31-07-08

Cees Nooteboom, J. K. Rowling, Primo Levi, Alain Nadaud, Ahmed Zitouni, Peter Rosegger


De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook mijn blog van 31 juli 2006 en ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Dromen van het eiland en de stad van vroeger

 

“Hij is terug in de oude stad, die de stad van vragen geworden is. Lente is het, en hij heeft zichzelf wel honderd keer gezien in al zijn vroegere gedaantes, dronken, verscheurd van angst, gelukkig, op een trottoir in de sneeuw, bij een graf, in een ziekenhuis, een bordeel, bij vrienden en vrouwen die al dood zijn. De stad is veranderd en nooit veranderd, hij zelf is veranderd en weer veranderd, in zijn verlangen is het onmogelijke geslopen, iets onherroepelijks vergezelt hem overal. Als een schaduw?
Een schaduw vergezelt hem overal, de dubbelganger met de hondenkop, de man die meer weet dan hij zelf. Hij ziet de nieuwe bladeren aan de kastanjes, de andere, de nieuwe mensen, de rivier, de kathedraal, de brug, hij ziet de geesten die hem omringen, een stoet met een lokroep. Weldra moet hij uit deze stad vertrekken alsof hij nooit meer terug zal komen, een man hand in hand met zichzelf.

 

In een veld van stenen en distels zag hij zijn vader die hij al meer dan een halve eeuw niet gezien had. Hij droeg een sinister uniform vol schimmels, in zijn hand had hij een revolver. Hij wilde niet dat de man hem zou herkennen en wendde zijn gezicht af, maar toen hij weer keek zat zijn vader op een trottoir, naakt, overdekt met zweren. Nu wilde hij naar hem toegaan, maar de oude man keek hem aan met zoveel angst dat hij terugdeinsde. De ribben staken door de grauwe huid die door de regen een koude glans leek te krijgen, zijn geslacht lag op de natte stenen als een grote worm waarop iemand getrapt had. Het was duidelijk dat zijn vader gauw zou sterven. Toen hij uit de verte nog een keer omkeek, zag hij dat er een kring mannen en vrouwen om hem heen stond. In het veld met de distels wachtte nog steeds de man met het pistool.

 

Er was nog een vorm bij hem, een ander gezicht dat het zijne verduisterde. Misschien bestond het zijne nu niet meer, maar dat was niet belangrijk. De vorm zou zich vermenigvuldigen, hij zou overal bestaan, meestal onzichtbaar. Het kwam er op aan een stem te hebben die haast niemand kon horen. Daarvoor waren zo weinig mogelijk woorden nodig. Hij legde zich languit op de grond die al koud was. Uit een van zijn dromen kwam zijn moeder. Alsof ze was verzilverd, zo liep ze langs een weg met gebogen bomen. Hij hoorde haar zingen. Daarna gebeurde er lange tijd niets. Nu had hij gedachtes nodig om zijn gezicht te vervangen, het afwezige schild. Ook van zijn handen bestonden er nu andere, hij had ze al haast niet meer nodig.”

 

 

 

nooteboom
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Joanne Rowling werd geboren in Chipping Sodbury bij Bristol op 31 juli 1965. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Harry Potter & The Goblet of Fire

 

The villagers of Little Hangleton still called it "the Riddle House," even though it had been many years since the Riddle family had lived there. It stood on a hill overlooking the village, some of its windows boarded, tiles missing from its roof, and ivy spreading unchecked over its face. Once a fine-looking manor, and easily the largest and grandest building for miles around, the Riddle House was now damp, derelict, and unoccupied.

The Little Hangletons all agreed that the old house was "creepy." Half a century ago, something strange and horrible had happened there, something that the older inhabitants of the village still liked to discuss when topics for gossip were scarce. The story had been picked over so many times, and had been embroidered in so many places, that nobody was quite sure what the truth was anymore. Every version of the tale, however, started in the same place: Fifty years before, at daybreak on a fine summer's morning, when theRiddle House had still been well kept and impressive, a maid had entered the drawing room to find all three Riddles dead.”

 

 

 

 

jk_rowling
Joanne Rowling (Chipping Sodbury, 31 juli 1965)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Primo Levi werd geboren op 31 juli 1919 in Turijn. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Anderer Leute Berufe (Vertaald door Barbara Kleiner)

 

Ein Tier erfinden Aus dem Nichts ein Tier zu erfinden, das existieren könnte (ich meine physiologisch existieren, das also wachsen, sich ernähren und fortpflanzen sowie seiner Umwelt und irgendwelchen Angreifern Widerstand leisten könnte), ist eine fast unlösbare Aufgabe. Ein solcher Entwurf übersteigt bei weitem unsere rationalen Fähigkeiten und auch die unserer besten Computer: unser Wissen über die Funktionsweise der schon bestehenden Lebewesen ist noch zu gering, als daß wir es wagen könnten, neue zu erschaffen, und sei es auch nur auf dem Papier. Mit anderen Worten, die Evolution hat sich immer noch als bedeutend klüger erwiesen als ihre besten Theoretiker. Mit jedem Jahr, das vergeht, bestätigt sich, daß die Mechanismen des Lebens keine Ausnahmen von den Gesetzen der Chemie und der Physik darstellen, gleichzeitig aber wächst der Abstand, der uns von einem letzten Verständnis der vitalen Erscheinungen trennt. Nicht, daß nicht manches Problem gelöst und auf manche Frage eine Antwort gefunden würde, aber jedes gelöste wirft Dutzende neuer Probleme auf, und dieser Prozeß scheint kein Ende zu nehmen. Die Erfahrung von dreitausend Jahren erzählender Literatur, Malerei und Bildhauerei lehrt uns allerdings auch, daß selbst die launige Erfindung eines Tiers aus dem Nichts, ganz gleich, ob es lebensfähig wäre oder nicht, wenn seine Gestalt nur irgendwie unser Vorstellungsvermögen reizt, keine leichte Aufgabe ist. Sämtliche Tiere, die in der Mythologie aller Länder und aller Zeiten auftauchen, sind Potpourris, rhapsodische Kompositionen aus Zügen und Gliedmaßen schon bekannter Tiere. Das berühmteste und am buntschekkigsten zusammengesetzte war die Chimäre, ein Hybrid aus Ziege, Schlange und Löwe; sie war derart unmöglich, daß ihr Name heute gleichbedeutend ist mit »leerer Wahn«; mit demselben Namen bezeichnen Biologen aber auch jene Monstren, die sie mit Hilfe von Organverpflanzungen zwischen verschiedenen Tieren in ihren Labors erschaffen oder gerne erschaffen würden.”

 

 

 

primo-levi-1
Primo Levi (31 juli 1919 – 11 april 1987)

 

 

 

 

De Franse schrijver Alain Nadaud werd geboren op 31 juli 1948 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Si Dieu existe

 

ICI commence la préface de l’ouvrage où je dirai les faits et les gestes d’Anselme d’Aoste, homme plein de bontés mais à l’esprit dévoré de chimères, qui, peu après l’an mil de l’Incarnation de Notre Seigneur, chercha à s’affranchir des dogmes de la foi. Car c’est mû par un orgueil démesuré qu’il conçut le projet insensé de prouver l’existence de Dieu par les seules ressources de sa raison.

Quelques années après mon arrivée à l’abbaye du Bec, dont il venait d’être nommé abbé, et bien que je ne fusse encore qu’oblat, Anselme me fit l’honneur de me choisir comme secrétaire.

J’aurais bien voulu ne le point quitter lorsqu’il partit à Cantorbéry pour y prendre ses fonctions d’archevêque. J’aurais ainsi continué à témoigner de son oeuvre, à poursuivre à son contact la rédaction de l’histoire de sa vie. Hélas, Anselme, sous un prétexte de modestie, d’abord ne le permit, ensuite me préféra Eadmer, qu’il avait rencontré lors de son premier voyage en Angleterre et ramené avec lui en Normandie. Celui-ci eut certainement pour avantage d’être plus déférent,plus apologétique.

Pour mieux me remplacer auprès du maître, je sais qu’Eadmer, sous ses airs doucereux, me dénigra. Il me tendit aussi un piège, qui s’acheva par une ignominie, dont je fus forcé de me venger par un crime. J’en révélerai plus tard les dessous. De ce que je fus l’objet d’une pareille trahison, dure à admettre, j’avoue que je conçus de l’aigreur ; mais je crois à présent m’en être guéri. J’ose me persuader que, en ces pages, le lecteur n’en trouvera plus nulle trace ; et, comme Dieu, si cela est possible, qu’il m’en rendra justice.

Je n’avais attendu ni l’arrivée d’Eadmer ni l’autorisation d’Anselme pour commencer à prendre des notes. A mesure, non sans franchise, et même avec une relative impudeur, ce dernier me confia le récit des événements qui avaient marqué son enfance, conforté sa vocation, conduit à l’état qui était le sien. Il voulait m’édifier sans doute, et me montrer la voie. Peut-être Si Dieu existe avait-il en tête les Confessions d’Augustin d’Hippone, qu’il lisait avec une attention soutenue. L’honnêteté du propos avait à ses yeux valeur d’exemple.»

 

 

 

nadaudl
Alain Nadaud (Parijs, 31 juli 1948)

 

 

 

 

 

 

Volgens de Franse Wikipedia is de Algerijnse, Franstalige schrijver Ahmed Zitouni geboren op 31 juli 1949 in Saïda, Algerije. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Au début était le mort

 

L’INSIGNIFIANCE DES MOTS, LE FLOU DES PHOTOS ! Slogan publicitaire éprouvé, dont je découvre la portée et l’efficacité, auquel je dois cette soudaine ascension, que je suppose brève, vers les sommets de la hiérarchie des faits divers.
Grâce à mon supposé talent de tueur de chien, ainsi qu’aux photographies bradées en douce par le flic naufrageur de souvenirs à un pisse-copie affairiste, le temps d’une édition hebdomadaire, ils m’ont propulsé en lumière et en couverture. Vedette accidentelle conviée en passive célébrité. Mohammed égaré parmi les tâcherons de gloriole. Une star !
Fini l’hébergement dans les articulets rachitiques des premiers temps de mort, torchés en « brèves » insipides dans de sinistres journaux de province, en cimetières insalubres, à la rubrique « Immigration », où je fulminais en solitaire, tournant en rond dans d’approximatives et étanches crucifixions de papier, questionnant en vain un passé verrouillé.
A mon cadavre défendant, je suis maintenant incarcéré dans un dossier de prestige, promu résident de luxe, j’ai failli dire « résident privilégié », tel un Immigré accédant au pinacle administratif. Cinq pleines pages dans les quartiers résidentiels de « Paris Nuit ». Une suite de magazine, rien que pour moi. Salon, portes-fenêtres sur boulevard « people ». Titres en majuscules, en gras et en couleurs, au rayon « société ». Photographies en prime. Pleine page de présentation et médaillon de garniture (avec ma bobine) en illustration de texte. Protocole des gros tirages exhumé pour l’occasion. Grandes formules et traitement d’exception, rien que pour ma pomme. »

 

 

 

Zatouni2
Ahmed Zitouni (Saïda, 31 juli 1949)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Rosegger werd geboren op 31 juli 1843 in Alpl, Steiermark. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Advent

 

„Die Zeit schläft. Sie hat sich in die Federflaumen des Schnees oder in die Schlafhaube der Dezembernebel vermummt und fröstelt in Fieberträumen. Nur wenige Stunden des Tages schlägt sie die trüben Augen auf, erwartungsvoll ausblickend nach des Verheißenen Ankunft. Advent! – So kann’s nicht bleiben, anders muss es werden; aber wer soll denn kommen? Der Erlöser, sagt der Prediger; der Jahrlohn, sagt der Dienstbote; die Weihnachtsgabe, sagen der Arme und

das Kind; die Feiertage mit dem Christbraten, sagt die ganze Gesellschaft.

Und der Sonnenwender, sagt der Kalender. Wahrhaftig, die Sonne ist lahm und siech, die vermag gar nicht mehr hoch zu steigen; sie spaziert ihre paar Stündlein des Tages dort über die beschneiten Berghalden hin und hüllt sich dicht in Nebelmäntel, dass sie sich ja nicht

erkälte. Jeder Strauch hat sich eine weiße Decke über die Ohren gezogen; jeder Baum hat sich eine weiße Pelzhaube machen lassen – weiß ist sehr in der Mode.“

 

 

 

rosegger
Peter Rosegger (31 juli 1843 – 26 juni 1918)

 

 

 

 

 

30-07-08

Patrick Modiano, Cherie Priest, Salvador Novo, Emily Brontë, Jacques de Kadt, Alexander Trocchi, Pauline van der Lans


De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007.

 

Uit: Unbekannte Frauen (Des inconnues, Vertaald door Elisabeth Edl)

 

„In dem Sommer, als ich sechzehn war, haben wir in einer großen Villa in Talloires gearbeitet. Am Abend bedienten wir bei Tisch, meine Tante und ich. Monsieur und seine Frau empfingen viele Gäste. Nachmittags fuhren sie zum Golfspielen nach Aix-les-Bains.

Die Frau war eine vornehme Blondine. Sie hatten vier Kinder, zwei Töchter in ungefähr meinem Alter, einen neunzehnjährigen Sohn und einen anderen, fünfundzwanzigjährigen, der seinen Militärdienst in Algerien ableistete.

In jenem Sommer war er für einen längeren Urlaub nach Talloires gekommen. Ein Blonder mit einer in die Stirn fallenden Haarsträhne und einem Gesicht, das meine Freundin Sylvie romantisch gefunden hätte. Er setzte oft eine verträumte oder gequälte Miene auf, aber seinen Bruder oder seine Schwestern kommandierte er mit autoritärer Stimme herum, weckte sie früh am Morgen, um mit ihnen Tennis zu spielen oder in den Segelklub nach Les Marquisats zu fahren. Morgens organisierten die beiden Brüder im Park der Villa sogenannte Liegestütz-Wettbewerbe. Es ging darum, wer länger durchhielt, wenn sie, den Körper in horizontaler Lage auf dem Rasen, die Arme anwinkelten und durchstreckten. Ich machte sein Bett und räumte sein Zimmer auf, und ich hatte auf seinem Nachttisch ein Buch bemerkt, an dessen Titel ich mich noch erinnere: Comme le temps passe!

An der Wand neben dem Bett ein großes Photo seiner Mutter, und auf seinem Schreibtisch ein Dolch in einer ledernen Scheide. Ich hatte ihn oft Tennis spielen sehen und jedesmal mit einem

anderen Mädchen. Mir fiel auf, daß er offensichtlich der Liebling seiner Mutter war und daß auch er sehr große Zuneigung für sie empfand.“

 

 

 

 
Mondiano
Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Cherie Priest werd geboren in Tampa op 30 juli 1975. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007.

 

Uit: Wings to the kingdom

 

A Dark and Bloody Ground
 
The first time it happened—the first time anyone admits to it, anyway—was at a Decoration Day picnic being held at the battlefield at Chickamauga, Georgia. Several dozen doddering representatives of the Sons of Confederate Veterans had come together on a fine June afternoon for chicken-salad sandwiches and punch. Some sat in metal folding chairs, with their wives at their elbows, while others shuffled around the buffet table in search of the correct sliced cheese or condiment.
 
With so many aggravatingly credible witnesses, there was no denying that something strange had happened. People would argue the details for weeks, but this is the version I caught first. I suppose the best thing to do is tell it the local way—which is to say, this is partly how I heard it happened, and partly how I bet it happened.
 
 
He was confused to find himself in the woods.
 
Why would he leave us?
 
The soldier didn’t remember falling in the trees, and what he did remember of trees came to him in hazy fragments of gold and red—not this dark-shadowed hollow where he first arose.
 
Above, the canopy was green; and below, the ground was covered with new, sprouting things. Back when last he’d seen it, this had been a field. He was nearly certain of it. This whole place had been made of fields and farms, or then again, maybe it hadn’t. Maybe, if he concentrated, he could capture something else—the pressure of his arm against a tree and a squint that made his forehead ache as he leveled his rifle. How tough it must have been to fire with all those trunks in the way, with all that smoke in his eyes. How difficult to aim with all that noise in the woods around him.
 
How did he ever send off a single shot?
 
The harder he thought about it, the farther into the distance the details fled. Holding still meant holding on a few moments more, but all he could keep for sure was a dim memory of sound and smelly haze, and a nagging sense of hunger.”
 
 

 

 
Priest
Cherie Priest (Tampa, 30 juli 1975)

 

 

 

 

 

 

De Mexicaanse dichter, schrijver, vertaler, televisiepresentator en ondernemer Salvador Novo werd geboren op 30 juli 1904 in Mexico City. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007.

 

 

 

JIJ, IKZELF, DROOG ALS EEN VERSLAGEN WIND

Jij, ikzelf, droog als een verslagen wind
die slechts voor een ogenblik in zijn armen kon houden het blad
dat hij losrukte van de bomen,
hoe is het mogelijk dat niets je nu kan bewegen,
dat geen regen je kan verpletteren, geen zon je jouw vermoeidheid kan
teruggeven?
Een doelloze transparantie zijn
boven de glasheldere meren van je blik,
oh, storm, oh zondvloed van lang geleden!
Indien ik nu een beeld zoek van jou dat alleen van mij was,
indien in mijn steriele handen de laatste druppel van jouw bloed en
mijn tranen verstikte,
indien vanaf nu de wereld onverschillig is geworden,
en in woestenijen eindeloos elke nieuwe nacht
gegroeid is als mos op de herinnering aan jouw omhelzing,
hoe dan kan ik bij elke nieuwe dag anders ademen dan met jouw adem
en andere dan jouw ontastbare armen kruisen met de mijne?
Ik ween als een moeder die haar enige dode zoon heeft vervangen.
Ik ween als de aarde die tweemaal dezelfde perfecte fruitscheut heeft voelen kiemen
Ik ween omdat jij waart voorbestemd om mijn verdriet te zijn
en ik je nu al in het verleden ga toebehoren.

 

 

 

 

novo1
Salvador Novo (30 juli 1904 – 13 januari 1974)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook mijn blog van 30 juli 2006 en ook mijn blog van 30 juli 2007.



Often Rebuked

 

Often rebuked, yet always back returning
To those first feelings that were born with me,
And leaving busy chase of wealth and learning
For idle dreams of things which cannot be:

 

Today, I will not seek the shadowy region:
Its unsustaining vastness waxes drear;
And visions rising, legion after legion,
Bring the unreal world too strangely near.

 

I'll walk, but not in old heroic traces,
And not in paths of high morality,
And not among the half-distinguished faces,
The clouded forms of long-past history.

 

I'll walk where my own nature would be leading:
It vexes me to choose another guide;
Where the gray flocks in ferny glens are feeding;
Where the wild wind blows on the mountain-side.

 

What have those lonely mountains worth revealing?
More glory and more grief than I can tell:
The earth that wakes one human heart to feeling
Can centre both the worlds of Heaven and Hell.

 

 

 

 

bronte_emily
Emily Brontë (30 juli 1818 - 19 december 1848)

Portret door haar broer
Branwell Brontë

 

 

 

De Nederlandse publicist, journalist en politicus Jacques de Kadt werd geboren op 30 juli 1897 in Oss. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007.

 

Uit: Hitler, of de triomf van het kazernisme

 

“Het Duitse nationaal-socialisme is ongetwijfeld een veel pathologischer product dan het Italiaanse fascisme. Bij de Italianen ziet men altijd de poging om tot een maatschappij hier op aarde te komen, een maatschappij met imperialistische soldaten-deugden en met een cultuur die een verheerlijking wil zijn van de imperialistische pralerij. Deze verlangens worden met grote hartstochtelijkheid naar voren gebracht, en die wilde hartstocht kan, bij oppervlakkige beschouwing, voor religie doorgaan. Maar wie het nader bekijkt, ziet hoe uiterst aards zowel de opzet als de exaltatie zijn.

Iets geheel anders bemerkt men bij het Duitse fascisme. Hier is niet de Italiaanse berekening, de geestdrift voor een rationele doelstelling en de opgewondenheid die uit een geestdriftige actie voortkomt, hier is de exaltatie het primaire, men beschouwt het aardse niet als de hoofdzaak, maar als een tussenstation om van buitenwereldse gevoelens tot nog meer geëxalteerde toestanden te komen.

Geen dwaling is groter dan het verwijt zo vaak tot de Nazi's gericht, dat zij eigenlijk nieuwe ‘materialisten’ zijn, die een soort biologisch en geografisch materialisme van ‘ras, bloed en bodem’ in de plaats van de vroegere materialismen stellen. Zowel biologische als geografische argumenten hebben hun waarde, als ze tot een realiteits-systeem behoren. Maar reeds de gang van biologie-geografie naar ‘ras’, om niet te spreken van het zo mogelijk nog zottere ‘bloed’ en het zinledige ‘bodem’, is een gang van de realiteit naar de metaphysica. En de wijze waarop dan die metaphysica tot een te aanbidden mysterie gemaakt - men zou beter kunnen zeggen ‘geneveld’ - wordt, maakt het voor alle onderzoekers duidelijk, dat we hier met een typische ideologie te doen hebben en dan nog wel met het slechtste soort ideologie, nl. met een religie, die in staat van wording, in haar mythologische faze verkeert.”

 

 

 

deKadt
Jacques de Kadt (30 juli 1897 – 16 april 1988)

 

 

 

 

 

 

De Schotse schrijver Alexander Trocchi werd geboren op 30 juli 1925 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007.

 

Uit: „To a fellow conspirator” - meeting Alex Trocchi (door Denis Browne)

 

I realised my uncle was at my side, making a laboured intro about his nephew who’s interested in writing. Just as he was about to leave us, he turned to Alex, “Thanks, very — er, interesting — but I’m not really one for poetry” as he placed Man at Leisure on the table between us. As we discussed Cain’s Book, Alex realised that my appreciation of his work was more than literary. Soon I was swept away in a series of anecdotes of Sigma, smoking opium with Jean Cocteau in Paris, being on the run from the cops and the Mafia in the States, Michael X, the 60s scene, the proposed Invisible Insurrection. Everything had looked so hopeful, but then, as he put it “Everybody started dying.” This had a very personal significance to Alex and his immediate family, way beyond the lost Jimi and Janis icons, and was my first indication that experience had changed Alex from let’s-all-get-together 60s activism to a much more withdrawn, reflective and personal scene.

“So what are you working on now?” I asked innocently, after returning from the bar with more drinks. Alex shifted, slightly uncomfortably. “Och, various things”, before digressing into tales of rip-off US Mafia publishing pirates, wannabe Dutch film-makers and their inept Young Adam project. It was a tale I would become familiar with as the years went by with no new material.

