29-02-08

Yórgos Seféris, Howard Nemerov, Martin Suter, Dee Brown, John Byrom, Saul Williams


De Griekse dichter Yórgos Seféris werd volgens de toen geldende Juliaanse kalender geboren in Smyrna (nu Izmir, in Turkije) op 29 februari 1900. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007.

 

Fles in zee.

 

Drie rotsen, een paar armzalige dennen en een verlaten kerkje

en daarboven

begint hetzelfde landschap opnieuw als een kopie;

drie rotsen in de vorm van een poort, geroest,

een paar armzalige dennen, zwart en geel

een vierkant huisje begraven onder kalk;

en daarenboven begint hetzelfde landschap

nog vele malen trapsgewijs opnieuw

tot aan de horizon tot aan de schemerende hemel.

 

Hier hebben wij de boot verankerd om onze gebroken riemen te herstellen

om water te en te slapen.

De zee die ons verbitterde is diep en niet te peilen

en strekt zich uit in eindeloze sereniteit.

Hier tussen de steentjes hebben wij een munt gevonden

 daar hebben wij om gespeeld.

De jongste won en hij verdween.

 

Wij gingen weer aan boord met de gebroken riemen.

 

 

 

DENIAL

On the secret seashore
white like a pigeon
we thirsted at noon;
but the water was brackish.

On the golden sand
we wrote her name;
but the sea-breeze blew
and the writing vanished.

With what spirit, what heart,
what desire and passion
we lived our life: a mistake!
So we changed our life..

 

 

 

 

Engelse vertaling door Edmund Keeley en Phillip Sherrard

 

 

 

IN DEN MEERESHÖHLEN


In den Meereshöhlen
da ist ein Durst, da ist eine Liebe,
da ist eine Ekstase hart wie Muscheln;
du kannst sie in der Hand halten.

In den Meereshöhlen
sah ich dir in die Augen, tagelang,
und ich kannte dich nicht
und du kanntest mich nicht.

 

 

 

Duitse vertaling door Guy Wagner

 

 

 

 

 

 

Seferis
Yórgos Seféris (29 februari 1900 – 20 september 1971)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en literatuurdocent Howard Nemerov werd geboren op 29 februari 1920 in New York. Zijn ouders waren eigenaar van het bont- en modehuis Russeks op de  Fifth Avenue in New York. Nemerovs ouders lieten de opvoeding over aan hun personeel en alle kinderen hadden hun eigen kindermeisje. Nemerov studeerde aan Harvard. In WO II diende hij als piloot in de Royal Canadian Air Force en later in de United States Army Air Forces. Na de oorlog werkte hij als literatuurdocent op verschillende colleges en universiteiten. Nemerov was tweemaal United States Poet Laureate (1963 – 1964 en 1988 – 1990) en won o.a. de National Book Award, de Pulitzer Prize en de Bollingen Prize.

 

 

 

Amateurs of Heaven

 

Two lovers to a midnight meadow came
High in the hills, to lie there hand and hand
Like effigies and look up at the stars,
The never-setting ones set in the North
To circle the Pole in idiot majesty,
And wonder what was given them to wonder.

Being amateurs, they knew some of the names
By rote, and could attach the names to stars
And draw the lines invisible between
That humbled all the heavenly things to farm
And forest things and even kitchen things,
A bear, a wagon, a long handled ladle;

Could wonder at the shadow of the world
That brought those lights to light, could wonder too
At the ancestral eyes and the dark mind
Behind them that had reached the length of light
To name the stars and draw the animals
And other stuff that dangled in the height,

Or was it the deep? Did they look in
Or out, the lovers? till they grew bored
As even lovers will, and got up to go,
But drunken now, with staggering and dizziness,
Because the spell of earth had moved them so,
Hallucinating that the heavens moved.

 

 

 

 

Because You Asked about the Line between Prose and Poetry

 

Sparrows were feeding in a freezing drizzle
That while you watched turned into pieces of snow
Riding a gradient invisible
From silver aslant to random, white, and slow.

There came a moment that you couldn't tell.
And then they clearly flew instead of fell.

 

 

 

 

Poetics

 

You know the old story Ann Landers tells
About the housewife in her basement doing the wash?
She's wearing her nightie, and she thinks, "Well, hell,
I might's well put this in as well," and then
Being dripped on by a leaky pipe puts on
Her son's football helmet; whereupon
The meter reader happens to walk through
and "Lady," he gravely says, "I sure hope your team wins."

A story many times told in many ways,
The set of random accidents redeemed
By one more accident, as though chaos
Were the order that was before the creation came.
That is the way things happen in the world:
A joke, a disappointment satisfied,
As we walk through doing our daily round,
Reading the meter, making things add up.

 

 

 

 

 

NEMEROV
Howard Nemerov (29 februari 1920 – 5 juli 1991)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Martin Suter werd geboren op 29 februari 1948 in Zürich. Hij begon als schrijver van reclameteksten en als reclamevakman, maar schreef daarnaast ook al altijd reportages voor het tijdschrift GEO en talrijke draaiboeken voor film en televisie. Zijn romans Small World, Die dunkle Seite des Mondes en Ein perfekter Freund verbinden een criminele handeling met maatschappijppelijke en medische kritiek. Voor Small World kreeg hij in 1997 de Franse literatuurprijs „Prix du premier roman étranger“, Ein perfekter Freund werd in Frankrijk onder de titel Un ami parfait verfilmd door Francis Girod.

 

 

Uit: Ein perfekter Freund

 

“Seine Hand spürte das Gesicht, aber sein Gesicht spürte die Hand nicht.
Fabio Rossi ließ sie wieder auf die Bettdecke sinken und versuchte, dorthin zurückzukehren, wo er sich eben noch befunden hatte. An den Ort ohne Gefühle, Geräusche, Gedanken und Gerüche.

Es war vor allem der Geruch, der ihn davon abhielt, die Augen zu öffnen. Es roch nach Krankenhaus. Er würde noch früh genug erfahren, weshalb er hier war.
Das nächste, was durch das Dunkel drang, war eine Stimme. »Herr Rooossi«, rief sie, wie vom andern Ufer eines Flusses. So weit weg, daß er sie ignorieren konnte, ohne unhöflich zu erscheinen.

Die Geräusche entfernten sich, aber der Geruch blieb. Er wurde intensiver mit jedem Atemzug. Fabio wollte durch den Mund atmen. Es war ihm, als ob er ihn nur zur Hälfte öffnen könnte. Er betastete ihn. Wieder das gleiche Gefühl:
Die Finger spürten die Lippen, aber die Lippen die Finger nicht. Doch der Mund war offen. Er konnte seine Zähne berühren. Auch sie waren gefühllos, jedenfalls die auf der rechten Seite.
Seine linke Gesichtshälfte fühlte sich normal an. Sein Oberkörper ebenfalls. Er konnte auch die Füße bewegen .... “

 

 

 

SUTER
Martin Suter (Zürich 29 februari 1948)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en historicus Dorris Alexander "Dee" Brown werd geboren op 28 februari 1908 in Alberta, Louisiana. Hij groeide op in Ouachita County, Arkansas en Little Rock, waar hij bevriend raakte met verschillende indianen. In de loop van de tijd werd hij er zich van bewust dat het beeld van de indianen in Amerikaanse films niet overeenkwam met de werkelijkheid. Hij werkte als journalist en werd later leraar en bibliothecaris. Na WO II werd hij hoogleraar bibliotheekwetenschappen aan de universiteit van Illinois. In 1973 ging hij met pensioen en wijdde hij zich aan het schrijven van boeken. In zijn bekendste werk Bury My Heart at Wounded Knee uit 1970 bewschrijft hij het lijden en de ondergang van de indianen in Noord-Amerika.

