16-06-08

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Giovanni Boccaccio, Torgny Lindgren, Theo Thijssen, Erich Segal, Cláudia Ahimsa, Elfriede Gerstl, Frans Roumen


De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blogs van 16 juni 2006, mijn blog van 13 juni 2007, mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 29 november 2007.

 

Uit: cláudia ahimsa  (poetry international '98)

 

“Cláudia Ahimsa (Porto Alegre, 1963) studeerde moderne dans en theater in Brazilië. Ze studeerde af aan het Tanztheater van Pina Bausch, en woonde van 1988 tot 1996 in Duitsland.

Vervolgens woonde ze een jaar in de Verenigde Staten. Ze maakte reizen naar Nepal, Tibet, Bali, Griekenland, Turkije, Jamaica, Denemarken, Ierland en Schotland.

Deze reizen laten hun sporen na in haar gedichten. Er zijn referenties aan allerlei plaatsen in de wereld, maar nauwelijks aan Brazilië. Dikwijls is er sprake van een onbeduidend voorval als aanleiding tot een originele gedachtengang. De gedichten gaan over een manier van kijken naar de dingen - een manier die onbevooroordeeld is; ze lijkt alles te willen zien alsof het voor het eerst is. Daarbij is het absurde nooit ver verwijderd van het alledaagse.

Cláudia Ahimsa heeft sinds 1992 drie dichtbundels gepubliceerd. Zij is ook actief op politiek gebied: zij ijvert voor de bevrijding van Tibet en de onafhankelijkheid van Oost-Timor. ‘Ahimsa’ is Sanskriet voor ‘geweldloosheid’.

 

 

Estudos

 

Me disseram que ali embaixo

coisas miúdas

têm olhos e ânus...

Removo a pedra e sopro.

Não aceito

mais este enigma.

 

 

 

Studie

 

Men heeft mij gezegd dat hier beneden

minuscule dingetjes

ogen hebben en anussen...

Ik verwijder de steen en kijk.

Ik kan niet leven met

dit zoveelste raadsel.

 

 

 

 

Tierelyrisch

 

En ze ontwaakte van abrupte vreugde

trachtte zich aan te kleden

trok niets aan

 

vergeefs zocht ze enig detail

te vatten in de spiegel

dat tenminste iets normaals zou passen

in de impulsen van die anarchie

 

die draden uit de zijde haalde

die parfum goot op de rozen

haar geslacht afdroogde aan de gordijnen

en op de nagels van haar tenen beet

 

ze belde de telefoniste

en legde uit dat ze gelukkig was

 

totdat ze haar verstikte

absurd van grootheid

buitensporig brutaal

 

de vreugde laat af

 

ze liet zich naakt op bed vallen

en rolde schaterend om en om

totdat ze droevig werd.

 

 

 

 

De oude dichter

 

Nee

hij heeft geen kudden opgedreven

het zijn gerecyclede woorden

melodieuze vlakten

 

Nee

hij heeft de weiden niet verdord

hij heeft de blaadjes omgedraaid

geprojecteerd in halvemanen

 

voor zijn ogen

     eerstvolgende schutting

de horizon

     die een eeuw overbrugt.

 

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

 

willemsen
August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Nostalgia

Rural District School #7, Ransomville, New York

Crumbling stone steps of the old schoolhouse
Boarded-up windows shards of winking glass
Built 1898, numerals faint in stone as shadow
Through a window, obedient rows of desks mute
Only a droning of hornets beneath the eaves,
the cries of red-winged blackbirds by the creek

How many generations of this rocky countryside grown & gone
How many memories & all forgotten
no one to chronicle, no regret

& the schoolhouse soon to be razed & goodbye America
The flagless pole, what relief!
I love it, the eye lifting skyward to nothing

Never to pledge allegiance to the United States of America
again
Never to press my flat right hand over my heart again
as if I had one

 

 

I Saw A Woman Walking Into A Plate Glass Window

I saw a woman walking into a plate glass window
as if walking into the sky.

I saw her death striding forward to meet her,
shadowed in flawless glass.

Dogwood blossoms drew her, a lilac-drugged air,
it was beauty's old facade,
blinding,
blind: the transparency
that, touched, turns opaque.

The frieze into which she stepped buckled in anger
and dissolved in puzzle parts about her head.

*          *          *

 

I saw a woman walking into sunshine confident and composed
and tranquil to the last.

I saw a woman walking into something that had seemed nothing.
As we commonly tell ourselves.

The trick to beauty is its being unassimilable,
a galaxy of glittering reflections,
each puzzle part in place.
Not this raining of glass and blood
about the amazed head.

The unfathomable depths into which she stepped became
the merest surface,
Pain and noise.

*          *          *

 

I saw a woman walking into her broken body
as if she were a bride.

I saw her soul struck to the ground because mere space
could not bear it aloft.