Just as Alex was no longer the firebrand activist I’d expected, nor was he the voracious smack-fiend I’d been hoping for. He had his own secure personal scene, but kept it very discreet and cautious, for good reason, as I was to find out. He was sympathetic to my riches-to-rags junk story and the hassles of the lower end of the scene, but wary of involvement. Anyway, it turned out that Sunday was always Methadone Day.
“Sorry, I can’t turn you on today, old man. Why don’t you meet me here next week, and you can come back for a hit and I’ll show you some of my stuff.”

Great! I tried to sound cool as we prepared to leave the bar. As we left, Alex casually thrust the slim volume my uncle had rejected into my hand, “Eh, you might as well have this,” he said, casually, “Give me a call next week.”

We emerged on to a bleak and wet Kensington Church St and went in separate directions. As I waited for the bus on the High Street, I opened the book and read the dedication — “To Denis, a fellow-conspirator, from Alexander Trocchi.”

 

 

 

trocchi
Alexander Trocchi (30 juli 1925 – 15 april 1984)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Pauline van der Lans werd geboren op 30 juli 1963 in Den Haag. In 2005 publiceerde ze haar debuutroman Van de wereld. Zij schrijft ook columns en artikelen voor de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntverenigingen en de gemeente Arnhem. En verder heeft ze losse verhalen gepubliceerd in bladen als Opzij en Margriet. In 2003 won ze de Margrietverhalenwedstrijd. Haar debuutroman gaat over een Nijmeegse arts, Albert van Rompaaij, die op non-actief wordt gesteld en daardoor de tijd krijgt om zijn leven te onderzoeken. De roman werd op 17 april 2005 feestelijk gepresenteerd in galerie Ruimte te Amsterdam.

Uit: Van de Wereld

Ineens snapte hij alles en doorzag hij de gehele wereldproblematiek, van de lemmingenplaag in Noorwegen tot de Palestijnse vliegtuigkapingen. Het toilet stonk, het zeepje in de wastafel was verworden tot een grijze klodder en een handdoek was nergens te bekennen. Het kon hem niet deren. Niets kon hem deren. De gedempte cafégeluiden werden luider bij het openen van de deur. Jan-Willem wenkte hem en wees naar een vol beugelflesje op de bar. Ten teken van begrip en dank knikte Albert hem toe. Om hem heen stonden mensen naar elkaar toegebogen te praten. De harde muziek maakte een normale conversatie onmogelijk. "In the summertime when the weather is high, you can fresh right up and touch the sky". Overmeesterd door een blije dronkenschap overzag Albert het rumoer. Ondanks de rook en de zweterige atmosfeer drong haar musk zich op. Het mooiste meisje van de wereld. Ze lachte naar hem. Lang donker haar met een middenscheiding, zwart omlijnde ogen, een bloemetje geschilderd tussen haar wenkbrauwen. Haar huid was door de zon gebruind, haar lippen uitnodigend, haar borsten vol. Ze had een lange bordeauxrode jurk aan, overdekt met lovertjes. Om haar hals een ketting met zijn sterrenbeeld.
Ze zaten samen aan de Waal, het water klotste tegen de kant. Een verdwaalde hond snuffelde aan haar blote tenen, ze giechelde, de hond rende weg op het horen van een fluitje. Haar haar rook naar shampoo en rook, haar lippen smaakten naar chocola. Ze lachte naar hem. Vijftig meter verderop legde een plezierjacht aan, gejoel klonk over de kade. Toen ze uren later in zijn bed in slaap was gevallen, stapte hij voorzichtig over haar heen, nam een glas water en zette zachtjes een plaat op. Hij nestelde zich in zijn clubfauteuil en vol ontroering bezag hij de vage lijnen van geschilderde bloemen op haar borsten. Een startende auto gaf aan dat voor sommigen de werkdag weer begon. Een tweede auto hoorde hij al niet meer. Met een glimlach rond zijn lippen viel hij in slaap.
‘Lay lady lay, lay across my big brass bed.’

 

VanDerLans
Pauline van der Lans
(Den Haag, 30 juli 1963)

 

29-07-08

Harry Mulisch, Stanley Kunitz, Chang-Rae Lee, Wolfgang Bittner, Sten Nadolny, Thomas Rosenlöcher, Marja Brouwers, August Stramm


De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 29 juli 2006 en ook mijn blog van 29 juli 2007.

 

Uit: Archibald Strohalm en het paradijs

 

Het was lente, mei, en de natuur begon te dansen. Er lag een groenig waas door de lucht en de bomen. Uit de geurende grond kwamen schaterlachend de jonge planten op. Ook het uitspansel van vader Abram begon te prikkelen en te tintelen van uitbottend knopgroen. Men zou die vruchtbaarheid bij zo'n oude man niet voor mogelijk gehouden hebben, en het was dan ook om te lachen, om luidkeels te lachen, om plat voorover op je gezicht te vallen van het lachen. Zo lachte de hele flora, lachte de hele natuur - op één boom na -, en de profeet van het lachen liep er zwijgend en ernstig tussendoor: voorover gebogen en met de handen op zijn rug. Soms bleef hij staan en noteerde iets in zijn boekje, als een rechercheur die ongeoorloofde dingen verbaliseert. Van tijd tot tijd stopte hij ook even om het dwangceremonieel met zijn wijsvinger te bedrijven, waartoe hij steentjes opraapte, of takjes, ten einde te voorkomen dat zijn lichaam als los zand uit elkaar zou vloeien. Eveneens vaak genoeg richtte hij zijn ogen op die ene boom, die niet meelachte, omdat hij door een aanzienlijke satan was gegrepen. Het kon lijken dat hij weende om zijn lot. De lepra had hem weggeteerd. Zijn takken waren nu eerder oude slangen, die te stijf waren om zich op de grond te laten zakken. Als een grote zweer stond hij in het uitbundige bos. Archibald strohalm kon niet nalaten om steeds weer naar hem te kijken, hoe afschuwelijk hij hem ook mocht vinden - zo afschuwelijk als de dode plantage. Zelfs bleef hij steeds in zijn buurt ronddwalen, ging weleens wat verder weg, maar toch nooit zo ver dat hij hem uit het oog verloor. Steeds zag hij hem nog in de verte, langs alle andere stammen heen, als een eenzame melaatse. Verwonderd was hij even toen ook Mozes iets scheen te merken. Hij holde goedgemutst op de boom af, snuffelde een ogenblik en kwam piepend terug met zijn staart tussen zijn poten. Maar toen dacht archibald strohalm aan de gevoeligheid van dieren voor dit soort dingen. Naderende aardbevingen en andere elementaire gebeurtenissen in de natuur bespeurden ze lang van te voren en kozen de vlucht; en beweerden spiritisten niet, dat katten de in een kamer aanwezige geesten zagen, zodat ze in de lucht kopjes gingen geven? Wat ze misschien zagen waren de herinneringsbeelden of -gedachten, die de mensen in zo'n kamer projekteerden. Zo merkte Mozes in de boom zijn satan, die een stuk van hèm was: een idee, dat zijn bestemming was misgelopen. Maar even later dartelde de hond weer over het gras en stoof toe op een haastige spreeuw, die met vooruit gestoken kop in lange sprietstappen het pad kruiste, als een kantoorbediende, die de trein van 8.07 moet halen.

‘Hee!’ hoorde archibald strohalm toen plotseling vrolijk achter zich. ‘Strohalm die je bent!’

 

 

 

 

Mulisch
Harry Mulisch (Haarlem,  29 juli 1927)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler Stanley Jasspon Kunitz werd geboren in Worcester, Massachusetts, op  29 juli 1905. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007.

 

 

Passing Through

 

Nobody in the widow's household
ever celebrated anniversaries.
In the secrecy of my room
I would not admit I cared
that my friends were given parties.
Before I left town for school
my birthday went up in smoke
in a fire at City Hall that gutted
the Department of Vital Statistics.
If it weren't for a census report
of a five-year-old White Male
sharing my mother's address
at the Green Street tenement in Worcester
I'd have no documentary proof
that I exist. You are the first,
my dear, to bully me
into these festive occasions.

Sometimes, you say, I wear
an abstracted look that drives you
up the wall, as though it signified
distress or disaffection.
Don't take it so to heart.
Maybe I enjoy not-being as much
as being who I am. Maybe
it's time for me to practice
growing old. The way I look
at it, I'm passing through a phase:
gradually I'm changing to a word.
Whatever you choose to claim
of me is always yours:
nothing is truly mine
except my name. I only
borrowed this dust.

 

 

 

 

The Dark and the Fair

 

A roaring company that festive night;
The beast of dialectic dragged his chains,
Prowling from chair to chair is the smoking light,
While the snow hissed against the windowpanes.

Our politics, our science, and our faith
Were whiskey on the tongue; I, being rent
By the fierce divisions of our time, cried death
And death again, and my own dying meant.

Out of her secret life, the griffin-land
Where ivory empires build their stage she came,
Putting in mine her small impulsive hand,
Five-fingered gift, and the palm not tame.

The moment clanged: beauty and terror danced
To the wild vibration of a sister-bell,
Whose unremitting stroke discountenanced
The marvel that the mirrors blazed to tell.

A darker image took this fairer form
Who once, in the purgatory of my pride,
When innocence betrayed me in a room
Of mocking elders, swept handsome to my side,

Until we rose together, arm in arm,
And fled together back into the world.
What brought her now, in the semblance of the warm,
Out of cold spaces, damned by colder blood?

That furied woman did me grievous wrong,
But does it matter much, given our years?
We learn, as the thread plays out, that we belong
Less to what flatters us than to what scars;

So, freshly turning, as the turn condones,
For her I killed the propitiatory bird,
Kissing her down. Peace to her bitter bones,
Who taught me the serpent's word, but yet the word.

 

 

 

 

 

Kunitz
Stanley Kunitz (29 juli 1905 – 14 mei 2006)

 

 

 

 

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007.

 

Uit: A Gesture Life

 

PEOPLE KNOW ME HERE. It wasn't always so. But living thirty-odd years in the same place begins to show on a man. In the course of such time, without even realizing it, one takes on the characteristics of the locality, the color and stamp of the prevailing dress and gait and even speech-those gentle bells of the sidewalk passersby, their How are yous and Good days and Hellos. And in kind there is a gradual and accruing recognition of one's face, of being, as far as anyone can recall, from around here. There's no longer a lingering or vacant stare, and you can taste the small but unequaled pleasure that comes with being a familiar sight to the eyes. In my case, everyone here knows perfectly who I am. It's a simple determination. Whenever I step into a shop in the main part of the village, invariably someone will say, "Hey, it's good Doc Hata."

The sentiment, certainly, is very kind, and one I deeply appreciate. Here, fifty minutes north of the city, in a picturesque town that I will call Bedley Run, I somehow enjoy an almost Oriental veneration as an elder. I suppose the other older folks who live here receive their due share of generosity and respect, but it seems I alone rate the blustery greeting, the special salutation. When I buy my paper each morning, the newsstand owner will say, with a tone feigning gravity, "Doctor Hata, I presume." And the young, bushy-eyebrowed woman at the deli, whose homebound mother I helped quite often in her final years, always reaches over the refrigerated glass counter and waves her plump hands and says, "Gonna have the usual, Doc?" She winks at me and makes sure to prepare my turkey breast sandwich herself, folding an extra wedge of pickle into the butcher paper. I realize that it's not just that I'm a friendly and outgoing silver-hair, and that I genuinely enjoy meeting people, but also because I've lived here as long as any, and my name, after all, is Japanese, a fact that seems both odd and delightful to people, as well as somehow town-affirming.

 

 

 

 
lee2
Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Wolfgang Bittner werd geboren op 29 juli 1941 in Gleiwitz, Oberschlesien (tegenwoordig Gliwice, Polen). Zie ook mijn blog van 29 juli 2007.

 

Uit: Überschreiten die Grenze

 

In die Vergangenheit zu reisen, um alten Spuren nachzugehen, kann erhellend und deprimierend zugleich sein. Schon seit langem wollte ich einmal zurück nach Auenrode und nach Koppitz, wo ich als Kind mehrmals mit meiner Mutter war … Wie überall in Schlesien, ist auch hier die Erinnerung an alles Deutsche fast völlig eliminiert. Das jedenfalls war mein Eindruck während der ganzen Reise durch diese Gebiete, das fällt mir immer wieder auf. Und ich frage mich, warum das so ist, denn damit begibt sich die polnische Bevölkerung eines wesentlichen Teils der Geschichte dieses Landes, das jetzt zu Polen gehört …
Wie aber soll Europa zusammenwachsen, wenn die Jugend geschichtslos aufwächst und von den Problemen des Landes, seiner Grenzgebiete und der dort lebenden Menschen keine Ahnung hat? Die einen sind von den Deutschen überfallen worden, die anderen von den Polen vertrieben – darüber muss Offenheit herrschen, auf beiden Seiten. Keine Aufrechnung, keine Verdrängung deutscher Schuld, aber auch keine Geschichtsklitterung und keine Lügen. Sonst sind die Reden von Aussöhnung, europäischer Gemeinschaft und gutnachbarlichen Beziehungen hohle Worte, weil unter dem Lack der offiziellen Verständigungspolitik die Vorurteile und Animositäten, das schlechte Gewissen und hier und da auch der Hass weiter schwelen, vererbt von einer Generation auf die andere … „Das müssen Sie verstehen“, erklärt mir Piotr. „Viele meiner Landsleute machen es sich einfach: Für sie sind die Deutschen Täter, weil sie damals Polen überfallen haben. Dass bei Kriegsende dann die Menschen, die hier lebten, zu Opfern wurden, will man nicht zur Kenntnis nehmen. Denn Täter dürfen keine Opfer sein …"

 

 

 

 
Bittner
Wolfgang Bittner (Gliwice, 29 juli 1941)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Sten Nadolny werd geboren op 29 juli 1942 in Zehdenick an der Havel. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007.

 

Uit: Netzkarte
 
“6. August, früher Nachmittag, auf dem S-Bahnsteig in Halensee. Ein etwas zu langer Blick in meine Augen, zwei junge Leute scheinen mich erkannt zu haben. Ich beachte sie nicht und beginne mit meinen Notizen. (Kein Wort über Wirtschaft und Politik!)
 
Jenseits der Gleise wird in einer Drehtrommel Kies gewaschen. Aus großen Haufen schmutzigen Gerölls wird brauchbarer Schotter, ein verständlicher und produktiver Vorgang, eine Gebetsmühle mit Resultat. Was wäre, wenn dabei Gold anfiele? Lustloses Grübeln über den Goldpreis.
 
Hier mein Filzstift, hier das erste der rasch noch gekauften sechs Schreibhefte, es ist aufgeschlagen und der Länge nach in der Mitte gefalzt, damit es in die Jacken- oder Hemdtasche paßt. Der Filzstift ist ungeeignet. Seine Schrift färbt durch, bei feuchtem Papier sowieso, ich schwitze zu sehr. Ich kann jedes Blatt nur von einer Seite beschriften. Vielleicht sollte ich das Heft ins Außenfach des „Pilotenkoffers“ stecken. Ein unpraktisches Ding aus starrem Kunststoff, ich habe es, fürchte ich, seiner Bezeichnung wegen gekauft.
 
Am 6. August 1996 stellte ein großer, schwerer, vor Anstrengung schwitzender Mann im S-Bahnhof Halensee zwei Koffer auf den Bahnsteig. Er legte seine Rechte ins Kreuz, richtete sich ächzend auf, blinzelte in die Nachmittagssonne und ähnelte dabei, das war ihm nur zu klar, dem Bild des durstigen Dicken in einer Reklame für Dosenbier. Als Wartende ihn starr anlächelten, blickte er unwirsch weg. Jenseits der Gleise leierte eine Art Kieswaschmaschine, der Mann starrte hinüber, das Geräusch schien ihn zu beruhigen.“

 

 

 

 
nadolny
Sten Nadolny (Zehdenick an der Havel, 29 juli 1942)

 

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007.

 

Uit: Ich sitze in Sachsen und schau in den Schnee

 

Leer waren die Dichterschubladen der einstigen DDR, als die Mauer fiel. Keine verstohlenen Ritzen, in der die heimliche, unterdrückte, große Literatur überwintert hätte. Und auch der große Wenderoman, den die Kritik förmlich herbeizuzwingen suchte, blieb aus. Die Nischen des ach so grauen Alltags im realen Sozialismus, die wurden dafür, je länger er tot war, nur um so größer. Und als dann der Eiserne Vorhang in Gespensterform zurückkehrte, als „Mauer in den Köpfen“, da mochte man meinen, nichts als Nischen, umrahmt von Stacheldraht und ein paar bösen Buben, sei der Sozialismus gewesen. Die idyllischste aller staatsfreien Zonen der DDR, die lag dem Schloß Pillnitz gegenüber, auf der anderen Seite der Elbe, am südöstlichen Rand Dresdens, genauer: in Kleinzschachwitz. Hier, in einen verwilderten Garten um eine unter den Zähnen der Zeit ächzenden Villa der Jahrhundertwende herum, hier hatte die ästhetische Moderne keinen Einzug halten können. Hier klang Eichendorffs Zwiesprache mit Baum und Blüte beinahe ungebrochen fort; hier war Brockes inniger Glaube an die unscheinbare Kreatur noch nicht ganz tot; Klopstocksche Rhythmen erfüllten das Gezweig, Serenaden aus dem Hause Carl Maria von Webers klangen vom anderen Elbufer her noch immer herein, und über alles hielten Engel ihre schützende Hand- aus Versen Rilkes und Albertis herübergesprungen. Hier hatte für eine Reihe von Jahren, bis die Krake des Kapitalismus in Gestalt von „Modernisierungsmaßnahmen“ heranrückte, der Dichter Thomas Rosenlöcher sein Domizil. Als er 1982 debütierte - wie sich versteht, hieß sein erstes, kleines Bändchen Ich lag im Garten bei Kleinzschachwitz -, stand er bereits weit in den Dreißigern und hatte eine durchaus tüchtige DDR-Jugend hinter sich, ABF, „Ehrendienst“ bei der NVA und SED-Mitgliedschaft inklusive. Für ihn hatte sich der reale Sozialismus mit dem Einmarsch in Prag seinen Totenschein ausgestellt. Protest war seine Sache nicht, der laute, gefährliche und kämpferische schon gar nicht. Daß Rosenlöcher als Endzwanziger noch einmal studierte und diesmal nicht Betriebswirtschaft, sondern Literatur, ist der Fingerzeig, wohin sein Rückzug ging (nach einem „absoluten Tiefpunkt in meiner Biographie“, der Nicht-Verweigerung einer Petition an den Staatsrat für die Ausweisung Biermanns, verfaßt von seinem Lehrer Max Walter Schulz). Die Blankverse zu Beginn seines Bändchens machten es dann unmißverständlich: „Im Garten sitze ich, am runden Tisch, / und hab den Ellenbogen aufgestützt, / daß er, wie eines Zirkels Spitze,/ den Mittelpunkt der Welt markiert. / Ein Baum umgibt mich.“

 

 

 

rosenloecher
Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947)

 

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 29 juli 2007.

 

De Nederlandse schrijfster Marja Brouwers werd geboren op 29 juli 1948 in Bergen op Zoom.

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Stramm werd geboren op 29 juli 1874 in Münster, Westfalen.

 

 

 

28-07-08

Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Colin Higgins, Józef Kraszewski


De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook mijn blog van 28 juli 2006 en ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

 

Zondag

 

Zondag had ik me voorgesteld
in de hangmat door te brengen
tussen de stevige stammen van de bomen
dicht boven de aarde
en van de hemel ver genoeg verwijderd
om me een mens op zijn plaats te voelen.

 

Maar het regende.

 

 

 

 

Nu is er weer dat zomerse godlof

 

Nu is er weer dat zomerse godlof
van meisjes die in korte rokken
door alle straten fietsen
in ons land, ons land gezegend
met pastoors en dominees
die met schuine oogjes kijken
naar dat deksels jonge volkje
dat met naakte knietjes
door hun straten fietst godlof

 

en in de zwoele avondlucht
in hun seringentuin
werken zij verder
de pastoors en dominees
aan het gemengd-zwemverbod

 

 

 

 

Tegen de zomer

 

Niets is vernielender dan de warmte
De kou houdt in stand, is statisch;
de warmte beweegt met de vernieling mee
en wekt een valse schijn
van zon, gezondheid, zinvolle zonde

De warmte vleit, paait, belooft,
maakt stofgoud van stof
liefde van begeerte,
poëzie van leugens
Ik hou niet van de warmte,
broedplaats van muggen en maden
poel van limonade en andere slopende dranken
Schenk mij liever klare
kou en koffie,
destructie bevroren, duidelijk zichtbaar
en aanvaardbaar
Wie in de kou zit schept geen illusies,
Maar schept sneeuw, vrij ongenaakbaar,
in de menselijke
soms bovenmenselijke winter.

 

 

 

 

 

Campert
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

Uit: Under the Volcano

 

M. Laruelle finished his drink. He rose and went to the parapet; resting his hands one on each tennis racquet, he gazed down and around him: the abandoned jai-alai courts, their bastions covered with grass, the dead tennis courts, the fountain, quite near in the centre of the hotel avenue, where a cactus farmer had reined up his horse to drink. Two young Americans, a boy and a girl, had started a belated game of ping-pong on the verandah of the annex below. What had happened just a year ago to-day seemed already to belong in a different age. One would have thought the horrors of the present would have swallowed it up like a drop of water. It was not so. Though tragedy was in the process of becoming unreal and meaningless it seemed one was still permitted to remember the days when an individual life held some value and was not a mere misprint in a communique. He lit a cigarette. Far to his left, in the northeast, beyond the valley and the terraced foothills of the Sierra Madre Oriental, the two volcanoes, Popocatepetl and Itaccihuatl, rose clear and magnificent into the sunset. Nearer, perhaps ten miles distant, and on a lower level than the main valley, he made out the village of Tomalin, nestling behind the jungle, from which rose a thin blue scarf of illegal smoke, someone burning wood for carbon. Before him, on the other side of the American highway, spread fields and groves, through which meandered a river, and the Alcpancingo road. The watchtower of a prison rose over a wood between the river and the road which lost itself further on where the purple hills of a Dore Paradise sloped away into the distance. Over in the town the fights of Quauhnahuac's one cinema, built on an incline and standing out sharply, suddenly came on, flickered off, came on again. "No se puede vivir sin amar," Mr. Laruelle said . "As that estupido inscribed on my house."

"Come, amigo, throw away your mind," Dr. Vigil said behind him.

"--But hombre, Yvonne came back! That's whatI shall never understand. She came back to the man!" M. Laruelle returned to the table where he poured himself and drank a glass of Tehuacan mineral water. He said:

"Salud y pesetas."

