive your children?

 

Attacked, and conquered, by secret disease,

you died, my tenderest one, and did not see

your years flower, or feel your heart moved,

by sweet praise of your black hair

your shy, loving looks.

No friends talked with you,

on holidays, about love.

 

My sweet hopes died also

little by little: to me too

Fate has denied those years. Oh,

how you have passed me by,

dear friend of my new life,

my saddened hope!

Is this the world, the dreams,

the loves, events, delights,

we spoke about so much together?

Is this our human life?

At the advance of Truth

you fell, unhappy one,

and from the distance,

with your hand, you pointed

towards death’s coldness and the silent grave.

 

 

 

 

 

giacomo_leopardi_1
Giacomo Leopardi (29 juni 1798 - 14 juni 1837)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren op 29 juni 1900 in Saint-Maurice-de-Rémens. Zie ook mijn blog van 29 juni 2006 en ook ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: De kleine prins

 

“Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar, herhaalde de kleine prins, om het goed te onthouden. Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt je roos juist zo belangrijk. De tijd die ik aan mijn roos besteed heb... zei de kleine prins, om het goed te onthouden. Dat is een waarheid, die de mensen vergeten hebben, zei de vos. Maar die moet jij niet vergeten. Je blijft altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt. Je bent verantwoordelijk voor je roos....... Ik ben verantwoordelijk voor mijn roos, zei de kleine prins om het goed te onthouden.“

 

 

 

 

saint_exupery
Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 - 31 juli 1944)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Anton "Tony" Bergmann werd geboren te Lier op 29 juni 1835. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

Uit: Uit het studentenleven

 

“Zij namen mij op van top tot teen, deden mij drie-, viermaal ronddraaien, en onderzochten mij van onder tot boven.

‘Hij is de onze,’ verklaart voldaan de kleinste van de drie, die zijn rond hoedje op één oor draagt, en veel rekent op een hemelsblauw halsdoekje met gouden speld, om effect te maken in de wereld.

‘Binnengepalmd!’ bevestigt de tweede, terwijl hij de hand legt op mijn fraaiste sigarenkistje - een geschenk van mijnheer Van Bottel, voor de groote gelegenheden weggezet, - en zonder permissie een mijner fijne panatellas opsteekt.

‘Indien hij waardig wordt bevonden om met ons te strijden en te kampen!’ spreekt statig de derde uit, die op de marmeren plaat der commode, met de beenen uiteen en de armen op de knieën, heeft post gevat, en mij uit de hoogte door een inquisitoriaal kijkglaasje beschouwt.

De lust om kwaad te worden, de zucht om mijnen persoon en mijn lokaal unguibus et rostro te verdedigen, prikkelen mij geweldig: - dat ik nog eens collegejongen ware! - maar foei, ik ben student en vind het geraadzamer te lachen.

‘Gezien en goedgekeurd,’ vonniste eindelijk de man van de commode, een blonde Vlaming, met lange haren, gekruld à la jeune Allemagne, die er op gezet is de Duitsche studenten na te bootsen, zich Ulrich en Ludoph laat noemen, eene bonte gilet en een gekleurd klakje draagt, en zeker de lange pijp en de Germaansche Schlage zou invoeren, indien hij maar een beetje aanmoediging ontmoette.”

 

 

 

 

Bergmann_Anton
Anton Bergmann (29 juni 1835 – 21 januari 1874)

 

 

 

 

 

De Belgische surrealist, schrijver, dichter en dwarse geest Louis Scutenaire werd geboren in Ollignies op 29 juni 1905. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007

 

Uit: Mes Inscriptions

 

„Quand j'étais tout jeune, les accidents de travail étaient si fréquents dans mon pays que les gens, au passage d'un mort suivi du train de ses funérailles, ne demandaient pas : Qui est-ce ? mais, avec leur noire ironie : Quel trou ? ce qui voulait dire : Dans quelle carrière a-t-il été tué ? Comme si toutes ces morts n'eussent point suffi, aux grèves les gendarmes venaient tirer sur les ouvriers. Je me souviens d'une manifestation que j'avais suivie sur les épaules de Mémé Diablot. Les gendarmes tirèrent et, nous jetant sur le sol, nous avançâmes à plat ventre pendant bien trois cents mètres. À côté de moi, un grand type en velours à côtes, Victor Pintat, hurlait dans son enthousiasme émeutier et dansait en rampant.“

 

 

 

 

Scutenaire
Louis Scutenaire (29 juni 1905 – 15 augustus 1987)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Paul Lebeau werd geboren in Borgerhout op 29 juni 1908 – Brussel. Na zijn middelbare school studeerde hij Germaanse Filologie te Leuven, waar hij redactiesecretaris werd van het studentenblad Ons Leven. Verder was hij actief lid van KVHV-Leuven, waar hij meerdere bestuursfuncties heeft waargenomen. In 1931 begon hij een loopbaan in het onderwijs, maar nadat hij in 1934 met succes had deelgenomen aan een interuniversitaire wedstrijd, kreeg hij de kans verder te studeren. Hij volgde cursussen in vergelijkende literatuurstudie te Parijs en Berlijn, en kreeg daar les van gerenommeerde specialisten. Na de oorlog was Lebeau redacteur van Dietsche Warande en Belfort en bestuurslid van Boekengilde De Clauwaert. Onder het pseudoniem van Lambert Stiers trad hij toe tot de redactie van het Vlaams-nationale, culturele maandblad Golfslag. In 1953 stichtte hij de literaire kring De Tafelronde en was mederedacteur van het gelijknamige tijdschrift. Terug in België gaf hij les aan verschillende athenea, tot hij in 1958 werd aangesteld als docent aan de toenmalige Economische Hogeschool Sint-Aloysius en vanaf 1960 ook aan de Facultés Universitaires St. Louis, allebei te Brussel. Deze functie bleef hij uitoefenen tot zijn pensionnering in 1978. In 1970 werd Lebeau lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde als opvolger van Stijn Streuvels.

 

Uit: Xantippe

 

“Zo spreekt Xanthippe
tot Lamprokles, Sophroniskos en Menexenos:
Weent niet mijn zoons, nu gij deze rol uit mijn dode handen hebt losgemaakt, maar luistert naar mijn woorden. Ik heb de scheerlingbeker gedronken zoals destijds uw vader Sokrates. Want mijn taak is volbracht nu ook Menexenos gehuwd is en gij allen gelukkig woont in uw eigen huis.
Ik ben niet heengegaan omdat gij mij verlaten hebt en nu een andere vrouw uw kleren weeft en uw maal bereidt. Ook niet omdat ik oud ben en mijn schoonheid sinds lang vervlogen weet als de rook van een uitgebrand vuur. En vooral niet omdat gij, mijn goede Hippobotos, die mij en de mijnen zoveel goeds gedaan hebt al die jaren, iets zoudt nagelaten hebben om mij gelukkig te maken.
Maar zoals de slavin, die 's avonds de kinderen van haar meesteres heeft te ruste gelegd en even aan de deur van hun kamer luisteren wil naar de regelmaat van hun ademhaling, slechts het onrustig kloppen voelt van haar eigen hart om zich dan te spoeden naar de duistere boomgaard achter 't huis waar haar geliefde wacht, zo spoed ik mij, nu ik u bezorgd weet, naar de duistere Hades, want waar mijn man is daar hoor ook ik.”

 

 

 

 

lebeau
Paul Lebeau (29 juni 1908 – 18 oktober 1982)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Willibald Alexis (eig. Georg Wilhelm Heinrich Häring) werd geboren op 29 juni 1798 in Breslau. Vanaf 1817 studeerde hij in Berlijn en Breslau geschiedenis en rechten. Na het succes van zijn eerste roman Walladmor in 1824 ruilde hij zijn loopbaan als jurist in voor het schrijven. Vanaf 1827 woonde hij in Berlijn waar hij de leiding had over het Berliner Konversationsblatt. Uit protest tegen de toenemende censuur legde hij het redactiewerk in 1835 neer. Hij werkte verder inBerlijn als feuilletonist en zelfstandig schriijver. Alexis geldt als de grondlegger van de realistische historische roman in Duitsland.

 

Uit: Ruhe ist die erste Bürgerpflicht oder Vor 50 Jahren

 

»Und darum eben«, schloss der Geheimrat.

In seiner ganzen Würde hatte er sich erhoben und gesprochen. Charlotte hatte ihn nie so gesehen. Der Zorn strömte über die Lippen, bis vor dem Redefluss des Kindermädchens allzeit fertige Zunge verstummte. Sie war erschrocken zurückgetreten, bis sie sich selbst verwundert an der Türe fand; aber der Geheimrat schritt noch in der Stube auf und ab.

Charlotte hatte leise zu weinen angefangen – »Aber Herr Geheimrat, um solche Kleinigkeit!«

»Eine Kleinigkeit, die Angst besorgter Eltern um Ihre Kinder! – Fünf Stunden von Hause fort, ohne eine Sterbenssilbe mir zurückzulassen, und die Kleinen mitgenommen, ohne um Erlaubnis zu fragen!«

»Herr Geheimrat«, schluchzte sie, »haben nie nachgefragt, ich weiss auch gar nicht, warum jetzt!«

»Schweige Sie!« fuhr der Hausherr fort. »Sie hat kein Einsehen, keine Moralität. Sie missbraucht meine Güte. Sie muss aus meinem Hause. Es haben sich schon viele gewundert, dass ich Sie noch behielt. Aber Sie schlägt mit Ihrer Unverschämtheit den Boden aus dem Fass. Versteht Sie mich! Ein Glück noch, dass wir vom Viertelkommissar erfuhren, dass Sie zur Exekution hinaus war, wir hätten sonst gar nicht gewusst, wo Sie geblieben war.«

»Wenn das die selige Frau Geheimrätin wüsste«, schluchzte das Mädchen, »das war eine seelensgute Frau. Und wie oft hat sie gesagt: ›Wenn wir nicht wären, mein Mann kümmert sich gar nicht um die Kinder.‹ Ja, das hat sie gesagt, nicht einmal, hundertmal. Und haben Herr Geheimrat jetzt auch nur einmal nach den Kindern gefragt? Das eben aber sagten die selige Frau Geheimrätin: ›Er hat kein Herz für sie!‹ Und es war eine Frau, so sanft wie die himmlische Güte und viel zu gut für diese Welt, und wer nur ihre stillen Tränen gesehen hat, die sie nachts vergoss, und darum nahm der liebe Gott sie zu sich, und sie würde sich im Sarge umdrehen, wenn sie wüsste, dass Herr Geheimrat mir darum solchen Affront antun.«

 

 

 

Willibald_Alexis
Willibald Alexis (29 juni 1798 – 16 december 1871)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, taalkundige, pedagoog en uitgever Joachim Heinrich Campe werd geboren op 29 juni 1746 in Deensen bij Holzminden. Hij was een vruchtbaar schrijver die als eerste planmatig de boekdrukkunst in dienst stelde van een pedagogische scholing van brede delen van de bevolking. Zijn werk "Robinson der Jüngere" was het eerste boek dat specifiek voor de jeugd geschreven was. Het door hem uitgegeven 16-delige werk Allgemeine Revision des gesamten Schul- und Erziehungswesens" (1785-92) was de eerste poging om in een handboek de pedagogische kennis van zijn tijd kritisch te presenteren.

 

Uit: Robinson der Jüngere

 

“Gotlieb. Was heist das, Vater?

Vater. Wirst es gleich hören. Wir lieben euch auch, wie ihr wißt; aber eben deswegen halten wir euch zur Arbeit an, und lehren euch viel angenehme und nüzliche Dinge, weil wir wissen, daß euch das gut und glüklich machen wird. Aber Krusoe's Eltern machten es nicht so. Sie liessen ihrem lieben Söhnchen in allem seinen eigenen Willen, und weil nun das liebe Söhnchen lieber spielen, als arbeiten und etwas lernen mogte: so liessen sie es meist den ganzen Tag spielen, und so lernte es denn wenig oder gar nichts. Das nennen wir andern Leute eine unvernünftige Liebe.

Gotlieb. Ha! ha! nu versteh ich's.

Vater. Der junge Robinson wuchs also heran, ohne daß man wuste, was aus ihm werden würde. Sein Vater wünschte, daß er die Handlung lernen mögte; aber dazu hatte er keine Lust. Er sagte, er wolte lieber in die weite Welt reisen, um alle Tage recht viel neues zu sehen und zu hören.

Das war nun aber recht unverständig gesprochen von dem jungen Menschen. Ja,

wenn er schon was rechts hätte gelernt gehabt! Aber was wolte ein so unwissender Bursche, als dieser Krusoe war, in der weiten Welt machen? Wenn man in Ländern sein Glük machen wil: so muß man sich erst viel Geschiklichkeit erworben haben. Und daran hatte er bisher noch nicht gedacht.

Er war nun schon siebenzehn Jahr alt, und hatte seine meiste Zeit mit Herumlaufen zugebracht. Täglich quälte er seinen Vater, daß er ihn doch mögte reisen lassen; sein Vater antwortete: er wäre wohl nicht recht gescheit, und wolte nichts davon hören. Söhnchen, Söhnchen! rief ihm dan die Mutter zu, bleibe im Lande und nähre dich redlich!

Eines Tages -

Lotte. Haha! nun wirds kommen!

Nikolas. O stille doch!”

 

 

 

 

Joachim_Heinrich_Campe
Joachim Heinrich Campe (29 juni 1746 – 22 oktober 1818)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

De Amerikaans-Russische dichter en schrijver Oleg Korenfeld werd geboren op 29 juni 1977 in Khabarovsk, Rusland. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

De Amerikaanse schrijver en historicus John Willard Toland werd geboren op 29 juni 1912 in  La Crosse, Wisconsin.

 

 

28-06-09

Juan José Saer, Florian Zeller, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Jean-Jacques Rousseau, Luigi Pirandello, Otto Julius Bierbaum, A. E. Hotchner, Eric Ambler, Jürg Federspiel


De Argentijnse schrijver Juan José Saer werd geboren in Serodino op 28 juni 1937.  Hij studeerde in Santa Fe aan de Universidad Nacional del Litoral rechtsgeleerdheid en filosofie. Dankzij een beurs kon hij in 1968 naar Parijs verhuizen, waar hij zou blijven wonen tot zijn dood in 2005. Saer, die kort daarvoor met pensioen was gegaan als hoogleraar aan de Universiteit van Rennes, had op dat moment bijna zijn laatste roman La Grande voltooid. Deze werd nog datzelfde jaar postuum gepubliceerd. In 2006 volgde Trabajos, een bundel literaire kritieken over Latijns-Amerikaanse en Europese schrijvers. Een terugkerend thema in het werk van Saer was de positie van de in zelfgekozen ballingschap verblijvende auteur. Hij besprak dit aan de hand van de levens van twee tweelingbroers, waarvan tijdens de dictatuur in Argentinië de ene in dat land bleef, terwijl de andere - net als Saer zelf - naar Parijs trok.  Net als verschillende generatiegenoten, zoals Cesar Aira, Roberto Bolaño en Ricardo Piglia, goot Saer zijn werk vaak in een specifiek en vastomlijnd genre, zoals dat van misdaadromans (La pesquisa, 1994), koloniale ontmoetingen (El testigo, 1990), reisverhalen (El rio sin orillas, 1991) of in de stijl van schrijvers als Marcel Proust (La mayor, 1976) of James Joyce (Sombras sobre vidrio esmerilado, 1992). Saer schreef ook gedichten en enkele scenario's voor korte films. Werk van hem werd vertaald in het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Portugees. Voor zijn roman La ocasión kreeg hij in 1987 de Premio Nadal.

 

Uit: Ermittlungen (Vertaald door Hanna Grzimek)

 

„Morvan wußte das. Und er wußte auch, daß es bei Einbruch der Dunkelheit geschah, dann, wenn die uralte, abgenutzte Schlammkugel, die sich eisern immer weiterdrehte, den Punkt verlagerte, auf welchem sie, er und jener Ort genannt Paris, sich bewegten, diesen von der Sonne entfernte und seiner eitlen Helligkeit beraubte, er wußte, daß es gewöhnlich um diese Zeit geschah, daß jener Schatten, den er seit neun Monaten verfolgte und der so nah und unerreichbar war wie sein eigener Schatten, aus seiner staubigen Dachkammer trat, um zuzuschlagen. Und dies hatte er schon - haltet euch fest – siebenundzwanzigmal getan.

Die Leute dort leben länger als an irgendeinem anderen Ort auf diesem Planeten, man lebt, wenn man Franzose oder Deutscher ist, länger als ein Afrikaner, und, wenn man Franzose ist, lebt man scheinbar länger, wenn man Stadtmensch ist, als ein Bauer zum Beispiel, und wenn man aus der Stadt ist - immer statistisch gesehen - lebt man viel länger, wenn man Pariser ist, als wenn man aus irgendeiner anderen Stadt kommt, und wenn man Pariser ist, lebt man viel länger, wenn man eine Frau ist, als wenn man ein Mann ist - und etwas Wahres muß an all dem dran sein, denn in Paris gibt es alte Damen in Fülle, adlige, bürgerliche, kleinbürgerliche oder proletarische, verhärmte alte Jungfern oder ungebundene Frauen, die darüber immer älter wurden, daß sie sich hüteten, ihre stolze Unabhängigkeit zu verlieren, Witwen von Notaren oder Ärzten, Kaufleuten oder Untergrundbahnschaffnern, ehemalige Marktweiber oder Zeichen- und Gesangslehrerinnen, Romanschriftstellerinnen in der Blüte ihres Schaffens, eingewanderte Russinnen oder Kalifornierinnen, alte Jüdinnen, welche die Deportationen überlebt haben, und sogar alte Cocottes, die von einem Zensor, strenger als die guten Sitten, gezwungen wurden, sich zur Ruhe zu setzen: ich meine die Zeit. Jeden Morgen sieht sie das Tageslicht wieder herauskommen, je nach Rang aufgetakelt oder fast in Lumpen, wie sie die bunten Regale der Supermärkte skeptisch in Augenschein nehmen, oder wie sie bei schönem Wetter auf den dunkelgrünen Bänken der Plätze und Alleen sitzen, allein und steif aufgerichtet oder in angeregtem Gespräch mit irgendeinem anderen Exemplar ihrer Spezies, oder wie sie in bereits auf Postkarten verewigter Haltung Brotkrumen an Tauben verfüttern; im Frühling kann man sie des Morgens im Hauskleid ausmachen, wie sie den Oberkörper in die Leere geneigt, mit Hingabe am Fenster eines fünften oder sechsten Stockwerks blühende Geranien gießen.“

 

 

 

 

Juan_Jose_Saer
Juan José Saer (28 juni 1937 - 11 juni 2005)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Les amants du n'importe quoi

 

"Quand il était plus jeune, étudiant, il avait ressenti la même incapacité à savoir quelle vie il désirait. Il enviait secrètement ceux qui, par manque de talent ou par vocation, ne se posaient plus la question. Il avait fait ses études comme on se laisse emporter par un courant calme. Rien d’autre que cette indifférence ne l’avait prédestiné aux études de droit, puis au carnaval de diplômes dont il pouvait se prévaloir. Il avait maintenant une respectabilité et un pouvoir d’achat. C’était bien. La réussite professionnelle lui semblait être l’exigence la plus accessible puisque au fond elle ne dépend que de soi. Rien n’était comparable aux tourments que l’on pouvait ressentir auprès des femmes – et ces tourments étaient à la mesure de ce qu’il pressentait en lui."

 

 

 

 

Zeller
Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Marlene Streeruwitz werd geboren op 28 juni 1950 in Baden bij Wenen. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Verführungen

 

Das Telefon läutete um 3 Uhr in der Nacht. Püppi war am Apparat. Helene müsse sofort kommen. Sofort. Dringend. Oder hätte sie besseres zu tun, als sich um ihre Freundin zu kümmern. Sei sie beschäftigt. Mit einem Schweden vielleicht? Helene zog sich an. Sie legte Zettel auf ihr Bett und vor die Wohnungstüre der Großmutter nebenan. Auf die Zettel hatte Helene die Telefonnummer von Püppi geschrieben. Falls eines der Kinder aufwachen und sie suchen sollte. Püppi wohnte in der Karolinengasse. Im 4. Bezirk. Beim Belvedere. Helene fuhr über den Franz Josephs-Kai und den Ring zur Prinz Eugen Straße. In der Nähe der Innenstadt waren die Straßen belebt. Im 19. Bezirk und dann im 4. war niemand auf der Straße. Eine Funkstreife stand vor der türkischen Botschaft. An der Ecke der Karolinengasse und Prinz Eugen Straße. Die Polizisten musterten Helene beim Vorbeifahren. Helene fragte sich, was sie diesmal vorfinden würde. Püppi hatte ruhig geklungen. Geheimnisvoll. Vorwurfsvoll. Aber zusammenhängend. Die Heizung im Auto hatte erst am Schwedenplatz zu wärmen begonnen. Durchfroren lief Helene die Stiegen in der Karolinengasse 9 hinauf. Helenen hatte einen Haustorschlüssel. Für solche Anlässe. Es gab keine Gegensprechanlage. Nicht einmal Glocken. Wollte man zu Püppi, mußte man erst anrufen. Oder man war geschickt genug, ein Steinchen gegen die Fenster im 5. Stock zu werfen. Die Wohnungstür war angelehnt. Die Tür zu Sophies Zimmer stand weit offen. Helene ging hinein. Das thailändische Kindermädchen saß in der Ecke hinter Sophies Bett.“

 

 

 

 

Marlene_Streeruwitz
Marlene Streeruwitz (Baden, 28 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Fritzi Harmsen van Beek werd geboren in Blaricum op 28 juni 1927. Fritzi Harmsen van Beek overleed op 4 april van dit jaar. Zie ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009.

 

 

Goed Begrepen!

(opdracht aan mijn dooie hond)

 

Als je

weerkomt, indien je: ik stuit de wateren, de sluizen

stut, indien en domp ik de wind! Zo. Droog, Snel en

 

Niet omzien, het Diep van Aduard Oversteken; recht van

uit je graf in Tandartsebosje draafje Losjes, Onverschillig

 

liefst, naar het land van Pon. Waar ik je opwacht bij

de brug indien, een blinkende kluif in elke hand, je me

 

terug keert. En verdrijf het gehoornde vee aldaar, die

olle halfheilige treiterborsten, met behulp van Pan.

 

(Omkopen met druiven denk ik. Fluiten? Gooien met kikkers.

Misschien.) En noem je namen, O Lipoe m'n Pootjesslang:

 

'Sierlijke Reigersbek, Steelse Gep, Fluwelia, Schele

Puiloog en Hondester', o Onberispelijke, herken je me dan?

 

'Ai vlug dus, vraag Orion verlof nu! Wat maakt die spat

hem op zijn twinkelende eeuwigheid! Zijn kennels puilen

 

uit van sterren, zijn velden zijn ermee bedauwd, hij

stoft ze van zijn jagerslaarzen, bij bossen, rivieren

 

vol, op bergen stapelt hij de speelse zielen, Alle

Jachthonden! Hij mist je niet en wat dan nog: voor eventjes?

 

Als de wind dus! nu alsdewind, voordat ikzelf vertrokken

want daaromtrent allesbehalve rustig ben, dus hopsa, kom

 

en vlùg nu waarachtig, ik kan en wil niet langer, te

wachten ach, en wat me daarna staat.

 

 

 

 

 

VanBeek
Fritzi Harmsen van Beek (28 juni 1927 – 4 april 2009)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter, vertaler en uitgever Ryszard Krynicki werd geboren op 28 juni 1943 in St.Valentin, Lager Wimberg, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

 

 

Voorbijkomend

 

Komend voorbij een huis in de voorstad

Zie ik vluchtig door een open raam

Een oude man, eenzaam etend

Aan een helder verlichte tafel.

 

Wie heeft mij het recht gegeven

Om mij af te vragen

Of hij die nu het brood breekt en nuttigt

 

Ooit zijn vrienden of zichzelf

Heeft moeten verloochenen

Om te overleven,

Of er geen vreemd bloed aan zijn handen kleeft,

 

Of zijn gezicht

Nooit is bespuwd.

 

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch.

 

 

 

 

 

Ryszard_Krynicki
Ryszard Krynicki (St.Valentin, 28 juni 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Mark Helprin werd geboren in New York op 28 juni 1947. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Ellis Island: And Other Stories (The Schreuderspitze)

 

„IN MUNICH are many men who look like weasels. Whether by genetic accident, meticulous crossbreeding, an early and puzzling migration, coincidence, or a reason that we do not know, they exist in great numbers. Remarkably, they accentuate this unfortunate tendency by wearing mustaches, Alpine hats, and tweed. A man who resembles a rodent should never wear tweed.

One of these men, a commercial photographer named Franzen, had cause to be exceedingly happy. "Herr Wallich has disappeared," he said to Huebner, his supplier of paper and chemicals. "You needn't bother to send him bills. Just send them to the police. The police, you realize, were here on two separate occasions!"

"If the two occasions on which the police have been here had not been separate, Herr Franzen, they would have been here only once."

"What do you mean? Don't toy with me. I have no time for semantics. In view of the fact that I knew Wallich at school, and professionally, they sought my opinion on his disappearance. They wrote down everything I said, but I do not think that they will find him. He left his studio on the Neuhausstrasse just as it was when he was working, and the landlord has put a lien on the equipment. Let me tell you that he had some fine equipment-very fine. But he was not such a great photographer. He didn't have that killer's instinct. He was clearly not a hunter. His canine teeth were poorly developed; not like these," said Franzen, baring his canine teeth in a smile which made him look like an idiot with a mouth of miniature castle towers.“

 

 

 

 

helprin
Mark Helprin (New York, 28 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, filosoof en componist Jean Jacques Rousseau werd geboren in Genève op 28 juni 1712. Zie ook mijn blog van 28 juni 2006 en ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Émile ou De l'éducation

 

« Émile n'aura ni bourrelets, ni paniers roulants, ni chariots, ni lisières ; ou du moins, dès qu'il commencera de savoir mettre un pied devant l'autre, on ne le soutiendra que sur les lieux pavés, et l'on ne fera qu'y passer en hâte. Au lieu de le laisser croupir dans l'air usé d'une chambre, qu'on le mène journellement au milieu d'un pré. Là, qu'il coure, qu'il s'ébatte, qu'il tombe cent fois le jour, tant mieux : il en apprendra plus tôt à se relever. Le bien-être de la liberté rachète beaucoup de blessures. Mon élève aura souvent des contusions ; en revanche, il sera toujours gai. Si les vôtres en ont moins, ils sont toujours contrariés, toujours enchaînés, toujours tristes. Je doute que le profit soit de leur côté.

Un autre progrès rend aux enfants la plainte moins nécessaire : c'est celui de leurs forces. Pouvant plus par eux-mêmes, ils ont un besoin moins fréquent de recourir à autrui. Avec leur force se développe la connaissance qui les met en état de la diriger. C'est à ce second degré que commence proprement la vie de l'individu ; c'est alors qu'il prend la conscience de lui-même. La mémoire étend le sentiment de l'identité sur tous les moments de son existence ; il devient véritablement un, le même, et par conséquent déjà capable de bonheur ou de misère. Il importe donc de commencer à le considérer ici comme un être moral. »

 

 

 

 

jean-jacques-rousseau-montmorency
Jean-Jacques Rousseau (28 juni 1712 - 2 juli 1778)

Buste van Jean-Antoine Houdon

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Pirandello werd op 28 juni 1867 geboren in de villa 'Caos' (chaos) in de buurt van Agrigento. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

 

Uit: Six Characters in Search of an Author (Vertaald door Edward Storer)

 

The Manager [throwing a letter down on the table]. I can't see [To PROPERTY MAN.] Let's have a little light, please!

Property Man. Yes sir, yes, at once. [A light comes down on to the stage.]

