31-01-09

Norman Mailer, Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Benoîte Groult, Stefan Beuse, Marie Luise Kaschnitz, Kenzaburo Oe, John 'O Hara, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire


De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook mijn blog van 31 januari 2008 en mijn blog van 10 november 2007 en mijn blog van 31 januari 2007.

 

Uit: The Executioner’s Song

 

Gary, I feel bad too. I can’t understand taking a life for the amount of money you got.”

Gary replied, “I don’t know how much I got. What was there?”

Nielsen said, “It was $125, and in Provo, approximately the same amount.” Gary began to cry. He didn’t weep with any noise but there were tears in his eyes. He said, “I hope they execute me for it. I ought to die for what I did.”

Gary, are you ready to?” Nielsen asked. “It doesn’t scare you?”

Would you like to die?”

Criminy,” said Nielsen, “no.”

Me neither,” said Gilmore, “but I ought to be executed for it.”

I don’t know,” said Nielsen; “there’s got to be forgiveness somewhere along the line.”

A little later, Gary made a private call to Brenda.

Brenda said, “Gary, you’re going to go down hard this time. You’re going to ride this one clear to the bottom.”

He said, “Man, how do you know I’m not innocent?”

Gary, what’s the matter with your head?”

I don’t know,” Gary said, “I must have been insane.”

Brenda asked, “What about your mother? What do you want me to tell her?”

He was quiet for a while. Then he said, “Tell her it’s true.”

Brenda said, “Okay. Anything else?”

Just tell her I love her.”

 

 

 

mailer
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Eenzaam avontuur

 

Maar zij, zij wachtte ook, al was 't alleen maar op een weerzien, een ontmoeten, nieuws, een brief. Verschrikt hield ze de adem in, die holle en verongelijkte stemming was dus verlangen. Steels keek ze op naar Peps die in pyama door de kamer liep. Peps merkte niets. Veel kon er in je omgaan, veel kon je denken zonder dat een ander daar zelfs ook maar erg in had. Er speelde een vaag lachje om haar mooie mond. Mijn wezen achter een façade, dacht ze, een volkomen ondoordringbare façade die niets verraadt... Ze wachtte totdat hij haar blik ontdekte, een lieve blik die niets verried. Ze zag zijn bruine ogen, eerst verwonderd, dan met iets juichend... Ze sloeg haar armen om zijn hals en zei: “We blijven heel ons leven saampies.” -

 

 

 

 

Blaman_Bordewijk
Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

Hier met de schrijver F. Bordewijk in 1957

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Geur der droefenis

 

Het leven is niet zwaar maar zéér vervelend’ zei de jongen die zich over de wieg boog. Hij had zijn plusfour met bollende knieën laag vastgegespt om te doen of het een lange broek was. Zijn zwarte pullover droeg hij omgekeerd. De slappe, smoezelige punten van zijn witte boord hingen over de hoge truirand. Dat op zijn rug de v-vormige uitsparing voor de das nu een stuk van zijn blauw gestreepte overhemd, een boordeknoopje en het vuile boord lieten zien kon hem weinig schelen. Hij gaf door zijn kleding aan dat hij niet de persoon wilde zijn waarvoor de kleding bestemd was, een schooljongen.

Omdat zijn hoge voorhoofd verontreinigd was door acne liet hij er een dikke lok zwart haar over vallen die tot aan de rand van zijn bril reikte, een oude bril met hoornen rand en een goudkleurige neusbrug, maar het rechterglas hing uit het lood. Het gezicht, hinderlijk onvolgroeid, met een knobbelige neus en een heldere kin, was ernstig hoewel tics en een nerveuze grijns het voortdurend in beweging hielden. De jongen was lang, mager, houterig van beweging. Hij heette Thomas Rozendal.

Hij verwijderde zich van de wieg. Een tweede jongen boog zich erover en zei: ‘Je zult nog een lange weg moeten gaan voor je mislukt bent.’

Hij leek ouder dan Thomas Rozendal, ouder dan hij was, een eerstejaars student in plaats van een gymnasiast uit de vierde klas. Zijn grijze lange broek had een vouw, zijn jasje van donkerder grijs bolde maar weinig bij de ellebogen, zijn blauwe overhemd en zijn witte boord waren schoon. Hij had blond, krullend, goed gekamd haar. Zijn lange gezicht was door de hoek tussen het rechte voorhoofd en de sterke neus mooi, mannelijk ondanks de kleine mond en kin. Hij heette Peter Oldewei.

Met duidelijke pas ging hij opzij. Een derde jongen boog zich over de wieg en zei: ‘Pas als je tachtig bent, helemaal dement, zul je weer even wijs zijn als nu.’ Het klonk onbedoeld lief.

 

 

 

 

Kossman
Alfred Kossmann
(31 januari 1922 - 27 juni 1998)

Hier met schrijver Theun de Vries (rechts) in 1965

 

 

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Korteweg studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden. Hij was enige jaren docent aan het protestants-christelijke Visser 't Hooft Lyceum in zijn woonplaats Leiden en later aan de universiteit aldaar, in combinatie met een recensentschap voor poëzie bij het dagblad Het Parool. In 1979 volgde zijn aanstelling bij het Letterkundig Museum, als opvolger van Gerrit Borgers. In zijn periode als hoofdconservator (directeur) verhuisde het museum in 1985 van de Haagse Juffrouw Idastraat naar het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek. Een ander wapenfeit was in 1996 de aankoop van het manuscript van de roman De Avonden van Gerard Reve voor 160.000 gulden. Dit recordbedrag had Korteweg al voor de openbare veiling bij opbod in de media aangekondigd als het maximum waartoe het museum kon gaan.  Sinds zijn debuut in het literair tijdschrift Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. Voor zijn poëzie werd Korteweg in 1986 de A. Roland Holst-Penning toegekend.

 

 

Adonis

 

Als niemand de Adonis in je doodt,
dood die dan zelf. Zo oud als jij en nog
steeds ideale schoonzoon - geen gezicht.

Stap uit in Vijftig, stap daar uit zoals
je dat in, zeg maar, Zutphen doet,
en ga dan naar behoren ouder worden
en oud, met bril, buik, haar uit oor en neus,
elk jaar wat meer, en kom daar rond voor uit.

Maai het gazon en knip de heg op tijd
en koop een hond voor de gezelligheid.

Leg, het gemoed bedroefd maar opgewekt de geest,
die, zeg maar vijfendertig, jaren af -
al krijg je niet meer wie je hebben wilt,
de onderwereld van je huwelijk heb je nog.

 

 

 

een 160

 

[een 160 is een tekst die bestaat uit precies 160 tekens,
inclusief spaties: precies de lengte van een sms'je.
Het wordt ook wel de haiku van de 21e eeuw genoemd]

Ik weet het niet, groeien.
Net boom, komt de bijl.
Als kip: een paar weken.
Mens wordt niet mooier.
Groeien: niet doen!
Maar moet het, dan krom,
richting aarde.

 

 

 

 

korteweg

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Mon évasion

 

„Comme enfant, lorsque j'y pense, assez rarement, je me déçois. Déjà je ne portais pas mon vrai prénom. Mes parents, espérant sans doute un Benoît, m'avaient déclarée Benoîte à l'état civil, mais ce prénom se révélant inadapté, je suppose, pour un gros bébé placide, ils préférèrent mon deuxième prénom, Rosie. Aucun des deux ne m'a jamais appelée Benoîte. J'étais une enfant conventionnelle, timide, obéissante et bonne élève, beaucoup plus proche de Camille et Madeleine de Fleurville, deux petites filles modèles et sans intérêt, que de l'insolente Sophie de la Comtesse de Ségur. Mes parents, en tant que père et mère, étaient beaucoup plus intéressants que moi en tant qu'enfant. D'excellents parents qui n'ont eu comme défaut que de rester eux-mêmes, avec leur forte personnalité qu'ils n'ont jamais sacrifiée, sous prétexte de devenir de meilleurs éducateurs pour ma sœur et pour moi. Ils menaient leur vie et puis nous étions là et ils nous aimaient, c'est tout. Pas de thérapeutes à l'époque pour se pencher sur le pipi au lit tardif, ou sur la dyslexie qu'on osait qualifier de manque d'application ou sur le médiocre travail en classe qu'on attribuait tout simplement à la paresse, sans crainte de traumatiser à jamais le coupable !

 

 

 

 

B_Groult
Benoîte Groult (Parijs, 31 januari 1920)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Meeres Stille

 

Zwei Tage vor meinem Geburtstag ist meine Mutter mit dem gelben Sportcoupé meines Vaters in den Himmel geflogen. Es war ein sonniger Tag, und neben ihr lag alles, was ich mir gewünscht hatte: sieben Päckchen und eine Schultasche aus Leder.
In meinen Träumen habe ich oft gesehen, wie der gelbe Wagen über die Kante schießt, in einen ganz und gar wolkenlosen Himmel. Man hört das kurze Durchdrehen der Räder, das Zischen des Fahrtwindes und dann nichts mehr: ein plötzlicher Trichter aus Stille, jedes Geräusch im schwarzen Loch einer unendlich gedehnten Schrecksekunde.
Meine Mutter trägt das Kleid, das sie von meinem Vater zum Hochzeitstag bekommen hat, ein champagnerfarbenes Seidenkleid, das leuchtet, wenn Licht darauf fällt. Ihre Haare wehen hinter der Kopfstütze, Lack blitzt im Sonnenlicht, und als wäre die Schwerkraft plötzlich aufgehoben, lösen sich die Päckchen vom Beifahrersitz.
Der Wagen landet auf einem Felsvorsprung. Meine Mutter streckt die Arme nach den Geschenken aus, die in Zeitlupe vom Himmel fallen, rote, blaue, gelbe, mit Schleifen, ohne Schleifen. Sie weiß nicht, was sie zuerst fangen soll, und schließlich entscheidet sie sich für das schönste Paket: ein rot-gelb gestreiftes mit einer kleinen Windmühle dran. Sie hält es ans Ohr, schüttelt es und hört, wie es klappert. Dann schließt sie die Augen. Sie lächelt, weil sie sich freut, daß sie ein so schönes Geschenk für mich hat.
Ich nehme das Paket und bringe es an einen Ort, den niemand kennt. Jeden Tag hole ich das Geschenk aus seinem Versteck. Ich blase gegen die Windmühle, um zu sehen, wie sie sich dreht. Dann streiche ich über das Papier und schiebe das Paket zurück. Bald werde ich es öffnen.

 

 

 

 

beuse
Stefan Beuse (Münster,  31 januari 1967)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

 

Auferstehung

Manchmal stehen wir auf
Stehen wir zur Auferstehung auf
Mitten am Tage
Mit unserem lebendigen Haar

Mit unserer atmenden Haut.

Nur das Gewohnte ist um uns.
Keine Fata Morgana von Palmen
Mit weidenden Löwen
Und sanften Wölfen.

 

Die Weckuhren hören nicht auf zu ticken
Ihre Leuchtzeiger löschen nicht aus.

 

Und dennoch leicht
Und dennoch unverwundbar
Geordnet in geheimnisvolle Ordnung
Vorweggenommen in ein Haus aus Licht.

 

 

 

 

 

 

kaschnitz
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Kenzaburo Oe werd op 31 januari 1935 geboren in het dorp Oso op het eiland Shikoku. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Tagame Berlin – Tokyo (Vertaald door Nora Bierich)

 

Kogito unterrichtete zweimal pro Woche an der Universität. An den anderen Tagen, außer am Wochenende, aß er mit seinen Kollegen vom Wissenschaftskolleg zu Mittag. Sein Leben war einsam, und er musste an die Diskussionen denken, die Gorô und er mehrfach über Selbstmord geführt hatten. Das Thema war auch in den Gesprächen mit dem Schildkäfer aufgekommen.
Seit sich Gorô vom Dach jenes Gebäudes in den Tod gestürzt hatte, hatte es sich Kogito zur Schildkäfer-Regel gemacht, von sich aus nicht über Selbstmord zu sprechen. Gorô jedoch hatte unbe­kümmert davon angefangen.
- Schon kurz nachdem wir uns in Matchama begegnet sind, er­füllte ich dir gegenüber eine Aufgabe, glaube ich. Ob ich dir wirk­lich von Nutzen war, weiß ich allerdings nicht. Wahrscheinlich war es eher ein Solokampf. Als wir uns nicht mehr so häufig trafen, sind andere an meine Stelle gerückt. Vielleicht war ich nicht der Einzige, der meinte, dass du jemanden brauchst. Die anderen, die meine Rolle übernahmen, waren nicht solche Gangster wie ich, oder? Wahrscheinlich wirst du es wie immer sofort ableugnen, aber du warst wirklich begnadet, nicht? Solltest du dich nicht langsam, wo du auf die sechzig zugehst, vom basso ostinato deiner Seinsweise, die­sem sturen Bass der Selbstironie, lösen?
Kogito dachte in einer Arglosigkeit, die auch schon wieder Selbst­ironie verdient hätte, dass Gorô bestimmt sagen wollte, er habe ihm gegenüber die Rolle des Mentors eingenommen. Er drückte die Pau­sentaste und erwiderte:

- Wer soll an deine Stelle getreten sein, seit wir uns nicht mehr so oft sahen? Er stellte das Band wieder an, und als habe er Kogitos Reaktion genau vorausgesehen, fuhr Gorô angriffslustig fort:

 

 

 

 

Oe
Kenzaburo Oe (Oso, 31 januari 1935)

 

 

 

 

 

Voor onderstaande schrijvers zie ook mijn blog van 31 januari 2007.

 

De Amerikaanse schrijver John 'O Hara werd geboren op 31 januari 1905 in Pottsville, Pennsylvania.

 

De Nederlandse schrijver, dichter en dominee Anthony Winkler Prins werd geboren te Voorst op 31 januari 1817.


De Vlaamse dichteres en schrijfster Maria Elisa Belpaire werd geboren te Antwerpen op 31 januari 1853.

De Amerikaanse schrijver (van Franse afkomst) Michel-Guillaume Jean de Crèvecoeur werd geboren op 31 januari 1735 in Caen.

 

30-01-09

Tijs Goldschmidt, Barbara Wood, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Walter Savage Landor, Anton Hansen Tammsaare


De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

Uit: Darwins Hofvijver

 

“De zon staat al hoog als ik bij het vliegveld aankom en de auto parkeer. Er staan mensen te wachten voor de ingang van de hal. Ik spreek een kruier aan om te vragen hoe laat het is. De klok in de hal van het vliegveld staat stil en een horloge heb ik al maanden niet meer. Ik ruilde het met Elimo, op zijn verzoek, tegen een haan en een sonzo, een traditionele Sukumamand. Deze waterdichte manden werden door vrouwen gevlochten en op feesten gebruikt als pul om pombe, het naar zurig braaksel smakende gerstebier, naar binnen te gieten. In de manden zijn met mangaan gekleurde grasstengels gevlochten in geometrische patronen die een symbolische betekenis hebben. Die is niet altijd meer te achterhalen, want de komst van de mazabethi, naar koningin Elizabeth vernoemde aluminium bakjes die tijdens de Britse overheersing massaal werden ingevoerd, betekende het einde van de masonzo-cultuur. In een dorpje sprak ik met een bejaarde vrouw die daarover na ruim dertig jaar nog altijd woedend was. Zij vertelde dat het uit driehoeken opgebouwde symbool in de mand die ik met Elimo ruilde, ‘kitenge, omslagdoek’ betekent.

‘Mijn man steekt zijn eerste vrouw goed in de kleren, maar ik, een van zijn jongere vrouwen, loop in een omslagdoek die tot op de draad versleten is.’

Een Sukumavrouw mocht niet klagen in woorden, maar kon in deze symbooltaal haar hart luchten.

‘De komst van de mazabethi heeft ons plezier bedorven,’ vertelde het oude vrouwtje. ‘Sisi wanawake, wij vrouwen, vlochten de manden terwijl we bij elkaar zaten te praten. Ik zie niet wat daar mis mee was. Elke vrouw deed haar best de mooiste mand te maken. Door de mazabethi is dat allemaal afgelopen.’

 

 

 

 

Tijs_Goldschmidt
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

 

 

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

Uit: Woman of a Thousand Secrets

 

Revenge was in Macu’s heart as he searched for the girl who had humiliated his brother.

Pretending to be interested in her as a prospective bride, he asked about Tonina in the village and was told that she could be found on the beach of the western lagoon, where the pearl divers were hauling in their oyster catch for the day.

Macu’s brother, who was at that moment on the other side of the island with their canoe, had begged Macu not to go. It was bad enough a girl had bested him in a swimming contest, but Macu exacting revenge would only make matters worse. "She is a better swimmer," Awak had said. "You cannot beat her, Brother." But twenty-two-year-old Macu of nearby Half Moon Island was proud and vain and despised girls who thought they were better than men.

Pearl Island was a small, verdant dot on the green sea off the western tip of a landmass that would one day be called Cuba, and it had only two accessible harbors: the western lagoon and a cove on the northern tip, where Macu and his friends had paddled their canoe between rocky shoals and made landfall on a tiny beach. From there, a trail led through dense trees and brush to a lively, bustling village where children played, women stirred cooking pots, and men toiled in tobacco-drying sheds.“

 

 

 

BarbaraWood
Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

Uit: Greene on Capri

 

On a December morning of the late 1960s, I was sitting by the windows of the Gran Caffè in the piazzetta of Capri, doing the crossword in The Times. The weather was wet, as it had been for days, and the looming rock face of the Monte Solaro dark with rain. High seas, and some consequent suspension of the Naples ferry, had interrupted deliveries from the mainland; and the newspaper freshly arrived from London was several days old. In the café, the few other tables were unoccupied. An occasional waterlogged Caprese—workman or shopkeeper—came to take coffee at the counter. There was steam from wet wool and espresso; a clink and clatter of small cups and spoons; an exchange of words in dialect. It was near noon.

    Two tall figures under umbrellas appeared in the empty square and loped across to the café: a pair of Englishmen wearing raincoats, and one—the elder—with a black beret. The man with the beret was Graham Greene. I recognised him—as one would; and also because I had seen him in the past on Capri, at the restaurant Gemma near the piazza, where he dined at a corner table with his companion, and great love of the postwar decade, Catherine Walston. That was in the late 1950s, when I used to visit Naples and Capri from Siena, where I then spent part of the year. One knew that Greene had a house in the town of Anacapri, in the upper portion of the island, which he had visited faithfully if sporadically for many years.

    On that damp December morning, Greene and his dark-haired friend came into the Gran Caffè, hung their coats, and sat down at the next tiny table to mine. I went on with my puzzle; but it was impossible not to overhear the conversation of my neighbours—or, at any rate, not to hear one side of it. Graham Greene certainly did not have a loud voice, but his speech was incisive, with distinctive inflections, and his voice was lowered only in asides or to make confidences.“

 

 

 

ShirleyHazzard
Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007  en ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

 

Es ist nur so der Lauf der Welt

 

Mir ward als Kind im Mutterhaus

Zu aller Zeit, Tag ein, Tag aus,

Die Rute wohl gegeben.

Und als ich an zu wachsen fing,

Und endlich in die Schule ging,

Erging es mir noch schlimmer.

 

Das Lesen war ein Hauptverdruß,

Ach! wer's nicht kann und dennoch muß,

Der lebt ein hartes Leben.

So ward ich unter Schmerzen groß

Und hoffte nun ein bess'res Los,

Da ging es mir noch schlimmer.

 

Wie hat die Sorge mich gepackt!

Wie hab' ich mich um Geld geplackt!

Was hat's für Not gegeben!

Und als zu Geld ich kommen war,

Da führt' ein Weib mich zum Altar,

Da ging es mir noch schlimmer.

 

Ich hab's versucht und hab's verflucht

Pantoffeldienst und Kinderzucht

Und das Gekreisch der Holden.

O meiner Kindheit stilles Glück,

Wie wünsch' ich dich jetzt fromm zurück!

Die Rute war ja golden!

 

 

 

 

Chamisso_Chamisso
Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Brautigan werd geboren op 30 januari 1935 in Tacoma, Washinton. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007  

 

 

Autobiography (polish it like a piece of silver)

  

I am standing in the cemetery at Byrds, Texas.

What did Judy say? "God-forsaken is beautiful, too."

A very old man who has cancer on his face and takes

care of the cemetery, is raking a grave in such a

manner as to almost (polish it like a piece of silver.

 

 

 

 

Boo, Forever

  

Spinning like a ghost

on the bottom of a

top,

I'm haunted by all

the space that I

will live without

you. 

 

 

 

 

 

RichardBrautigan
Richard Brautigan (30 januari 1935 – september 1984)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Erich Nossack werd op 30 januari 1901 geboren in Hamburg. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007

 

 

Der Dichter

 

Im Hafen lichten jubelnd sie die Anker.
Ein Schiff wohin? Von Hoffnung ist es schwer
nach heimatlicher Insel überm Meer.
Abseits am Ufer steh ich wie ein Kranker.

 

Krank, weil ich warte und mich nicht verschwende;
gefesselt, daß ich mir nicht selbst entflieh
noch mich dem Werk des Wirklichseins entzieh.
Ja, ich war krank, damit ich mich vollende.

 

Denn immer Einer sei bereit und rage
als rettend Mal im Raum, wenn vor der Frage
die grelle Zeit erblaßt: Was soll ich tun?

 

Fragt ich es auch? Vielleicht schrie ich im Traum.
Nur Echo wars. Der Wind fuhr durch den Baum.
Du darfst getrost in meinem Schatten ruhn.

 

 

 

 

 

Nossack
Hans Erich Nossack (30 januari 1901 – 2 november 1977)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Walter Savage Landor werd geboren op 30 januari 1775 in Ipsley Court, Warwickshire.

 

Uit: Imaginary conversations (Lord Brooke and Sir Philip Sidney)

 

God hath granted unto both of us hearts easily contented, hearts fitted for every station, because fitted for every duty. What appears the dullest may contribute most to our genius; what is most gloomy may soften the seeds and relax the fibres of gaiety. We enjoy the solemnity of the spreading oak above us: perhaps we owe to it in part the mood of our minds at this instant; perhaps an inanimate thing supplies me, while I am speaking, with whatever I possess of animation. Do you imagine that any contest of shepherds can afford them the same pleasure as I receive from the description of it; or that even in their loves, however innocent and faithful, they are so free from anxiety as I am while I celebrate them? The exertion of intellectual power, of fancy and imagination, keeps from us greatly more than their wretchedness, and affords us greatly more than their enjoyment. We are motes in the midst of generations: we have our sunbeams to circuit and climb. Look at the summits of the trees around us, how they move, and the loftiest the most: nothing is at rest within the compass of our view, except the grey moss on the park-pales. Let it eat away the dead oak, but let it not be compared with the living one.

Poets are in general prone to melancholy; yet the most plaintive ditty hath imparted a fuller joy, and of longer duration, to its composer, than the conquest of Persia to the Macedonian. A bottle of wine bringeth as much pleasure as the acquisition of a kingdom, and not unlike it in kind: the senses in both cases are confused and perverted“.

 

 

 

 

Savage_Landor
Walter Savage Landor (30 januari 1775 – 17 september 1864)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 januari 2007.


De Estlandse schrijver
Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu.

29-01-09

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland, Olga Tokarczuk, Germaine Greer, Mirjam Müntefering, Serap Çileli, Gert Hofmann, Muna Lee, Johann Seume, Hubert C. Poot, Vicente Blasco Ibáñez


De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

Uit: Weiberwirtschaft   (Vertaald door Reinhold Trautmann)

 

Da lag ein dickes Geldpaket. Es kam aus dem Forstrevier, vom Verwalter. Er schrieb, daß er fünfzehnhundert Rubel schicke, die er eingetrieben habe nach einem in zweiter Instanz gewonnenen Prozeß. Anna Akimowna liebte Ausdrücke wie »eintreiben« und »den Prozeß gewinnen« nicht, sondern fürchtete sie. Sie wußte, daß man ohne Gerichtsverfahren nicht auskommt, aber es war ihr jedesmal unheimlich, und sie spürte Gewissensbisse, wenn der Fabrikleiter

Nasarytsch oder der Revierverwalter, die häufig prozessierten, einen Rechtsstreit für sie gewannen.

Auch jetzt wurde ihr unheimlich und unbehaglich, und sie hätte diese tausendfünfhundert Rubel am liebsten möglichst weit weggelegt, um sie nicht mehr sehen zu müssen.

Sie dachte verdrießlich darüber nach, daß ihre Altersgenossinnen – sie war sechsundzwanzig Jahre

alt – sich jetzt mit dem Haushalt plagten, bald müde einschlafen und morgen früh in festtäglicher Stimmung erwachen würden; viele von ihnen waren schon verheiratet und hatten Kinder. Sie allein war dazu verurteilt, wie eine alte Frau über diesen Briefen zu sitzen, sie mit Bemerkungen zu versehen, Antworten zu schreiben, dann den ganzen Abend bis Mitternacht nichts weiter zu tun, als darauf zu warten, daß es Zeit wurde, schlafen zu gehen; morgen würde man ihr den ganzen Tag über gratulieren und Bitten vorbringen, und übermorgen gäbe es in der Fabrik bestimmt einen Skandal, man würde jemanden verprügeln, oder einer würde am Wodka sterben, und sie würde sich deswegen Vorwürfe machen; nach den Feiertagen würde Nasarytsch an die zwanzig Mann wegen Wegbleibens von der Arbeit entlassen, und alle zwanzig würden dann mit abgenommenen Mützen an der Treppe warten, und es würde ihr peinlich sein, zu ihnen hinauszugehen, und man würde sie wie Hunde wegjagen.“

 

 

 

Tsjechov
AntonTsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. In 1959, toen hij nog op de middelbare school zat, begon hij gedichten te schrijven. Na zijn middelbare school ging Plomp Nederlands studeren en werkte daarna enige tijd als leraar. Plomp werd actief in Provo, gaf zijn leraarschap op en publiceerde in 1968 zijn eerste roman. In enkele latere boeken beschrijft hij de 'scene' van binnenuit. Vooral het Amsterdams Dodenboekje werdf beroemd. In 1973 bezette hij met vrienden en vriendinnen het dorp Ruigoord dat gesloopt dreigde te worden.

 

 

Een mensenleven

Veel gedaan in dit bestaan
hete kastanjes
uit het vuur gehaald,
met stille trom vertrokken,
hazenpad ontdekt,
een handvol
schoenveters gebroken,
vierduizend pukkels uitgeknepen,
tienduizend liter bier gedronken,
zo'n twintigduizend liter thee en koffie,
een keer of negenduizend klaargekomen,
driemaal een blinde helpen oversteken
- al spartelden ze heftig tegen.