"Y tiempo Para gastarlas," his friend returned thoughtfully.”

 

 

 

Lowry
Malcolm Lowry (28 juli 1909  - 26 juni 1957)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

 

AS kingfishers catch fire, dragonflies dráw fláme

 

AS kingfishers catch fire, dragonflies dráw fláme;

As tumbled over rim in roundy wells

Stones ring; like each tucked string tells, each hung bell’s

Bow swung finds tongue to fling out broad its name;

Each mortal thing does one thing and the same:

Deals out that being indoors each one dwells;

Selves—goes itself; myself it speaks and spells,

Crying Whát I do is me: for that I came.

 

Í say móre: the just man justices;

Kéeps gráce: thát keeps all his goings graces;

Acts in God’s eye what in God’s eye he is—

Chríst—for Christ plays in ten thousand places,

Lovely in limbs, and lovely in eyes not his

To the Father through the features of men’s faces.

 

 

 

The Handsome Heart:
at a Gracious Answer


'BUT tell me, child, your choice; what shall I buy
You?' -- 'Father, what you buy me I like best.'
With the sweetest air that said, still plied and pressed,
He swung to his first poised purport of reply.

 

What the heart is! which, like carriers let fly --                        
Doff darkness, homing nature knows the rest --
To its own fine function, wild and self-instressed,
Falls light as ten years long taught how to and why.

 

Mannerly-hearted! more than handsome face --
Beauty's bearing or muse of mounting vein,
All, in this case, bathed in high hallowing grace...

 

Of heaven what boon to buy you, boy, or gain
Not granted? -- Only ... O on that path you pace
Run all your race, O brace sterner that strain!

 

 

 

 

 

TO seem the stranger lies my lot, my life

TO seem the stranger lies my lot, my life
Among strangers. Father and mother dear,
Brothers and sisters are in Christ not near
And he my peace my parting, sword and strife.
  

 

England, whose honour O all my heart woos, wife
To my creating thought, would neither hear
Me, were I pleading, plead nor do I: I wear-
y of idle a being but by where wars are rife.

 

  I am in Ireland now; now I am at a thírd
Remove. Not but in all removes I can
Kind love both give and get. Only what word

Wisest my heart breeds dark heaven's baffling ban
Bars or hell's spell thwarts. This to hoard unheard,
Heard unheeded, leaves me a lonely began.

 

 

 

 

hopkins_small
Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Sanders studeerde sinds 1979 filosofie en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1986 publiceert hij in onder meer in De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en heeft hij zijn eigen vaste column in Vrij Nederland en in onzeWereld. Bij de VARA presenteerde hij onder andere het radioprogramma Ophef en Vertier. Met Anil Ramdas presenteerde Sanders Het Blauwe licht bij de VPRO. Hij is regelmatig gastcolumnist bij Theodor Holmans Desmet live, sinds 2008 OBA Live. Eén keer per week presenteert hij bij de NOS het populaire laatavond-nieuwsprogramma op Radio 1 Met het oog op morgen.

Werk o.a.: Ai Jamaica! (1991), Liefde is voor vrouwen (2002), Zon, Zee, Oorlog (2007)

 

Uit: Heilige homo’s (column)

 

“Er is iets raars gebeurd met homoseksualiteit. Als je mij dertig jaar geleden had verteld dat de christen-democraten een minister voor Landbouw zouden leveren die openlijk lesbisch is, zou ik gewezen hebben op drie onwaarschijnlijkheden. Landbouw, pot, CDA, dat is te veel van het goede.
Enfin, die droom is dus heel gewoontjes uitgekomen, en er is eigenlijk niemand die er nu nog om moet giechelen. De homo is officieel het uithangbord geworden van het goede Nederland, het Nederland waarmee iedereen zich wil vereenzelvigen. Dat heeft de homo voor een belangrijk deel te danken aan de K-Marokkaan, die ervoor heeft gezorgd dat Nederlanders moesten kiezen. Wordt het a. of b. en uitweg c. is afgesloten. Massaal werd er op de homo gestemd, al was het maar om van die K-Marokkanen af te zijn, en zo werd de homo zo’n beetje het geweten van de natie. Gaat het goed met die lui, dan gaat het goed met Nederland. De kanaries in de mijnschacht.
Vandaar ook de ontreddering als er ineens sprake is van slechte homo’s, homo’s die anderen willens en wetens met hiv besmetten: iedereen begint volautomatisch een omslachtig verhaal, dat we moeten oppassen homo’s niet te stigmatiseren. Het is zoals we dertig jaar geleden niet mochten zeggen: die zakkenroller, dat is een Marokkaan. Nee, dat was een jongen die tussen twee culturen viel en daarom wel gedwongen was de portefeuille van die vrouw tot zich te nemen.”

 

 

 

 

sanders1
Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)

 

 

 

 

De Canadese schrijver Drew Karpyshyn werd geboren op 28 juli 1971 in Edmonton. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

Uit: Mass Effect: Revelation

 

Eight Years Later

Staff Lieutenant David Anderson, executive officer on the SSV Hastings, rolled out of his bunk at the first sound of the alarm. His body moved instinctively, conditioned by years of active service aboard Alliance Systems Space Vessels. By the time his feet hit the floor he was already awake and alert, his mind evaluating the situation.

The alarm rang again, echoing off the hull to rebound throughout the ship. Two short blasts, repeating over and over. A general call to stations. At least they weren’t under immediate attack.

As he pulled his uniform on, Anderson ran through the possible scenarios. The Hastings was a patrol vessel in the Skyllian Verge, an isolated region on the farthest fringes of Alliance space. Their primary purpose was to protect the dozens of human colonies and research outposts scattered across the sector. A general call to stations probably meant they’d spotted an unauthorized vessel in Alliance territory. Either that or they were responding to a distress call. Anderson hoped it was the former.

It wasn’t easy getting dressed in the tight confines of the sleeping quarters he shared with two other crewmen, but he’d had lots of practice. In less than a minute he had his uniform on, his boots secured, and was moving quickly through the narrow corridors toward the bridge, where Captain Belliard would be waiting for him. As the executive officer it fell to Anderson to relay the captain’s orders to the enlisted crew . . . and to make sure those orders were properly carried out.”

 

 

 

 

Karpyshyn
Drew Karpyshyn (Edmonton, 28 juli 1971)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Ashbery werd geboren op 28 juli 1927 in Rochester. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

My Philosophy of Life

 

Just when I thought there wasn't room enough
for another thought in my head, I had this great idea--
call it a philosophy of life, if you will.Briefly,
it involved living the way philosophers live,
according to a set of principles. OK, but which ones?

That was the hardest part, I admit, but I had a
kind of dark foreknowledge of what it would be like.
Everything, from eating watermelon or going to the bathroom
or just standing on a subway platform, lost in thought
for a few minutes, or worrying about rain forests,
would be affected, or more precisely, inflected
by my new attitude.I wouldn't be preachy,
or worry about children and old people, except
in the general way prescribed by our clockwork universe.
Instead I'd sort of let things be what they are
while injecting them with the serum of the new moral climate
I thought I'd stumbled into, as a stranger
accidentally presses against a panel and a bookcase slides back,
revealing a winding staircase with greenish light
somewhere down below, and he automatically steps inside
and the bookcase slides shut, as is customary on such occasions.
At once a fragrance overwhelms him--not saffron, not lavender,
but something in between.He thinks of cushions, like the one
his uncle's Boston bull terrier used to lie on watching him
quizzically, pointed ear-tips folded over. And then the great rush
is on.Not a single idea emerges from it.It's enough
to disgust you with thought.But then you remember something
William James
wrote in some book of his you never read--it was fine, it had the
fineness,
the powder of life dusted over it, by chance, of course, yet
still looking
for evidence of fingerprints. Someone had handled it
even before he formulated it, though the thought was his and
his alone.

It's fine, in summer, to visit the seashore.
There are lots of little trips to be made.
A grove of fledgling aspens welcomes the traveler.Nearby
are the public toilets where weary pilgrims have carved
their names and addresses, and perhaps messages as well,
messages to the world, as they sat
and thought about what they'd do after using the toilet
and washing their hands at the sink, prior to stepping out
into the open again.Had they been coaxed in by principles,
and were their words philosophy, of however crude a sort?
I confess I can move no farther along this train of thought--
something's blocking it.Something I'm
not big enough to see over.Or maybe I'm frankly scared.
What was the matter with how I acted before?
But maybe I can come up with a compromise--I'll let
things be what they are, sort of.In the autumn I'll put up jellies
and preserves, against the winter cold and futility,
and that will be a human thing, and intelligent as well.
I won't be embarrassed by my friends' dumb remarks,
or even my own, though admittedly that's the hardest part,
as when you are in a crowded theater and something you say
riles the spectator in front of you, who doesn't even like the idea
of two people near him talking together. Well he's
got to be flushed out so the hunters can have a crack at him--
this thing works both ways, you know. You can't always
be worrying about others and keeping track of yourself
at the same time.That would be abusive, and about as much fun
as attending the wedding of two people you don't know.
Still, there's a lot of fun to be had in the gaps between ideas.
That's what they're made for!Now I want you to go out there
and enjoy yourself, and yes, enjoy your philosophy of life, too.
They don't come along every day. Look out!There's a big one...

 

 

 

 

John_Ashbery
John Ashbery (Rochester,  28 juli 1927)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

De Australische schrijver, regisseur en draaiboekauteur Colin Higgins werd geboren op 28 juli 1941 in Nouméa, Nieuw Caledonië.

 

De Poolse schrijver Józef Ignacy Kraszewski werd geboren op 28 juli 1812 in Warschau.

 

 

 

27-07-08

Michael Longley, Hilde Domin, Denis Davydov, Vladimir Korolenko, Theodore Dreiser, Rajzel Zychlinski, Marijke Höweler, Julien Gracq, Alexandre Dumas fils


De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007.

 

 

Wounds

 

Here are two pictures from my father's head--
I have kept them like secrets until now:
First, the
Ulster Division at the Somme

Going over the top with 'Fuck the Pope!'
'No Surrender!': a boy about to die,
Screaming 'Give 'em one for the
Shankill!'
Wilder than
Gurkhas
' were my father's words
Of admiration and bewilderment.
Next comes the
London-Scottish
padre
Resettling kilts with his
swagger-stick
,
With a stylish backhand and a prayer.
Over a landscape of dead buttocks
My father followed him for fifty years.
At last, a belated casualty,
He said--lead traces flaring till they hurt--
'I am dying for King and Country, slowly.'
I touched his hand, his thin head I touched.


Now, with military honours of a kind,
With his badges, his medals like rainbows,
His spinning compass, I bury beside him
Three teenage soldiers, bellies full of
Bullets and Irish beer, their flies undone.
A packet of
Woodbines I throw in,
A
lucifer, the Sacred Heart of Jesus

Paralysed as heavy guns put out
The
night-light
in a nursery for ever:
Also a bus-conductor's uniform--
He collapsed beside his carpet-slippers
Without a murmur, shot through the head
By a shivering boy who wandered in
Before they could turn the television down
Or tidy away the supper dishes.
To the children, to a bewildered wife,
I think 'Sorry Missus' was what he said.

 

 

 

 

 

Last Requests

 

I

Your batman thought you were buried alive,
Left you for dead and stole your pocket watch
And cigarette case, all he could salvage
From the grave you so nearly had to share
With an unexploded shell. But your lungs
Surfaced to take a long remembered drag,
Heart contradicting as an epitaph
The two initials you had scratched on gold.

 

II

I thought you blew a kiss before you died,
But the bony fingers that waved to and fro
Were asking for a Woodbine, the last request
Of many soldiers in your company,
The brand you chose to smoke for forty years
Thoughtfully, each one like a sacrament.
I who bought peppermints and grapes only
Couldn't reach you through the oxygen tent.

 

 

 

 

 

michael-longley

Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster, dichteres en vertaalster Hilde Domin werd geboren in Keulen als Hilde Löwenstein op 27 juli 1909. Zie ook mijn blog van 27 juli 2006 en ook mijn blog van 27 juli 2007.

 

Landen dürfen

 

Ich nannte mich
ich selber rief mich
mit dem Namen einer Insel.

 

es ist der Name eines Sonntags
einer geträumten Insel.

 

Kolumbus erfand die Insel
an einem Weihnachtssonntag.

 

Sie war eine Küste
etwas zum Landen
man kann sie betreten
die Nachtigallen singen an Weihnachten dort.

 

Nennen Sie sich, sagte einer
als ich in Europa an Land ging,
mit dem Namen Ihrer Insel.

 

 

 

 

Ziehende Landschaft

Man muß weggehen können
und doch sein wie ein Baum:
als bliebe die Wurzel im Boden,
als zöge die Landschaft und wir ständen fest.
Man muß den Atem anhalten,
bis der Wind nachläßt
und die fremde Luft um uns zu kreisen beginnt,
bis das Spiel von Licht und Schatten,
von Grün und Blau,
die alten Muster zeigt
und wir zuhause sind,
wo es auch sei,
und niedersitzen können und uns anlehnen,
als sei es an das Grab
unserer Mutter.

 

 

 

 

Exil

Der sterbende Mund
müht sich
um das richtig gesprochene
Wort
einer fremden
Sprache.

 

 

 

 

Hilde_Domin
Hilde Domin (27 juli 1909 -  22 februari 2006)

 

 

 

 

 

De Russische dichter en soldaat Denis Vasilyevich Davydov werd geboren op 27 juli 1784 in Moskou. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007.

 

 

Wisdom

 

While honouring the grape's ruby nectar,

   All sportingly, laughingly gay;

We determined -- I, Silvia, and Hector,

   To drive old dame Wisdom away.

 

   "O my children, take care," said the beldame,

    "Attend to these counsels of mine:

Get not tipsy! for danger is seldom

   Remote from the goblet of wine."

 

"With thee in his company, no man

Can err," said our wag with a wink;

"But come, thou good-natured old woman,

There's a drop in the goblet -- and drink!"

 

She frowned -- but her scruples soon twisting,

   Consented: -- and smilingly said:

   "So polite -- there's indeed no resisting,

   For Wisdom was never ill-bred."

 

She drank but continued her teaching:

   "Let the wise from indulgence refrain;"

And never gave over her preaching,

   But to say, "Fill the goblet again."

 

And she drank, and she totter'd, but still she

   Was talking and shaking her head:

Muttered "temperance" -- "prudence" -- until she

   Was carried by Love to bed.

 

 

 

 

Denis_Davydov
Denis Davydov (27 juli 1784 – 22 april 1839)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Vladimir Korolenko werd geboren op 27 juli 1853 in Zjitomir (Volynië). Zie ook mijn blog van 27 juli 2007.

 

Uit: Kinder

 

“Es war gegen Mitternacht. In der Stube konnte man das tiefe Athmen der schlafenden Kinder hören.

In einem Winkel stand auf dem Fußboden ein kupfernes Becken; darin befand sich etwas Wasser und eine Kerze in einem Leuchter. Die Kerze war stark entflammt, der Docht hatte eine dunkle Kappe bekommen und knisterte leise. Ein Pendel tickte an der Wand, und auf dem Fußboden machten sich – im Lichtkreis, der um das Becken lief – einige Küchenschaben breit. Sich auf die Hinterbeinchen setzend, sahen sie auf das Licht und bewegten ihre Fühlspitzen. – – –

Draußen wüthete der Sturm.

Der Regen schlug auf das Dach, zauste in dem Laube des Gartens, klatschte in den Pfützen des Hofes. Zeitweise verstummte er, zog sich fort in die dunkle Tiefe der Nacht, darauf aber kam er mit neuer Kraft herangestürmt, tobte noch ärger, schoß noch heftiger über das Dach, prasselte an die Fensterläden, und manchmal schien es sogar, als ströme und riesele er schon durch das Zimmer selbst. – Dann entstand in diesem etwas wie eine Unordnung, der Pendel schien zu verstummen, das Licht wollte verlöschen, Schatten glitten von der Zimmerdecke herab, die Schaben bewegten die Fühlfäden ängstlich hin und her und machten augenscheinliche Anstalten, davon zu laufen.

Allein diese Anfälle hielten nicht lange an. Es schien als habe der Regen bei sich beschlossen, nicht mehr abzureisen und wenn der Wind ihn in Ruhe ließ, so machte er sich daran, gleichmäßig und breit zu rauschen – im Hofraum, im Garten, in den Gäßchen, auf dem Bauplatz, auf den Feldern. ... Dieses Rauschen drang durch die geschlossenen Fensterläden, blieb in der Stube, bald als ein gleichmäßiges Zischen, bald als ein leises Plätschern. ...

Dann begann der Pendel wieder seine Schwingungen mit eigensinniger Schärfe laut werden zu lassen, das Licht knisterte leise, die Schaben beruhigten sich, obwohl die Hartnäckigkeit des Regens sie offenbar zwang, in ein finsteres Brüten zu versinken.”

 

 

 

korolenko
Vladimir Korolenko (27 juli 1853 – 25 december 1921)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Theodore Herman Albert Dreiser werd geboren op 27 juli 1871 in Sullivan, Indiana. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007.

 

Uit: A Hoosier Holiday

 

In grey or rainy weather the aspect of the whole place was solemn, historic. In snowy or stormy weather, it took on a kind of patriarchal significance. When the wind was high these thick, tall trees swirled and danced in a wild ecstasy. When the snow was heavy they bent low with their majestic plumes of white. Underneath them was a floor of soft brown pine needles as soft and brown as a rug. We could gather basket upon basket of resiny cones with which to start our morning fires. In spring and summer these trees were full of birds, the grackle of blackbird particularly, for these seemed to preempt the place early in March and were inclined to fight others for possession. Nevertheless, robins, bluebirds, wrens and other of the less aggressive feathers built their nests here. I could always tell when spring was certainly at hand by the noise made by a tree full of newly arrived blackbirds on some chill March morning. Though snow might still be about, they were strutting about on the bits of lawn we were able to maintain between groups of pines, or hopping on the branches of trees, rasping out their odd speech.”

 

 

 

Theodore_Dreiser_1918
Theodore  Dreiser (27 juli 1871 – 28 december 1945)

 

 

 

 

 

De Poolse dichteres Rajzel Zychlinski werd geboren op 27 juli 1910 in Gąbin, Polen. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007.

 

 

The Undarkened Window

 

In the daytime, I see him in the street

in a dark suit,

shaved,

combed,

wearing a tie -

at night the light shines in his window

across from my window.

A survivor

of Hitler's gas chambers,

he sails at night around

his undarkened window -

a wandering ship

on oceans of darkness,

and no port

allows it to enter,

so it may anchor

and darken.

Only in the mornings

does it go out,

the sickly yellow light

in his window.

 

 

 

 

Zychlinski
Rajzel Zychlinski (27 juli 1910 – 13 juni 2001)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 27 juli 2007.

 

De Nederlandse schrijfster en psychologe Marijke Höweler werd geboren in Koog aan de Zaan op 27 juli 1938.

 

De Franse schrijver Julien Gracq werd geboren op 27 juli 1910 als Louis Poirier in Saint-Florent-le-Vieil bij Angers.

 
De Franse schrijver Alexandre Dumas fils werd geboren op 27 juli 1824 in Parijs.

 

 

 

26-07-08

Aldous Huxley, Arthur Japin, George Bernard Shaw, Paul Gallico, André Maurois, Claude Esteban, Antonio Machado, Nicholas Evans, Chairil Anwar, Hans Bergel


De Engelse schrijver en criticus Aldous Huxley werd geboren op 26 juli 1894 in Godalming, Surrey. Zie ook mijn blog van 26 juli 2006 en ook mijn blog van 26 juli 2007.

Uit: The Doors of Perception and Heaven and Hell

„It was in 1886 that the German pharmacologist, Louis Lewin, published the first systematic study of the cactus, to which his own name was subsequently given. Anhalonium Lewinii was new to science. To primitive religion and the Indians of Mexico and the American Southwest it was a friend of immemorially long standing. Indeed, it was much more than a friend. In the words of one of the early Spanish visitors to the New World, "they eat a root which they call peyote, and which they venerate as though it were a deity."

Why they should have venerated it as a deity became apparent when such eminent psychologists as Jaensch, Havelock Ellis and Weir Mitchell began their experiments with mescalin, the active principle of peyote. True, they stopped short at a point well this side of idolatry; but all concurred in assigning to mescalin a position among drugs of unique distinction. Administered in suitable doses, it changes the quality of consciousness more profoundly and yet is less toxic than any other substance in the pharmacologist's repertory.

Mescalin research has been going on sporadically ever since the days of Lewin and Havelock Ellis. Chemists have not merely isolated the alkaloid; they have learned how to synthesize it, so that the supply no longer depends on the sparse and intermittent crop of a desert cactus. Alienists have dosed themselves with mescalin in the hope thereby of coming to a better, a first-hand, understanding of their patients' mental processes.“


AldousHuxley
Aldous Huxley (26 juli 1894 – 22 november 1963)


 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Japin wilde in zijn kindertijd zo nu en dan iemand anders zijn. Zijn vader (Bert Japin) was onder andere toneelrecensent. De liefde voor het toneel zat er al vroeg in. Zijn vader pleegde zelfmoord toen Japin twaalf jaar was. Het scheppen van een fantasiewereld, de vlucht uit de realiteit, was een middel om te overleven. Japin vertrok na het gymnasium naar Londen, om een opleiding te volgen aan een toneelschool, The School of Dramatic Arts. Terug in Amsterdam studeerde hij twee jaar Nederlandse Taal en Letterkunde en stapte vervolgens over naar de Kleinkunstacademie. In 1982 studeerde hij hier af. Hij speelde rollen voor radio, film en televisie (bijv. enkele bijrollen in de film 'Flodder' en de TV-serie 'Onderweg naar morgen') en op het toneel bij onder andere Toneelgroep Centrum en de Theaterunie.  In 1987 stopte Japin met acteren en begon te schrijven. In 1996 debuteerde hij met Magonische Verhalen. In 1997 volgde De zwarte met het witte hart. In de tussenliggende periode schreef Japin scenario’s, hoorspelen en toneelstukken, waarmee hij diverse literaire prijzen won. In 2000 werden enkele Magonische Verhalen verfilmd. In maart 2002 verscheen De droom van de leeuw, een grote roman over liefde en verbeelding. In 2003 werd Een schitterend gebrek gepubliceerd, dat het jaar daarop de Libris literatuurprijs ontving.