The Manager [clapping his hands]. Come along! Come along! Second act of "Mixing It Up." [Sits down.] [The ACTORS and ACTRESSES go from the front of the stage to the wings, all except the three who are to begin the rehearsal.]

The Prompter [reading the "book"]. "Leo Gala's house. A curious room serving as dining-room and study."

The Manager [to PROPERTY MAN]. Fix up the old red room.

Property Man [noting it down]. Red set. All right!

The Prompter [continuing to read from the "book"]. "Table already laid and writing desk with books and papers. Book-shelves. Exit rear to Leo's bedroom. Exit left to kitchen. Principal exit to right."

The Manager [energetically]. Well, you understand: The principal exit over there; here, the kitchen. [Turning to actor who is to play the part of SOCRATES.] You make your entrances and exits here. [To PROPERTY MAN.] The baize doors at the rear, and curtains.

Property Man [noting it down]. Right!

Prompter [reading as before]. "When the curtain rises, Leo Gala, dressed in cook's cap and apron is busy beating an egg in a cup. Philip, also dresesd as a cook, is beating another egg. Guido Venanzi is seated and listening."

Leading Man [To MANAGER]. Excuse me, but must I absolutely wear a cook's cap?

The Manager [annoyed]. I imagine so. It says so there anyway. [Pointing to the "book."]

Leading Man. But it's ridiculous!

The Manager [jumping up in a rage]. Ridiculous? Ridiculous? Is it my fault if France won't send us any snore good comedies, and we are reduced to putting on Pirandello's works, where nobody understands anything, and where the author plays the fool with us all? [The ACTORS grin. The MANAGER goes to LEADING MAN and shouts.] Yes sir, you put on the cook's cap and beat eggs. Do you suppose that with all this egg-beating business you are on an ordinary stage? Get that out of your head. You represent the shell of the eggs you are beating! [Laughter and comments among the ACTORS.] Silence! and listen to my explanations, please! [To LEADING MAN.] "The empty form of reason without the fullness of instinct, which is blind." -- You stand for reason, your wife is instinct. It's a mixing up of the parts, according to which you who act your own part become the puppet of yourself. Do you understand?“

 

 

 

 

pirandello
Luigi Pirandello (28 juni 1867 - 10 december 1936)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Otto Julius Bierbaum werd geboren op 28 juni 1865 in Grünberg. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007.

 

 

 

Traum durch die Dämmerung

 

Weite Wiesen im Dämmergrau;

Die Sonne verglomm, die Sterne ziehn;

nun geh ich zu der schönsten Frau,

weit über Wiesen im Dämergrau,

Tief in den Busch von Jasmin,

 

Durch Dämmergrau in der Liebe Land;

Ich gehe nicht schnell, ich eile nicht;

Mich zieht ein weiches, samtenes Band

durch Dämmergrauin der Liebe Land,

In ein blaues, mildes Licht.

 

 

 

 

 

Komm her und laß dich küssen

 

Die Luft ist wie voll Geigen,

Von allen Blütenzweigen

Das weiße Wunder schneit;

Der Frühling tobt im Blute,

Zu allem Uebermute

Ist jetzt die allerbeste Zeit.

 

Komm her und laß dich küssen!

Du wirst es dulden müssen,

Daß dich mein Arm umschlingt.

Es geht durch alles Leben

Ein Pochen und ein Beben:

Das rote Blut, es singt, es singt.

 

 

 

 

 

 

bierbaum_otto_julius
Otto Julius Bierbaum (28 juni 1865 – 1 februari 1910)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, en biograaf Aaron Edward Hotchner werd geboren op 28 juni 1920 in St. Louis. . Zie ook mijn blog van 28 juni 2007.

 

Uit: The Good Life According to Hemingway

 

„In the beginning I was not making any money at it, and I just wrote as well as I could—the editors didn't like it, but someday they would. I really didn't care about criticism. The best thing about your early days is that you are not noticed. You don't have to deal with criticism, and you really enjoy your workdays. You think it's easy to write and you feel wonderful, but you're not thinking about the reader, who is not having much enjoyment. But when you start to mature and begin to write for the reader, writing becomes more difficult. In fact, when you look back on anything you've written, what you recall is what a tough go it was. Every day the rejected manuscripts would come back through the slot in the door of that bare room where I lived over the Montmartre sawmill. They'd fall through the slot onto the wood floor, and clipped to them was that most savage of all reprimands—the printed rejection slip. The rejection slip is very hard to take on an empty stomach, and there were times when I'd sit at that old wooden table and read one of those cold slips that had been attached to a story I had loved and worked on very hard and believed in, and I couldn't help crying. When the hurt is bad enough, I cry.

When a writer first starts out, he gets a big kick from the stuff he does, and the reader doesn't get any; then, after a while, the writer gets a little kick and the reader gets a little kick; and, finally,if the writer's any good, he doesn't get any kick at all and the reader gets everything.“

 

 

 

 

 

Hotchner
A. E. Hotchner (St. Louis, 28 juni 1920)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Eric Ambler werd geboren op 28 juni 1909 in Londe. Hij werkt eeerst als schrijver van reclameteksten. In 1936 had hij voor het eerst succes met zijn roman The Dark Frontier. Dit boek en andere romans uit deze perode gelden tegenwoordig als klassieke werken in het thriller genre.

 

Uit: Epitaph for a Spy

 

„I arrived in St. Gatien from Nice on Tuesday, the 14th of August. I was arrested at 11.45 a.m. on Thursday, the 16th, by an agent de police and an inspector in plain clothes and taken to the Commissariat. For several kilometers on the way from Toulon to La Ciotat the railway runs very near to the coast. As the train rushes between the innumerable short tunnels through which this section of the line has been built, you catch quick glimpses of the sea below, dazzlingly blue, of red rocks, of white houses among pine woods. It is as if you were watching a magic-lantern show with highly colored slides and an impatient operator. The eye has no time to absorb details. Even if you know of St. Gatien and are looking for it, you can see nothing of it but the bright red roof and the pale yellow stucco walls of the Hotel de la Reserve. The hotel stands on the highest point of the headland and the terrace runs along the south side of the building. Beyond the terrace there is a sheer drop of about fifteen meters. The branches of pines growing below brush the pillars of the balustrade. But farther out towards the point the level rises again. There are gashes of red rock in the dry green scrub. A few windswept tamarisks wave their tortured branches in silhouette against the intense ultramarine blue of the sea. Occasionally a white cloud of spray starts up from the rocks below.“

 

 

 

 

ambler
Eric Ambler (28 juni 1909 – 22 oktober 1998)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 juni 2007.

 

De Zwitserse dichter en schrijver
Jürg Federspiel werd geboren op 28 juni 1931 in Kemptthal.

 

27-06-09

Rafael Chirbes, Marcus Jensen, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse, Lucille Clifton, João Guimarães Rosa, E. J. Potgieter, Catherine Cookson, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller


De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

Uit: Der lange Marsch (Vertaald door Antje Kunstmann)

 

„Es war vier Uhr morgens an einem Tag im Februar. Trotz der geschlossenen Fensterläden war der Wildbach hinter dem Haus zu hören. Mehrere Tage hintereinander hatte es geschneit, dann war die Sonne durchgebrochen, danach hatte es geregnet, und jetzt führte der Bach viel Schmelzwasser und riß unter großem Getöse verdorrte Äste und Steine mit sich. Im Haus war eine besondere Aufregung zu spüren. Die Frauen kamen in die Küche und verließen sie mit dampfenden Töpfen, und im Kamin loderte ein mächtiges Feuer, das die Szene rötlich einfärbte, das Licht der Deckenlampe und auch der Lampe über dem Tisch übertönte, auf den, schweigsam und bewegungslos, ein gut dreißigjähriger

Mann die Ellbogen stützte. Um die Schultern hatte er eine gestreifte Decke gelegt. Er saß auf der langen Holzbank, die zwei der vier Wände des Raumes säumte und einen Winkel bildete, in den sich der Tisch einfügte. Zu seiner Rechten rauchte ein anderer Mann eine Zigarette. Er war doppelt so alt, beider Gesichter aber waren – abgesehen von den Unterschieden, die das Alter mit sich brachte – fast identisch: so nebeneinander gesehen, hätten die beiden als Modell dienen können für einen der im Barock so beliebten moralisierenden Stiche, auf denen mit den Lebensaltern das Vergehen der Zeit am Körper der Menschen symbolisch dargestellt wurde. Wo sich die Züge des Sohnes noch der

Linie des Kiefers und der Backenknochen anschlossen, verbreiterten sich die des Vaters, wurden in ihrer Zeich-nung verschwommen und dadurch eher formlos; auch die Nase des Vaters sah aus, als hätte die des Sohnes gewissermaßen an Halt verloren und wäre zusammensinkend in die Breite gegangen. Die rosig gesunde Farbe der Wangen des Jüngeren war auf dem Gesicht des Alten ins Purpurne übergegangen und wies, vor allem seitlich der stumpfen Nase, Flecken von geplatzten

Äderchen auf.“

 

 

 

 

Chirbes
Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juni 1949)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Marcus Jensen werd geboren op 27 juni 1967 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

 

Glasstaub

 

Der Lastwagen nimmt den vollen Glascontainer auf seinen Haken, die oberste Lage Flaschen purzelt in die Schräge, die anderen fallen hinterher, vor Verzweiflung scheppern alle durcheinander, aber eine kurzhalsige Likörflasche ruft aus: "Keine Angst, keine Panik! Wir werden doch wiedergeboren!" Es gibt einen Ruck, der Lastwagen fährt los, dann tritt Stille ein. Die Likörflasche redet weiter: "Das müsst ihr positiv sehen! Ich zum Beispiel: Ganz früher war ich Pfand, ein Sklavendasein, danach wurde ich zu Einweg, Bier und Saft, schon besser, und meine zahllosen Wiedereinschmelzungen haben mich wunderschön gebräunt. Jetzt bin ich zwar eine nullsiebener Likör, aber in mir spüre ich auch noch eine schwarze Blumenvase, drei Glühbirnen und ein Marmeladentöpfchen!" Der Lastwagen legt sich in eine scharfe Kurve. Alle Flaschen applaudieren klirrend und fangen an zu singen: "Likör, Likör, wir glauben dir, gesichert sei nun unser Erbe, ein ganzes Glas in jeder Scherbe, welch Glück, welch Glück erwarten wir!" Der Lastwagen bremst. Ein gesprungener Aschenbecher kichert dazwischen: "Ach Quatsch. Wir werden alle puderfein zermahlen und kommen zur Straßenbaukolonne." Den mögen die anderen nicht.

 

 

 

 

Jensen
Marcus Jensen (Hamburg, 27 juni 1967)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook mijn blog van 27 juni 2006 en ook mijn blog van 27 juni 2007  en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

 

 

Narcisme

 

Wat, in godsnaam, heb je uitgevoerd? Heb je - ten

minste - je dag geboekstaafd? Heb je alsnog

 

geboekstaafd - de volgende dag - de niet geboekstaafde

vorige onder vermelding? Ben je tekortgeschoten (in

 

gebreke gebleven, nalatig geweest, laakbaar) op stuk

van plicht, regelmaat, tucht, zelfverachting? Heb je - met

 

niet aflatende verwerping - in het werk gesteld alles

om de beperkingen van milieu, erfelijkheid, voor-

 

land, noodlot die aan het daglicht traden klemmender

naar de mate van je verzuim

 

en die je mes

op de keel zetten in een slop, te overwinnen?

 

 

 

 

Ik word ouder

 

en dat is op zich niet verwonderlijk.

Maar wanneer ik op een canapé lig,

die ik zelf niet bezit en

een sigaret neem uit een dure, ivoren doos, die niet bij mij

past,

besef ik, dat ik al veel tijd verknoeid heb

en dat het in de toekomst net zo gaat

al kan ik dat niet zien.

 

 

 

 

 

 

Ouwens
Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)

 

 

 

 

 

De Canadese dichter, singer-songwriter, performer en sociale activist. Dawud (David) Wharnsby Ali werd geboren op 27 juni 1972 in Kitchener, Ontario. Hij treedt vaak op scholen en universiteiten op, waarbij hij zich inzet voor tolerantie, diversiteit en sociale cohesie.

 

 

Preacher


She quoted you as saying,
you hated arrogant men.
But there you go again,
upon your pulpit to condemn.
Calling from the spire,
cursing hypocrite and a liar -
It’s only you,
that you admire.

The bed of coals that waits
for all the sinners at the gates,
will also be
the pompous preachers resting place of fire.

 

 

 

 

 

Dawud
Dawud Wharnsby (Kitchener, 27 juni 1972)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

Uit: September (Müllheim an der Thur)

 

„Wir waren am Seerücken, dem Bergrücken zwischen Müllheim und dem Bodensee, wo die Ortschaften Lanzenneunforn, Klingendorf und Klingenberg heissen und einzelne Hochebenen stockwerkweise übereinander liegen, weil der alte Meeresboden einmal Stufe für Stufe hochgeschoben wurde. An den Hängen zwischen den unterschiedlichen Ebenen liegt der ehemalige Meeresboden beinahe offen, man kann sich in die Geschichte hineinwühlen.

Auf der Rückfahrt gab es am östlichen Rand von Müllheim Rauchwolken, die in dünnen Streifen aufstiegen, und kurz darauf flog der Brandgeruch bis in den Wagen hinein. Eine Scheune stand in Flammen. Als ich hinzukam, war die Feuerwehr mit acht Wasserschläuchen an der Arbeit, die Flammen waren hell, in der Mitte gelb, gleich neben dem Gelb das sommerliche Rot von Karotten und Mohnblumen, und die windigen Flammenränder hatten verschiedene Farben. Es war ein warmer Septembertag, möglicherweise hätte das Feuer im Winter anders ausgeschaut, und genauer gesagt, waren die Flammen auch jetzt nur in der rechten Scheunenhälfte hell, dort, wo sie gerade in das benachbarte, angebaute Wohngebäude einbrechen wollten, in der linken Scheunenhälfte hatten sie dunkle Ränder, schwarze Flanken. Links dunkel, rechts ein freies Rot, hinter dessen Flackern noch eine Ziegelwand sichtbar war, und zwischen dem breiten Feuer und den Feuerwehrleuten lag ein wackliger Regenbogen.“

 

 

 

 

 

Zsuzsanna_Gahse
Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936.  Haar eerste gedichtenbundel Good Times verscheen in 1969 en werd door The New York Times tot de 10 beste boeken van dat jaar gerekend. In 1971 gaf zij haar werk als ambtenaar op en werd zij  writer in residence aan het Coppin State College. Tijdens haar verblijf daar publiceerde zij de volgende twee bundels Good News About the Earth (1972) en An Ordinary Woman (1974). Clifton schrijft ook boeken voor kinderen.

 

 

moonchild 

 

whatever slid into my mother's room that

late june night, tapping her great belly,

summoned me out roundheaded and unsmiling.

is this the moon, my father used to grin.

cradling me? it was the moon

but nobody knew it then.

 

the moon understands dark places.

the moon has secrets of her own.

she holds what light she can.

 

we girls were ten years old and giggling

in our hand-me-downs. we wanted breasts,

pretended that we had them, tissued

our undershirts. jay johnson is teaching

me to french kiss, ella bragged, who

is teaching you? how do you say; my father?

 

the moon is queen of everything.

she rules the oceans, rivers, rain.

when I am asked whose tears these are

I always blame the moon.

 

 

 

 

blessing the boats    

 

(at St. Mary's)

 

may the tide

that is entering even now

the lip of our understanding

carry you out

beyond the face of fear

may you kiss

the wind then turn from it

certain that it will

love your back    may you

open your eyes to water

water waving forever

and may you in your innocence

sail through this to that

 

 

 

 

 

lucille_clifton
Lucille Clifton (New York, 27 juni 1936)

 

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver João Guimarães Rosa werd geboren op 27 juni 1908 in Cordisburgo, Minas Gerais. Hij werkte als arts en was actief als diplomaat. Zijn opus magnum is Diepe Wildernis: de Wegen, een vuistdikke roman die zich afspeelt in de sartão, het dorre binnenland van Brazilië dat in de negentiende eeuw werd geteisterd door niet aflatende oorlogen tussen lokale krijgsheren. Rosa’s taal is een combinatie van orale uitdrukkingen uit de sertão, maar vermengd met neologismen van archaïsche woorden, vreemde talen en onomatopeeën (klankwoorden). August Willemsen vertaalde het boek in het Nederlands. Rose schreef naast dit boek zes verhalenbundels, waarvan er twee postuum verschenen.

 

Uit: Diadorim (Vertaald door Maryvonne Lapouge-Petorelli)

 

« Je vous raconte, et il faut que je vous donne une explication. Penser de travers est facile, parce que cette vie vire au marécage. On vit, je crois, pour vraiment se défaire de ses illusions et de la foi dans les gens. Le manque de scrupules règne, si insinueux, insinueusement présent, qu'au début on n'ose prêter foi à la sincérité sans méchanceté. C'est ce qu'il faut, je sais. Mais je vous donne ma parole : homme très homme commej'ai été, et un homme aimant les femmes ! - jamais je n'ai eu de penchant pour les vices aberrants. ce qui est hors de préceptes me répugne. Alors - vous allez me demander - cela, qu'est-ce que c'était ? Ah, loi brigande, que le pouvoir de la vie.

(…)

Mon compère Quelemém, bien des années après, m'enseigna qu'il est toujours possible de réaliser un désir quel qu'il soit - pour peu que nous ayons, sept jours de suite, l'énergie et la patience soutenue pour faire uniquement ce qui nous répugne, nous est odieux, nous épuise et fatigue, et pour rejeter toute espèce de plaisir. C'est ce qu'il me dit ; je crois. Mais il m'enseigna que, mieux encore et meilleur, c'est, à la fin, de rejeter toute espèce de plaisir. C'est ce qu'il me dit ; je crois. Mais il m'enseigna que, mieux encore et meilleur, c'est, à la fin, de rejeter même jusqu'à ce désir initial qui a servi à nous donner le courage de cette glorieuse pénitence.»

 

 

 

 

rosa
João Guimarães Rosa (27 juni 1908 – 19 november 1967)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

Uit: Blaauw bes, blaauw bes!

 

„Een studiebeeld uit ons volksleven.

Bilderdijk wenschte, in een zijner veelvuldige verzuchtingen om den dood, in het stille graf te liggen, ten einde voor den Haagschen straatkreet doof te zijn. Ik ben te zeer van muzijkalen zin misdeeld, om te durven beslissen, of de schreeuwers der hoofdstad het van die, welke onze hofstad doorkrijschen, in welluidendheid winnen; maar ik mag de Amsterdamsche keelklanken wel, en verbaas er mij over, hoe het gehoor van onzen eersten dichter zijner verbeelding zoo zeer de wieken knotten kon. Verrees er dan, als zijn trommelvlies de pijnlijke aandoening had doorgestaan, verrees er dan, ten gevolge van dat met weêrzin opgevangen woord, niet een geheel ander tooneel voor zijnen geest, dan zijn studeercel aanbood? bragt het hem niet naar buiten, niet over in beemd of bosch? Ik wil mij eerst op eenen der minst behagelijke kreten beroepen, om later van diegene te gewagen, welke streelender gedachten opwekken; Bilderdijk zelf, verbeelde ik mij, zou dien zin voor climax hebben gewaardeerd. Daar klinkt het: ‘Elft as zalm!’ bij voorbeeld, waaruit de Jordaner in het middelwoord de l weglaat, om u die in de beide andere zooveel te zwaarder toe te wegen. Het rijst raauw genoeg op de lucht, - het is eene onwaarheid bovendien, want de eene soort van visch evenaart de andere nooit, - en echter heb ik er nimmer het voorhoofd om gefronsd, laat staan er om dood willen zijn; een geheel ander verlangen wordt er bij mij levendig door.“

 

 

 

 

potgieter
E. J. Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

Uit: A House Divided

 

„Elizabeth Ducksworth walked quickly and quietly along the dimly lit corridor. She had passed four closed doors and was making for the last of the seven when it was thrust open quickly and there came to meet her a figure in a dressing gown. The head was bandaged, covering one eye; the lid of the other was blinking rapidly, and the patient turned his head to one side as he addressed her, saying, 'I was just coming for you, Ducks -- I mean, Nurse. I think the captain needs attention. Well, what I mean is...'

'Yes...yes.' The night nurse turned him gently about, saying, 'You should have rung the bell, Lieutenant.'

But the answer she got was, 'He always seems to know when I do that and starts his growling.'

'Has he spoken?'

'No; no...not a word. Just those sounds.'

She opened the door of the end room, at the same time taking his arm and steadying him as she said, 'You shouldn't get out of bed; I've told you.'

'I'm all right. I only wish he felt half as good.'

'Get back into bed; I'll see to him. Would you like a drink?'

'Later. Later, thank you.'

 

 

 

 

 

 

Cookson
Catherine Cookson (27 juni 1906 – 11 juni 1998)

 

 

 

 

 

 

De Franse filosoof en dichter Gaston Bachelard werd geboren op 27 juni 1884 in Bar-sur-Aube. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

Uit: Poétique de l'espace

 

„Pour Gaston Paris, la clef de la légende du Petit Poucet - comme de tant de légendes ! - est dans le ciel : c'est le Poucet qui conduit la constellation du Grand Chariot. En effet, Gaston Paris a noté que dans de nombreux pays, on désigne une petite étoile qui se trouve au-dessus du chariot, du nom de Poucet.

Nous n'avons pas à suivre toutes les preuves convergentes que le lecteur pourra trouver dans l'ouvrage de Gaston Paris. Insistons seulement sur une légende suisse qui va nous donner une belle mesure d'une oreille qui sait rêver. Dans cette légende rapportée par Gaston Paris, le chariot se renverse à minuit avec un grand fracas. Une telle légende ne nous apprend-elle pas à écouter la nuit ? Le temps de la nuit ? Le temps du ciel étoilé ?

Où ai-je lu qu'un ermite qui regardait sans prier son sablier de prière entendit des bruits qui déchiraient les oreilles ? Dans le sablier il entendait soudain la catastrophe du temps. Le tic-tac de nos montres est si grossier, si mécaniquement saccadé que nous n'avons plus l'oreille assez fine pour entendre le temps qui coule.“

 

 

 

 

Bachelard
Gaston Bachelard (27 juni 1884 – 16 oktober 1962)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dagboekschrijver en geestelijke James Woodforde werd geboren in Ansford op 27 juni 1740. Zijn complete dagboek omvat 72 aantekenboeken en ongeveer 100 losse vellen en bevindt zich momenteel in de Bodleian Library in Oxford. Tot kort na de Eerste Wereldoorlog was het bestaan van de dagboeken compleet onbekend. Een arts in Hertfordshire vroeg aan zijn buurman John Beresford de manuscripten, die afkomstig waren van een van zijn voorouders, eens in te kijken. Beresford was zeer gecharmeerd van het werk, vooral door de vele details die een uniek inkijkje gaven in het plattelandsleven in de 18e eeuw, van evenveel historisch belang als het dagboek van Samuel Pepys. Hij redigeerde het werk en kortte het in, waarna de dagboeken in vijf delen werden gepubliceerd in de jaren 1924 tot 1931 onder de titel The Diary of a Country Parson 1758 – 1802.

 

Uit: The Diary of a Country Parson 1758 – 1802

 

April 14th, 1767

I read Prayers this morning again at C. Cary Church

I prayed for poor James Burge this morning,

 out of my own head, hearing he was just gone of almost in a Consumption,

It occasioned a great tremulation in my voice at the time,

I went after Prayers and saw him, & he was but just alive,

He was a very good sort of young man & much respected,

It was the Evil which was stopped & then fell upon his Lungs,

Grant O Almighty God, that he may be eternally happy hereafter,

I dined, supped and spent the Evening at Parsonage.”

 

 

 

 

 

Parson_woodforde
James Woodforde (27 juni 1740 – 1803)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

De Amerikaanse schrijfster Helen Keller werd geboren in Tuscumbia, Alabama op 27 juni 1880.

 

 

26-06-09

Jacqueline van der Waals, Aimé Césaire, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Pearl S. Buck, Stefan Andres, Laurie Lee, Martin Andersen-Nexø, Bankim Chandra Chatterjee, Sunthorn Phu, Branwell Brontë


De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007 en ook mijn blog van 26 juni 2008.

 

 

Nu weet ik wat het allerdroevigst is

 

Nu weet ik wat het allerdroevigst is.

't Is niet de dood of scheiding, niet het kwaad,

Dat anderen ons aandoen, of 't gemis

Aan aardse liefde, niet, dat ons verlaat

 

En jeugd èn schoonheid, eer genoten is

Het zoet van 't leven, niet de dwaze daad

Die men beweent in rouw en droefenis;

't Is: als men leeft voor iets, dat niet bestaat

 

En nimmer heeft bestaan, en als men 't weet

En toch die schone droom niet sterven laat,

Omdat men voelt, dat alles, wat bestaat,

Niets, niets betekent, vergeleken bij

Die éne grootse droom. O, dat is leed,

Waaraan 'k niet denken durf. God helpe mij!

 

 

 

 

Doodsnadering I

 

Is dit, O heer, dit oppervlakkigheid,

Dat ik mijn uren en mijn dagen

Zo onbezorgd en zonder veel te vragen

Zo ongeveer als vroeger slijt?

Alleen wat machtelozer en wat zwakker

En zonder levenstaak en levensstrijd -

Des morgens word ik zonder plichten wakker

En hul mij aanstonds in mijn eenzaamheid.

Dan komen mijn vrienden die mij wat verwennen

En meren aan mijn oever hunne boot,

Wij spreken van het leven, dat wij kennen

Met luider stemme en zachter van de dood.

Dan gaan zij heen en eenzaam blijf ik achter...

Ik weet niet, is dit oppervlakkigheid,

Dat niet mijn stem nog stiller werd en zachter

En sprak van U en Uwe heerlijkheid?

 

 

 

 

 

WAALS
Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)

 

 

 

 

 

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007 en ook mijn blog van 26 juni 2008.

 

 

Ecoutez le monde blanc

 

Ecoutez le monde blanc

horriblement las de son effort immense

ses articulations rebelles craquer sous les étoiles dures

ses raideurs d'acier bleu transperçant la chair mystique

écoute ses victoires proditoires trompeter ses défaites

écoute aux alibis grandioses son piètre trébuchement

Pitié pour nos vainqueurs omniscients et naïfs !

 

 

 

 

Jour et Nuit

 

le soleil le bourreau la poussée des masses

la routine de mourir et mon cri de bête blessée et

c'est ainsi jusqu'à l'infini des fièvres

la formidable écluse de la mort bombardée par

mes yeux à moi-même aléoutiens qui de terre de ver

cherchent parmi terre et vers tes yeux de chair

de soleil comme un négrillon la pièce dans l'eau

où ne manque pas de chanter la forêt vierge jaillie

du silence de la terre de mes yeux à moi-même aléoutiens

et c'est ainsi que le saute-mouton salé des pensées hermaphrodites

des appels de jaguars de source d'antilope de savanes

cueillies aux branches à travers leur première grande aventure:

la cyathée merveilleuse sous laquelle s'effeuille une jolie nymphe

parmi le lait des mancenilliers et les accolades des sangsues fraternelles.

 

 

 

 

 

aime_cesaire
Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Yves Beauchemin werd geboren op 26 juni 1941 in Rouyn-Noranda, Quebec. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007 en ook mijn blog van 26 juni 2008.

 

Uit: Le Matou

 

“Vers huit heures un matin d'avril, Médéric Duchêne avançait d'un pas alerte le long de l'ancien dépôt postal «C » au coin des rues Sainte-Catherine et Plessis lorsqu'un des guillemets de bronze qui faisaient partie de l'inscription en haut de la façade quitta son rivet et lui tomba sur le crâne. On entendit un craquement qui rappelait le choc d'un oeuf contre une assiette et monsieur Duchêne s'écroula sur le trottoir en faisant un clin d'oeil des plus étranges.