 

 

 

 

Plomp
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 

 

 

 

De Nederlandse schilder en dichter Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900.  Hij was een leerling van Dirk Nijland en bezocht de Rotterdamse Academie. Hussem woonde van 1918 tot 1936 in Parijs, waar hij onder anderen Piet Mondriaan en Pablo Picasso leerde kennen. Naast laatstgenoemde heeft ook Vincent van Gogh invloed op zijn stijl uitgeoefend. In 1936 vestigde hij zich definitief in de Haagse Mijtensstraat (schilderswijk). Vanaf de Tweede Wereldoorlog werden zijn werken abstract. Hij maakte deel uit van kunstbewegingen als Fugare, de Liga Nieuw Beelden en Verve. Zijn werk wordt gerekend tot de kunsstroming de Nieuwe Haagse School. In 1940 verscheen zijn eerste bundel gedichten met De kustlijn. In 1941 volgde Uitzicht op zee. Pas twintig jaar later verscheen er opnieuw poëzie van Hussem in de bundel Steltlopen op zee (1961).

 

 

Zet het blauw...


Zet het blauw

van de zee

tegen het

blauw van de

hemel veeg

er het wit

van een zeil

in en de

wind steekt op

 

 

 

 

hussem
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver  Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

Uit: De Engel van Amsterdam

 

 

Een engel voor paal

 

Ik zou ze wel even vertellen,
hoe het hoort allemaal, hoe het moet.
Ik was de reddende engel
en ik wist het immers zo goed.
Maar ze laten me praten voor noppes,
of ze zijn alleen maar zo bang
dat mijn boodschap ze niet zou bevallen
of kenden ze die boodschap al lang.

Ik wist wel het antwoord op alles
maar ik kende hun vragen niet eens.
Ja, ik wist het zo goed allemaal,
ik zou me er eens mee bemoeien,
maar ze blijven liever zelf knoeien
en hier staat inderdaad, ten einde raad,
een engel, een engel voor paal.

De stad lijkt opeens veel stiller en kouder,
en bijna vijandig, de straten benauwder.
de stad lijkt vervangen sinds ik hier kwam
Ik weet nu opeens wat een mensen bedoelen
als ze zeggen zich ver van de hemel te voelen
't wordt zo donker, 't wordt zo donker,
't wordt zo donker in Amsterdam.

 

 

 

 

Nijgh
Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

Uit: Clerambault

 

„Clerambault had just finished with a Schilleresque vision of the fraternal joys promised in the future. Maxime, carried away by his enthusiasm in spite of his sense of humour, had given the orator a round of applause all by himself. Pauline noisily asked if Agénor had not heated himself in speaking, and amid the excitement Rosine silently pressed her lips to her father's hand.

The servant brought in the mail and the evening papers, but no one was in a hurry to read them. The news of the day seemed behind the times compared with the dazzling future. Maxime however took up the popular middle-class sheet, and threw his eye over the columns. He started at the latest items and exclaimed; "Hullo! War is declared." No one listened to him: Clerambault was dreaming over the last vibrations of his verses; Rosine lost in a calm ecstasy;...“

 

 

 

romainrolland
Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)

Portret door Frans Masereel

 

 

 

 

 

 

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

Uit: The Subject (Vertaald door Antonia Lloyd-Jones)

 

He turned a few pages, and suddenly the following words caught his attention: “The hero of this amazing story, the author’s alter ego, has the same first name as him and even lives at the same address in Warsaw, off Jerozolimskie Avenue”. He read it over several times, dragging on his cigarette. He thought back to the time, twenty years ago, when he’d written The Open Eyes of Life. It was a terrible time, hopeless. It felt as if the end of the world had come, though everything had turned out all right in the end. But what’s all right, and what’s not, he thought, casting a predatory glance at the four cigarettes he had left until the end of the day. The writing had gone well in those days. That vague sense of despair, that feeling of indifference and absurdity had given him an impetus; they were like a loving mother who caressed the words into being, nurtured whole paragraphs and handed him ready-made images on a plate. These days everything had become papery; however solid it might look from the outside, if you tried to describe life nowadays in some way, you’d have to battle your way through layer upon layer of rubbish. Normality was uninteresting, full of trivial little details that poured from the newspapers each morning like sand and immediately gathered dust.”

 

 

 

 

Olga_Tokarczuk
Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

 

 

 

De Australische literatuurwetenschapper en publiciste Germaine Greer werd geboren in Melbourne op 29 januari 1939. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

Uit: Shakespeare’s Wife

 

The Christian name of the woman who married William Shakespeare in 1582 is as unstable as her surname. The only evidence that Richard Hathaway alias Gardner of Shottery had a daughter called Ann is a reference in his will to a daughter called Agnes. Scholars have demonstrated convincingly that in this period Agnes and Ann were simply treated as versions of the same name, pointing out dozens of examples where Agnes, pronounced 'Annis', gradually becomes 'Ann'. Richard Hathaway left a sheep to a great-niece he calls Agnes, though according to the parish record she was actually christened Annys; in 1600 she was buried as Ann. Theatre manager Philip Henslowe called his wife Agnes in his will but she was buried as Ann. Ann's brother Bartholomew called a daughter Annys, but she was buried as Ann. The curate William Gilbert alias Higgs who wrote Hathaway's will married Agnes Lyncian, but she was buried as Ann Gilbert. This is not simply serendipitous. Agnes was the name of a fourth-century virgin martyr of the kind whose lurid and preposterous adventures are the stuff of The Golden Legend, justly ridiculed by protestant reformers. Ann (or Hannah) was the solid biblical name of the Redeemer's grandmother. It is only to be expected that as protestantism gained hearts and minds Agnes would be silently driven out by Ann. We may accept that the child born Agnes Hathaway grew up to be Ann Shakespeare.“

 

 

 

 

greer
Germaine Greer (Melbourne, 29 januari 1939)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Mirjam Müntefering werd geboren op 29 januari 1969 in Neheim. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

Uit: Tochter und viel mehr

 

"Ich kann es nicht ausstehen, zu verreisen. Ich habe bestimmt was vergessen!, stöhne ich, im Türrahmen lehnend und stumpf vor mich hinstarrend. Ich weiß, dass ich was vergessen hab. Hast du deine Leseexemplare?, fragt die Beste Reiseorganisatorin von allen. Dein Tagebuch? Pyjama? Zahnbürste? Ja. Ja. Ja. Trotzdem. Es ist immer das Gleiche. Ich hasse es, allein wegzufahren. Eine Reise ist für mich nur dann zu genießen, wenn meine Liebsten mit mir fahren: die Beste Lebensgefährtin von allen und unsere beiden Hunde. Bleiben diese drei Herzstücke meines Lebens zurück, rechtfertigt eine Reise, dich mich mehrere Tage von daheim wegführt, eigentlich nur eines: das Lesen. Wohlgemerkt: das Lesen rechtfertigt ein solches Fortgehen aus meinem mir vertrauten Leben- es macht das Wegfahren aber nicht angenehmer!"

 

 

 

MirjamMuentefering
Mirjam Müntefering (Neheim, 29 januari 1969)

 

 

 

 

 

De Turks-Duitse dichteres en schrijfster Serap Çileli werd geboren op 29 januari 1966 in Mersin. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

 

Die Ehrenmänner   

  

Ein Mann von Ehre, ist nach Gottes Bild geschaffen und dient seiner Ehre.

Die Ehre des Mannes ist die Frau; sie ist zur Ehre des Mannes geschaffen.

 

Ein Mann von Ehre, ist entschlossen und kämpft um seine geschändete Ehre.

Ein Mann von Ehre, lässt sich nicht von der Polizei oder Justiz lenken.

Ein Mann von Ehre, ist der, der mit eigener Hand tötet.

 

Die Ehre ist das Herz eines Mannes, ohne die ein Mann nicht leben kann.

Die Ehre des Mannes ist unantastbar, ein ungemein kostbares Gut.

 

Die Ehre, durch sie werden die größten Männer schwach.

Die Ehre eines Ehrenmannes ist leicht verletzlich, angreifbar und empfindlich.

Die Ehre des Mannes ist abhängig „von mir“;

„die Hüterin der Ehre des Mannes“.

 

Ich stelle die größte Gefahr für die Ehre des Ehrenmannes dar.

Es ist meine weibliche Urschuld; „die weibliche Sexualität“.

Ich bin die "ewige Sünderin“, das unbekannte Wesen.

 

Ich bin „die Gefahr“ für die ungeborenen Ehrenmänner.

 

 

 

 

serap
Serap Çileli (Mersin, 29 januari 1966)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gert Hofmann werd geboren op 29 januari 1931 in Limbach in Sachsen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008.

 

Uit: Casanova und die Figurantin

 

„Schade, dass mein Alter und meine Erscheinung es nicht gestatten …
Und Casanova: Ihr Alter, wie meinen Sie das?
Ja, finden sie mich denn nicht alt, fragt sie.
Madame stehen auf der Höhe Ihrer Schönheit!
Finden Sie?
Madame machen auf mich, versichert Casanova und legt nun sogar die Hand aufs Herz, und wir bitten noch einmal um Vergebung, wenn dieses erbärmliche, von beiden Seiten aber durchaus ernst geführte Gespräch nun in eine Farce übergeht oder schon übergegangen ist. Jedenfalls macht die reiche alte Frau auf den alten armen Mann angeblich noch immer einen begehrenswerten Eindruck. Und so jung, fügt er hinzu, sei er ja auch nicht mehr.
Aber noch im Besitz der Kräfte?
Und Casanova, nach einem Augenblick der inneren Prüfung: In den meisten Fällen: Ja.
[...] Nun, sagt die D'Urfé, die plötzlich gegen alle Vernunft, auch gegen alle Erfahrung zu hoffen anfängt, dass sie sich mit dem Verfall ihrer Reize zu schnell abgefunden haben [...] könnte. Nun, sagt sie, vielleicht haben Sie Recht. In diesem Fall könne sie ihm eine Stelle bei der Lotterie verschaffen, da hätte er nicht viel zu tun...“

 

 

 

hofmann
Gert Hofmann
(29 januari 1931 – 1 juli 1993)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Muna Lee werd geboren op 29 januari 1895 in Raymond, Mississippi. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.

 

 

The Flame-Trees

 

For I have reached a fairer place
    Than I had hoped to find,
With all the life that I had known
    A scroll cast-off behind;

 

And changed into a slighter thing
    The torrent of old grief
Than heavy waves that break in spray,
    White on the outer reef;

 

And love so sure and joy so strong
    That pain and sorrow are thinned
To a little mist that cannot blur
    The flame-trees in the wind.

 

 

 


muna-1930
Muna Lee (29 januari 1895 – 3 april 1965)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Johann Gottfried Seume werd geboren op 29 januari 1763 in Posema, Sachsen-Anhalt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.

 

Uit: Spaziergang nach Syrakus im Jahre 1802 (Dresden)

 

Die Elbe rollte majestätisch zwischen den Bergen von Dresden hinab. Die Höhen glänzten, als ob eben die Knospen wieder hervorbrechen wollten, und der Rauch stieg von dem Flusse an den alten Scharfenberg romantisch hinauf. Das Wetter war den achten Dezember so schwül, daß es unserm Gefühl sehr wohltätig war, als wir aus der Sonne in den Schatten des Waldes kamen.

Seit zwölf Jahren hatte ich Dresden nicht gesehen, wo ich damals von Leipzig herauf wandelte, um einige Stellen in Guischards mémoires militaires nachzusuchen, die ich dort nicht finden konnte. Auch in Dresden fand ich sie nicht, weil man sie einem General in die Lausitz geschickt hatte. Nach meiner Rückkehr traf ich den Freibeuter Quintus Icilius bei dem Theologen Morus, und fand in demselben nichts, was in meinen Kram getaugt hätte. So macht man manchen Marsch in der Welt wie im Kriege umsonst. Es wehte mich oft eine kalte, dicke, sehr unfreundliche Luft an, wenn ich einer Residenz nahekam; und ich kann nicht sagen, daß Dresden diesmal eine Ausnahme gemacht hätte, so freundlich auch das Wetter bei Meißen gewesen war. Man trifft so viele trübselige, unglückliche, entmenschte Gesichter, daß man alle fünf Minuten auf eines stößt, das öffentliche Züchtigung verdient zu haben, oder sie eben zu geben bereit scheint:

 

 

 

seumemr
Johann Gottfried Seume (29 januari 1763 – 13 juni 1810)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot  werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Aanvankelijk was Poot boer. Het succes van zijn in 1716 gepubliceerde Mengeldichten (herdrukt in 1718) bracht hem er in 1723 toe om zich in Delft te vestigen en zich geheel aan de literatuur te wijden. Dat draaide echter uit op een teleurstelling en een jaar later keerde hij terug naar zijn dorp. Na zijn huwelijk in 1732 verhuisde hij opnieuw naar Delft, waar hij na een jaar aan een nierziekte overleed.

Poot schreef veel gelegenheidsgedichten, waarmee hij succes oogstte, maar die nu in de vergetelheid zijn geraakt.  Tegenwoordig zijn nog wel de erotisch getinte minnedichten aardig om te lezen  (Mars en Venus' beddepraet, De verliefde Venus en De maen by Endymion). Deze werden in 1964 als Minnezangen apart uitgegeven. Ook zijn natuurgedichten (Akkerleven, Nacht) behoren tot zijn betere werk. De Schoolmeester schreef een kort en puntig grafschrift voor hem:

 

    Hier ligt Poot,

    Hij is dood.

 

 

 

Mars en Venus beddepraet (Fragment)

 

Mars. Venus.

 GOdin, wat doet u t'sagen,

Nu gy me ontharnast ziet?

Puikschoone, staek uw klagen:

Myn wreede wolven zyn hier niet,

Zy slapen by myn' wagen.

 

Venus.

Myn moedt zou niet verslappen

Al quam uw kargespan.

'k Verkeer woeste eigenschappen;

Maer 'k vreeze mynen manken man:

De Zon mogt ons beklappen.

 

Mars.

Myn beuklaer, speer en degen,

Zyn uwen blixemsmit,

Hunn' eigen maker, tegen.

Me lief, wie ooit verlegen zit,

Wy zitten niet verlegen.

 

 

 

 

poot
Hubert C. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Buiten Spanje werd hij vooral bekend door zijn roman Los cuatro jinetes del apocalipsis, in 1921 verfilmd als The Four Horsemen of the Apocalypse, die zich afspeelt in WO I. In 1962 werd hij opnieuw verfilmd, maar toen met als achtergrond WO II. Tijdens zijn leven was hij de best verkochte schrijver van Spanje, maar ook omstreden wegens zijn politieke activiteiten.

 

Uit:  The Four Horsemen of the Apocalypse  (Vertaald door Charlotte Brewster Jordan)

 

„They were to have met in the garden of the Chapelle Expiatoire at five o'clock in the afternoon, but Julio Desnoyers with the impatience of a lover who hopes to advance the moment of meeting by presenting himself before the appointed time, arrived an half hour earlier. The change of the seasons was at this time greatly confused in his mind, and evidently demanded some readjustment.

Five months had passed since their last interview in this square had afforded the wandering lovers the refuge of a damp, depressing calmness near a boulevard of continual movement close to a great railroad station. The hour of the appointment was always five and Julio was accustomed to see his beloved approaching by the reflection of the recently lit street lamps, her figure enveloped in furs, and holding her muff before her face as if it were a half-mask. Her sweet voice, greeting him, had breathed forth a cloud of vapor, white and tenuous, congealed by the cold. After various hesitating interviews, they had abandoned the garden. Their love had acquired the majestic importance of acknowledged fact, and from five to seven had taken refuge in the fifth floor of the rue de la Pompe where Julio had an artist's studio. The curtains well drawn over the double glass windows, the cosy hearth-fire sending forth its ruddy flame as the only light of the room, the monotonous song of the samovar bubbling near the cups of tea—all the seclusion of life isolated by an idolizing love—had dulled their perceptions to the fact that the afternoons were growing longer, that outside the sun was shining later and later into the pearl-covered depths of the clouds, and that a timid and pallid Spring was beginning to show its green finger tips in the buds of the branches suffering the last nips of Winter—that wild, black boar who so often turned on his tracks.“

 

 

 

Blasco
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)

 

 

 

Ramsey Nasr nieuwe Dichter des Vaderlands (Nederland)


Ramsey Nasr nieuwe Dichter des Vaderlands (Nederland)

 

 

De gisteren 35 jaar geworden dichter en acteur Ramsey Nasr, woonachtig in Antwerpen, geboren in Rotterdam en kind van een Palestijnse vader en Nederlandse moeder, is de komende vier jaar Nederlands Dichter des Vaderlands. Dat werd gisteren, aan de vooravond van Gedichtendag, bekendgemaakt. Nasr is de opvolger van Groninger Driek van Wissen. Uit de cijfers blijkt dat Nasr meer dan een derde van de ruim 19.000 uitgebrachte stemmen kreeg. Na een uitgebreide campagne bracht Tsead Bruinja het tot ruim vierduizend stemmen, net meer dan Joke van Leeuwen en Hagar Peeters.  In een eerste reactie liet Nasr weten vooral blij te zijn dat de tumultueuze campagne, met verwijten over en weer, voorbij was en dat het weer over poëzie zou gaan. Hij beloofde meer aanwezig te zijn dan zijn voorganger. Nasr was van van 27 januari 2005 tot 26 januari 2006 stadsdichter van Antwerpen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en mijn blog van 28 januari 2008. en ook mijn blog van gisteren, 28 januari 2009.

 

 

UtopiA  

 

soms droom ik nog van het korte bezoek
dat de eilandman bracht aan deze stad
om onze lieve vrouw te begroeten

in een onderstroom van eigen gedachten
stond de eilandman voor de jonge kathedraal
met haar heilige muil - en gaapte naar binnen

leeg, aangespoeld lag ze aan zijn voeten
een splinternieuw skelet voor de godheid
ja een zware maria om te bidden

was het liefde of ontzag voor zijn dame
dat hij plots als een bakvis begon te zweven
en giechelend opsteeg in de wetenschap

dat hij aan zijn helverlichte hoofd hing
(twee beentjes onder een zwellende schedel)
rond haar cirkelde en vloog vol ongeloof?

ze volgde zijn razende vlucht met haar ruiten
eenmaal duizelig geworden zag ze pas goed
hoe dit slechts het begin van hun paringsdans was

zijn kop had nu de vorm van een wonderlijk ei
totdat hij ter hoogte van de zuidwestertoren
er zacht tegen tikte - in een ochtendgloren

brak de eilandman open: een teder vuurwerk
kwam traag over haar in alfa's en omega's
of hebreeuwse letters als sneeuw voor maria

boven de antwerpse stad was geknetter te horen
van synapsen, parabolen, enzymen en z-assen
hij was een meer dan redelijke storm voor haar

dat komt ervan wanneer je hersenstam eenzaam
begint te takken en te spruiten: in leerstof
dwarrelen je bloesems langs ruiten omlaag

weg was de eilandman - opgeslokt, hijzelf
had haar geen offer maar de geest gegeven
en zij was lichter dan hij haar aangetroffen had

ei zo na dit halve millennium later
wacht ze gewillig met wijdopen deuren
hangt het kruis windstil in haar als een huig

onze dame droomt van nieuwe jonge mannen
jonge vrouwen die een ingekakte stad
aan hun mond zouden kunnen zetten als klankkast

die hun gezwavelde tanden der kennis tonen
met liefdespijlen de toekomst bestoken: studenten
stroom binnen als bier, breek bekken open

schop in deze stad ook jezelf een geweten
sluit vriendschap met je schedel, geef het te eten
leg je kop als een vijand het vuur aan de schenen

drijf hogere handel, denk nooit aan je kassa
sta, en droom vast: wees het twijfelend eiland
temidden van wijde onwetende massa

 

 

 

 

 

ramsey_nasr
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

 

28-01-09

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Ismail Kadare, Miguel Barnet, José Martí, David Lodge, Wies Moens, Maik Lippert, Manfred Jendryschik, Hermann Kesten, Colette, Mo Rocca, Christian Felix Weiße, Hermann Peter Piwitt


De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.

 

 

wonderbaarlijke maand

 

dat was in de wonderbaarlijke maand
van bloesemingen en overvloed
toen mijn borstkas opstoof als papaver
ribben in sierpennen uitwaaierden
mei mijn magere taal openbrak
vergelijkingen vrat als vuur water

ik schaamde mij diep naar poldergewoonte
in loden jas tussen druppel en wind
ongevoelig bij takken struikgewas doornen
had ik licht opgevat
ik wreef haar in
en doorzichtig vernederend fonkelniezen
kwam over mij o wonder daar ging ik
men zou van minder uit schamen gaan
maar dit was mijn ziekte baarlijke liefde

 

 

 

 

Wie weet mij eindelijk

 

Wie weet mij eindelijk, welke dodentolk,
Te doen bedaren in gezworen haat.
Ik volg de vaderen om vroeg en laat
Mijn land te zien. Ik leef tegen een volk
dat zebrapaden aanlegt over wonden,
Dat boven onze botten steen op steen
Bewoont, dat leven wil voor zich alleen.
Leeft dan in angst. Ons bloed wordt niet geronnen.
Op hoeveel scherven vlees weerkeert het recht.
En opgeblazen domme wraak en gal
Is wat er rest, als hersenen gaan denken.
'Men mag een mens een leven niet ontschenken.
Ik hoop dat ik geen bommen maken zal.'

 

 

 

 

 

 

RamseyNasr1
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook mijn blog van 28 januari 2008.

 

 

 

Broken Nose

 

Onhandelbaar gezicht

op een sokkel op de schouders van een jongen

verdunnend tot een neus in een rare hoek.

De foto glanst onwezenlijk, een scherp been

in X-raykleuren met een streepje zwart

als een slechte zenuw. Alsof een meisje

in mijn hoofd eet tot ze me op heeft,

haar nagels over ijzer haalt en giechelt.

 

Jongetje op knalgeel schommelpaard

tegen de muur. (Mike Tyson-

Sint-Sebastiaan.)

 

 

 

 

Viewmaster en lucifer

 

Met sneeuwlippen en ijsblauwe ogen

je cold song baby, (God heeft de kleur

van de rook van mijn sigaret, evenzo giftig)

in catsuit voor je heupwiegend. Uit de hemel

daal ik aan een koord. Als ik dan zing gaat mijn mond

dood denk is soms; ik stel me voor dat hij

als vacuüm het gezongene terug inhaleert

zodat hij tenslotte vol gestorven muziek

als een doosje zonder gestolen spiegeltjes nutteloos

tussen mijn vingers op vuur wacht. (God is warm

als de askegel in mijn handpalm afgetikt) Erboven

klikt de master; ik met het gezicht van de vrouw

die op mijn hand zit als een dier in hypnose,

ik en Angst in gesprek, ik en Brutaal in een tongkus,

ik en Christus, ik Doodsogig, ik Emanatie... -

tot een flakkerende tong de minuscule

foto's uit het kaartje weglikt.

(en de vuurpunt in mijn ogen doodduwt.)

 

Als niks.

 

 

 

 

Verhelst
Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

 

 

 

De Albanese schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.

 

Uit: The Siege

 

As winter fell away and the Sultan’s envoys departed, we realised that war was our ineluctable fate. They had pressured us in every way to accept being vassals of the Sultan. First they used flattery, promising us a part in governing their vast empire. Then they accused us of being renegades in the pay of the Frankish knights, that is to say, slaves of Europe. Finally, as was to be expected, they made threats.
You seem mighty sure of your fortresses, they said to us, but even if they are as sturdy as you think, we’ll throttle you with an altogether more fearsome iron band – hunger and thirst. At each season of harvest and threshing, the only seeded field you’ll see will be the sky, and your only sickle the moon.
And then they left. All through March their couriers galloped as fast as the wind bearing messages to the Sultan’s Balkan vassals, telling them either to persuade us to give in, or else to cut off all relations with us. As was to be expected, all were obliged to take the latter course.
We were alone and knew that sooner or later they would come. Many times in the past we had faced attacks from our enemies, but lying in wait of the mightiest army the world had ever known was a different matter. Our own minds were perpetually abuzz, but our prince, George Castrioti, was preoccupied beyond easy imagining. The inland castles and coastal keeps were ordered to repair their watchtowers and above all to build up stocks of arms and supplies. We did not yet know from which direction they would come, but in early June we heard that they had begun to march along the old Roman road, the Via Egnatia, so they were heading straight towards us.
One week later, as fate decreed that our castle would be the first defence against the invasion, the icon of the Virgin from the great church at Shkodër was brought to us. A hundred years before it had given the defenders of Durrës the strength to repulse the Normans. We all gave thanks to Our Immaculate Lady and felt calmer and stronger for it“.

 

 

 

Kadare
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)

 

 

 

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.

 

 

On Cat’s Feet

 

The wind has scorched my fur
the cold wind, the leveler
On cat’s feet I glide through the dark.
Carefully, with a wild beast’s caution,
I approach your heart,
your scent and the night my compass.
As if you don’t know that I exist you expose yourself
to helplessness and fright.
After all you are weaker
than a ball of yarn
and you haven’t learned to run away.
Only the rain silvering your arms
hovers between us.
You can’t see me, my path hidden beneath trees
The night, prodigal with dreams, plays again
its dirty trick on me.
Fiercely I drink your nakedness until my lips
dry out or forget.
God grant that an arrow pierce your heart
to remake you as I see you, to revive you.

Not for its apparition do I blame the night
but for its ghosts
.

 

 

 

Vertaald door Mark Weiss

 

 

 

 

miguel_barnet
Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

 

 

 

 

De Cubaanse schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.

 

 

No. 5 from Simple Verses

 

If you see a hill of foam
It is my poetry that you see:
My poetry is a mountain
And is also a feather fan.

 

My poems are like a dagger
Sprouting flowers from the hilt;
My poetry is like a fountain
Sprinkling streams of coral water.

 

My poems are light green
And flaming red;
My poetry is a wounded deer
Looking for the forest's sanctuary.

 

My poems please the brave:
My poems, short and sincere,
Have the force of steel
Which forges swords.

 

 

 

 

 

Marti
José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.

 

Uit: Consciousness and the Novel

 

Lyric poetry, however, uses language in such a way that the description of qualia does not seem partial, imprecise, and only comprehensible when put in the context of the poet's personal life. In my novel Thinks..., the heroine Helen Reed makes this point to a cognitive science conference, quoting from Andrew Marvell's poem "The Garden":

 

The Luscious Clusters of the Vine
Upon my Mouth do crush their Wine;
The Nectaren, and curious Peach,
Into my hands themselves do reach;
Stumbling on Melons, as I pass,
Insnar'd with Flow'rs, I fall on Grass.

 

Helen says: "Let me point to a paradox about Marvell's verse, which applies to lyric poetry in general. Although he speaks in the first person, Marvell does not speak for himself alone. In reading this stanza we enhance our own experience of the qualia of fruit and fruitfulness. We see the fruit, we taste it and smell it and savour it with what has been called 'the thrill of recognition' and yet it is not there, it is the virtual reality of fruit, conjured up by the qualia of the poem which I could try to analyse if there were world enough and time, to quote another poem of Marvell's - but there is not" .

There are lyrical descriptions of qualia in prose fiction as well as verse. "My task, which I am trying to achieve," Joseph Conrad wrote in the Preface to one of his tales, "is by the power of the written word to make you hear, to make you feel - it is before all, to make you see. That - and no more, and it is everything."