Uit: De overgave


“Die ene dag. Mensen vragen altijd alleen maar naar die ene dag. Alsof ik er geen andere heb geleefd. Of ik me die nog herinner, durven ze soms te vragen. Jazeker, ik herinner mij die dag. Ik herinner hem mij zoals andere mensen van mijn leeftijd zich een heel leven herinneren. Geen wonder, ik bén die vierentwintig uur. Alles wat ik nu nog denk en droom en doe, werd daarbinnen bepaald.
Wat ik voor die ochtend ben geweest, verloor iedere waarde; wat er na die nacht nog van mij over was, kon nergens anders nog belang aan hechten. Ik heb altijd gezegd dat met die dag alles begonnen is en alles ophield.
En nu, op de valreep, dient zich een vervolg aan.
Had ik gezegd dat ik die kerel niet wil zien, dat ik het verdom oude wonden open te rijten en hem dus niet zal ontvangen, dan was alles gebleven zoals het was. Zoals ik het ken. Zoals ik het begrijp. Maar hij is er al. De oude miss Croney kwam het me vertellen, helemaal over haar toeren. Gisteravond is hij in de stad gearriveerd, net na zonsondergang, en hij heeft vannacht boven The Whistle gelogeerd met twee van zijn vrouwen. Hij draagt een driedelig zwart pak, een gouden horlogeketting en een dasspeld in de vorm van de ster van Texas. Mijnheer wel. Elegant steunt hij op een slanke wandelstok, maar van onder zijn bolhoed hangt zijn haar in lange zwarte vlechten.
‘Die mond van hem,’ Croney gruwde ervan, ‘zo verbeten, de hoeken tot aan de kaken neergetrokken, zoiets grimmigs heb je nooit gezien.’
‘Dacht je?’ bromde ik.
‘En zijn ogen dan, die blik, o God, die vernietigende blik!’ Ze sloeg haar handen voor haar gezicht, maar ik geloof
niet dat ze zich realiseerde wat ze zei.
Als je haar moet geloven heeft de stad er de hele nacht van gegonsd en heeft niemand een oog dichtgedaan. Vanochtend vroeg heeft zich in de hoofdstraat een groepje verzameld dat met het uur uitdijt, wachtend tot de vreemdeling zich laat zien.“



Japin
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)




De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren op 26 juli 1856. Zie ook mijn blog van 26 juli 2006 en ook mijn blog van 26 juli 2007.


Uit: An Unsocial Socialist


In the dusk of an October evening, a sensible looking woman of forty came out through an oaken door to a broad landing on the first floor of an old English country-house. A braid of her hair had fallen forward as if she had been stooping over book or pen; and she stood for a moment to smooth it, and to gaze contemplatively—not in the least sentimentally—through the tall, narrow window. The sun was setting, but its glories were at the other side of the house; for this window looked eastward, where the landscape of sheepwalks and pasture land was sobering at the approach of darkness.

The lady, like one to whom silence and quiet were luxuries, lingered on the landing for some time. Then she turned towards another door, on which was inscribed, in white letters, Class Room No. 6. Arrested by a whispering above, she paused in the doorway, and looked up the stairs along a broad smooth handrail that swept round in an unbroken curve at each landing, forming an inclined plane from the top to the bottom of the house.

A young voice, apparently mimicking someone, now came from above, saying,

"We will take the Etudes de la Velocite next, if you please, ladies."

Immediately a girl in a holland dress shot down through space; whirled round the curve with a fearless centrifugal toss of her ankle; and vanished into the darkness beneath. She was followed by a stately girl in green, intently holding her breath as she flew; and also by a large young woman in black, with her lower lip grasped between her teeth, and her fine brown eyes protruding with excitement. Her passage created a miniature tempest which disarranged anew the hair of the lady on the landing, who waited in breathless alarm until two light shocks and a thump announced that the aerial voyagers had landed safely in the hall.

"Oh law!" exclaimed the voice that had spoken before. "Here's Susan."

"It's a mercy your neck ain't broken," replied some palpitating female. "I'll tell of you this time, Miss Wylie; indeed I will. And you, too, Miss Carpenter: I wonder at you not to have more sense at your age and with your size! Miss Wilson can't help hearing when you come down with a thump like that. You shake the whole house."

Oh bother!" said Miss Wylie. "The Lady Abbess takes good care to shut out all the noise we make. Let us—"

"Girls," said the lady above, calling down quietly, but with ominous distinctness.

Silence and utter confusion ensued. Then came a reply, in a tone of honeyed sweetness, from Miss Wylie:

"Did you call us, DEAR Miss Wilson?"

"Yes. Come up here, if you please, all three."



GeorgeBernardShaw
George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)





De Amerikaanse schrijver Paul Gallico werd geboren op 26 juli 1897 in New York. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

Uit: Ein Miau sagt mehr als tausend Worte (The Silent Miaow, 1964)


„Ich kann nicht oft genug sagen, wie wirkungsvoll das stumme Miau Widerstand bricht, vorausgesetzt. du nutzt es nicht ab und sparst es für den rechten Augenblick auf.

Die Technik ist lächerlich einfach. Du schaust dem Opfer an, öffnest den Mund wie zu einem volltönenden Miau — wie du es machen würdest, wenn du aus dem Zimmer gehen willst oder Hunger hast oder dich ärgerst. aber in diesem Fall lässt du keinen Ton entwischen.

Die Wirkung ist einfach erstaunlich. Der Mann oder die Frau sind bis ins innerste Mark erschüttert, und sie geben dir praktisch alles, was du willst. Deshalb sage ich, tu es nicht oft, denn sonst werden sie abgestumpft. und du hast eine wirksame Waffe verspielt.

Selbst ich, die den Menschen ein Leben lang studiert hat, finde keine Erklärung dafür, warum das stumme Miau diese magische Wirkung hat, ja, ich weiß nicht einmal, was genau die Menschen dabei empfinden. Vielleicht bieten wir ihnen ein so sprechendes Bild der Hilflosigkeit, dass ihm das Gott-Syndrom nicht widerstehen kann. Wir haben schon das Glück, dass gewisse Teile unserer gesprochenen Sprache, vor allem das Miau, dem Schreien ihrer eigenen Kinder gleicht, den Lauten, mit denen ihre Jungen ihr Verlangen nach Nahrung, Liebe, Wärme oder sonstigem Fehlendem kundtun. Die Menschen reagieren vollautomatisch und sofort auf Babygeschrei, und deshalb kann ein richtig platziertes, jämmerliches Miau sie ebenso dazu bringen, irgend etwas für uns zu tun.

Offenbar verständigen sich die Menschen untereinander vor allem mit der Stimme; das klappert und plappert unaufhörlich von morgens bis abends, und, so unglaublich es klingt, manche reden sogar im Schlaf weiter.

So glauben sie stets, die Töne, die wir machen, bedeuteten dasselbe wie bei ihnen, und unsere Sprache gleiche der ihren, was natürlich gar nicht falscher sein könnte. Zurück zum stummen Miau. Für sie scheint es eine Last an Unglück und Not wiederzugeben, die so groß ist, dass wir ihr nicht einmal Stimme verleihen können. Es ist ein Unschrei der Verzweiflung und Sehnsucht, der schneller und direkter ins menschliche Herz trifft als das jammervollste Miau, dessen wir fähig sind, und ich glaube, die Menschen stellen es auf die gleiche Stufe wie ihren eigenen Gesichtsausdruck von Liebe, Verzweiflung, Not oder Bitte, mit dem sie gewöhnlich ihr wichtigeren Reden begleiten.

Was mich angeht, ich beschränke den Gebrauch des stummen Miau auf das Betteln am Tisch, wie ich schon angedeutet habe, aber man kann es auch bei anderen Gelegenheiten wirkungsvoll einsetzen, wenn man etwas möchte, das sie einem offenbar nicht zu geben geneigt sind.“



Gallico
Paul Gallico (26 juli 1897 – 15 juli 1976)





De Franse schrijver André Maurois (eig. Emile Salomon Wilhelm Herzog) werd geboren op 26 juli 1885 in Elbeuf. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.


Uit: Climats


« ...Aprés le départ d'Odile ma vie fut très malheureuse. La maisonme semblait si triste que j'avais peine à y rester...J'étais agité par de vagues remords, pourtant je n'avais rien de précis à me reprocher. J'avais épousé Odile que j'aimais, alors que ma famille eût souhaité pour moi des mariages plus brillants; je lui avais été fidèle jusqu'à la soirée avec Misa, et ma brève trahison avait été causé par la sienne....Je commençais à entrevoir une vérité pour moi très nouvelle sur les rapports qui doivent exister entre les hommes et les femmes. Je voyais celles-ci, êtres instables, toujours à la recherche d'une forte direction qui fixerait leurs pensées et leurs désirs errants; peut-être ce besoin créait-il pour l'homme le devoir d'être cette infaillible boussole, ce point fixe. Un grand amour ne suffit pas à détacher l'être qu'on aime si l'on nesait en même temps remplir toute la vie de l'autre d'une richesse sans cesse renouvelée...Les femmes s'attachent naturellement aux hommes dont la vie est un mouvement qui les entraînent dans ce mouvement, qui leur donnent une tâche, qui exigent beaucoup d'elles....Au lieu de comprendre ses gouts, je les avais condamnés; j'avais voulu lui imposer les miens...
Notre destinée est déterminée par un geste,par un mot : au début le plus petit effort suffirait pour l'arr^ter, puis un mécanisme géant est mis en mouvement. Maintenant je sentais que les actes les plus héroïques n'auraient pus faire renaïtre chez Odile l'amour qu'elle avait eu jadis pour moi... »



Andr_Maurois_by_Philip_Alexius_de_
Anré Maurois (26 juli 1885 – 9 oktober 1967)

Portret door Philip Alexius de László

 

 

 

 

De Franse dichter en essayist Claude Esteban werd geboren op 26 juli 1935 in Parijs. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

Uit: Au plus près de la voix


« Que restait-il, au lendemain d’une guerre, de ses désastres, de ses désillusions, sur quoi bâtir ? Quelle assurance donner à une parole qui se refuserait à la fois au soliloque subliminal des uns et à l’engagement restrictif des autres ? Tout le langage, est-on tenté de répondre, tous les mots qui attendent d’être mis ensemble, mais désassujettis des finalités secondes, des motivations subreptices dont ils s’étaient aggravés. Était-ce derechef un leurre, le rêve récurrent d’une virginité des vocables, d’un sens plus pur, ainsi que l’avait exprimé une fois pour toutes Mallarmé, dans l’acception quasi alchimique du terme ? Les mots de la tribu, assurément, mais redevenus tangibles dans la bouche, rendus à leur matérialité savoureuse, à leur substance, à leurs sucs. Les concepts, les notions claires, n’avaient nourri que nos pensées ; nous avions faim de choses plus charnelles, et que les mots aient un goût d’arbre, de terre remuée, que le vent les traverse, la pluie, l’orage. C’était, on le devine, enfreindre les conventions tacites, bafouer la sourcilleuse législation des linguistes et le savoir de ceux qui allaient bientôt, avec quelque superbe, se nommer sémioticiens.

Car les mots – on n’avait pas manqué, depuis un siècle, d’en avertir les « locuteurs », et au premier chef les écrivains – les mots, tels qu’ils se proposent au commerce verbal, ne sont rien que l’assemblage insécable d’un signifiant et d’un signifié, en vérité, des sortes de vecteurs mentaux qui n’entretiennent de relations qu’avec d’autres signes, et qui, à eux tous, enserrés dans ce réseau de l’intellect, nous permettent de communiquer, et donc de nous entendre les uns avec les autres. Nous savions tout cela – et que ce morceau de réalité que tel mot convoque, feuille, caillou, soleil, occupe la position toute subalterne de référent. N’importe. Il fallait à ces poètes des temps nouveaux pécher contre la grammaire et la norme par une forme très ancienne de cratylisme, c’est-à-dire entremêler l’immédiat et l’intelligible, restituer aux vocables les plus élimés par l’usage du quotidien ce que j’appellerai avec les phénoménologues leur corporalité primitive, et donc leur place au coeur de la complétude et de la massivité du monde. »



Esteban
Claude Esteban (26 juli 1935 – 10 april 2006)





De Spaanse schrijver en dichter Antonio Machado Ruiz werd op 26 juli 1875 in Sevilla geboren. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.



Last night, as I was sleeping,


Last night, as I was sleeping,
I dreamt -- marvelous error!—
that a spring was breaking
out in my heart.
I said: Along which secret aqueduct,
Oh water, are you coming to me,
water of a new life
that I have never drunk?

Last night, as I was sleeping,
I dreamt -- marvelous error!—
that I had a beehive
here inside my heart.
And the golden bees
were making white combs
and sweet honey
from my old failures.

Last night, as I was sleeping,
I dreamt -- marvelous error!—
that a fiery sun was giving
light inside my heart.
It was fiery because I felt
warmth as from a hearth,
and sun because it gave light
and brought tears to my eyes.

Last night, as I slept,
I dreamt -- marvelous error!—
that it was God I had
here inside my heart.

Siesta

 

 

 

 

In Memory of Abel Martin

While the fish of fire traces its curve,
near the cypress beneath the supreme blue,
and the blind child flies in the white stone,
and in the elm the ivory couplet
of the green cicada beats and returns,
let's honor the Lord
-- the black stamp of his good hand --
who has dictated the silence in the clamor.

To the god of the distance and the absence,
of the anchor in the sea, the open sea...
He frees us from the world -- omnipresence --
opening for us a path to walk on.

With the hidden cup well-filled,
with this ever-filling heart,
let's honor the Lord who has made the Void
and has sculpted in faith our reason



antonio-machado
Antonio Machado (26 juli 1875 – 22 februari 1939)





De Engelse schrijver Nicholas Evans werd geboren op 26 juli 1950 in Bromsgrove. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

Uit: The Horse Whisperer


“There was death at its beginning as there would be death again at its end. Though whether it was some fleeting shadow of this that passed across the girl's dreams and woke her on that least likely of mornings she would never know. All she knew, when she opened her eyes, was that the world was somehow altered.

The red glow of her alarm showed it was yet a halfhour till the time she had set it to wake her and she lay quite still, not lifting her head, trying to configure the change. It was dark but not as dark as it should be. Across the bedroom, she could clearly make out the dull glint of her riding trophies on cluttered shelves and above them the looming faces of rock stars she had once thought she should care about. She listened. The silence that filled the house was different too, expectant, like the pause between the intake of breath and the uttering of words.
Soon there would be the muted roar of the furnace coming alive in the basement and the old farmhouse floorboards would start their ritual creaking complaint. She slipped out from the bedclothes and went to the window.”



evans3
Nicholas Evans (Bromsgrove, 26 juli 1950)



Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 26 juli 2007.

De Indonesische dichter Chairil Anwar werd geboren op 26 juli 1922 in Medan.


De Duitse schrijver en journalis
t Hans Bergel werd geboren op 26 juli 1925 in Râşnov (Duits:Rosenau), Siebenbürgen ofwel Transsylvanië, Roemenië.


25-07-08

Elias Canetti, Max Dauthendey, Annette Pehnt, Sytze van der Zee, Albert Knapp, Ottokar Kernstock


De Duitstalige schrijver Elias Canetti werd geboren op 25 juli 1905 in Russe in Bulgarije. Zie ook mijn blog van 25 juli 2006. Zie ook mijn blog van 25 juli 2007.

 

Uit: Masse und Macht

 

Das Massensymbol der geeinten deutschen Nation, wie sie sich nach dem französischen Kriege von 1870 bildete, war und blieb das Heer Jeder Deutsche war stolz darauf; es gab nur vereinzelte, die sich dem überwältigenden Einfluß des Symbols zu entziehen vermochten. Ein Denker von der universalen Kultur Nietzsches empfing den Anstoß zu seinem Hauptwerk, dem »Willen zur Macht«, in jenem Krieg: es war der Anblick der Reiterschwadronen, den er nicht vergaß. Dieser Hinweis ist nicht müßig; er zeigt, wie allgemein die Bedeutung des Herres für den Deutschen war, die sich hochmütig gegen alles, was an Menge gemahnte, abzugrenzen verstanden. Bürger, Bauern, Arbeiter, Gelehrte, Katholiken, Protestanten, Bayern, Preußen, alle sahen in der Armee das Sinnbild der Nation. Die tieferen Wurzeln dieses Symbols, seine Herkunft aus dem Wald, sind an anderer Stelle aufgedeckt worden. Wald und Herr hängen für den Deutschen auf das innigste zusammen, und es läßt sich das eine so gut wie das andere als das Massensymbol der Nation bezeichnen; sie sind in dieser Hinsicht dassselbe.

 

Es ist von entscheidender Bedeutung, daß das Heer neben seiner symbolischen Wirksamkeit auch konkret bestand. Ein Symbol lebt in der Vorstellung und im Gefühl der Menschen; als solches war es das merkwürdige Gebilde Wald- Heer. Die wirkliche Armee dagegen, in der jeder junge Deutsche diente, hatte die Funktion einer geschlossenen Masse. Der Glaube an die allgemeine Wehrplicht, die Überzeugung von ihrem tiefen Sinn, die Ehrfurcht von ihr reichten weiter als die traditionellen Religionen, er erfaßte Katholiken so gut wie Protestanten. Wer sich ausschloß, war kein Deutscher. Es ist gesagt worden, daß man Armeen nur in recht eingeschränkten Sinne als Masse bezeichnen darf. Doch war das Im Falle der Deutschen anders: er erlebte die Armee als eine weitaus wichtigste geschlossene Masse. Sie war geschlossen, da nur bestimmte Jahrgänge von jungen Männern auf begrenzte Zeit in ihr dienten. Bei den übrigen war sie ein Beruf, also schon darum nicht allgemein. Aber jeder Mann ging einmal durch sie hindurch und blieb für sein Leben innerlich an sie gebunden.“

 

 

elias-canetti
Elias Canetti (25 juli 1905 - 14 augustus 1994)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schilder Max Dauthendey werd geboren op 25 juli 1867 in Würzburg. Zie ook mijn blog van 25 juli 2007.

 

 

Der Jungrosen Dorn

 

Als ob von Freude ein Regen fiel,
Ist jetzt an grünen Dornen
Der wilden Rosen Spiel.

Sie hängen an allen Wegen
Mit Lachen und leichtem Drängen,
Als ob verschämte Gedanken
Mädchen verlegen machen.

Aber der Jungrosen Dorn
Ist weich noch. Will er Dein Blut,
Nimmt er's im Übermut,
Und lachend ist sein Zorn.

 

 

 

 

Heut es kein Abend werden will

 

Heut es kein Abend werden will,
In alle Gassen hinein
Steht noch der Frühlingstag still.
Und der Laternen funkelnde Reih'n
Ziehen im letzten Tagesschein
Wie in die Halle des Himmels ein.

Seht auch, es glänzen im Grau
Die Steine der Straßen noch blau.
Der Tag will den Stein nicht verlassen;
Er will ihn als Edelstein fassen,
Weil die Menschen darüber gegangen,
Die Menschen zu zwein und mit glühenden Wangen.

 

 

 

 

Wenn dich meine Wiesen

 

Möchte Deinen Leib
Keinen Garten nennen,
Wo sich Blum' und Mensch
Nur vom Sehen kennen.
Möchte Deinen Leib
Nennen meine Wiesen,
Wo Heilwurzeln würzig
Und Labkräutlein sprießen.

Winzig kleine Blüten,
Kaum sichtbar wie Sterne,
Hausen dort urwüchsig,
Wirken stark zur Ferne.
Darf mich dort zum Schlummer
In den Glücksklee legen,
Er vertreibt den Kummer.

Nie in einem Garten
Könnt' ich in den Beeten
Ruhen in den harten.
Nenn Dich meine Wiesen,
Wo mit Kraft und Freude
Herzerquickend sprießen.

 

 

 

 

max_dauthendey
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Annette Pehnt werd geboren op 25 juli 1967 in Keulen. Zie ook mijn blog van 25 juli 2007.

 

Uit: Mobbing

 

"Das war’s, sagte Jo, ich bin erledigt, aber es klang nicht so. Naja, sagte ich, so schlimm wird es wohl nicht sein. Wenn das Schlimmste passiert, muss man sich endlich nicht mehr davor fürchten, sagte Jo. Sehr weise, sagte ich, haben sie dich rausgeschmissen oder was. Genau, sagte Jo, du kannst es nachlesen, fristlos. - Ich bewegte mich in Jos Worten, als bewegten sie mich nur am Rande. Ein seltsam beschwingtes Gefühl der Leere hielt mich in meinem Lächeln."

 

(...)

Als ich das Fahrrad abstelle, sehe ich durch das Fenster Jo am Herd, das Baby hockt auf seiner Hüfte und späht in die Töpfe. Ich sehe, wie es immer wieder den Kopf an Jos Schulter legt, sich vorbeugt. Ich freue mich an den aneinandergeschmiegten Gesichtern, dem Baby in Jos Obhut, an den sanften Bewegungen. Als ich lächelnd die Tür aufdrücke, dreht sich Jo zu mir um, er lächelt nicht. 'Warum hast du das Fläschchen nicht ausgespült?' sagt er. 'Was willst du?' sage ich. 'In acht Wochen haben wir einen Termin beim Arbeitsgericht', sagt er."

 

 

 

Annette_Pehnt_1
Annette Pehnt (Keulen, 25 juli 1967)

 

 

 

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Sytze van der Zee werd geboren op 25 juli 1939 in Hilversum. Van 1969 tot 1975 was hij correspondent van NRC-Handelsblad in Bonn, daarna correspondent van dezelfde krant in Brussel voor België, de Europese Gemeenschap en de NAVO. Van der Zees vader had zich voor WO II aangesloten  bij de NSB. Hij liep in het WA-uniform en stuurde zoon Wim naar de Jeugdstorm. Moeder  Van der Zee was er aanvankelijk helemaal niet voor, maar liet zich overtuigen. Zij ging collecteren voor de Winterhulp. Lang heeft het allemaal niet geduurd. Toen de jodenvervolging op gang kwam, bedankte Van der Zee voor de NSB. Het kwaad was toen echter al geschied. De familie stond in de buurt bekend als 'fout', ook al probeerde Van der Zee z'n verkeerde keuze goed te maken. Hij verzweeg het onderduikadres van Joodse kennissen en leverde een stencilmachine aan het verzet. Niet lang na de bevrijding werd op een avond Van der Zee van huis gehaald. Een jaar lang bleef hij weg; in afwachting van een proces verbleef hij in een werkkamp niet ver van Hilversum vandaan. Moeder Van der Zee bleef met de drie zoons en dochter Ietje achter.