Florent Boissonneault, un jeune homme de vingt-six ans au regard frondeur, se trouvait près de lui quand survint l'accident. Sans perdre une seconde, il desserra la ceinture du malheureux, défit son col et se précipita dans une boutique pour alerter la police. Déjà, une foule de badauds s'amassait autour du blessé qui perdait beaucoup de sang. Cela ne l'incommodait aucunement, d'ailleurs, car il était occupé à revivre une délicieuse partie de pêche qu'il avait faite à l'âge de sept ans sur la rivière l'Assomption.

Florent revint près de lui et s'efforça de disperser les curieux. Un de ceux-ci était remarquable. Il s'agissait d'un grand vieillard sec à redingote noire dont le visage se terminait par un curieux menton en forme de fesses. Il observait Florent depuis le début avec un oeil admiratif.

- Voilà un jeune homme de gestes sûrs et d'un bel sang-froid, dit-il à voix haute avec un accent bizarre. C'est un trésor à notre pays.

Florent ne l'entendit Pas, Occupé qu'il était à répondre aux questions des policiers. Au bout de quelques minutes, il put s'en aller. Son auto l'attendait à deux coins de rue. Il arriva bientôt chez MusiPop, la compagnie de distribution de disques qui l'employait comme représentant depuis trois ans. »

 

 

 

 

beauchemin
Yves Beauchemin (Rouyn-Noranda, 26 juni 1941)

 

 

 

De Duitse schrijfster Elisabeth Büchle werd geboren op 26 juni 1969 in Trossingen, Baden-Württemberg. Zij volgde een opleiding voor groot –en detailhandel en aansluitend een opleiding tot bejaardenverzorgster. Begin jaren negentig ontdekte zij opnieuw haar passie voor het schrijven. In 2006 verscheen haar eerste roman Im Herzen die Freiheit. Büchle schrijft voornamelijk historische romans.

 

Uit: Sehnsucht nach der fernen Heimat

 

”Elisa Steiger ließ das Führseil des dunklen Pferdes los und beschattete mit beiden Händen ihre Augen. Die Sonne brannte heiß vom Himmel hernieder. Das mannshohe Steppengras duckte sich unter dem warmen Wind, der von Süden her über die grünen Hügel strich. Ein strahlend blauer Himmel spannte sich wie ein Zelt über die von Menschen unberührte Gegend und nur vereinzelt

zeigte sich eine kleine, weiße Wolke.

Das war also Bessarabien, das kleinste der russischen Gouvernements im Zarenreich. Dies war das Land, das die russischen Anwerber ihrem Mann so sehr angepriesen hatten, dass dieser beschlossen hatte, der Einladung des Zaren zu folgen und ein Stück davon in Anspruch zu nehmen. Die Russen hatten auf dem Land zwischen den beiden Flüssen Pruth und Dnjestr die Tataren vertrieben.

Der Zar wollte das Gebiet, das nun brachlag, neu besiedeln, und so wurden Siedler aus dem Ausland angeworben, denen die Aussicht auf eigenes, fruchtbares Land sehr willkommen war.”

 

 

 

 

buechle
Elisabeth Büchle (Trossingen, 26 juni 1969)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Pearl S. Buck werd geboren in Hillsboro West-Virginia, op 26 juni 1892. Zie ook mijn blog van 26 juni 2006 en ook mijn blog van 26 juni 2007 en ook mijn blog van 26 juni 2008.

 

Uit: The Child Who Never Grew

 

„I remember so well the first time my little girl and I saw each other. It was a warm mild morning in March. A Chinese friend had brought me a pot of budding plum blossoms the day before, and a spray of them had opened. That was the first thing I saw when I came out of the ether. The next thing was my baby's face. The young Chinese nurse had wrapped her in a pink blanket and she held her up for me to see. Mine was a pretty baby, unusually so. Her features were clear, her eyes even then, it seemed to me, wise and calm. She looked at me and I at her with mutual comprehension and I laughed.

I remember I said to the nurse, "Doesn't she look very wise for her age?" She was then less than an hour old.

"She does, indeed," the nurse declared. "And she is beautiful too. There is a special purpose for this child."

How often have I thought of those words! I thought of them proudly at first, as the child grew, always healthy, always good. I remember when she was two months old that an old friend saw her the first time. The child had never seen a man with a black mustache before and she stared for a moment and then drew down her little mouth to weep, though some pride kept her from actual tears.

"Extraordinary," my friend said, "She knows already what is strange to her."

Remember when she was only a month older that she lay in her little basket upon the sun deck of a ship. I had taken her there for the morning air as we traveled. The people who promenaded upon the deck stopped often to look at her, and my pride grew as they spoke of her unusual beauty and of the intelligence of her deep blue eyes.“

 

 

 

 

Buck
Pearl S. Buck  (26 juni 1892 – 6 maart 1973)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Andres werd geboren op 26 juni 1906 in Breitwies bij Trier. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007 en ook mijn blog van 26 juni 2008.

 

Uit: Ernst Jünger / Stefan Andres - Briefe 1937 – 1970

 

Als Stefan Andres 1936 mit seiner Familie nach München geht, hofft er auf neue Kontakte mit Schriftstellern und Künstlern. »Ich wohnte dann eine Zeitlang in München, aber eigentlich nur mit dem Körper, ich war dem seelischen Erstickungstode nahe. Bekannte Schriftstellerkollegen ließen mich nicht in ihren Kreis, Besuche wurden nicht erwidert. Ich hatte nämlich den Makel einer halbjüdischen Frau an mir und überdies neigte ich dazu, wenn ich auf gefühlsbetonte und zugleich arrogante, also typisch deutsche Dummheit stieß, unmittelbar zu explodieren.« In dieser psychisch aufs Äußerste angespannten Verfassung liest er Ernst Jüngers Das Abenteuerliche Herz – Aufzeichnungen bei Tag und Nacht (1929) und den Essayband Blätter und Steine (1934). Der Eindruck ist überwältigend. Es kommt, wie Andres schreibt, zu einer »Begegnung im Buch«. Diese Begegnung verlangt eine verantwortliche Entscheidung des Lesers, d. h. von Andres selbst. »Mit leidenschaftlichen Sätzen spricht der junge Autor [Jünger] dem Leser zu, seine Tiefe zu erschließen, um den verlorenen Einklang mit dem Leben wiederzufinden und sich als wunderbares Wesen anzusehen, das der verantwortliche Träger wunderbarer Kräfte sei.«

 

 

 

 

Andres_1951
Stefan Andres (26 juni 1906 - 29 juni 1970)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Laurence Edward Alan "Laurie" Lee werd geboren in Slad, Gloucestershire op 26 juni 1914. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007 en ook mijn blog van 26 juni 2008. 

 

April Rise 

 

If ever I saw blessing in the air

I see it now in this still early day

Where lemon-green the vaporous morning drips

Wet sunlight on the powder of my eye.

 

Blown bubble-film of blue, the sky wraps round

Weeds of warm light whose every root and rod

Splutters with soapy green, and all the world

Sweats with the bead of summer in its bud.

 

If ever I heard blessing it is there

Where birds in trees that shoals and shadows are

Splash with their hidden wings and drops of sound

Break on my ears their crests of throbbing air.

 

Pure in the haze the emerald sun dilates,

The lips of sparrows milk the mossy stones,

While white as water by the lake a girl

Swims her green hand among the gathered swans.

 

Now, as the almond burns its smoking wick,

Dropping small flames to light the candled grass;

Now, as my low blood scales its second chance,

If ever world were blessed, now it is.

 

 

 

 

LaurieLee
Laurie Lee (26 juni 1914 – 13 mei 1997)

 

 

 

 

 

De Deense schrijver Martin Andersen-Nexø werd geboren op 26 juni 1869 in Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007.

 

Uit: Ditte Menschenkind

 

Es hat allzeit als Zeichen einer guten Abstammung gegolten, wenn man seine Ahnen bis weit zurück aufzählen konnte. Und danach ist Ditte Menschenkind ein sehr vornehmes Wesen. Sie gehört dem ältesten und zahlreichsten Geschlecht im Lande an, dem Geschlechte Mann.

Eine Stammtafel der Familie findet sich nicht, und sie wäre auch nicht leicht auszuarbeiten, da die Familie zahlreich ist wie der Sand des Meeres. Alle andern Geschlechter lassen sich auf dieses zurückführen; hier tauchten sie auf im Laufe der Zeiten - und sie kehrten wieder dahin zurück, wenn ihre Kraft verronnen und ihre Rolle ausgespielt war. Das Geschlecht Mann gleicht gewissermaßen dem großen Meere, von wo die Wasser gen Himmel steigen in lichtem Flug - und wohin sie schwer rinnend zurückkehren.

Der Überlieferung nach soll die Stammutter des Geschlechts eine Feldarbeiterin gewesen sein, die mit dem nackten Gesäß auf der feuchten Erde ausruhte. Davon wurde sie schwanger, und sie brachte einen Knaben zur Welt. Dies blieb später ein eigentümlicher Zug des Geschlechts: seine Frauen trugen nicht gern Unterzeug - und bekamen Kinder für nichts und wieder nichts. Noch heißt es von ihnen, daß sie bloß in einer Türe im Zugwind zu stehen brauchen, um ein Mädchen unterm Herzen zu tragen. Um einen Knaben zu bekommen, brauchen sie bloß an einem Eiszapfen zu lutschen. Wunderlich ist's nicht, daß ein zahlreiches, abgehärtetes Geschlecht entstand, dessen Hände Wachstum schufen. Es wurde das eigentümlichste Kennzeichen des Geschlechtes Mann, daß alles, was es anrührte, lebte und gedieh.“

 

 

 

nexo
Martin Andersen-Nexø (26 juni 1869 – 1 juni 1954)

Beeld op het eiland Bornholm

 

 

 

 

 

De Bengaals – Indische dichter, schrijver, essayiste en journalist Bankim Chandra Chatterjee werd geboren op 26 juni 1838 in Kanthalpura. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007.

 

Uit: The Poison Tree (Vertaald door Miriam S. Knight)

 

„Magendra Natha Datta is about to travel by boat. It is the month Joisto (May—June), the time of storms. His wife, Surja Mukhi, had adjured him, saying, "Be careful; if a storm arises be sure you fasten the boat to the shore. Do not remain in the boat." Nagendra had consented to this, otherwise Surja Mukhi would not have permitted him to leave home; and unless he went to Calcutta his suits in the Courts would not prosper.

Nagendra Natha was a young man, about thirty years of age, a wealthy zemindar (landholder) in Zillah Govindpur. He dwelt in a small village which we shall call Haripur. He was travelling in his own boat. The first day or two passed without obstacle. The river flowed smoothly on—leaped, danced, cried out, restless, unending, playful. On shore, herdsmen were grazing their oxen—one sitting under a tree singing, another smoking, some fighting, others eating. Inland, husbandmen were driving the plough, beating the oxen, lavishing abuse upon them, in which the owner shared. The wives of the husbandmen, bearing vessels of water, some carrying a torn quilt, or a dirty mat, wearing a silver amulet round the neck, a ring in the nose, bracelets of brass on the arm, with unwashed garments, their skins blacker than ink, their hair unkempt, formed a chattering crowd. Among them one beauty was rubbing her head with mud, another beating a child, a third speaking with a neighbour in abuse of some nameless person, a fourth beating clothes on a plank. Further on, ladies from respectable[3] villages adorned the gháts (landing-steps) with their appearance—the elders conversing, the middle-aged worshipping Siva, the younger covering their faces and plunging into the water; the boys and girls screaming, playing with mud, stealing the flowers offered in worship, swimming, throwing water over every one, sometimes stepping up to a lady, snatching away the image of Siva from her, and running off with it.“

 

 

 

 

bankim-chandra-chatterjee
Bankim Chandra Chatterjee (26 juni 1838 – 8 april 1894)

 

 

 

 

De Thaise dichter Sunthorn Phu werd geboren op 26 juni 1786 in Bangkok. Zie ook mijn blog van 26 juni 2007.

 

Uit: The births of Khun Chang and Khun Phaen

 (Vertaald door Chris Baker and Pasuk Phongpaichit)

 

Now we have honored teachers, let’s get on with the story. There

are tales from the past, when His Majesty King Phanwasa2 ruled the

city of Ayutthaya,

a time of happiness and joy like a heavenly city. He was the pinnacle3

of the world. His power extended in all directions. He governed the

ordinary people.

Tributary cities, large and small, within his sway, quailed before his

might. Every country surrounding the capital submitted and paid

homage.

The king observed the Ten Royal Virtues, spreading perfect bliss and

contentment throughout the kingdom, for which the people were duly

thankful.

This is the story of Khun Phaen, Khun Chang, and the fair Nang

Wanthong. In the year 147 the parents of these three, people of that era,

were loyal subjects of the realm of His Majesty King Phanwasa. The

tale will be told according to the legend, so that you listeners may

understand.

Khun Krai Pholphai was a man of property and wealth from Ban

Phlap. Nang Thong Prasi lived at Wat Takrai. These two had

become a couple.

A diligent man, his home was in the city of Suphan.

He was a rich man with masses of wealth and many men. Together

with his wife, Nang Thepthong, he lived at Ten Cowries Landing8 in

Suphan.

 

 

 

 

SunthornPhu
Sunthorn Phu (26 juni 1786 - ? 1855)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Branwell Brontë werd op 26 juni 1817 geboren in Thornton, Yorkshire. Hij was de enige zoon in de Brontë familie en de broer van Charlotte, Emily en Anne. Branwell wilde dichter worden en probeerde zijn gedichten gepubliceerd te krijgen, maar zonder succes. Hij besloot zich te richten op portretschilderen, maar ook daarin faalde hij. Het lukte hem niet een plek te krijgen op de Royal Academy of Arts. Op 5 juni 1841 werd eindelijk zijn gedicht ‘Heaven and Earth’ gepubliceerd in de Halifax Gaurdian. Tot 1847 wist hij in totaal 18 gedichten te publiceren. Maar plannen voor een roman of een gedichtenbundel liepen op niets uit. Pas in 1997 en 1999, bijna 150 jaar na zijn dood, werden Branwells gedichten verzameld en in twee bundels uitgebracht.

 

 

Sir Henry Tunstall (Fragmnet)

 

They fancied, when they saw me home returning,

That all my soul to meet with them was yearning,

That every wave I'd bless which bore me hither;

They thought my spring of life could never wither.

That in the dry the green leaf I could keep,

As pliable as youth to laugh or weep;

They did not think how oft my eyesight turned

Toward the skies where Indian Sunshine burned,

That I had perhaps left an associate band,

That I had farewells even for that wild Land;

They did not think my head and heart were older,

My strength more broken and my feelings colder,

That spring was hastening into autumn sere -

And leafless trees make loveliest prospects drear -

That sixteen years the same ground travel o'er

Till each wears out the mark which each has left before.

 

 

 

 

 

Bronte2
Branwell Brontë (26 juni 1817 – 24 september 1848)

Zussen en broer, getekend door Branwell

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 26 juni 2007.

 

De Amerikaanse toneel- en draaiboekschrijver Sidney Howard werd geboren op 26 juni 1891 in Oakland, Californië

 

 

In Memoriam Michael Jackson



In Memoriam Michael Jackson

 

 

 

Do You Remember The Time

When We Fell In Love

Do You Remember The Time

When We First Met

Do You Remember The Time

When We Fell In Love

Do You Remember The Time

 

Do You Remember The Time

When We Fell In Love

Do You Remember The Time

When We First Met

Do You Remember The Time

When We Fell In Love

Do You Remember The Time

 

 

 

 

 

MichaelJackson
Michael Jackson (29 augustus 1958 – 25 juni 2009)

 

 

 

 

In augustsus 2008 verscheen in kranten (The Guardian, The Telegraph) en (online) tijdschriften het bericht dat Michael Jackson de studio in was gedoken om poëzie van de Schotse dichter Robert Burns op muziek te zetten. Of dat serieus was of de zoveelste publiciteitsstunt laten we nu maar even in het midden. Ae fareweel, alas, forever!

 

 

Ae Fond Kiss 

 

Ae fond kiss, and then we sever;

Ae fareweel, and then forever!

Deep in heart-wrung tears I'll pledge thee,

Warring sighs and groans I'll wage thee.

Who shall say that Fortune grieves him,

While the star of hope she leaves him?

Me, nae cheerfu' twinkle lights me;

Dark despair around benights me.

 

I'll ne'er blame my partial fancy,

Naething could resist my Nancy;

But to see her was to love her;

Love but her, and love forever.

Had we never lov'd sae kindly,

Had we never lov'd sae blindly,

Never met--or never parted--

We had ne'er been broken-hearted.

 

Fare thee weel, thou first and fairest!

Fare thee weel, thou best and dearest!

Thine be ilka joy and treasure,

Peace, enjoyment, love, and pleasure!

Ae fond kiss, and then we sever;

Ae fareweel, alas, forever!

Deep in heart-wrung tears I'll pledge thee,

Warring sighs and groans I'll wage thee!

 

 

 

 Robert Burns

 

 

25-06-09

Ingeborg Bachmann, Larry Kramer, Ariel Gore, Michel Tremblay, George Orwell, Yann Martel, Arseny Tarkovsky, Nicholas Mosley, Claude Seignolle, Hans Marchwitza, Georges Courteline, Heinrich Seidel, Friederike Kempner


De Oostenrijkse dichteres Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 25 juni 2006 en ook mijn blog van 25 juni 2007 en ook mijn blog van 25 juni 2008.

 

 

Die große Fracht

 

Die große Fracht des Sommers ist verladen,

das Sonnenschiff im Hafen liegt bereit,

wenn hinter dir die Möwe stürzt und schreit.

Die große Fracht des Sommers ist verladen.

 

Das Sonnenschiff im Hafen liegt bereit,

und auf die Lippen der Galionsfiguren

tritt unverhüllt das Lächeln der Lemuren.

Das Sonnenschiff im Hafen liegt bereit.

 

Wenn hinter dir die Möwe stürzt und schreit,

kommt aus dem Westen der Befehl zu sinken;

doch offnen Augs wirst du im Licht ertrinken,

wenn hinter dir die Möwe stürzt und schreit.

 

 

 

 

 

 

Abschied von England

 

Ich habe deinen Boden kaum betreten,

schweigsames Land, kaum einen Stein berührt,

ich war von deinem Himmel so hoch gehoben,

so in Wolken, Dunst und in noch Ferneres gestellt,

daß ich dich schon verließ,

als ich vor Anker ging.

 

Du hast meine Augen geschlossen

mit Meerhauch und Eichenblatt,

von meinen Tränen begossen,

hieltst du die Gräser satt;

aus meinen Träumen gelöst,

wagten sich Sonnen heran,

doch alles war wieder fort,

wenn dein Tag begann.

Alles blieb ungesagt.

 

Durch die Straßen flatterten die großen grauen Vögel

und wiesen mich aus.

War ich je hier?

 

Ich wollte nicht gesehen werden.

 

Meine Augen sind offen.

Meerhauch und Eichenblatt?

Unter den Schlangen des Meers

seh ich, an deiner Statt,

das Land meiner Seele erliegen.

 

Ich habe seinen Boden nie betreten.

 

 

 

 

Psalm

 

1

 

Schweigt mit mir, wie alle Glocken schweigen!

 

In der Nachgeburt der Schrecken

sucht das Geschmeiß nach neuer Nahrung.

Zur Ansicht hängt karfreitags eine Hand

am Firmament, zwei Finger fehlen ihr,

sie kann nicht schwören, daß alles,

alles nicht gewesen sei und nichts

sein wird. Sie taucht ins Wolkenrot,

entrückt die neuen Mörder

und geht frei.

 

Nachts auf dieser Erde

in Fenster greifen, die Linnen zurückschlagen,

daß der Kranken Heimlichkeit bloßliegt,

ein Geschwür voll Nahrung, unendliche Schmerzen

für jeden Geschmack.

 

Die Metzger halten, behandschuht,

den Atem der Entblößten an,

der Mond in der Tür fällt zu Boden,

laß die Scherben liegen, den Henkel ...

 

Alles war gerichtet für die letzte Ölung.

(Das Sakrament kann nicht vollzogen werden.)

 

 

 

 

 

 

bachmann
Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, columnist en homoactivist Larry Kramer werd geboren in Bridgeport, Connecticut op 25 juni 1935. Hij werd genomineerd voor een Academy Award, was finalist voor een Pulitzer-prijs en ontving tweemaal een Obie Award. Als antwoord op de Aids-crisis richtte hij Gay Men's Health Crisis op, de grootste organisatie van zijn soort op de wereld. Hij schreef The Normal Heart, het eerste serieuze artistieke onderzoek naar de Aids-crisis. Hij richtte later ACT UP op, een protestorganisatie die wordt geaccrediteerd voor het veranderen van het volksgezondheidbeleid en de openbare voorlichting van Hiv en Aids. Kramer woont momenteel in New York City en Connecticut.

 

Uit: Yale's Conspiracy of Silence

 

„Here are some of the things that I have uncovered about our history in writing my new book, The American People:

That Jamestown was America’s first community of homosexuals, men who came to not only live with each other as partners but to adopt and raise children bought from the Indians. Some even arranged wedding ceremonies for themselves.

That George Washington was gay, and that his relationships with Alexander Hamilton and the Marquis de Lafayette were homosexual. And that his feelings for Hamilton led to a government and a country that became Hamiltonian rather than Jeffersonian.

That Meriwether Lewis was in love with William Clark and committed suicide when their historic journey was over and he wouldn’t see Clark anymore.

That Abraham Lincoln was gay and had many, many gay interactions, that his nervous breakdown occurred when he and his lover, Joshua Speed, were forced to part, and that his sensitivity to the slaves came from his firsthand knowledge of what it meant to be so very different. And that the

possibility exists that Lincoln was murdered because he was gay and John Wilkes Booth, who was gay, knew this.

That Franklin Pierce, who became one of America’s worst presidents, and Nathaniel Hawthorne, who became one of our greatest writers, as roommates at Bowdoin College had interactions that changed them both forever and, indeed, served as the wellspring for what Hawthorne came to write about. Pierce was gay. And Hawthorne? Herman Melville certainly wanted him to be.“

 

 

 

 

Kramer
Larry Kramer (Bridgeport, 25 juni 1935)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Ariel Gore werd geboren op 25 juni 1970 in  Carmel, Californië. Zij is de uitgeefster en redacteur van Hip Mama, een periodiek over politieke en culturele aspecten van het moederschap. In 2000 verscheen haar autobiografische Atlas of the Human Heart, in 2006 de roman The Traveling Death and Resurrection Show.

 

Uit: Traveling Death and Resurrection Show

 

Whoosh. Car tires through puddles. Gasoline rainbows. Picture this: Two beat-up candy apple red hatchbacks trailing a wildflower-painted caravan down a sogged main street that creeps southward along the waterfront.

Madre Pia shouts through a cracked megaphone from the back of the caravan as we roll into town: "The lost will be saved, the saved will be amazed!" She's a vision, Madre is. Three hundred pounds of blithe drag queen cloaked in her old-school nun's habit, great bellowing penguin. "Tonight only, ladies and gentlemen! Saint Cat will manifest the wounds of Christ."

Rain-wet asphalt and dull brick buildings welcome us to empty streets. Steely June sky. We haven't seen the sun in weeks. Northwestern springtime: damp, damp.

"Come and see for yourself," Madre implores the rows of Victorian houses that cling like swallows' nests to an inland hill. "Mary Magdalen will perform her death-defying midair acrobatics. Six p.m. tonight. Astoria's own River Theater!"

A solitary freckled face peers out from a fogged pizza parlor window, kind bewildered reassurance that we haven't stumbled into a ghost town.

Madre lowers the megaphone to clearher throat, then lifts it to her berry mouth again. "Barbaro the great fire spitter all the way from Venice, Italy!"

 

 

 

 

ariel_gore
Ariel Gore (Carmel, 25 juni 1970)

 

 

 

De Canadese schrijver Michel Tremblay werd geboren in Quebec op 25 juni 1942. Na het beëindigen van zijn middelbare schooltijd ging hij op 18-jarige leeftijd naar the Graphic Arts Institute van Quebec, waar hij het beroep van typograaf leerde. Daar begon hij korte verhalen te schrijven, zoals ‘Stories for Late Night Drinkers’, die dan later werden gepubliceerd. In 1964 won hij met het toneelstuk ‘Le Train’ een wedstrijd voor jonge schrijvers. In 1965, schreef Michel Tremblay ‘Les Belles-Soeurs’, dat 1968 voor het eerst werd uitgevoerd door The Théatre du Rideau Vert in Montreal. Les Belles-Soeurs werd onmiddellijk door critici, alsook door het publiek uitgeroepen tot ‘het belangrijkste evenement binnen het theater van Quebec’.  Veel van zijn stukken zijn in het buitenland goed ontvangen, zoals onder meer de producties van Les Belles-Soeurs in Chicago and Glasgow en in 1973 werd Hosanna in Quebec alsook in Parijs voor volle zalen gespeeld. Zijn theaterstukken zijn onder meer opgevoerd in België, Zwitserland, Japan. Tremblay’s werk bevat 24 toneelstukken, 3 musicals, 12 verhalen en een collectie van sprookjes, korte verhalen enfilmscripts.

 

Uit: The Fat Woman Next Door is Pregnant (Vertaald door Sheila Fischman)

 

“In the five years he'd been sleeping in the same room with her, Richard had spent an incalculable number of hours watching his grandmother die. In fact, every time he examined her in her sleep, grumbling, scarcely breathing, mouth open to reveal bare white gums as sharp as knives, Richard expected to see her expire. She was an exhausted flickering candle, a dismantled gasping clock, a motor at the end of the road, a dog grown too old, a servant who had finished serving and was dying of boredom, a useless old woman, a beaten human being, his grandmother. If she wanted to do anything in the house, her daughter-in-law, the fat woman, or her daughter-in-law, Albertine, very attentively would anticipate her intentions: "You just rest...you've done enough work in your life.. .sit down, Momma, your leg. . ." The old woman would lay down the dishcloth or the wooden spoon, swallowing so she wouldn't explode. Richard had often seen his grandmother weep with rage, leaning against the window in her room that looked out on the outside staircase. He'd even heard her curse the two women, cast impotent spells on them; he'd seen her stick out her tongue and pretend to be kicking them. From morning to night, she wandered from her bedroom to the dining room, from the dining room to her bedroom, a superfluous object of attention in this house where everyone and everything had assigned tasks or at least some use--except for her.”

 

 

 

 

michel_tremblay
Michel Tremblay (Quebec,
25 juni
1942)

 

 

 

 

De Britse schrijver George Orwell (pseudoniem van Eric Arthur Blair) werd op 25 juni 1903 geboren in Motihari, India. Zie ook mijn blog van 25 juni 2006 en ook mijn blog van 25 juni 2007 en ook mijn blog van 25 juni 2008.

 

Uit: The Road To Wigan Pier

 

“The first sound in the mornings was the clumping of the mill-girls' clogs down the cobbled street. Earlier than that, I suppose, there were factory whistles which I was never awake to hear.

There were generally four of us in the bedroom, and a beastly place it was, with that denied impermanent look of rooms that are not serving their rightful purpose. Years earlier the house had been an ordinary dwelling-house, and when the Brookers had taken it and fitted it out as a tripe-shop and lodging-house, they had inherited some of the more useless pieces of furniture and had never had the energy to remove them. We were therefore sleeping in what was still recognizably a drawing-room. Hanging from the ceiling there was a heavy glass chandelier on which the dust was so thick that it was like fur. And covering most of one wall there was a huge hideous piece of junk, something between a sideboard and a hall-stand, with lots of carving and little drawers and strips of looking-glass, and there was a once-gaudy carpet ringed by the slop-pails of years, and two gilt chairs with burst seats, and one of those old-fashioned horsehair armchairs which you slide off when you try to sit on them. The room had been turned into a bedroom by thrusting four squalid beds in among this other wreckage.