 

Uit: American West

 

Westward March

"Thare is good land on the Massura for a poar mans home."

This theme, penned in an 1838 letter from Arkansas to Tennessee, appears with its variations as the moving spirit of western migration. The frontiersman who scrawled out the good news from the banks of the White River probably had no conception of the wide reach of land between his few acres and the Pacific shore. He dreamed no dream of empire. His eye was on the good land he had found, where a "poar man" could prosper.

To settlers on the bottom lands of the great midwestern rivers and on the forested fringes of the Great Plains, the West of the 1830s was a rumor of indefinite obstacles. Known in its parts by a few trappers and explorers, it was grasped as a whole by no one. The sources of its great rivers, the extent of its mountain ranges were a matter of vague conjecture by geographers, who often depicted the continental features as they "must be" rather than as they were. These maps of the literate were only a little more useful than the rumors of the semiliterate.

The great desert and the "shining mountains" stood as a barrier to the settlers who had flowed across the Alleghenies. Even the approaches to the mountains were forbidding. Between the western edge of settlement and the Great Divide lay the treeless plains, where wind and alkali dust accompanied fierce storms, and tribes of Indians roamed in search of buffalo.

Beyond the horizon of the settlers were the trappers and traders, less concerned with rumors, correcting the maps while they read them. "The Rocky Mountains," wrote trader Joshua Pilcher in 1830, "are deemed by many to be impassable, and to present the barrier which will arrest the westward march of the American population. The man must know little of the American people who supposes they can be stopped by any thing in the shape of mountains, deserts, seas, or rivers."

 

 

 

Brown
Dee Brown (28 februari 1908 – 12 december 2002)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter John Byrom werd geboren op 29 februari 1692 in Manchester. Door zijn goede komaf genoot hij een excellente opleiding. Hij bezocht Cambridge en studeerde medicijnen in Montpellier in Frankrijk. Byrom is vooral nog bekend door zijn “Christmas Carol”, maar werd door zijn tijdgenoten beschouwd als een echte man der letteren. Veel van zijn gedichten, waaronder het bekende My spirit longeth for Thee, zijn religieus van toon. Ook zijn epigrammen waren geliefd.

 

 

My spirit longs for Thee

 

My spirit longs for Thee,
Within my troubled breast,
Though I unworthy be
Of so divine a Guest.

 

Of so divine a Guest
Unworthy though I be,
Yet has my heart no rest
Unless it come from Thee.

 

Unless it come from Thee,
In vain I look around;
In all that I can see
No rest is to be found.

 

No rest is to be found
But in Thy blessèd love;
O let my wish be crowned
And send it from above.

 

 

 

 

byrom_j2
John Byrom (29 februari 1692 – 26 september 1763)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, acteur, rapper en musicus Saul Stacey Williams werd geboren in Newburgh, New York op 29 februari 1972. Bekend is hij vooral door zijn albums met gesproken woord en door zijn film Slam. Na zijn studie aan het Morehouse College in Atlanta ging hij naar New York om daar aan de universiteit te leren acvteren. Hij kwam daar in contact met de Poetry-Slam-Scene en begon zelf aan slams deel te nemen. In 1996 won hij de titel Nuyorican Poets Cafe Grand Slam Champion. Door zijn bekendheid als Grand Slam Champion kwam hij in 1998 terecht bij de film Slam, waarin hij de hoofdrol speelde. De film won de Sundance Festival Grand Jury Price en de Caméra d'Or in Cannes.

 

 

Untitled

the say

that i am a poet

i wonder what they would say

if they saw me

from the inside

i bottle

emotions

and place them

into the sea

for other

to unbottle

on distant shores

i am unsure

as to whether

they ever reach

and for that matter

as to whether

i ever get

my point

across

or my love

 

 

 

saul-williams2
Saul Williams (Newburgh, 29 februari 1972)

 

 

 

28-02-08

Stephen Spender, Bodo Morshäuser, Michel de Montaigne, John Montague, Daniel Handler, Marcel Pagnol


De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 februari 2007.

 

Daybreak
 
At dawn she lay with her profile at that angle
Which, when she sleeps, seems the carved face of an angel.
Her hair a harp, the hand of a breeze follows
And plays, against the white cloud of the pillows.
Then, in a flush of rose, she woke, and her eyes that opened
Swam in blue through her rose flesh that dawned.
From her dew of lips, the drop of one word
Fell like the first of fountains: murmured
'Darling', upon my ears the song of the first bird.
'My dream becomes my dream,' she said, 'come true.
I waken from you to my dream of you.'
Oh, my own wakened dream then dared assume
The audacity of her sleep. Our dreams
Poured into each other's arms, like streams.

 

 

 

 

The Landscape near an Aerodrome

 

More beautiful and soft than any moth
With burring furred antennae feeling its huge path
Through dusk, the air-liner with shut-off engines
Glides over suburbs and the sleeves set trailing tall
To point the wind. Gently, broadly, she falls,
Scarcely disturbing charted currents of air.


Lulled by descent, the travellers across sea
And across feminine land indulging its easy limbs
In miles of softness, now let their eyes trained by watching
Penetrate through dusk the outskirts of this town
Here where industry shows a fraying edge.
Here they may see what is being done.


Beyond the winking masthead light
And the landing-ground, they observe the outposts
Of work: chimneys like lank black fingers
Or figures frightening and mad: and squat buildings
With their strange air behind trees, like women's faces
Shattered by grief. Here where few houses
Moan with faint light behind their blinds,
They remark the unhomely sense of complaint, like a dog
Shut out and shivering at the foreign moon.


In the last sweep of love, they pass over fields
Behind the aerodrome, where boys play all day
Hacking dead grass: whose cries, like wild birds
Settle upon the nearest roofs


But soon are hid under the loud city.
Then, as they land, they hear the tolling bell
Reaching across the landscape of hysteria,


To where larger than all the charcoaled batteries
And imaged towers against that dying sky,
Religion stands, the church blocking the sun.

 

 

 

 

 

spender
Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

 

 

 

De Duitse schrijver Bodo Morshäuser werd geboren op 28 februari 1953 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 28 februari 2007.

 

 

Uit: Was denken Jugendliche? Die Ergebnisse der neuen Shell-Studie

 

„Man kann auch Zweifel daran haben, ob die weite Altersspanne von 12 bis 24 Jahren eine taugliche Größe ist. Schwerwiegender finde ich, daß Jugendliche mit ausländischem Paß, die in Deutschland aufgewachsen sind, ausgeklammert werden. Warum, wird nicht klar benannt. Es handelt sich also um eine Untersuchung allein über eine Jugend mit deutschem Paß. Kein Wunder, daß die Realität der Ausländerfeindlichkeit außen vor bleibt.