 

 

 

 

DavidLodge
David Lodge (Londen, 28 januari 1935)

 

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898.  Van 1916 tot 1918 studeerde hij Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent. Hij werd lid van de Vlaamse Beweging, en werd na de Eerste Wereldoorlog wegens zijn rol als activist tot gevangenisstraf veroordeeld. De Vereniging van Vlaamse letterkundigen verzocht om zijn vrijlating, en Vlaamse intellectuelen stuurden een petitie rond. In maart 1921 kwam Moens vrij. Hij vervulde zijn dienstplicht en trad in 1922 in het huwelijk. Zijn expressionistische gedichten verschenen in het tijdschrift Ruimte waarin ook Paul van Ostaijen publiceerde.Tijdens WO II werd Moens directeur van de nationaalsocialistische Zender Brussel. Eind 1943 diende hij zijn ontslag in omdat de zender steeds meer onder invloed kwam van de Algemeene SS-Vlaanderen en DeVlag. In 1947 werd hij bij verstek ter dood veroordeeld wegens collaboratie met Duitsland. Hij vluchtte naar Nederland waar hij de rest van zijn leven doorbracht.

 

Uit: Celbrieven

 

„Mijn goeie, waarde vriend!

‘Vijgen na Pasen’ hoor ik je al mompelen! Waarachtig ik kom wat laat met mijn Paasbrief aandragen, maar het is heus mijn schuld niet... ik heb het de laatste dagen zo biezonder druk gehad, - ik ben op reis geweest! Over mijn tegenwoordigheid als getuige op het proces Jacob c.s. zal de krant je wel geïnformeerd hebben. Ik meen dat het mijn plicht

[p. 13]was, als oud-student van Dr. Jacob aan de Vlaamse Hogeschool, ‘zonder haat en zonder vrees’ mijn herinneringen aan zijn professoraat voor het Assiesenhof te gaan uitspreken. Deze herinneringen zullen steeds zo levend en fris blijven, als dit professoraat uitmuntend was.

De reis naar Antwerpen is in mijn eentonig gevangenisleven (de 11e maand voorarrest is begonnen!) een zeer gewenst intermezzo geweest: dat kan je je voorstellen! En om je nu niet eeuwig met mijn al te dorre cel-filosofie om de oren te zaniken, zal ik je wat over die reis vertellen.

Het was een mottige dag toen wij naar Antwerpen spoorden; wat niet belet dat ik de lucht, en de bomen en het land die dropen van triestige regen, als een goddelike veropenbaring van ongekend, verholen geluk zat toe te knikken door het raampje, de hele reis lang! En de mensen dan! Maar zij keken zo schuw naar mij.“

 

 

 

 

moens
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Van 1986 toto 1991 studeerde hij in Moskou economie. Hij debuteerde in 1995 met Suizid wird nicht länger strafrechtlich verfolgt, een uitgave in eigen beheer. Sinds 2003 werkt hij als docent in Berlijn.

 

 

engelsposaune

 

jeden morgen der kelch

das gelb von gummihandschuhen

ein fingerzeig gottes

liegt auf dir

beim vorbeigehen am vorgarten

zur haltestelle

lukas stöbert

in den abfallkörben

den krumen nach

wandert am packpapier

die geäderte stierzunge

wie ein blatt

vom nachtschatten

noch bleich die geliebte

in der hand

das buch mit blauem einband

monologe über engelarten

und du denkst

an zierliche schulterblätter

 

 

 

 

rippenzählen

 

ich kam zu dir

rippenzählen

was hatte ich mehr

als deinen rücken

nach der schicht

rauchtest du erstmal

bis dein kopf ganz

porzellan war

 

 

 

 

 

maiklippert
Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Van 1962 tot 1967 studeerde hij germanistiek en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Rostock. Vervolgens werd hij lector bij een uitgeverij in Halle. Sinds 1976 is hij zelfstandig schrijver. Jendryschik schrijft vooral gedichten, essays en verhalen. In 1987 ontving hij de Heinrich-Heine-Preis van het ministerie van cultuur van de DDR.

Uit:
Der feurige Gaukler auf dem Eis

 

“Ach diese Stimme, thüringisch eingefärbt, jetzt wohnt sie in Leipzig, das gibt eine Mischung, jedenfalls zart, ein Mädchen, dass du die Worte beschützen möchtest, auch ihr Gesicht hat diese Röte, die kindliche, manchmal erzählt sie eifrig, die Lippen vollführen Sprünge, und sitzt dann auf fliegendem Teppich, sie gleitet uns weg aus dem Haus, aus den Straßen, der Stadt, ist schon unter südlicher Sonne zum Beispiel, das könnte die Camargue sein, um Aix en Provence usw., wo noch die wildesten Pferde traben, und zum Marienfest treffen sich Europas Zigeuner, da fällt sie gar nicht mehr auf, nie war sie anders, und es ist deutlich zu sehen, wie sie in buntschillerndem Röckchen tanzt, das Tamburin in der Hand, der Atem in Stößen, schneller die Schritte, verrückter, verrückter, jetzt sollte, erst mal, ein Semikolon her; einer hat doch gesagt, sie wäre einst Staatsanwalt gewesen, das muss ein Irrtum sein, auf alle Fälle geht die Legende, es hätten die Angeklagten viel Mitleid mit ihr gehabt; oder ich sag: ein Kind, das ist, zu plötzlich, unter diese Erwachsnen gefallen, das hört mit dem Staunen nun nicht mehr auf; oder sie erzählt nichts, sie steht nur so da, im Garten, im Mai oder Juli, und lächelt gegen den Regen, wandelt mit dieser Stimme Tropfen zu Schmetterlingen auf ihrer Nase, in dieser Luft, es könnten auch Blaumeisen sein, und wird gegen Abend ein Baum, so ist sie im Grün, ein Fliederbusch, der wächst über alle Zäune.“

 

 

jendryschik
Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne) en groeide op in Nürnberg. Hij studeerde rechten en economie, later germanistiek, geschiedenis, filosofie en theaterwetenschappen. In 1927 werd hij lector bij een uitgeverij in Berlijn. In 1933 vluchtte hij voor de nazi’s en leefde in Parijs, Nice, Oostende, Brussel en Amsterdam, waar hij voor uitgeverij Albert de Lange werkte. In 1940 vluchtte hij naar de VS. Daar werd hij – samen met Thomas Mann - Honorary Advisor" van de "Emergency Rescue Committee", een organisatie voor de redding van kunstenaars en intellectuelen. In 1949 werd hij Amerikaans staatsburger, maar hij keerde in 1952 terug naar Europa en woonde in Parijs, Rome en in Zwitseland.

 

Uit: Die fremden Götter

 

"Junger Mann! Wollen Sie andeuten, in meiner Familie gehe es schlimmer zu als in Ihrer Familie? Oder in anderen guten Familien? Haben Sie nie Geschichte und Literatur studiert? Nie in der Schule von einer gewissen Iphigenie gehört? Das arme Kind ward zu Aulis vom eigenen Vater aus propagandistischen und religiösen Motiven geopfert. Und kennen Sie ihre Familie? Iphigeniens Urgroßvater Tantalus servierte seinen eigenen Sohn Pelops den Göttern zum Mahle, um sie auf die Probe zu stellen; er büßte es im Tartarus. Der Großvater Atreus, ein König von Mykene, rächte sich an seinem Bruder Thyestes. Indem er dessen Söhne tranchierte und dem Vater zum Mahle servierte; dafür tötete in sein Neffe Aegisthes. Die Mutter Klytämnestra erschlug mit Hilfe ihres Liebhabers Aegisthes ihren Mann Agamemnon im Bad nach dessen glücklicher Heimkehr vom Trojanischen Krieg. Der Onkel Menelaus war ein Hahnrei, der, um seine Hörner zu rächen, den Trojanischen Krieg entflammte. Ihre Tante Helena war die hübscheste Hure der Welt. Ihr Bruder Orestes war ein Muttermörder. Und ihre Schwester Elektra dessen Helfershelferin. Und doch stammte Iphigenia aus bester Familie, von hochbeliebten Atriden. Und lasen Sie nie die Bibel von Loth und seinen Töchtern? Und lasen Sie nicht kürzlich in der Zeitung vom Prozeß Laval, ich meine den Metzger Aristide Laval aus Juan-les-Pins, der seine Töchter jeweils an ihrem siebzehnten Geburtstag geschlachtet, zerlegt, durch seine Wurstmaschine getrieben hat als Charcuteriewaren in seinem Laden verkauft hat, die drei letzten armen Mädchen sogar auf dem schwarzen Markt?”

 

 

 

 

Hermann_Kesten
Hermann Kesten (28 januari 1900 – 3 mei 1996)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Hij werd bekend als correspondent voor The Daily Show van Jon Stewart. In 2004 was hij de on-the-floor correspondent voor Larry King bij de Democratische Conventie en vormde hij het komische tegenwicht voor de serieuze presentator.

 

Uit: All the Presidents' Pets

 

„Lesley quickly changed the subject—she must have been shooting for 48 Hours. She looked up at the menu. “Mo, sweetie, tell me about this Maine lobster wrap ‘enhanced with lemon mustard aioli, complemented by crisp cabbage slaw.’ Very fancy-sounding.” By the time she finished reading she was leaning almost over the counter, one leg, bent at the knee, sexily kicked up behind her.

“Well, let’s see,” I said, fumbling with one of the sandwiches. “It looks like the lobster is wrapped in some sort of a fennel tortilla with—”

“Why am I asking you?” she kidded, grabbing my collar and pulling my ear right up to her lips. “You’re not a food reporter, Maurice,” she cooed, using my birth name. “You’re an investigative reporter!” I’d just about had it with Lesley’s Mrs. Robinson routine when her cell phone rang and she pushed me away to grab it. “It’s Andrew calling! Must be important.” She wanted me to believe it was CBS News president Andrew Heyward, but of course I knew it was Andy Rooney. She covered the phone for a second. “Sorry, boys, but I have to take this. It’s the network.” And she was gone in an instant, the clicking of her heels receding down the aisle of the café car.

“Isn’t she amazing?” Phil said dreamily.

“Amazing,” I said, through clenched teeth.

 

 

 

mo-rocca
Mo Rocca (Washington, 28 januari 1969)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.

 

Uit: La femme caché

 

La brune est jolie, et charmante est la blonde oxygénée. Mais la brune, toute velours gris à panneau de perles couleur de flamme, colletée de renards argentés, chaussée de paillettes, de plumes d'oiseaux et de strass, gantée d'entonnoirs brodés, coiffée d'une nue aux aigrettes qui suspend, au-dessus de deux astres, une menace d'orage, la brune resplendit de l'élégance un peu brutale qui plaît aujourd'hui ... Les gourmandes et les bavardes se sont tues à son entrée. On la contemple, et les regards d'envie l'embellissent comme une pluie d'été lustre l'émail d'un martin pêcheur. Elle a chaud, boit en pigeonne, le cou tendu et le jabot penché. Elle a deux gestes, aussi fréquents que des tics, mais qui ressortissent à une coquetterie raisonnée : de l'index, elle chasse au-dessus de son sourcil une boucle brune très légère, et l'on voit briller, près de l'oeil allongé, l'ongle en amande ; elle enfonce, sur sa nuque, un trident d'écaille, et l'oeil suit, quand son bras se lève, la rondeur de son sein qui remonte, bien suspendu, en même temps que le bras.
La blonde ... la blonde est charmante à sa façon. Ce n'est qu'une blonde en crêpe marocain et cape de panne, une blonde à l'encolure courte, à la bouche carnassière. Ses tics ne l'embellissent pas. Elle lance le menton en avant, d'une façon doguine, et elle fronce le nez comme un petit phoque qui sort de l'eau, en clignant des yeux. Ce n'est pas joli ... Je voudrais le lui dire ... A la bonne heure ! Voici qu'elle imite, sous le feu des regards, le jeu de son amie. Elle bombe le buste, tapote d'une main son chignon bas tout en or. Ainsi une soeur cadette imite, inconsciemment, l'aînée déjà sûre de séduire. Quel plaisir pour les yeux que ces deux paonnes bien apprises !

 

 

 

Colette
Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.

 

 

Der Knabe

 

Mich will der Informator schlagen?

Nein, nein, das geht nicht weiter an:

Als Knabe must ich es ertragen,

Doch jetzt bin ich schon halb ein Mann.

 

Ist er nicht klüger dieß zu wissen?

So hör er nur, was Hannchen spricht;

Will ich die kleine Närrin küssen:

So spricht sie, geh, dein Bart, der sticht

 

 

 

 

Weisse
Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 28 januari 2007.


De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg.

 

 

 

In Memoriam John Updike



In Memoriam John Updike

 

 

De Amerikaanse schrijver John Updike is gisteren op 76-jarige leeftijd overleden. Updike, die bijna vijftig romans en evenzovele bundels met essays, gedichten en korte verhalen schreef, overleed aan longkanker in zijn woonplaats Beverly Farms, Massachusetts. Hij won vele grote Amerikaanse prijzen, waaronder twee Pulitzers, voor Rabbit Is Rich en Rabbit at Rest, en twee National Book Awards.

Zie ook mijn blog van 18 maart 2008 en  mijn blog van 18 maart 2007.

 

Uit: The Widows of Eastwick

 

“It was in bed she first felt his death coming. His erections began to wilt just as she might have come if he had held on; instead, in his body upon hers, there was a palpable loosening in the knit of his sinews. There had been a challenging nicety in the taut way Jim dressed himself—pointy vanilla-colored boots, butt-hugging jeans with rivet-bordered pockets, and crisp checked shirts double-buttoned at the cuff. Once a dandy of his type, he began to wear the same shirt two and even three days in a row. His jaw showed shadows of white whisker underneath, from careless shaving or troubled eyesight. When the ominous blood counts began to arrive from the hospital, and the shadows in the X-rays were visible to even her untrained eyes, he greeted the news with stoic lassitude; Alexandra had to fight to get him out of his crusty work clothes into something decent. They had joined the legion of elderly couples who fill hospital waiting rooms, as quiet with nervousness as parents and children before a recital. She felt the other couples idly pawing at them with their eyes, trying to guess which of the two was the sick one, the doomed one; she didn’t want it to be obvious. She wanted to present Jim as a mother presents a child going to school for the first time, as a credit to her. They had lived, these thirty-plus years since she had lived in Eastwick, by their own rules, up in Taos; there the free spirits of the Lawrences and Mabel Dodge Luhan still cast a sheltering cachet over the remnant tribe of artistic wannabes, a hard-drinking, New Age–superstitious, artsy-craftsy crowd who aimed their artifacts, in their shop-window displays, more and more plaintively at scrimping, low-brow tourists rather than the well-heeled local collectors of Southwestern art.

 

 

 

 

Updike
John Updike (18 maart 1932 – 27 januari 2009)

 

 

 

27-01-09

Lewis Carroll, Benjamin von Stuckrad-Barre, Eliette Abécassis, Ethan Mordden, Guy Vaes, James Grippando, Mordecai Richler, Leopold von Sacher-Masoch, Mikhail Saltykov-Shchedrin, Ilja Ehrenburg, Neel Doff, Rudolf Geel, Balduin Möllhausen, Bernd Jentzsch


De Engelse dichter en schrijver Lewis Carroll werd op 27 januari 1832 in Daresbury. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2008.

 

 

Epilogue to Through the Looking Glass

 

A boat, beneath a sunny sky

Lingering onward dreamily

In an evening of July --

 

Children three that nestle near,

Eager eye and willing ear

Pleased a simple tale to hear --

 

Long has paled that sunny sky:

Echoes fade and memories die:

Autumn frosts have slain July.

 

Still she haunts me, phantomwise

Alice moving under skies

Never seen by waking eyes.

 

Children yet, the tale to hear,

Eager eye and willing ear,

Lovingly shall nestle near.

 

In a Wonderland they lie,

Dreaming as the days go by,

Dreaming as the summers die:

 

Ever drifting down the stream --

Lingering in the golden gleam --

Life what is it but a dream?

 

 

 

 

 

Caroll
Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Benjamin von Stuckrad-Barre werd op 27 januari 1975 in Bremen geboren. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2008.

 

Uit: Was.Wir.Wissen.

 

Alles kann man nicht wissen. Das weiß jeder. Bis immerhin Goethe (†1832) war das Weltwissen noch so überschaubar, dass man es sich komplett aneignen konnte – angeblich. Heute weiß man mehr und keiner mehr alles. Doch was man wenigstens wissen sollte, wird gern und häufig diskutiert und tabellarisch daherbehauptet. Allgemeinbildung!

Sollte man haben. Überhaupt: Das Wissen eines jeden wächst natürlich von Geburt bis Tod. Man lernt dazu – und wozu genau? Zum schon Gewussten, Abgenickten, Bewiesenen. Und wofür, das weiß man ja auch, nämlich nicht für die Schule. Sad vitae, traurige Lebensläufe. Ein Witz, ein Fehler? Vielleicht auch ein Filmtitel. Mal nachgucken – und schon ist man drin.

Das ideale Medium, Wissen zu archivieren, zu verbreite(r)n, stetig, vertieft zu verknüpfen, ist mit dem Internet gefunden. Finden kann man dort alles, nur verliert man sich (tatsächlich und wortwörtlich alles Mögliche findend) bei der Suche gern einmal. Was es alles gibt, staunt man und ist so ratlos wie fasziniert. Es gibt nichts, was es nicht gibt, heißt es im so genannten Volksmund. Dieser wird gemeinhin als Urheber und Benutzer solcher Weisheiten, Bezeichnungen und Redewendungen identifiziert, deren Gebrauch zum Brauch geworden ist.

In diesen Prozess von Sprach- und Wissensentwicklung ermöglicht das Internet frühzeitig Einblick und Teilnahme. Jeder darf mitdefinieren. Und die relative Gleichförmigkeit von Präsentation, Zugänglichkeit und Ausschilderung von Quellen sehr unterschiedlicher Qualität spiegelt und potenziert die Verwirrung. An Wegweisern, Empfehlungen, Leitplanken und Abholungsangeboten mangelt es so wenig wie an Warnungen, Abschreckungen und Alternativen. Pisa usw.? Eher Babel und so www. Es wird Zeit, diesem Maul mal aufs Volk zu schauen.

 

 

 

 

Stuckrad-Barre
Benjamin von Stuckrad-Barre (Bremen, 27 januari 1975)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Eliette Abécassis werd geboren op 27 januarri 1969 in Straatsburg. Zij bezocht er de École normale supérieure en studeerde later filosofie. Voor haar eerste roman Qumran deed zij drie jaar lang onderzoek. De roman was meteen een groot succes en werd in achttien talen vertaald.

 

Werk: o.a. L'Or et la cendre, 1997, La Répudiée, 2000, Le Trésor du temple, 2001, Un heureux événement, 2005, Mère et fille, 2008.

 

Uit: Mon père

 

« Il y a deux ans, lorsque j'ai perdu mon père, je n'avais plus de goût à la vie. Plus rien, plus personne ne trouvait grâce à mes yeux, et je me suis laissé envahir par une force inquiétante et diffuse, qui m'aspirait, m'empêchant de me lever le matin, de sortir et de voir des amis, sans que je puisse rien faire. Je n'avais pas le courage de lire, et regarder la télévision me fatiguait. Je m'endormais facilement, mais je me réveillais prématurément. Je me réveillais, misérable, malheureuse du jour qui se lève, et je me couchais, sans attente du jour qui suit. Je déambulais dans mon appartement, seule, et je commençais à perdre tout espoir de retrouver un sens à mon existence, lorsqu'un matin, j'ai reçu une lettre venant d'Italie, de la part d'un homme qui cherchait des renseignements sur un certain Georges B.

Georges B., c'était le nom de mon père. L'homme qui m'avait adressé ce courrier ne m'en disait pas plus, mais il me priait de lui répondre rapidement, car «c'était une chose importante pour lui». Je lui ai aussitôt renvoyé un message, dans lequel je lui écrivais que je connaissais la personne qu'il recherchait, qu'elle était décédée, et que j'étais sa fille. Quelques jours plus tard, j'ai reçu un mot du même individu. Il me disait qu'il s'appelait Paul M. et qu'il était le fils de mon père.

Alors je me suis souvenue d'une photo, une photo d'un petit garçon que j'avais trouvée dans la veste de mon père. Sans pouvoir l'expliquer, immédiatement, j'ai su que cet homme disait vrai. »

 

 

 

eliette_abecassis
Eliette Abécassis (Straatsburg, 27 januarri 1969)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2008.

 

Uit: All That Glittered

 

Lightnin’ Has Struck!

 When Frank Bacon left school at the age of fourteen, his native California counted more jobs to fill than skilled labor qualified to fill them. If not exactly the anarchic frontier of legend, California in the 1880s nevertheless offered opportunity to anyone with—as they put it then—gumption. Young Bacon tried sheepherding, advertising soliciting, and newspaper editing, and even ran an unsuccessful campaign for the state assembly. Then he fell into acting.

It was easy to do at the time, for people went to theatre then almost as casually as they turn on the television today, and playhouses were literally everywhere. Some were operated by resident repertory troupes, the “stock” companies that sustained public interest with a constantly changing bill. Certain theatres in a given region were linked to form “wheels” of companies not resident but traveling as wholes from one house to another every six weeks or so; unlike the stock companies, who played everything, the wheels played host to certain genres, for instance in thrill melodrama or society comedy.

The expansion of the railroad doomed stock and eventually closed down the wheels, for now the “combination” troupe dominated the national stage: one unit of actors giving a single work and touring with all the necessary sets and costumes. A success in this line meant moving from one theatre to the next (with perhaps a hiatus in summer) for months or even years. Along with bookings in small towns and provincial capitals lay the possibility of an extended run in Chicago or New York.“

 

 

 

 

Mordenn
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)

 

 

 

 

 

De Belgische, Franstalige, schrijver Guy Vaes werd geboren op 27 januari 1927 in Antwerpen. Vaes werd journalist. Eerst in Antwerpen voor Le Matin en La Métropole, later voor het Brusselse weekblad Spécia . Hij was chef van wat,,de sociaal-culturele rubriek'' werd genoemd en schreef over literatuur, muziek en film. In 1956 verscheen zijn roman Octobre long dimanche die een vergelijkbare impact had als Le Voyeur van Alain Robbe-Grillet die in hetzelfde jaar verscheen. Daarna duurde het tot 1983 voordat er een tweede roman, L'Envers, verscheen. Vaes schreef verder ook gedichten en essays.

 

Uit : Une descente aux Enfers. À propos de Hugo von Hofmannsthal

 

„On a souvent insisté sur les alternances du Haut et du Bas chez Hofmannsthal. En ce qui concerne le romancier que je suis, c’est le Bas, dans son interaction avec le Haut, mais un Haut menacé d’occultation, qui me parle. Le « réalisme » de Hofmannsthal est celui du visionnaire qui accuse la visibilité du réel. Relisez ses descriptions de faubourgs et de nature souillée. Jamais il ne perd de vue, soucieux de la dynamique narrative (et je cite ici l’un de ses aphorismes), que « le secret de la vie, c’est l’antithèse ».

Descendons à présent les degrés qui vont du Haut jusqu’au Bas. Ils sont liés, inextricablement, sans toutefois former d’amalgame. L’un n’a point de sens sans l’autre. Leur interaction est ininterrompue. Les éclairs du Haut dans les fosses du Bas, les exhalaisons du Bas infiltrant l’oxygène à l’état naissant du Haut. Pas de manichéisme ici. Seulement des extrêmes qui alternativement se touchent sans qu’intervienne un accord. L’unité de l’Être, car c’est toujours à elle

qu’on est reconduit, nous ne pouvons/savons la percevoir qu’à la faveur d’une illumination. Elle n’est pas un objet dont on dispose. Elle est ce qui nous assaille.

Faisant appel à ce que les Grecs nomment le terrible (ce dehors chargé de menaces), ainsi qu’à l’illumination émerveillante, Hofmannsthal se reporte à son voyage en Grèce, en 1908. Là, il se détourna de toute approche érudite. Toujours plus ou moins déchiré par son appartenance parentale au midi et au nord il finit par se demander ce que les Grecs peuvent encore lui apprendre. Jusqu’à ce que l’ébranle, au petit musée de l’Acropole, la révélation de cinq Corés archaïques, celles-là mêmes qui mettront en déroute Charles Maurras. En cet endroit se confondent les époques. Mythe et réalité aboutissent aux unions les plus déroutantes. La bête et la créature humaine frôlent l’osmose, et l’homme se rapproche de Dieu. Le temps d’un roulement de tonnerre, les extrêmes se touchent — presque. Revenant sur cette expérience, l’écrivain, dans un article de 1922, notera : « Ici nous devons le reconnaître, il existe un mystère de la pleine lumière.“

 

 

 

Vaes
Guy Vaes (Antwerpen, 27 januari 1927)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Grippando werd geboren op 27 januari 1958 in Waukegan, Illinois. Zie ook mijn blog van 27 januari 2008.

 

Uit: Hear No Evil

 

My husband was murdered."

Lindsey Hart spoke in the detached voice of a young widow still grieving. It was as if she still couldn't believe that the words were coming from her mouth, that something so horrible had actually happened. "Shot once in the head."

"I'm very sorry." Jack wished he could say more, but he'd been in this situation before, and he knew there really wasn't anything he could say. It was God's will? Time heals all wounds? None of that would do her any good, certainly not from his lips. People sometimes turned to strangers for that kind of comfort, but rarely when the stranger was a criminal defense lawyer billing by the hour.

Jack Swyteck was among the best Miami's criminal trial bar had to offer, having defended death row inmates for four years before switching sides to become a federal prosecutor. He was in his third year of private practice, steadily building a name for himself, despite the fact that he'd yet to land the kind of high-charged, high-profile jury trial that had vaulted plenty of lesser lawyers into stardom. But he was doing just fine for a guy who'd withstood an indictment for murder, a divorce from a fruitcake, and the unexplained appearance of the naked, dead body of his ex-girlfriend in his bathtub.

"Do the police know who did it?" asked Jack.

"They think they do."

 

 

 

Grippand
James Grippando (Waukegan, 27 januari 1958)

 

 

 

 

 

De Canadese Schrijver Mordecai Richler werd geboren op 27 januari 1931 in Montreal. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007 en ook mijn blog van 27 januari 2008.

 

Uit: Mordecai Richler Was Here: Selected Writings

 

One St. Urbain Street day cribs and diapers were cruelly withdrawn and the next we were scrubbed and carted off to kindergarten. Though we didn't know it, we were already in pre-med school. School-starting age was six, but fiercely competitive mothers would drag protesting four-year-olds to the registration desk and say, "He's short for his age."
    "Birth certificate, please?"
    "Lost in a fire."
    On St. Urbain Street, a head start was all. Our mothers read us stories from Life about pimply astigmatic fourteen-year-olds who had already graduated from Harvard or who were confounding the professors at MIT. Reading Tip-Top Comics or listening to The Green Hornet on the radio was as good as asking for a whack on the head, sometimes administered with a rolled-up copy of the Canadian Jewish Eagle, as if that in itself would be nourishing. We were not supposed to memorize baseball batting averages or dirty limericks. We were expected to improve our Word Power with the Reader's Digest and find inspiration in Paul de Kruif's medical biographies. If we didn't make doctors, we were supposed to at least squeeze into dentistry. School marks didn't count as much as rank. One wintry day I came home, nostrils clinging together and ears burning cold, proud of my report. "I came rank two, Maw."