My bed was in the right-hand corner on the side nearest the door. There was another bed across the foot of it and jammed hard against it (it had to be in that position to allow the door to open) so that I had to sleep with my legs doubled up; if I straightened them out I kicked the occupant of the other bed in the small of the back. He was an elderly man named Mr Reilly, a mechanic of sorts and employed ‘on top’ at one of the coal pits. Luckily he had to go to work at five in the morning, so I could uncoil my legs and have a couple of hours' proper sleep after he was gone. In the bed opposite there was a Scotch miner who had been injured in a pit accident (a huge chunk of stone pinned him to the ground and it was a couple of hours before they could lever it off), and had received five hundred pounds compensation. He was a big handsome man of forty, with grizzled hair and a clipped moustache, more like a sergeant-major than a miner, and he would lie in bed till late in the day, smoking a short pipe.”

 

 

 

 

 

orwell
George Orwell (25 juni 1903 – 21 januari 1950)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Yann Martel werd op 25 juni 1963 geboren in Salamanca. Zie ook mijn blog van 25 juni 2007 en ook mijn blog van 25 juni 2008.

 

Uit: Life of Pi

 

My suffering left me sad and gloomy.

Academic study and the steady, mindful practice of religion slowly brought me back to life. I have kept up what some people would consider my strange religious practices. After one year of high school, I attended the University of Toronto and took a double-major Bachelor's degree. My majors were religious studies and zoology. My fourth-year thesis for religious studies concerned certain aspects of the cosmogony theory of Isaac Luria, the great sixteenth-century Kabbalist from Safed. My zoology thesis was a functional analysis of the thyroid gland of the three-toed sloth. I chose the sloth because its demeanour-calm, quiet and introspective-did something to soothe my shattered self.

There are two-toed sloths and there are three-toed sloths, the case being determined by the forepaws of the animals, since all sloths have three claws on their hind paws. I had the great luck one summer of studying the three-toed sloth in situ in the equatorial jungles of Brazil. It is a highly intriguing creature. Its only real habit is indolence. It sleeps or rests on average twenty hours a day. Our team tested the sleep habits of five wild three-toed sloths by placing on their heads, in the early evening after they had fallen asleep, bright red plastic dishes filled with water. We found them still in place late the next morning, the water of the dishes swarming with insects.”

 

 

 

 

Yann_martel
Yann Martel (Salamanca, 25 juni  1963)

 

 

 

 

De Russische dichter en vertaler Arseny Alexandrovich Tarkovsky werd geboren op 25 juni 1907 in Elisavetgrad. Zie ook mijn blog van 25 juni 2007 en ook mijn blog van 25 juni 2008.

 

 

 

First Meetings

 

We celebrated every moment

Of our meetings as epiphanies,

Just we two in all the world.

Bolder, lighter than a bird's wing,

You hurtled like vertigo

Down the stairs, leading

Through moist lilac to your realm

Beyond the mirror.

 

When night fell, grace was given me,

The sanctuary gates were opened,

Shining in the darkness

Nakedness bowed slowly;

Waking up, I said:

'God bless you!', knowing it

To be daring: you slept,

The lilac leaned towards you from the table

To touch your eyelids with its universal blue,

Those eyelids brushed with blue

Were peaceful, and your hand was warm.

 

And in the crystal I saw pulsing rivers,

Smoke-wreathed hills, and glimmering seas;

Holding in your palm that crystal sphere,

You slumbered on the throne,

And - God be praised! - you belonged to me.

Awaking, you transformed

The humdrum dictionary of humans

Till speech was full and running over

With resounding strength, and the word you

Revealed its new meaning: it meant king.

Everything in the world was different,

Even the simplest things - the jug, the basin -

When stratified and solid water

Stood between us, like a guard.

 

We were led to who knows where.

Before us opened up, in mirage,

Towns constructed out of wonder,

Mint leaves spread themselves beneath our feet,

Birds came on the journey with us,

Fish leapt in greeting from the river,

And the sky unfurled above…

 

While behind us all the time went fate,

A madman brandishing a razor.

 

 

 

 

 

arseny
Arseny Tarkovsky (25 juni 1907 – 27 mei 1989)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Nicholas Mosley werd geboren op 25 juni 1923 geboren in Londen. Hij kreeg zijn opleiding aan Eton en in Oxford. Hij is de oudste zoon van Oswald Mosley en zeer kritisch ten opzichte van zijn vader. Nicholas Mosley uitte dat in zijn boek Beyond the Pale: Sir Oswald Mosley and Family 1933-1980 uit1983, en in een BBC-documentaire in 1997.

 

Uit: Hopeful Monsters

 

Sometimes when I sat with my father on the sofa in his study and he had been reading to me stories or articles about science from children's magazines, I would, at the end of whatever voyage of discovery or imagination we had been on (I was, I suppose, quite a precocious little girl) ask my father about the work he was doing at the university. He told me something of his regular work of lecturing and teaching, but I do not remember much about this. Then he told me of the work that really interested him at this time, which was outside his regular curriculum, and was to do with his efforts to understand, and to put into some intelligible language, the theories that were being propounded about physics at this time by one of his colleagues at the university - a Professor Einstein. I do not think that my father knew Einstein very well, but he venerated him, and he was enough of a mathematician to be able to try to grapple with some of his theories. I, of course, could have comprehended little of the substance of what my father said: but because of his enthusiasm it was as if, on some level, I was caught up in his efforts. I had a picture of Professor Einstein as some sort of magician: there was a photograph of him on the chimney-piece of my father's study which was a counter-balance to my mother's photograph of Karl Marx on the chimney-piece of the dining-room. Professor Einstein's head, set rather loosely on his shoulders, seemed to have a life of its own: Karl Marx's head seemed to have been jammed down on to his shoulders with a hammer. I would say to my father as we sat above the wonders of the world in our airship "What is it that is so special about the theories of Professor Einstein?"

 

 

 

 

NicholasMosley
Nicholas Mosley (Londen, 25 juni 1923)

 

 

 

 

De Franse schrijver Claude Seignolle werd geboren op 25 juni 1917 in Périgueux. Hij heeft zich zijn leven lang bezig gehouden met legendes en folklore uit het Zuidwesten van Frankrijk. Zijn belangrijkste romans zijn Le Rond des sorciers, Marie la Louve, La Malvenue, Le Bahut noir, La Brume ne se lèvera plus, Le Diable en Sabots, Le Gâloup, Le Chupador

 

Uit: Récits Cruels

 

„Toute la soirée, et malgré la satisfaction qu'elle devait secrétement éprouver, elle ne montra nulle ivresse de joie, ni aise de plaisir. On l'eût dite anéantie par tant de bonheur. Et lorsque, montés à notre chambre nuptiale, tard, très tard, nous fûmes enfin livrès l'un à l'autre, elle se jeta à mes pieds, m'étreignit les jambes et eut d'amères et incompréhensibles sanglots. Je la relevai tendrement et la déposai sur notre lit : ce parterre de dentelles et de broderies, où passait la fragrance de quelques secrètes lavandes.

Je la relevai tendrement et la déposai sur notre lit : ce parterre de dentelles et de broderies, où passait la fragrance de quelques secrètes lavandes. Elle m'attira et se blottit entre mes bras, me montrant qu'elle avait peur ; qu'il fallait que je la protège ; que je pouvais tout pour elle ; que...

Mais, grisé et fouetté par son comportement de petit animal craintif, je commençai à la dévêtir. Sa peau était aussi douce que ses pleurs. Je frôlai de mes lèvres son cou qui dégageait une légère senteur poivrée. M'attardai à goûter ses joues, veloutées d'un duvet de frissons. Parvins à sa bouche qu'elle me refusa d'abord en détournant la tête, mais qui je conquis et qui me rendit ardemmet mes baisers.“

 

 

 

 

ClaudeSeignolle
Claude Seignolle (Périgueux, 25 juni 1917)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Marchwitza werd geboren in Scharley op 25 juni 1890. Zie ook mijn blog van 25 juni 2007.

 

Uit: Sturm auf Essen

 

“Du, wenn du doch daran gedacht hättest, noch einige Lumpen mitzubringen, ich hätte den Kindern paar Hosen draus zusammengestoppelt. Hast nicht dran gedacht...!"

Der Krieg kaut an den Wänden, knackend, schreckend. Draußen flattert Schnee.

An einem Dezembertag war auch Franz Kreusat zurückgekommen. Er hatte, nach der bewegten Wiedersehensszene mit der Mutter, seinen verdreckten Soldatenmantel und den Schal abgeworfen und saß stumm und grübelnd am Tisch. „Zu Haus!" Er sagte es mehrere Male zu sich selbst, um sich an den Gedanken zu gewöhnen, dass er tatsächlich wieder daheim sei. Dieses Glück hatte er sich lange nicht mehr vorstellen können, er hatte daran nicht mehr geglaubt. Er blickte sich halb um, das Gesicht in die Hand gestützt: es war ihre alte Küche. Da stand der gelbe Geschirrschrank, da hing der kleine Spiegel am selben Fleck. Da in der Ecke stand sein Tischchen. Nein, es war kein Traum, er war zu Haus.

„Komm, iss was!" sagte die noch erregt umhertrippelnde Mutter. Sie hatte noch, Gott sei Dank, ein paar Kartöffelchen im Haus gehabt und hatte ihm diese mit einer Messerspitze Fett, der nur selten vorhandenen Kostbarkeit, in dem Pfännchen gebraten. „Komm, iss...!" ermahnte sie und tupfte mit der Schürze die jetzt immer so leicht fließenden Tränen weg. „Komm, iss... Träum nicht!"

Der alte Kreusat, ein großer Mann, aber welk und dürr wie ein kranker, dorrender Baum, saß auf der kleinen Fußbank am Herd und schnaubte. Als ihm der Sohn die Hand gegeben - denn für eine Umarmung fühlten sich beide zu scheu -, hatte der alte Mann geschluckt. Jahrelange heimliche Angst und Sichverfluchen, dass er den Jungen nicht gehindert habe, als er freiwillig wegrannte; der Rest dieser Angst hielt ihm noch die Kehle zu.”

 

 

 

 

Hans_Marchwitza_mit_FDJ
Hans Marchwitza (25 juni 1890 - 17 januari 1965)

De schrijver temidden van FDJ jeugd in 1959

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en dramaturg Georges Courteline (eig. Georges Victor Marcel Moineaux ) werd geboren op 25 juni 1858 in Tours. Net als zijn vader, Jules Moineaux, is hij bekend geworden als humoristisch schrijver. Via vader Moineaux verwierf hij een zorgeloos baantje en zo werd Georges kantoorklerk bij het Ministerie van Godsdienstzaken. Zijn taak bestond uit het kopiëren van beleidsstukken en verslagen en jaarlijks moest hij 4000 pagina’s overschrijven. Dit geestdodend handwerk maakte hem niet enthousiast om zich uit te sloven voor promoties. Wel leverde het de stof voor een roman en een toneelstuk: Messieurs les ronds-de-cuir uit 1893 is een humoristisch relaas over irritante figuren en duizelingwekkende reglementen op de burelen van ministeries.

 

Uit: Messieurs les ronds-de-cuir

 

„À l’angle du boulevard Saint-Germain et de la rue de Solférino, un régiment de cuirassiers qui regagnait au pas l’École militaire força Lahrier à s’arrêter. Il demeura les pieds au bord du trottoir, ravi au fond de ce contretemps imprévu qui allait retarder de quelques minutes encore l’instant désormais imminent de son arrivée au bureau, conciliant ainsi ses goûts de flâne avec le cri indigné de sa conscience.

Simplement – car l’énorme horloge du ministère de la Guerre sonnait la demie de deux heures – il pensa :

— Diable ! encore un jour où je n’arriverai pas à midi.

Et les mains dans les poches, achevant sa cigarette, il attendit la fin du défilé.

Au-dessus de lui, c’était l’éblouissement d’un après-dîner adorable. Comme il advient tous les ans, Paris, qui s’était endormi au bruit berceur d’une pluie battante, s’était réveillé ce matin-là avec le printemps sur la tête, un printemps gai, charmant, exquis, tout frais débarqué de la nuit sans avoir averti de sa venue, en bon provincial qui arrive du Midi, tombe sur les gens à l’improviste et s’amuse de leur surprise. Par-delà les toits des maisons, derrière les hautes cheminées, le ciel d’avril s’étendait d’un bleu profond et sans un nuage, perdu au loin dans une grisaille brumeuse.“

 

 

 

 

Courteline
Georges Courteline (25 juni 1858 – 25 juni 1929)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en ingenieur Heinrich Seidel werd geboren op 25 juni 1842 in Perlin, Mecklenburg-Schwerin. Hij studeerde aan het Polytechnikum in Hannover en in Berlijn. Vanaf was hij als ingenieur betrokken bij de bouw van het Berlijnse treinstation Anhalter Bahnhof. In 1880 gaf hij zijn beroep op om zich geheel aan het schrijven te wijden. In zijn bekendste, nog steeds herdrukte werk Leberecht Hühnchen is hij de beschrijver van het eenvoudige geluk.

 

 

Das Sonett

 

So recht geeignet ist für spitz verzwickte

Verschnörkelte Ideen die verzwackte

Sonettenform, und für modern befrackte

Gedanken eine wunderbar geschickte

 

Und wer von Weisheit nur ein Körnlein pickte

Und von Ideen nur ein Ideelein packte,

Der zwängt es gerne in die höchst vertrackte

Sonettenhaut, die viel und oft geflickte.

 

Die Freude dann, wenn das Glück ihm glückte

Und schwitzend er sein Nichts zusammen stückte,

Darob er manche Stunde mühsam hockte!

 

Doch hilft's ihm nimmer, dass er drückt' und druckte,

Weil gähnend ob dem künstlichen Produkte

Die Menschheit ruhig einschläft, die verstockte!

 

 

 

 

 

seidelh1
Heinrich Seidel (25 juni 1842 – 7 november 1906)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres Friederike Kempner werd geboren  op 25 juni 1836 te Optatow in de provincie Posen. Ze droeg wel de bijnaam der silesische Schwan, maar zij avanceerde al gauw tot moeder van de onvrijwillige humor, die ze in tal van verzen aan het papier toevertrouwde. Daarmee heeft ze haar tijdgenoten en nakomende generaties zodanig opgevrolijkt dat haar werk in tal van edities en oplagen is verschenen. Friederike Kempner overleed op 23 februari 1904 in Friederikenhof bij Reichtal.

 

 

Amerika

Amerika, du Land der Träume
Du Wunderwelt, so lang und breit
Wie schön sind deine Kokosbäume
Und deine rege Einsamkeit.

 

 

 

 

Abdel-Kaders Traum

       

Wolkenloses himmlisches Gewölbe,

Unter mächtigen Palmen Purpurzelt,

Eine Reiter-Karawane hält,

Auf dem Boden Wüstensand, der gelbe.

 

Krachend unterirdisches Gewölbe,

Fünfzehnhundert Leichen, tiefentstellt, –

Jede Leiche war ein wackrer Held, –

Speit die Flamme rasselnd aus, die gelbe.

 

Solch' ein Traumbild Abdelkader grüßte,

Trunken er der Heimat Boden küßte:

«Allah, Allah« – ruft er, – »meine Wüste!«

 

»Pellissier, Dein fürchterlicher Brand!« –

Plötzlich sich der Held im Traum ermannt,

Seine Blicke trafen Kerkerswand! –

 

 

 

 

Schweiß

 

Willst gelangen Du zum Ziele,

Wohlverdienten Preis gewinnen,

Muß der Schweiß herunter rinnen

Von der Decke bis zur Diele!

 

 

 

 

 

Kempner
Friederike Kempner (25 juni 1836 – 23 februari 1904)

 

 

24-06-09

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Kurt Kusenberg, Madelon Székely-Lulofs, Ambrose Bierce, Johannes van het Kruis, Jean-Baptiste Boyer d'Argens, Norbert Hummelt


De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007 en ook mijn blog van 24 juni 2008.

 

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss)

 

“I walk along the Avenida Costanera Sur, contemplating the portentous river, traversed just over a century ago by thousands of Spaniards, Italians, Jews, Poles, Albanians, Russians, and Germans, driven from their own countries by hunger and poverty. The great visionaries who governed the country at the time offered the Pampas, this metaphor of nothingness, to "all those men who are willing and able," all those who needed a home, a ground in which to lay their roots. After all, it is not possible to live without a fatherland, or "matria," as Miguel de Unamuno preferred to call it, given that mothers are the real basis of our existence. But most of those men found a different kind of poverty here, brought on by solitude and nostalgia; as the boat that carried them here steamed out of the harbor, they saw, their faces streaked with tears, their mothers, children, brothers, and sisters retreat toward death, knowing they would never see them again.

Out of that incurable sorrow was born the strange melody called the tango. The virtuoso Enrique Santos Discépolo, the greatest composer of tangos, once defined the tango as a melancholy thought that is danced. Without realizing it, these unpretentious musicians, using whatever instruments they had around-a violin here, a flute there, a guitar-wrote a crucial part of our history. What sailor, from what German port-town, brought over the instrument that would mark this music most deeply and dramatically-the bandoneón? That humble instrument, which was created in order to serve God in the streets intoning Lutheran melodies, found its destiny thousands of leagues away. With the bandoneón, somber and sacred, man was able to express his deepest emotions.“

 

 

 

 

ErnestoSabato
Ernesto Sabato (Rojas, 24 juni 1911)

 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook mijn blog van 24 juni 2006   en ook mijn blog van 24 juni 2007 en ook mijn blog van 24 juni 2008.

 

 

 

La maison natale

 

III

 

Je m’éveillai, c’était la maison natale,

Il faisait nuit, des arbres se pressaient

De toutes parts autour de notre porte,

J’étais seul sur le seuil dans le vent froid,

Mais non, nullement seul, car deux grands êtres

Se parlaient au-dessus de moi, à travers moi.

L’un, derrière, une vieille femme, courbe, mauvaise,

L’autre debout dehors comme une lampe,

Belle, tenant la coupe qu’on lui offrait,

Buvant avidement de toute sa soif.

Ai-je voulu me moquer, certes non,

Plutôt ai-je poussé un cri d’amour

Mais avec la bizarrerie du désespoir,

Et le poison fut partout dans mes membres,

Cérès moquée brisa qui l’avait aimée.

Ainsi parle aujourd’hui la vie murée dans la vie.

 

 

 

IV

 

Une autre fois.

Il faisait nuit encore. De l’eau glissait

Silencieusement sur le sol noir,

Et je savais que je n’aurais pour tâche

Que de me souvenir, et je riais,

Je me penchais, je prenais dans la boue

Une brassée de branches et de feuilles,

J’en soulevais la masse, qui ruisselait

Dans mes bras resserrés contre mon cœur,

Que faire de ce bois où de tant d’absence

Montait pourtant le bruit de la couleur,

Peu importe, j’allais en hâte, à la recherche

D’au moins quelque hangar, sous cette charge

De branches qui avaient de toute part

Des angles, des élancements, des pointes, des cris.

 

Et des voix, qui jetaient des ombres sur la route,

Ou m’appelaient, et je me retournais,

Le cœur précipité, sur la route vide.

 

 

 

 

 

bonnefoy
Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Oden schrijft vooral historische romans over het oude Perzië en Egypte. Zijn debuutroman uit 2005 Men of Bronze werd door de kritiek goed ontvangen. In 2006 verscheen Memnon. Tegenwoordig is hij fulltime schrijver.

 

Uit: Men of Bronze

 

“In the blue predawn twilight, a mist rose from the Nile's surface, flowing up the reed-choked banks and into the ruined streets of Leontopolis. Remnants of monumental architecture floated like islands of stone on a calm morning sea. Streamers of moisture swirled around statues of long-dead pharaohs, flowed past stumps of columns broken off like rotted teeth, and coursed down sandstone steps worn paper-thin by the passage of years. As the sky above grew translucent, streaked with amber and gold, a funerary shroud settled over the City of Lions, a mantle that disguised the approach of armed men.

From the desert came two score and ten dark shapes, clad Greek-fashion in leather cuirasses and studded kilts, Corinthian helmets perched atop their foreheads. Bowl-shaped shields hung from their shoulders by gripcords of plaited hemp, freeing each man to wield a short, recurved bow. They moved in earnest, silent, a company of phantoms drifting through the fog.

The Medjay had come to Leontopolis.

Medjay. The soldiers bearing this appellation were the most savage of Pharaoh's mercenaries. They were a cadre of outcasts, criminals in their own lands, who banded together under Egypt's banner to dedicate their lives to the gods of violence.”

 

 

 

 

Oden
Scott Oden
(Columbus, 24 juni 1967)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en criticus Kurt Kusenberg werd geboren op 24 juni 1904 in Göteborg. Zijn jeugd bracht hij door in Lissabon en daar bezocht hij ook de burgerschool. Bij het uitbreken van WO I keerde de familie naar Duitsland terug. Vanaf 1922 studeerde hij in München kunstgeschiedenis. Later verhuisde hij naar Berlijn en in 1926 naar Freiburg im Breisgau. Vanaf 1930 werkte hij als o.a. criticus bij Die Weltkunst en de Vossische Zeitung. Vanaf 1947 leefde hij als zelfstandig schrijver in München en Hamburg. Bij uitgeverij Rowohlt gaf hij vanaf 1958 de beroemde serie Rowohlts monographien uit.

 

Uit: Magie des Lesens

 

“Das Lesen ist die reine Zauberei. Da sitzt Einer im muffigen Eisenbahnabteil, eingeklemmt zwischen Mitreisende, die Binsenwahrheiten austauschen, und merkt von alledem nichts, denn er ist weit fort und auf sehr glückliche Art einsam, obwohl er nicht allein ist. Oder es liegt da Einer bäuchlings auf einer Wiese, den Kopf in die Arme gestützt, ganz allein und doch nicht einsam, sondern in großer Gesellschaft, im Rundgespräch mit erhabenen, mit feurigen Geistern, und die Stimmen in der Luft hört nur er. Ja: sie lesen, die Beiden, sie lassen sich entrücken, in die geistige Landschaft ihrer Wahl. Sie zaubern sich fort; man könnte aber ebensogut sagen, daß sie ein gewaltiges Stück Welt zu sich her zaubern, ins Eisenbahnabteil, auf die Wiese. Wo Zeit und Raum übersprungen werden, kommt es nicht darauf an, in welcher Richtung gezaubert wird.

Erstaunlicher noch ist das Instrument, welches der zauberische und bezauberte Leser in der Hand hält: ein Päckchen Papier mit Schriftzeichen, sonst nichts. Von links nach rechts, von links nach rechts gleiten seine Augen über Reihen von Buchstaben: trockene Zeichen, die keine Bilder mehr sind wie einst, sondern völlig abstrakte Gebilde, 25 an der Zahl, und die - jeweils ein wenig verstellt -Wörter ergeben und Sätze, also auch nichts Besonderes. Dies bißchen bedruckte Papier aber (man kann es kaum glauben) ist fähig, den Lesenden zu unterhalten, zu erheben oder zu erschüttern, ihm Gedanken und Empfindungen einzugeben, ihn unter Menschen und in Länder zu versetzen, die er nie gekannt hat und die nun plötzlich sein sind, für immer.”

 

 

 

 

Kusenberg
Kurt Kusenberg (24 juni 1904 – 3 oktober 1983)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Haar vader was bestuursambtenaar en werd regelmatig overgeplaatst. Het gezin reisde mee naar Atjeh en later naar een kleine garnizoensplaats. Tussen 1913 en 1915 volgde Madelon, zoals haar roepnam was, in Deventer de meisjes-HBS. Van 1917 tot 1926 was zij gehuwd met de Delische rubberplanter Hendrik Doffegnies. Met hem kreeg ze twee dochters. Ze begon verhalen te schrijven die de Hongaarse planter László Székely liet plaatsen in een krant op Sumatra. In 1926 werd het huwelijk van Lulofs en Doffegnies ontbonden en hertrouwde Lulofs met Székely. Met hem kreeg zij nog een dochter. Het echtpaar verhuisde naar Sumatra en Székely-Lulofs publiceerde verhalen in het Hollandse tijdschrift Groot Nederland. In 1931 maakte ze haar debuut als romanschrijfster met Rubber. Mede door een lawine aan kritieken werd Rubber meteen een bestseller. De roman werd in vijftien talen vertaald, onder andere in het Engels, Duits ('Gummi', Berlijn, 1934) Frans, Zweeds, Deens, Fins, Tsjechisch, Hongaars, Maleis en Spaans. Ook werd het boek verfilmd. Deze en de volgende romans van Székely-Lulofs gaven een een onthullend beeld van het leven van planters en koelies in Nederlands-Indië. Rubber werd om die reden in Nederlands-Indië zelf slecht ontvangen.

 

Uit: Rubber

 

“DERTIG kilometer voorbij Randjah, een kleine binnenplaats op de Oostkust van Sumatra, boog zich van den grooten gouvernements weg een steenig pad af. Het kronkelde eerst langs een paar verwaarloosde inlandsche rubbertuinen. De schrale en verkwijnende hevea's schenen daar met moeite hun bestaan te verdedigen tegen de haast gretige groeiïng van weer opschietend bosch, waarin allerlei klimplanten door elkaar woekerden en, behalve de hevea's, ook de triestige vrucht-boomen trachtten te verstikken, die er bij ongeluk ontkiemd waren. Dan wond zich deze smalle weg, slechter en slechter wordend, voorbij een paar armelijke maleische kampongs, tot aan de rivier. Daar knapte hij ineens af, doorgesneden door de trage, breede, bruine rivier, om aan de overzijde van den stroom weer tegen den steilen oever op te kruipen en zich voort te zetten door het oerbosch.

 

Bij de rivier was het oude rammelende en piepende huurfordje met knersend geluid van remmen tot staan gekomen. De inlandsche chauffeur kroop achter het stuur vandaan, liep naar den oever en slaakte een doordringenden kreet, die beantwoord werd èrgens uit de dichte begroeiïng langs den stroom.

‘Is de veerman er weer niet?’ mopperde John van Laer die achter in de auto zat. Hij was assistent op de nieuwe rubberontginning van de groote Amerikaansche rubbermaatschappij: de Sumatra Hevea Coy., en kwam terug uit Randjah, van het hoofdkantoor, waarheen zijn manager van der Meulen hem gezonden had om het geld voor de half-maandelijksche uitbetaling der contractanten te halen.

 

 

 

 

Madelon_Szekely-Lulofs
Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse satiricus, schrijver van korte verhalen en criticus, uitgever en journalist Ambrose Gwinnett Bierce werd geboren in Meigs County, Ohio op 24 juni 1842. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007.

 

Uit: THE DEVIL'S DICTIONARY

 

ABSENT, adj.

Peculiarly exposed to the tooth of detraction; vilifed; hopelessly in the wrong; superseded in the consideration and affection of another.

    To men a man is but a mind.  Who cares

    What face he carries or what form he wears?

    But woman's body is the woman.  O,

    Stay thou, my sweetheart, and do never go,

    But heed the warning words the sage hath said:

    A woman absent is a woman dead.

                                                            Jogo Tyree

 

ABSENTEE, n.

A person with an income who has had the forethought to remove himself from the sphere of exaction.

ABSOLUTE, adj.

Independent, irresponsible. An absolute monarchy is one in which the sovereign does as he pleases so long as he pleases the assassins. Not many absolute monarchies are left, most of them having been replaced by limited monarchies, where the sovereign's power for evil (and for good) is greatly curtailed, and by republics, which are governed by chance.

ABSTAINER, n.

A weak person who yields to the temptation of denying himself a pleasure. A total abstainer is one who abstains from everything but abstention, and especially from inactivity in the affairs of others.

    Said a man to a crapulent youth:  "I thought

        You a total abstainer, my son."