Nach der Lektüre hatte ich den Eindruck, daß diese Jugendlichen gute Erwachsene werden oder schon sind. Sie haben radikal viel an dieser Gesellschaft auszusetzen. Und suchen ihren Frieden wie auch ihre politische Betätigung im überschaubaren privaten Bereich. Sie sind durch und durch kritisch und kommen, obwohl die Welt gegen sie zu stehen scheint, doch ganz gut klar.

Mit anderen Worten: Nur so fängt ein mündiger Bürger an, mündig oder, negativ gesagt, kritisch frustiert zu sein. Sosehr ich eine Jugendstudie las - es war eine Untersuchung über Menschen in Deutschland. In diesem Fall waren sie eher jünger.“

 

 

 

morshaeuser
Bodo Morshäuser (Berlijn, 28 februari 1953)

Foto: Brigitte Friedrich

 

 

 

De Franse filosoof, schrijver en politicus Michel Eyquem de Montaigne werd geboren in Bordeaux op 28 februari 1533. Zie ook mijn blog van 28 februari 2007.

 

Uit: De l'Amitié

 

Je vay bien jusques à ce second point, avec mon peintre : mais je demeure court en l'autre, et meilleure partie : car ma suffisance ne va pas si avant, que d'oser entreprendre un tableau riche, poly et formé selon l'art. Je me suis advisé d'en emprunter un d'Estienne de la Boitie, qui honorera tout le reste de cette besongne. C'est un discours auquel il donna nom : La Servitude volontaire : mais ceux qui l'ont ignoré, l'ont bien proprement dépuis rebatisé, Le Contre Un. Il l'escrivit par maniere d'essay, en sa premiere jeunesse, à l'honneur de la liberté contre les tyrans. Il court pieça és mains des gens d'entendement, non sans bien grande et meritee recommandation : car il est gentil, et plein ce qu'il est possible. Si y a il bien à dire, que ce ne soit le mieux qu'il peust faire : et si en l'aage que je l'ay cogneu plus avancé, il eust pris un tel desseing que le mien, de mettre par escrit ses fantasies, nous verrions plusieurs choses rares, et qui nous approcheroient bien pres de l'honneur de l'antiquité : car notamment en cette partie des dons de nature, je n'en cognois point qui luy soit comparable. Mais il n'est demeuré de luy que ce discours, encore par rencontre, et croy qu'il ne le veit oncques depuis qu'il luy eschappa : et quelques memoires sur cet edict de Janvier fameux par nos guerres civiles, qui trouveront encores ailleurs peut estre leur place. C'est tout ce que j'ay peu recouvrer de ses reliques (moy qu'il laissa d'une si amoureuse recommandation, la mort entre les dents, par son testament, heritier de sa Bibliotheque et de ses papiers) outre le livret de ses oeuvres que j'ay faict mettre en lumiere : Et si suis obligé particulierement à cette piece, d'autant qu'elle a servy de moyen à nostre premiere accointance.

 

 

 

 

Michel--de-montaigne
Michel de Montaigne (28 februari 1533 – 13 september 1592)

 

 

 

 

 

 

De Ierse dichter John Montague werd geboren in New York op 28 februari 1929. Zie ook mijn blog van 28 februari 2007.

 

 

There are Days

 

There are days when
one should be able
to pluck off one's head
like a dented or worn
helmet, straight from
the nape and collarbone
(those crackling branches!)

and place it firmly down
in the bed of a flowing stream.
Clear, clean, chill currents
coursing and spuming through
the sour and stale compartments
of the brain, dimmed eardrums,
bleared eyesockets, filmed tongue.

And then set it back again
on the base of the shoulders:
well tamped down, of course,
the laved skin and mouth,
the marble of the eyes
rinsed and ready
for love; for prophecy?

 

 

 

No Music

 

I'll tell you a sore truth, little understood
It's harder to leave, than to be left:
To stay, to leave, both sting wrong.

You will always have me to blame,
Can dream we might have sailed on;
From absence's rib, a warm fiction.

To tear up old love by the roots,
To trample on past affections:
There is no music for so harsh a song.


 

 

 

montaguejohn
John Montague (New York, 28 februari 1929)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Daniel Handler werd geboren op 28 februari 1970 in San Francisco, Californië. Zie ook mijn blog van 28 februari 2007.

 

Uit: Watch Your Mouth

 

“There's never been an opera about me, never in my entire life. Normally this wouldn't bother me. There hasn't been one about you, either, and besides, I'm still young. If my life were a play, this would be the last few minutes before the lights lowered and everything began. The audience would be milling around — the older couples in formal, non-funky suits with pearls hanging around the women's necks like drops of semen, and the younger people in black shirts and jeans because the formality of theater is an elitist tyrannical paradigm and lots of people in the clothes they wore to work because, frankly, by the time they got home and jumped into the shower and changed their clothes they'd either be late, which they hate, or they'd be on time but so stressed out that they couldn't really enjoy it, and frankly, if you're going to pay that much for tickets what's the use if you're not going to enjoy it, so what they do is just wear some slightly dressier work clothes to work and then go right to the theater, locking the briefcase in the trunk and sometimes even having time for a cocktail or something, but not for dinner because they hate wolfing down dinner and rushing to the theater, it's so stressful, they might as well go home and shower and change if they want to be stressed out before the show even starts.

This is some snatch of lobby-talk that Stan, the manager of the Pittsburgh Opera, overheard and never forgot. And never forgot to repeat. ?That's our audience, Joseph,? he said to me. ?Just regular working folk. We have to create opera for them that's not just interesting but fascinating, mesmerizing. So that they transcend all the stress about whether to change or where to have dinner or parking or whatever, and really hear the music. That's what opera's for. Do you have any more of those candies??”

 

 

 

Daniel-Handler
Daniel Handler (San Francisco, 28 februari 1970)

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 28 februari 2007.

 

De Franse schrijver, dramaturg en regisseur Marcel Pagnol werd geboren op 28 februari 1895 in Aubagne, Bouches-du-Rhône.

 

 

In Memoriam Jan Eijkelboom


In Memoriam Jan Eijkelboom

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist  Jan Eijkelboom is vandaag overleden. Hij is 81 jaar geworden.

 

 

Er was die droom

 

Er was die droom. Ik kwam van 't veer,
liep halfbevreesd al op de Nieuwe Haven.
Opeens moest ik gaan hollen toen de pont
een kwaaie zwaan geworden was
die met een rode bek en zwarte ogen
aan eindeloze hals mij sissend achtervolgde.
Mijn jongensbenen konden die zware
angst bijna niet tillen. Traag rende
ik een lange smalle brug op, 't water over,
maar middenin ging net de klep omhoog.

 

Ook jij had eens die droom,
vertelde je me later.
Had ik hem jou verteld omdat je jonger was
en ik je bang wou maken?
Ik loop nu onbedreigd over dezelfde brug
en kan je niet meer vragen
of we die angst ooit samen deelden
of dat je 't toen je toch al stierf
weer was vergeten.