I saw how the window at last framed only what was there,
beyond the frame,
that could not fall.

My throat filled with blood:
you would not have believed how swiftly.

 

 

 

 

oates

Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

The 1000 Nights

 

And so for one thousand nights,
I watched the teardrop rain of a thousand rotting suns,
And in this hour of haste and need
my soul has lost its purchase.

 

I sit weeping beneath the listful heavens,
watching brother and brother unite,
as the forming of this unification
finds a means to kill the father.

 

How wretched we have become,
How stark our language finds us.
What then are we to withhold
From the lion who lies in wait?

 

A prayer from merchants, empty of salvation,
Hear me and listen, pay heed my friend,
For these one thousand nights will pass for you as well
Prepare a way for their coming,
And lose yourself amongst the sands of death.

 

 

 

Where Did I Put My Poems?

 

Poetry,
what a weird damn thing!
I’ve written tons of great poems,
I mean truly great, great poems.
I’ve lost them all.

I don’t know where I put them.
I wrote them down and left them somewhere,
they must haven gotten moved by someone;
they must have been put away;
lost forever most likely.
it’s a shame really;
they were really, really great poems.

I don’t mean that I wrote them all at once,
and then lost them.
oh no, not at all – Not by a long shot.
I would write one,
then another quite a while later.
I wrote a bunch of really bad ones in between.

None of them rhymed much I don’t think.
well, perhaps a few did.
I can’t quite be sure now.
I think I wrote most of them while I was stoned.
words sometime seem to flow easier when I’m stoned.

I don't get stoned much anymore

I wish I could remember them,
I’d write them down again.
but, although I’ve tried,
I just can’t remember.
I do remember that they were good.
I don’t remember what they were about,
or how they went.
I wish I could remember
if they even ever existed at all.

It’s a real shame that they’re gone now.
you would have loved them.
they were really, really great.
damn, those poems were so good.

This one is shit.

 

 

 

 

 

normal_DerekAudette_Promo2
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Decamerone

 

En terwijl ze dit besluit voortdurend voor ogen hielden, bleven ze schertsend en lachend als altijd met Lorenzo omgaan. En op een dag gingen ze zo, onder het voorwendsel dat ze met zijn drieën een uitstapje wilden maken, de stad uit en namen Lorenzo mee. Toen ze nu op een eenzame en afgelegen plek waren aangekomen, zagen ze hun kans schoon en doodden hem terwijl hij nergens op verdacht was. Vervolgens begroeven ze hem zonder dat iemand er iets van merkte. En bij hun terugkomst in Messina verspreidden ze het gerucht dat ze hem voor zaken ergens naar toe hadden gestuurd: iets wat gemakkelijk geloof vond omdat zij hem vaak dergelijke reizen heten maken. Toen Lorenzo maar niet terugkwam en Lisabetta zich over zijn afwezigheid ongerust begon te maken, vroeg zij haar broers herhaaldelijk en met grote nadruk waar hij toch bleef. En omdat zij steeds maar bleef aandringen, zei een van haar broers op een dag tegen haar: 'Wat heb je toch? Wat heb jij eigenlijk met Lorenzo te maken, dat je zo vaak naar hem vraagt? Als je nog eens een keer naar hem vraagt, zullen wij je het antwoord geven dat je verdient.' Triest en terneergeslagen en ten prooi aan een onbestemde angst wachtte de jonge vrouw vanaf dat moment bezorgd en zonder nog iets te vragen af wat er zou gebeuren. En dikwijls riep ze 's nachts bedroefd de naam van haar vriend en smeekte zij hem terug te komen, en vaak huilde zij hete tranen over zijn langdurige afwezigheid. En terwijl ze nergens meer plezier in had, bracht ze haar dagen in bange afwachting door.

Eens op een nacht, toen zij erg had geschreid om haar geliefde die maar niet terugkeerde, was zij tenslotte huilend in slaap gevallen. En tijdens die slaap verscheen haar toen Lorenzo. Hij zag er bleek en weggetrokken uit en zijn kleren waren aan alle kanten gescheurd en weggerot. En het was alsof hij tegen haar zei: 'O Lisabetta, dag en nacht roep je mijn naam en treur je over mijn afwezigheid, en de tranen die je vergiet zijn een zware beschuldiging aan mijn adres. Daarom kom ik je zeggen dat ik niet meer bij jou kan terugkeren, omdat ik op de laatste dag dat jij me hebt gezien door jouw broers ben vermoord.' En hij wees haar de plaats aan waar ze hem hadden begraven. En nadat hij tegen haar had gezegd dat zij hem niet meer moest roepen of verwachten, verdween hij.’