 

Uit: Potgieterlaan 7

 

“Een heel enkele keer denk je dat iemand een lotgenoot zou kunnen zijn, en dan maak je voorzichtig een toespeling: ‘Jullie hebben het na de oorlog moeilijk gehad, niet?’ Dat is een soort code, niet in, maar na de oorlog. De ander trekt een verbaasd gezicht.
‘Je vader is toch pas begin 1948 thuisgekomen?’
‘Hij zat in een Duits concentratiekamp en daarna is hij heel lang ziek geweest, tbc,’ zegt de ander. ‘Eerst moest hij beter worden, voordat hij naar huis kon. De Amerikanen wilden dat.’
Bijna drie jaar lang ziek? Dat moet een heel hardnekkige en kwaadaardige vorm van tuberculose zijn geweest, de vliegende tering was het in ieder geval niet. Misschien is hij als Lazarus uit de dood opgestaan. Ik weet beter, mijn moeder heb ik het horen vertellen: de vader heeft als lid van een Duitse organisatie, Organisation Todt, de nazi’s hand- en spandiensten verleend. Na de oorlog heeft hij eerst bij de Amerikanen in Duitsland en vervolgens in Nederlands vastgezeten. Ook vertelde ze dat het gezin aan de andere kant van Hilversum heeft gewoon, over het spoor, maar naar onze buurt is verhuisd om een nieuw leven te kunnen beginnen.
Omdat de ander geen krimp geeft, doe ik er het zwijgen toe. Je weet het immers nooit, misschien is het toch niet waar, en dan loop je het gevaar jezelf bloot te geven.”

 

 

 

 

Zee_S
Sytze van der Zee
(Hilversum, 25 juli 1939)

 

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 25 juli 2007.

 

De Duitse dominee en dichter Albert Knapp werd geboren op 25 juli 1798 in Tübingen.

 

De Oostenrijkse dichter, priester en Augustijner Koorheer Ottokar Kernstock werd geboren op 25 juli 1848 in Marburg an der Drau.

 

 

 

 

 

24-07-08

Robert Graves, Johan Andreas dèr Mouw, Alexandre Dumas père, Banana Yoshimoto, Betje Wolff, Katia Mann, Frank Wedekind, Hermann Kasack


De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

 

Babylon

 

The child alone a poet is:
Spring and Fairyland are his.
Truth and Reason show but dim,
And all’s poetry with him.
Rhyme and music flow in plenty
For the lad of one-and-twenty,
But Spring for him is no more now
Than daisies to a munching cow;
Just a cheery pleasant season,
Daisy buds to live at ease on.
He’s forgotten how he smiled
And shrieked at snowdrops when a child,
Or wept one evening secretly
For April’s glorious misery.
Wisdom made him old and wary
Banishing the Lords of Faery.
Wisdom made a breach and battered
Babylon to bits: she scattered
To the hedges and ditches
All our nursery gnomes and witches.
Lob and Puck, poor frantic elves,
Drag their treasures from the shelves.
Jack the Giant-killer’s gone,
Mother Goose and Oberon,
Bluebeard and King Solomon.
Robin, and Red Riding Hood
Take together to the wood,
And Sir Galahad lies hid
In a cave with Captain Kidd.
None of all the magic hosts,
None remain but a few ghosts
Of timorous heart, to linger on
Weeping for lost Babylon.

 

 

 

 

 

The Persian Version

 

Truth-loving Persians do not dwell upon
The trivial skirmish fought near Marathon.
As for the Greek theatrical tradition
Which represents that summer's expedition
Not as a mere reconnaisance in force
By three brigades of foot and one of horse
(Their left flank covered by some obsolete
Light craft detached from the main Persian fleet)
But as a grandiose, ill-starred attempt
To conquer Greece - they treat it with contempt;
And only incidentally refute
Major Greek claims, by stressing what repute
The Persian monarch and the Persian nation
Won by this salutary demonstration:
Despite a strong defence and adverse weather
All arms combined magnificently together.

 

 

 

 

 

Call It a Good Marriage

 

Call it a good marriage -
For no one ever questioned
Her warmth, his masculinity,
Their interlocking views;
Except one stray graphologist
Who frowned in speculation
At her h's and her s's,
His p's and w's.

Though few would still subscribe
To the monogamic axiom
That strife below the hip-bones
Need not estrange the heart,
Call it a good marriage:
More drew those two together,
Despite a lack of children,
Than pulled them apart.

Call it a good marriage:
They never fought in public,
They acted circumspectly
And faced the world with pride;
Thus the hazards of their love-bed
Were none of our damned business -
Till as jurymen we sat on
Two deaths by suicide.

 

 

 

 

 

 

gravesathisdesk
Robert Graves (24 juli 1895 - 7 december 1985)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Johan Andreas dèr Mouw (Adwaita) werd  geboren op 24 juli 1863 in Westervoort Zie ook mijn blog van 24 juli 2006 en ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

 

Zomer

 

1.

 

't Aardoppervlak zie 'k als een schedelhuid:

Zweetstralen, sijp'len stinkende rivieren,

Waarlangs vuil-groenig roos en schimmel tieren;

Gebergten schurft steken er boven uit;

 

Mensch-luizen, in hun nesten meest op buit

Rondkrauw'lend, zie 'k land'lijke blijdschap vieren,

Verpletterd soms, als 't trekken van wat spieren

De rotsen storten doet, schurftkluit na kluit.

 

De hemel lijkt een broeierige pet,

Aan gele knoop, die doorschijnt, in vervoering

Om 't mooie weer jolig scheef opgezet;

 

En smullend van de zweetdamp, loom en vet

En week en wit hangen in stille ontroering

De wolkenteken aan de blauwe voering.

 

 

 

 

 

Dof violet is 't west en paarsig grijs

 

Dof violet is 't west en paarsig grijs.
Nog wandel 'k door het zwaar berijpte gras,
En hoor naast me op de vaart het fijn gekras
Van schaatsen over 't hol rinkelend ijs:

 

Ik heb 't gevoel, of 'k op 't bevroren glas
Cirk'lend, zwevend, zwenkend op kunst'ge wijs,
Met 't buigend bovenlichaam daal en rijs:
'T is in mijn rug, of 'k zelf op schaatsen was.

 

Zo hoop 'k dat, langs wiens geest mijn verzen glijen,
Alleen, in paren, of in lange rijen,
Schomm'lend op maat en rijm van hollands staal,

 

Dat hij de wind, die mij droeg, zelf hoort waaien,
En 't fijn slieren en 't heerlijk brede zwaaien
Voelt van zijn eigen stemming in mijn taal.

 

 

 

 

 

'k Zat, jong, graag in mijn pereboom te deinen

 

'K zat, jong, graag in mijn pereboom te deinen:
In de afgeknotte top had ik een plank
Getimmerd, en gevlochten, rank door rank,
Klimop tot rugleun en veil'ge gordijnen.

 

Mijn zomerzon zag 'k in mijn tuinen schijnen,
Zelf in groen licht op wiegelende bank;
Een open schoolraam galmde in zeur'ge klank
Van kale en korte Karels en Pepijnen.

 

Zo, daadloos, boven 't leven, kijk ik toe:
Mijn wereld ligt in de avondzon; 't wordt laat.
Mij zelf en and'ren heb ik ondergaan.

 

'K lach om wie zegt, dat ik mijn plicht niet doe;
En, wachtend, schommel ik op rijm en maat:
Nooit heb ik zo, als nu, mijn plicht gedaan.

 

 

 

 

 

 

Dermouw
Johan Andreas dèr Mouw (24 juli 1863 – 8 juli 1919)

 

 

 

 

De Franse dramaturg en schrijver Alexandre Dumas père werd geboren in (Villers-Cotterêts (Aisne) op 24 juli 1802. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

Uit: Mes Mémoires

 

“Frédéric ne m'avait pas menti ; on avait organisé - qui cela ? Je ne m'en doute même pas -, on avait organisé, ou peut-être même, sans aucun agglutinatif que la haine qu'on nous portait, s'était organisée toute seule la plus rude cabale qu'on eût jamais vue. Comme d'habitude, j'assistais à ma première représentation dans une loge ; je ne perdis donc rien des incidents de cette terrible bataille qui dura sept heures, et dans laquelle, dix fois terrassée, la pièce se releva toujours, et finit, à deux heures du matin, par mettre le public, haletant, épouvanté, terrifié, sous son genou. Oh ! je le dis, avec un enthousiasme qui n'a rien perdu de sa force par ces vingt-cinq ans de guerre, et malgré mes cinquante succès, c'est une grande et magnifique lutte que celle du génie de l'homme contre la volonté mauvaise du public, la vulgarité des assistants, la haine des ennemis ! Il y a une satisfaction immense à sentir, aux endroits dramatiques, l'opposition plier sur les jarrets, et, lentement renversée en arrière, toucher la terre de sa tête vaincue ! oh ! comme la victoire donnerait de l'orgueil, si, au contraire, chez les bons esprits, elle ne guérissait pas de la vanité !

Il est impossible de rendre, après le monologue de Sentinelli à la fenêtre, sifflé, il est impossible de rendre l'effet de l'arrestation de Monaldeschi ; toute la salle éclata rugissante d'applaudissements, et, quand, au cinquième acte, Monaldeschi, sauvé par l'amour de Christine, envoya la bague empoisonnée à Paula, il y eut des cris de fureur contre le lâche assassin, lesquels se convertirent en bravos frénétiques, quand on le vit, blessé déjà, sanglant, se traînant bas, et rampant aux pieds de la reine, qui, malgré ses supplications et ses prières, prononça ce vers, jugé impossible par Picard :

« Eh bien, j'en ai pitié, mon père... Qu'on l'achève ! »

Cette fois, la salle était vaincue, le succès décidé.”

 

 

 

 

 

dumas-pere-Dumas
Alexandre Dumas père (24 juli 1802 - 5 december 1870)

Foto van Felix Nadar

 

 

 

 

De Japanse schrijfster Banana Yoshimoto werd geboren op 24 juli 1964 inTokyo. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

Uit : Kitchen (Vertaald door Megan Backus)

 

« The place I like best in this world is the kitchen. No matter where it is, no matter what kind, if it's a kitchen, if it's a place where they make food, it's fine with me. Ideally it should be well broken in. Lots of tea towels, dry and immaculate. White tile catching the light (ting! ting!).

I love even incredibly dirty kitchens to distraction-vegetable droppings all over the floor, so dirty your slippers turn black on the bottom. Strangely, it's better if this kind of kitchen is large. I lean up against the silver door of a towering, giant refrigerator stocked with enough food to get through a winter. When I raise my eyes from the oil-spattered gas burner and the rusty kitchen knife, outside the window stars are glittering, lonely.

Now only the kitchen and I are left. It's just a little nicer than being all alone.

When I'm dead worn out, in a reverie, I often think that when it comes time to die, I want to breathe my last in a kitchen. Whether it's cold and I'm all alone, or somebody's there and it's warm, I'll stare death fearlessly in the eye. If it's a kitchen, I'll think, "How good."

Before the Tanabe family took me in, I spent every night in the kitchen. After my grandmother died, I couldn't sleep. One morning at dawn I trundled out of my room in search of comfort and found that the one place I could sleep was beside therefrigerator.

My parents-my name is Mikage Sakurai-both died when they were young. After that my grandparents brought me up. I was going into junior high when my grandfather died. From then on, it was just my grandmother and me.

When my grandmother died the other day, I was taken by surprise. My family had steadily decreased one by one as the years went by, but when it suddenly dawned on me that I was all alone, everything before my eyes seemed false. The fact that time continued to pass in the usual way in this apartment where I grew up, even though now I was here all alone, amazed me. It was total science fiction. The blackness of the cosmos. “

 

 

 

Yoshimoto
Banana Yoshimoto (Tokyo, 24 juli 1964)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Betje Wolff (eig. Elizabeth Bekker) werd geboren in Vlissingen op 24 juli 1738. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

Uit: Historie van den heer Willem Leevend

 

Waarde vriendin!

 

Ik moet, al zou Dominé morgen geen schoone bef om zyn hals hebben, alles neer gooijen, waar aan ik bezig ben. - Ik heb u wat nieuws te zeggen. Daar hoor ik van myne Naaister, dat uws Broêrs Weduw trouwen zal met Gerrit van Oldenburg! wel, nu sla ik er geen hand aan: Mevrouw Leevend trouwen met zo een Taggeryn! zo een Beer op sokken! zulk een Nero niemands vriend! Een man zonder opvoeding, zonder manieren! Zy zo polit, zo zedig, zo attent op alles! Dat is my te geleerd. Zou zy uit belang dien ryken Fokkert aanslaan? Ik meende, dat zy er warmpjes inzat. Weet gy wat, Vriendin, als ik evenwel zulk een lief waardig man in 't graf had, als zy heeft, ik zou Gerrit van Oldenburg wel hebben laaten waaijen. 't Is waar, hy ziet er wel genoeg uit; is van haare jaaren; staat ter goeder naam en faam; heeft kind noch kraai in de waereld; is een geschikt bejaard vryer. Ik moet zeggen zo als het is.

Hoe zal dit onze Daatje toch monden? Hoe zal Wim dat aanstaan? Hy geeft zich vry wat airs, en is zo mal met zyne Moeder; nu, zy blyft hem niets schuldig. 't Is of zy alleen voor Zoontje leeft. Ik ging met dit nieuwtje, zo dryvend, naar Dominees studeerkamer; want ik maak geen moordkuil van myn hart: ‘Hoe komtje dat voor? zei ik.’ ‘Heel wel, kind, zei hy; Mevrouw Leevend is eene verstandige Vrouw, en van Oldenburg een geschikt Man.’ Nu, ik zeg verstandig tegen haar! Is dit Huwlyk echter het grootste bewys van haar verstand, dan durf ik ook nog met myne klompen op 't ys koomen; dan kan ik ook vloot houden. Ei, kom, het lykt immers nergens naar! Ik hou niet extra veel van Mevrouw Leevend; my is zy te precis. Maar toch zo een misselyk figuur moest zy niet neemen. 't Is eene braave Vrouw; en zo zy wat minder geheel anders was als ik ben, ik zou haar heel liefhebben, en haar dit Huwlyk sterk afraaden.”

 

 

 

 

wolf
Betje Wolff (24 juli 1738 - 5 november 1804)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijversvrouw Katia Mann, steun en toeverlaat van de Duitse schrijver Thomas Mann, werd geboren als Katharina Pringsheim op 24 juli 1883 in Feldafing. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

Uit: Frau Thomas Mann (door Inge und Walter Jens)

 

„Wer war Frau Thomas Mann? Wer war Katharina Pringsheim? Die Antwort auf die Fragen scheint einfach: Katia, wer denn sonst? Katia, die so bekannt ist wie Heinrich oder Golo,Erika oder Klaus. Eine Figur im Reich des Zauberers, seine engste Vertraute. «K.», die in Thomas Manns Tagebüchern als Mutter seiner Kinder, als seine Begleiterin und Ratgeberin, aber auch als Managerin eines ebenso erfolgreichen wie bedrohten Betriebs erscheint. Katia, Ehefrau und Mutter – von Mann und Kindern aus gegebenem Anlass in Essays, Reden und brieflichen Huldigungen in ihrer Widersprüchlichkeit beschrieben. «Sie war eine «starke und naive Persönlichkeit», meinte Golo, ihrem Mann an «logisch-juristischer Intelligenz» überlegen und gelegentlich aufbrausend: «sie hatte den Jähzorn ihres Vaters geerbt».

Katia, die Spiegelfigur, eine von außen betrachtete Gestalt: Wer war sie wirklich? Das «Zubehör» des Zauberers, der ohne seine Frau nicht arbeiten konnte? Gewiss. Aber Katia Mann war mehr: Zentrum einer amazing family und Partner für Menschen, die Trost brauchten. Niemand kannte die Seelenlage ihres Mannes, Treue und Verlässlichkeit eines androgyn veranlagten Künstlers, so genau wie sie; niemand wusste so viel von den Geheimnissen der Kinder; niemand beherrschte das Reglement der Diplomatie, von dessen strikter Befolgung das Wohl des pater familias abhing, mit gleicher Perfektion wie Katharina, geb. Pringsheim, die schon als junges Mädchen von ihrer Mutter gelernt hatte, dass sich Strenge und Liberalität, Ordnung und Leidenschaft sehr wohl vereinen ließen ... vorausgesetzt, man war intelligent. Und das traf für Katia Mann zu. (Der Zauberer wurde zornig, wenn er in Situationen geriet, in denen seine Frau ihm intellektuell überlegen war.)

Woher wir das wissen? Aus Katias Briefen, Hunderten von bisher unbekannten Schriftstücken, auf denen, als strukturierenden Elementen, unsere Biographie beruht. Verschlossen bisher in Archiven, treten in dieser Dokumentation Zeugnisse ans Licht, die Katias Leben aus ihrer eigenen Perspektive erhellen.“

 

 

 

 

mann
Katia Mann (24 juli 1883 – 25 april 1980)

Katia en Thomas Mann in Lübeck, 1955

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en acteur Frank Wedekind werd geboren in Hannover op 24 juli 1864. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

Die neue Kommunion

 

Eine Offenbarung Gottes

Gratisbeigabe zum »Neuen Vaterunser«

 

Lischen kletterte flink hinauf
Bis in die höchsten Äste,
Fing in der Schürze die Äpfel auf
Ihrer Mutter zum Feste.

 

Ich lag unten, verliebt und faul,
Auf dem Rücken im Grase,
Mancher Apfel fiel mir ins Maul,
Mancher mir auf die Nase.

 

Jetzt stand Lischen auf starkem Ast,
Schelmisch sah sie hernieder,
Ihres Leibes liebliche Last
Wiegte sich hin und wider.

 

Innig umschlungen hielten sich
Splitternackt ihre Füße,
Öffneten sich und befühlten sich
Winkten mir tausend Grüße.

 

Durch das Röckchen sandte der Tag
Seine goldenen Strahlen,
Was darunter geborgen lag
Farbenprächtig zu malen.

 

Schimmernd rings um die zarte Haut
Wob sich gedämpfte Helle;
Welcher Meister hätt' je gebaut
Prächtiger eine Kapelle?

 

Das Gewölbe so luftig leicht,
Schlank und stolz die Pilaster,
Unter Flammenküssen erweicht
Lebender Alabaster!

 

Voller strömte das Licht herein,
Bunter bei jedem Schritte,
Ach, und flimmernder Heiligenschein
Floß um des Hauses Mitte!

 

Kindlich faltet' ich da die Händ',
Betete fromm und brünstig:
Du mein heiligstes Sakrament,
Werde dem Sünder günstig!

 

Laß mich's küssen in seinem Schrein,
Lieblichster Himmelsbote!
Laß mich nippen an deinem Wein,
Naschen von deinem Brote! -

 

Sieh, und am nämlichen Abend schon,
Tief in die Kissen gebettet,
Ward in andächtiger Kommunion
Meine Seele gerettet.

 

 

 

 

Liebe

 

(Mit hebräischen Buchstaben geschrieben)

 

Es hielten die menschlichen Triebe
Einst einen großen Kongreß.
Sie stritten sich um die Ehre,
Wer wohl der Stärkste wäre,
Denn niemand wußte es.

 

Die Liebe war nicht zugegen.
Und als dies alle entdeckt,
Da schrien die menschlichen Triebe:
»Herrje, wo bleibt nur die Liebe!
Nein, wo die Liebe nur steckt.«

 

Ein geiziges Weib trat zum Altar.
Dort stand ein Misanthrop.
Und als sie zusammenkamen,
Sie sprachen Ja und Amen,
Der Pfarrer die Händ' erhob.

 

Die Liebe hatte die beiden
Von allen Trieben befreit.
Zurück blieb einzig die Liebe,
Drum hatten die anderen Triebe
Auch so viel übrige Zeit.

 

Sie hockten noch immer beisammen
Und hielten großen Kongreß.
Nun ward die Vernunft erhoben,
Sie sei als die Stärkste zu loben,
Doch niemand glaubte es.

 

 

 

 

 
wedekind_frank
Frank Wedekind (24 juli 1864 - 9 maart 1918)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook Zie ook mijn blog van 24 juli 2007.

 

De Duitse schrijver Hermann Kasack werd geboren op 24 juli 1896 in Potsdam.

 

 

 

23-07-08

Frans Erens, Thea Dorn, Kai Meyer, Hubert Selby jr., Raymond Chandler


De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

Stilte

Ginds rijzen de stammen zilvergrijs recht naar de takken omhoog. Donkere strepen en lappen van boschdichtheid daar ginds.

Ik sta alleen in eene dronkene heerlijke alléénheid.

Suizende stilte, heerlijke eenzaamheid.

Geen blad dat kleppert, geen stem die bezoedelt de ronddwalende gewaden mijner ziel, die blank-wit drijven, rondom me drijven, witte slepen in de kristalheldere bronnen, straal-sidderende plassen, glasheldere zonwemelende plassen met reine kiezelsteenen op den bodem beneden, in de zinkende gezonkene diepte.

Alléén, alléén; heerlijk alléén. In de lichtwemelende, vonkelende wellen het spattende zonnegoud; gouddruipend licht in het daveren der doorzichtige zilveren vloeibaarheid.

Naar de diepe blauwe hemelen in het oneindige verzinken, weg in de wellen oneindig weg.

Reine halmen rondom, tierende welige halmen, grashalmen van groene hoop, stijgende hoop naar de blauwe luchten daar boven, verbleekende zilverreine blauwluchten.

Alléén, alléén; heerlijk alléén. Reine aarde, zand-aarde; geurige, zieldrenkende heidebloemen, blauw-bleek verpurperende knoppen in duizenden, duizenden om mij heén, onbezoedeld, zuigende de stille vaste aarde.

Ik ben alléén. Geen menschen. Geluk dan, eindelijk geluk.

Weg zijn de vrouwen-japonnen de roode, geele, muffe vrouwen-japonnen, de onreine zweetende vrouwenarmen, weg. Geen adem te ruiken van vrouwen uit den slijmerigen mond. Weg de nare vrouwenstemmen, die kakelen van visites van heeren en dames.

Weg zijn de vrienden, de bekenden. Weg, gelukkig weg, zij kennen de aarde niet, de reine aarde.

Alléén sta ik, heerlijk alléén op de aarde die me heeft doen zijn, de aarde die tiert, opstuwt de boomen en bloemen, die verwerkt en filtert de onreinheid van menschen en dieren, ze verwerkt tot schakels van levens, nieuwe, steeds nieuwe levens.

Weg het vervelende gepraat en het onnoozele Woord. Weg zijn de schilders die mooie dingen willen zien.

Klaterend geluid van het wellende, vallende water over de buigende biezen. Rimpelend vlak van het vonkende water, sprankelend, goudsprenkelend in de diepte, zandgoudend het zonnelicht. Ongeschondene stilten.