 

 

Richler
Mordecai Richler
(27 januari 1931 – 3 juli 2001)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007. 

 

Uit: Mondnacht

 

Es war eine klare, warme Augustnacht. Ich kam vom Gebirge herab, die Flinte auf der Schulter, mein großer schwarzer englischer Wasserhund ging müde Schritt für Schritt hinter mir und ließ die Zunge hängen. Wir waren vom Wege abgekommen. Mehr als einmal stand ich still, blickte umher und suchte mich zurecht zu finden. Dann setzte sich mein Hund regelmäßig nieder und sah mich an.

Vor uns lag ein sanftes bewaldetes Hügelland. Ueber den blauschwarzen Bäumen stand der volle rothe Mond und warf ein grelles Feuer auf den dunkeln Himmel. Groß und ruhig floß der weiße Strom der Sterne von Osten gegen Westen, tief am nördlichen Horizonte stand der große Bär. Zwischen den nahen Weidenstämmen stieg ein leichter durchsichtiger Dunst von dem kleinen Sumpfe auf, welcher in mattem grünem Schimmer zitterte, eine Rohrdommel stöhnte im Schilf. Wie wir vorwärts schritten, füllte sich die Landschaft immer mehr mit Licht. Zu beiden Seiten traten die düsteren Baumwände langsam zurück und vor uns wogte die Ebene, ein grünes schimmerndes Meer, auf dem ein weißer Edelhof mit seinen großen Pappelbäumen wie ein Schiff mit vollen Segeln schwamm. Von Zeit zu Zeit zog ein sanfter Luftstrom durch Halme und Blätter und mit ihm ein wunderbarer Ton. Als ich näher kam, entfaltete er sich in schwermüthiger Schönheit. Es war ein gutes Piano und eine geübte feine Hand spielte die Mondscheinsonate von Beethoven. Mir war es, als werfe eine wunde Menschenseele ihre Thränen auf die Tasten. Eine verzweifelte Dissonanz – dann schwieg das Instrument. Ich war kaum hundert Schritte von dem kleinen einsamen Edelhofe entfernt, dessen finstere Pappeln trübselig rauschten. Ein Hund rasselte traurig an seiner Kette, ein fernes Wasser sang einförmig, weinerlich durch die Nacht.

 

 

 

sacher_masoch_leopold
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Mikhail Saltykov-Shchedrin werd geboren op 27 januari 1826 in Spas-Ugol, Tver. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007. 

 

Uit: How a Muzhik Fed Two Officials

 

„Once upon a time there were two Officials. They were both empty-headed, and so they found themselves one day suddenly transported to an uninhabited isle, as if on a magic carpet.

They had passed their whole life in a Government Department, where records were kept; had been born there, bred there, grown old there, and consequently hadn't the least understanding for anything outside of the Department; and the only words they knew were: "With assurances of the highest esteem, I am your humble servant."

But the Department was abolished, and as the services of the two Officials were no longer needed, they were given their freedom. So the retired Officials migrated to Podyacheskaya Street in St. Petersburg. Each had his own home, his own cook and his pension.

Waking up on the uninhabited isle, they found themselves lying under the same cover. At first, of course, they couldn't understand what had happened to them, and they spoke as if nothing extraordinary had taken place.

"What a peculiar dream I had last night, your Excellency," said the one Official. "It seemed to me as if I were on an uninhabited isle."

Scarcely had he uttered the words, when he jumped to his feet. The other Official also jumped up.

"Good Lord, what does this mean! Where are we?" they cried out in astonishment. They felt each other to make sure that they were no longer dreaming, and finally convinced themselves of the sad reality.“

 

 

 

saltykov-schedrin
Mikhail Saltykov-Shchedrin (27 januari 1826 – 10 mei 1889)

Portret door Ivan Kramskoi

 

De Russische dichter en schrijver Ilja Ehrenburg werd geboren op 27 januari 1891

in Kiev. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007. 

 

 

1957

I could have lived a completely different life,
and the soul was once created
for some kind of Moscow dacha,
where from the walls drips the dew.
Where you walk awakened by the sunrise
to the slope of the rivers shore,
and to see how in the dreamy humidity
little funny spiders run around.
My dear, my distant, please relate,
why have you become my torment,
why I will never come to you,
not able to come to you forever? ...

 

 

 

 

 

ehrenburg5
Ilja Ehrenburg (27 januari 1891 – 31 augustus 1967)

 

 

 

 

 

De Franstalige, maar oorspronkelijk Nederlandse schrijfster Neel Doff werd geboren in Buggenum op 27 januari 1858. Zie ook mijn blog van 27 januari 2007. 

 

Uit: Keetje Tippel

 

Moeder was de hele morgen bezig geweest ons te wassen en aan te kleden en had geen tijd gehad om aardappels te koken; wij aten wat brood en dronken koffie. Om twee uur kwam ouwe Dientje, een buurvrouw, ons ophalen voor de kermis op de Nieuwmarkt. Wij gingen op stap, moeder met de baby en Dientje met Naatje op de arm; de groten - twee jongens en twee meisjes - liepen hand in hand voorop.

Hoe wij naar de Nieuwmarkt kwamen, die een heel eind van ons huis lag, herinner ik mij niet meer. Zoveel weet ik nog wel, dat wij ons onverhoeds midden in de menigte bevonden; dat voor de kermistenten dames in engelenjurken boven op paarden in geborduurde stroken zijde zaten; dat een man die in de meel was rondgerold met een schorre zangstem stond te lachen; dat de draaimolens, rondom versierd met bebloemde stoffen, ronddraaiden terwijl mannen en vrouwen arm in arm hosten en zongen bij het orgel, dat door trompetjes een wijsje uitschetterde: Hopla met de benen, het zijn geen molenstenen!

Hele troepen dienstmeisjes, met hun hoed over hun mutsje gestolpt en een omslagdoek over de schouders, liepen gearmd met werklui te zingen en te springen van ‘hossen, hossen, hossen’. Wit van angst stompte moeder mij voor zich uit: ‘Hier blijven lopen, lelijke meid, als je niet oppast lopen ze ons nog onder de voet!’ Tenslotte deed ze zo lelijk tegen me, dat ik de hand van Hein losliet en langs een gracht wegrende. Maar opeens besefte ik in paniek dat ik daar alleen stond en de weg naar huis niet wist. Ik klampte een voorbijganger aan.

‘Als je hier langs de gracht blijft lopen, kom je bij de Amstel. Daar moet je linksaf en dan vind je je straat wel.’

 

 

 

Neel_Doff
Neel Doff (27 januari 1858 – 14 juli 1942)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Rudolf Geel werd geboren in Amsterdam op 27 januari 1941. Geel is docent taalbeheersing aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde de verhalenbundels Trage schaduwen (1991) en Een dichteres uit Los Angeles (1994), en de romans De paradijsganger (1988) en Dierbaar venijn (1992). Hij bezocht als gastdocent van het Instituut voor de Opleiding van Leraren enkele malen Suriname, en publiceerde daar ook de handleiding Het schrijven van leesbare teksten en brieven (1995). Ook in 1995 publiceerde hij de essaybundel Volmaakte schrijvers schrijven niet, over het scheppingspoces van literaire en andere teksten. Hij was redacteur van het algemeen-culturele tijdschrift De Gids en voorzitter van het Nederlandse Centrum van de internationale schrijversvereniging de P.E.N.

 

Uit: Het eerste artikel

 

Ik zou er heel wat voor over hebben als ik mijn allereerste stukje nog bezat. Het was helemaal niets. En toch stonden er woorden op papier. Die middag leerde ik versneld mijn eerste les: als je gaat schrijven, dan moet je wel een onderwerp hebben en daarnaast bij voorkeur geen pretenties. Veel schrijven levert niet alleen ervaring op, maar ook onderwerpen die bij een volgende gelegenheid soms in een geheel nieuw licht geplaatst kunnen worden.
Een jaar na mijn debuut, dat ik niet inleverde, schreef ik overigens desnoods in mijn eentje het schoolblad vol. Dat kwam omdat ik, geholpen door de eerste ervaring, snel een tweede les leerde: er zijn onderwerpen te over, als je maar niet te ver van huis gaat. Mijn allereerste artikel ging natuurlijk over iets heel ingewikkelds. Waarom schreef ik die middag bij mijn grootouders niet over bijvoorbeeld jazzmuziek, waarover ik in die tijd volop meningen had? Een jaar later had ik dat beter begrepen.Vervolgens leerde ik een derde les, die ik schrijvers in spe nog graag voorhoud: alleen brutale mensen slagen in het schrijversvak. Al zijn ze als persoon nog zo aardig, achter de tekstverwerker moeten schrijvers veranderen in wolven. Als schrijverswolf mogen ze vervolgens uitsluitend bijten in mensen die in principe sterker zijn dan zij. Helaas wordt dit eenvoudige uitgangspunt, dat de trots uitmaakt van het vak, al te vaak genegeerd.

 

 

 

geel
Rudolf Geel (Amsterdam, 27 januari 1941)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Balduin Möllhausen werd geboren op 27 januari 1825 in Bonn. Zijn publicaties "Tagebuch einer Reise vom Mississippi nach den Küsten der Südsee" en "Reisen in die Felsengebirge Nordamerikas bis zum Hochplateau von Neu-Mexiko behoren tot de beste en populairste reisbeschrijvingen uit de 19e eeuw. Van hem stammen ook de eerste beelden van de Grand Canyon en van de daar levende Mohave- und Wallapai-Indianen. Hij werd gesteund door Alexander von Humboldt en was een kennis van Theodor Fontane. De ervaringen en herinneringen die hij tijdens zijn reizen opdeed verwerkte hij in meer dan veertig romans en talrijke verhalen en novellen.

 

Uit: Die Mandanenwaise

 

Der eisige Novembersturm streift die letzten braunen Blätter von den Bäumen und wirbelt sie mit vereinzelten kleinen Schneeflocken durcheinander. Bleifarbig hängt der Himmel über der öden Landschaft, als ob er sich in jedem Augenblick auf die Erde niedersenken wolle, um das letzte im Freien zurückgebliebene Leben gewaltsam zu erstarren.

Ohne Furcht oder Bedauern über meinen Entschluß sehe ich dem Winter entgegen, den langen einsamen Nächten und den kurzen Tagen. Ohne Furcht oder Bedauern stehe ich im Begriff, mich aus Monate in diese Wildniß zu vergraben, in eine Wildniß, in welcher keine menschliche Stimme an mein Ohr dringt, der Ton meiner eigenen Stimme von Niemand gehört, unheimlich in den endlosen Räumen verhallt.

Doch nein, ich darf nicht ungerecht sein; denn während ich die Geschichte meines wechselvollen Lebens niederschreibe, werde ich mit schüchterner Anhänglichkeit beobachtet, und wenn ich von meiner Arbeit zufällig emporschaue, blicke ich in die dunklen melancholischen Augen eines indianischen Kindes, meines Schützlings, wahrscheinlich einer der Letzten des einst so mächtigen und glücklichen Mandanenstammes.

Das arme Mädchen, welches mit dankbarem Herzen zu mir, wie zu einer Gottheit emporblickt, mildert das traurige Gefühl der gänzlichen Vereinsamung, welches mich bei dem Gedanken an den langen, unerbittlich strengen Winter beschleicht. Ich kann mir wenigstens sagen: »ich bin nicht allein;« und ist es mir auch nicht vergönnt, mit dem armen, von der ganzen Welt verlassenen Wesen eine meiner Vergangenheit entsprechende Unterhaltung anzuknüpfen, se vermag ich es doch zu belehren, zur Aufnahme in eine Mission vorzubereiten und damit einen guten Zweck zu erfüllen.“

 

 

 

mollhausen
Balduin Möllhausen (27 januari 1825 – 28 mei 1905)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 27 januari 2008.


De Duitse dichter en schrijver Bernd Jentzsch werd geboren op 27 januari 1940 in Plauen.
Zie ook mijn blog van 27 januari 2007.

 

 

 

26-01-09

Menno ter Braak, Achim von Arnim, Jochen Missfeldt, Gerrit Jan Zwier, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Eugène Sue, Jan van Hoogstraten, Alfons Paquet, François Coppée, Delphine Gay


De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Het carnaval der burgers

 

‘Wij’ zijn het slachtoffer van het hulpeloze ‘Ik’; ‘wij’ zijn de koude verstening en de warme illusie van ‘ik’. Daarom is het credo van deze regels geboren tussen de verstening en de illusie, geboren als afkeer van ‘wij’ en als liefde tot ‘wij’.

‘Wij’ is de allerleegste titel van deze eeuw: de pluralis majestatis van de journalist, die niemand kent, en wiens mening niet gevraagd wordt. Maar ‘wij’ is ook de vloot van snelle, gehoorzame zeiljachten, die samen buigen onder dezelfde windvlagen. ‘Wij’ is de angst van een kind, dat des nachts in een ongewoon uur ontwaakt en door de eerste gedachte aan de dood wordt bevangen; dan is de enige troost de aanwezigheid van de velen, de anderen. ‘Wij’ ook verwaarloosden na de vrede van Utrecht onze barrièresteden.

‘Wij’ dansen, allen, op het carnaval, en ‘wij’ hebben, allen, daarna de kater; dan denken ‘wij’, dat met ons ‘de nieuwe mens’ is gekomen of komen zàl. ‘Wij’ is ons eerste en laatste gebaar van tederheid, en ‘wij’ betalen belasting.

‘Wij’ is onze kerker, ‘wij’ bestendigen ons in onze kinderen; ‘wij’ is onze vrijheid en onze vaart naar de horizon. ‘Wij’: duldeloze verenging. ‘Wij’: magische verruiming. ‘Wij’: ieder heeft twee armen, twee ogen, één neus, o eindeloze herhaling. ‘Wij’: géén is verstoken van een verlangen naar de gemeenschap der heiligen.

Wij zijn burgers. Wij zouden dichters willen zijn. ‘Wij’ is de algemeenste formule voor het bijeenwonen der kudden. ‘Wij’ is het diepst en weemoedigst uitzien naar opgaan en versmelten. ‘Wij’ zijn de onverbiddelijke grenzen en het verzet tegen alle grenzen.

Zonder ‘wij’ geen phrasen en geen sonnetten. Zonder ‘wij’ geen oorlogen en geen apostelen. Bij ‘wij’ bestaat de wereld en door ‘wij’ wil zij voortdurend vergaan.

 

 

 

 

TerBraak
Menno ter Braak
(26 januari 1902 -  14 mei 1940)

Portret door Paul Citroen

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Die Majoratsherren

 

Wir durchblätterten eben einen ältern Kalender, dessen Kupferstiche manche Torheiten seiner Zeit abspiegeln. Liegt sie doch jetzt schon wie eine Fabelwelt hinter uns! Wie reich erfüllt war damals die Welt, ehe die allgemeine Revolution, welche von Frankreich den Namen erhielt, alle Formen zusammenstürzte; wie gleichförmig arm ist sie geworden! Jahrhunderte scheinen seit jener Zeit vergangen, und nur mit Mühe erinnern wir uns, daß unsre früheren Jahre ihr zugehörten. Aus der Tiefe dieser Seltsamkeiten, die uns Chodowieckis Meisterhand bewahrt hat, läßt sich die damalige Höhe geistiger Klarheit erraten; diese ermißt sich sogar am leichtesten an den Schattenbildern derer, die ihr im Wege standen und die sie riesenhaft über die Erde hingezeichnet hat. Welche Gliederung und Abstufung, die sich nicht bloß im Äußern der Gesellschaft zeigte! Jeder einzelne war wieder auch in seinem Ansehn, in seiner Kleidung eine eigene Welt, jeder richtete sich gleichsam für die Ewigkeit auf dieser Erde ein, und wie für alle gesorgt war, so befriedigten auch Geisterbeschwörer und Geisterseher, geheime Gesellschaften und geheimnisvolle Abenteurer, Wundärzte und prophetische Kranke die tiefgeheime Sehnsucht des Herzens, aus der verschlossenen Brusthöhle hinausblicken zu können. Beachten wir den Reichtum dieser Erscheinungen, so drängt sich die Vermutung auf, als ob jenes Menschengeschlecht sich zu voreilig einer höheren Welt genahet habe und, geblendet vom Glanze der halbentschleierten, zur dämmernden Zukunft in frevelnder Selbstvernichtung fortgedrängt, durch die Notdurft an die Gegenwart der Erde gebunden werden mußte, die aller Kraft bedarf und uns in ruhiger Folge jede Anstrengung belohnt.”

 

 

 

Arnim
Achim von Arnim  (26 januari 1781 -  21 januari 1831)

Kopergravure door Hans Meyer

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jochen Missfeldt werd geboren op 26 januari 1941 in Satrup. In 1965 rondde hij een opleiding tot Starfighter piloot bij de Duitse luchtmacht af. Na afloop van zijn militaire loopbaan in 1982 ging hij muziekwetenschappen, filosofie en volkskunde studeren in München en Kiel. Sinds 1985 is hij zelfstandig schrijver.

 

Werk o.a.: Mein Vater war Schneevogt. Gedichte, 1972, Solsbüll. Roman, 1989, Deckname Orpheus. Erzählungen, 1997

 

Uit: Steilküste (2005)

 

“Schiff um Schiff lief seit dem 3. Mai 1945 in die Geltinger Bucht ein. Der Großadmiral hatte gerufen. Auch U-999 war auf dem Weg. Die Elektromotoren hatten es im Mai-Morgengrauen leise in der Elbe Richtung Brunsbüttelkoog vorangetrieben, immer an den Elbdeichen entlang. Hinter den Deichen schliefen die Tommys ahnungslos in ihren Zelten. Stand auf dem Deich etwa einer Wache und spähte

und lauschte? Wollte der Feind morgen schon nach Schleswig- Holstein übersetzen? Unbehelligt passierte U-999 die Schleusen von Brunsbüttelkoog und den Nord-Ostsee-Kanal.

In Kiel wäre es fast einem Fliegerangriff der Royal Air Force zum Opfer gefallen, aber, allem Krieg zum Trotz, kam es heil in der Geltinger Bucht an. Da lagen schon andere: U-Boote, Zerstörer, Schnellboote, Minensucher und Versorgungsschiffe.

Die Nacht, an deren Ende es eintraf, war eine tolle Mondnacht gewesen, Nacht der Zufl ucht, Nacht der Geborgenheit, ein erhebendes Bild. Das sah nicht nach Kriegsende und Niederlage aus, sondern nach Heimkehr von einer großen, gewonnenen Schlacht. Keinem Soldaten war ein Haar gekrümmt

worden. Man wichste schon die Knobelbecher für eine lange Ballnacht. Der Bart war ab. Man besah sich im Spiegel und kämmte sein Haar. Einen Spritzer Tai Tai aufs Kavalierstaschentuch geträufelt, das hat noch nie geschadet.

Einatmen und sich in Form fühlen. Kein Soldat würde beim Durchschreiten der Eichenlaub-Ehrenpforte hinken. Die Brieftasche war voll gestopft mit Sold, und zwischen dem Sold steckte das Foto: Ehefrau mit drei Töchtern. Eine Erinnerung an glückliche Tage.“

 

 

 

missfeldt
Jochen Missfeldt (Satrup, 26 januari 1941 )

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Gerrit Jan Zwier werd geboren in Leeuwarden op 26 januari 1947. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Naar de rand van de kaart

 

Het bizarre en spannende verhaal over de landing op Bouvetøya beschouw ik als het hoogtepunt van dit reisverslag. Stelt u zich eens voor: een schip vol eilandgekken, vogelaars en fanatieke globetrotters zet koers naar een beijzelde vulkaan diep in zuidelijke wateren die bekendstaat als het meest afgelegen, onbewoonde eiland ter wereld. De koorts aan boord loopt hoog op als deze trofee, dit hebbedingetje voor verwende toeristen, in zicht komt.

Achteraf bezien vormt de reis door Patagonië het voorspel en de verdere zeereis naar Tristan da Cunha en Sint Helena het naspel van het spektakel rond Bouvet. Wat ik tijdens mijn tocht door Patagonië ook ondernam, ik bleef steeds ergerlijk dicht in de buurt van Bruce Chatwins In Patagonië
, het al haast klassieke reisboek over de staart van Zuid-Amerika. Pas toen ik op Vuurland het zeegat uit voer, kon ik Chatwin op de kade achterlaten. Ook al is de tijd van de ontdekkingsreizen allang voorbij, en zijn we in deze late tijd allemaal pseudoreizigers geworden, toch was het opwindend om afgelegen oorden als de Falklandeilanden, Zuid-Georgië en het tropische Ascensión te verkennen. Maar Bouvet spande de kroon, niet zozeer de plek zelf, als wel de wirwar eromheen.“

 

 

 

Zwier
Gerrit Jan Zwier (Leeuwarden, 26 januari 1947)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

 

Kaun jâne

 

Misschien ben ik een zucht

stil in een mens;

een zaad

verborgen in een vrucht;

een beeld in marmer

vuur in steen

kracht in hout

zanger in een kind

dichter in een mens.

Misschien.

 

 

 

tussen de schelpen

 

Ik leef op de bodem

van de zee

ver van den mensen

verscholen

tussen de schelpen

zonder ogen

zonder mond.

Mijn taal is

de duistere stilte

mijn klank

is het eeuwige zwijgen

van de zee.

Zo leef ik

verborgen tussen de schelpen

op de bodem

van de zee.

 

 

 

Bhai
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

 

In die Nacht gesungen

 

Hohe, feierliche Nacht, unbegreifliches Gepränge,

Aug, das über unsrer Enge fragend in der Fremde wacht,

Hohe, feierliche Nacht!

Goldne Schrift am Firmament, ach, wer deutet uns im Blauen,

Daß wir nur durch Tränen schauen, was so fern, so selig brennt,

Goldne Schrift am Firmament?

Dunkler Saal voll Sphärenklang, taub vom Lärm des eignen Lebens

Hört dies dumpfe Ohr vergebens deiner Lichter Lobgesang,

Dunkler Saal voll Sphärenklang!

Holde Nacht, von Sternen klar, spende Trost, wem Trost mag werden,

Überm Elend aller Erden Wunder, ewig wunderbar,

Holde Nacht, von Sternen klar!

 

 

 

 

schroder_rudolf_alexander
Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Eugène Sue zou geboren zijn op 26 januari 1804. Zie voor meer informatie en een fragment mijn blog van 10 december 2006 en ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Le juif errant  (Un service d’ami)

 

Rodin, malgré sa surprise et son inquiétude, ne sourcilla pas ; il commença par fermer sa porte après soi, remarquant le coup d’œil curieux de la jeune fille, puis il lui dit avec bonhomie :

– Qui demandez-vous, ma chère fille ?

– M. Rodin, reprit crânement Rose-Pompon en ouvrant ses jolis yeux bleus de toute leur grandeur, et regardant Rodin bien en face.

– Ce n’est pas ici… dit-il en faisant un pas pour descendre. Je ne connais pas… Voyez plus haut ou plus bas.

– Oh ! que c’est joli ! Voyons… faites donc le gentil, à votre âge ! dit Rose-Pompon en haussant les épaules, comme si on ne savait pas que c’est vous qui vous appelez M. Rodin.

– Charlemagne, dit le socius en s’inclinant, Charlemagne, pour vous servir, si j’en étais capable.

– Vous n’en êtes pas capable, répondit Rose-Pompon d’un ton majestueux, et elle ajouta d’un air narquois :

– Nous avons donc des cachettes à la minon-minette, que nous changeons de nom ?… Nous avons peur que maman Rodin nous espionne ?

– Tenez, ma chère fille, dit le socius en souriant d’un air paternel, vous vous adressez bien : je suis un vieux bonhomme qui aime la jeunesse… la joyeuse jeunesse. Ainsi, amusez-vous, même à mes dépens… mais laissez-moi passer, car l’heure me presse…

Et Rodin fit de nouveau un pas vers l’escalier.

– Monsieur Rodin, dit Rose-Pompon d’une voix solennelle, j’ai des choses très importantes à vous communiquer, des conseils à vous demander sur une affaire de cœur.

– Ah çà ! voyons, petite folle, vous n’avez donc personne à tourmenter dans votre maison que vous venez dans celle-ci ?

 

 

 

 

Sue
Eugène Sue
(26 januari 1804 – 3 augustus 1857)

Portret door Charles Emile Callande de Champ-Martin

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Jan van Hoogstraten werd geboren in Rotterdam op 26 januari 1662. Zie ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

De Lente

 

Air: Aimable Vainqueur, &c.

 

1.

DE Winter ten end,

Vertoont ons de Lent,

In niewe sieraden,

Van groene bladen,

Waar 't oog zig ook wend.

De wind in 't Zuiden,

Kust Bloemen, en Kruiden,

In glans ongeschend;

Hoe zoet valt uw lugt,

O Lente! op de zinnen,

Die 't Landvermaak minnen,

Voor al 't Hofgerugt!

ô Zoete Lent!

Gy Poot, en gy Ent.

Uw hand, waard te roemen,

Vlegt kranssen van Bloemen,

Daar elk u aan kendt.

Uw bloemlivrey,

Van niemand te doemen,

Volmaakt ons de Mey.

 

 

 

 

 

VanHoogstraten
Jan van Hoogstraten  (26 januari 1662 – 28 juli 1736)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en journalist Alfons Paquet werd geboren op 26 januari 1881 in Wiesbaden. In 1900 won hij een prijs voor een verhaal en besloot hij naar Berlijn te verhuizen en journalist te worden. In 1901 verscheen zijn eerste verhalenbundel en een jaar later een bundel gedichten en liederen. Paquet werd een bijzondere getuige van de eerste helft van de 20e eeuw. Al vroeg voerden reizen hem naar de VS, Palestina, China. Hij was de eerste journalist die met de transsiberische trein reisde en hierover verslag deed. Hij was de eerste correspondent in Moskou voor Duitse kranten en maakte de Russische revolutie van nabij mee. Paquet schreef ook dramatisch werk dat tijdens de Weimarer republiek door Erwin Piscator op de planken werd gebracht.

 

Uit: Held Namenlos

 

Auf ihren Ochsen sind mir die Männer entgegengeritten
In roten Mänteln, mit der kosmischen Gastlichkeit ihrer Welt;
Auf alten Grabhügeln saßen wir inmitten,
Und ihre Weiber entkleideten zum Geschenk sich im Zelt.

Im stürmenden Sande grunzte die Karawane,
Die Tiere fielen vor Hunger, erstickten in des Fußbodens grauem Schleim;
In der Sandwüste ein Schädel, nur gehütet von einer kleinen Fahne,
Modert, und rollt den Abhang hinab, als wollte er dennoch heim.

Nicht eine Erbse von Silber gab ich für die Seide der ellenlangen
Köstlichen Fahnen, mit indischen Göttern und Regenbogen bestickt,
Die auf den Steinhaufen der Hochpässe als Opfer hangen,
Mit Pferdehaaren, mit gebleichten Schafsschulterblättern geschmückt
.