 

 

 

 
janEijkelboom
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

27-02-08

John Steinbeck, Lawrence Durrell, Henry Longfellow, Elisabeth Borchers, Jules Lemaitre, James Thomas Farrell, N(avarre) Scott Momaday, Traugott Vogel


De Amerikaanse schrijver John Steinbeck werd geboren in Salinas, Californië, op 27 februari 1902. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Uit: East Of Eden

 

I went along with them, marveling at the beauty of their proud clean brains. I began to love my race, and for the first time I wanted to be Chinese. Every two weeks I went to a meeting with them, and in my room here I covered pages with writing. I bought every known Hebrew dictionary. But the old gentlemen were always ahead of me. It wasn't long before they were ahead of our rabbi; he brought a colleague in. Mr. Hamilton, you should have sat through some of those nights of argument and discussion. The questions, the inspection, oh, the lovely thinking -- the beautiful thinking.  
 
"After two years we felt that we could approach your sixteen verses of the fourth chapter of Genesis. My old gentlemen felt that these words were very im­portant too -- 'Thou shalt' and 'Do thou.' And this was the gold from our mining: 'Thou mayest.' 'Thou mayest rule over sin.' The old gentlemen smiled and nodded and felt the years were well spent. It brought them out of their Chinese shells too, and right now they are studying Greek."  
Samuel said, "It's a fantastic story. And I've tried to follow and maybe I've missed somewhere. Why is this word so important?"  
 
Lee's hand shook as he filled the delicate cups. He drank his down in one gulp. "Don't you see?" he cried. "The American Standard translation orders men to triumph over sin, and you can call sin ignorance. The King James translation makes a promise in 'Thou shalt,' meaning that men will surely triumph over sin. But the Hebrew word, the word timshel -- 'Thou mayest' -- that gives a choice. It might be the most important word in the world. That says the way is open. That throws it right back on a man. For if 'Thou mayest' -- it is also true that 'Thou mayest not.' Don't you see?"  
"Yes, I see. I do see. But you do not believe this is divine law. Why do you feel its importance?"  
 
"Ah!" said Lee. "I've wanted to tell you this for a long time. I even anticipated your questions and I am well prepared. Any writing which has influenced the thinking and the lives of innumerable people is impor­tant. Now, there are many millions in their sects and churches who feel the order, 'Do thou,' and throw their weight into obedience. And there are millions more who feel predestination in 'Thou shalt.' Nothing they may do can interfere with what will be. But "Thou mayest'! Why, that makes a man great, that gives him stature with the gods, for in his weakness and his filth and his murder of his brother he has still the great choice. He can choose his course and fight it through and win." Lee's voice was a chant of triumph.”  

 

 

 

 

Steinbeck
John Steinbeck (27 februari 1902 - 20 december 1968)

 

 

 

 

De Britse dichter en schrijver Lawrence George Durrell werd geboren op 27 februari 1912 in Jalandhar in India. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Strip-tease

 

Soft toys that make to seem girls
In cool whitewash with two coral
Valves of lip printing each others' grease ...
A clockwork Cupid's bow. Increase!
Their cherry-ripe hullo brims the open purse
Of eyes washed white by the marmoreal light;
So swaying as if on pyres they go
About the buried business of the night,
Cold witches of the elementary tease
Balanced on the horn of a supposed desire...
Trees shed their leaves like some of these.

 

 

 

Acropolis

 

The soft quem quam will be Scops the Owl
conjugation of nouns, a line of enquiry,
powdery stubble of the socratic prison
laurels crack like parchments in the wind.
who walks here in the violet dust at night
by the tower of the winds and water-clocks?
tapers smoke upon open coffins
surely the shattered pitchers must one day
revive in the gush of marble breathing up?
call again softly, and again.
the fresh spring empties like a vein
no children spit on their reflected faces
but from the blazing souk below the passive smells
bread urine cooking printing-ink
will tell you what the sullen races think
and among the tombs gnawing of mandolines
confounding sleep with carnage where
strangers arrive like sleepy gods
dismount at nightfall at desolate inns.

 

 

 

 

Durrell
Lawrence Durrell (27 februari 1912 – 7 november 1990)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Henry Wadsworth Longfellow werd geboren in Portland, Maine, op 27 februari 1807. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

The Day Is Done

 

The day is done, and the darkness
Falls from the wings of Night,
As a feather is wafted downward
From an eagle in his flight.

I see the lights of the village
Gleam through the rain and the mist,
And a feeling of sadness comes o'er me
That my soul cannot resist:

A feeling of sadness and longing,
That is not akin to pain,
And resembles sorrow only
As the mist resembles the rain.

Come, read to me some poem,
Some simple and heartfelt lay,
That shall soothe this restless feeling,
And banish the thoughts of day.

Not from the grand old masters,
Not from the bards sublime,
Whose distant footsteps echo
Through the corridors of Time.

For, like strains of martial music,
Their mighty thoughts suggest
Life's endless toil and endeavor;
And to-night I long for rest.

Read from some humbler poet,
Whose songs gushed from his heart,
As showers from the clouds of summer,
Or tears from the eyelids start;

Who, through long days of labor,
And nights devoid of ease,
Still heard in his soul the music
Of wonderful melodies.

Such songs have power to quiet
The restless pulse of care,
And come like the benediction
That follows after prayer.

Then read from the treasured volume
The poem of thy choice,
And lend to the rhyme of the poet
The beauty of thy voice.

And the night shall be filled with music
And the cares, that infest the day,
Shall fold their tents, like the Arabs,
And as silently steal away.

 

 

 

 

 

longfellow
Henry Longfellow (27 februari 1807 - 24 maart 1882)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

 

Was alles braucht’s zum Paradies

 

Ein Warten ein Garten

eine Mauer darum

ein Tor mit viel Schloß und viel Riegel

ein Schwert eine Schneide aus Morgenlicht

ein Rauschen aus Blättern und Bächen

ein Flöten ein Harfen ein Zirpen

ein Schnauben (von lieblicher Art)

Arzeneien aus Balsam und Düften

viel Immergrün und Nimmerschwarz

kein Plagen Klagen Hoffen

kein Ja kein Nein kein Widerspruch

ein Freudenlaut

ein allerlei Wiegen und Wogen

das Spielzeug eine Acht aus Gold

ein Heute und kein Morgen

der Zeitvertreib das Wunder

das Testament aus warmem Schnee

wer kommt wer ginge wieder

Wir werden es erfragen.

 

 

 

Elisabeth-Borchers-2

Elisabeth Borchers (Homberg, 27 februari 1926)

 

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 februari 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Uit: En marge des vieux livres

 

“Télémaque venait d'atteindre sa vingtième année. Ses parents songeaient à le marier ; mais il n'était pas facile de lui trouver une femme dans la contrée, car toutes les jeunes princesses de Zanthe, de Zacynthe et de Dulichios étaient soeurs ou cousines des prétendants tués par le magnanime Ulysse, et l'on craignait qu'elles ne se fissent prier pour entrer dans sa famille.

Ulysse, alors, se souvint de Nausicaa, et de sa grâce, et de son bon caractère. C'était aux parents de Nausicaa qu'il devait d'avoir revu sa patrie. «Même, dit-il, je me souviens que le roi Alcinoos, me croyant célibataire, souhaita que je devinsse son gendre. J'étais un peu mûr pour sa fille. Je suis néanmoins persuadé qu'elle m'eût accepté pour mari. A plus forte raison, mon cher fils, agréerait-elle en toi un autre moi-même, plus jeune, de poil plus nouveau, et plus plaisant à voir. Peut-être n'est-elle pas encore mariée. Si tu m'en crois, dès que les vents seront favorables, tu équiperas un navire et tu iras rendre visite au roi Alcinoos, dans l'île des Phéaciens.