Mijn hand in het water. Mij doorwasemende koelte, koele reine vlagen van den ijlenden wind langs mijn lichaam in het suizen der heide, onafzienbare heide. Hoog in de lucht stildraaiende sperwer uitgespreid hangend in de diepe blauwte alléén, spelend en vallend en schietend omhoog, hoog ijlend en deinend en voortijlend met den wind, en terug en omlaag en zinkend en verdwijnend in de gouden tinteling, oneindige lucht.

Alléén sta ik in de stilte der grootmachtige aarde, in het reine worden der dingen om me heen.

Ginds liggen de graf heuvels van verdwenen, ongekende volkeren: er over heen bloeit de heide, door de heide ruischt de wind.

 

 

 

ERENS
Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en televisiepresentatrice Thea Dorn (peudoniem van Christiane Scherer) werd geboren op 23 juli 1970 in Offenbach am Main. Dorn volgde eerst een opleiding tot zangeres maar studeerde later filosofie en theaterwetenschappen in Frankfurt am Main, Wenen en Berlijn. Zij was onder meer werkzaam als dramaturge en schrijfster aan het Niedersächsische Staatstheater Hannover. Haar pseudoniem verwijst naar de filosoof Theodor W. Adorno. In 1994 publiceerde zij haar eerste roman, Berliner Aufklärung, waarvoor zij de Marlowe prijs kreeg. In 2000 schreef Dorn het toneelstuk Marleni, over een gefingeerde ontmoeting tussen Marlene Dietrich en Leni Riefenstahl. De eerste opvoering ervan was in Hamburg. In 2008 verscheen Mädchenmörder: Ein Liebesroman. Sinds februari 2008 presenteert Dorn, afwisselend met de Franse journaliste Isabelle Giordano de talkshow Paris-Berlin op de Duits-Franse zender ARTE.

 

Uit: Die Brut (2004)

 

„Der Bildschirm blieb schwarz. Sie war nur fünf Minuten auf die Dachterrasse gegangen, um eine Zigarette zu rauchen. Als sie in ihr Arbeitszimmer zurückkam, war der Laptop abgestürzt. Ganz gleich, welche Tasten sie drückte, der Bildschirm blieb schwarz. Sie griff nach dem Branchenverzeichnis, um die Panik zu bekämpfen, die ihren Magen zusammenzog.
Computerspiele. Computerschulen. Computerreparaturen. Siehe Datenverarbeitungsanlagenreparaturen und -wartung.

Sie blätterte.
Dachdeckereien. Dachziegel. Datenverarbeitung, Programmierung.
Da. Datenverarbeitungsanlagenreparaturen und -wartung.
Computernotdienst. 24-Stunden Hotline.
Sie entschied sich für die Anzeige mit dem roten Stern. Nach dem zehnten oder elften Klingeln meldete sich eine müde Stimme.

„Computernotdienst Schäfer.“
„Hier ist Tessa Simon.“ Sie wartete. Am anderen Ende der Leitung gab es keine Reaktion. „Mein Laptop ist abgestürzt.“ Ihr Magen krampfte sich weiter zusammen. Warum reagierte der Mann nicht? Ach, Sie sind's Frau Simon. Was kann ich für Sie tun? Das sollte er sagen.
„Welches Fabrikat?“, fragte der Mann und klang noch müder.
„Macintosh.“
„Macintosh sind wir nicht mehr zuständig.“
„Halt. Hören Sie.“ Tessa spürte, dass der Mann das Gespräch beenden wollte. „Ich habe morgen eine wichtige Sendung. Ich brauche meinen Laptop.“
„Der Techniker kommt um sieben.“
Tessa schaute auf die Uhr. Es war kurz nach Mitternacht.
„Ich brauche jemanden, der sich jetzt um meinen Laptop kümmert. Morgen früh ist es zu spät.“
„Tut mir Leid. Kann ich nichts machen.“
„In Ihrer Anzeige steht 24-Stunden Hotline!“
„Bin ich nicht ans Telefon gegangen?“
„Bitte! Ich kann meine Sendung morgen nicht moderieren, wenn ich heute Nacht nicht an das Material herankomme, das mir meine Redaktion noch mailen wollte.“
„Ich sag Ihnen aber gleich, das kostet erst mal hundertfünfzig Euro für die Anreise. Plus fünfzig Euro Nachtzuschlag. Und wie gesagt: Macintosh sind wir nicht mehr zuständig.“

Tessa legte auf, obwohl das kleine Mädchen in ihr weiter bitte, bitte rufen wollte. Mit dreiunddreißig war sie zu alt, um dem kleinen Mädchen den Hörer zu überlassen. Sie betrachtete ihre schlanken, leicht gebräunten Knie, die sie durch die Glasplatte des Schreibtischs hindurch sehen konnte. Sie moderierte Auf der Couch, eine der angesagtesten Talkshows, die es im deutschen Fernsehen gab. Zwar nur auf einem Regionalsender, aber dies hier war das Sendegebiet.
Der Nagellack an ihrem rechten großen Zeh blätterte. Obwohl sie erst vorgestern bei der Pediküre gewesen war. Sie musste mit der Kosmetikerin reden.“

 

 

 

Dorn
Thea Dorn
(Offenbach am Main, 23 juli 1970)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Kai Meyer werd geboren op 23 juli 1969 in Lübeck. . Zie ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

Uit: Die Wellenläufer

 

Mit weiten Schritten lief Jolly über den Ozean. Ihre nackten Füße versanken fingerbreit im Wasser. Unter ihr gähnte der tintenblaue Abgrund der See, bis zum Meeresboden mochten es einige hundert Mannslängen sein.

 

Jolly konnte seit ihrer Geburt über Wasser gehen. Mit den Jahren hatte sie gelernt, sich mühelos auf der schwankenden Oberfläche zu bewegen. Für sie fühlte es sich an, als liefe sie durch eine Pfütze. Flink sprang sie von einer Woge zur nächsten und wich den schaumigen Wellenkämmen aus, die manchmal zu tückischen Stolperfallen wurden.

 

Um sie herum tobte eine Seeschlacht.

 

Kanonenkugeln pfiffen ihr um die Ohren, aber selten kam ihr eine so nahe, dass sie den Luftzug spürte. Beißender Rauch trieb über das Wasser zwischen den beiden Segelschiffen und vernebelte Jollys Sicht. Das Knarren der Planken und Flattern der großen Segel mischte sich mit dem Geschützdonner. Der Qualm des entzündeten Schwarzpulvers brannte in ihren Augen. Sie hatte diesen Geruch noch nie gemocht, ganz im Gegensatz zu den anderen Piraten:

 

Ihre Freunde von der Mageren Maddy sagten, nichts rieche so gut wie der Duft abgefeuerter Kanonen. Und wenn dann in der Ferne die Bordwände feindlicher Schiffe barsten und das Geschrei der Gegner über das Meer wehte, war das besser als jedes Gelage mit Rum und Gin.

 

Jolly mochte Rum nicht besonders, genauso wenig wie den Qualm der Bordkanonen. Aber ganz gleich, was ihre Nase davon hielt, sie kannte ihre Aufgabe und würde sie zu Ende bringen.”

 

 

 

 

Meier
Kai Meyer (Lübeck, 23 juli 1969)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. . Zie ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

Uit: The night spirits told my wife I was dying

 

One night my wife found herself walking down an aisle she had never been in before, and had no intention of going to, and her arm sort of reached out and her hand grabbed a book from the shelf. It was a book about Huna, which has been referred to as a Polynesian Psychological/Spiritual Religion. We subsequently bought the books available on the subject and studied them intently.

At this point in my life I was a member of the Self Realisation Fellowship and was studying Raja Yoga. I thoroughly enjoyed these studies and diligently practiced. On Sundays we went to the SRF Temple in Hollywood as a family, our son and daughter going to the Sunday School.

These days were idyllic. I had made some money writing a film for TV and we bought a nice home pretty much in the midst of the Borscht Belt of LA and I loved to watch the families walking to temple on Friday night, and Saturday. So all I had to do was write, I did not have to work at a job to support us. We didnt have any furniture other than beds and kitchen table, and were always talking about getting some when extra money came in. But every time that happened we bought a painting or a statue. We much preferred that to furniture. After all, we/re New Yorkers and we like to sit around the kitchen table and talk. On the surface it seemed like all our troubles were behind us.

However, they are more than just Famous Last Words. As you can see, there were times of simple and exquisite joy, but there were also times of madness. Periodically I was a raving lunatic. There were a thousand demons in my mind and body and I could not exorcise them. It seemed like periodically the only relief I could get was screaming. It was a safety valve. The pressure would build up and I would feel as if I would burst and I would literally wrap my arms around my head, or bang it against the wall, or go for walks or meditate. Music, of course, would always soothe and calm me, but sooner or later I became a screaming lunatic.”

 

 

 

selby
Hubert Selby jr. (23 juli 1928 – 26 april 2004)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

De Amerikaanse schrijver Raymond Thornton Chandler werd geboren in Chicago op 23 juli 1888.

 

 

22-07-08

Arno Geiger, Maria Janitschek, Emma Lazarus, Stephen Vincent Benét, Per Højholt, Tom Robbins, Oskar Maria Graf, Jakob Lorber


De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook mijn blog van 22 juli 2007.

 

Uit: Anna nicht vergessen

 

Es rührt sich nichts

 

Es ist niederschmetternd, wie sehr die Anrufe immer spärlicher werden. Der Mittagsanruf erst um 13.10. Als ich deswegen eine Bemerkung machte, reagierte Jenny mit schon gewohntem Unverständnis. Es gab Streitereien. Jetzt darf ich in der Firma nicht mehr anrufen, und von zu Hause aus haben wir nur, wenn überhaupt, zweimal Kontakt: um 7.00 in der Früh und vor dem Schlafengehen. Dabei hat sie mich noch gestern ganz lieb gebeten, nächstes Wochenende schon früher zu ihr zu kommen, worüber ich mich sehr gefreut hatte. Doch nach 20.30 war dann nichts mehr, nur ihr AB. Heute ab 8.00 versuchte ich vorsichtig zu wecken, doch bis jetzt 10.05 nur wieder der AB. Natürlich ist mir bekannt, daß sie mit Birgit Windisch zum Brunchen fährt, aber daß sie mich nicht anruft beziehungsweise auch jetzt nicht da ist, kann ich mir nicht erklären. Ich frage mich, ist sie nach unserem Telefonat noch weggefahren und über Nacht nicht nach Hause gekommen oder ist jemand bei ihr. Jedenfalls habe ich dadurch wieder einen beschissenen Sonntag.

Nicht einen einzigen Millimeter kommt mir Jenny entgegen. Ein kleines Hallo-hier-bin-ich! würde genügen, ich wäre ein anderer Mensch. Aber die Aktion von gestern, kein Gute Nacht, und heute einfach nichts, das macht mich fertig. Mir kommt vor, Jenny bricht den Kontakt förmlich ab. Meine E-Mails beantwortet sie nicht mehr, dabei weiß ich, daß sie mit Bekannten und Freunden stundenlang telefoniert und ihnen seitenlange E-Mails schreibt. Ich möchte das mit keiner Silbe erwähnen, sonst ist sie nur wieder böse und erzählt mir, wie wichtig ihre Freunde für sie sind. Aber die Frage, was eigentlich ich für sie bin, drängt sich irgendwie auf. Wo sie mich so behandelt. Da fehlt mir komplett der Durchblick. Wenn wir einmal im Monat miteinander schlafen, wirkt sie abwesend und gähnt. Es ist schon lang her, daß sie nach mir gefaßt oder mich aus eigenem Antrieb geküßt hat.”

 

 

 

 

geiger
Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Maria Janitschek (geb. Tölk) werd geboren op 22 juli 1859 in Mödling bij Wenen. Zie ook mijn blog van 22 juli 2007.

 

 

Glückseligkeit
 
Durch mein Fenster kommt der leise Vollmond,
kommt und küßt mich zärtlich auf die Lippen,
»Thörichte, so kalt und lustverschlossen,
willst du nicht von meinem Tranke nippen?
 
Sieh, schon lange bin ich tot, und dennoch,
helle Friedensströme gießt noch immer
mein erloschen Sein auf deine Menschheit,
denn es stirbt die Saat der Lichten nimmer«.
 
Stirbt sie wirklich nicht, du leiser Vollmond?
Wird dereinstens auch von meinen Bahnen
milder Glanz in müde Seelen träufeln
und sie an ein flammend Leben mahnen?
 
Aber nein, mein lieber leiser Vollmond,
will nicht denken an den Tod, den herben,
denn, daß ich dirs sag, nicht träumen kann ichs,
und nicht ahnen, wie es ist: zu sterben.
 
»Wie es ist? So lausche!«
                                  Lautlos schwindet,
wie von kühlen Flügeln fortgetragen,
aus dem Kämmerlein der leise Vollmond,
Finsternisse aneinander jagen ...
 
Dunkles Huschen, Flüstern, eisige Hauche.
Mir beengt die Brust ein banges Sorgen ..
Da zerreißt die Nacht, im goldnen Rauche
steigt empor ein siegeslichter Morgen.
 
Das hieß sterben? Aus dem einen Leuchten
in das andre Leuchten weich versinken?
O mein lieber, weiser, stiller Vollmond,
lasse mich von deinem Glanze trinken! ..

 

 

 

 

Kinderspiel
 
»Ich hab eine Zither, du ein blaues Band,
komm laß uns werden ein Paar!« ...
Er faßt nach ihrer braunen Hand
und bietet die Lippen ihr dar.
 
Sie küssen sich hungrig, sie küssen sich satt,
die Vöglein lauschen sacht;
es rührt sich in den Büschen kein Blatt;
nacktfüßig kommt die Nacht.
 
Die jüngsten Sterne gucken
neugierig auf die zwei,
ihre goldnen Wimpern zucken ..
zögernd ziehen sie vorbei.

 

 

 

 

janititschek
Maria Janitschek (22 juli 1859 – 28 april 1927)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Emma Lazarus werd geboren op 22 juli 1849 in New York. Zie ook mijn blog van 22 juli 2006  en ook mijn blog van 22 juli 2007.

 

 

Chopin

 

I

A dream of interlinking hands, of feet
Tireless to spin the unseen, fairy woof
Of the entangling waltz. Bright eyebeams meet,
Gay laughter echoes from the vaulted roof.
Warm perfumes rise; the soft unflickering glow
Of branching lights sets off the changeful charms
Of glancing gems, rich stuffs, the dazzling snow
Of necks unkerchieft, and bare, clinging arms.
Hark to the music! How beneath the strain
Of reckless revelry, vibrates and sobs
One fundamental chord of constant pain,
The pulse-beat of the poet's heart that throbs.
So yearns, though all the dancing waves rejoice,
The troubled sea's disconsolate, deep voice.

 

 

 

 

City Visions

 

I

As the blind Milton's memory of light,
The deaf Beethoven's phantasy of tone,
Wroght joys for them surpassing all things known
In our restricted sphere of sound and sight,--
So while the glaring streets of brick and stone
Vix with heat, noise, and dust from morn till night,
I will give rein to Fancy, taking flight
From dismal now and here, and dwell alone
With new-enfranchised senses. All day long,
Think ye 't is I, who sit 'twixt darkened walls,
While ye chase beauty over land and sea?
Uplift on wings of some rare poet's song
Where the wide billow laughs and leaps and falls,
I soar cloud-high, free as the winds are free.

 

 

 

 

lazarus
Emma Lazarus (22 juli 1849 – 19 november 1887)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Stephen Vincent Benét werd geboren op 22 juli 1898 in Bethlehem, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 22 juli 2007.

 

 

A Minor Poet

 

I am a shell. From me you shall not hear
The splendid tramplings of insistent drums,
The orbed gold of the viol's voice that comes,
Heavy with radiance, languorous and clear.
Yet, if you hold me close against the ear,
A dim, far whisper rises clamorously,
The thunderous beat and passion of the sea,
The slow surge of the tides that drown the mere.

Others with subtle hands may pluck the strings,
Making even Love in music audible,
And earth one glory. I am but a shell
That moves, not of itself, and moving sings;
Leaving a fragrance, faint as wine new-shed,
A tremulous murmur from great days long dead.

 

 

 

 

 

Dinner in a Quick Lunch Room

 

Soup should be heralded with a mellow horn,
Blowing clear notes of gold against the stars;
Strange entrees with a jangle of glass bars
Fantastically alive with subtle scorn;
Fish, by a plopping, gurgling rush of waters,
Clear, vibrant waters, beautifully austere;
Roast, with a thunder of drums to stun the ear,
A screaming fife, a voice from ancient slaughters!

Over the salad let the woodwinds moan;
Then the green silence of many watercresses;
Dessert, a balalaika, strummed alone;
Coffee, a slow, low singing no passion stresses;
Such are my thoughts as -- clang! crash! bang! -- I brood
And gorge the sticky mess these fools call food!

 

 

 

 

Benet
Stephen Vincent Benét (22 juli 1898 – 13 maart 1943)

 

 

 

 

 

 

De Deense dichter en schrijver Per Højholt werd geboren op 22 juli 1928 in Esbjerg. Zie ook mijn blog van 22 juli 2007.

 

 

 

Poem

Elk vers in dit gedicht luidt: ”solen se dens vældige horn mælken fryser i sin karton” (de zon zie haar immense hoorn de melk bevriest in het pak)

 

 

 

hojholt
Per Højholt (22 juli 1928 – 16 oktober 2004)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Robbins werd geboren op 22 juli 1936 in  Blowing Rock, North Carolina. Zie ook mijn blog van 22 juli 2007.

 

Uit: Another Roadside Attraction

 

The magician's underwear has just been found in a cardboard suitcase floating in a stagnant pond on the outskirts of Miami. However significant that discovery may be—and there is the possibility that it could alter the destiny of each and every one of us—it is not the incident with which to begin this report.

In the suitcase with the mystic unmentionables were pages and pages torn from a journal which John Paul Ziller had kept on one of his trips through Africa. Or was it India? The journal began thusly: "At midnight, the Arab boy brings me a bowl of white figs. His skin is very golden and I try it on for size. It doesn't keep out mosquitoes. Nor stars. The rodent of ecstasy sings by my bedside." And it goes on: "in the morning there are signs of magic everywhere. Some archaeologists from the British Museum discover a curse. The natives are restless. A maiden in a nearby village has been carried off by a rhinoceros. Unpopular pygmies gnaw at the foot of the enigma." That was the beginning of the journal. But not the beginning of this report.

Neither the FBI nor the CIA will positively identify the contents of the suitcase as the property of John Paul Ziller. But their reluctance to specify is either a bureaucratic formality or a tactical deceit. Who else but Ziller, for God's sake, wore jockey shorts made from the skins of tree frogs?”

 

 

 

tom_robbins
Tom Robbins (Blowing Rock, 22 juli 1936)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 22 juli 2007.

 

De Duitse schrijver Oskar Maria Graf werd geboren op 22 juli 1894 in Berg am Starnberger See.

 
De Oostenrijkse mysticus, musicus en schrijver Jakob Lorber werd geboren in Kaniža bijŠentilj, dat tegenwoordig deel uitmaakt van Slovenië, op 22 juli 1800.

 

 

 

21-07-08

Belcampo, Ernest Hemingway, Hart Crane, Hans Fallada, Brigitte Reimann


De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006 en ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: Fragment uit een nagelaten manuscript

 

Donderdag 28 juli

 

Dus volgde ik welgemoed - welgemoed is een veel te zwakke uitdrukking voor de gemoedsstemming waarin ik toen verkeerde - door de heerlijke ochtend de Langbroeker Dijk.

De vele landhuizen grenzen met hun parken en geboomte pal tegen het water van de wetering. De huizen zelf blijven van de weg af meest onzichtbaar. Hier en daar wemelde de wetering van vogels en ander gedierte.

Een gelukzalige stemming deelt zich ook aan de omgeving mee. Je veronderstelt elke boom, een heel bos in zijn nopjes. Huizen ook, lekker droog wordend. Lekker de mensen dienend. Zo voelend liep ik urenlang langs de Dijk, de lange dag nog vóor mij.

Een gelukzalige stemming is een heel egocentrisch gebeuren, de buitenwereld heeft er niets aan.

 

 

 

belcampo
Belcampo (21 juli 1902 – 2 januari 1990)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006  ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: True At First Light

 

Things were not too simple in this safari because things had changed very much in East Africa. The white hunter had been a close friend of mine for many years. I respected him as I had never respected my father and he trusted me, which was more than I deserved. It was, however, something to try to merit. He had taught me by putting me on my own and correcting me when I made mistakes. When I made a mistake he would explain it. Then if I did not make the same mistake again he would explain a little more. But he was nomadic and he was finally leaving us because it was necessary for him to be at his farm, which is what they call a twenty-thousand-acre cattle ranch in Kenya. He was a very complicated man compounded of absolute courage, all the good human weaknesses and a strangely subtle and very critical understanding of people. He was completely dedicated to his family and his home and he loved much more to live away from them. He loved his home and his wife and his children.

"Do you have any problems?"

"I don't want to make a fool of myself with elephants."

"You'll learn."

"Anything else?"

"Know everybody knows more than you but you have to make the decisions and make them stick. Leave the camp and all that to Keiti. Be as good as you can."

There are people who love command and in their eagerness to assume it they are impatient at the formalities of taking over from someone else. I love command since it is the ideal welding of freedom and slavery. You can be happy with your freedom and when it becomes too dangerous you take refuge in your duty. For several years I had exercised no command except over myself and I was bored with this since I knew myself and my defects and strengths too well and they permitted me little freedom and much duty. Lately I had read with distaste various books written about myself by people who knew all about my inner life, aims and motives. Reading them was like reading an account of a battle where you had fought written by someone who had not only not been present but, in some cases, had not even been born when the battle had taken place. All these people who wrote of my life both inner and outer wrote with an absolute assurance that I had never felt.“

 

 

 

hemingway
Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

 

 

 

De Amerikaanse dichter Hart Crane werd geboren op 21 juli 1899 in Garrettsville, Ohio. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

 

Exile

 

My hands have not touched pleasure since your hands, --
No, -- nor my lips freed laughter since 'farewell',
And with the day, distance again expands
Voiceless between us, as an uncoiled shell.

Yet, love endures, though starving and alone.
A dove's wings clung about my heart each night
With surging gentleness, and the blue stone
Set in the tryst-ring has but worn more bright.

 

 

 

 

Legend

 

As silent as a mirror is believed
Realities plunge in silence by . . .

I am not ready for repentance;
Nor to match regrets. For the moth
Bends no more than the still
Imploring flame. And tremorous
In the white falling flakes
Kisses are,--
The only worth all granting.

It is to be learned--
This cleaving and this burning,
But only by the one who
Spends out himself again.

Twice and twice
(Again the smoking souvenir,
Bleeding eidolon!) and yet again.
Until the bright logic is won
Unwhispering as a mirror
Is believed.