 

 

 

 

Paquet
Alfons Paquet (26 januari 1881 – 8 februari 1944)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver François Coppée werd geboren op 26 januari 1842 in Parijs. Hij werkt op het ministerie van oorlog, maar was tegelijkertijd ook lid van de Parnassiens. Zijn eerste gedichten werden gepubliceerd in 1864. In 1869 werd zijn theaterstuk Le Passant voor het eerst opgevoerd in het Odéon-Theater. In 1878 werd Coppée archivaris van de Comédie-Française. In 1884 werd hij lid van de Académie française.

 

 

A Paris, en été, les soirs sont étouffants

 

A Paris, en été, les soirs sont étouffants.
Et moi, noir promeneur qu'évitent les enfants,
Qui fuis la joie et fais, en flânant, bien des lieues,
Je m'en vais, ces jours-là, vers les tristes banlieues.
Je prends quelque ruelle où pousse le gazon
Et dont un mur tournant est le seul horizon.
Je me plais dans ces lieux déserts où le pied sonne,
Où je suis presque sûr de ne croiser personne.

Au-dessus des enclos les tilleuls sentent bon ;
Et sur le plâtre frais sont écrits au charbon
Les noms entrelacés de Victoire et d'Eugène,
Populaire et naïf monument, que ne gêne
Pas du tout le croquis odieux qu'à côté
A tracé gauchement, d'un fusain effronté,
En passant après eux, la débauche impubère.

Et, quand s'allume au loin le premier réverbère,
Je gagne la grand' rue, où je puis encor voir
Des boutiquiers prenant le frais sur le trottoir,
Tandis que, pour montrer un peu ses formes grasses,
Avec son prétendu leur fille joue aux grâces.

 

 

 

 

Francois-COPPEE
François Coppée (26 januari 1842 – 23 mei 1908)

 

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Delphine Gay werd geboren op 26 januari 1804 in Aken. Al op zeventienjarige leeftijd maakte zij naam als dichteres met de Essais poétiques. Zij schreef ook romans en toneel. Groot succes had zij met haar Lettres parisiennes die zij onder het pseudoniem Vicomte de Launay 1836–1848 publiceerde in La Presse.

 

 

Il m’aime !...

 

Il m’aime !... ô jour de gloire, ô triomphe, ô délire !

Tout mon cœur se réveille, et je reprends ma lyre ;

Je suis poète encore, — et veux que l’univers

Devine mon bonheur à l’éclat de mes vers ;

Je veux pour le chanter, m’enivrant d’harmonie,

Au feu de son amour allumer mon génie ;

Oui, je veux, dans la lice atteignant mes rivaux,

Justifier son choix par des succès nouveaux,

Et, digne de le suivre en sa noble carrière,

Suspendre à ses lauriers ma couronne de lierre.

 

 

 

Delphine_de_Girardin
Delphine Gay (26 januari 1804 – 29 juni 1855)

Portret door Louis Hersent

 

 

 

25-01-09

Virginia Woolf, William S. Maugham, Renate Dorrestein, Robert Burns, David Grossman, Alessandro Baricco, Jozef Slagveer, Paavo Haavikko, Alfred Gulden, Eva Zeller, Daniel von Lohenstein, Vladimir Vysotsky, Friedrich Jacobi, Stéphanie de Genlis


De Engelse schrijfster Virginia Woolf werd geboren op 25 januari 1882 te Londen. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007 en ook mijn blog van 25 januari 2008.

 

Uit: Mrs. Dalloway

 

„MRS. DALLOWAY said she would buy the flowers herself.

For Lucy had her work cut out for her. The doors would be taken off their hinges; Rumpelmayer's men were coming. And then, thought Clarissa Dalloway, what a morning-fresh as if issued to children on a beach.

What a lark! What a plunge! For so it had always seemed to her, when, with a little squeak of the hinges, which she could hear now, she had burst open the French windows and plunged at Bourton into the open air. How fresh, how calm, stiller than this of course, the air was in the early morning; like the flap of a wave; the kiss of a wave; chill and sharp and yet (for a girl of eighteen as she then was) solemn, feeling as she did, standing there at the open window, that something awful was about to happen; looking at the flowers, at the trees with the smoke winding off them and the rooks rising, falling; standing and looking until Peter Walsh said, "Musing among the vegetables?"-was that it?-"I prefer men to cauliflowers"-was that it? He must have said it at breakfast one morning when she had gone out on to the terrace-Peter Walsh. He would be back from India one o£ these days, June or July, she forgot which, for his letters were awfully dull; it was his sayings one remembered; his eyes, his pocket-knife, his smile, his grumpiness and, when millions of things had utterly vanished-how strange it was!-a few sayings like this about cabbages.

She stiffened a little on the kerb, waiting for Durtnall's van to pass. A charming woman, Scrope Purvis thought her (knowing her as one does know people who live next door to one in Westminster); a touch of the bird about her, of the jay, blue-green, light, vivacious, though she was over fifty, and grown very white since her illness. There she perched, never seeing him, waiting to cross, very upright.“

 

 

 

Roger_Fry_-_Virginia_Woolf
Virginia Woolf (25 januari 1882 – 28 maart 1941)

Portret door Roger Fry

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver William Somerset Maugham werd geboren in Parijs op 25 januari 1874. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007 en ook mijn blog van 25 januari 2008.

 

Uit: The ant and the grasshopper

 

“I suppose every family has a black sheep. Tom had been a sore trial to his for twenty years. He had begun life decently enough: he went into business, married, and had two children. The Ramsays were perfectly respectable people and there was every reason to suppose that Tom Ramsay would have a useful and honourable career. But one day, without warning, he announced that he didn't like work and that he wasn't suited for marriage. He wanted to enjoy himself. He would listen to no expostulations. He left his wife and his office. He had a little money and he spent two happy years in the various capitals of Europe. Rumours of his doings reached his relations from time to time and they were profoundly shocked. He certainly had a very good time. They shook their heads and asked what would happen when his money was spent. They soon found out: he borrowed. He was charming and unscrupulous. I have never met anyone to whom it was more difficult to refuse a loan. He made a steady income from his friends and he made friends easily. But he always said that the money you spent on necessities was boring; the money that was amusing to spend was the money you spent on luxuries. For this he depended on his brother George. He did not waste his charm on him. George was a serious man and insensible to such enticements. George was respectable. Once or twice he fell to Tom's promises of amendment and gave him considerable sums in order that he might make a fresh start. On these Tom bought a motor-car and some very nice jewellery. But when circumstances forced George to realize that his brother would never settle down and he washed his hands of him, Tom, without a qualm, began to blackmail him. It was not very nice for a respectable lawyer to find his brother shaking cocktails behind the bar of his favourite restaurant or to see him waiting on the box-seat of a taxi outside his club. Tom said that to serve in a bar or to drive a taxi was a perfectly decent occupation, but if George could oblige him with a couple of hundred pounds he didn't mind for the honour of the family giving it up. George paid.“

 

 

 

 

 

maughamwsomerset
William Somerset Maugham (25 januari 1874 – 16 december 1965)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Renate Dorrestein werd geboren in Amsterdam op 25 januari 1954. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007en ook mijn blog van 25 januari 2008.

 

Uit: Mijn zoon heeft een seksleven

 

Ik was net met mijn zusje aan het bellen op het moment dat het moet zijn gebeurd. Had me onder het praten een glas wijn ingeschonken, de gordijnen dichtgedaan, lampen aangestoken. Bij mij was het kwart over zes, mijn werk zat erop.

Voor Francien niet, bij haar was de dag pas half om. Zij fokt paarden in Saugatuck, Michigan, samen met haar vriendin Nell. Ze wonen in een trailer op de stoeterij, kijken ’s nachts naar heldere sterren aan een onvervuilde hemel, baden een groot deel van het jaar in ijskoud water en lopen op laarzen die ze kopen bij een oude indiaanse vrouw. Ma zegt altijd: Ik heb heus geen moeite met Franciens persoonlijke leven en Nell is een lieve schoondochter, maar waarom niet een beetje lippenstift. Ik zou zelf niet weten waarom wel, maar ma uiteraard des te meer.

We hadden het over niets bijzonders. Francien vertelde hoe ze ’s ochtends vroeg in haar pick-up op pad was gegaan om een bestelling prikkeldraad op te halen. Op de terugweg had ze bij een kraam appels gekocht om cider van te maken. Nu zat ze weer thuis, in haar keukentje
van golfplaat. Nell en zij hadden net warme broodjes gegeten. Ook bij haar was het dus een doodgewone dag, een zoals alle andere, alleen besef je pas hoe geweldig het alledaagse is als je rust wordt verstoord.“

 

 

 

 

 

Dorrestein
Renate Dorrestein (Amsterdam, 25 januari 1954)

 

 

 

 

 

De Schotse dichter Robert Burns werd geboren op 25 januari 1759 in Alloway, Ayrshire. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007 en ook mijn blog van 25 januari 2008.

 

 

The Ploughman's Life

 

As I was a-wand'ring ae morning in spring,

I heard a young ploughman sae sweetly to sing;

And as he was singin', thir words he did say, -

There's nae life like the ploughman's in the month o' sweet May.

 

The lav'rock in the morning she'll rise frae her nest,

And mount i' the air wi' the dew on her breast,

And wi' the merry ploughman she'll whistle and sing,

And at night she'll return to her nest back again. 

 

 

 

 

 

I Murder Hate

 

I murder hate by flood or field,

Tho' glory's name may screen us;

In wars at home I'll spend my blood-

Life-giving wars of Venus.

The deities that I adore

Are social Peace and Plenty;

I'm better pleas'd to make one more,

Than be the death of twenty.

 

I would not die like Socrates,

For all the fuss of Plato;

Nor would I with Leonidas,

Nor yet would I with Cato:

The zealots of the Church and State

Shall ne'er my mortal foes be;

But let me have bold Zimri's fate,

Within the arms of Cozbi! 

 

 

 

 

 

robert_burns
Robert Burns (25 januari 1759 – 21 juli 1796)

Standbeeld in Stanley Park, Vancouver

 

 

 

 

 

De Israëlische schrijver David Grossman werd geboren op 25 januari 1954 in Jeruzalem. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007 en ook mijn blog van 25 januari 2008.

 

Uit: Writing in the Dark

 

“Explaining the process of inspiration, for me, is like trying to explain what occurs in a dream. In both cases we must resort to using words to describe an experience that by nature resists definition. In both cases we can rationally analyze the events and consider, for example, the themes and characters that may have influenced the dreamer and the needs that led him to conjure up these particular influences rather than others in his dream. But we will always feel that the essence of the dream, its secret, the unique glimmer of contact between the dreamer and the dream, remains an impenetrable riddle.

I remember what I experienced when I felt I was under the rays of a vast and inspiring literary power—when I read Kafka’s Metamorphosis, for example, or Yaakov Shabtai’s Past Continuous, or Thomas Mann’s Joseph and His Brothers. I have no doubt that some part of me, perhaps my innermost core, seemed to be in the realm of a dream. There was a similar intrinsic logic, and a direct dialogue conducted with the deepest and most veiled contents of my soul, almost without the mediation of consciousness.

When I talk, then, of this or the other author and how he or she touched my life and influenced my writing, I know that it is merely the story I tell myself today, in a waking state, under the spotlights, filtered through the natural sifting process of memory.“

 

 

 

 

davidgrossman
David Grossman (Jeruzalem, 25 januari 1954)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Alessandro Baricco werd geboren op 25 januari 1958 in Turijn. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007  en ook mijn blog van 25 januari 2008.

 

Uit: City (Vertaald door Ann Goldstein)

 

“Larry! . . . Larry! . . . Larry Gorman is approaching our position . . . he's surrounded by his people . . . the ring is mobbed . . . LARRY! . . . it's not easy for the champion to make his way through . . . there's Mondini, his coach . . . a lightning-fast win tonight, here at the Sony Sports Club, let's recap, just 2 minutes 27 seconds is all . . . LARRY, here, Larry, we're on the air, live on radio . . . Larry . . . we're on the air, so, fast work . . ."

"Is this microphone working?"

"Yes, we're on the air."

"Nice microphone, where'd you buy it?"

"I don't buy them, Larry . . . listen . . . did you think it would be over so quickly or . . ."

"My sister would like that a lot . . . "

"I mean . . . "

"No, seriously. You know, she imitates Marilyn Monroe, she sings and she's the spitting image of Marilyn, the same voice, I swear, only she doesn't have a microphone . . . "

"Listen, Larry . . . "

"Usually she manages with a banana."

"Larry, you want to say something about your opponent?"

"Yes. I want to say something."

"Go ahead."

"I want to say something about my opponent. My opponent is called Larry Gorman. Why do they keep on setting me up with those zeroes wearing gloves and no clothes? They're always under my feet. So eventually I have to knock them down."

 

 

 

Barrico
Alessandro Baricco (Turijn, 25 januari 1958)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter en journalist Jozef Hubert Maria Slagveer werd geboren in Totness op 25 januari 1940.  Slagveer volgde de Sint Antonius-school te Mary's Hope en de Algemene Middelbare School (AMS) te Paramaribo. Vervolgens vertrok Slagveer naar Nederland waar hij journalistiek studeerde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1967 keerde hij naar Suriname terug.

Slagveer werkte aanvankelijk op de afdeling voorlichting van het ministerie van onderwijs, maar begon in 1971 samen met Rudi Kross een eigen persbureau, Informa geheten, dat een dagelijks bulletin en een weekblad (Actueel) uitgaf. Hij was voorstander van de onafhankelijkheid van Suriname en wilde samen met Rudi Kross de NPS omvormen tot een socialistische beweging. Slagveer viel in 1975 in ongenade bij de regering-Arron. Na de onafhankelijkheid werd Slagveer spreekbuis van de ontevreden sergeants van het Nationale Leger van Suriname. Nadat zij op 25 februari 1980 een staatsgreep hadden gepleegd, werd hij aangesteld tot hun woordvoerder en propageerde hij hun bewind. Legerleider Bouterse zocht vanaf eind 1980 via Slagveer toenadering tot de leiders van de oude politieke partijen, onder wie Jaggernath Lachmon. Gaandeweg begon Slagveer het regime te bekritiseren. Waarschijnlijk wegens die kritiek werd Slagveer in de nacht van 7 op 8 december 1982 opgepakt. Op 8 december werd hij op 42-jarige leeftijd te Fort Zeelandia vermoord.Slagveer debuteerde in 1959 in de Dichtershoek van het Nederlandse Algemeen Handelsblad. Zijn proza en poëzie in het Sranan en Nederlands is traditioneel vormgebonden en fel nationalistisch-geëngageerd.

 

 

 

Plensregen

 

plensregen kom

en was ons lichaam

 

plensregen kom

bevrijd onze geest

 

laat ons nieuwe kleren dragen

plensregen kom

 

laat ons werken aan een nieuw Suriname

plensregen kom

 

laat ons onszelf zijn

plensregen kom

 

kom plensregen

was het slaafse denken ver van ons weg

was het weg plensregen

kom was Suriname schoon!

 

 

 

 

Vertaald door Michel Berchem

 

 

 

 

Slagveer
Jozef Slagveer (25 januari 1940 — 8 december 1982)

 

 

 

 

 

De Finse dichter, toneelschrijver en uitgever Paavo Juhani Haavikko werd geboren in Helsinki op 25 januari 1931. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers in zijn land. Zo won hij in 1984 de Neustadtprijs voor literatuur. Haavikko debuteerde in de jaren vijftig met Tiet etäisyyksiin. In zijn volgende bundel Tuuliöinä (1953, Winderige nachten) gebruikt hij de wind als centrale metafoor voor hedendaagse angsten en vervreemding. Bekende bundels van Haavikko zijn ook Synnyinmaa (1955) en Lehdet lehtiä (1958). Zijn poëzie werd wel vaak als moeilijk toegankelijk beschouwd. In de jaren zestig sloop er meer sociale kritiek in zijn werk. In zijn verzamelde korte verhalen Lasi Claudius Civiliksen salaliittolaisten pöydällä (1964) toonde hij zich verwant met de nouveau roman, terwijl zijn verzameld toneelwerk Näytelmät (1978) aanleunde bij het theater van het absurde. Van 1967 tot 1983 was hij literair directeur van de uitgeverij Otava en van 1989 tot zijn dood was hij eigenaar van de uitgeverij Art House

 

 

Uit: 10 Poems of the Year 1966

And so she almost stops her breathing
like the wind that has to draw breath immediately
all the more violently.
And so she becomes for a moment smaller than any garment
she might be wearing now.
Everything in this world into which there is only one way to arrive,

but so many ways to leave,
that it makes us different people.
A public place, this world, and one doesn't always know

whether this is what is called a room, and whether this room
is growing darker, by gusts.

 

 

                              *

 

 

In the panelled room I stop, breathe Autumn,
but, no, it isn't you.
Is is that not even wood, carved into ceilings and walls
has a scent that would last.
And yet, those two were so eternal in the high days of summer,
when the warm wind on the skin is cool among the shadows,
and the grasses have vertigo.

 

 

 

 

 

 

paavohaavikko
Paavo Haavikko (25 januari 1931 – 6 oktober 2008)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, musicus en filmmaker Alfred Gulden werd geboren op 25 januari 1944 in Saarlouis. Al in 1959 richtte hij zijn eerste toneelgroep op. Gulden studeerde germanistiek en theaterwetenschappen in Saarbrücken. Naast schrijver en filmmaker is hij ook schrijver van liederen (zowel tekst als muziek. Gulden schrijft zeer veel in het Saarlandse dialect.

 

 

NACHTSCHICHT

 

Zwanzig Jahre im Dunkeln
Tagsüber geschlafen und nachts
gearbeitet.
Sonntags wie werktags, jahr-
aus, jahrein , Sommer wie Winter, Tag
und Nacht verwechselt, verkehrtrum
gelebt.
Und im Urlaub nicht mehr hinten
und vorn gewußt die ersten paar
Tage, dann war er vorbei, zu
spät. Wieder die Arbeit, wieder von
vorn: nachts wach und am Tag
geschlafen.
Die Kinder sind groß geworden und
haben Kinder bekommen.
Die Haare sind grau geworden,
die Augen müde.
Und jetzt soll das alles
anders werden? Jetzt, wo ich
nicht mehr anders kann? Wo die Nacht
der Tag und der Tag die Nacht ist
für mich, soll ich
gehn?

 

 

 


 

Alfred_Gulden
Alfred Gulden (Saarlouis, 25 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Eva Zeller werd geboren op 25 januari 1923 in Eberswalde. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007.

 

 

glauben

Wenn jede Pore meiner Haut
hören könnte. Wenn ich so
viele Augen hätte, wie am
Mantelsaum seltener Muscheln sitzen,
ich fragte dennoch töricht:

Was für eine Stimme wirbt um mich
wie um eine Geliebte?
und was ist das für ein Licht ,
soll ich noch auf ein
anderes warten?

Auf einer Waage mit
kleinen und kleinsten
Kupfergewichten wird
meine Antwort gewogen .
Wie die Zungen spielen.

 



 

 

EvaZeller
Eva Zeller (Eberswalde,  25 januari 1923)
    

Portret door Helene Menne-Lindenberg

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Daniel Caspar von Lohenstein werd geboren op 25 januari 1635 in Nimptsch, in Silezië. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007.

 

 

 

Inschrift des Tempels der Ewigkeit

 

Ihr dürres Volk, leblose Leute, todte Stumme,

Ihr Sterblichen, die ihr euch wünscht zu leben,

Die ihr den hellen Tag für Nacht,

Die Krone für Gefängniß, Freiheit für die Ketten,

Für Kerker Ruhm, für Wenig Alles alle,

Die ihr für Nebel Glanz, für Dünste Sonnenschein,

Für's Grab den Thron, den Zepter für das Grabescheit,

Für Nichts nicht Viel, den Himmel für die Erden,

Für Asche Gold,

Das Leben für den Tod,

Die Seide für den Koth,

Verwechseln wollt!

Ihr Menschen, die ihr Götter wollet werden,

Die ihr den Kitzel schnöder Eitelkeit,

Der Träume Nichts, der Ehrsucht süße Pein,

Der Wehmuth Wermuth, der Wollüste Galle

Verschmäht und euch vom Dorn' auf Rosen wollet betten!

Kommt, kommt! hier segelt her und macht

Den Lebensnachen an, wollt ihr erheben

Den Preis der Ewigkeit, das Wahre für das Dumme!

 

 

 

 

Lohenstein
Daniel Caspar von Lohenstein  (25 januari 1635 - 28 april 1683)

 

 

 

 

 

De Russische zanger, acteur en dichter Vladimir Semjonovitsj Vysotsky werd geboren op 25 januari 1938 in Moskou. Zie ook mijn blog van 25 januari 2007.

 

 

Go ahead, drink

 

Go ahead, drink!

Luck's on your side.

Your life's a cent, but

Mine's a bull's eye.

You, with the felt there!

Let's bet shall we?

Me from 90 yards

And you right here.

 

My cards are bad,

My fate I'll face;

I've got a ten and

An ace of spades.

Because on that bet you

Shot at point-blanc;

But I'm a sharpshooter and

You're a gambler, right?

 

Now where could you go?

My shot hit hard:

And 10 in the head,

9 in the heart.

Just as a black dot

On a white leaf.

...That night became

a part of me...

 

 

 

Vertaald door Liza Simonova

 

 

 

 

Vysotsky
Vladimir Semjonovitsj Vysotsky (25 januari 1938 – 25 juli 1980)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en filosoof Friedrich Heinrich Jacobi werd geboren in Düsseldorf op 25 januari 1743. Jacobi was bevriend met de jonge Goethe, oefende met zijn briefromans Eduard Allwills Papiere (1775-1776) en Woldemar (1779) grote invloed uit op de Sturm und Drang-beweging. Ook in zijn theoretische geschriften keerde hij zich tegen het rationalisme, dat zijns inziens onafwendbaar tot 'nihilisme' (een neologisme van Jacobi) moest leiden..

 

Uit: Woldemar

 

„Eberhard Hornich, ein angesehener Handelsmann zu B., hatte drey Töchter: die älteste hieß Caroline, die zweyte Henriette, und die dritte Luise. Carl Dorenburg, der sich lange Zeit in Italien und England aufgehalten hatte, und zurück nach London wollte, wo ein vortheilhaftes Etablissement auf ihn wartete, sah Carolinen, und ward von ihr gefesselt. Er war ein sanfter und herzlicher Mann, der die feinern Vergnügen mit Einfalt liebte, einen reinen und festen Geschmack hatte, und sich nie an etwas hieng, als mit innigem Gefühl und aus wahrer aufrichtiger Neigung. Das Mädchen nahm ihn gern, und der Alte willigte mit Freuden in die Heyrath mit einem Manne, der ein so vortreflicher Kaufmann und von so grossem Vermögen war. Vater und Tochtermann traten miteinander in Gesellschaft.

Dorenburgs vertrautester Freund war Biederthal, ein junger Rechtsgelehrter. Die Aehnlichkeit ihrer Neigungen, der Eifer, den sie gegenseitig in sich erweckten, die Hülfe, die sie einander leisteten, brachte jene geistige Gemeinschaft der Güter unter ihnen zuwege, welche den Neid unmöglich und das Leben so süß macht. So war ihr Verständniß zwey Jahre hindurch immer vollkommener und enger geworden.“

 

 

 

jacobi
Friedrich Jacobi (25 januari 1743 - 10 maart 1819)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Stéphanie Félicité Du Crest de Saint-Aubin, comtesse de Genlis, werd geboren op 25 januari 1746 in Champcéry bij Autun. Zij bestreed Madame de Staël en was als strenge katholiek ook een tegenstandster van Voltaire. Zij schreef voornamelijk opvoedkundige en historische werken.

 

 

L'oiseau, le prunier et l'amandier

 

Un jeune oiseau , perché sur un prunier,
Vit tout à coup un amandier :
Le bel arbre! dit-il, et quel charmant feuillage!
Allons goûter ses fruits : je gage
Qu'ils sont mûrs et délicieux.
A ces mots, fendant l'air d'un vol impétueux ,
L'oiseau bientôt, ainsi-qu'il le désire,
Se trouve transplanté sur l'arbre qu'il admire.
Lors aux amandes s'attachant,
Il veut les entamer; mais inutilement,
Et de son bec en vain il épuise la force.
Ne nous étonnons point de son raisonnement ;
Il ne jugeait que sur l'écorce.

 

 

 

 

Madame_Stephanie_de_Genlis
Stéphanie de Genlis (25 januari 1746 – 31 december 1830)

 

 

 

24-01-09

Ivan Ivanji, E. Th. A. Hoffmann, Eugen Roth, Vicky Baum, Wolf von Niebelschütz, Ulrich Holbein, Edith Wharton, De Beaumarchais, Charles Sackville, John Donne, Stanisław Grochowiak, Frances Brooke


De Joegoslavische schrijver, vertaler, diplomaat en journalist Ivan Ivanji werd geboren op 24 januari 1929 in Zrenjanin. Zie ook mijn blog van 24 januari 2008.

 

Uit: Titos Dolmetscher

 

“Ich habe gern für Tito gearbeitet. Hochachtung und Höflichkeit meinerseits waren etwas Selbstverständliches – er war nicht nur der Staatschef, er war auch um so viel älter. Er duzte mich manchmal, manchmal redete er mich mit Sie an; ich verstand, dass er oft zerstreut war, und das hat mich nie gestört. Er war immer liebenswürdig und fragte mich, wie alle anderen, die er seltener traf, stets nach dem Befinden. Er konnte auf eine listige Weise geistreich sein. Ich habe ihn mitunter den „besten schlechten Redner der Welt“ genannt. Ein guter Redner war er nicht, was bei einem erfolgreichen Politiker vielleicht wunderlich ist, aber am Anfang seiner Laufbahn war er wohl zu oft in der Illegalität, um eine solche Gabe zu entwickeln. Sein Akzent war seltsam, man glaubte deshalb im Ausland, er sei eigentlich Russe, was nicht stimmt. Er wurde, wie es in seiner offiziellen Biografie steht, in Kumrovec in Kroatien geboren, war als Kind aber oft bei seinen Großeltern mütterlicherseits in Slowenien. So wuchs er zwischen dem Slowenischen und dem Dialekt seiner kroatischen Heimat, dem Zagorje, auf und lebte später zwischen Deutsch, Serbisch und Russisch. Daher sein ungewöhnlicher Duktus. Einer meiner Onkel, der perfekt Serbisch, Deutsch und Ungarisch beherrschte, sprach trotzdem oder gerade deshalb alle diese Sprachen mit fremdem Akzent. Am besten war Tito, wenn er eine vorbereitete Rede ärgerlich beiseite schob und improvisierte. Dazu ein Beispiel.
Staatsbesuch in der Bundesrepublik Deutschland Ende Juni 1974. Mittagessen, gegeben vom Ministerpräsidenten von Nordrhein-Westfalen, Heinz Kühn, in Düsseldorf. Anwesend die Prominenz von Rhein und Ruhr.“

 

 

 

Ivan_Ivanji
Ivan Ivanji (Zrenjanin, 24 januari 1929)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Theodor Amadeus Hoffmann werd geboren in Koningsbergen op 24 januari 1776. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007  en ook mijn blog van 24 januari 2008.