- Volontiers», dit Télémaque.

Or, le même jour, un messager de Ménélas, roi de Sparte, débarqua dans le port d'Ithaque, vint trouver Ulysse avec des présents, et lui dit :

- Voici le message dont je suis chargé pour toi. Le roi Ménélas et sa femme Hélène ont gardé le meilleur souvenir de ton fils Télémaque. Ils doivent recevoir prochainement dans leur maison le roi et la reine de Phéacie, dont tu fus l'hôte, et leur fille Nausicaa. Si donc il plaisait à ton fils de retourner à Sparte, il y rencontrerait cette aimable enfant. Le roi Ménélas ne m'en a pas dit davantage; mais, si Télémaque accepte son invitation, il pourrait profiter du vaisseau qui m'a conduit ici.”

 

 

 

 

lemaitre
Jules Lemaître (27 februari 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Thomas Farrell werd geboren op 27 februari 1904 in Chicago.

 

De Amerikaanse (native, Kiowa) schrijver N(avarre) Scott Momaday werd geboren op 27 februari 1934 in Lawton, Oklahoma.

 
De Zwitserse schrijver Traugott Vogel werd op 27 februari 1894 als zoon van een groentehandelaar in Zürich geboren.

 

 

26-02-08

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema,Vercors, Antonín Sova, Hermann Lenz


De Franse schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1958 (1956). Zie ook mijn blog van 26 februari 2007.

 

Uit: Note sur les Belges

 

Les préjugés nationaux portent souvent la trace de vérités anciennes, progressivement estompées par la constitution d’une classe moyenne mondiale de culture nord-américaine (dont les comportements et les représentations s’imposent même comme norme aux pays où une part importante de la population survit au bord de la famine).

Un Français en visite touristique pourra ainsi facilement repérer ce qui a permis de qualifier l’Allemand de “ponctuel, discipliné et travailleur”, ou l’Italien de “séducteur, chaleureux et malhonnête”. Il pourra retrouver ces traits, plus ou moins atténués suivant que les natifs du pays, plus ou moins satisfaits de leur propre cliché, souhaitent ou non lui donner une prolongation  au moins ironique.

Rien de tout cela ne sera possible en Belgique. Le cliché associé aux Belges est si grossier, si caricatural que toute personne dotée d’un minimum d’éducation le rejettera avec horreur, avec cette conséquence que les Belges, dépourvus de tout cliché distinctif, se voient dénier la moindre spécificité. Ma thèse au contraire est que si les Français se sont contentés d’un cliché aussi grossier, aussi méprisant sur les Belges, c’est d’abord qu’ils ne les comprenaient absolument pas. Plus que les Allemands, plus que les Italiens, plus même que les Anglais, les Belges restent impénétrables aux Français - ainsi, d’ailleurs, qu’aux autres Européens.

 

Une déviation linguistique implantée depuis plusieurs générations, dépassant le phénomène de mode, a me semble t-il forcément un sens (je serai obligé faute de compétences de limiter au wallon ; il serait bien sûr intéressant d’examiner les déformations qu’a pu subir le flamand par rapport à la langue néerlandaise).

Lorsque le Belge dit : “ça va”, il signifie que la conversation avec  son interlocuteur a permis de déboucher sur un accord opérationnel ; qu’il sait maintenant, sans ambiguïté, ce qu’on attend de lui, et qu’il va s’employer à le faire. Il l’emploie en somme exactement dans les circonstances où l’Américain dirait : “OK”. Là ou le garçon de café d’Allemagne du Nord, par son : “Alles klar”, semble figé dans la contemplation esthétique d’un accord parfait client-serveur, le garçon de café belge, par son : “ça va”, nous paraît déjà engagé dans l’exécution de la commande. Il est intéressant que, seul parmi les Européens, le Belge ait spontanément traduit, dans sa propre langue, cette formation linguistique étrangère.”

 

 

 

 

houellebecq
Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Victor Hugo werd geboren in Besançon (Franche-Comté) op 26 februari 1802. Zie ook mijn blog van 26 februari 2007.

 

La Vendée (fragment)

                          

                           Ave, Cæsar, morituri te salutant.

                           TACITE.

 

I

 

« Qui de nous, en posant une urne cinéraire,
N'a trouvé quelque ami pleurant sur un cercueil ?
Autour du froid tombeau d'une épouse ou d'un frère,
Qui de nous n'a mené le deuil ? »
– Ainsi sur les malheurs de la France éplorée
Gémissait la Muse sacrée
Qui nous montra le ciel ouvert,
Dans ces chants où, planant sur Rome et sur Palmyre,
Sublime, elle annonçait les douceurs du martyre
Et l'humble bonheur du désert.

Depuis, à nos tyrans rappelant tous leurs crimes,
Et vouant aux remords ces cœurs sans repentirs,
Elle a dit: « En ces temps la France eut des victimes ;
Mais la Vendée eut des martyrs ! »
– Déplorable Vendée, a-t-on séché tes larmes ?
Marches-tu, ceinte de tes armes,
Au premier rang de nos guerriers ?
Si l'honneur, si la foi n'est pas un vain fantôme,
Montre-moi quels palais ont remplacé le chaume
De tes rustiques chevaliers.

Hélas ! tu te souviens des jours de ta misère !
Des flots de sang baignaient tes sillons dévastés,
Et le pied des coursiers n'y foulait de poussière
Que la cendre de tes cités.
Ceux-là qui n'avaient pu te vaincre avec l'épée
Semblaient, dans leur rage trompée,
Implorer l'enfer pour appui
Et, roulant sur la plaine en torrents de fumée,
Le vaste embrasement poursuivait ton armée,
Qui ne fuyait que devant lui.

 

II

 

La Loire vit alors, sur ses plages désertes,
S'assembler les tribus des vengeurs de nos rois,
Peuple qui ne pleurait, fier de ses nobles pertes,
Que sur le trône et sur la croix.
C'étaient quelques vieillards fuyant leurs toits en flammes,
C'étaient des enfants et des femmes,
Suivis d'un reste de héros ;
Au milieu d'eux marchait leur patrie exilée,
Car ils ne laissaient plus qu'une terre peuplée
De cadavres et de bourreaux.

On dit qu'en ce moment, dans un divin délire,
Un vieux prêtre parut parmi ces fiers soldats,
Comme un saint chargé d'ans qui parle du martyre
Aux nobles anges des combats ;
Tranquille, en proclamant de sinistres présages,
Les souvenirs des anciens âges
S'éveillaient dans son cœur glacé ;
Et, racontant le sort qu'ils devaient tous attendre,
La voix de l'avenir semblait se faire entendre
Dans ses discours pleins du passé.

 

 

 

 

hugo-victor
Victor Hugo
(26 februari 1802 –  22 mei 1885)

 

 

 

De Nederlandse dichter Carel Steven Adama van Scheltema werd geboren in Amsterdam op 26 februari 1877. Zie ook mijn blog van 26 februari 2007.