Then, drop by caustic drop, a perfect cry
Shall string some constant harmony,--
Relentless caper for all those who step
The legend of their youth into the noon.

 

 

 

 

 

 

crane_h_01
Hart Crane (21 juli 1899 – 26 april 1932)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hans Fallada (eig. Rudolf Ditzen) werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 als de zoon van een jurist. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: Wenn du fort bist, ist alles nur halb

 

Du musst mich nur weiter lieb haben, dann wird schon alles werden. Ich will Dir auch ein Geständnis machen: so viel ich auch erlebt habe, ich habe mich nie gern lieben lassen, die Gefühle der andern waren mir lästig. Ich finde die Geschichte Rilkes vom verlorenen Sohn, der nicht geliebt werden wollte, so schön und habe immer gefunden, dass sie auch ein wenig meine Geschichte ist. Ich habe mich einmal in der Liebe wirklich hingegeben, mich ganz so gegeben, wie ich wirklich war und ich bin dabei böse verletzt worden. Ich bin so verletzt worden, dass ich das Gefühl Liebe bei mir wirklich gefürchtet habe; ich habe die andern von Liebe reden lassen, ich habe gelächelt, aber ich habe gemeint, das gebe es für mich nicht mehr. Ich hab Angst gehabt. Nur nicht merken lassen, dass man sich innen vielleicht doch einmal nach Weichheit sehnt, lieber darüber spotten, lieber einem andern auch einmal weh tun, als sich noch einmal einem Menschen in die Hand geben, der einen so wehrlos machen kann.
Dann bist Du gekommen. Ich habe in den letzten Tagen viel über das alles nachgedacht. Ich weiss jetzt, dass ich bis zur letzten Minute, ja, bis zur Sekunde, wo ich Dich in meinen Arm nahm und küsste – oh gesegnete Sekunde! – nie an meine Liebe zu Dir geglaubt habe. Ich habe es Freundschaft genannt, habe nichts gewusst. Ich wollte Dein Freund sein. Ich wollte Dir auf Deinem Wege ein paar Stunden leichter machen dürfen und mich einmal Deines Glückes neidlos freuen.
Und dann wurde ich sehend. Es wurde plötzlich taghell. Die Liebe, die arme verachtete, verspottete Liebe war plötzlich bei mir, sie hielt ich mit Dir in den Armen, sie sah mich mit tausend frohen Lichtern aus Deinen Augen an.
Aus all dem, was Dich gefreut, was Dir Schmerzen gemacht hat, was Dich einmal gequält hat, aus all dem ist jene Suse geworden, die ich heute liebe. Grade die. Und wenn ein Erlebnis aus Deinem Leben ausgestrichen würde, Du wärest nicht mehr genau die, die ich heute liebe, ein wenig verändert. So, wie Du bist, so wie Du wurdest, so liebe ich Dich und werde ich Dich immer lieben, Du mögest sprechen oder schweigen – ich bin Dein.
Und nun, liebe Suse, ade! Der Mutter sage einen recht herzlichen Gruss und Dank für die Sardinen. Ich bin noch bei der Vertilgung, sie sollen mir heute Abend gut schmecken.

Dein Ehegatte in spe grüsst Dich verbindlichst.
Kuss!
Dein David”

 

 

 

fallada
Hans Fallada (21 juli 1893 – 5 februari 1947)

 

 

 

 

De schrijfster Brigitte Reimann werd op 21 juli 1933 vlakbij Maagdenburg geboren en groeide op in de DDR. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: Eine Biographie in Bildern

 

Burg, den 17.5-1943­

 

Lieber Vati!

Bei uns ist jetzt jeden Tag Fliegeralarm. Bei euch auch? Hoffentlich hört das nächtliche Manöver bald wieder auf. Im Wehrmachtbericht werden Tag für Tag schwere Verluste der Bevölkerung zuge­geben. Es sind schwere Zeiten! Wenn ich an die verdammten Engländer denke, balle ich die Faust und möchte die Kerle an der Gurgel packen und schütteln, dass ihnen Hören und Sehen vergeht! Oder wenigstens »mang« die »damischen Teifi« schlagen, dass die Fetzen fliegen! Aber es muss bei den löblichen Vorsätzen bleiben, denn die Engländer sind ja nicht mal in Griffweite, höchstens bei ihren Stuka­angriffen. Auch das aufgegebende Afrika ist für mich ein schwerer Schlag! Ein Strich durch meine ganze Zukunftsrech­nung! Leider! Aber ich gehe einfach in den wilden Westen, mit Achim natürlich, denn er teilt meine Sommerkrankheit, oder vielmehr meinen Fimmel. Er hat ein Wildwestbuch gelesen und plötzlich einen Tick bekommen! -

Ich war gestern zum Ehrenkreuzverteilen an die kinderreichen Mütter. Ich habe den Müttern gratuliert und ihnen Blumen­sträusse überreicht. Der Redner hat von Stalingrad erzählt, und da haben viele Mütter geweint. Eine Mutter war schon mindestens 90 Jahre alt. Dies alte Mütter­chen hat immer so gewankt, und die hat­te ganz zittrige Hände, ihr Mund hat auch immer gezittert. Zu ihr waren die Vor­steherinnen besonders nett. Bei der Rede von Stalingrad hat in meiner Nähe eine Frau geweint, sie hat zwei Söhne in St. verloren. Beim Blumensträusseverteilen blieben 3 übrig. 1 gab ich dem alten Müt­terchen zur Zugabe für ihr Zittern und 2 der Mutter der gefallenen Söhne, um ihre Bilder zu schmücken. Beide Mütter haben das goldene Ehrenkreuz bekommen und sich bei mir für die Blumensträusse be­dankt-„

 

 

 

 

brigitte_reimann
Brigitte Reimann (21 juli 1939 – 20 februari 1973)

 

 

 

20-07-08

Hans Lodeizen, Francesco Petrarca, Uwe Johnson, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy, Pavel Kohout, Lotte Ingrisch, Gerard Nolst Trenité


De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2006 en ook mijn blog van 20 juli 2007.

 

 

er was een feest van balspelers

 

er was een feest van balspelers op het veld in

de zomer. twee vuile kleine jongetjes

gaapten het wonder van de chaos aan

(hun zakken vol broodkruimeltjes)

en liepen toen door over de zon.

 

 

de balspelers aten biefstuk en hun vermoeide

spieren waren in gesprek met elkaar onder

de douche. het veld was in hun ogen, het groene,

de gewiekste komeet (de bal), en de witte

melkweg, in hun lichaam gespaard.

 

 

 

 

Toen de dag was weggelopen

  

Toen de dag was weggelopen in het zachte

gras en de nacht haar jurk wellustig

neerspreidde, een sluier over de bloemen,

toen het donker was en de nachtegaal zong,

heb ik je ogen herkend overal om me heen

 

nu is het avond: donker als altijd

wanneer de zon's handgewuif

vrolijk is ondergegaan of als een waaier

is toegevouwen voor de hemel waar

vogels als een waterval zingen.

 

en zo stil als nooit ben ik langs de

paden van de tuin gegaan, lachend

tegen de nacht; zal ik zeggen hoe

droevig de geuren roken die langzaamaan

deinden op de wind als zeilschepen...?

 

 

 

 

Hij die de wind

 

Hij die de wind
had na willen bootsen in haar
meest intieme bewegingen;
nu ligt hij als een steen
in de beek, zwijgend in het
spelende water.

Hij die zijn hand
wou laten regeren over de
dingen is moe, en een klacht
draagt hij op zijn hoofd als
een doornenkroon, maar hij lacht
in de herfstzon.

 

 

 

 

 

lodeizen
Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook mijn blog van 20 juli 2007.

 

Ga naar de harde zerk

 

Ga naar de harde zerk, o droef sonnet,
waaronder zij die ik liefhad ligt begraven,
en vraag haar vurig of zij mijn gebed
met hemelse goedgunstigheid wil staven.

 

Want nu mijn schip door stormen is ontzet
zodat ik doodmoe uitzie naar de haven,
ga ik haar achterna met trage tred
mij sterkend met de gulheid van haar gaven.

 

En sprekend van haar dood en van haar leven
(dat in de dood pas echt tot leven wordt)
wil ik de wereld kennis van haar geven.

 

En moge ik bij mijn sterven binnenkort
door haar in liefde worden opgeheven
naar oorden waar me een hemels licht omgordt!

 

 

 

Vertaald door Frans van Dooren

 

 

 

 

Ik vind geen vrede en ik kan niet strijden

  

Ik vind geen vrede en ik kan niet strijden,
ik hoop en vrees, ik brand en ben van ijs,
ik zweef omhoog en ik lig verstijfd te lijden,
ik bemin de wereld, die ik misprijs.

Ik ben verlost en kan me niet bevrijden,
ik heb een houvast en raak toch van de wijs,
ik voel me levend en gestorven beide:
ach, liefde is zowel hel als paradijs!

 Ik zie verblind, ik schreeuw en kan niet praten.
ik haat mezelf en houd van iedereen,
ik roep om hulp en wil het leven laten,

ik huil van vreugde, ik lach terwijl ik ween,
leven en dood, wat kan het mij baten:
en dit, lieveling, komt door jou alleen.

 

 

Vertaald door Lepus

 

 

 

 

FrancescoPetrarca

Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in Cammin (tegenwoordig Kamień Pomorski, Polen). Zie ook mijn blog van 20 juli 2007.

 

Uit: Mutmaßungen über Jakob

 

"Ihr Herr Vater meint den Staat", sagte Herr Rohlfs. "Wir waren ausgegangen von der natürlichen Notwendigkeit des menschlichen Zusammenlebens. Ich hatte behauptet dass der Fortschritt eines Gemeinwesens abzulesen ist an dem vernünftigen und gerechten Ausgleich der Einzelinteressen, der Befriedigung der Egoismen. Dass einer den anderen zufrieden am Leben hält: nannte Ihr Herr Vater das. In der Folge muss die Lebensfristung zwangsläufig angenehmer werden durch ständige Verbesserung und Erweiterung der gesellschaftlichen Produktion. Die Grundvoraussetzung für solche Vernunft": sagte Herr Rohlfs.
ist die Beseitigung des Kapitalismus, die Errichtung einer proletarischen Staatsmacht, der Aufbau einer sozialistischen Wirtschaft. Dass einer den anderen zufrieden am Leben hält. Sie hob ihr Gesicht auf und wandte ihr Kinn schräg, ihr Blick ging auf Jakob zu und glitt am Fenster ab.“

 

 

 

 

 

UWE_JOHNSON
Uwe Johnson (20 juli 1934 – 24 februari 1984
)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Maurice Guillaume Rosalie Gilliams werd geboren in Antwerpen op 20 juli 1900. Zijn jeugd bracht hij grotendeels door op het buitengoed van de familie in de omgeving van Antwerpen. Hier zou hij de inspiratie vinden voor de novellen in "Oefentocht in het luchtledige" (1933) en "Elias of het gevecht met de nachtegalen" (1936). In het bedrijf van zijn vader leerde hij het vak van typograaf. Zijn eerste werken werden dan ook in eigen beheer uitgegeven.
In de jaren '20 debuteerde hij met enkele in geringe oplage gedrukte verzenbundels die later werden gebundeld in "
Het verleden van Columbus" (1933). Gilliams schreef ook essays,  o.m. over Paul van Ostaijen en Henri De Braekeleer. Hij had tevens aanleg voor tekenen en bezat een diepgaande kennis van muziek en de beeldende kunsten. Gilliams was werkzaam als typograaf, kantoorboekhandelaar, leraar. Na wetenschappelijk bibliothecaris van het Konininklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen te zijn geweest, werd hij secretaris van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde te Gent. Deze functie bekleedde hij van 1960 tot 1975. In 1980 ontving hij de Grote Prijs van de Nederlandse Letteren. Maurice Gilliams stierf te Antwerpen op 18 oktober 1982.

 

Uit: Elias of het gevecht met de nachtegalen

 

“Wanneer Aloysius ons hart verontrust, hangen we in de werkelijkheid onderstboven als betooverde apen. Hij is zestien en ruim vier jaar ouder dan ik. 's Avonds in bed plooien wij papieren bootjes, die we de volgende dag op de beek het landgoed laten buiten drijven. Onder de dekens verborgen zit Aloysius, ik vermoed met een potlood, te prutsen. Zonder zich aan mij te laten zien, reikt hij me één voor één de cahierbladen aan, waarin ik regelmatig dezelfde vouwen zet. Ik begrijp natuurlijk de geheime wetten niet van dit curieus spel en ik help hem blindelings in zijn verrichtingen.

Ik snap het niet, waarom hij me 's morgens wil helpen wasschen; hij doet het erg hardhandig en de zeep bijt mijn oogen toe; doch wat is hij voor zichzelf zuinig met water. In zijn handen staan breede schrammen gegrift en op zijn droge, korstig gefronste onderlip heeft de koorts een zwart randje achtergelaten.

- De bootjes! zegt hij ijverig.

Wij laten de handdoek vallen en springen te gelijk naar het bed; van tusschen de lakens, aan het voeteneind, halen wij er vandaan. Een paar zijn onbruikbaar geworden, en één is niet meer te vinden in het overhoop gehaalde beddegoed. Aloysius verbergt ze als geheime documenten onder zijn blouse en we hollen de trap af, tot op de eerste verdieping, waar wij grootmoeder door een kier van de deur goedenmorgen gaan zeggen.

Na het ontbijt zijn we spoedig in het park.

Wij dringen door het kreupelhout en staan een poos te huiveren midden het bedauwde groen. Het is hier een winderige hoek. Nu en dan word ik de vingers van Aloysius gewaar en ik versta de intieme beteekenis van zijn stevige handdruk. Wij sluipen luisterend tusschen de krakende takken. Is er iets? Het was maar een vluchtende wilde duif. Het is regenachtig en de lucht wordt effen grijs betrokken.

Als we 's middags van de beek huiswaarts keeren, hebben wij niets ongewoons gezien. De bootjes werden op het water gezet; één voor één zagen wij ze wegdobberen, achter de bocht waar een sterke strooming staat. Met een ruk waren ze uit ons gezicht verdwenen.

Niet zoo gauw worden we de nabijheid van het landhuis gewaar, of een vreemde onrust heeft zich van Aloysius meester gemaakt. Hij is midden in de gloeiende dahlia's gesprongen en als 't ware door een drom vijanden omringd, zwaait en slaat hij de armen gelijk sabels om zich heen, zoodat bloemen en bladeren over zijn hoofd vliegen. In het priëeltje staat tante Zénobie van machtelooze woede te jammeren.”

 

 

 

Gilliams
Maurice Gilliams (20 juli 1900 – 18 oktober 1982)

 

 

 

 

De Zweedse dichter Erik Axel Karlfeldt werd geboren op 20 juli 1864 in Folkärna. Zie ook mijn blog van 20 juli 2007.

 

 

Song After Harvest

 

Here dances Fridolin:

Oh, but he's full of the sweet red wine

And his acres' crops and his orchard's fruit

And the whirl of the waltz divine.

And over his elbows his coat-tail flops

As with each fair damsel in turn he hops,

Till spent on his bosom and blissfully mute,

Like a drooping poppy she drops.

 

And here dances Fridolin:

Nay, but he's full of old memories' wine,

For his sire and his grandsire were cheered of old

By the hum of that scraped violin.

But ye slumber, ye ancients, this festal night,

And numbed is the hand of your fiddler-wight,

And your lives and your times are a tale that is told

In music now sad, now bright.

 

But here dances Fridolin!

Look at your son, how strong, how fine!

He can talk with the yokel in yokel phrase,

With the learned quote line for line.

Thro' the new field swishes his scythe in June,

Like you he is glad for the harvest's boon,

And he lifts up his girl like a man of your race

To the bowl of the simmering moon.

 

 

 Vertaald door C.D. Locock

 

 

 

 

Erik Axel Karlfeldt
Erik Axel Karlfeldt (20 juli 1864 – 8 april 1931)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy werd geboren op 20 juli 1933 in Providence, Rhode Island. Zie ook mijn blog van 20 juli 2007.

 

Uit: The Road

 

When he woke in the woods in the dark and the cold of the night he'd reach out to touch the child sleeping beside him. Nights dark beyond darkness and the days more gray each one than what had gone before. Like the onset of some cold glaucoma dimming away the world. His hand rose and fell softly with each precious breath. He pushed away the plastic tarpaulin and raised himself in the stinking robes and blankets and looked toward the east for any light but there was none. In the dream from which he'd wakened he had wandered in a cave where the child led him by the hand. Their light playing over the wet flowstone walls. Like pilgrims in a fable swallowed up and lost among the inward parts of some granitic beast. Deep stone flues where the water dripped and sang. Tolling in the silence the minutes of the earth and the hours and the days of it and the years without cease. Until they stood in a great stone room where lay a black and ancient lake. And on the far shore a creature that raised its dripping mouth from the rimstone pool and stared into the light with eyes dead white and sightless as the eggs of spiders. It swung its head low over the water as if to take the scent of what it could not see. Crouching there pale and naked and translucent, its alabaster bones cast up in shadow on the rocks behind it. Its bowels, its beating heart. The brain that pulsed in a dull glass bell. It swung its head from side to side and then gave out a low moan and turned and lurched away and loped soundlessly into the dark.


With the first gray light he rose and left the boy sleeping and walked out to the road and squatted and studied the country to the south. Barren, silent, godless. He thought the month was October but he wasnt sure. He hadn't kept a calendar for years. They were moving south. There'd be no surviving another winter here.”

 

 

 

 

McCarthy
Cormac McCarthy (Providence, 20 juli 1933)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 20 juli 2007.

 

De Oostenrijkse schrijfster Lotte Ingrisch (geb. Charlotte Gruber) werd geboren op 20 juli 1930 in Wenen.

 

De Tsjechische schrijver Pavel Kohout werd geboren op 20 juli 1928 in Praag in wat toen nog Tsjecho-Slowakije werd genoemd.

 
De Nederlandse letterkundige (berijmd proza, toneel), anglist en taalcriticus Gerard Nolst Trenité werd geboren in Utrecht op 20 juli 1870.

 

 

 

19-07-08

Anna Enquist, Gottfried Keller, Miltos Sachtouris, Dom Moraes, Hermann Bahr, Robert Pinget, Ferdinand Brunetière, Jean-Marie Déguignet, A. J. Cronin, Lorenz Diefenbach


De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2006 en ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

Weerzien

 

Hoe de mensen, hoe deze mensen, hoe
een man en een vrouw na jaren elkaar –
hoe na jaren deze mensen elkaar zullen
zien, harnas van vroeger over het sleets
lichaam, hoe in hun botten moeheid
en deceptie jaar na jaar kerven.

Hoe mensen, door afscheid op afscheid
gestriemd en geslagen, het kijken
verdragen in de laatste smalle kier
die de tijd hen laat, in laat licht
ontluisterd. Dat ligt aan de ogen;
genadig wrikt tovenaar geheugen
aan de deur van de tijd; ontzien
in het zien (weggeblazen heupen,
dood haar). Die daar staan ont-
staan voor elkaar bedrieglijkerwijs
in vijvers van vroeger. Zij bieden
elkaar een diep water, hier.

Zo zien een man en een vrouw na
jaren elkaar of niet of anders. Vuur!

 

Reizen

Een schoorvoetende reiziger
van het bed naar de tafel
die mijn zware armen steunt.

Het papier drinkt de inkt.
De woorden willen wel weg,
ze verheugen zich op roomwitte

geribbelde stranden, op de lichtflits
van een omzwiepende bladzijde.
Wie zullen ze zoenen in het donker,

wie zal hen zien. Reislustig
zijn ze, de woorden, ze verdringen
zich voor de uitgang.

Van het bed naar de keuken
maak ik de kleine rondreis
naar de tuin naar de tafel

 

Ontsnappen

 

In de kooi van dag en nacht,
de kooi van de boodschappen,
blikjes bier, de betere baan.

In de kooi van het fotoalbum,
van de liefde. In de kunstkooi,
in de kooi van het weten:

Sta op, grijp de tralies,
haal de diepste adem en
scheur je hart uiteen.

 

 

 

 

 

Enquist_Anna_Tee
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Gottfried Keller werd geboren in Zürich op 19 juli 1819. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

Uit: Romeo und Julia auf dem Dorfe

 

So war der lange Morgen zum Teil vergangen, als von dem Dorfe her ein kleines artiges Fuhrwerklein sich näherte, welches kaum zu sehen war, als es begann die gelinde Höhe heranzukommen. Das war ein grünbemaltes Kinderwägelchen, in welchem die Kinder der beiden Pflüger, ein Knabe und ein kleines Ding von Mädchen, gemeinschaftlich den Vormittagsimbiß heranfuhren. Für jeden Teil lag ein schönes Brot, in eine Serviette gewickelt, eine Kanne Wein mit Gläsern und noch irgendein Zutütchen in dem Wagen, welches die zärtliche Bäuerin für den fleißigen Meister mitgesandt, und außerdem waren da noch verpackt allerlei seltsam gestaltete angebissene Äpfel und Birnen, welche die Kinder am Wege aufgelesen, und eine völlig nackte Puppe mit nur einem Bein und einem verschmierten Gesicht, welche wie ein Fräulein zwischen den Broten saß und sich behaglich fahren ließ. Dies Fuhrwerk hielt nach manchem Anstoß und Aufenthalt endlich auf der Höhe im Schatten eines jungen Lindengebüsches, welches da am Rande des Feldes stand, und nun konnte man die beiden Fuhrleute näher betrachten. Es war ein Junge von sieben Jahren und ein Dirnchen von fünfen, beide gesund und munter, und weiter war nichts Auffälliges an ihnen als daß beide sehr hübsche Augen hatten und das Mädchen dazu noch eine bräunliche Gesichtsfarbe und ganz krause dunkle Haare, welche ihm ein feuriges und treuherziges Ansehen gaben. Die Pflüger waren jetzt auch wieder oben angekommen, steckten den Pferden etwas Klee vor und ließen die Pflüge in der halbvollendeten Furche stehen, während sie als gute Nachbaren sich zu dem gemeinschaftlichen Imbiß begaben und sich da zuerst begrüßten; denn bislang hatten sie sich noch nicht gesprochen an diesem Tage.”