    "So I am, so I am," said the scrapgrace caught --

        "But not, sir, a bigoted one."

                                                                  G.J.““

 

 

 

 

bierce
Ambrose Bierce (24 juni 1842 - ? 1913/1914)

Portret door Tom Redman

 

 

 

 

 

De Spaanse heilige, mystiek dichter en kerkleraar  Johannes van het Kruis (Spaans: Juan de la Cruz; eigenlijke naam Juan de Yepes) werd geboren op  24 juni 1542 in Fontiveros bij Avila. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007  en ook mijn blog van 24 juni 2008.

 

 

 

Donkere Nacht (Fragment)

 

In een nacht, aardedonker,
in brand geraakt en radeloos van liefde,
- en hoe had ik geluk!-
ging ik eruit en niemand
die het merkte - want mijn huis lag reeds te slapen.

 

In het donker, geheel veilig
langs de geheime trap en in vermomming,
- en hoe had ik geluk! -
in het donker, ongezien ook,
want alles in mijn huis lag reeds te slapen.

 

In de nacht die de kans geeft,
in het geheim, zodat geen mens mij zien kon
en ook ikzelf niets waarnam:
ik had geen ander leidslicht
dan wat er in mijn eigen binnenste brandde.

 

Dat was het dat mij leidde
- zekerder dan het zonlicht op de middag -
daarheen waar op mij wachtte,
van Wie ik zeker zijn kon
en op een plaats waar niemand ooit zou komen.

 

 

 

 

Vertaald door H. Blommestijn en F.M. Maas

 

 

 

 

JohnoftheCross
Johannes van het Kruis (24 juni 1542 – 14 december 1591)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en filosoof Jean-Baptiste de Boyer, Marquis d'Argens werd geboren op 24 juni 1704 in Aix-en-Provence. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007.

 

Uit: Thérèse philosophe

 

“Trahirai-je la confiance de gens à qui j’ai les plus grandes Obligations, puisque ce sont les actions des uns et les sages réflexions des autres qui, par gradation, m’ont dessillé les yeux sur les préjugés de ma jeunesse ? Mais si l’exemple, dites-vous, et le raisonnement ont fait votre bonheur, pourquoi ne pas tâcher à contribuer à celui des autres par les mêmes voies, par l’exemple et par le raisonnement ? Pourquoi crainte d’écrire des vérités utiles au bien de la société ? Eh bien ! mon cher bienfaiteur, je ne résiste plus : écrivons, mon ingénuité me tiendra lieu d’un style épuré chez les personnes qui pensent, et je crains peu les sots. Non, vous n’essuierez jamais un refus de votre tendre Thérèse, Vous verrez tous les replis de son cœur dès la plus tendre enfance, son âme tout entière va se développer dans les détails des petites aventures qui l’ont conduite, comme malgré elle, pas à pas au comble de la volupté. »

 

 

 

 

argens
Jean-Baptiste Boyer d'Argens (24 juni 1704 – 11 januari 1771)

 

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren in 1962 in Neuss. Toto 1990 studeerde hij Duits en Engels in Keulen. Hij begon met gedichten en essays. Daarnaast vertaalde hij poëzie uit het Engels en het Deens. Oorspronkelijk schreef Hummelt experimentele gedichten in navolging van Rolf Dieter Brinkmann en Thomas Kling. Vanaf zijn tweede bundel „singtrieb“ gebruikte hij weer traditionelere technieken. Van 1988 tot 1992 gaf hij leiding aan de Kölner Autorenwerkstatt. Verder doceerde hij aan het DeutschenLiteraturinstitut Leipzig en is hij redacteur van het tijdschrift Text + Kritik.

 

 

mohn

 

vorhin war fulda. das fahle licht der deckenleuchten

des großraumwagens spiegelt sich ständig vor mir

im fenster. du schreibst bei dir ist es bedeckt u. kühl

 

mein herzklopfen stört mich das trübe gefühl schon

auf der hinfahrt flog es mich an draußen die wiesen

viel wald u. die wolken was ich auch sehe es tut mir

 

nicht gut die alte drangsal in meinem blut. vorgestern

war das wogende grün u. wind im hof wie sich der

baum bewegte ich hörte die warnenden rufe der elster

 

sie flog mir nach aus einem andern leben da war ein

baum im hof doch eines morgens licht u. eine stimme

von weit her spricht: kassel liegt hinter uns. noch immer

 

sind es gut zweieinhalb stunden unruhig bin ich u.

älter als du u. rase reglos auf göttingen zu u. sehe

die böschungen rot vor mohn u. kann meine haltlos

 

rinnende zeit keinem der ziehenden bilder versprechen.

das u. die unerträgliche frist bis du mich nach dem streit

wieder küßt läßt mich bis hildesheim sicher zerbrechen.

 

 

 

 

Hummelt
Norbert Hummelt (Neuss, 1962)

 

 

23-06-09

Pascal Mercier, David Leavitt, Anna Achmatova, Richard Bach, Jean Anouilh, Urs Jaeggi, Wolfgang Koeppen, Robert C. Hunter


De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008.

 

Uit: Der Klavierstimmer

 

“Jetzt, da alles vorbei ist, wollen wir aufschreiben, wie wir es erlebt haben. Wir werden den Erinnerungen allein gegenübertreten, ohne Verführung durch die Gegenwart des anderen. Die Berichte sollen wahrhaftig sein, ganz gleich, wie groß der Schmerz sein mag beim Lesen. Das haben

wir uns versprochen. Nur so, hast du gesagt, vermöchten wir den Kerker unserer Liebe zu zerschlagen, die mit der gemeinsamen Geburt begann und bis zum heutigen Tage gedauert hat.

Nur so könnten wir frei werden voneinander.

Du hast es gesagt, als wir in der Küche standen und die letzten Schlucke Kaffee aus den Zwillingsbechern tranken, die Maman am Abend meiner Ankunft aus dem hintersten Winkel des Buffets hervorgekramt hatte. Ihre Hände zitterten, und es wäre unmöglich gewesen, sie in ihrem verlorenen Lächeln, hinter dem sie einen Sprung in die unversehrte Vergangenheit versuchte, zu enttäuschen. So haben wir einen unsicheren Blick getauscht und die beiden blaßgelben Becher in die Hand genommen, du den heilen, ich denjenigen mit dem Sprung; wie früher.

Wenn wir uns, weil wir keinen Schlaf fanden, nachts in der Küche trafen, hielten wir die Becher wie damals, und es schien mir, als würden sich unsere Bewegungen mit jedem Mal wieder ähnlicher. Nur angestoßen haben wir mit unserem Kaffee nicht wie früher, obwohl wir beide vom anderen wußten, daß er daran dachte. (In diesen Tagen waren wir füreinander wie aus Glas: hart und zerbrechlich zugleich, und in den Gedanken vollkommen durchsichtig.)”

 

 

 

 

mercier
Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008.

 

Uit: The Marble Quilt

 

'Crossing St. Gotthard

It was the tunnel--its imminence--that all of them were contemplating that afternoon on the train, each in a different way; the tunnel, at nine miles the longest in the world, slicing under the gelid landscape of the St. Gotthard Pass. To Irene it was an object of dread. She feared enclosure in small spaces, had heard from Maisie Withers that during the crossing the carriage heated up to a boiling pitch. "I was as black as a nigger from the soot," Maisie Withers said. "People have died." "Never again," Maisie Withers concluded, pouring lemonade in her sitting room in Hartford, and meaning never again the tunnel but also (Irene knew) never again Italy, never again Europe; for Maisie was a gullible woman, and during her tour had had her pocketbook stolen.

And it was not only Maisie Withers, Irene reflected now (watching, across the way, her son Grady, his nose flat against the glass), but also her own ancient terror of windowless rooms, of corners, that since their docking in Liverpool had brought the prospect of the tunnel looming before her, black as death itself (a being which, as she approached fifty, she was trying to muster the courage to meet eye to eye), until she found herself counting first the weeks, then the days, then the hours leading up to the inevitable reckoning: the train slipping into the dark, into the mountain. (It was half a mile deep, Grady kept reminding her, half a mile of solid rock separating earth from sky.) Irene remembered a ghost story she'd read as a girl--a man believed to be dead wakes in his coffin. Was it too late to hire a carriage, then, to go over the pass, as Toby had?

But no. Winter had already started up there. Oh, if she'd had her way, they'd have taken a different route; only Grady would have been disappointed, and since his brother's death she dared not disappoint Grady. He longed for the tunnel as ardently as his mother dreaded it.

"Mama, is it coming soon?"

"Yes, dear."

"But you said half an hour."

"Hush, Grady! I'm not a clock."

 

 

 

 

 

leavitt
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

 

 

 

 

De Russische dichteres Anna Andréjevna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook mijn blog van 23 juni 2006 en ook mijn blog van 23 juni 2007  en ook mijn blog van 23 juni 2008.

 

 

 

Requiem

 

Ik weefde een kleed voor hem uit wat zij zelf
in schuchtere zinnetjes hadden gezegd.
Altijd, overal draag ik hem in mijn hart,
ik blijf hem gedenken in komende smart.
En als mijn gemartelde stem wordt gesnoerd
die schreeuwend de honderd miljoen heeft verwoord,
Dan moge ik evenzo worden herdacht
door hen, op de avond van mijn dodenwacht.

 

 

 

 

Laatste toast

 

Op mijn bestaan vol nijd en spijt,
Ons huis in stof en as,
Ons samenzijn in eenzaamheid,
Op jou hef ik het glas,
En op die ogen, kil en dof,
Die mond, die mij verried,
En op de wereld, wreed en grof,
Op God, die ons verliet.

 

 

 

 

Vertaald door Hans Boland

 

 

 

 

 

 

achmatova
Anna Achmatova (23 juni 1889 - 5 maart 1966)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007.

 

Uit: Illisions

 

“Once there lived a village of creatures along the bottom of a great crystal river.

The current of the river swept silently over them all - young and old, rich and poor, good and evil, the current going its own way, knowing only its own crystal self.

Each creature in its own manner clung tightly to the twigs and rocks at the river bottom, for clinging was their way of life, and resisting the current what each had learned from birth.

But one creature said at last, 'I am tired of clinging. Though I cannot see it with my eyes, I trust that the current knows where it is going. I shall let go, and let it take me where it will. Clinging, I shall die of boredom.'

The other creatures laughed and said, 'Fool! Let go, and that current you worship will throw you tumbled and smashed across the rocks, and you shall die quicker than boredom!'

But the one heeded them not, and taking a breath did let go, and at once was tumbled and smashed by the current across the rocks.

Yet in time, as the creature refused to cling again, the current lifted him free from the bottom, and he was bruised and hurt no more.

And the creatures downstream, to whom he was a stranger, cried, 'See a miracle! A creature like ourselves, yet he flies! See the Messiah, come to save us all!'

And the one carried in the current said, 'I am no more Messiah than you. The river delights to lift us free, if only we dare let go. Our true work is this voyage, this adventure.'

 

 

 

 

Richard_Bach
Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)

 

 

 

 

 

De Franse (toneel)schrijver Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008.

 

Uit: Becket ou L'Honneur de Dieu

 

“Becket : Serait-il sain d'aller mendier, sur les routes d'Europe, une place disputée à la peur, où ma carcasse serait en sécurité ?... Je suis Archevêque primat d'Angleterre. C'est une étiquette un peu voyante dans mon dos. L'honneur de Dieu et la raison qui, pour une fois coïncident, veulent qu'au lieu de risquer le coup de couteau d'un homme de main obscur, sur une route, j'aille me faire tuer - si je dois me faire tuer - coiffé de ma mitre, vêtu de ma chape dorée et ma croix d'argent en main, au milieu de mes brebis, dans mon Église primatiale. Ce lieu seul est décent pour moi. »

 

 

 

 

Jean_Anouilh
Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver, kunstenaar en socioloog Urs Jaeggi werd geboren op 23 juni 1931 in Solothurn. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008.

 

 

 

ICHWERWOWIRICH (Fragment)

 

Ist mein Hirn ein Fremder oder eine Fremde?
Wo bin ich, wenn Ich ein Anderer ist?
Was wären meine Hände ohne meine Augen?
Was tun meine Ohren ohne meine Füsse?
Was wäre mein Mund ohne meine Zunge?
Dürfen meine Hände alles, was mir verboten ist?
Was wäre meine Zunge ohne meinen Mund?
Was weiss ich von meinen Händen?
Was weiss ich von meinem Hirn, meinen Augen, meiner Nase, meinem Geschlechtsteil?
Mache ich mich oder werde ich gemacht oder gibt es etwas Drittes?
Sich einzeichnen in die eigenen Augen, bis es fremde sind.
Was macht ein Glied ohne Körper?
Da er nicht einer, sondern mehrere zugleich ist, kann er nicht sich selbst wählen (Cioran).
Die strengen Ichs lachen. Sie erzählen sich viele Geschichten, ohne sie zu erzählen.
Die Gesellschaft, ohne mich, bleibt Gesellschaft.
Das Kapital ohne mich bleibt Kapital.
Das Kapital ohne die Andern gäbe es nicht.
Gibt es Bilder ohne die Andern?
Hat man mich erfunden?

 

 

 

 

jaegi
Urs Jaeggi (Solothurn,  23 juni 1931)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Wolfgang Arthur Reinhold Koeppen (eig. Köppen) werd geboren op 23 juni 1906 in Greifswald. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008.

 

Uit: Tauben im Gras

 

Flieger waren über der Stadt, unheilkündende Vögel. Der Lärm der Motoren war Donner, war Hagel, war Sturm. Sturm, Hagel und Donner, täglich und nächtlich, Anflug und Abflug, Übungen des Todes, ein hohles Getöse, ein Beben, ein Erinnern in den Ruinen. Noch waren die Bombenschächte der Flugzeuge leer. Die Auguren lächelten. Niemand blickte zum Himmel auf.
Öl aus den Adern der Erde, Steinöl, Quellenblut, Fett der Saurier, Panzer der Echsen, das Grün der Farnwälder, die Riesenschachtelhalme, versunkene Natur, Zeit vor dem Menschen, vergrabenes Erbe, von Zwergen bewacht, geizig, zauberkundig und böse, die Sagen, die Märchen, der Teufelsschatz: er wurde ans Licht geholt, er wurde dienstbar gemacht. Was schrieben die Zeitungen? Krieg um Öl, Verschärfung im Konflikt, der Volkswille, das Öl den Eingeborenen, die Flotte ohne Öl, Anschlag auf die Pipeline, Truppen schützen Bohrtürme, Schah heiratet, Intrigen um den Pfauenthron, die Russen im Hintergrund, Flugzeugträger im Persischen Golf. Das Öl hielt die Flieger am Himmel, es hielt die Presse in Atem, es ängstigte die Menschen und trieb mit schwächeren Detonationen die leichten Motorräder der Zeitungsfahrer. Mit klammen Händen, mißmutig, fluchend, windgeschüttelt, regennaß, bierdumpf, tabakverbeizt, unausgeschlafen, alpgequält, auf der Haut noch den Hauch des Nachtgenossen, des Lebensgefährten, Reißen in der Schulter, Rheuma im Knie, empfingen die Händler die druckfrische Ware.
Das Frühjahr war kalt. Das Neueste wärmte nicht. Spannung, Konflikt, man lebte im Spannungsfeld, östliche Welt, westliche Welt, man lebte an der Nahtstelle, vielleicht an der Bruchstelle, die Zeit war kostbar, sie war eine Atempause auf dem Schlachtfeld, und man hatte noch nicht richtig Atem geholt, wieder wurde gerüstet, die Rüstung verteuerte das Leben, die Rüstung schränkte die Freude ein, hier und dort horteten sie Pulver, den Erdball in die Luft zu sprengen, Atomversuche in Neu-Mexiko, Atomfabriken im Ural, sie bohrten Sprengkammern in das notdürftig geflickte Gemäuer der Brücken, sie redeten von Aufbau und bereiteten den Abbruch vor, sie ließen weiter zerbrechen, was schon angebrochen war: Deutschland war in zwei Teile gebrochen.”

 

 

 

 

koeppen
Wolfgang Koeppen (23  juni 1906 – 15 maart 1996)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en tekstschrijver Robert C. Hunter werd geboren op 23 juni 1941 in San Luis Obispo, California. Hij is in eerste instantie bekend geworden door zijn werk als tekstschrijver voor de band The Grateful Dead. Hij was al vroeg bevriend met Jerry Garcia, het boegbeeld van de band. In de vroege jaren zestig traden ze samen op in bluegrass bands. Toen The Grateful Dead in 1994 opgenomen werd in de Rock and Roll Hall of Fame werd Hunter tot officieel bandlid benoemd. De meeste songs schreef Garcia samen met hem. Hunter publiceerde verder ook eigen dichtbundels en vertalingen van Rainer Maria Rilkes Sonnetten aan Orpheus en De Elegieën van Duino.

 

 

Ripple

 

If my words did glow with the gold of sunshine

And my tunes were played on the harp unstrung

Would you hear my voice come through the music

Would you hold it near as it were your own?

 

It's a hand-me-down, the thoughts are broken

Perhaps they're better left unsung

I don't know, don't really care

Let there be songs to fill the air

 

     Ripple in still water

     When there is no pebble tossed

     Nor wind to blow

 

Reach out your hand if your cup be empty

If your cup is full may it be again

Let it be known there is a fountain

That was not made by the hands of men

 

There is a road, no simple highway

Between the dawn and the dark of night

And if you go no one may follow

That path is for your steps alone

 

     Ripple in still water

     When there is no pebble tossed

     Nor wind to blow

 

You who choose to lead must follow

But if you fall you fall alone

If you should stand then who's to guide you?

If I knew the way I would take you home

 

 

 

 

 

Hunter
Robert C. Hunter (San Luis Obispo, 23 juni 1941)

 

 

22-06-09

Nescio, Erich Maria Remarque, Dan Brown, Xavier Grall, Tadeusz Konwicki, Anne Morrow Lindbergh, Johannes Baader, Ida von Hahn-Hahn, Henry Rider Haggard, Jacques Delille


De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

 

Uit: De Uitvreter

 

Jij weet niet wat handel is, Koekebakker, anders zou je der niet om lachen. Om te beginnen ga je tot je achttiende jaar op school. Heb jij ooit geweten hoeveel schapen er in Australië zijn en hoe diep 't Suezkanaal is?
Nou juist, daar heb je het. Ik heb dat geweten. Weet jij wat polarisatie is?
Ik ook niet, maar ik heb 't geweten. De raarste dingen heb ik moeten leeren. Vertaal in 't Fransch: 'onder benefice van inventaris'. Ga der maar tegen aan staan. Je hebt er geen begrip van, Koekebakker. Dat duurt zoo jaren. Dan doet je ouwe heer je op een kantoor. Dan merk je, dat je al die dingen geleerd hebt om met een kwast papier nat temaken. Overigens is 't ‘t ouwe gedonderjaag, 's morgens om negen uur present en urenlang stil zitten. Ik vond dat ik op die manier niet opschoot. Ik kwam altijd te laat, ik probeerde wel op tijd te komen, maar 't wou niet meer, ik had 't zooveel jaren gedaan. En taai. Ze zeiden dat ik alles verkeerd deed, daar zullen ze wel gelijk aan gehad hebben. Ik wilde wel, maar ik kon niet, ik ben geen kerel om te werken. Ze zeiden, dat ik de anderen van hun werk hield. Ook daarin zullen ze wel gelijk gehad hebben. Als ik klaagde, dat ik 't niks lollig vond en vroeg of ik daarvoor nu op school al die wonderlijke dingen had geleerd, dan zei de ouwe boekhouder: 'Ja jongetje, het leven is geen roman.' Bakken vertellen, dat kon ik en dat vonden ze leuk ook, maar ze waren er niet tevreden mee. De ouwe boekhouder wist al heel gauw niet wat hij met me doen moest. Als de baas er niet was maakte ik dierengeluiden, zong komieke liedjes, die ze nog nooit hadden gehoord. De zoon van den baas was een ingebeelde kwajongen; af en toe kwam i op kantoor om centen te halen. Hij sprak vreeselijk gemaakt en keek met een allerellendigst, door niets gemotiveerd vertoon van superioriteit naar de bedienden van zijn pa. De lui lachten zich een beroerte als ik dien jongeheer nadeed.
Ik heb daar ook nog een schrijfmachine bedorven en een boek weggemaakt. Toen hebben ze me aan een toestel gezet, dat ze de 'guillotine' noemden. Daar moest ik monsters mee knippen. Dagen lang heb ik daaraan gestaan: alle monsters werden scheef. De lui hadden 't wel in de gaten, ze hadden niets anders verwacht. Ze hadden me daar alleen maar aan gezet om erger te voorkomen.“

 

 

 

 

Nescio
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren op 22 juni 1898. Zie ook mijn blog van 22 juni 2006 en ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

 

Uit: Der schwarze Obelisk

 

Die Sonne scheint in das Büro der Grabdenkmalsfirma Heinrich Kroll & Söhne. Es ist April 1923, und das Geschäft geht gut. Das Frühjahr hat uns nicht im Stich gelassen, wir verkaufen glänzend und werden arm dadurch, aber was können wir machen - der Tod ist unerbittlich und nicht abzuweisen, und menschliche Trauer verlangt nun einmal nach Monumenten in Sandstein, Marmor und, wenn das Schuldgefühl oder die Erbschaft beträchtlich sind, sogar nach dem kostbaren schwarzen schwedischen Granit, allseitig poliert. Herbst und Frühjahr sind die besten Jahreszeiten für die Händler mit den Utensilien der Trauer - dann sterben mehr Menschen als im Sommer und im Winter -; im Herbst, weil die Säfte schwinden, und im Frühjahr, weil sie erwachen und den geschwächten Körper verzehren wie ein zu dicker Docht eine zu dünne Kerze. Das wenigstens behauptet unser rührigster Agent, der Totengräber Liebermann vom Stadtfriedhof, und der muß es wissen; er ist achtzig Jahre alt, hat über zehntausend Leichen eingegraben, sich von seiner Provision an Grabdenkmälern ein Haus am Fluß mit einem Garten und einer Forellenzucht gekauft und ist durch seinen Beruf ein abgeklärter Schnapstrinker geworden. Das einzige, was er haßt, ist das Krematorium der Stadt. Es ist unlautere Konkurrenz. Wir mögen es auch nicht. An Urnen ist nichts zu verdienen.“

 

 

 

 

remarque_e
Erich Maria Remarque (22 juni 1898 – 25 september 1970)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Dan Brown werd geboren in Exeter, New Hampshire, op 22 juni 1964. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

 

Uit: The Davinci Code

 

I told you already," the curator stammered, kneeling defenseless on the floor of the gallery. "I have no idea what you are talking about!"
"You are lying." The man stared at him, perfectly immobile except for the glint in his ghostly eyes. "You and your brethren possess something that is not yours."
The curator felt a surge of adrenalin. How could he possibly know this?
"Tonight the rightful guardians will be restored. Tell me where it is hidden, and you will live." The man leveled his gun at the curator's head. "Is it a secret you will die for?"
Saunière could not breathe.
The man tilted his head and closed one eye, peering down the barrel of his gun.
Saunière held up his hands in defense. "Wait," he said slowly. "I will tell you what you need to know." The curator spoke his next words carefully. The lie he told was one he had rehearsed many times…each time praying he would never have to use it.

When the curator had finished speaking, his assailant smiled smugly. "Yes. This is exactly what the others told me."
Saunière recoiled. The others?
"I found them, too," the huge man taunted. "All three of them. They confirmed what you have just said."
It cannot be! The curator's true identity, along with the identities of his three sénéchaux, was almost as sacred as the ancient secret they protected.
Saunière now realized his sénéchaux, following strict procedure, had told the same lie before their own deaths. It was part of the protocol.

 

 

 

 

Brown
Dan Brown (Exeter, 22 juni 1964)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Xavier Grall werd geboren op 22 juni 1930 in Landivisiau (Finistère). Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008.

 

 

Allez dire à la ville (Fragment)

 

Terre dure de dunes et de pluies

c'est ici que je loge

cherchez, vous ne me trouverez pas

c'est ici, c'est ici que les lézards

réinventent les menhirs

c'est ici que je m'invente

j'ai l'âge des légendes

j'ai deux mille ans

vous ne pouvez pas me connaître

je demeure dans la voix des bardes

0 rebelles, mes frères

dans les mares les méduses assassinent les algues

on ne s'invente jamais qu'au fond des querelles

 

Allez dire à la ville

que je ne reviendrai pas

dans mes racines je demeure

Allez dire à la ville qu'à Raguénuès et Kersidan

la mer conteste la rive

que les chardons accrochent la chair des enfants

que l'auroch bleu des marées

défonce le front des brandes

 

Allez dire à la ville

que c'est ici que je perdure

roulé aux temps anciens

des misaines et des haubans

Allez dire à la ville

que je ne reviendrai pas

 

Poètes et forbans ont même masure

les chaumes sont pleins de trésors et de rats

on ne reçoit ici que ceux qui sont en règle avec leur âme sans l'être avec la loi

les amis des grands vents

et les oiseaux perdus

Allez dire la ville

que je ne reviendrai pas

 

 

 

 

gralljeune
Xavier Grall (22 juni 1930 – 11 december 1981)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver en regisseur Tadeusz Konwicki werd geboren op 22 juni 1926 in Nowa Wilejka bij Vilnius. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007.

 

Uit: The Polish Complex (Vertaald door Richard Lourie)

 

„I was standing in line in front of a state-owned jewelry store. I was twenty-third in line. In a short while the chimes of Warsaw would announce that it was eleven o’clock in the morning. Then the locks on the great glass and metal doors would rattle open and we, the sneezing and sniffling customers, would invade the store’s elegant interior — though, of course, ours would be a well-disciplined invasion, each person keeping the place staked out during the long wait in line.

It was the day before Christmas, fairly cold, something between a late autumn day and one late in winter. There was a belated feeling about the day itself as well. Not fully illuminated, misty, sluggish. Stray snowflakes sailed through the icy air like poplar seeds. The tram cars huddled in herds on the broad trunk line, their bells clanging plaintively. A beggar familiar to all Warsaw sat himself down on the sidewalk near the jewelry store. He spread out his legs in the light, shifting snow to intimidate fainthearted passerby. But I knew that his prostheses, made of plastic and nickel, were hollow, and though they might freeze to the sidewalk, our beggar would feel no cold. Endless crowds of pedestrians rushed by along the walls. Occasionally one, lost in thought, would collide with another, yet would keep on walking without apology. Or one would jostle another with a Christmas tree, then curse him out. Some stumbled and fell but rose quickly, feeling no pain, and went on their way. Your usual day before Christmas.

This day was creeping across a little planet in a small solar system. The planet, called Earth, is a rocky oval filled with liquid lava; its surface is covered by thin layers of water, as well as by air, a volatile mixture of oxygen, hydrogen, nitrogen, and several other elements, each of which would pose a threat to its existence. Due to a confluence of favorable circumstances, life arose on this planet.

 

 

 

 

TadeuszKonwicki
Tadeusz Konwicki (Nowa Wilejka, 22 juni 1926)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en luchtvaartpionier Anne Morrow Lindbergh werd geboren op 22 juni 1906 in   Englewood, New Jersey. Anne studeerde aan het prestigieuze Smith College in Northampton (Massachusetts). Anne leerde Charles Lindbergh kennen toen haar vader, toen ambassadeur in Mexico, hem uitnodigde om zijn gast te zijn. Lindbergh had toen net zijn vlucht met de Spirit of St. Louis van New York naar Parijs achter de rug. Een jaar later trouwden ze. Nog een jaar later had zij - als eerste vrouw ter wereld - een Glider Pilot License. Anne en Charles kregen zes kinderen. De eerste zoon, Charles jr., werd in 1932 ontvoerd en vermoord toen hij twee jaar oud was. Er werd losgeld betaald, maar later bleek dat het kind meteen na de ontvoering was vermoord. Het proces van de moordenaar en ontvoerder was een nationale gebeurtenis die vrijwel dagelijks de voorpagina's haalde. De Lindberghs ontvingen dagelijks meer dan 60.000 adhesiebetuigingen uit het hele land.Onder druk van dit alles besloot het echtpaar naar Engeland te emigreren. Daar vonden ze onderdak in het huis Long Barn in Kent. Dat huis was eigendom van Harold Nicolson en diens vrouw Vita Sackville-West. Rond die tijd begon Anne Morrow met schrijven. Aanvankelijk waren dat vooral boeken over de eerste jaren van haar vliegervaringen. Later schreef zij ook gedichten en romans.