 

 

Na een gesprek met een vriend

 

Wat raakt het mij, waarom gij schamper lacht
Nu uit de blonde Lente mij zoo blijde
En gulle glimlach schijnt, als in de tijden
Van jammervolle jeugd mij niemand bracht!

Zoo wèl gevoelde ik, hoe de Muze leidde

Mijn bleeke ziel naar al die voorjaarspracht,

Die 'k bevend blij mij soms in stilte dacht,

Maar die ik nimmer nog aan andren zeide.

 

Vriendschap reikt schoonheid in de eenzame ziel, -

Schoon is de smart, zoo hare wond weer heelde, -

Schooner is liefde - - en allen zijn zij schriel!

 

Zie vriend: die breede wereld breidt haar weelde

Voor mijne voeten, waar ik duizlend viel, -

Ik snik en weet, dat 'k nooit die schoonheid deelde!

 

 

 

 

Na den regendag

 

De woeste sterke wind zong zulk een bangen

Zang, de wolken goten hun grauwe kruiken

Op de aarde leeg, - vergeefs sloot ik mijn luiken:

Het was het jagend lied van wild verlangen!

 

Dien gulden avond vlamde 't in de struiken,

Als tranen op bebloosde kinderwangen, -

Waar 'n roode zon in elken drop bleef hangen,

Ging 'k langs het stralend pad den Zomer ruiken.

 

Vriend, luister aan mijn borst: - hoort gij den storm,

Die zingt en jaagt - juichend in 't harte viel,

Waarin mijn trane' als rijpe vruchten beven?

 

Eens spiegelt zich een gansche wereldvorm,

Als zon in dauw, in elke menschenziel - -

Wij weten 't vriend - wij zullen 't niet beleven!

 

 

 

 

 

scheltema
Adama van Scheltema (26 februari 1877 - 6 mei 1924)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 26 februari 2007.

 

De Franse schrijver en karikaturist Jean Bruller alias Vercors werd geboren op 26 februari 1902 in Parijs.

 

De Tsjechische schrijver en dichter Antonín Sova werd geboren op 26 februari 1864 in Pacov (Dt. Patzau).

 
De Duitse schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren.

 

 

25-02-08

Anthony Burgess, Amin Maalouf, Friedrich von Spee, Karl May, Carlo Goldoni


De Britse schrijver Anthony Burgess werd geboren op 25 februari 1917 in Manchester, Engeland. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: A Clockwork Orange

 

“There was me, that is Alex, and my three droogs, that is Pete, Georgie, and Dim, Dim being really Dim, and we sat in the Korova Milkbar making up our rassoodocks what to do with the evening, a flip dark chill winter bastard though dry. The Korova Milkbar was a milk-plus mesto, and you may, O my brothers, have forgotten what these mestos were like, things changing so skorry these days and everybody very quick to forget, newspapers not being read much neither. Well, what they sold there was milk plus something else. They had no license for selling liquor, but there was no law yet against prodding some of the new veshches which they used to put into the old moloko, so you could peet it with vellocet or synthemesc or drencrom or one or two other veshches which would give you a nice quick horrorshow fifteen minutes admiring Bog And All His Holy Angels And Saints in your left shoe with lights bursting all over your mozg. Or you could peet milk with knives in it, as we used to say, and this would sharpen you up and make you ready for a bit of dirty twenty-to-one, and that was what we were peeting this evening I'm starting off the story with.”

 

 

 

burgess
Anthony Burgess (25 februari 1917 – 22 november 1993)

 

 

 

 

De Franstalige schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: Echelles du Levant

 

"Echelles du Levant", c'est le nom qu'on donnait autrefois à ces chapelets de cités marchandes par lesquelles les voyageurs d'Europe accédaient à l'Orient. De Constantinople à Alexandrie, en passant par Smyrne, Adana ou Beyrouth, ces villes ont longtemps été des lieux de brassage où se côtoyaient langues, coutumes et croyances. Des univers précaires que l'Histoire avait lentement façonnés, avant de les démolir. Brisant, au passage, d'innombrables vies. Le héros de ce roman, Ossyane, est l'un de ces hommes au destin détourné. De l'agonie de l'Empire ottoman aux deux guerres mondiales et aux tragédies qui, aujourd'hui encore, déchirent le Proche-Orient, sa vie ne pèsera guère plus qu'un brin de paille dans la tourmente. Patiemment, il se souvient, il raconte son enfance princière, sa grand-mère démente, son père révolté, son frère déchu, son séjour en France sous l'Occupation, sa rencontre avec sa bien-aimée fugitive, Clara, leurs moments de ferveur, d'héroïsme et de rêve ; puis la descente aux enfers. Dépossédé de son avenir, de sa dignité, privé des joires le plus simples, que lui reste-t-il ? Un amour en attente. Un amour tranquille, mais puissant. Peut-être, en fin de compte, plus puissant que l'Histoire.”

 

 

 

Malouf
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

 

 

 

 

De Duitse jezuïet en dichter Friedrich von Spee werd op 25 februari 1591 in Kaiserswerth bij Düsseldorf geboren. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Zur Osterzeit

 

Die ganze Welt, Herr Jesus Christ,
zur Osterzeit jetzt fröhlich ist.

 

Jetzt grünet, was nur grünen kann,
die Bäum` zu blühen fangen an.

 

So singen jetzt die Vögel all.
Jetzt singt und klingt die Nachtigall.

 

Der Sonnenschein jetzt kommt herein
und gibt der Welt ein` neuen Schein.

 

Die ganze Welt, Herr Jesus Christ,
zur Osterzeit jetzt fröhlich ist.

 

 

 

Frspee
Friedrich von Spee
  (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: Winnetou

 

Viel, sehr viel könnte ich von dem erzählen, was ich mit Harton erlebte; da es sich aber hier nur um Winnetou handelt, welcher nicht mit war, will ich nur sagen, daß wir, allerdings unter großen Mühen, Beschwerden und Kämpfen, so glücklich waren, eine Bonanza zu entdecken. Den Anteil, welchen ich an derselben zu beanspruchen hatte, persönlich auszubeuten, hatte ich nicht Lust; darum verkaufte ich ihn und erhielt eine Summe, welche mir den bei dem Schiffbruche erlittenen Verlust mehr als vollständig ersetzte. Dann ritt ich nach dem Rio Pecos, um das Apachen-Pueblo aufzusuchen. Ich wurde dort wie ein Bruder aufgenommen, fand aber Winnetou nicht vor; er befand sich auf einem Rundritte zu sämtlichen Unterabteilungen der Apachen.

Ich sollte bleiben und auf ihn warten; da dies aber einen Aufenthalt von einem halben Jahre bedeutet hätte, ließ ich mich nicht halten und unternahm einen Abstecher nach Kolorado, um dann durch Kansas nach St. Louis zurückzukehren. Unterwegs schloß sich mir der Engländer Emery Bothwell an, ein hochgebildeter, unternehmender und kühner Mann, den ich später, wie meine lieben Leser noch erfahren werden, in der Sahara wieder traf.