 

 

 

 

gottfried_keller
Gottfried Keller (19 juli 1819 – 15 juli 1890)

 

 

 

 

De Griekse dichter Miltos Sachtouris of Miltos Sahtouris werd geboren in Athene op 19 juli 1919. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

 

THE GARDEN

It smelled of fever
that was no garden
some strange couples were walking inside
wearing shoes on their hands
their feet were large white and bare
heads like wild epileptic moons
and red roses suddenly
sprouted
for mouths
that were set upon and mauled
by the butterfly-dogs

 

 

 

 

MORNING AND EVENING

In the morning
you see death
looking through the window
at the garden
the cruel bird
and the quiet cat
on the branch

passing
on the street outside
is the phantom-car
the supposed driver
the man with the broom
the gold teeth
laughs
and in the evening
at the cinema
you see
what you didn’t see in the morning
the joyful gardener
the real car
the kisses with the real couple

that death is not liked
by the cinema

 

 

 

 

THE SAINT

He stared deep
deep
into the well
its depth
had no end
in this life

the flesh peeled off
and fell bit by bit
soon nothing would remain
but his skeleton

I’ve decided - he said -
I’ve finally decided
I’ll live among the drowned
and among the lepers

 

 

 

 

Vertaald door David Connoly

 

 

 

 

 

Sachtouris
Miltos Sachtouris (19 juli 1919 – 29 maart 2005)

 

 

 

 

 

De Indiase dichter en schrijver Dominic Francis Moraes werd geboren op 19 juli 1938 in Bandra. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

PROPHET

 

I followed desert suns
Alone, these thirty years,
A goatskin knotted round my sex,
My fodder what I found,
My shelter under rocks,
My visions in my eye
That mapped the slow wind flowing
Across the sunwashed dunes, or the
Scuffed dwarf spoor of the ant.
Once these kept me happy.

 

Tufted with tamarisk
The tawny dunes end
Suddenly in shadow.
The ridged rocks rise.
The known desolate land
Kisses my bare feet.
Infested by winged things
The rough hair of the sky
Teems in the sun's eye.
Kindling the dunes, the enraged
Wind beats up sand. The awkward ant
Gnaws in a dry pasture.

 

I have aged.
 

 

 

 

KEY

 

Ground in the Victorian lock, stiff,
With difficulty screwed open,
To admit me to the seven mossed stairs
And the badly kept garden.

 

Who runs to me in memory
Through flowers destroyed by no love

 

But the child with brown hair and eyes,
Smudged all over with toffee?

 

I lick his cheeks. I bounce him in air.
Two bounces, he disappears.

 

Fifteen years later, he redescends,
Not as a postponed child, but a letter
Asking me for his father who now possesses
No garden, no home, not even any key
.

 

 

 

 

 

dommoraes
Dom Moraes (19 juli 1938 – 2 juni 2004)

 

 

 

 

De Oostenrijkse toneelschrijver, romanschrijver, essayist, tijdschriftuitgever, journalist, theaterregisseur, dramaturg en theater-, kunst- en cultuurcriticus Hermann Bahr werd geboren op 19 juli 1863 in Linz. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

 

Uit: Dostojewski

 

“Die Größe Dostojewskis berührte mich zum erstenmale in sehr jungen, unreifen Jahren; ich hatte noch drei Klassen des Gymnasiums vor mir, bis zu der sonderbaren Reifeprüfung, die in Deutschland die Pforten der Universität öffnet. Ich las damals so viel, daß ich mich jetzt mit einigem Rechte vom Lesen dispensieren darf. Und ich las, wenn auch nicht mit vollem Verständnis, so doch mit gutem Instinkte: fast nur Bücher, die mir eine Welt auftaten, in der Ziele für mich leuchteten, und nur Bücher von persönlich künstlerischem Ausdruck. Trotzdem ist vieles davon für mich versunken und kaum noch in Erinnerung. Aber Dostojewski ist mir geblieben, und je mehr ich davon abkam, modernen Künstlern Größe zuzuerkennen (was ich nach Jugendart schnellfertig gerne tat, wenn mich ihre Kunst sympathisch berührte und mein Lebensgefühl steigerte), um so mehr fühlte ich: dieser ist wirklich groß, obwohl er mir nicht eigentlich sympathisch ist und mich öfter bedrückt, als erhebt. Ich weiß jetzt: er ist mehr als ein Gipfel, er ist ein Gebirge. Und alle modernen Gipfel, einen einzigen ausgenommen, ragen kaum zur halben Höhe seines Mittelzugs: der Eine aber, der seine Spitze überragt, Nietzsche, wirkt neben seinem ungeheuren Massiv aus gewachsenem Fels fast beängstigend als Kunstwerk: wie etwas Konstruiertes neben etwas Elementarem.

 Dieses Bild (es ist nur ein Bild und will nicht als mehr genommen sein) spricht keine Wertvergleichung aus, sondern den Eindruck, den ich vom Nebeneinander der beiden einzigen wirklichen Größen habe, die in der modernen Literatur seit Goethe und Byron erschienen sind. Vielleicht ist Nietzsche ein sublimes Ende und Dostojewski ein riesiger Anfang; jener das Ende der westlichen: europäischen, auf der Antike beruhenden Kultur, dieser der Anfang der östlichen: russischen, die von Byzanz stammt. Das Künstliche in der Erscheinung Nietzsches läßt dieses bange, ja tragische Gefühl aufkommen, und die beklemmende Wucht, mit der uns der slawische Byzantiner Dostojewski entgegentritt als Fürsprech einer ungeheueren, uns trüb chaotisch erscheinenden Masse von urchristlichen Barbaren, verdichtet diese Empfindung zu einer nebligen Beängstigung.”

 

 

 

bahr
Hermann Bahr (19 juli 1863  - 15 januari 1934)

 

 

 

 

De Frans-Zwitserse schrijver Robert Pinget werd geboren op 19 juli 1919 in Genève. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

Uit : Abel et Bela

 

BELA : Nous devions faire du théâtre, pas du caf’conc’. (Un temps.) Cette présidente, quelle idée. Le théâtre ce n’est pas ça.
ABEL : Nous y voilà. (Un temps.) Il faut viser à l’essentiel. (Un temps.) Quelle st l’essence du théâtre ? (Un temps.) Un texte nourri de… de… l’universel. Le cœur humain, son tréfonds. Comment y atteindre ? Descendre en soi-même. (Un temps.) Je descends en moi-même et je trouve quoi ? (Un temps.) Peur de mourir. Regret du passé. Horreur du vulgaire. (Un temps.) Oui il faut renoncer à cette partouse. Faire du théâtre avec le tréfonds, pas avec le fondement. (Un temps.) Qu’est-ce que tu trouves, toi, en descendant ?
BELA : Sommeil.
ABEL : Plus profond.
BELA : Envie de dormir.



 

 

 

pinget
Robert Pinget (19 juli 1919 – 25 augustus 1997)

 

 

 

 

De Franse schrijver en criticus Jean-Marie Déguignet werd geboren op 19 juli 1834 in Guengat. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

Uit : Le naturalisme français, étude sur Gustave Flaubert

 

Avant tout et par-dessus tout, Flaubert fut un artiste : artiste par ses qualités, artiste aussi par ses défauts.

Précisons, sans tarder davantage, ce que ce mot d'artiste, que l'on emploie de nos jours, comme tant d'autres, un peu au hasard, enferme de sens différents ; ou plutôt, mettons en lumière ce qu'il contient, tout au fond, de restrictions implicites à l'admiration dont il semble, au premier abord, qu'il soit l'expression absolue. Si, comme le dit Flaubert lui-même - un peu lourdement - dans la très curieuse Préface qu'il a mise aux dernières chansons de son ami Louis Bouilhet, si « les accidents du monde, dès qu'ils sont perçus, vous apparaissent comme transposés pour l'emploi d'une illusion à décrire, tellement que toutes les choses, y compris votre existence ne vous semblent pas avoir d'autre utilité », c'est à dire si vous considérez le monde, la nature, la vie, l'homme enfin comme des choses qui seraient faites pour l'art, et non plus l'art comme une chose qui serait faite pour l'homme, vos êtes artiste, au sens entier du mot, dans la force et la profondeur du terme. Alors, en effet, tout autour de vous, si large ou si restreint que soit le cercle de votre expérience ; que vous ayez confiné bourgeoisement votre vie dans un canton perdu de la Basse Bretagne ou de la Normandie ; que vous ayez promené votre observation vagabonde sur les bords du lac Asphaltite ou sur les ruines de Carthage, alors vous n'apercevez &endash; l'expression est encore de Flaubert &endash; que « ce qui peut profiter à votre consommation personnelle » ; et votre horizon, quel qu'il soit, limité par vos aptitudes originelles, a toujours et partout pour bornes les bornes même de votre talent.”

 

 

 

brunetiere
Ferdinand Brunetière (19 juli 1849 – 9 december 1906)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 19 juli 2007.

 

De Schotse schrijver Archibald Joseph Cronin werd geboren op 19 juli 1896 in Cardross, Dunbartonshire

 

De Duitse dichter en schrijver Georg Anton Lorenz Diefenbach werd geboren op 19 juli 1806 in Ostheim, Hessen.

 

De Franse schrijver en criticus Ferdinand Vincent-de-Paul Marie Brunetière werd geboren op 19 juli 1849 in Toulon.

 

 

 

18-07-08

Simon Vinkenoog 80 jaar, Yevgeny Yevtushenko, William Makepeace Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Jan Skorupski, Bobby Henderson


De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geborenen is vandaag dus 80 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

Dichter onderweg

Herneem, o woord, uw hoge vlucht
de tijd wacht al een eeuwigheid.
Auto's roesten, stormen razen
en de huiselijke haard wordt bedreigd.

Hoor toe, o klank, onder uw voeten
het ritme van wielen op de rails,
met in uw geheugen de eigen stappen
op duizenden kilometers aardoppervlak.

O kom, geduld, laat uw ogen genieten
van het landschap dat zich uitspreidt
tussen stations en oases; enkele reis
hemel-op-aarde mensenrijk.

Behoud, o woord, uw kracht
als het water om uw voeten wast -
het werk is aan de werkelijkheid,
het leven neemt zichzelf ter harte.

 

 

 

 

 

Nova gedicht

 

Schotschrift of schietgebed,
liefdesgedicht of lied van protest:

als het maar wordt meebeleefd,
vleugels krijgt en verlossend wordt.

Als de doem eenmaal plaats maakt
                                                voor de moed,
is al wat je doet
                                         een levende groet:

'Al wat beweegt
zal in beweging blijven

er op en of eronder
een keuze is er niet

niets dat beklijft
en alles zal verdwijnen

je leven een vuurwerk
of niet'

 

 

 

 

 

Uiteindelijk staat alle dichten stil

 

Uiteindelijk staat alle dichten stil.

Wanneer

het lijdend voorwerp, onderwerp geworden,

niet meer handelen, vervoegen wil

 

Wanneer de tijdnood dringt

en het geweld dit leven op de knieën dwingt

 

Wanneer de dagen zich verschuilen

De angst niet meer ontwaakt

(het samenwakend slapen

geen haast meer maakt)

 

Staan in de woorden de gedachten stil.

 

Wij worden omgeroepen en gezocht:

 

‘Ver-moe-de-lijk va-ren-de...

Zich met spoed naar huis

te be-ge-ven... Toe-stand

zeer ern-stig... O-ver-komst

dring-end ge-wenst...’

 

De onbegonnen reis die aan beraad

het hand en toe-val overlaat

 

Het visum oneindig verlengd

tot in de laatste magere jaren,

 

baart waanzicht, welgeteld. Een vijand

onverlaat, die overloopt,

 

en elke hartstocht stil. Verschaald.

 

 

 

 

 

 

vinkenoog
Simon Vinkenoog (Amsterdam, 18 juli 1928)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Yevgeny Yevtushenko werd geboren in Zima in Irkutsk op 18 juli 1933. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

Epistle to Neruda

 

Superb,
Like a seasoned lion,
Neruda buys bread in the shop.
He asks for it to be wrapped in paper
And solemly puts it under his arm:
"Let someone at least think
that at some time
I bought a book…"
Waving his hand in farewell,
like a Roman
rather dreamily royal,
in the air scented with mollusks,
oysters,
rice,
he walks with the bread through Valparaiso.
He says:
" Eugenio, look!
You see--
over there, among the puddles and garbage,
standing up under the red lamps
stands Bilbao-with the soul
of a poet -- in bronze.
Bilbao was a tramp and a rebel.
Originally
they set up the monument, fenced off
by a chain, with due pomp, right in the center,
although the poet had lived in the slums.
Then there was some minor overthrow or other,
and the poet was thrown out, beyond the gates.
Sweating,
they removed
the pedestal
to a filthy little red-light district.
And the poet stood,
as the sailor's adopted brother,
against a background
you might call native to him.
Our Bilbao loved cracking jokes.
He would say:
'On this best of possible planets
there are prostitutes and politutes --
as I'm a poet,
I prefer the former.'"
And Neruda comments, with a hint of slyness:
"A poet is
beyond the rise and fall of values.
It's not hard to remove us from the center,
but the spot where they set us down
becomes the center!"
I remember that noon,
Pablo,
as I tune my transistor at night, ny the window,
now,
when a wicked war with the people of Chile
brings back the smell of Spain.
Playing about at a new overthrow,
politutes in generals' uniforms
wanted, whichever way they could,
to hustle your poetry out of sight.
But today I see Neruda--
he's always right in the center
and, not faltering,
he carries his poetry to the people
as simply and calmly
as a loaf of bread.
Many poets follow false paths,
but if the poet is with the people to the bitter end,
like a conscience-
then nothing
can possibly overthrow poetry.
 


Vertaald door Arthur Boyars amd Simon Franklin

 

 

 

 

Yevgeny Yevtushenko
Yevgeny Yevtushenko (Zima, 18 juli 1933)

 

 

 

 

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007  en ook mijn blog van 18 juli 2006.

 

Uit: Vanity Fair

 

“Well, then. The flowers, and the presents, and the trunks, and bonnet-boxes of Miss Sedley having been arranged by Mr. Sambo in the carriage, together with a very small and weather-beaten old cow's-skin trunk with Miss Sharp's card neatly nailed upon it, which was delivered by Sambo with a grin, and packed by the coachman with a corresponding sneer—the hour for parting came; and the grief of that moment was considerably lessened by the admirable discourse which Miss Pinkerton addressed to her pupil. Not that the parting speech caused Amelia to philosophize, or that it armed her in any way with a calmness, the result of argument; but it was intolerably dull, pompous, and tedious; and having the fear of her schoolmistress greatly before her eyes, Miss Sedley did not venture, in her presence, to give way to any ebullitions of private grief. A seed-cake and a bottle of wine were produced in the drawing-room, as on the solemn occasions of the visits of parents, and these refreshments being partaken of, Miss Sedley was at liberty to depart.

"You'll go in and say good-bye to Miss Pinkerton, Becky!" said Miss Jemima to a young lady of whom nobody took any notice, and who was coming downstairs with her own bandbox.

"I suppose I must," said Miss Sharp calmly, and much to the wonder of Miss Jemima; and the latter having knocked at the door, and receiving permission to come in, Miss Sharp advanced in a very unconcerned manner, and said in French, and with a perfect accent, "Mademoiselle, je viens vous faire mes adieux."

Miss Pinkerton did not understand French; she only directed those who did: but biting her lips and throwing up her venerable and Roman-nosed head (on the top of which figured a large and solemn turban), she said, "Miss Sharp, I wish you a good morning." As the Hammersmith Semiramis spoke, she waved one hand, both by way of adieu, and to give Miss Sharp an opportunity of shaking one of the fingers of the hand which was left out for that purpose.”


 

 

William_Makepeace_Thackeray
William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Nathalie Sarraute werd geboren op 18 juli 1900 in Ivanova, Rusland. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

Uit: Le Planétarium

 

Mon gendre aime les carottes râpées. Monsieur Alain adore ça. Surtout n'oubliez pas de faire des carottes râpées pour Monsieur Alain. Bien tendres... des carottes nouvelles... Les carottes sont-elles assez tendres pour Monsieur Alain ? Il est si gâté, vous savez, il est si délicat. Finement hachées... le plus finement possible... avec le nouveau petit instrument... Tiens... c'est tentant... Voyez, Mesdames, vous obtenez avec cela les plus exquises carottes râpées... Il faut l'acheter. Alain sera content, il adore ça. Bien assaisonnées... de l'huile d'olive... "la Niçoise" pour lui, il n'aime que celle-là, je ne prends que ça... Les justes proportions, ah, pour ça il s'y connaît... un peu d'oignon, un peu d'ail, et persillées, salées, poivrées... les plus délicieuses carottes râpées... Elle tend le ravier... "Oh, Alain, on les a faites exprès pour vous, vous m'aviez dit que vous adoriez ça..."

 

Un jour il a eu le malheur, dans un moment de laisser-aller, un moment où il se tenait détendu, content, de lui lancer cela négligemment, cette confidence, cette révélation, et telle une graine tombée sur une terre fertile cela a germé et cela pousse maintenant : quelque chose d'énorme, une énorme plante grasse au feuillage luisant : Vous aimez les carottes râpées, Alain.

 

Alain m'a dit qu'il aimait les carottes râpées. Elle est à l'affût. Toujours prête à bondir. Elle a sauté là-dessus, elle tient cela entre ses dents serrées. Elle l'a accroché. Elle le tire... Le ravier en main, elle le fixe d'un œil luisant. Mais d'un geste il s'est dégagé — un bref geste souple de sa main levée, un mouvement de la tête... "Non, merci..." Il est parti, il n'y a plus personne, c'est une enveloppe vide, le vieux vêtement qu'il a abandonné dont elle serre un morceau entre ses dents. »

 

 

 

Sarraute
Nathalie Sarraute (18 juli 1900 – 19 oktober 1999)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, criticus en politicus Aad Nuis werd geboren op 18 juli 1933 in Sliedrecht. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 9 november 2007. 

 

Uit: Een dag op de Rijksacademie

 

“Hoe viel uit deze geïllustreerde verhalen in heel hun verscheidenheid een lijn te trekken naar het algemene thema, de maatschappelijke betekenis van de kunst? In wat hier volgt zal ik geen poging doen tot een verslag van de levendige discussie die op gang kwam. Zoals elke levendige discussie vloog ze van hak naar tak, hier en daar iets verhelderend om dan weer alle kanten uit te schieten. Ik heb een grote bewondering voor notulisten, maar ben er zelf geen. In plaats daarvan probeer ik hier, met behulp van gedachten van deelnemers aan de discussie, een eigen spoor te volgen.

Anna Tilroe hielp daarbij in veel opzichten, om te beginnen door de rol te schetsen van de internationale kunstwereld: de sterke, vooral in enkele Westerse centra gesitueerde infrastructuur van critici, musea, galeries, een publiek van ingewijden met een eigen jargon en eigen, uiteraard aan mode onderhevige noties over kunst. Het is deze kunstwereld die, volgens eigen kwaliteitsnormen, kunstenaars selecteert, legitimeert, geld en aanzien te verdelen heeft. Het ligt dus voor de hand dat kunstenaars die losraken uit hun conventionele achtergrond en de sprong maken naar de grote wereld, zullen proberen zo goed mogelijk aansluiting te krijgen bij de normen en noties van deze machtige club. Van verzet daartegen bij de kunstenaars zelf is nauwelijks iets te merken: ieder zoekt zijn eigen weg, kiest zijn voorgangers en voorbeelden, bewijst op zijn minst lippendienst aan de wachtwoorden van de dag.

Toch is de kunstwereld een wankele affaire. Hij heeft nauwelijk vertakkingen naar grote delen van de echte wereld: Afrika, Zuid-Amerika. Omdat daar ook nauwelijks een lokale, kritisch selecterende infrastructuur bestaat, betekent dat een enorme barrière voor de kunstenaars uit die gebieden. Maar het is ook een zwakte van de kunstwereld zelf. Sterker: ook in het Westen zelf lijkt die wereld steeds meer als een rozige ballon boven de samenleving te zweven. Grote delen van het publiek, ook van het sterk bij zaken van kunst en cultuur betrokken publiek, keren zich af van wat daarbinnen opgeld doet. In de ballon zelf heerst ondertussen steeds meer onzekerheid. Wat is eigenlijk kwaliteit? Oude zekerheden raken omstreden, steeds meer lijkt de overtuiging veld te winnen dat selecteren naar kwaliteitscriteria onbegonnen werk is. En daarmee vervaagt de grens tussen de kunstwereld en de veel grotere en rumoerige wereld van de globale massacultuur.”

 

 

 

 

Nuis
Aad Nuis (18 juli 1933 - 8 november 2007)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ludwig Harig werd geboren op 18 juli 1927 in Sulzbach. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

 

Bruder Eichendorff

 

Den kleinen Reisebus durchweht ein sanfter Hauch von Sprache,

streift die Haut und schmeichelt unsren Ohren.
Es ist das Zauberwort des reichsten, reinsten Toren:
Kein schales Lautgeklirr, kein schnöder Schall und Rauch.

Es sprudelt jedes Wort zugleich aus Kopf und Bauch.
Gespeichert ist sein Werk von forschen Professoren:
Roman, Essay, Gedicht in Mikroprozessoren,
dem einen zum Genuß, dem andren zum Gebrauch.

O Bruder Eichendorff, nein, du bist kein Aggressor,
nicht laute Reimfabrik, nicht fauchender Kompressor,
du bist ein Stück Natur, und wenn du sprichst, dann blüht’s.

Es liebt und preist dich hier der reisende Professor,
auch er braucht weder Text- noch EDV-Prozessor,
ihm sprießt dein Weltgedicht im Humus des Gemüts.

 

 

 

 

Im Flirt mit Dame Gott

 

Für Paul Wühr

 

Ach Paul, mein lieber Paul, du dichtest mit Gespür

dich außerhalb der Zeit in eine helle Ferne,

die uns illuminiert wie Aladins Laterne:

Du reibst, und es erscheint dein Vers en miniature.

 

Es schwingt dein Silbenfuß im Takt und tanzt die Kür

im Flirt mit Dame Gott bis an den Rand der Sterne.

Der eine sucht den Sinn, der andre das Moderne.

So ist nun mal die Welt, was kann Paul Wühr dafür?

 

Der schmale Trampelpfad erweitert sich zur Pforte.

Was gibt es rundumher, was außerhalb der Worte,

die für uns Wörter sind und kein Begriff darüber?

 

Was bleibt, ist kurz gesagt des Lebens Paraphrase,

das Übel mit dem Kreuz, das Elend mit der Blase.

So stehen wir perplex dem Wortschrott gegenüber.

 

 

 

 

harig
Ludwig Harig (Sulzbach 18 juli 1927)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

 

De Nederlandse romanschrijver en journalist Jan Gerhard Toonder werd geboren in Rotterdam op 18 juli 1914.

 

De Nederlandse schrijfster Josepha Judica Mendels werd geboren op 18 juli 1902 te Groningen. Zie ook mijn blog van 18 juli 2006.

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupski werd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië.

 

De natuurkundige en schrijver Bobby Henderson werd geboren op 18 juli 1979 in Roseburg, Oregon.