 

Uit: Gift from the Sea

 

„And then, some morning in the second week, the mind wakes, comes to life again. Not in a city sense – no—but beach-wise. It begins to drift, to play, to turn over in gentle careless rolls like those lazy waves on the beach. One never knows what chance treasures these easy unconscious rollers may toss up, on the smooth white sand of the conscious mind; what perfectly rounded stone, what rare shell from the ocean floor. Perhaps a channeled whelk, a moon shell, or even an argonaut.

But it must not be sought for or – heaven forbid! – dug for. No, no dredging of the sea-bottom here. That would defeat one’s purpose. The sea does not reward those who are too anxious, too greedy, or too impatient. To dig for treasures shows not only impatience and greed, but lack of faith. Patience, patience, patience, is what the sea teaches. Patience and faith. One should lie empty, open, choiceless as a beach – waiting for a gift from the sea.“

 

 

 

 

amlindbergh
Anne Morrow Lindbergh (22 juni 1906 - 7 februari 2001)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dadaïst en architekt Johannes Baader werd geboren op 22 juni 1875 in Stuttgart, waar hij later ook architectuur studeerde. In 1906 plande hij de bouw van een wereldtempel voor de „Internationale Religieuze Mensenbond“. In een serie brieven (14 Briefe Christi, 1914) gaf hij zich uit voor de wederopgestane Christus. Na een opzienbarende Christus-Happening in de Berlijnse Dom en in de Reichstag in Weimar nam hij in 1920 deel aan de eerste internationale Dada Beurs. Samen met Raoul Hausmann en Richard Hülsenbeck ging hij op toernee en richtte hij in 1921 de „Eerste Intertellurische Akademie“ op. Vanaf 1925 werkte hij als journalist in Hamburg.

 

Wer ist Dadaist?

 

Ein Dadaist ist ein Mensch, der das Leben in allen seinen unübersehbaren Gestalten liebt und der weiß und sagt: Nicht allein hier, sondern auch da, da, da ist das Leben! Also beherrscht auch der wahrhafte Dadaist das ganze Register der menschlichen Lebensäußerungen, angefangen von der grotesken Selbstpersiflage bis zum heiligsten Wort des Gottesdienstes auf der reif gewordenen, allen Menschen gehörenden Kugel Erde. Und ich werde dafür sorgen, daß auf dieser Erde Menschen leben künftig. menschen, die ihren geist in der Gewalt haben und mit diesem Geist die Menschheit neu schaffen.

 

Der Oberdada

 

 

 

 

baader_portrait1919
Johannes Baader (22 juni 1875 – 15 januari 1955)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ida von Hahn-Hahn werd geboren op 22 juni 1805 in Tressow (Schlingendorf). Zij geldt als een van de meest gelezen schrijfsters van haar tijd en haar werk werd vertaald in het Engels, Frans, Italiaans, Nederlands, Pools, Russisch en Zweeds. Zij kreeg erkenning van schrijvers als Keller, Eichendorff en Fontane. Toch was er ook kritiek op haar elitaire, aristocratische houding, haar maniërisme en het veelvuldig gebruik van vreemde woorden in haar teksten.

 

Uit: Gräfin Faustine

 

„In Norddeutschland gibt es wohl wenig lieblichere Punkte als die Brühlsche Terrasse in Dresden zur Frühlingszeit. An einem Junitage, frisch, grün und strahlend wie ein Smaragd, saßen mehrere junge Männer vor dem Baldinischen Pavillon, rauchten Zigarren, nahmen Gefrorenes oder Kaffee, musterten die Vorübergehenden und schwatzten eine Musterkarte von Unsinn durcheinander, wozu, wie sich von selbst versteht, Pferde, Theater und Frauen den Stoff lieferten.

Es war drei Uhr nachmittags und daher keine elegante Frau auf der Terrasse zu sehen. Sie speisten oder wollten speisen und fürchteten die Hitze, die Sonne, obgleich sich kühler, grüner, wehender Schatten über die Terrasse legte. Desto mehr mußte es auffallen, daß eine augenscheinlich dem höheren Stande angehörende Frau allein auf einer Bank saß, den Rücken dem Pavillon zugewandt, ungestört vom Geschwätz der Männer und vom unruhigen jauchzenden Treiben der Kinder, die mit und ohne Wärterinnen die Terrasse gleich Ameisen überdeckten. Aber es fiel keinem auf. Sie mußte also eine Erscheinung sein, die jedermann kannte und um die sich niemand kümmerte. Sie zeichnete emsig. Ein Bedienter stand wie eine Bildsäule seitwärts hinter ihr und hielt einen Sonnenschirm so, daß weder ein blendender Lichtstrahl noch ein zitternder Schatten des Laubes Auge, Hand und Papier der Gebieterin treffen konnte. Ihr großes dunkles Auge flog mit einem schnellen scharfen Aufschlag hin und her zwischen Gegend und Zeichnung, und die feine Hand, ohne Scheu vor der Luft, der größern Festigkeit wegen des Handschuhs entledigt, folgte gewandt dem Blick. Sie war ganz in ihre Arbeit vertieft.”

 

 

 

 

hahnh
Ida von Hahn-Hahn (22 juni 1805 – 12 januari 1880)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Henry Rider Haggard werd geboren in Norfolk op 22 juni 1856. Zie ook mijn   blog van 22 juni 2007.

 

Uit: King Solomon's Mines

 

„In two hours time, about four o'clock, I woke up. As soon as the first heavy demand of bodily fatigue had been satisfied, the torturing thirst from which I was suffering asserted itself I could sleep no more. I had been dreaming that I was bathing in a running stream, with green banks and trees upon them, and I awoke to find myself in that arid wilderness, and to remember that, as Umbopa had said, if we did not find water that day we must certainly perish miserably. No human creature could live long without water in that heat. I sat up and rubbed my grimy face with my dry and horny hands. My lips and eyelids were stuck together, and it was only after some rubbing and with an effort that I was able to open them. It was not far off the dawn, but there was none of the bright feel of dawn in the air, which was thick with a hot murkiness I cannot describe. The others were still sleeping. Presently it began to grow light enough to read, so I drew out a little pocket copy of the Ingoldsby Legends I had brought with me, and read the 'Jackdaw of Rheims'. When I got to where

 

A nice little boy held a golden ewer,

Embossed, and filled with water as pure

As any that flows between Rheims and Namur,

 

I literally smacked my cracked lips, or rather tried to smack them. The mere thought of that pure water made me mad. If the Cardinal had been there with his bell, book, and candle, I would have whipped in and drunk his water up, yes, even if he had already filled it with the suds of soap worthy of washing the hands of the Pope, and I knew that the whole concentrated curse of the Catholic Church should fall upon me for so doing.“

 

 

 

 

haggard_henry
Henry Rider Haggard (22 juni 1856 - 14 mei 1925)

 

 

 

De Franse dichter Jacques Delille werd geboren op 22 juni 1738 in Clermont-Ferrand. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007.

 

 

Le doux printemps revient...

 

Le doux printemps revient, et ranime à la fois

Les oiseaux, les zéphirs, et les fleurs, et ma voix.

Pour quel sujet nouveau dois-je monter ma lyre ?

Ah ! Lorsque d'un long deuil la terre enfin respire,

Dans les champs, dans les bois, sur les monts d'alentour,

Quand tout rit de bonheur, d'espérance et d'amour,

Qu'un autre ouvre aux grands noms les fastes de la gloire ;

Sur un char foudroyant qu'il place la victoire ;

Que la coupe d'Atrée ensanglante ses mains :

Flore a souri ; ma voix va chanter les jardins.

Je dirai comment l'art, dans de frais paysages,

Dirige l'eau, les fleurs, les gazons, les ombrages.

Toi donc, qui, mariant la grace et la vigueur,

Sais du chant didactique animer la langueur,

Ô muse ! Si jadis, dans les vers de Lucrèce,

Des austères leçons tu polis la rudesse ;

Si par toi, sans flétrir le langage des dieux,

Son rival a chanté le soc laborieux ;

Viens orner un sujet plus riche, plus fertile,

Dont le charme autrefois avoit tenté Virgile.

N'empruntons point ici d'ornement étranger ;

Viens, de mes propres fleurs mon front va s'ombrager ;

Et, comme un rayon pur colore un beau nuage,

Des couleurs du sujet je tiendrai mon langage.

L'art innocent et doux que célèbrent mes vers,

Remonte aux plus beaux jours de l'antique univers.

 

 

 

 

delille
Jacques Delille (22 juni 1738 – 1 mei 1813)

 

 

21-06-09

Françoise Sagan, Ian McEwan, Alon Hilu, Patrick Lowie, Wulf Kirsten, Robert Menasse, Jean-Paul Sartre, Machado de Assis, Chitra Gajadin, Helmut Heißenbüttel


De Franse schrijfster Françoise Sagan (pseudoniem van Françoise Quoirez) werd geboren in Cajarc, Lot op 21 juni 1935. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

Uit : Bonjour tristesse

 

« Je passais par toutes les affres de l’introspection sans, pour cela, me réconcilier avec moi-même. « Ce sentiment, pensais-je, ce sentiment à l’égard d’Anne est bête et pauvre, comme ce désir de la séparer de mon père est féroce. » Mais, après tout, pourquoi me juger ainsi ? Étant simplement moi, n’étais-je pas libre d’éprouver ce qui arrivait. Pour la première fois de ma vie, ce « moi » semblait se partager et la découverte d’une telle dualité m’étonnait prodigieusement. Je trouvais de bonnes excuses, je me les murmurais à moi-même, me jugeant sincère, et brusquement un autre « moi » surgissait, qui s’inscrivait en faux contre mes propres arguments, me criant que je m’abusais moi-même, bien qu’ils eussent toutes les apparences de la vérité. Mais n’était-ce pas, en fait, cet autre qui me trompait ? Cette lucidité n’était-elle pas la pire des erreurs ? Je me débattais des heures entières dans ma chambre pour savoir si la crainte, l’hostilité que m’inspirait Anne à présent se justifiaient ou si je n’étais qu’une petite jeune fille égoïste et gâtée en veine de fausse indépendance.

En attendant, je maigrissais un peu plus chaque jour, je ne faisais que dormir sur la plage et, aux repas, je gardais malgré moi un silence anxieux qui finissait par les gêner. Je regardais Anne, je l’épiais sans cesse, je me disais tout au long du repas : « Ce geste qu’elle a eu vers lui, n’est-ce pas l’amour, un amour comme il n’en aura jamais d’autre ? Et ce sourire vers moi avec ce fond d’inquiétude dans les yeux, comment pourrais-je lui en vouloir ? » Mais, soudain, elle disait : « Quand nous serons rentrés, Raymond…» Alors, l’idée qu’elle allait partager notre vie, y intervenir, me hérissait. Elle ne me semblait plus qu’habileté et froideur. Je me disais : « Elle est froide, nous sommes indépendants ; elle est indifférente : les gens ne l’intéressent pas, ils nous passionnent ; elle est réservée, nous sommes gais. Il n’y a que nous deux de vivants et elle va se glisser entre nous avec sa tranquillité, elle va se réchauffer, nous prendre peu à peu notre bonne chaleur insouciante, elle va nous voler tout, comme un beau serpent.» Je me répétais un beau serpent…un beau serpent ! »

 

 

 

 

Sagan
Françoise Sagan (21 juni 1935 – 24 september 2004)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

Uit: Amsterdam

 

“Two former lovers of Molly Lane stood waiting outside the crematorium chapel with their backs to the February chill. It had all been said before, but they said it again.

"She never knew what hit her." "When she did it was too late." "Rapid onset." "Poor Molly." "Mmm."

Poor Molly. It began with a tingling in her arm as she raised it outside the Dorchester Grill to stop a cab--a sensation that never went away. Within weeks she was fumbling for the names of things. Parliament, chemistry, propeller she could forgive herself, but less so bed, cream, mirror. It was after the temporary disappearance of acanthus and bresaiola that she sought medical advice, expecting reassurance. Instead, she was sent for tests and, in a sense, never returned. How quickly feisty Molly became the sickroom prisoner of her morose, possessive husband, George. Molly, restaurant critic, gorgeous wit, and photographer, the daring gardener, who had been loved by the foreign secretary and could still turn a perfect cartwheel at the age of forty-six. The speed of her descent into madness and pain became a matter of common gossip: the loss of control of bodily function and with it all sense of humor, and then the tailing off into vagueness interspersed with episodes of ineffectual violence and muffled shrieking.

It was the sight now of George emerging from the chapel that caused Molly's lovers to move off farther up the weedy gravel path. They wandered into an arrangement of oval rose beds marked by a sign, THE GARDEN OF REMEMBRANCE. Each plant had been savagely cut back to within a few inches of the frozen ground, a practice Molly used to deplore.”

 

 

 

 

mcewan
Ian McEwan (Aldershot,  21 juni 1948)

 

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Alon Hilu werd geboren op 21 juni 1972 in Jaffa. Alon Hilu studeerde theaterwetenschappen in Tel Aviv en werkt als juridisch adviseur  voor een internationaal hightechbedrijf. Zijn debuutroman De dood van een monnik werd bekroond met de prestigieuze President’s Prize 2006.

 

Uit: House of Dajani

 

August 8, 1895, aboard a ship bound for Jaffa:

I have resolved to record my words in this diary for fear, otherwise, of taking leave of my senses. Our small and narrow cabin in the depths of this ship imprisons my thoughts; if I do not share them posthaste I should best jump herewith into the sea.

The root of all my troubles and complaints is Her Ladyship, known legally and familiarly as Esther, like the Biblical queen – and regal she is. More beautiful than beauty itself: thin, tall and erect, high cheek-boned. Were I Esther's King Ahasuerus, I would certainly offer half my kingdom for a mere glimpse of those limpid eyes more blue than the sea.

The first I hear tell of her, she was a student of dentistry in Warsaw. I sought her out, caught the splendor of her countenance, and at once my heart was pricked by love's needle. This maiden would be the object of my affections forever, my beloved spouse unto eternity, a member of God's heavenly choir. The timbre of her voice was like the fluttering of dew over a garden bed of spices, her gowns layers of the finest gauze, her hair shiny and golden. Any man who did not fall to her charms had no right to call himself a man.

 

 

 

 

hilu
Alon Hilu (Jaffa, 21 juni 1972)

 

 

 

 

 

De Belgische, Franstalige schrijver Patrick Lowie werd geboren op 21 juni 1964 in Brussel. Als een echte globetrotter heeft hij o.a.al gewoond in Portugal, Marokko en Italië. Behalve met schrijven houdt hij zich ook bezig met reizen, video, film en theater.

 

Uit: La légende des amandiers en fleur

 

„Un abri de fortune dans un oasis. L'impression de voir les lumières de la ville encore au loin. Je donne des noms aux étoiles. Je leur donne les noms de ma famille et de mes amis. Je pourrai ainsi les contempler toutes les nuits et leur parler. Je dessine sur un morceau de papier les étoiles et je leur met un nom juste à côté. Cette idée me fait sourire et m'émeut. Et j'entends un bruit. Une voix. Un nomade qui parle à son dromadaire. Il me surprend le contempler. Je vois mal son visage. Je lui dis quelques mots en arabe. Je lui dis que je suis un ami. Un frère. Il me propose de dormir là. A côté. J'en suis ravi. Nous ne parlons pas. Il s'endort immédiatement. Moi aussi. Je rêve. Je suis dans une mosquée. Je suis devenu Musulman. Je prie Allah. C'est un rêve. Mais je me réveille et ma tête vacille un peu. Le désert est une drogue. Le nomade qui s'était endormi proche de l'autre arbre dort encore.“

 

 

 

 

 

patrick_lowie
Patrick Lowie (Brussel, 21 juni 1964)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Wulf Kirsten werd geboren op 21 juni 1934 in Klipphausen bij Meißen. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

 

an warmen sommertagen

 

an warmen sommertagen

äpfel und birnen reifen

hochgeladene erntewagen

sperrige äste streifen

 

dorfeinwärts schleifen karren

roßhufe schüren den staub

träges huhn beginnt zu quarren

gelbhalme pendeln im laub

 

zehnfach in die scheuer rollt

was der erde beigemengt

frost und durst tribut gezollt

was nun in den leitern zwängt

 

 

 

 

see

 

kauderwelsch der möwen

strand libellenumblitzt

blaue signale der hitze

stumm ins heiße geritzt

 

horizont gezahnt

weiße falter blinken

leuchtschrift träger see

bis die segel sinken

 

schwarm der scheuen fische

hart unterm spiegel zuckt

glasig leib und augen

bis ihn die masche schluckt

 

 

 

 

 

 

 

Kirsten
Wulf Kirsten (Klipphausen, 21 juni 1934)

 

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse werd geboren op 21 juni 1954 in Wenen. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

Uit: Don Juan de la Mancha oder. Die Erziehung der Lust

 

“Lass uns etwas Verrücktes tun, sagte sie.Ja, sagte ich. Aber was? Wir haben schon das Allerverrückteste getan! Was könnte so verrücktsein wie deine Idee, zu heiraten?Nicht meine Idee, unser Entschluss!Ja, unser Entschluss! Und was könnte jetzt also angemessen verrückt sein?Wir gehen ins Kasino. Glück und Glücksspiel. Warst du schon einmal im Kasino?Nein.Komm, Nathan, bitte lass uns ins Kasino gehen. Wir haben heute Glück. Ich weiß es. Hast dueine Krawatte?Sie war so ausgelassen. Sie kicherte und schlug die Hände zusammen wie ein Kind. Bitte,Nathan!Dann, im Zuge der aufwändigen Herstellung eines kasinokompatiblen Äußeren, wurde sieernst, sachlich, vernünftig. Hör zu, Nathan, sagte sie, jeder nimmt zweihundert Schilling mit.Keine Karte, keine Schecks. Wenn es schiefgeht, hält sich der Schaden in Grenzen.Einverstanden?Ja.Wo sind deine Schecks, deine Karte? Zeig sie mir. Leg sie da in diese Lade. Ich will nicht, dassdu heimlich –Ja.Wir werden Glück haben. Aber sicher ist sicher.Ja. Glück ist – sicher ist sicher.Wir fuhren zum Kasino. Zahlten Eintritt, betraten den Saal mit den Roulette-Tischen – undschon war Martina verschwunden. Einige Minuten später fand ich sie an einem Tisch sitzend,geschäftig Einsätze machend. Tolle Frau, dachte ich, so sicher und selbstbewusst. Ich war dasnicht. Ich streunte zwischen den Tischen herum, konnte und konnte mich nicht entscheiden, einenEinsatz zu wagen. Probeweise stellte ich mir vor: Jetzt setze ich auf Rot. Ich setzte nicht, ichstellte es mir nur vor. Es kam Schwarz. Ich ging zum nächsten Tisch.Wissen Sie was, Hannah? Da haben Sie schon ein Bild für mein Sexualverhalten: Praxistheoretisch, Enttäuschung dann wirklich. Und wenn ich Glück habe, ist es auch ein Unglück, unddas kam so:Plötzlich sah ich einen Tisch, an dem ein Scheich saß. Der Scheich war ein Scheich, weil eraussah wie ein Scheich. Das ist ja so eine Eigentümlichkeit im Bereich der Weltfolklore: Ein

Mann im Steireranzug muss kein Steirer sein, aber ein Mann im Scheich-Outfit ist ein Scheich.”

 

 

 

 

Menasse
Robert Menasse (Wenen, 21 juni 1954)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean Paul Sartre werd geboren op 21 juni 1905 in Parijs. Zie ook mijn blog van 21 juni 2006 en ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

Uit: Huis clos

 

“GARCIN : Écoute, chacun à son but, n’est-ce pas ? Moi, je me foutais de l’argent, de l’amour. Je voulais être un homme. Un dur. J’ai tout misé sur le même cheval. Est-ce que c’est possible qu’on soit un lâche quand on a choisi les chemins les plus dangereux ? Peut-on juger une vie sur un seul acte ?

INÈS : Pourquoi pas? Tu as rêvé trente ans que tu avais du cœur : et tu te passais mille petites faiblesses parce que tout est permis aux héros. Comme c’était commode! Et puis, à l’heure du danger, on t’a mis au pied du mur et… tu as pris le train pour Mexico.

GARCIN : Je n’ai pas rêvé cet héroïsme. Je l’ai choisi. On est ce qu’on veut.

INÈS : Prouve-le. Prouve que ce n’était pas un rêve. Seuls les actes décident de ce qu’on a voulu.

GARCIN : Je suis mort trop tôt. On ne m’a pas laissé le temps de faire mes actes.

INÈS : On meut toujours trop tôt – ou trop tard. Et cependant la vie est là terminée ; le trait est tiré, il faut faire la somme. Tu n’es rien d’autre que ta vie.”

 

 

 

 

Jean-Paul-Sartre
Jean-Paul Sartre (21 juni 1905 -  15 april 1980)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Joaquim Maria Machado de Assis werd geboren in Rio de Janeiro op 21 juni 1839. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

Uit: Dom Casmurro (Vertaald door John Gledson)

 

“But, my dear Marcolini ..."

"What ...?"

And, after taking a sip of liqueur he set his glass down, and expounded the history of creation for me: here is a resume of what he said.

God is the poet. The music is by Satan, a young and very promising composer, who was trained in the heavenly conservatory. A rival of Michael, Raphael, and Gabriel, he resented the preference they enjoyed in the distribution of the prizes. It could also be that the over-sweet and mystical style of these other pupils was abhorrent to his essentially tragic genius. He plotted a rebellion which was discovered in time, and he was expelled from the conservatory. And that would have been that, if God had not written an opera libretto libretto (ləbrĕt`ō) [Ital.,=little book], the text of an opera or an oratorio. Although a play usually emphasizes an integrated plot, a libretto is most often a loose plot connecting a series of episodes. , which he had given up, being of the opinion that this type of recreation was inappropriate to His eternity. Satan took the manuscript with him to hell. With the aim of showing that he was better than the others--and perhaps of seeking a reconciliation with heaven--he composed the score, and as soon as he had finished it took it to the Heavenly Father.

"Lord, I have not forgotten the lessons I have learned," he said. "Here is the score, listen to it, have it played, and if you think it worthy of the heavenly heights, admit me with it to sit at your feet ..."

"No," replied the Lord, "I don't want to hear a thing."

"But, Lord ..."

"Not a thing, not a thing!"

Satan went on pleading, with no greater success, until God, tired and full of mercy, gave His consent for the opera to be performed, but outside heaven. He created a special theater, this planet, and invented a whole company, with all the principal and minor roles, the choruses and the dancers.

"Come and listen to some of the rehearsals!"

"No, I don't want to know about it. I've done enough, composing the libretto; I'll consent to sharing the royalties with you."

 

 

 

 

machado-de-assis
Machado de Assis (21 juni 1839 - 29 september 1908)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Chitra Gajadin werd geboren in District Suriname op 21 juni 1954. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

 

Vaders ruïne

Dit huis zelf gebouwd
die gebroken shutter
nooit vervangen
op een dag kwam
een zwarte auto
de kist waarin
verzegeld zijn lijk
werd thuisgebracht
in één snik rees het hele huis

Echt geloven toen zelfs niet
de schok bedwongen zei iedereen
naar mijn idee iets te vaak:
het is werkelijk waar
toen zag ik moeders gezicht
heel donker vreemd verstrakt
haar lichaam half in stoel getild

Het land bleef hij liefhebben
de ondergang godzijdank
heeft híj niet meegemaakt.

 

 

 

 

 

 

Chitra_Gajadin
Chitra Gajadin (District Suriname, 21 juni 1954)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Helmut Heißenbüttel werd geboren op 21 juni 1921 in Rüstringen, tegenwoordig Wilhelmshaven. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007  en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

 

"Einst

 

Die Melodie der Einundzwanzigjährigkeit

begraben im zerstreuten Abendrauchgeruch.

Die unbekannte Stadt im Frühling.

Des Schicksals abenddunkler Möwenflug.

 

Die unbekannte Stadt Vorübergehen.

Gehn gehe ging verging Vergangenheit

vergangen.

Und eine Wohnung namens Wiedersehen.

Du bist nicht tot?

 

Alte Lieder von wann gekommen.

Bei dir war es immer so schön.

Einmal im Mai und Abschied genommen.

Ich habe Texte immer nur drei Takte weit

verstanden."

 

 

 

 

heissenbuettel
Helmut Heißenbüttel (21 juni 1921 – 19 september 1996)

 

 

De 21e juni is een zeer vruchtbare datum voor schrijvers. Zie daarom ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Anne Carson, Adam Zagajewski, Georg Lentz, Mary McCarthy, Aleksandr Tvardovsky, Fyodor Gladkov, Henry S. Taylor, Frans Joseph de Cort

 

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007,  mijn blog van 21 maart 2008 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

 

Ballade van de jaren

 

De meest onmogelijke jaren
verstreken waar wij zelf niet waren.

Waar lang en hardop werd geschoten
woonden alleen de tijdgenoten.

Je hoofd in maanlicht - van opzij
een broos en teerbeschilderd ei -

is hoezo hier en heel gebleven,
in slaap en moe van overleven.

Lees in stations de gebiedende wijzen,
de zucht te genezen, de drang te prijzen:

vrij veilig, drink minder, niet lozen, behoud
de grutto, gireer, red het regenwoud,

laat van je horen, vermager en blijf
van de verte, de stilte, de bomen, mijn lijf.

Gewaarschuwd, gesmeekt, bezworen, geboden
worden wij weggejaagd bij de doden,

de vaders en moeders aan zee, in het koren,
de dagjesmensen bij wie wij toch horen.

Zoals wij daar liepen bij poelen en vennen,
zo argeloos willen wij nog zien en kennen.

Wij willen hun vogels, hun blindheid, hun fruit,
hun gras. Wij willen hun tijd niet uit.

 

 

 

leeflang
Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Hij studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven en aan de Universiteit Leiden (literatuurwetenschappen). Hij schreef voor onder andere Mare, Deng, De Revisor en Dif. Na vele succesvolle poëzievoordrachten en gepubliceerde korte verhalen, verscheen in 2006 zijn debuutroman "eX", die met name in België goed ontvangen werd.