 

Uit: Lebensansichten des Katers Murr

 

„Es ist doch etwas Schönes, Herrliches, Erhabenes um das Leben! – »O du süße Gewohnheit des Daseins!« ruft jener niederländische Held in der Tragödie aus. So auch ich, aber nicht wie der Held in dem schmerzlichen Augenblick, als er sich davon trennen soll – nein! – in dem Moment, da mich eben die volle Lust des Gedankens durchdringt, daß ich in jene süße Gewohnheit nun ganz und gar hineingekommen und durchaus nicht willens bin, jemals wieder hinauszukommen. – Ich meine nämlich, die geistige Kraft, die unbekannte Macht, oder wie man sonst das über uns waltende Prinzip nennen mag, welches mir besagte Gewohnheit ohne meine Zustimmung gewissermaßen aufgedrungen hat, kann unmöglich schlechtere Gesinnungen haben als der freundliche Mann, bei dem ich Kondition gegangen, und der mir das Gericht Fische, das er mir vorgesetzt, niemals vor der Nase wegzieht, wenn es mir eben recht wohlschmeckt.

O Natur, heilige hehre Natur! wie durchströmt all deine Wonne, all dein Entzücken meine bewegte Brust, wie umweht mich dein geheimnisvoll säuseln der Atem! – Die Nacht ist etwas frisch, und ich wollte – doch jeder, der dies lieset oder nicht lieset, begreift nicht meine hohe Begeisterung, denn er kennt nicht den hohen Standpunkt, zu dem ich mich hinaufgeschwungen! – Hinaufgeklettert wäre richtiger, aber kein Dichter spricht von seinen Füßen, hätte er auch deren viere so wie ich, sondern nur von seinen Schwingen, sind sie ihm auch nicht angewachsen, sondern nur Vorrichtung eines geschickten Mechanikers. Über mir wölbt sich der weite Sternenhimmel, der Vollmond wirft seine funkelnden Strahlen herab, und in feurigem Silberglanz stehen Dächer und Türme um mich her! Mehr und mehr verbraust das lärmende Gewühl unter mir in den Straßen, stiller und stiller wird die Nacht – die Wolken ziehen – eine einsame Taube flattert in bangen Liebesklagen girrend um den Kirchturm! –„

 

 

 

 

hoffmann
E. Th. A. Hoffmann
(24 januari 1776 - 25 juni 1822)

 

 

 

 

De Duitse dichter Eugen Roth werd op 24 januari 1895 in München geboren. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007.

 

 

Der Lichtblick

 

Ein Mensch erblickt das Licht der Welt -

Doch oft hat sich herausgestellt

Nach manchem trüb verbrachten Jahr

Dass dies der einzige Lichtblick war.

 

 

 

 

Hilflosigkeiten

 

Ein Mensch, voll Drang, daß er sich schneuzt,

Sieht diese Absicht schnöd durchkreuzt:

Er stellt es fest mit raschem Fluch,

Daß er vergaß sein Taschentuch.

Indessen sind Naturgewalten,

Wie Niesen, oft nicht aufzuhalten.

Und während nach dem Tuch er angelt,

Ob es ihm wirklich völlig mangelt,

Beschließt die Nase, reizgepeinigt,

Brutal, daß sie sich selber reinigt.

Der Mensch steht da mit leeren Händen . . .

Wir wollen uns beiseite wenden,

Denn es gibt Dinge, welche peinlich

Für jeden Menschen, so er reinlich.

Wir wollen keinem drum verachten,

Jedoch erst wieder ihn betrachten,

Wenn er sich (wie, muß man nicht wissen)

Dem Allzumenschlichen entrissen.

 

 

 

 

 

Roth
Eugen Roth (24 januari 1895 – 28 april 1976)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Vicky Baum werd op 24 januari 1888 in Wenen geboren. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007.

 

Uit: Es war alles ganz anders. Erinnerungen

 

Zwei größere Gegensätze als meinen Vater und mich konnte es gar nicht geben. Was immer ich auch mochte, verabscheute er. Blumen waren für ihn Kuhfutter. „Wirf sie sofort weg! Hörst du?“ Erwähnte ich irgend etwas, was mich interessierte, faszinierte oder freute, so konterte er sofort mit der ganzen Verachtung, die aus Ignoranz kommt: „Wovon träumen Gänse? Von Kukuruz.“ (Kukuruz ist die österreichisch-ungarische Bezeichnung für Mais.) Er hatte in seinem Leben kein Buch gelesen — für ihn waren sämtliche Bücher nichts als Schund und Schmutz. Er wäre als erster Hitlers bücherverbrennenden Brigaden beigetreten, hätte er nicht zufällig jüdische Eltern gehabt. Musik betrachtete er als unangenehmen Lärm, der den Ohren weh tat. Dass er mir trotzdem gestattete, Musik zu studieren, geschah, weil es sich um Harfe handelte, und nur im Hinblick auf das Geld, welches damit voraussichtlich zu verdienen war. Das einzige Mal, als er ein Konzert besuchte, in dem ich ein Solo spielte, machte er mir hinterher eine widerwärtige Szene, weil ich mein langes Haar offen getragen und — Sünde aller Sünden! — mit einem rosa Band zurückgebunden hatte. „... Wie eine elende Schlampe, eine Landstreicherin, eine Hure!“ brüllte er mich an.

„Was ist eine Hure, Vater?“

„Stell keine dummen Fragen! Und unterlasse gefälligst solch gemeine Ausdrücke, verstanden?

 

 

 

vicki_baum
Vicky Baum (24 januari 1888 - 29 augustus 1960)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en historicus Wolf von Niebelschütz werd geboren op 24 januari 1914 in Berlijn. Hij studeerd egeschiedenis en kunstgeschiedenis in Wenen en München en werkte als redacteur bij de Magdeburgische Zeitung en de Rheinisch-Westfälische Zeitung. Na WO II werd hij zelfstandig schrijver. Naast biografieën schreef hij essays, gedichten, toneel en twee grote romans.

 

Uit: Die Kinder der Finsternis

 

„Das ist ja“, sagte ein Fuhrmann, „der Seelenstier mit seiner Seelenkuh. Stellt euch vor, die Bauern haben ihm ein Mädchen gewählt, damit ihre Weiber verschont werden.“ - „Wie die Herrlichkeit, so die Geistlichkeit. Dafür beschlief der Baron eine Braut.“ - „Auf Bitten des hochzeitenden Paars immerhin, es ist sein Recht, das edle Blut breitet sich aus, und dem Ort werden die Zehnten erlassen. Was erlässt der Pfaff? Unsere Sünden. Und die seinen.“ - „Das meinst du. In Ortaffa ist ein Pfaffe gesteinigt worden mitsamt seiner Buhlschaft. Mein Bischof hat es gebilligt. Ei, was eine Sammlung Waffen!“
Im Schatten des Daches, der Herde gegenüber, saß der Hirt auf dem Wollfilz, breitete seine Dolche, sein Krummschwert, seine Gerätschaften aus und begann sie zu putzen. Die Fuhrleute umringten ihn; man erzählte sich vielerlei Neuigkeit. „Das neueste ist: die Häuser Cormons und Ortaffa haben sich geeinigt - ein Vertrag mit achtundzwanzig Siegeln! Ortaffa! Da geht der Böse um: alle Söhne, alle Töchter gestorben; und in Cormons geht der Gute um: alle fünf Söhne auf einen Tag ins Kloster; ich habe sie gekannt - blühende, edle Menschen! Was bleibt? In Ortaffa ein Kegel von der spanischen Hexe, vorehelich, Dom Otho. Wird adoptiert. In Cormons ein Sohn ersten Bettes der Markgräfin, ehelich, Dom Carl. Wird adoptiert. Und von des Herrn Rodero Blut ein schönes, junges, armes Wesen, Judith heißt sie. Ein Wesen aus dem Märchen. Man kauft es aus dem Verlöbnis aus und prügelt es dem ortaffanischen Kebssohn ins Brautbett, dem Alchimisten - da ist er in der Furt.“ - „Der Graf auch?“ - „Graf auch. Sind ja seine Waren. Der handelt jüdischer als der Jud.“ „Wie darf Er so von Seinem Herrn sprechen?“ - „Ich bin bischöflich.“ - „Dann will ich dir einmal etwas über deinen Bischof sagen. Dein Bischof von Rodi, wenn er ein Kerl wäre, hätte die Hexe Barbosa, wenn sie Hexe wäre, in der Hand zerquetscht, statt von ihr Stiftungen zu nehmen! Austreiben den Teufel! Auspeitschen!“ - „Ich“, rief der Gegner, „peitsche dir ein!“

 

 

 

Niebelschütz
Wolf von Niebelschütz (24 januari 1913 – 22 juli 1960)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ulrich Holbein werd op 24 januari 1953 in Erfurt geboren. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007.

 

Uit: Januskopfweh. Glossen, Quickies und Grotesken


”JOJO: Und wo gibt's hier frische Abtrockentücher?
ULI: Nicht dass ich wüsste.
JOJO: Ich denk, du wohnst hier. -- Wo sind eigentlich deine Lebensmittelvorräte?
ULI: Müsst ich lange nachdenken …
JOJO: Sobald du dir endlich mal 'n Kühlschrank anschaffen würdest -- denn der hier ist ja ziemlich hinüber.
ULI: So was brauchen nur Fleischesser.
JOJO: Milch zum Beispiel. Wenn du die Milch hier übermorgen noch trinken willst, kannst Du sie wegschmeißen. Im Kühlschrank könntest du sie nächste Woche noch trinken.
ULI: Ich trinke aber nie Milch im Kühlschrank.
JOJO: Ungekühlt ist es unmöglich. Denn in der Luft sind in jedem Kubikmeter Luft, in jedem Atemzug, da sind hundert Milliarden Bakterien, die sofort hier rein gehn, und die Milch versauern, und in jedes Lebensmittel, in jede Marmelade, in jedes Ding, was du irgendwie hast, in jedes Brot, hier, diese Tüte mit altem Brot, die gehört von Rechts wegen in die Mülltonne. Und die Brötchen hier, die sind nur deshalb nicht hart geworden, weil sie Feuchtigkeit angezogen haben.
Weil du nie lüftest. Die Äpfel hier, vollkommen verfault und matschig. Oder hier, in dieser Schublade, zwischen diesen Bleistiften: Bonbons, guck mal, wie verflüssigt die sind und alles verkleben. Und das hier, das fault dir unterm Hintern weg. Natürlich ist das nicht mein Bier, deshalb will ich nichts sagen --
ULI: Mein Bier auch nicht.”

 

 

 

Holbein
Ulrich Holbein (Erfurt,  24 januari 1953)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Edith Wharton werd geboren op 24 januari 1862 in New York. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007.

 

Uit: The Age of Innocence

 

“On a January evening of the early seventies, Christine Nilsson was singing in Faust at the Academy of Music in New York.

Though there was already talk of the erection, in remote metropolitan distances "above the Forties," of a new Opera House which should compete in costliness and splendour with those of the great European capitals, the world of fashion was still content to reassemble every winter in the shabby red and gold boxes of the sociable old Academy. Conservatives cherished it for being small and inconvenient, and thus keeping out the it new people" whom New York was beginning to dread and yet be drawn to; and the sentimental clung to it for its historic associations, and the musical for its excellent acoustics, always so problematic a quality in halls built for the hearing of music.

It was Madame Nilsson's first appearance that winter, and what the daily press had already learned to describe as "an exceptionally brilliant audience " had gathered to hear her, transported through the slippery snow streets in private broughams, in the spacious family landau, or in the humbler but more convenient "Brown coupe"' To come to the Opera in a Brown coupe was almost as honourable a way of arriving as in one 's own carriage; and departure by the same means had the immense advantage of enabling one (with a playful allusion to democratic principles) to scramble into the first Brown conveyance in the line, instead of waiting till the cold and--gin congested nose of one's own coachman gleamed under the portico of the Academy. It was one of the great livery-lstableman's most masterly intuitions to have discovered that Americans want to get away from amusement even more quickly than they want to get to it.“

 

 

 

whartonportrait
Edith Wharton (24 januari 1862 – 11 augustus 1937)

 

 

 

 

 

De Franse toneelschrijver Pierre Augustin Caron de Beaumarchais werd geboren op 24 januari 1732 in Parijs. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007.

 

Uit: Le Mariage de Figaro

 

“Ô bizarre suite d’événements ! Comment cela m’est-il arrivé ? Pourquoi ces choses et non pas d’autres ? Qui les a fixées sur ma tête ? Forcé de parcourir la route où je suis entré sans le savoir, comme j’en sortirai sans le vouloir, je l’ai jonchée d’autant de fleurs que ma gaieté me l’a permis ; encore je dis ma gaieté, sans savoir si elle est à moi plus que le reste, ni même quel est ce Moi dont je m’occupe : un assemblage informe de parties inconnues ; puis un chétif être imbécile ; un petit animal folâtre ; un jeune homme ardent au plaisir, ayant tous les goûts pour jouir, faisant tous les métiers pour vivre ; maître ici, valet là, selon qu’il plaît à la fortune ! ambitieux par vanité, laborieux par nécessité, mais paresseux… avec délices ! orateur selon le danger ; poète par délassement ; musicien par occasion ; amoureux par folles bouffées, j’ai tout vu, tout fait, tout usé. "

 

 

 

 

beaumarchais
De Beaumarchais (24 januari 1732 - 18 mei 1799)

 

 

 

 

De Engelse dichter en edelman Charles Sackville werd geboren op 24 januari 1638.

 

 

Tell Me, Dorinda, Why So Gay

  

Tell me, Dorinda, why so gay,

Why such embroid'ry, fringe, and lace?

Can any dresses find a way

To stop th'approaches of decay

And mend thy ruin'd face?

 

Wilt thou still sparkle in the box,

And ogle in the ring?

Canst thou forget thy age and pox?

Can all that shines on shells and rocks

Make thee a fine young thing?

 

So have I seen in larder dark

Of veal a lucid loin,

Replete with many a heatless spark,

As wise philosophers remark,

At once both stink and shine.

 

 

 

 

 

Sackville
Charles Sackville (24 januari 1638 – 29 januari 1706)

 

 

 

 

De Engelse dichter John Donne werd ergens tussen 24 januari en 19 juni 1572 geboren in Londen. Zie ook mijn blog van 24 januari 2007 en ook mijn blog van 24 januari 2008.

 

 

HOLY SONNETS

XIII.

What if this present were the world's last night ?
Mark in my heart, O soul, where thou dost dwell,
The picture of Christ crucified, and tell
Whether His countenance can thee affright.
Tears in His eyes quench the amazing light ;
Blood fills his frowns, which from His pierced head fell ;
And can that tongue adjudge thee unto hell,
Which pray'd forgiveness for His foes' fierce spite ?
No, no ; but as in my idolatry
I said to all my profane mistresses,
Beauty of pity, foulness only is
A sign of rigour ; so I say to thee,
To wicked spirits are horrid shapes assign'd ;
This beauteous form assures a piteous mind.

 

 

 

 

John_Donne
John Donne (24 januari 1572 – 31 maart 1631)

 

 

 

 

De Poolse dichter en schrijver Stanisław Grochowiak werd geboren op 24 januari 1934 in Leszno . Hij werd wel eens gezien als vertegenwoordiger van het turpisme, een literaire stroming  (met nadruk op het zware, lelijke, wrede) die echter geen lang leven beschoren was.

 

Mobile - from the Sonnets in White

 

O come into my sonnet - it's taut and golden,
As if Calder had cut the foliage and wind,
You move your hand and give it a hint -
New gardens for you to open.

 

O come into my sonnet - so taut from longing,
So golden on your steps' approach,
Look - the tiny bird has begun his song
See the furtive tinfoil butterfly take wing.

 

You walk through my sonnet - the dress of metal
Turns to you the cup of its every petal
To drink the energy of your breath's grace...

 

'Cause these are visions hardly named
'Cause these are forms barely marked;
What can they do? - just perish in haste...

 

 

 

 

Vertaald door Tomasz Gil

 

 

 

 

grochowiak
Stanisław Grochowiak (24 januari 1934 – 2 september 1976)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Frances Moore Brooke werd geboren op 24 januari 1724 in Claypole, Lincolnshire als dochter van een geestelijke. Eind jaren 1740 verhuisde zij naar Londen waar zij aan haar literaire loopbaan begon. In 1756 trouwde zij met Rev. Dr. John Brooke die een jaar later als militair predikant naar Canada vertrok. Haar eerste roman The History of Lady Julia Mandeville verscheen 1763. In datzelfde jaar vertrol Brooke zelf naar Canada om zich bij haar man te voegen. In 1769 verscheen"The History of Emily Montague", een roman die zij in Canada geschreven had en die geldt als de eerse Canadese roman.

 

Uit: The History of Emily Montague

 

After spending two or three very agreeable days here, with a party of friends, in exploring the beauties of the Island, and dropping a tender tear at Carisbrook Castle on the memory of the unfortunate Charles the First, I am just setting out for America, on a scheme I once hinted to you, of settling the lands to which I have a right as a lieutenant-colonel on half pay. On enquiry and mature deliberation, I prefer Canada to New-York for two reasons, that it is wilder, and that the women are handsomer: the first, perhaps, every body will not approve; the latter, I am sure, you will.

You may perhaps call my project romantic, but my active temper is ill suited to the lazy character of a reduc’d officer: besides that I am too proud to narrow my circle of life, and not quite unfeeling enough to break in on the little estate which is scarce sufficient to support my mother and sister in the manner to which they have been accustom’d.

What you call a sacrifice, is none at all; I love England, but am not obstinately chain’d down to any spot of earth; nature has charms every where for a man willing to be pleased: at my time of life, the very change of place is amusing; love of variety, and the natural restlessness of man, would give me a relish for this voyage, even if I did not expect, what I really do, to become lord of a principality which will put our large-acred men in England out of countenance. My subjects indeed at present will be only bears and elks, but in time I hope to see the human face divine multiplying around me; and, in thus cultivating what is in the rudest state of nature, I shall taste one of the greatest of all pleasures, that of creation, and see order and beauty gradually rise from chaos.“

 

 

 

Brooke
Frances Brooke (12 januari 1724 – 23 januari 1789)

 

 

23-01-09

Christina Viragh, Stendhal, João Ubaldo Ribeiro, Derek Walcott, Hannelore Valencak, Friedrich von Matthisson, Michel Droit, Antonio Gramsci


De Zwitsers-Hongaarse schrijfster en vertaalster Christina Viragh werd geboren op 23 januari 1953 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 23 januari 2008.

 

Uit: Im April

 

“Heuer, Sechzigerjahre, haben die Stürme des Vorfrühlings jedenfalls gehalten, was sie versprachen, schon am 4. Juni hat man im See baden können, und jetzt, am 11. Juni, sind es 29 Grad. Jeden Tag kann es soweit sein, denkt der Mann, der im Schlafzimmer angezogen auf dem Bett liegt. Sie räumen aus, es ist schon fast alles ausgeräumt. Seine Tochter Mari, der es verboten ist, hinter das Haus zu gehen, steht hinter dem Haus. Sie ist unsichtbar zwischen Möbeln und Kisten, die aus dem Bauernhaus ausgeräumt worden sind. Es sind auch Tiere zum Vorschein gekommen, aus dem Keller ein Schwein, aus dem Schuppen ein Schrankvoll Kaninchen. Der zum Käfig umfunktionierte Schrank ist ein Empire-Stück. Das Schwein ist mit einem Strick an einem der Birnbäume festgebunden und hat die Augen zu. Mari steht vor einer rotlackierten Kiste und fragt eins der Schacherkinder: Was ist da drin? Geht dich einen Scheißdreck an, sagt der älteste Schacherjunge. Im Neubau wird ein Fenster zugemacht, Mari blickt zum zweiten Stock hinauf, aber hinter den Geranienkisten aus Styropor ist das Schlafzimmerfenster, aus unerklärlichen Gründen die einzige Öffnung des Schlafzimmers zum Balkon, immer noch offen. Mari stellt sich etwas abseits, hinter die im Vorfrühling durch die Stürme gefällte kleine Tanne. Er kann mich nicht sehen, denkt sie, aber sie täuscht sich, vorhin hat er sie gesehen, als er vom Bett aufstand und sich ans Fenster stellte. Es schlägt zwölf, das Mittagsgeläut beginnt, Mari geht vom umgefallenen Baum wieder zur roten Kiste. Bekommst du zu Hause nichts zu fressen? fragt der älteste Schacherjunge, der von seiner Mutter gerade ins Haus kommandiert wird. Und du, verschwinde, sagt die Frau zu Mari. Mari verschwindet hinter dem Schuppen. Steht eine Weile dort, das Geläut hört auf, es wird still, kein Verkehr auf der Straße, nur jetzt eben die Straßenbahn, dann nur das Besteckgeklapper aus den Mietshäusern ringsum und aus zwei oder drei Wohnungen das Radio. Kein Mensch auf dem ganzen Grundstück. Mari blickt hinter dem Schuppen hervor zum Schwein hinüber, das sich hinzulegen versucht, was nicht geht, weil der Strick zu kurz ist. Jetzt, denkt Mari. Sie drückt sich an die morsche Schuppenwand und schaut zum zweiten Stock des Neubaus hinauf. Im linken Teil des Fensters hängt der Nylonvorhang in regloser Dichte, durch das schwarze Rechteck des vorhangfreien Fensterteils sieht man die Schlafzimmerwand als weißlichen Fleck. Mari drückt die Wange so stark an die Schuppenwand, daß ihr Kiefer aufklappt. Einundzwanzig, zweiundzwanzig, dreiundzwanzig, es geschieht nichts, kein Knall in der Stille, sie hört zu zählen auf. Jetzt nicht, denkt sie und löst sich von der Schuppenwand. Was ist in der Kiste? Die Russen werden kommen. Was ist in der Kiste?”

 

 

 

 

Viragh
Christina Viragh (Boedapest, 23 januari 1953)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Stendhal werd op 23 januari 1783 in Grenoble geboren als Henri Beyle. Zie ook mijn blog van 23 januari 2007 en ook mijn blog van 23 januari 2008.

 

Uit: Le Rouge et le Noir

 

La petite ville de Verrières peut passer pour l'une des plus jolies de la Franche-Comté. Ses maisons blanches avec leurs toits pointus de tuiles rouges s'étendent sur la pente d'une colline, dont des touffes de vigoureux châtaigniers marquent les moindres sinuosités. Le Doubs coule à quelques centaines de pieds au-dessous de ses fortifications, bâties jadis par les Espagnols, et maintenant ruinées.

Verrières est abritée du côté du nord par une haute montagne, c'est une des branches du Jura. Les cimes brisées du Verra se couvrent de neige dès les premiers froids d'octobre. Un torrent, qui se précipite de la montagne, traverse Verrières avant de se jeter dans le Doubs, et donne le mouvement à un grand nombre de scies à bois; c'est une industrie fort simple et qui procure un certain bien-être à la majeure partie des habitants plus paysans que bourgeois. Ce ne sont pas cependant les scies à bois qui ont enrichi cette petite ville. C'est à la fabrique des toiles peintes, dites de Mulhouse, que l'on doit l'aisance générale qui, depuis la chute de Napoléon, a fait rebâtir les façades de presque toutes les maisons de Verrières.
A peine entre-t-on dans la ville que l'on est étourdi par le fracas d'une machine bruyante et terrible en apparence. Vingt marteaux pesants, et retombant avec un bruit qui fait trembler le pavé, sont élevés par une roue que l'eau du torrent fait mouvoir. Chacun de ces marteaux fabrique, chaque jour, je ne sais combien de milliers de clous. Ce sont des jeunes filles fraîches et jolies qui présentent aux coups de ces marteaux énormes les petits morceaux de fer qui sont rapidement transformés en clous. Ce travail, si rude en apparence, est un de ceux qui étonnent le plus le voyageur qui pénètre pour la première fois dans les montagnes qui séparent la France de l'Helvétie. Si, en entrant à Verrières, le voyageur demande à qui appartient cette belle fabrique de clous qui assourdit les gens qui montent la grande rue, on lui répond avec un accent traînard: _ Eh! elle est à M. le maire _.

 

 

 

 

stendhal_z
Stendhal (23 januari 1783 – 23 maart 1842)

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver João Ubaldo Osório Pimental Ribeiro werd geboren op 23 januari 1941 in Itaparica, Bahia. Zie ook mijn blog van 23 januari 2007 en ook mijn blog van 23 januari 2008.

 

Uit: De betovering van het Pauweneiland (Vertaald door Harrie Lemmens)

 

S NACHTS, ALS DE GOLVEN WORDEN OPGEZWIEPT DOOR winterse stormen, de sterren doven, de maan ophoudt te bestaan en de horizon zich voorgoed verbergt in de schoot van het donker, rijzen de steile rotswanden van het Pauweneiland soms ineens recht voor schepen op als een overweldigende verschijning waarvoor nog niet één zeevaarder niet is gevlucht, om er later de lafhartigste van al zijn herinneringen aan te bewaren. Zodra die kliffen opdoemen, komen tussen hun plooien draaikolken bloot te liggen waaraan niets of niemand kan ontsnappen. Maar eerst ontvouwt een kolossale pauw hoog aan de hemel zijn staart met onbeschrijflijke kleuren, en algemeen wordt geloofd dat je moet zien weg te komen zolang hij vlammend oplicht, omdat dat, wanneer hij zijn gloed verliest en een zwarte stip wordt die zo dicht is dat je zelfs rondom niets meer ziet, eenvoudig niet meer kan. Niemand praat over deze pauw met uitgespreide staart en in feite wordt er ook niet over het Pauweneiland gesproken. Nooit heeft men uit iemands mond opgevangen dat hij heeft horen praten over het Pauweneiland, en nog minder dat hij het heeft gezien, want wie het heeft gezien praat er niet over en wie erover hoort praten vertelt dat tegen niemand. De vreemdeling die ernaar vraagt, kan als antwoord rekenen op een glimlach en het hoofdschudden dat is voorbehouden aan domme vragen. Iedereen weet echter dat het eiland de dromen en nachtmerries bestookt van de mensen rond Bahia, die vaak midden in de nacht badend in het zweet wakker schrikken en andere keren last krijgen van koortsdelier dat weken dat weken aan een stuk aanhoudt.“

 

 

 

 

Ribeiro
João Ubaldo Ribeiro (Itaparica, 23 januari 1941)

 

 

 

 

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook mijn blog van 23 januari 2007 en ook mijn blog van 23 januari 2008.

 

 

Night in the Gardens of Port of Spain

  

Night, the black summer, simplifies her smells

into a village; she assumes the impenetrable

 

musk of the negro, grows secret as sweat,

her alleys odorous with shucked oyster shells,

 

coals of gold oranges, braziers of melon.

Commerce and tambourines increase her heat.