Alles, was ich vorher mit Winnetou und dann mit Fred Harton erlebt hatte und nun mit Bothwell erlebte, sprach sich schnell und immer weiter herum, und ich war, als ich nach St. Louis kam, ganz erstaunt, den Namen Old Shatterhand in Aller Mund zu finden. Als mein alter Mr. Henry diese meine Verwunderung bemerkte, sagte er in seiner eigenartigen Ausdrucksweise:

 

»Seid Ihr ein Kerl! Erlebt in einem Monate mehr Abenteuer als andere in zwanzig Jahren, geht durch alle Gefahren so glücklich hindurch wie eine Pistolenkugel durch ein Stück Löschpapier, nehmt es als junges Greenhorn mit dem erfahrensten Westläufer auf, werft alle die grausamen und blutigen Gesetze des wilden Westens über den Haufen, indem Ihr selbst den ärgsten Todfeind schont, und sperrt dann das Maul vor Erstaunen darüber auf, daß man von Euch redet! Ich sage Euch, Ihr habt in Beziehung auf Berühmtheit in dieser kurzen Zeit sogar den großen Old Firehand ausgestochen, weicher über noch einmal so alt ist, als Ihr seid. Ich habe meine helle Freude gehabt, wenn ich so von Euch hörte, denn ich bin es ja gewesen, der Euch diesen Weg gezeigt hat. Für diese Freude muß ich Euch dankbar sein. Seht einmal her, was ich da habe!«

 

 

 

 

Karl_May
Karl May
(25 februari 1842 – 30 maart 1912)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707.

 

 

24-02-08

Rosalia de Castro, Leon de Winter, Jacques Presser, Luc Verbeke, Yüksel Pazarkaya, Erich Loest, Wilhelm Karl Grimm


De Spaanse dichteres Rosalia de Castro werd geboren op 24 februari 1837 in Santiago de Compostela. Zij was dochter van een ongehuwde moeder (María Teresa de la Cruz de Castro) en behoorde tot de lagere adel. Haar vader was de pastoor en kapelaan Jose Martínez Viojo, die tot haar 10e levensjaar voor haar zorgde. Haar eerste verzen schreef Rosalía toen ze 12 jaar oud was, en op haar 17e was haar literaire talent al in verschillende kringen erkend. In 1856 verhuisde ze van Santiago de Compostela naar Madrid. In 1857 debuteerde ze met haar eerste dichtbundel in het Spaans, “La Flor” (De Bloem). Rosalía trouwde in 1858 met de schrijver en historicus Manuel Murguia, die zij in Madrid had leren kennen. In 1863 verscheen haar werk “Cantares Gallegos”, hetgeen in de literatuurgeschiedenis van het Galicisch zeer belangrijk is, omdat het wordt beschouwd als de basis van de Rexuridimento, de renaissance van de cultuur en taal van Galicië. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007. 

 

I was born with nuts and bussoms,

 

In a mouth when gardens grew,

In a dawn so very gentle,

In a dawn of April dew.

That’s the reason why I’m Rosa,

Smiling lips made red by rue,

Bristling thorns for everybody

(Never, though, a thorn for you)

Since I fell in love (a thankless

Thing I did) life’s gone askew

And I let it go, believing

You my life and glory too.

Why then this complaining Mauro?

Why the rage? You know it’s true-

If my dying made you happy,

Happily I’d die for you.

Still you stab me with a dagger

Spiked with curses. Not a clue

What it was you really wanted,

Crazy deeds you made me do!

All I had to give I gave you

In my hungering for you.

Now at last my heart I send you,

You'll unlock it with this key.

I’ve got nothing left to give you,

You’ve no more to ask of me.

 

 

 

Vertaald door Sasha Foreman

 

 

 

 

Castro
Rosalia de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

Uit: De hemel van Hollywood

 

Je gelooft er niet in?” vroeg Jimmy Kage, bang voor Greens antwoord.
Green zag hem slikken en naar de verste verten van de boulevard staren. Gelukkig had Jimmy zijn sigaret, die hem een houding kon geven.
“Jij wel dan?”
“Ja,” antwoordde Jimmy droog.
Green zei: “Het spijt me dat ik je zo teleurstel.”
Het was even stil, Kage draaide zijn rug naar Green, zwaar ademend, en zei toen: “Je kunt er niks aan doen. Je bent gewoon een zak.”
“He is onzin, Jimmy. Tienduizend dollar? Echt niet. Niet op de manier die wij gewend waren. Jimmy, we zijn geen jonge honden van tweeëntwintig meer! Jij bent een senior citizen en ik ben een verdwaasde zak die zijn leeftijd ontkent en nog net genoeg geld heeft om een paar dagen te overleven! Dan moet ik gaan stelen.”
“We kunnen een film maken. Zelfs met maar tien mille.”
“Jimmy, ik geloof er niet in.”
Kage draaide zich naar hem toe, met betraande ogen: “Dit is je laatste kans, man! Er komt geen werk meer naar ons toe! We liggen eruit! Ik heb mijn fouten gemaakt en jij minstens zoveel! Voor ons zijn er honderden, duizenden anderen, want wij zijn een bedrijfsrisico dat niemand wil dragen! Ze vreten ons niet meer! En daarom vreten wij niet meer als dit nog langer duurt!”

 

 

 

DeWinter
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

 

 

De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

De Achterblijver

 

Zo ver, zo laat en zo verloren:

Wie taalt naar aalmoes of beklag?

De doden kunnen 't niet meer horen,

De levenden staan om de vlag.

 

Zij hebben d'exodus verkozen,

Want heeft een Jood zichzelf verstaan,

Dan hunkert hij naar Saron's rozen

En boven Askalon de maan.

 

Dan weigert hij gedwee te wachten

Van oud pogrom tot nieuw pogrom

En slaat in, zonder wrok of klachten,

De weg naar huis en ziet niet om.

 

En ik blijf hier, alleen, gevangen,

Tot in de stilte dooft de stem,

Die vraagt naar 't doel van míjn verlangen:

Naar welk, naar wèlk Jeruzalem?

 

 

 

PresserOndergang
Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

 

Noodkreet

                 Geschreven kort na de tweede wereldoorlog
                 in de blijvende sfeer van dood, vernieling en durend leed

Wild sloeg men de blinden dicht
en het werd ontzettend duister.
Hoop verzwond.Geen eeuwig Licht
spreidde nog zijn glans en luister

over afgrond en ravijnen,
over 's werelds diepe schoot
en des levens stage deinen
naar de monding van de dood.

Blijft er nog een toeverlaat,
waar de sterren nedervielen,
waar barbaar en waar piraat
werk van eeuwen weer vernielen

en voor afgoden gaan knielen?
Ach, lawinen storten neer
over lichamen en zielen.
Christus, keer op aarde weer.