 

Uit: eX

 

“‘Wat is dit?’ Het café ging op maandag na vijven dicht en toen David na schooltijd door het café naar het woongedeelte van het huis liep, hield zijn vader hem staande en zwaaide op een paar centimeter van Davids neus met de nieuwe, witte wc-borstel. Er zaten een paar lichtbruine vlekken op de onderste haren.
‘Een tennisracket.’
‘Kluchtigaard. Hier!’ Hij wees op de haren.
David was weliswaar geschrokken van de roodaangelopen kop van zijn pa maar had uitgekeken naar een confrontatie met zijn anders haast subcomateuze vader. Die middag had Oscar Maegdt, een vaste klant een lacherige opmerking gemaakt over een kleverige vloer in de mannen-wc.
‘Michel, ge hebt wel rare manieren van uw klanten te laten plakken. De tegels onder het urinoir hingen bijna aan mijn zolen.’
Michel Quispel noemde Oscar altijd meester omdat hij advocaat was en daarmee een uitzondering onder zijn stamgasten. Hij vond de aanwezigheid van Oscar het café een bijzonder cachet geven. Dat Oscar door zijn frequent cafébezoek alleen zijn populariteit als gemeenteraadslid wou verhogen, was iets waar Michel verkoos niet over na te denken. Davids vader zei dat de schoonmaakster ziek was, verontschuldigde zich en voelde een oude schaamte opsteken.
Toen Oscar naar het volgende café op zijn ronde ging, schopte Michel Quispel hard tegen een krat dat onder de spoelbak stond. En trok de handschoenen aan om schoon te maken.
‘Dat is roest.’
‘Inox roest niet.’ Hij hield de borstel nu vlak voor Davids neus. Met een zwaaibeweging wou hij de borstel wegslaan. De vader was hem voor en duwde hem nu nog dichter bij de kop van zijn aartsluie zoon.
‘Ik weet niet wat het is.’ David sloeg de borstel weer weg. De vader zag het weer aankomen, David miste en de nylon haren streken even over zijn kin. David klemde zijn rechtervuist dicht.
‘Zeg wat het is, jongen. Zeg wat het is dat ge te lui zijt om af te krabben.’


 

Blondeau
Thomas Blondeau (Poperinge, 21 juni 1978)

 

 

 

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007 en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

Uit: Eros: the Bittersweet

 

The Greek word eros denotes "want," "lack," "desire for that which is missing." The lover wants what he does not have. It is by definition impossible for him to have what he wants if, as soon as it is had, it is no longer wanting. This is more than wordplay. There is a dilemma within eros that has been thought crucial by thinkers from Sappho to the present day. Plato turns and returns to it. Four of his dialogues explore what it means to say that desire can only be for what is lacking, not at hand, not present, not in one's posession nor in one's being: eros entails endeia. As Diotima puts it in the Symposium, Eros is a bastard got by Wealth on Poverty and ever at home in a life of want. Hunger is the analog chosen by Simone Weil for this conundrum:

'All our desires are contradictory, like the desire for food. I want the person I love to love me. If he is, however, totally devoted to me he does not exist any longer and I cease to love him. And as long as he is not totally devoted to me he does not love me enough. Hunger and repletion."

Emily Dickinson puts the case more pertly in "I Had Been Hungry":

So I found

that hunger was a way

of persons outside windows

that entering takes away.

Petrarch interprets the problem in terms of the ancient physiology of fire and ice:

I know to follow while I flee my fire

I freeze when present; when absent, hot is my desire. ("Trionfo d'Amore")

Sartre has less patience with the contradictory ideal of desire, this "dupery." He sees in erotic relations a system of infinite reflections, a deceiving mirror-game that carries within itself its own frusteration.”

 

 

 

carson
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007  en ook mijn blog van 21 juni 2008.

 

 

Self-Portrait

 

Between the computer, a pencil, and a typewriter

half my day passes. One day it will be half a century.

I live in strange cities and sometimes talk

with strangers about matters strange to me.

I listen to music a lot: Bach, Mahler, Chopin, Shostakovich.

I see three elements in music: weakness, power, and pain.

The fourth has no name.

I read poets, living and dead, who teach me

tenacity, faith, and pride. I try to understand

the great philosophers--but usually catch just

scraps of their precious thoughts.

I like to take long walks on Paris streets

and watch my fellow creatures, quickened by envy,

anger, desire; to trace a silver coin

passing from hand to hand as it slowly

loses its round shape (the emperor's profile is erased).

Beside me trees expressing nothing

but a green, indifferent perfection.

Black birds pace the fields,

waiting patiently like Spanish widows.

I'm no longer young, but someone else is always older.

I like deep sleep, when I cease to exist,

and fast bike rides on country roads when poplars and houses

dissolve like cumuli on sunny days.

Sometimes in museums the paintings speak to me

and irony suddenly vanishes.

I love gazing at my wife's face.

Every Sunday I call my father.

Every other week I meet with friends,

thus proving my fidelity.

My country freed itself from one evil. I wish

another liberation would follow.

Could I help in this? I don't know.

I'm truly not a child of the ocean,

as Antonio Machado wrote about himself,

but a child of air, mint and cello

and not all the ways of the high world

cross paths with the life that--so far--

belongs to me.

 

 

 

Vertaald door Clare Cavanagh

 

 

 

 

zagajewski
Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijer en uitgever Georg Lentz werd geboren in Blankenhagen op 21 juni 1928. Hij groeide op in Berlijn. Hij studeerde voor uitgever en kwam terecht in de uitgeverswereld en de kunsthandel. In 1952 richtte hij in Stuttgart het "Georg-Lentz-Verlag" op, gespecialiseerd in prenten- en kinderboeken. Lentz stond tot 1964 aan het hoofd van de uitgeverij en was nadien actief in de uitgeverswereld in Zürich en Wenen. Georg Lentz publiceerde vanaf 1976 een succesrijke autobiografische romantrilogie (met de delen „Muckefuck“, „Molle mit Korn“ en „Weiße mit Schuß“), die zich afspeelde in Berlijn in de periode tussen 1933 en 1959. Op basis van zijn boeken „Muckefuck“ en „Molle mit Korn“ werd in 1988 de 10-delige TV-serie „Molle mit Korn“ gemaakt. Lentz overleed op 18 januari van dit jaar.

 

Uit: Molle mit Korn

 

„... "Schnüffelpaule", riefen wir! "Schnüffelpaule!"
Der Lastwagen hielt an. Schnüffelpaule sprang vom Trittbrett. Er trug wieder seinen alten Mantel. Oder einen, der genauso aussah. Und auch die Schiebermütze klebte ihm auf dem Kopf. "Nee", rief er, "det is nich möglich. Det kann ja nich sind! Ick krieje mir nich mehr ein! Ach du liebet bisschen! Komm in Paules Arme!" Wir begrüßten einander, tanzten wie die Indianer. Sternchen Siegel hatte schon die Schnapsgläser gefüllt. "Prost!" Sie machten sich alle miteinander bekannt.
Ein Polizist kam, der Lastwagen sollte weiterfahren. "Momang", sagte Paule, "kommt mal mit." Er astete einen Karton aus dem Führerhaus. "Für euch", sagte er. "Hat Paule mitgebracht. Freude!"
"Was ist denn drin?" fragte Gigi. Paule legte einen Finger auf die Lippen. "Wird nich verraten!"
Ein großer Karton! Schnüffelpaule stieg wieder ein. Langsam rollte der Lastzug an. "Bis morgen!" rief Paule.
Sternchen Siegel rief: "Bitteschön, derf ich fragen wat hamse jeladen?"
Paule rief zurück: "Vierzigtausend Büchsen Thunfisch!"
Im Karton waren zweihundert Büchsen Thunfisch....“

 

 

 

lentz
Georg Lentz (21 juni 1928 - 18 januari 2009)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Mary McCarthy werd geboren op 21 juni 1912 in Seattle. Toen zij zes jaar was verloor zij haar ouders. Door haar voogden werd zij zowel protestants als katholiek als ook joods opgevoed. Bekend werd zij door haar vriendschap met Hannah Arendt. Hun correspondentie werd wereldberoemd. Haar reportages Vietnam-Report (1967) en Hanoi 1968 (1968) worden gerekend tot het beste wat over de oorlog in Viëtnam geschreven is.

 

Uit: The Group

 

„Outside, on Stuyvesant Square, the trees were in full leaf, and the wedding guests arriving by twos and threes in taxis heard the voices of children playing round the statue of Peter Stuyvesant in the park. Paying the driver, smoothing out their gloves, the pairs and trios of young women, Kay's classmates, stared about them curiously, as though they were in a foreign city. They were in the throes of discovering New York, imagine it, when some of them had actually lived here all their lives, in tiresome Georgian houses full of waste space in the Eighties or Park Avenue apartment buildings, and they delighted in such out-of-the-way corners as this, with its greenery and Quaker meeting-house in red brick, polished brass, and white trim next to the wine-purple Episcopal church—on Sundays, they walked with their beaux across Brooklyn Bridge and poked into the sleepy Heights section of Brooklyn; they explored residential Murray Hill and quaint MacDougal Alley and Patchin Place and Washington Mews with all the artists' studios; they loved the Plaza Hotel and the fountain there and the green mansarding of the Savoy Plaza and the row of horsedrawn hacks and elderly coachmen, waiting, as in a French place, to tempt them to a twilight right through Central Park.“

 

 

 

marymccarthy
Mary McCarthy (21 juni 1912 – 25 oktober 1989)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Aleksandr Tvardovsky werd geboren in Oblast Smolensk  op 21 juni 1910. In de periodes 1950-1954, 1958-1970 was hij hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Novy Mir. Zijn populaire gedicht ВасилийТёркин (Vasili Tyorkin) geldt als voorbeeld van de voorstellingen over dichtkunst die men er in de Sovjet Unie van die tijd op na hield. In 1971 ontving hij de Staatsprijs voor Literatuur.

 

 

Tyorkin wounded


On the mounds of graves, on ditches,
On half-rusted barbed-wire stretches,
On the hills, on open patches
Of the mangled countryside,
In the marshy woods, on bushes--
See the snows of wintertide.

And the ground-wind swathes the meadows
In a white, impervious shroud;
Blizzards boom in gutted chimneys
Down along the empty road.

Locked in snowdrifts quite impassable,
These once quiet and peaceful lands
All this winter unforgettable
Reeked of smoke from guns innumerable,
Not of smoke from ingle brands.

And in dug-outs with no heating,
In the woods, on icy snows,
By their tanks and field-guns waiting
While the patient horses froze,
Soldiers learnt the tedious wartime
Count of endless nights and days.

 

 

 

Vertaald door Alex Miller

 

 

 

 

Tvardovsky
Aleksandr Tvardovsky (21 juni 1910—18 december 1971)

 

 

 

 

De Russische schrijver Fyodor Gladkov werd geboren op 21 juni 1883 in Chernavka. In 1904 sloot hij zich aan bij een comunistische groep. In 1905 ging hij naar Tblisi waar hij wegens revolutionaire activiteiten gearresteerd werd. Hij werkte later o.a. als secretaris van het literaire tijdschrift"Novy Mir", als correspondent van de krant "Izvestiya" en als directeur van het Maxim Gorky Instituut. Hij was een vertegenwooriger van het klassieke sociale realisme in de literatuur.

 

Uit: Zement (Vertaald door Olga Halpern)

 

“Wie vor drei Jahren wogte auch an diesem frühen Morgen Anfang März hinter den Dächern der Mietskasernen und den Arkaden der Fabrik das Meer; in der Sonne glitzernd, lag zwischen den Bergen am Ausgang der Bucht der gleiche leuchtende Glanz in der Luft, rot wie Wein. Die bläulichen Schlote, die Werkgebäude aus Eisenbeton, die Arbeiterhäuschen der „Gemütlichen Kolonie" und die kupferrot leuchtenden Berggrate hatten in der Sonne ihre Konturen eingebüßt und waren durchsichtig wie Eis.

Nichts hatte sich in diesen drei Jahren verändert. Das dunstige Gebirge mit seinen Spalten, Klüften, Steinbrüchen und Felsen war dasselbe wie in der Kindheit. Von weitem schon sah man die altbekannten Abbaustellen an den Bergwänden, sah die Bremsberge zwischen Geröll und Gestrüpp und in engen Schluchten die Brücken und Aufzüge. Auch das Werk unten war dasselbe geblieben — eine ganze Stadt aus Kuppeln, Türmen, Tonnendächern —, und über alledem, am Bergabhang, die „Gemütliche Kolonie" mit ihren verkümmerten Akazien und den fünf Quadratmetern Hof vor jedem Häuschen.

Ging man durch das Loch in der Betonmauer, die Fabrikgelände und Vorstadt voneinander trennte (ehedem war das Loch eine Pforte gewesen), so gelangte man zu Glebs Wohnung in der zweiten Mietskaserne.”

 

 

 

 

Fyodor Gladkov
Fyodor Gladkov (21 juni 1883 – 20 december 1958)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Henry S. Taylor werd geboren op 21 juni 1942 in Loudoun County, Virginia. Hij studeerde aan de University of Virginia. Hij doceerde literatuur en creatief schrijven aan de American University van 1971 tot 2003. Taylor  heeft vijftien bundels op zijn naam staan.In 1986 ontving hij de Pulitzer prijs voor zijn bundel The Flying Change.

 

 

RISING A ONE-EYED HORSE

 

One side of his world is always missing.

You may give it a casual wave of the hand

or rub it with your shoulder as you pass,

but nothing on his blind side ever happens.

 

Hundreds of trees slip past him into darkness,

drifting into a hollow hemisphere

whose sounds you will have to try to explain.

Your legs will tell him not to be afraid

 

if you learn never to lie. Do not forget

to turn his head and let what comes come seen:

he will jump the fences he has to if you swing

toward them from the side that he can see

 

and hold his good eye straight. The heavy dark

will stay beside you always; let him learn

to lean against it. It will steady him

and see you safely through diminished fields.

 

 

 

Taylot_Loudoun_County
Henry S. Taylor (Loudoun County, 21 juni 1942)

Gerechtsgebouw in Loudoun County (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Frans Joseph de Cort werd geboren in Antwerpen op 21 juni 1834. Hij werkte als secretaris van de auditeur-generaal bij de militaire rechtbank. Van 1861 tot 1875 was hij hoofdredacteur van De Toekomst, tijdschrift voor opvoeding en onderwijs. Hij was een bekend liberaal-Vlaams volksdichter van liederen in de trant van Van Ryswyck en later van gevoelvolle huiselijke genrestukjes (bijvoorbeeld Moeder en kind).

 

 

Moeder en kind

 

Wanneer ik weeldedronken

mijn rozig kind beschouw

en die ‘t mij heeft geschonken,

mijn aangebeden vrouw,

zo vraag niet wie van beiden

mijn hart het meest bemint…

Mijn hart en kan niet scheiden

de moeder van het kind.

 

 

Ik doe mijn armen open

en sluit ze er in bijeen,

en vreugdetranen lopen

mij langs de wangen heen…

Ach, wist gij, spreek ik stille,

hoe zeer gij wordt bemind,

gij, kind, om moeders wille,

gij, moeder, om uw kind!

 

 

De_Cort_Frans
Frans Joseph de Cort (21 juni 1834 – 18 januari 1878)

 

 

 

20-06-09

Vikram Seth, Paul Muldoon, Kurt Schwitters, Jean-Claude Izzo, Silke Andrea Schuemmer, Marceline Desbordes-Valmore, Robert Rozhdestvensky, Laure Wyss, Lillian Hellman, Charles W. Chesnutt, Carel van Nievelt, Joseph Autran, Nicholas Rowe, Sandro Veronesi


De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Hij studeerde in Oxford en aan de Stanford University in de VS filosofie, politicologie en economie. Daarna studeerde hij in Nanjing in China Chinese literatuur.  Hij schreef poëzie (Mappings, The Humble Administrator's Garden, All You Who Sleep Tonight), boeken in verzen (The Golden Gate, Beastly Tales From Here and There), vertaalde (Three Chinese Poets), pleegde een reisverhaal (From Heaven Lake. Travels through Sinkiang and Tibet) en een opera-libretto (Arion & the Delphin). In 1993 verscheen zijn monumentale, 2000 pagina’s tellende romanepos A suitable boy. In 1999 verscheen zijn tweede roman An Equal Music (vertaald onder de titel Verwante Stemmen). In 2005 volgt een derde roman, Two Lives, het verhaal van zijn oom Shanti Behari Seth en zijn Duitse vrouw Henny Gerda Caro dat zich afspeelt van India tot Groot-Brittannië via Nazi-Duitsland, de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust, Israël en Palestina.

 

Uit: A Suitable Boy

 

„'You too will marry a boy I choose,' said Mrs Rupa Mehra firmly to her younger daughter.

Lata avoided the maternal imperative by looking around the great lamp-lit garden of Prem Nivas. The wedding-guests were gathered on the lawn. 'Hmm,' she said. This annoyed her mother further.

'I know what your hmms mean, young lady, and I can tell you I will not stand for hmms in this matter. I do know what is best. I am doing it all for you. Do you think it is easy for me, trying to arrange things for all four of my children without His help?' Her nose began to redden at the thought of her husband, who would, she felt certain, be partaking of their present joy from somewhere benevolently above. Mrs Rupa Mehra believed, of course, in reincarnation, but at moments of exceptional sentiment, she imagined that the late Raghubir Mehra still inhabited the form in which she had known him when he was alive: the robust, cheerful form of his early forties before overwork had brought about his heart attack at the height of the Second World War. Eight years ago, eight years, thought Mrs Rupa Mehra miserably.

'Now, now, Ma, you can't cry on Savita's wedding day,' said Lata, putting her arm gently but not very concernedly around her mother's shoulder.

'If He had been here, I could have worn the tissue-patola sari I wore for my own wedding,' sighed Mrs Rupa Mehra. 'But it is too rich for a widow to wear.

' 'Ma!' said Lata, a little exasperated at the emotional capital her mother insisted on making out of every possible circumstance. 'People are looking at you. They want to congratulate you, and they'll think it very odd if they see you cryingin this way.'

Several guests were indeed doing namasté to Mrs Rupa Mehra and smiling at her; the cream of Brahmpur society, she was pleased to note.

'Let them see me!' said Mrs Rupa Mehra defiantly, dabbing at her eyes hastily with a handkerchief perfumed with 4711 eau-de-Cologne. 'They will only think it is because of my happiness at Savita's wedding. Everything I do is for you, and no one appreciates me. I have chosen such a good boy for Savita, and all everyone does is complain.'

 

 

 

vikram_seth
Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, en werd opgevoed kortbij de Moy, een dorp in een streek genoemd Collegelands. Op 17-jarige leeftijd begon hij al poëzie te schrijven eerst in het Iers. Toen hij naar de Queen’s universiteit in Belfast ging in 1969 gaf hij echter het schrijven in het Iers op. In 1973 verscheen zijn eerste bundel New Weather.  In datzelfde jaar studeerde hij af aan de Queen’s met een baccalaureaatsdiploma in de Engelse literatuur en begon hij te werken bij de BBC in Belfast. Na de dood van zijn vader in 1985 stopte hij bij de BBC en hij verhuisde een jaar later naar de VS. Hij is professor in creatief schrijven aan de Princeton Universiteit en sinds 1990 zelfs directeur van de faculteit Creatief Schrijven. In 2003 ontving hij de Pulitzer prijs voor poëzie.

 

 

The Frog 

 

Comes to mind as another small

upheaval

amongst the rubble.

His eye matches exactly the bubble

in my spirit-level.

I set aside hammer and chisel

and take him on the trowel.

 

The entire population of Ireland

springs from a pair left to stand

overnight in a pond

in the gardens of Trinity College,

two bottle of wine left there to chill

after the Act of Union.

 

There is, surely, in this story

a moral. A moral for our times.

What if I put him to my head

and squeezed it out of him,

like the juice of freshly squeezed limes,

or a lemon sorbet?

 

 

 

 

muldoonspan
Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en kunstenaar Kurt Schwitters werd geboren op 20 juni 1887 in Hannover. Zie ook mijn blog van 20 juni 2006. en mijn blog van 20 juni 2007 en ook mijn blog van 20 juni 2008.

 

 

Die zute Tute

 

En as hja in de poede seach,

Dan wieren d'r reade kjessen yn.

Und als sie in die Tüte sah,

Da waren rote Kirschen drin.

Dann make hja de poede ticht,

Dan wier de poede ticht.

Da war die TUTE zu.

 

 

 

 

Das Urgebet der Scholle

 

Schale

Schiller

Schale

Schule Schule Schule uhle

Scholle Scholle Scholle rolle

Schale Schale Schale scheele

mahle mahle mahle Mehl

male male male Malerei

alle alle alle allerlei

 

 

 

 

 

schwitse
Kurt Schwitters (20 juni 1887 – 8 januari 1948)

Collage

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean-Claude Izzo werd geboren op 20 juni 1945 in Marseille. Zie ook mijn blog van 20 juni 2007 en ook mijn blog van 20 juni 2008.

 

Uit: Total Khéops

 

„Je m’étais mis à la cuisine tôt le matin, en écoutant de vieux blues de Lightnin’Hopkins. Après avoir nettoyé le loup, je l’avais rempli de fenouil, puis l’avais arroséd’huile d’olive. J’avais préparé ensuite la sauce des lasagnes. Le reste du fenouil avaitcuit à feu doux dans de l’eau salée, avec une pointe de beurre. Dans une poêle bienhuilée, j’avais fait revenir de l’oignon émincé, de l’ail et du piment finement haché.Une cuillerée à soupe de vinaigre, puis j’avais ajouté des tomates que j’avaisplongées dans de l’eau bouillante et coupées en petits cubes. Lorsque l’eau s’étaitévaporée, j’avais ajouté le fenouil.Je m’apaisais enfin. La cuisine avait cet effet sur moi. L’esprit ne se perdait plus dansles méandres complexes des pensées. Il se mettait au service des odeurs, du goût.Du plaisir.Sur la terrasse, j’avais préparé une bonne braise. Honorine apporta les langues demorue. Elles marinaient dans une terrine avec de l’huile, du persil haché et dupoivre. Selon ses indications, j’avais préparé une pâte à beignets à laquelle j’avaisincorporé deux blancs d’œufs montés en neige. […]Les langues de morue, nous expliqua-t-elle à table, c’était un plat délicat. On pouvaitles faire au gratin, avec une sauce aux clovisses ou à la provençale, en papillotes oumême cuites au vin blanc avec quelques lamelles de truffes et de champignons.Mais en beignets, selon elle, c’était ça le mieux. Babette et moi étions prêts à goûterles autres recettes, tant c’était délicieux.“

 

 

 

Izzo
Jean-Claude Izzo (20 juni 1945 – 26 januari 2000)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en kunsthistorica Silke Andrea Schuemmer werd geboren op 20 juni 1973 in Aken. Zie ook mijn blog van 20 juni 2007 en ook mijn blog van 20 juni 2008.

 

 

Milchmädchen

für Marcus

 

Dich will ich mir um die Schultern legen. Du schmeichelst meinem Profil. Ich klaub mir Dich direkt aus dem Bett auf. Wie Du wärmst. Und so weich bist Du. Dann trag ich Dich spaziern. Ich geh durch die Straßen und zeig Dich herum. Und die Leute sagen Seht ein Neuer. Und so ein Schöner. Ich lächle. Was wissen denn die. Du liegst ganz still um meinen Hals. Die Augen glasig verzückt. Wenn sie wüßten, wie die Glieder geschmeidig sind, wenn Du schläfst. Ich trag Dich zum Bäcker, dann in die Fleischerei. Der ist aber schön, sagt die Frau. Ja sage ich, milchweiß die Nase, ich hab ihn noch nicht lang. Die Frau hackt eine Wurst in kleine Stücke. Ich sehe, daß sie neidisch ist. Nur zum Ärgern, sage ich noch: Die ißt er am liebsten.

 

 

 

 

Silke_Andrea_Schuemmer
Silke Andrea Schuemmer (Aken, 20 juni 1973)

 

 

 

 

De Franse dichteres Marceline Desbordes-Valmore werd geboren op 20 juni 1786 in Douai. Zie ook mijn blog van 20 juni 2007 en ook mijn blog van 20 juni 2008.

 

 

Aveu d'une femme

 

Savez-vous pourquoi, madame,
Je refusais de vous voir ?
J'aime ! Et je sens qu'une femme
Des femmes craint le pouvoir.
Le vôtre est tout dans vos charmes,
Qu'il faut, par force, adorer.
L'inquiétude a des larmes :
Je ne voulais pas pleurer.

Quelque part que je me trouve,
Mon seul ami va venir ;
Je vis de ce qu'il éprouve,
J'en fais tout mon avenir.
Se souvient-on d'humbles flammes
Quand on voit vos yeux brûler ?
Ils font trembler bien des âmes :
Je ne voulais pas trembler.

Dans cette foule asservie,
Dont vous respirez l'encens,
Où j'aurais senti ma vie
S'en aller à vos accents,
Celui qui me rend peureuse,
Moins tendre, sans repentir,
M'eût dit : " N'es-tu plus heureuse ? "
Je ne voulais pas mentir.

Dans l'éclat de vos conquêtes
Si votre coeur s'est donné,
Triste et fier au sein des fêtes,
N'a-t-il jamais frissonné ?
La plus tendre, ou la plus belle,
Aiment-elles sans souffrir ?
On meurt pour un infidèle :
Je ne voulais pas mourir.

 

 

 

 

 

Marceline_Desbordes-Valmore

Marceline Desbordes-Valmore (20 juni 1786 – 23 juli 1859)

Plafondschildering in het Théâtre de Douai

 

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Robert Ivanovich Rozhdestvensky werd geboren op 20 juni 1932 in Kosikha in het district Altai Krai. Zie ook mijn blog van 20 juni 2007.

 

 

Marc Chagall

 

He's old and resembles his loneliness.

He doesn't't care to discourse on the weather.

Right away with a question:

"Are you not from Vitebsk?"

An old fashioned blazer with worn out lapels . . .

"No, I'm not from Vitebsk . . ."

A long pause.

And then -- dull and monotonous

words:

"I work and I'm sick,

there's an exhibition in Venice . . . .

So, you're not from Vitebsk?"

"No, I'm not from Vitebsk."

 

He looks to the side.

Doesn't hear.

With a foreign distance he sighs,

attempting to cautiously reach for his childhood . . .

And there's no Cannes,

no Azure shore,

no present glory . . .

Brightly and perplexedly

he's yearning for Vitebsk, as if a plant  . . .

His Vitebsk

is industrial and hot,

pinned to the Earth with a watch-tower.

There's weddings and deaths, prayers and fairs.

There, especially, blossom large heavy apples,

and a sleepy cabdriver rolls down the square . . .

 

". . . Are you not from Vitebsk? . . . "

He becomes silent.

And suddenly pronounces

the names of streets:

Smolenskaya,

Zamskovaya. 

As if the Volga, he brags about the river Vidba,

and waves with a kid-like open hand  . . .

"So, you're not from Vitebsk . . . "

Time to bid farewell.

Soon its time to return home.

Down the road the trees

stand at attention.

And it's a pity

that I'm not from Vitebsk.

 

 

 

 

rozhdestvensky
Robert Rozhdestvensky (20 juni 1932 – 19 augustus 1994)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Laure Wyss werd geboren op 20 juni 1913 in Biel/Bienne. Zij studeerde talen in Parijs, Zürich en Berlijn en behaalde een bevoegheid tot lerares. Tijdens WO II verbleef zij in Zweden waar zij teksten vertaalde uit het Scandinavische verzet. Vanaf 1945 werkte zij als journaliste en redactrice voor kranten en voor de televisie. Na haar pensionering bleef zij werkzaam als zelfstandig schrijfster.

 

Uit: Wahrnehmungen

 

Das Läuten der Abendglocken tönte über die Stadt. Es war an einem Samstag vor Ostern, das Geläute lauter als sonst, es drang in die Stube, wo wir zusammen sassen, es lag über unserem Gespräch.

Er möchte mit mir über seine Mutter reden, hatte Josy gesagt. Und seine Lebensgefährtin schien zufrieden, dass diese Frage an mich endlich passierte, sie mischte sich nicht ein, aber sie beteiligte sich lebhaft mit Kopfnicken oder Kopfschütteln. Sie wusste ja, dass Josy vor vielen Jahrzehnten, zwischen seinem dreizehnten und vierzehnten Lebensjahr, bei mir im Bergdorf gewohnt hatte und dass ich seine Mutter gern gehabt hatte. Selbst erinnerte sich Josy nicht mehr daran, wie es gewesen war, wusste nichts mehr von seiner Kindheit, nichts von einer Beziehung zur Mama. War es für ihn überhaupt eine gewesen? Das plagte den Josy seit langem.