 

Hellfire or the whorehouse: crossing Park Street,

a surf of sailor's faces crest, is gone

 

with the sea's phosphoresence; the boites-de-nuit

tinkle like fireflies in her thick hair.

 

Blinded by headlamps, deaf to taxi klaxons,

she lifts her face from the cheap, pitch oil flare

 

toward white stars, like cities, flashing neon,

burning to be the bitch she must become.

 

As daylight breaks the coolie turns his tumbril

of hacked, beheaded coconuts towards home. 

 

 

 

 

 

Love After Love

  

The time will come

when, with elation

you will greet yourself arriving

at your own door, in your own mirror

and each will smile at the other's welcome,

 

and say, sit here. Eat.

You will love again the stranger who was your self.

Give wine. Give bread. Give back your heart

to itself, to the stranger who has loved you

 

all your life, whom you ignored

for another, who knows you by heart.

Take down the love letters from the bookshelf,

 

the photographs, the desperate notes,

peel your own image from the mirror.

Sit. Feast on your life.

 

 

 

 

 

 

walcott
Derek Walcott (St. Lucia, 23 januari 1930)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Hannelore Valencak werd geboren op 23 januari 1929 in Leoben-Donawitz. Zie ook mijn blog van 23 januari 2007.

 

Uit: Das Fenster zum Sommer

 

„Am Morgen jenes sonderbaren Tages erwachte ich mit dem Gefühl, es müsse Winter sein. Das Licht war so weiß und ausgefroren und zu zaghaft für das Licht eines Julimorgens. Ich wunderte mich darüber, doch nicht viel mehr, als man sich manchmal im Traum über ungereimte Dinge wundert.

Jener Moment nach dem Erwachen, wenn der Wecker mich aus dem Schlaf gerissen hat, ist der Augenblick, in dem alles möglich ist. Ich liege da und schaue zu, wie die gewohnte Szenerie sich langsam auf die leere Bühne niedersenkt. All das, was das Wachsein ausmacht, ist noch nicht griffbereit. Ich bin noch beinahe so leicht zu betrügen, so leicht zu überzeugen wie im Traum. Mir hatte geträumt, ich schliefe wieder in Tante Priskas Kabinett auf der kurzen Bettbank unter dem schweren Plumeau. In meinem Kreuz und zwischen meinen Schulterblättern war ein Druck

wie von Wurzelknollen, da die Federn im Lotterbett nicht mehr alle unter der gleichen Spannung standen.

Es gab vielerlei Gerüche in Tante Priskas Wohnung: nach Spiritus und Mottenkugeln, nach Kampfer und ranzigem Leinöl. Das Gemisch von alledem ergab den Geruch, den das Alter ausströmt: ein altes Haus, alte Möbelstücke und eine alte Frau. Ich träumte, der Wecker hätte mich aus dem Schlaf

geschrillt, Tante Priska wäre draußen vorbeigegangen und hätte mit ihrer Faust an die Tür geschlagen. Das muß ich Joachim erzählen, dachte ich nach dem Erwachen. Ich griff hinüber, um ihn aufzuwecken, da griff meine Hand ins Leere. Er war nicht da. Als mir dies auffiel, wurde mir klar, daß man von Gerüchen nicht träumen kann, es sei denn, sie sind tatsächlich vorhanden. Und es roch wirklich nach Leinöl und Mottenkugeln.“

 

 

 

 

Valencak
Hannelore Valencak (23 januari 1929 – 9 april 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich von Matthisson werd geboren op 23 januari 1761 in Hohendodeleben bij Magdeburg. Hij studeerde theologie, filologie en literatuur en werkte daarna als leraar in Dessau. Tijdens reizen leerde hij o.a Klopstock, Johann Heinrich Voß en Matthias Claudius kennen. In 1790 werd hij opvoeder bij een rijke koopman in Lyon. In 1794 werd hij voorlezer en reisbegeleider van vorstin Luise von Anhalt-Dessau. Ook met haar maakte hij reizen naar Tirol en Zwitserland. Frederik I van Württemberg haalde hem in 1812 naar Stuttgart, waar hij werkte als intendant vbij het theater en als hoofdbibliothecaris. Veel van zijn liederen en gedichten werden door Beethoven en Schubert op muziek gezet.

 

 

Der Grabstein

 

Bemooster Stein, im heiligen Gefilde

Der Aussaat Gottes, sei mir froh gegrüßt!

O du, auf den des Abendhimmels Milde

So freundlich sich ergießt!

 

Seit Jahren schweigen dir die Klagetöne

Des Freundes schon; auch sein Gebein ist Staub!

Dir streut kein Mädchen mehr, mit frommer Thräne,

Des Frühlings Erstlingslaub!

 

Wer nennt mir deinen Schlummrer! Halbverwittert,

Blieb dir des Todtenkopfes Zierde nur,

Die Schrift erlosch, und Wintergrün umzittert

Des Namens dunkle Spur!

 

Dir eil' ich zu, des Weltgetümmels müde,

Wann durchs Gebüsch die Abendröthe bebt,

Altar der Hofnung! wo Jehovas Friede

Auf Engelflügeln schwebt!

 

 

 

 

Sehnsucht

 

Gottes Dämrung ist schön! Wonne der Himlischen

Tönt dein Abendgesang, flötende Nachtigall!

Und es hüllet mein Auge

In den Schleier der Wehmuth sich?

 

Die du liebest ist fern! flüstert mein Genius,

Unter Erlen des Bachs wandelt die Traurende,

Weilt im dämmernden Schatten,

Wo die Zähre der Trennung rann!

 

Die ich liebe ist fern! Eil', o mein Genius,

Lispl' ihr: Einsam, wie du, denkt der Entfernte dein,

Und es hüllet sein Auge

In den Schleier der Wehmuth sich!

 

 

 

 

 

Matthisson
Friedrich von Matthisson (23 januari 1761 – 12 maart 1831)

Naar een schilderij van Johann H. W. Tischbein

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en journalist Michel Droit werd geboren op 23 januari 1923 in Vincennes. Twee decennia lang was hij verbonden aan Le Figaro, waarvoor hij o.a. De Gaulle interviewde. Zijn eerste roman Plus rien au monde verscheen in 1954. In 1980 werd hij lid van de  l'Académie française. Over de Gaulle schreef Droit ook een vijfdelige biografie: ''L'Homme du Destin: Charles de Gaulle''

 

Uit: Le fils unique

 

C'est au seuil de l'été 1941 que j'obtins, sans excédent de bagages, ce qu'on appelait alors le premier " bac ". Les heureuses nouvelles étaient plutôt rares, en ce temps-là. Quand, par téléphone, j'appris donc celle-ci à mes parents, le moins qu'on puisse dire est que je n'eus guère de mal à identifier aussitôt les sentiments qu'elle éveillait en eux.
Deux heures plus tard, autour de la table familiale, nous fêtions l'événement avec les moyens de l'époque. Rehaussés, il est vrai, d'un admirable chambertin dont mon père ne manquait jamais de rappeler que c'était le vin préféré de l'Empereur. Et, au dessert, nous prenions d'un commun accord une décision capitale qui allait bouleverser la conclusion de mes études secondaires. A la rentrés d'octobre, je quitterais le lycée Voltaire où je flânais, d'une classe à l'autre, depuis quelques années. Et j'irais au lycée Louis-le-Grand, payer mon jeune et bref tribut à la philosophie.
Trois éléments décisifs avaient guidé ce choix.
D'abord, la fort modeste réputation alors attachée au lycée Voltaire pour l'enseignement de " toute connaissance par la raison ". Ensuite, les mille et uns attraits dont brillait à mes yeux le Quartier Latin bien que, durant ces années difficiles, n'y régnât pas une folle gaieté. Enfin, et surtout, la présence à Louis-le-Grand, comme professeur de philosophie, du fameux Armand Cuvillier dont les deux manuels jouissaient d'une autorité quasi biblique dans la plupart des collèges et lycées de France. Car je ne doutais évidemment pas d'être versé d'office dans la classe du maître, perspective qui m'emplissait tout à la fois d'exaltation, d'orgueil et, bien sûr, d'une légitime appréhension. Aussi fus-je épouvantablement déçu d'apprendre qu'en dépit de mes certitudes, et même de la recommandation d'un ami de mon père, professeur de sciences à Louis-le-Grand, je ne découvrirais pas la philosophie à l'ombre du grand Cuvillier, mais auprès d'un professeur beaucoup moins illustre et qui s'appelait Maurice Marsal.
Comme je m'en félicite aujourd'hui !
Par des camarades que je croyais, bien à tort, plus favorisés que moi, je ne fus pas long à apprendre, en effet, que les cours du Socrate de la rue Saint-Jacques se ramenaient à une pieuse et monotone lecture de ses propres ouvrages. Au contraire, ceux de Maurice Marsal nous offraient, chaque jour, un incessant et enrichissant dialogue sur tous les sujets du programme, cela va de soi, mais sur beaucoup d'autres encore. Bref, au lieu d'avoir pour professeur un livre, on me donnait un homme. Et cette année scolaire demeure sans aucun doute, malgré les circonstances, la plus fructueuse et la plus heureuse dont je conserve le souvenir.“

 

 

 

droit-degaulle
Michel Droit (23 januari 1923 – 22 juni 2000)

Droit interviewt De Gaulle op 7 juni 1968

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver en politicus Antonio Gramsci werd geboren op 23 januari 1891 in Ales op Sardinië. Zie ook mijn blog van 23 januari 2007.

 

 

 

22-01-09

Wilhelm Genazino, Lord Byron, Krzysztof Kamil Baczyński, Herwig Hensen, Rainer Brambach, Ingrid Puganigg, Francis Picabia, Henry Bauchau, Mary Hayley Bell, Howard Moss


De Duitse schrijver Wilhelm Genazino werd geboren op 22 januari 1943 in Mannheim. Zie ook mijn blog van 22 januari 2007 en ook mijn blog van 22 januari 2008.

 

Uit: Mittelmäßiges Heimweh

 

Die Stadt ist fast leer. Die meisten Leute sind in Urlaub oder sitzen in Gartenlokalen. Die Hitze drückt auf die Dächer. Ich könnte in mein Apartment gehen, aber dort ist es genauso warm wie draußen. Gestern abend bin ich so lange in der Stadt umherge laufen, bis ich durch die Müdigkeit ganz leicht geworden war. Schließlich habe ich mich auf eine Bank gesetzt und bin dort sogar eingeschlafen. Grölende Jugendliche haben mich zwanzig Minuten später geweckt, das war unangenehm. Es ist nicht einfach, ein einzelner zu sein. Ein Halbschuh liegt auf der Straße, die Sohle nach oben. Aus einer Seitenstraße kommt das Geräusch eines Autos, das über eine Plastikflasche fährt. Es überholt mich ein Angestellter mit einem über der Schulter hängenden Koffer. Der Koffer zieht so stark nach unten, daß der Trageriemen den Rückenteil des Anzugs nach unten zieht und den Mann wie ein gehendes Unglück aussehen läßt. Ich ekle mich ein bißchen über die tief nach unten hängenden Unterlippen einiger vorüberkeuchender Jogger. Die Türen vieler Lokale sind weit offen. In manches Lokal trete ich kurz ein und kehre rasch wieder um. In Kürze werde ich dazu keine Lust mehr haben und mich einfach irgendwo auf einen Stuhl setzen und ein Glas Bier bestellen. Ich biege in die Wormser Straße ein und sehe in einiger Entfernung das Sportlereck. In diesem Lokal bin ich in der vorigen Woche zweimal gewesen. Der Wirt hob schon beim zweiten Mal wohlwollend die Hand, als er mich wiedererkannte. Die Tür und die Fenster des Pils-Stübchens sind ebenfalls weit geöffnet, der Lärm der Besucher dringt auf die Straße und vermischt sich mit dem Lärm anderer Wirtschaften. Seit etwa einer Woche werden im Fernsehen die Spiele der Fußball-Europameisterschaft übertragen. In den meisten Lokalen sind die Fernsehapparate eingeschaltet. Meine Schritte führen mich halbautomatisch in die offene Tür des Sportlerecks hinein, obwohl ich mich nicht für Fußball interessiere.”

 

 

 

 

genazino
Wilhelm Genazino (Mannheim,  22  januari 1943)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver George Gordon Byron (beter bekend als Lord Byron) werd geboren op 22 januari 1788 in Londen. Zie ook mijn blog van 22 januari 2007 en mijn blog van 19 april 2006 en ook mijn blog van 22 januari 2008.

 

 

 

On this day I complete my thirty-sixth year

 

'IS time the heart should be unmoved,

Since others it hath ceased to move:

Yet, though I cannot be beloved,

Still let me love!

 

My days are in the yellow leaf;

The flowers and fruits of love are gone;

The worm, the canker, and the grief

Are mine alone!

 

The fire that on my bosom preys

Is lone as some volcanic isle;

No torch is kindled at its blaze--

A funeral pile.

 

The hope, the fear, the jealous care,

The exalted portion of the pain

And power of love, I cannot share,

But wear the chain.

 

But 'tis not thus--and 'tis not here--

Such thoughts should shake my soul nor now,

Where glory decks the hero's bier,

Or binds his brow.

 

The sword, the banner, and the field,

Glory and Greece, around me see!

The Spartan, borne upon his shield,

Was not more free.

 

Awake! (not Greece--she is awake!)

Awake, my spirit! Think through whom

Thy life-blood tracks its parent lake,

And then strike home!

 

Tread those reviving passions down,

Unworthy manhood!--unto thee

Indifferent should the smile or frown

Of beauty be.

 

If thou regrett'st thy youth, why live?

The land of honourable death

Is here:--up to the field, and give

Away thy breath!

 

Seek out--less often sought than found--

A soldier's grave, for thee the best;

Then look around, and choose thy ground,

And take thy rest.

 

 

 

 

 

 

Byron
Lord Byron (22 januari 1788 – 19 april 1824)

Portret door Théodore Géricault

 

 

 

 

 

De Poolse dichter Krzysztof Kamil Baczyński werd op 22 januari 1921 in Warschau geboren. Zie ook mijn blog van 22 januari 2007  en ook mijn blog van 22 januari 2008.

 

 

 

*Elegy on . . . (a Polish boy)

 

They kept you, little son, from dreams like trembling butterflies,
they wove you, little son, in dark red blood two mournful eyes,
they painted landscapes with the yellow stitch of conflagrations,
they decorated all with hangmen’s trees the flowing oceans.

 

They taught you, little son, to know by heart your land of birth
as you were carving out with tears of iron its many paths.
They reared you in the darkness and fed you on terror’s bread;
you traveled gropingly that shamefulest of human roads.

 

And then you left, my lovely son, with your black gun at midnight,
and felt the evil prickling in the sound of each new minute.
Before you fell, over the land you raised your hand in blessing.
Was it a bullet killed you, son, or was it your heart bursting?

 

 

 

Vertaald door Bill Johnston

 

 

 

 

 

Tropical dream

 

In this dream mosquitos bit through a tropical helmet
and wave on wave into the skull pours the night.
Raise up, raise up the palm's black leaves,
he sky blood-red from heat - a copper-yellow roof!
Crocodiles - elongated slabs of lead,
like lead thump the hoofs of anxious antelopes.
Where flows the river like a word unbounded,
on to seacoasts, antilles, sudans?
Waters burble, stagnate, below there is no room for breath.
Negroes dry out, propped on idols, ill with sleep,
heaving their slabs of air, washed by water like death.
Along white shores trundle the pale grains of leprosy.
Then weary hands will fast upend the drawer -
from it a waft of fever blows
and seething bubbles flow on hands.
Ever lower sinks the smoke of stifling marshes
and one hears: off lifeless Negroes fall white ashes.

 

 

 

Vertaald door Alex Kurczaba

 

 

 

 

 

Bczyriski
Krzysztof Kamil Baczyński (22 januari 1921 – 4 augustus 1944)

 

 

 

 

 

De Belgische dichter en schrijver Herwig Hensen werd geboren op 22 januari 1917 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 22 januari 2007 en ook mijn blog van 22 januari 2008.

 

Deze aarde , wij hebben ze opgebruikt

 

Deze aarde , wij hebben ze opgebruikt:
grond, wateren, beemden, bomen,
de vrucht die smaakt, de bloem die ruikt,
en 't land waarvan wij dromen.

Wat geven wij onze kinderen mee
behalve spreuken en kogels?:
niet eens het zuivere zout van de zee
en 't zingen van de vogels.

Maar wél het gif en het haastige kruid,
en haat die alom kan passen.
Sindsdien doven de lentes uit
en dorren vroeg de grassen.

Belofte slaat over in ongeduld
voor wie geen hoop meer bewaren.
Wat zijn wij onder zoveel schuld?:
bedriegers of barbaren?

 

 

 

 

Hensen
Herwig Hensen
(22 januari 1917 -  24 mei 1989)

 

 

 

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Rainer Brambach werd geboren op 22 januari 1917 in Basel. Zie ook mijn blog van 22 januari 2007 en ook mijn blog van 22 januari 2008.

 

 

Brief an Hans Bender

Für uns die Konturen,
die Akzente.
Für uns das Tabaksfeld mannshoch
und der Weinberg im Badischen Land.
Für uns die Silberpappel am Rhein,
der Vogelschwarm unter den Wolken,
und von mir aus alles,
was über den Wolken ist.

Für dich der Tisch, das Papier
und die verläßliche Feder -
Für mich die Axt,
ich mag Trauerweiden nicht.
Was sind das für Bäume,
die zu Boden zeigen, Hans,
seit Straßburg neben mir unterwegs
auf dieser Erde.

 

 

 

Brambach
Rainer Brambach
(22 januari 1917 - 14 augustus 1983)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster  Ingrid Puganigg werd op 22 januari 1947 geboren in Gassen bij Afritz am See, Kärnten. Zie ook mijn blog van 22 januari 2007.

 

Uit: Hochzeit

 

„Nichts blieb hinzuzufügen, alles war deutlidi sichtbar bis in die fernste Zukunft, als wäre ihr Leben bereits gelebt. Sie konnte ihn und dieses Haus verlassen, jetzt sofort, es war gleichgültig, wohin sie ginge, ankommen würde sie nie. Sie würde in Nächten auf fremden Betten von engen Alpentälem träumen, auf der Flucht sein vcr Menschen, die in einer fremden Sprache redeten, und tagsüber würde sie sich nach ihnen sehnen und sie beschreiben, Seiten mit ihnen füllen und sich nach ihrem fernen Leben verzehren, so daß sie darüber ihr eigenes vergaß. Dann würde sie vielleicht die Tage zählen, bis ihre Kinder sie besuchten oder bis sie zu ihnen fliegen durfte."

 

 

 

 

Pugannig
Ingrid Puganigg (Gassen, 22 januari 1947)

 

 

 

 

De Franse kunstschilder, dichter en schrijver Francis Picabia werd geboren in Parijs op 22 januari 1879. Picabia was nauwelijks 15 jaar oud, toen zijn vader zijn eerste doek, Une rue aux Martigues, instuurde naar de Parijse Salon des Artistes Français.  In 1897 ontdekte hij het Impressionisme van Alfred Sisley en in 1898 werd zijn enthousiasme nog groter, toen hij kennismaakte met de familie Camille Pissarro. Het werd het begin van een uitbundig vruchtbare werkperiode, die 10 jaar lang zou aanhouden. Een eerste expositie, in 1905, in de Galerie Haussmann was meteen een triomf. Van januari tot mei 1913 verbleef Picabia in New York als woordvoerder van de groep op de bekende Armory Show. Toen WO I uitbrak, werd de te Parijs gemobiliseerde Picabia, in 1915, naar Cuba op missie gestuurd. Het jaar daarop vond hij Marcel Duchamp en zijn vroegere vrienden terug en werd hij betrokken bij de uitgave van een avant-garde tijdschrift 291. Een tijdlang legde hij zelfs het penseel opzij en publiceerde hij de eerste van zijn Cinquante-Deux Miroirs te Barcelona, in 1917. In maart 1917 ging hij terug naar New York, nu voor een half jaar, en bracht daar zijn nu 391 geworden tijdschrift opnieuwe uit. Alweer met Marcel Duchamp nam hij er deel aan de eerste Exposition des Indépendants. 391 was aan zijn 14de nummer toe, toen Picabia zich van Dada verwijderde, in mei 1921. In juli van dat jaar publiceerde hij het nummer Pilhaou-Thibaou, dat een regelrecht anti-Dada-manifest werd. Terzelfdertijd benaderde hij André Breton, de paus van het Surrealisme.

 

 

Eau Salée

 

Le palmier des épouses inondées,
tourne vers moi la route prodige
des épines sans café, qui chantent
des bracelets liquides.
Dans mon veston, au milieu des poches
distendues par l’hypothèse,
les water-closet sur un doigt vide
regardent les hésitations escabeaux
des symboles faucons
et du chapeau modèle.
Hypothèse éplorée du grillon poisson
de plaisir en pétales hâchés,
les plantes du mari altérées
en herbe ferment les yeux de l’appareil
spécialisé.

 

 

 

 

TheProcessionSeville
The Procession, Seville. 1912

 

 

 

 

PENSEES SANS LANGAGE (fragment)

 

aujourd'hui et depuis longtemps
les ruisseaux ressemblent à des petites femmes
une joie de vivre rêvant tout haut
ça ne signifie rien
pour regarder ailleurs
religions égoïstes de l'humanité
mon visage ressemble aux ruisseaux
mais personne ne viendra
almanach secret des grandes aventures
dans l'escalier
je ne vois rien
mes amis savent tout
feuilles publiques des potins
fabricants de génies et d'imbéciles
opération de toilette
monstres assis dans des fauteuils
illimités

 

 

 

 

francis_picabia
Francis Picabia (22 januari 1879 – 30 november 1953)

 

 

 

 

 

De Belgische dichter, romanschrijver en psychoanalyticus Henry Bauchau werd geboren op 22 januari 1913 in Mechelen. Bauchau debuteerde pas op zijn 45ste in de letteren en publiceerde op zijn vijftigste zijn eerste roman. In de meeste van zijn boeken vermengt hij psycho-analyse, mythologie en verbeelding, waarbij vaak een innerlijke queeste centraal staat. Hij is sinds 1990 lid van de Académie royale de littérature de la Communauté française de Belgique (Koninklijke Literaire Academie van de franstalige gemeenschap in België). In 2002 kreeg hij de Prix International Union Latine de Littératures Romanes en in 2008 de Franse Prix du Livre Inter voor zijn roman Le Boulevard péripherique. Zijn romans verschenen in diverse vertalingen, maar amper in het Nederlands

 

Uit: L'Enfant bleu

 

„Première année à l'hôpital de jour. Dès ma sortie du métro, à Richelieu-Drouot, je retrouve mon malaise. Je consulte ma montre. Après le long trajet depuis ma banlieue, je sais que je suis à l'heure et pourtant je me sens en retard. En retard sur le tumulte, l'urgence qui dominent ce quartier de la Bourse. En retard sur le monde, sur l'angoisse.

Je ne perds pas pied, je remonte lentement la rue Drouot , je me force à bien percevoir l'inégal échelonnement des gris et le dôme blanc de Montmartre qui les surmonte. Je suis présente, attentive, c'est le moment de changer de rue, d'aborder avec courage le porche un peu dégradé, l'escalier et l'écrasante banalité de l'entrée de l'hôpital de jour. Ensuite viennent le couloir, la salle des profs, ses tables, ses portemanteaux encombrés et l'accueil toujours méfiant de ceux qui m'ont demandé, le jour de mon arrivée, pourquoi on m'avait parachutée là.

J'ignorais alors les conflits qui troublaient la maison et j'ai répondu : « C'est la direction qui peut vous le dire, moi, je sais seulement que j'ai les qualifications nécessaires et que je dois gagner ma vie. » C'était peut-être la bonne réponse, depuis ils ne m'agressent plus, mais ils me tiennent à l'écart et je ne fais pas vraiment partie de l'équipe.

En arrivant je vois, affiché sur le mur par le professeur d'art, un dessin qui m'enchante et s'accorde à la détresse bien cachée que j'éprouve. C'est une très petite île, une île bleue, entourée de sable blond et couverte seulement de quelques palmiers. Cette île, son ciel, sa lumière, sa minuscule solitude protégée par une mer chaude expriment le désir, la douleur d'un cœur blessé. Le dessin naïf, d'une manière fruste, toute pénétrée de rêve, me fait sentir avec force le silence, l'exil terrifié, la scandaleuse espérance dont il est né.“

 

 

 

Bauchau
Henry Bauchau (Mechelen, 22 januari 1913)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster en actrice Mary Hayley Bell werd geboren op 22 januari 1911 in Shanghai, waar haar vader werkte in opdracht van de regering. Zij ontmoette er in de jaren dertig ook haar latere echtgenoot, de acteur John Mills. Als actrice speelde Mary Hayley Bell zelf  in toneelstukken als 'Vintage wine' en 'Victoria regina'. In 1942 trouwde ze met John Mills en stopte met spelen. Bell begon zich toe te leggen op schrijven van toneelstukken en boeken. Haar roman 'Whistle down the wind' werd verfilmd met in de hoofdrol haar oudste dochter, Hayley Mills. Later bewerkte Andrew Lloyd Webber het boek tot een musical. Ook schreef Bell een autobiografie, 'What shall we do tomorrow?', deze verscheen in 1968.

 

Uit: What Shall We Do Tomorrow?

 

At Fernacres I started writing Angel -a play based on the Constance Kent murder in 1860. Binkie Beaumont said he would produce it, and Johnnie was to direct. On the day of the dress rehearsal, our Nanny gave in her notice; she wanted to become an air stewardess and had to catch the nine o'clock train! It was a nerve-racking morning, for Hayley, sitting thoughtfully upon her pot, wasn't in a co-operative mood.

'Do hurry up, Hayley! I urged.

'Can't! was all she would say, so we were not only late for rehearsal at the Strand Theatre, but we had to take the two girls with us. Bunch was happy enough playing about among the seats in the theatre and talking to herself, sometimes a little too loudly, but Hayley was a different matter. Too young to be interested for long, or able to sit still, I had to put her in charge of one of the lady character actresses in the cast, but during the morning I realized that the lady in question was now on the stage in a scene. I ran round to her dressing-room to collect Hayley, but there was no sign of her. No one had seen her! I asked the stage doorkeeper if he had seen what might have appeared to be a small dwarf, but he shook his head. She seemed to have disappeared and I was distraught with worry and fear. It was nearly an hour before she was discovered. She had walked straight out of the stage door and up the road to the next theatre, the Aldwych. Here she was found sitting on the lap of the stage doorkeeper, chatting away and having sardines levelled into her mouth on the end of a knife! No one, least of all Hayley, seemed in the least concerned.“

 

 

 

Hayley
Mary Hayley Bell (22 januari 1911 – 1 december 2005)

Met haar echtegenoot John Mills

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en criticus Howard Moss werd geboren op 22 januari 1922 in New York. Hij studeerde aan de University of Michigan. Van 1948 tot aan zijn dood was hij poëzieredacteur van The New Yorker magazine. Hij was de ontdekker van enkele vooraanstaande Amerikaanse dichters als Anne Sexton en Amy Clampitt. In 1971 won hij de Pulitzer Prize for Poetry en in 1972 ontving hij de National Book Award voor zijn Selected Poems.