 

 

 

 

boccaccio
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

 

 

 

 

 

 

 

De Zweedse schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Der Weg der Schlange (Vertaald door Gisela Kosubek)

 

"Herr im Himmel, war es Karl Orsa, Bauer und Krämer, den du seinerzeit begraben wolltest, als du Kullmyrliden solcherart zerrissen hast, oder mich, mein Haus und Johanna? Und die Kinderchen, noch ganz ohne Leben?
In unseren Gegenden kann solches nicht geschehen, ward behauptet. Erdbeben, Risse, Verwerfungen. Mitnichten.
Allein um dieses will ich dich fragen.
Du kennst meine Umstände.
Hochschwedisch, Herrgott, wie ich es jetzt mit dir spreche, das habe ich in Baggböle gelernt und vom Jakob.
Umstände ist ein grobes Wort.
Ich will dir alles kundtun, Herrgott.
Ich will dir all und jedes kundtun, von Anfang bis Ende, und dann will ich dich fragen nach dem, was ich nicht verstehe. Ich, Johann Johansson, von den Leuten Jani Großmaul genannt, sicher auch so geheißen von dir, der jeglichen mit gleicher Elle mißt, geboren in Kullmyrliden achtzehnhundertneunundvierzig, im selbigen Jahr, da Großvater Alexis sich erhängte an einer von Oll Karlsas Kiefern, eigenen Wald besaß er dazumal nicht mehr, und im selbigen Jahr, da zwei von Johan Olovs Ochsen bei der Quelle am Gårdmoor durchs Eis brachen und ihr somit den Namen gaben, Oxkallkälla. Denn jegliches soll einen Namen haben.
Wenn dir, Herrgott, jemals ein Becher Wasser vonnöten ist, um den Durst eines ewigen Wesens zu stillen, so sag ich dir, geht zur Oxkallkälla, sie ist klar und kalt gleich der Luft zwischen den Sternen, und sie liegt nur zehn Schritt weit von den Letztstegen vor dem Granberg.
Du weißt, ich bin aufsässig geboren, du hast mich so erschaffen. Und ständig sprachst du zu mir: Du sollst nicht aufsässig sein, Jani Großmaul. In dieser Sache, Herr, bist du wundersam, du formst uns auf ganz eigene Weise, manch einen selbstgefällig, andere störrischen Wesens oder von sonst einem Schlag. Und dann verbrauchst du unser Leben, um uns zu unterweisen, daß wir dergestalt nicht sein sollen, wir sollen nicht sein auf jene besondere Weise, wie du uns erschaffen. Doch tatest du gut daran, mir nur weniges zu geben, auf das mein Trotz sich richten ließ. Wär's dein Wille gewesen, mich zum Sohn eines Krämers oder Großbauern zu machen, so wär ich wohl ein gefährlich Mannsbild geworden, mit all diesem Eigensinn und dem Querwuchs im Stamm meines Wesens, ich hätt ein übler Herr werden können.“

 

 

 

Lindgren
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen als dochter van joodse ouders. Ze studeerde geneeskunde en psychologie. Medio jaren vijftig begon ze in tijdschriften te publiceren. Zij debuteerde in 1962 met Gesellschaftsspiele mit Mir. Ook een succes werd Gerstls roman Spielräume uit 1977. Een van haar bekendste werken is de uitgave Kleiderflug, Schreiben Sammeln Lebensräume, die in 2007 opnieuw is uitgebracht.

 

die depperte gewohnheit

 

die depperte gewohnheit
gern im bett zu schreiben
rest aus der zeit wo mir kein eckerl eigen
kein tisch kein kastl - gar kein ruheort
jetzt ist die wohnung vollgestopft
mit büchern und mit kleidern
zum teil in säcken schachteln koffern
so wiederhole ich die zeit der flucht
die zeit der armut
in der s nicht üblich war was wegzuschmeissen
mit angst und krankheit falsch (meschugge)
umzugehen
hab ich noch immer nicht so ganz verlernt
als würde einer jahrelang noch weitertrippeln
nachdem die fesseln von den füssen
längst ihm abgenommen

 

 

 

 

ElfriedeGerstl
Elfriede Gerstl (Wenen, 16 juni 1932)

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Rooilaan langs de Maas

Eerst dient de horizon zich weidser aan,
zo zonder bomen die het uitzicht zeven.
Dit werd pas 's winters even vrij gegeven,
om er dan snel een loofdoek voor te slaan.

Een kleine bal, een zwarte volle maan,
lijkt al wat in de verte is gebleven.
De bomen zijn steeds ijler weggedreven.
Van dichterbij zie ik een pony staan.

Daar ging ik met de hond elk jaargetijde,
tot vreemde mannen ons met vuur beroofden
van deze gang die ons voor kort bevrijdde

van kooi en tijd. En ik herinner mij de
begeerde schaduw die het zonlicht doofde,
het herfstgeruis dat eeuwigheid beloofde.

 

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 16 juni 2006. 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879.

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren.

 

 

De commentaren zijn gesloten.