«Was, du weisst nicht mehr, wie stolz deine Mutter auf dich gewesen ist und wie sie die Worte ‹mein Josy, mein Sohn› ausgesprochen hat? Der innige Tonfall deiner Mutter hat mir immer gefallen.»

Das habe er so empfunden, räumte Josy ein, sie habe ihn immer bewundert und für sehr gescheit erklärt ... viel zu sehr eigentlich, obschon man das als Kind schätze … aber er habe immer gespürt, dass sie ihm gegenüber ein schlechtes Gewissen habe und habe deshalb dem hohen Lob nie ganz getraut. Und noch einmal: «Was hast du an meiner Mutter geschätzt?»

 

 

 

Wyss
Laure Wyss (20 juni 1913 – 21 augustus 2002)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en vertaalster Lillian Hellman werd geboren op 20 juni 1905 in New Orleans. Zie ook mijn blog van 20 juni 2007.

 

Uit: Scoundrel Time

 

“One of the forms I had filled out a few days before, ready for mailing, was the usual questionnaire from Who's Who in America. I suppose I found some amusement in reading it again: I ha' by that day written

The Children's Hour, Days t' Come, The Little Foxes, Watch on the Rhine, The Searching Wind, Another Part of the Forest, The Autumn Garden. I had collected and introduced volume of Chekhov letters, written movies and tinkered with others, belonged to organizations, unions-all the stuff I always have to look up from the previous Who's Who because I can't remember the dates.

Then I took a nap and woke up in a sweat of bewilderment about myself. I telephoned Hammett and he said he would take the next train from Katonah, so to sit still and do nothing until he got there. But the calm was gone now and I couldn't do that.

I went immediately to Stanley Isaacs, who had been borough president of Manhattan and who had suffered under an attack, led by Robert Moses, because one of his minor assistants was a member of the Communist Party. Stanley had stood up well under the attack, although, of course, the episode hurt his very Republican career. (I had gone to him as an admiring stranger as soon as he returned to his own law practice and had brought along with me, in the following years, quite a few people who liked and admired him.) Isaacs was an admirable man, but I think by the time of my subpoena he was more worried than he wanted to admit, and knew that his way back to politics-he was, in fact, never to have a way back-could be mended only with care. Isaacs and I were fond of each other and his face looked pained as he told me that he didn't believe he should handle the case, he didn't know enough about the field, but together we would find the right man.”

 

 

 

 

lillian_hellman
Lillian Hellman (20 juni 1905 – 30 juni 1984)

 

 

 

 

De Afrikaans-Amerikaanse schrijver en essayist Charles Waddell Chesnutt werd geboren op 20 juni 1858 in Cleveland, Ohio. In 1887 werd zijn eerste korte verhaal gepubliceerd in The Atlantic Monthly. Zijn eerste verhalenbundel The Conjure Woman verscheen in 1899. In zijn verhalen en romans onderzocht hij de complexiteit van raciale en sociale identiteit. Chesnutts ouders waren "free persons of color" en zelf noemde hij zich voor 7/8e blank.

 

Uit: The Colonel's Dream

 

Two gentlemen were seated, one March morning in 189—, in the private office of French and Company, Limited, on lower Broadway. Mr. Kirby, the junior partner—a man of thirty-five, with brown hair and mustache, clean-cut, handsome features, and an alert manner, was smoking cigarettes almost as fast as he could roll them, and at the same time watching the electric clock upon the wall and getting up now and then to stride restlessly back and forth across the room.

Mr. French, the senior partner, who sat opposite Kirby, was an older man—a safe guess would have placed him somewhere in the debatable ground between forty and fifty; of a good height, as could be seen even from the seated figure, the upper part of which was held erect with the unconscious ease which one associates with military training. His closely cropped brown hair had the slightest touch of gray. The spacious forehead, deep-set gray eyes, and firm chin, scarcely concealed by a light beard, marked the thoughtful man of affairs. His face indeed might have seemed austere, but for a sensitive mouth, which suggested a reserve of humour and a capacity for deep feeling. A man of well-balanced character, one would have said, not apt to undertake anything lightly, but sure to go far in whatever he took in hand; quickly responsive to a generous impulse, and capable of a righteous indignation; a good friend, a dangerous enemy; more likely to be misled by the heart than by the head; of the salt of the earth, which gives it savour.“

 

 

 

 

chesnutt_300dpi
Charles W. Chesnutt (20 juni 1858 – 15 november 1932)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Carel van Nievelt werd op 20 juni 1843 geboren in Delfshaven, als zoon van een boekhandelaar. Zie ook mijn blog van 20 juni 2007.

 

Uit: Mijn Angelo. Herinneringen van het Garda-meer

 

De fleschgroene plas ligt in zijn bed van barre bergen als eene glasplaat; geen rimpeltje trilt er over zijne vlakte; bezwijmd, als een gebroken oog, weerkaatst hij levenloos het stalen zwerk dat hem verteert.

Gij meent te bezwijken: het is eene ware foltering. Van tijd tot tijd ontbloot gij uw barstend hoofd achter eene telegraafpaal, die dan toch schaduw geeft - eene handbreed slechts - maar schaduw dan toch. Zoo voortzwoegend, hebt gij het tergende meir achter u gelaten, en bereikt gij, langs zachtkens stijgende kronkelingen, de pashoogte, op wier rug een Maria-beeld prijkt, beschut door een koepeldakje op vier marmeren pilaren. O volk dat zonneschermen optrekt boven steenen poppen, en voor de menschen geen struik laat groeien aan den weg...... Maar stil! - gij zijt reeds opgeklommen tot het tempelken; gij werpt u neder op het verschrompelde gras, dicht aan de voeten der Madonna, om met de Hemelkoninginne de karige schaduw van haar dak te deelen.

Dan doet, terwijl ge nog naar uw adem hapt, eene heesche stem u opschrikken: ‘Carità, ah ah, cantà!" - Gij wendt het hoofd om...... daar achter u staat een gedrocht in lompen. Man of vrouw? - gij kunt het niet onderscheiden. Gij ziet slechts een misvormd lichaam, een afschuwelijk kropgezwel, een idiotischen grijnslach op een wanstaltig gelaat, en een uitgestoken arm, den knokenarm van een geraamte. ‘Carita! Carita!’ - - En ge springt op, als ware er een vampyr naast u uit den grond gerezen. En met ijlende schreden, of het afgrijzen u de hitte en de vermoeienis niet meer voelen deed, daalt gij van de hoogte af naar de huizengroep die op geringen afstand beneden u ligt: het dorp Nago.

 

 

 

 

 

Nievelt
Carel van Nievelt (20 juni 1843 – 2 augustus 1913)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Joseph Antoine Autran werd geboren op 20 juni 1813 in Marseille. Na zijn opleiding vestigde hij zich meteen als zelfstandig schrijver. Marseille en de zee komen steeds weer in zijn gedichten terug. Toen hij 39 jaar was erfde hij een fortuin. In 1835 verscheen zijn bundel La mer. Dezelfde gedichten werden in een sterk uitgebreide bundel Les poëmes de la mer nogmaals uitgegeven. In 1868 werd Autran lid van de Académie française.

 

 

Uit: Les Poèmes de la mer

 

Prélude (Fragment)

 

Nous sommes les vagues profondes

Où les yeux plongent vainement ;

Nous sommes les flots et les ondes

Qui déroulent autour des mondes

Leur manteau d’azur écumant !

 

Une âme immense en nous respire,

Elle soulève notre sein ;

Soue l’aquilon, sous le zéphyre,

Nous sommes la plus vaste lyre

Qui chante un hymne au trois fois Saint.

 

Amoncelés par les orages,

Rendus au calme, tour à tour,

Nous exhalons des cris sauvages

Qui vont bientôt sur les rivages

S’achever en soupirs d’amour.

 

 

 

 

joseph_autran
Joseph Autran (20 juni 1813 – 6 maart 1877)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en toneelschrijver Nicholas Rowe werd eboren in Little Barford, Bedfordshire, op 20 juni 1674. Rowe bezocht Westminster School in Londen en schreef zich in 1691 in voor een rechtenstudie aan de Middle Temple. Toen hij 19 was overleed zijn vader. Hij erfde diens fortuin en besloot vervolgens zich toe te leggen op de literatuur, mogelijk daartoe geïnspireerd door zijn vrienden Alexander Pope en Joseph Addison. In 1700 werd zijn eerste stuk geproduceerd, The Ambitious Stepmother, waarin Willem III als veroveraar wordt opgevoerd.  Hierna probeerde hij een komedie te schrijven, maar dat werd geen succes. Hij keerde daarop terug naar de tragedie en produceerde achtereenvolgens Ulysses (1705), The Royal Convert (1707) en het succesvolle The Tragedy of Jane Shore, over een van de vele maîtresses van Eduard IV van Engeland. Zijn laatste stuk, dat dateert uit 1715, had niet veel succes. Verder is Rowe bekend gebleven als redacteur van het werk van William Shakespeare, de eerste moderne bewerking na de First Folio. Ook schreef hij een korte biografie van Shakespeare onder de titel Some Account of the Life &c. of Mr. William Shakespear. Rowe werd in 1715 benoemd tot Poet Laureate als opvolger van Nahum Tate.

 

Uit: Some Account of the Life of Mr. William Shakespear

 

„It seems to be a kind of Respect due to the Memory of Excellent Men, especially of those whom their Wit and Learning have made Famous, to deliver some Account of themselves, as well as their Works, to Posterity. For this Reason, how fond do we see some People of discovering any little Personal Story of the great Men of Antiquity, their Families, the common Accidents of their Lives, and even their Shape, Make and Features have been the Subject of critical Enquiries. How trifling soever this Curiosity may seem to be, it is certainly very Natural; and we are hardly satisfy'd with an Account of any remarkable Person, 'till we have heard him describ'd even to the very Cloaths he wears. As for what relates to Men of Letters, the knowledge of an Author may sometimes conduce to the better understanding his Book: And tho' the Works of Mr. Shakespear may seem to many not to want a Comment, yet I fancy some little Account of the Man himself may not be thought improper to go along with them.

He was the Son of Mr. John Shakespear, and was Born at Stratford upon Avon, in Warwickshire, in April 1564. His Family, as appears by the Register and Publick Writings relating to that Town, were of good Figure and Fashion there, and are mention'd as Gentlemen. His Father, who was a considerable Dealer in Wool, had so large a Family, ten Children in all, that tho' he was his eldest Son, he could give him no better Education than his own Employment.“

 

 

 

 

nicholas_rowe
Nicholas Rowe (20 juni 1674 - 6 december 1718)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi werd geboren in Florence in 1959. Hij studeerde architectuur, maar begon op negenentwintig- jarige leeftijd met het schrijven van romans. Hij debuteerde in 1988 met 'Per dove parte questo treno allegro' (Waar gaat die vrolijke trein naartoe?). Hij won met zijn roman La forza del passato  ('In de ban van mijn vader') de prestigieuze Premio Campiello 2000. Deze roman verscheen in 2001 in Nederlandse vertaling bij uitgeverij Prometheus. Voor Caos calmo („Kalme Chaos“) won hij in 2006 de Premio Strega en de derde prix Cévennes, de literaire prijs voor de beste Europese roman van 2008. Veronesi woont en werkt nu in Rome.

 

Uit: Stilles Chaos (Vertaald door Ulrich Hartmann)

 

„Da!», sage ich.

Wir haben gerade gesurft, Carlo und ich. Surfen: wie vor zwanzig Jahren. Wir haben uns die Bretter von zwei Jungs geliehen und uns in die hohen, langen Wellen gestürzt, die am TyrrhenischenMeer, wo wir unser ganzes Leben verbracht haben, so selten sind. Carlo aggressiver und waghalsiger, schreiend, tätowiert, wie früher, mit seinen langen Haaren im Wind und seinem Ohrring, der in der Sonne glitzerte; ich vorsichtiger, mehr auf Stil bedacht, präziser und kontrollierter, angepasster, wie immer. Er der berüchtigte Rockertyp, ich mit meinem alten Understatement, zwei Bretter, die durch die Sonne flitzten, unsere beiden Welten, die sich wieder ein Duell lieferten, wie zu Zeiten großartiger jugendlicher Kämpfe – Rebellion kontra Subversion –, als die Stühle durch die Luft flogen, ganz

im Ernst. Nicht dass wir eine Show abgezogen hätten, es war schon viel, nicht von den Brettern zu fallen; oder besser: Wir haben die Show der Typen abgezogen, die auch mal jung waren, eine kurze Zeit lang glaubten, dass gewisse Kräfte tatsächlich siegen könnten, und die in dieser Zeit eine Menge Sachen gelernt haben, die sich später als vollkommen nutzlos herausstellen sollten – so was wie Kongas trommeln oder eine Münze zwischen den Fingern rollen wie David Hemmings in Blow Up

oder den Herzschlag verlangsamen, um eine Herzrhythmusstörung zu simulieren und ausgemustert zu werden, oder Ska tanzen oder Joints mit einer Hand drehen oder Bogenschießen oder transzendentale Meditation oder eben Surfen. Die beiden jungen Surfer konnten das nicht verstehen, Lara und Claudia waren schon nach Hause gegangen, Nina .... war früh am Morgen abgereist (Carlo wechselt jedes Jahr die Freundin, und deshalb haben Lara und ich begonnen, sie mit Jahreszahlen zu

versehen): Es war niemand da, der es würdigen konnte, es war eine kleine Show für uns beide, eines dieser Spiele, die nur unter Brüdern Sinn haben, denn ein Bruder ist der Zeuge einer Unverletzlichkeit, die dir von einem bestimmten Augenblick an kein anderer mehr zuerkennen will.“

 

 

 

 
veronesi
Sandro Veronesi (Florence, 1959)

 

19-06-09

Salman Rushdie, Sybren Polet, Josef Nesvadba, Osamu Dazai, José Rizal, Friedrich Huch, Gustav Schwab, Karin Fellner, Claudia Gabler, Marius Hulpe


De Indisch-Britse schrijver en essayist Sir Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook mijn blog van 19 juni 2008 en mijn blog van 19 juni 2007 en ook mijn blog van 19 juni 2006. 

 

Uit: The Satanic Verses

 

“It was during one of these playful sessions at the end of a working day, when the girls were alone with their eunuchs and their wine, that Baal heard the youngest talking about her client, the grocer, Musa. 'That one!' she said. 'He's got a bee in his bonnet about the Prophet's wives. He's so annoyed about them that he gets excited just by mentioning their names. He tells me that I personally am the spitting image of Ayesha herself, and she's His Nibs's favourite, as all are aware. So there.'

The fifty-year-old courtesan butted in. 'Listen, those women in that harem, the men don't talk about anything else these days. No wonder Mahound secluded them, but it's only made things worse. People fantasize more about what they can't see.'

Especially in this town, Baal thought; above all in our Jahilia of the licentious ways, where until Mahound arrived with his rule book, the women dressed brightly, and all the talk was of fucking and money, money and sex, and not just the talk either.

He said to the youngest whore: 'Why don't you pretend for him?'

'Who?'

'Musa. If Ayesha gives him such a thrill, why not become his private and personal Ayesha?'

'God,' the girls said. 'If they heard you say that they'd boil your balls in butter.'

 

 

 

 

Salman_Rushdie
Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Sybren Polet (pseudoniem van Sybe Minnema) werd geboren in Kampen op 19 juni 1924. Zie ook mijn blog van 19 juni 2007 en ook mijn blog van 19 juni 2008

 

 

Boomgedicht

 

Zoveel als deze boom heb ik nooit beloofd:

mijn schaduw is minder, mijn nutteloze insekten tieren

weliger,

geen konijnen nestelen aan mijn voet.

 

Wel is mijn schors schor en hees

en ik overschreeuw mijzelf dagelijks met kinderen en bladeren.

 

Traag en moeizaam is mijn ringen

en even moeizaam wen ik aan het snoeien van handen,

de taal die mensen spreken.

Uit mijn hout worden geen goden gesneden,

ook zonder hen wordt mijn hout ouder.

 

Soms is het in mijn merg zo onophoudelijk donker

als in het windstil centrum van een ziekte;

je hoort er mensen als marmotten piepen

diep uit de zwartste zwammen van hun menszijn.

 

Maar jij die uit dit hout een stem wilt snijden,

snijdt een stem. Zoals mijn litteken is zing ik.

 

Mijn litteken is mijn sieraad.

 

 

 

 

Strandschap

 

Achter de duinen het overbodige landschap.

Geronselde wolkenhorden. Strand dat

langzaam zichzelf schept.

 

In ouderwetse rieten strandstoelen

zitten mensen te sterven, tatoes

op hun geloken oogleden.

 

Een enkel sigarettenrokend lijk

lost op in rook.

 

Een beroepshond met een bijbaantje

snuffelt langs de vloedlijn.

 

Vindt een kinkhoorn.

 

Uit de schelp klinkt het zachte geblaf

van een dode zeehond.

 

 

 

 

 

 

Polet
Sybren Polet (Kampen, 19 juni 1924)

 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Josef Nesvadba werd geboren op 19 juni 1926 in Praag. Hij was opgeleid tot psichiater en introduceerde de groepstherapie in Tsjechoslowakije. Hij begon met het vertalen van Engelse gedichten. Als student schreef hij ook al toneelstukken. Aan het eind van de jaren vijftig begon hij korte verhalen te schrijven die men het best omschrijven kan als satirische science fiction. In de jaren zeventig ontwikkelde hij zich van dit genre vandaan richting meer psychologische romans. Verschillende van zijn boeken werden verfilmd door Juraj Herz.

 

Uit: The Einstein Brain

 

"The situation is extremely grave," Professor Kozhevkin brought his report to a close. "During the lifetime of the last few generations our progress in various technical fields has liberated mankind, freed mankind from drudgery, hunger and war, and opened the way to the Universe. I can still remember the time when the Engineering Faculties of our Universities had the pick of the finest students, and when it was the heart's desire of every young man to study some branch of technical science. Look at things today! Our young people have lost interest in what we are doing. Physics, chemistry and mathematics suddenly seem to have lost all interest for them. Every year there are fewer and fewer students applying for entrance to our Engineering Faculty in Alma-Ata. There is a danger that in a few years we shall find ourselves obliged to restrict our research work and set limits to the number of staff we can employ. This state of affairs cannot be allowed to go on. Our machines cannot work without people to control them; they cannot take care of the needs of mankind unless there is someone to run them. Energetic steps must be taken."

We all clapped and Dr. Kozhevkin sat down.

"At our University in Toronto," Professor Clark Smith-Jones took the floor, "things are almost worse. We have already had to shut down several of our specialised departments in certain aspects of space research, as well as the Department for Research into the Nature of Elementary Particles.“

 

 

 

 

nesvadba
Josef Nesvadba (19 juni 1926 – 26 april 2005)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Osamu Dazai (eig. Shūji Tsushima) werd geboren op 19 juni 1909 in Tsugaru. Osamu Dazai behoort tot de generatie van Mishima, Kawabata en Tanizaki. Hij was echter een enfant terrible die geen aansluiting vond bij de gevestigde orde. Hij had en heeft de status van cultheld. In 1948 pleegde hij samen met zijn minnares zelfmoord. Deze en andere sensationele gegevens uit zijn leven krijgen vaak meer aandacht dan zijn werk. Zijn eerste korte verhaal dat hij ondertekende met zijn pseudoniem was Ressha dat verscheen in 1933. Na zijn zelfmoord trof men 14 verhalen aan onder de veelzeggende titel 'Jaren van verval'.

.

Uit: The setting sun

 

““I drink out of desperation. Life is too dreary to endure. The misery, the loneliness, crampedness – they’re heartbreaking. Whenever you can hear the gloomy sighs of woe from the four walls around your, you know that there’s not a chance of happiness existing just for you. What feelings do you suppose a man has when he realizes that he will never know happiness or glory as long as he lives? Hard work. All that amounts to is food for the wild beasts of hunger. There are too many pitiful people. – Is that a pose again?”

“No.”

“Only love. Just like you wrote in your letters.”

“Yes.”

My love was extinguished.

When the room became faintly light, I stared at the face of the man sleeping beside me. It was the face of a man soon to die. It was an exhausted face.

The face of a victim. A precious victim.

My man. My rainbow. My child. Hateful man. Unprincipled man.

It seemed to me then a face of a beauty unmatched in the whole world. My breast throbbed with the sensation of resuscitated love. I kissed him as I stroke his hair.

The sad, sad accomplishment of love.

Mr. Uehara, his eyes still shut, took me in his arms. “I was all wrong. What do you expect of a farmer’s son?”

I could never leave him.

“I am happy now. Even if I were to hear the four walls all shriek in anguish, my feeling of happiness would still be at the saturation point.”

Mr. Uehara laughed. “But it’s too late now. It’s dusk already.”

“It’s morning!”

That morning my brother Naoji committed suicide.

 

 

 

 

Osamu_Dazai_2
Osamu Dazai (19 juni 1909 – 13 juni 1948
)

 

 

 

 

 

De Filippijnse schrijver José Rizal (eig. José Protacio Rizal Mercado y Alonso Realonda) werd geboren op 19 juni 1861. Zie ook mijn blog van 19 juni 2007 en ook mijn blog van 19 juni 2008

 

 

A Poem That Has No Title

 

To my Creator I sing

Who did soothe me in my great loss;

To the Merciful and Kind

Who in my troubles gave me repose.

 

Thou with that pow'r of thine

Said: Live! And with life myself I found;

And shelter gave me thou

And a soul impelled to the good

Like a compass whose point to the North is bound.

 

Thou did make me descend

From honorable home and respectable stock,

And a homeland thou gavest me

Without limit, fair and rich

Though fortune and prudence it does lack.

 

 

 

To Virgin Mary

 

Mary, sweet peace, solace dear

Of pained mortal ! You're the fount

Whence emanates the stream of succor,

That without cease our soil fructifies.

 

From thy throne, from heaven high,

Kindly hear my sorrowful cry!

And may thy shining veil protect

My voice that rises with rapid flight.

 

Thou art my Mother, Mary, pure;

Thou'll be the fortress of my life;

Thou'll be my guide on this angry sea.

If ferociously vice pursues me,

If in my pains death harasses me,

Help me, and drive away my woes!

 

 

 

 

 

 

José_Rizal_portrait
José Rizal (19 juni 1861 - 30 december 1896)

Portret door Fabian Dela Rosa, 1902

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich Huch werd geboren op 19 juni 1873 in Braunschweig. Zie ook mijn blog van 19 juni 2007.

 

Uit: Pitt und Fox

 

„Pitt - so nannte Philipp Sintrup sein Spiegelbild, wie er es als kleines Kind zum erstenmal erblickte und mit dem Finger berührte. Die Familie heftete den Namen an ihn, und mit einer Art von Folgerichtigkeit ward nun sein jüngerer Bruder nur noch Fox gerufen. Pitt war es gleichgültig, wie er hieß. Fox dagegen wehrte sich gegen den ihm aufgehängten Namen, ohne daß er ihn vertreiben konnte. So behauptete er denn, als er in das Alter kam, wo man moderne Weltgeschichte lernt, ein Nachkomme des großen, bekannten Fox wäre sein Pate, und seinen gewaltigen Reichtum werde er einmal erben.

Schon früh begann Fox Großes von sich zu erzählen. Er stellte sich als den Helden von selbsterfundenen Geschichten hin, die er Märchen nannte, die aber außer ihrer Unmöglichkeit nichts Märchenhaftes an sich hatten, sondern der allernächsten Umgebung entnommen waren und nur in einem Tone vorgetragen wurden, der Grausen erregen sollte. - Der grauäugige, etwas hochgeschossene Pitt hörte sie mit gelangweilten Augen an, und wenn Fox geendet, erzählte er mit gleichmäßiger Stimme: ihm sei Ähnliches begegnet, nur sei alles umgekehrt gewesen; vor seinen Feinden habe er, anstatt sie anzugreifen, sich versteckt, indem er sich bewegungslos gegen den Zaun drückte, so daß sie ihn für einen Holzpfahl hielten. Während unter seines Bruders Tritten die dicksten Brückenbalken krachten, genügte ihm ein Strohhalm, sich seinen Verfolgern über das Wasser hin zu entziehen. Unter diesen befanden sich ganz unbesehen seine nächsten Verwandten, seine eigenen Eltern. Herr Sintrup zog an ihrer Spitze, und Frau Sintrup, Pitts Mutter, sonnte sich im Eingang einer Höhle, ohne sich zu bewegen, so daß er nicht an ihr vorbei konnte, um sich ein für allemal zurückzuziehen.“

 

 

 

 

braunschweig
Friedrich Huch (19 juni 1873 – 12 mei 1913)

Braunschweig (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en pastor Gustav Schwab werd geboren op 19 juni 1792 in Stuttgart. Zie ook mijn blog van 19 juni 2007.

 

Uit: Sagen des klassischen Altertums

 

Auf herrlichen Säulen erbaut stand die Königsburg des Sonnengottes, von blitzendem Gold und glühendem Karfunkel schimmernd; den obersten Giebel umschloss blendendes Elfenbein, gedoppelte Türen strahlten in Silberglanz, darauf in erhabener Arbeit die schönsten Wundergeschichten zu schauen waren. In diesen Palast trat Phaethon, der Sohn des Sonnengottes Helios, und verlangte den Vater zu sprechen. Doch stellte er sich nur von ferne hin, denn in der Nähe war das strahlende Licht nicht zu ertragen. Der Vater Helios, von Purpurgewand umhüllt, saß auf seinem fürstlichen Stuhle, der mit gänzenden Smaragden besetzt war; zu seiner Rechten und zu seiner Linken stand sein Gefolge geordnet, der Tag, der Monat, das Jahr, die Jahrhunderte und die Horen; der jugendliche Lenz mit seinem Blütenkranze, der Sommer mit Ährengewinden bekränzt, der Herbst mit einem Füllhorn voll Trauben, der eisige Winter mit schneeweißen Haaren. Helios, in ihrer Mitte sitzend, wurde mit seinem allschauenden Auge bald den Jüngling gewahr, der über so viele Wunder staunte. »Was ist der Grund deiner Wallfahrt«, sprach er, »was führt dich in den Palast deines göttlichen Vaters, mein Sohn?«

 

 

 

 

gustav_schwab
Gustav Schwab (19 juni 1792 – 4 november 1850)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren 1970 in München, waar zij nog steeds woont. Zij studeerde psychologie in Konstanz en literatuurwetenschappen in München. Zij vertaalt en werkt als zelfstandig lectrice. In 2005 verscheen haar bundel »avantgarde des schocks« en in 2007 »in belichteten wänden«.

 

 

verschnittenes gras: du tastest

 

verschnittenes gras: du tastest

es ab in der brust, ein grünes

gefühl, prüfst die haltbarkeit

von wiesen, hunger nach

 

gärten beauty beyond

production aus rotem klee,

das süße ende der halme

im mund ein kühles

 

versprechen.

 

 

 

 

 

fellner
Karin Fellner (München, 1970)

 

 

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd in 1970 geboren in Lörrach. Zij bezocht de kunstnijverheidsschool in Basel en studeerde theaterwetenschappen en communicatiewetenschappen in Berlijn. Zij is werkzaam in redacties en persafdelingen. Werk van haar verscheen in tijdschriften en bloemlezingen. In 2008 verscheen haar bundel Die kleinen Raubtiere unter ihrem Pelz.

 

 

mal wieder ein Stadtplan ohne Wirklichkeitsmomente

 

mal wieder ein Stadtplan ohne Wirklichkeitsmomente.

ich zog Kreise um den Bahnhof, an dem unser

 

ungleichzeitiges Timing abprallte wie unser Winken.

das Image wurde später eingefroren, auch

 

die gleichförmigen Krusten der Teigtaschen auf

den Stoffbezügen der Sitze. es gab seit Tagen nur

 

aufgetaute Wraps und geschlossene Pubs. hitzebeständig

behielten wir unsere Pullover an, um das Bild