 

 

 

The Hand

 

I have watched your fingers drum
Against each other: thumb against
The fore- and middle-finger. When
Tension leaves your hand alone,
Your face slides back its screen, I see
Such streams begin, such gardens grow
That you must hide more than you hide,
And I must know more than I know.

 

 

 

 

The Persistence of Song

Although it is not yet evening
The secretaries have changed their frocks
As if it were time for dancing,
And locked up in the scholars' books
There is a kind of rejoicing,
There is a kind of singing
That even the dark stone canyon makes
As though all fountains were going
At once, and the color flowed from bricks
In one wild, lit upsurging.

What is the weather doing?
And who arrived on a scallop shell
With the smell of the sea this morning?
-Creating a small upheaval
High above the scaffolding
By saying, "All will be well.
There is a kind of rejoicing."

Is there a kind of rejoicing
In saying, "All will be well?"
High above the scaffolding,
Creating a small upheaval,
The smell of the sea this morning
Arrived on a scallop shell.
What was the weather doing
In one wild, lit upsurging?
At once, the color flowed from bricks
As though all fountains were going,
And even the dark stone canyon makes
Here a kind of singing,
And there a kind of rejoicing,
And locked up in the scholars' books
There is a time for dancing
When the secretaries have changed their frocks,
And though it is not yet evening,

There is the persistence of song.

 

 

 

 

 

Moss
Howard Moss (22 januari 1922 – 16 september 1987)

 

 

 

Louis Pergaud, Hermann Lingg, August Strindberg, Guilbert de Pixérécourt, Helen Hoyt, Gotthold Ephraim Lessing, Sir Francis Bacon


De 22e januari is weer eens erg vruchtbaar gebleken als geboortedag voor schrijvers. Vandaar dat er na deze posting nog een tweede volgt. Kom gerust nog eens kijken later vandaag

 

 

 

De Franse schrijver Louis Pergaud werd geboren op 22 januari 1882 in Belmont. Hij werkte na zijn studie als leraar in Landresse en begon daarnaast verhalen te schrijven. In 1912 verscheen zijn roman La Guerre des bouton. Het boek werd al driemaal verfilmd. In 1936 door Jacques Daroy met de jonge Charles Aznavour in de hoofdrol, in 1962 door Yves Robert. In 1994 volgde een remake. Perguad kreeg in 1910 al een Prix Goncourt voor zijn roman De Goupil à Margot.

 

Uit: De Goupil à Margot 

 

„Brusquement, sans transition, comme il arrive dans les montagnes, après les bruines froides de fin d'octobre et des premiers beaux jours de novembre qui dévêtirent la forêt de ses feuilles roussies, il vint. Quelques baies rouges luisaient encore aux églantiers des haies, quelques balles violettes de prunelles à la peau ridée par le premier gel pendaient encore aux épines, la queue au trois quarts coupée par les implacables ciseaux de la gelée ; puis un beau matin que le vent semblait s'être assoupi, traîtreusement la neige tomba, molle, douce, sans bruit, sans secousse, avec la persistance tranquille du bon ouvrier que rien ne rebute, que rien ne hâte et qui sait bien qu'il a le temps.“

 

 

 

 

louispergaudsignature
Louis Pergaud (22 januari 1882 – 8 april 1915)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lingg werd geboren op 22 januari 1820 in Lindau am Bodensee. Hij studeerde medicijnen in München, Freiburg, Berlijn en Praag, werd legerarts, maar ging wegens een gebrekkige gezondheid al in 1851 met pensioen. Met geld gesteund door koning Max II wijdde hij zich volledig aan het schrijven. In 1853 verscheen een eerste bundel van hem met een inleiding van Emanuel Geibel.

 

 

 

Bald fühl' ich mich zu dir gezogen

 

Bald fühl' ich mich zu dir gezogen,

Bald wieder flieh' und hass' ich dich.

Heut sag' ich, daß du mich betrogen,

Und morgen: nein, du liebtest mich!

 

So streiten sich getrennt vom Leide

Zwei Seelen tiefst im Innern mir,

Und einig sind nur darin beide,

Sie neigen beide nur zu dir.

 

 

 

 

Wenn das Laub im Sturme nieder

 

Wenn das Laub im Sturme nieder

Von der Mauer Ranken weht,

Sieht man mit dem Stein auch wieder,

Was auf ihm geschrieben steht;

Und was mir ins Herz geschrieben,

Immer wird mir's, jedes Jahr,

Daß ich dich, nur dich kann lieben,

In den Stürmen offenbar.

 

 

 

 

 

Lingg
Hermann Lingg ( 22 januari 1820 – 18 juni 1905)

 

 

 

 

 

Rectificatie: De Zweedse schrijver Johan August Strindberg werd niet op 20, maar op 22 januari 1849 in Stockholm geboren. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007.

 

Uit: The Father (Vertaald door N. Erichsen)

 

LAURA [coming to him and laying her hands on his forehead]: What’s this? A man, and crying?

CAPTAIN: Yes, I’m a man. Has not a man eyes? Has not a man hands, organs, dimensions, senses, affections, passions? Fed with the same food, hurt with the same weapons, warmed and cooled by the same winter and summer as a woman. If you prick us, do we not bleed; if you tickle us, do we not laugh; if you poison us, do we not die? Why shouldn’t a man complain, or a soldier cry? Because it’s unmanly. What makes it unmanly?

LAURA: Cry then, child, and your mother will be with you again. Do you remember that, when I first came into your life, it was as a second mother. Your great strong body had no fibre, you were like an overgrown child, as if you’d come into the world too soon, or perhaps were unwanted.

CAPTAIN: Yes, that’s how it was. My father and mother never wanted me, so I was born without a will. When you and I became one I thought I was completing myself; that’s how you got the upper hand, so that I—although I was the commander in barracks and on parade—when I was with you, I was the one to take orders. So I grew used to looking up to you as a superior, gifted being, listening to you as if I were your backward child.

LAURA: That’s true, and that’s why I loved you as if you were my own child. But you must surely have noticed how embarrassed I was whenever your feelings altered, and you presented yourself as my lover. The pleasure of your embraces was always followed by remorse, as if my very blood were ashamed. The mother had become the mistress. Ugh!”

 

 

 

 

Strindberg
August Strindberg (22 januari 1849 – 14 mei 1912)

Portret door Richard Bergh

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en regisseur René Charles Guilbert de Pixérécourt werd geboren op 22 januari 1773 in Nancy. In 1797 brak hij door met zijn stuk Victor ou l'enfant de la forêt. Pixérécourt was de grondlegger van het melodrama. Van 1825 tot 1835 was hij directeur van het Théâtre de la Gaîté in Parijs. Zijn werk  is van grote invloed geweest op het werk van een volgende generatie schrijvers als Victor Hugo, Honoré de Balzac, Alexandre Dumas (père) en Eugène Scribe.

 

 

Uit : Le Télégraphe d’amour

 

Valsain

La pantomime et son éclat

Sur la scene et ce qu’on admire

C’est un genre ennuyeux et plat

Qu’il seroit bien de proscrire

Moi je ne suis pas amateur

Du genre mimographe

Dans la pantomime un acteur

A l’air d’un télégraphe.

Mme Robert

La guerre depuis trop longtems

Détruisait chateaux et chaumière,

Mais un heros plein de talens

Propose des préliminaires ;

A son traité le fier Anglais

Appose son paraphe

Partout on annonce la paix

Avec le télégraphe.

Rose, au public.

Nos auteurs vraiment inquiets

Les yeux fixés sur le partère

En ce moment craignant les traits

D’une critique trop sévère

Pour cette fois, preservez les

De maligne épigraphe

Et daignez d’un heureux succès

Être le télégraphe. 

 

 

 

 

 

Guilbert_de_Pix
Guilbert de Pixérécourt (22 januari
1773 – 27 juli 1844)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Helen Hoyt werd geboren op 22 januari 1887 in Norwalk, Connecticut. Zij bezocht het Barnard College in New York. In het begin van haar loopbaan was zij redacteur van het blad Poetry, waarin zij tussen 1913 en 1936 ook zelf veel publiceerde. Behalve in haar eigen bundels werden haar gedichten ook in talrijke bloemlezingen opgenomen.

 

 

Ellis Park

 

Little park that I pass through,

I carry off a piece of you

Every morning hurrying down

To my work-day in the town;

Carry you for country there

To make the city ways more fair.

I take your trees,

And your breeze,

Your greenness,

Your cleanness,

Some of your shade, some of your sky,

Some of your calm as I go by;

Your flowers to trim

The pavements grim;

Your space for room in the jostled street

And grass for carpet to my feet.

Your fountains take and sweet bird calls

To sing me from my office walls.

All that I can see

I carry off with me.

But you never miss my theft,

So much treasure you have left.

As I find you, fresh at morning,

So I find you, home returning --

Nothing lacking from your grace.

All your riches wait in place

For me to borrow

On the morrow.

 

Do you hear this praise of you,

Little park that I pass through?

 

 

 

 

 

Hoyt_barnard_college
Helen Hoyt (22 januari 1887 – 2 augustus 1972)

Barnard College (Geen portret beschikbaar) 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gotthold Ephraim Lessing werd geboren op 22 januari 1729 in Braunschweig. Zie ook mijn blog van 22 januari 2007 en ook mijn blog van 22 januari 2008.

 

 

Die Küsse

 

Ein Küßchen, das ein Kind mir schenket,
Das mit dem Küssen nur noch spielt,
Und bei dem Küssen noch nichts denket,
Das ist ein Kuß, den man nicht fühlt.

 

Ein Kuß, den mir ein Freund verehret,
Das ist ein Gruß, der eigentlich
Zum wahren Küssen nicht gehöret:
Aus kalter Mode küßt er mich.

 

Ein Kuß, den mir mein Vater giebet,
Ein wohlgemeinter Segenskuß,
Wenn er sein Söhnchen lobt und liebet,
Ist etwas, das ich ehren muß.

 

Ein Kuß von meiner Schwester Liebe
Steht mir als Kuß nur so weit an,
Als ich dabei mit heißerm Triebe
An andre Mädchen denken kann.

 

Ein Kuß, den Lesbia mir reichet,
Den kein Verräter sehen muß,
Und der dem Kuß der Tauben gleichet:
Ja, so ein Kuß, das ist ein Kuß.

 

 

 

 

 

Lessing
Gotthold Ephraim Lessing (22 januari 1729 - 15 februari 1781)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver, filosoof en politicus Sir Francis Bacon werd geboren op 22 januari 1561 in Londen. Hij studeerde in Cambridge. Reeds op veertienjarige leeftijd sloot hij zijn studie aan de universiteit af, waarna hij drie jaar in Parijs doorbracht. In de Franse hoofdstad kwam hij in contact met het humanisme. Door Jacobus I werd Francis Bacon in 1618 benoemd tot Lord Chancellor. Zijn politieke loopbaan leed in 1621 schipbreuk. Bacon werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen en moest aftreden. Na zijn afscheid uit de politiek wijdde hij zich geheel aan filosofie en literatuur.

 

 

Guiltless Heart

 

The man of life upright, whose guiltless heart is free
From all dishonest deeds and thoughts of vanity:
The man whose silent days in harmless joys are spent,
Whom hopes cannot delude, nor fortune discontent;
That man needs neither towers nor armor for defense,
Nor secret vaults to fly from thunder’s violence:
He only can behold with unaffrighted eyes
The horrors of the deep and terrors of the skies;
Thus scorning all the care that fate or fortune brings,
He makes the heaven his book, his wisdom heavenly things;
Good thoughts his only friends, his wealth a well-spent age,
The earth his sober inn and quiet pilgrimage.

 

 

 

 

Bacon
Sir Francis Bacon (22 januari 1561 – 9 april 1626)

 

 

21-01-09

Ludwig Thoma, Louis Menand, Egon Friedell, Imre Madách, Ludwig Jacobowski, Kristín Marja Baldursdóttir, Roderich Benedix, Joseph Méry


De Duitse schrijver Ludwig Thoma werd geboren op 21 januari 1867 in Oberammergau. Zie ook mijn blog van 21 januari 2007.

 

Uit: Lausbubengeschichten

 

„Von meinem Zimmer aus konnte ich in den Vollbeckschen Garten sehen, weil die Rückseite unseres Hauses gegen die Korngasse hinausging.

Wenn ich nachmittags meine Schulaufgaben machte, sah ich Herrn Rat Vollbeck mit seiner Frau beim Kaffee sitzen, und ich hörte fast jedes Wort, das sie sprachen.

Er fragte immer: "Wo ist denn nur unser Gretchen so lange?", und sie antwortete alle Tage: "Ach Gott, das arme Kind studiert wieder einmal."

Ich hatte damals, wie heute, kein Verständnis dafür, daß ein Mensch gerne studiert und sich dadurch vom Kaffeetrinken oder irgend etwas anderem abhalten lassen kann. Dennoch machte es einen großen Eindruck auf mich, obwohl ich dies nie eingestand.

Wir sprachen im Gymnasium öfters von Gretchen Vollbeck, und ich verteidigte sie nie, wenn einer erklärte, sie sei eine ekelhafte Gans, die sich bloß gescheit mache.

Auch daheim äußerte ich mich einmal wegwerfend über dieses weibliche Wesen, das wahrscheinlich keinen Strumpf stricken könne und sich den Kopf mit allem möglichen Zeug vollpfropfe.

Meine Mutter unterbrach mich aber mit der Bemerkung, sie würde Gott danken, wenn ein gewisser Jemand nur halb so fleißig wäre wie dieses talentierte Mädchen, das seinen Eltern nur Freude bereite und sicherlich nie so schmachvolle Schulzeugnisse heimbringe. Ich haßte persönliche Anspielungen und vermied es daher, das Gespräch auf dieses unangenehme Thema zu bringen.

Dagegen übte meine Mutter nicht die gleiche Rücksicht, und ich wurde häufig aufgefordert, mir an Gretchen Vollbeck ein Beispiel zu nehmen.

Ich tat es nicht und brachte an Ostern ein Zeugnis heim, welches selbst den nächsten Verwandten nicht gezeigt werden konnte.

Man drohte mir, daß ich nächster Tage zu einem Schuster in die Lehre gegeben würde, und als ich gegen dieses ehrbare Handwerk keine Abneigung zeigte, erwuchsen mir sogar daraus heftige Vorwürfe.“

 

 

 

thoma
Ludwig Thoma (21 januari 1867 – 26 augustus 1921)

Portret door Thomas Baumgartner

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en letterkundige Louis Menand werd geboren op 21 januari 1952 in Syracuse, New York. Hij studeerde aan Harvard en aan de universiteit van Columbia. Hij doceert tegenwoordig Engelse en Amerikaanse taal- en letterkunde aan Harvard en publiceert regelmatig in The New Yorker en  The New York Review of Books, In 'The Metaphysical Club'  uit 2001 betoogt hij dat er na de Burgeroorlog een nieuw intellectueel landschap ontstond in Amerika, waarin filosofen en intellectuelen overtuigd waren geraakt van het gevaar van overtuigingen, waarin zij een toenemend gevoel van onzekerheid onderkenden, en waarin zij van die onzekerheid een methode van denken maakten die zou uitmonden in pragmatisme en pluralisme.  Louis Menand bespreekt de nieuwe

opvattingen aan de hand van een viertal grote Amerikanen, Oliver Wendell Holmes, William James, Charles Peirce en John Dewey (de laatste drie zijn bekend als de grondleggers van het pragmatisme), die korte tijd een discussieclub vormden: de 'Metaphysical Club'. Menand kreeg in 2002 de Pulitzer Prize for history.

 

Uit: The Metaphysical Club

 

„The military defeat of the Confederacy made the Republican Party the dominant force in national politics after 1865, and the Republican Party was the champion of business. For more than thirty years, a strong central government protected and promoted the ascendance of industrial capitalism and the way of life associated with it -- the way of life we call "modern."
To this extent, the outcome of the Civil War was a validation, as Lincoln had hoped it would be, of the American experiment. Except for one thing, which is that people who live in democratic societies are not supposed to settle their disagreements by killing one another. For the generation that lived through it, the Civil War was a terrible and traumatic experience. It tore a hole in their lives. To some of them, the war seemed not just a failure of democracy, but a failure of culture, a failure of ideas. As traumatic wars do -- as the First World War would do for many Europeans sixty years later, and as the Vietnam War would do for many Americans a hundred years later -- the Civil War discredited the beliefs and assumptions of the era that preceded it. Those beliefs had not prevented the country from going to war; they had not prepared it for the astonishing violence the war unleashed; they seemed absurdly obsolete in the new, postwar world. The Civil War swept away the slave civilization of the South, but it swept away almost the whole intellectual culture of the North along with it. It took nearly half a century for the United States to develop a culture to replace it, to find a set of ideas, and a way of thinking, that would help people cope with the conditions of modern life.“

 

 

 

menand_170
Louis Menand (Syracuse, 21 januari 1952 )

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en kunsthistoricus Egon Friedell werd op 21 januari 1878 in Wenen geboren. Zie ook mijn blog van 21 januari 2007.

 

Uit: Kulturgeschichte der Neuzeit (über Peter Altenberg)

 

„Peter Altenberg galt als der Typus des Dekadenten. Aber sein Feminismus war nicht Schwäche, sondern Stärke, nämlich eine erhöhte und bisher unerreichte Fähigkeit, sich in das weibliche Seelenleben zu versetzen. Alle früheren Dichter hatten sich zur Frau als mehr oder minder glückliche Deuter gestellt, er aber erlebte sie in sich selbst in der vollkommensten Weise, und wenn er sie schilderte, so las er gar nicht in einer fremden Seele, sondern in seiner eigenen. Sie sind die unheilbaren Träumerinnen und Idealistinnen, die grossen Enttäuschungen des Lebens, die wie verwunschene Märchenprinzessinen durch den Alltag wandern: Melanchonikerinnen wegen ihrer eigenen Unvollkommenheiten, wegen der Unvollkommenheiten der Männer, wegen der Unvollkommenheiten der ganzen Welt. Und in ihrem uferlosen, überspannten, hysterischen und im Grunde lebensunfähigen Idealismus wünschen sie nichts sehnlicher, als daß der Mann sie ins Vollkommene idealisiere, daß er in ihnen erblicke, was sie nicht sind, daß er ein Romantiker sei. Ein solcher Romantiker war Peter Altenberg. Er erblickte überall „Märchen des Lebens“, Melusinen und Dornröschen. Und jede bescheidene Kornblume war für ihn die blaue Blume der Romantik.“

 

 

 

 

Friedell
Egon Friedell (21 januari 1878 – 16 maart 1938)

 

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Imre Madách werd geboren op 21 januari 1823 in Dolná Strehová in het huidige Slowakije. Zie ook mijn blog van 21 januari 2007.

 

 

Uit: Tragedy Of The Man (Vertaald door Ottó Tomschey)

 

The Heaven. The LORD encircled by glory is sitting on his throne. ANGELS are kneeling. The four ARCHANGELS are standing near the throne. Great brightness.

 

ANGELS' CHOIR

Eternal glory be to our God on High,
Let him be prais'd by the earth and heaven,
Who created the Universe by one word
And his glance has govern'd the end again.
He is the power, knowledge and happiness,
Our share's only his shade cast over us,
We adore Him for his endless patronage
For having this allotment in his light.
Yes, the great Thought has become incarnated,
Complete is, as a whole, the Creation
The Lord waits at his holy hassock from all
Living creations their due devotion.

 

THE LORD

The work, the great work is now completed,
Machine is running, the creator rests.
It will move for some millions of years
Till one of its cogs will need some repairs.
Up! Guardian spirits of my world! Arise!
Let you start your never-ending orbit.
As you whizzing past under my feet
Let me be with you highly delighted.

 

 

 

 

 

madach
Imre Madách (21 januari 1823 – 5 oktober 1864)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ludwig Jacobowski werd geboren op 21 januari 1868 in Strelno. Zie ook mijn blog van 21 januari 2008.

 

Familie
Meinen Brüdern Albert und Heinrich.

Mir wird das Herz so bitterschwer,
hol' ich die alten Bilder her
der Eltern und der Brüder.
Verwehte Jahre ziehn herauf,
vernarbte Wunden wachen auf
und zucken plötzlich wieder.
Der Vater lief von Haus zu Haus
und lief sich fast die Seele aus,
fünf Jungens satt zu kriegen.
Mit einem Fünfzigpfennigbrot
da hat man seine liebe Not...
Zehn Kilo müßt' es wiegen!

Die Mutter immer bleich und krank, -
das ging so Jahr und jahrelang;
wir schlichen nur auf Zehen.
Nur manchmal um ihr Bett herum,
da saßen wir und hörten stumm
die alte Wanduhr gehen.

Dann polterte ein Sarg herein,
der zog den zweiten hinterdrein,
und den schob gleich ein dritter.
Die Tischler hatten guten Lohn,
die Totengräber grüßten schon
und gar die Leichenbitter!

Zwei Brüder sind der ganze Rest;
die andern hält die Erde fest,
die wird nichts wiedergeben.
Wir drei, wir schaun uns oft so an -
Wer weiß, wer morgen von uns dran -
Prost Brüder, ihr sollt leben!

           

 

 

 

Ludwig_Jacobowski1
Ludwig Jacobowski
(21 januari 1868 – 2 december 1900)

 

 

 

 

 

De IJslandse schrijfster Kristín Marja Baldursdóttir werd geboren op 21 januari 1949 in Hafnarfjörður. Zie ook mijn blog van 21 januari 2007 en ook mijn blog van 21 januari 2008.

 

Uit: Die Eismalerin (2006) (Duitse vertaling door Coletta Bürling)

 

Morgens war das Meer mittelblau, die Bucht wie ein Porzellanteller mit einem weißen Rand. Die Schwestern glaubten zunächst, dass die Winde in den Westfjorden der Grund für die Entscheidung ihrer Mutter waren, diese kalten Winde aus hohen Höhen, die über den sich in die Täler duckenden Höfen kreisten und dann herabstürzten, um zu zerreißen und zu zerfetzen. Um auf Menschen und Vieh einzudreschen und das Meer aufzuwühlen und zu einem erbarmunglosen Ungeheuer zu machen, das junge Männer verschlingt. Schöne junge Väter, die noch vor Sonnenaufgang voller Zuversicht zum Fischfang ausrudern, aber nach Sonnenuntergang nicht wie versprochen zurückkehren. Karitas wachte nicht selten auf, wenn ihr Vater sich auf den Weg machte, und wenn er sah, dass sie wach im Bett lag, reichte er ihr eine Scheibe Brot mit Farinzucker, die sie verputzte, während alle anderen noch schliefen. Er schenkte ihr den ersten Zeichenblock, den er in Ísafjörður gekauft hatte, weil sie so gut zeichnen konnte. Er sagte, das habe sie wohl von ihm. Ihr Vater konnte wunderschön zeichnen und hatte ihr beigebracht, wie man das macht. Und dann ging er eines Morgens fort und kehrte abends nicht zurück.“

 

 

 

Kristin_Marja_Baldursdottir
Kristín Marja Baldursdóttir (Hafnarfjörður, 21 januari 1949)

 

 

 

 

 

De Duitse toneelschrijver, acteur en theaterdirecteur Julius Roderich Benedix werd geboren op 21 januari 1811 in Leipzig. In 1831 werd hij acteur. In 1841 kon hij zijn eerste stuk Das bemooste Haupt laten opvoeren in het theater van Wesel am Niederrhein. Het werd meteen zo’n succes dat het in heel Duitsland gespeeld kon worden. In 1847 werd Benedix technisch directeur aan het Keulse theater. Tegelijkertijd verzorgde hij lezingen over de jongste dicht- en toneelkunst in Duitsland.

 

Uit: Die Hochzeitsreise

 

„HAHNENSPORN. Uf der ist schwer! Helfen Sie, Herr Famulus! Bringt mit Edmunds Hülfe den Koffer auf die Erde, setzt sich darauf und trocknet sich den Schweiß. Das ist eine Schlepperei! Ich habe es mir gedacht, die junge Frau hat noch keinen Fuß in das Haus gesetzt, und schon geht die Schererei los! Also heute Abend kommt sie, die junge Frau. Na es thut mir leid; ich habe dem Herrn Professor gern gewichst und dem Herrn Famulus auch, aber ich sehe es kommen, nicht acht Tage bin ich mehr im Hause.

EDMUND. Warum nicht gar! Der Herr Professor hat ausdrücklich gesagt daß durch seine Heirath nicht das Geringste in der bisherigen Hausordnung geändert werden soll. Jeder behält sein Amt und seine Verrichtung nach wie vor.

HAHNENSPORN. Hat das der Herr Professor gesagt?

EDMUND. Es sind seine eignen Worte.

HAHNENSPORN. Wir werden ja sehen, werden ja sehen! Der Herr Professor ahnt in seiner Unschuld gar nicht was die junge Frau für Verwirrung im Hause anrichten wird.

EDMUND naiv. Hahnensporn, Ihr seid ein erfahrener Mann – sind denn die Frauen wirklich so schlimm?

HAHNENSPORN. Na ob! Sie armes Schaf, mit Respect zu melden, thun mir leid, die junge Frau wird Sie schön hin und her hetzen; Sie kommen gar nicht mehr zu Athem.“

 

 

 

 

benedix
Roderich Benedix (21 januari 1811 – 26 september 1873)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Joseph Méry werd geboren op 21 januari 1797 in Marseille. Samen met Auguste Barthélemy schreef hij beroemde satires. Hij schreef romans en was librettist, o.a. voor La battaglia di Legnano van Verdi. In zijn tijd stond hij bekend om zijn gevatheid en zijn geestigheid.

 

 

Chant De Baigneuses (Fragment)

 

Chères à Vénus, vierges de notre île,
Filles de la mer, nymphes aux pieds blancs,
La Faune est bien loin, la mer est tranquille,
Le doux zéphyr parle aux saules tremblants.

 

Suspendez au pin la lyre thébaine,
Et livrez sans crainte à ce flot joyeux
Vos cheveux, où l'or coule avec l'ébène,
Vos charmes divins, volupté des yeux.

 

La femme et la mer ont bien des mystères
Que le vieux Pluton n'a jamais compris :
Le deuil a couvert les flots solitaires
Jusqu'à l'heureux jours où parut Cypris.

 

Quand elle naquit, la déesse blonde,
L'autel de l'hymen s'éleva plus beau ;
La mer nous rendit la terre féconde ;
Amour prit un arc, Hymen un flambeau.

 

L'autel de l'hymen n'a plus de fidèles !
Les femmes alors doivent bien s'unir,
Doivent ramener les hommes près d'elles
Pour rendre meilleur un triste avenir.

 

Ne regrettez pas, vierges ingénues,
La robe tombée et le lin absent.
Sur l'autel pieux les Grâces sont nues ;
Sur le piédestal leur marbre est décent.

 

 

 

 

Mery
Joseph Méry (21 januari 1797 – 17 juni 1866)