 

 

 

 

Verbeke
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

 

De Turkse dichter, schrijver en vertaler Yüksel Pazarkaya werd geboren op 24 februari 1940 in Izmir. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

 

MEINE ZUNGE VEHEDDERT SICH BEI DEINEM NAMEN

 

Du bist der letzte Name meiner Heimat
Der Sehnsüchte Halde
Der Verbannungen Umkehr
Das Leid: die Verbannung von dir
Nur ein Ziel bleibt dem Verbannten
Fremd das Wort fremd die Luft
Richtet den in der Verbannung zu
Durchs Netz der Kränkungen
Durchs Sieb der Peinigungen
Hindurch Seihen ist Verbannung
Verschleppt verzerrt vernichtet
Zu ertragen nur mit deinem Namen
Meine Zunge verheddert um deinen Namen

 

Du bist das letzte Asyl dieses Seins
Kann es je ertragen die Verbannung von dir
Der Verbannung Folter
Wenn es keine Ankunft gäbe bei dir
Die Verbannung zieht sich hin endlos das Sehnen
Geballt der Brand des Verbannten
Die schlimmste aller Prüfungen
Der schmalste aller Pfade
Die Sehnsucht zieht sich hin endlos die Verbannung
Geballt das Leid geballt die Wehmut
Schrickt dennoch nicht zurück vom Weg zum letzten Heim
Möchte Ruhe finden bei dir
Meine Augen trübe, unsichtbar dein Heim

 

Du bist der letzte Halt der Hoffnungen
Endlos an Haltestellen des Trübsinns
Gestürzt in eine einzige Hoffnung
So fern wie schwarze Löcher
So wahr wie schwarze Löcher
So fern wie erloschene Sterne
So wahr wie ihre Strahlen die noch kommen
Wahr jedoch nicht selbst
Fern jedoch nicht entschwunden
Selbst und zugleich nichts
Des Trübsinns Lawine der Hoffnung Bündel
Des Seins erster und letzter Halt
Meine Füße schlingern, aussteigen kann ich nicht

 

 

 

 

 

pazarkaya
Yüksel Pazarkaya (Izmir,  24 februari 1940)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida.

 
De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786.

 

 

23-02-08

César Aira, Toon Kortooms, Erich Kästner, Jef Geeraerts, Samuel Pepys


De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles, Provinz Buenos Aires. Hij geldt als een literaire leerling van Jorge Luis Borges. Van César Aira zijn al meer dan vijftig boeken verschenen. Ook gaf hij verschillende lezingen aan de Universidad de Buenos Aires (over Raúl Damonte alias Copi, Arthur Rimbaud) en aan de Universidad de Rosario (over het constructivisme en over Stéphane Mallarmé).

 

Uit: An Episode in the Life of a Landscape Painter

 

“In the process of hiring a guide, he came into contact with a supremely fascinating object: the large carts used for journeys across the pampas.

These were contraptions of monstrous size, as if built to give the impression that no natural force could make them budge. The first time he saw one, he gazed at it intently for a long time. Here, at last, in the cart's vast size, he saw the magic of the great plains embodied and the mechanics of flat surfaces finally put to use. He returned to the loading station the next day and the day after, armed with paper and charcoal. Drawing the carts was at once easy and difficult. He watched them setting off on their long voyages. Their caterpillar's pace, which could only be measured in the distance covered per day or per week, provoked a flurry of quick sketches, and perhaps this was not such a paradox in the work of a painter known for his watercolors of hummingbirds, since extremes of movement, slow as well as quick, have a dissolving effect. He set aside the problem of the moving carts — there would be plenty of opportunities to observe them in action during the journey — and concentrated on the unhitched ones.

Because they had only two wheels (that was their peculiarity), they tipped back when unloaded and their shafts pointed up at the sky, at an angle of forty-five degrees. The ends of the shafts seemed to disappear among the clouds; their length can be deduced from the fact that they could be used to hitch ten teams of oxen. The sturdy planks were reinforced to bear immense loads; whole houses, on occasion, complete with furniture and inhabitants. The wheels were like fairground Ferris wheels, made entirely of carob wood, with spokes as thick as roof-beams and bronze hubs at the centre, laden with liters of grease. To give an idea of the carts' real dimensions, Rugendas had to draw small human figures beside them, and, having eliminated the numerous maintenance workers, he chose the drivers as models: imposing characters, equal to their task, they were the aristocracy of the carting business. Those hyper-vehicles were under their control for very considerable periods of time, not to mention the cargoes, which sometimes comprised all the goods and chattels of a magnate. Surely it would take a lifetime at least to travel in a straight line from Mendoza to Buenos Aires at a rate of two hundred meters per day. The cart drivers were transgenerational men; their gaze and manner were living records of the sublime patience exercised by their predecessors. Turning to more practical matters, it seemed that the key variables were weight (the cargo to be transported) and speed: the less the weight, the greater the speed and vice versa. Obviously the long-haul carters, given the flatness of the pampas, had opted to maximize weight.”

 

 

 

Cesar_Aira
César Aira (
Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook mijn blog van 23 februari 2007.

 

Uit: Parochie in de Peel

 

Och man, wij hebben ons hier in Mariaveen meer dan eens afgevraagd of ze van hogerhand wel wisten dat er midden in de Peel, langs de vele kanaaltjes en vaartjes, nog een parochie lag. Mariaveen staat op geen enkele kaart ter wereld aangegeven en toch verdrinken hier meer mensen dan in Amsterdam. Maar wij begraven onze doden in alle stilte en wijden ’s avonds bij het rozenhoedje een tientje aan hun zielerust. Niemand van ons twijfelt er aan of Marinus de Veer is in de hemel. En Jan Verbaarschot. En Karel Peters. En Sophie Mertens. En Jaantje Scholk. En het kindje van Piet en Marie Bakelmans. En zoveel kinderen meer. Hun tragedie, hun dood heeft niet in de kranten gestaan; zij gingen zomaar door het kille wate rnaar Onze Lieve Heer. Ginder bij de autoriteiten zullen ze het niet geweten hebben. Mariaveen, dat was maar zo’n vergeten gat vol moer en grondwater, waar geen sterveling ooit kwam. En daar had die sterveling, onder ons gezegd en gezwegen, groot gelijk in als hij ten minste aan zijn leven hechtte. Want zet eens iemand, die niet van onze kanten is, neer aan de grens van Mariaveen, zo ’s avonds in het duister en laat hem door de veenkolonie gaan... hij zal verdrinken. De voorbeelden zijn er....”

 

 

 

ToonKortooms
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook mijn blog van 23 februari 2007.

 

 

Uit: Die Entlarvung des Osterhasen

 

Ich muß ein geradezu reizendes Kind gewesen sein. –

Wer mich noch nicht lange genug oder gar nicht kennt, der kann das nicht beurteilen. Denn ich habe mich im Laufe der Jahre ziemlich verändert…

Trotzdem soll mich niemand um Photographien aus jener Zeit bitten, damit er meine damaligen Vorzüge begreife! Nicht etwa, daß solche Photographien nicht existieren! Aber sie werden mir nicht gerecht; ich bin darauf einfach nicht gut getroffen. Eher möchte ich schon empfehlen, sich an meine Mutter zu wenden, deren Adresse mitzuteilen ich gern erbötig bin. Ihre Auskünfte, sicher auch die meiner Tante Lina, ferner die weit zurückreichenden Erinnerungen des Fräuleins Haubold aus der Färbereifiliale und der Bäckermeisterin Wirth – um nur einige Kronzeugen meiner Kindheit zu nennen –, kurz, eine imposante Summe des vollsten Vertrauens werter mündlicher Überlieferung wäre recht wohl dazu geeignet, auch den letzten Zweifel gegenüber meiner Behauptung zu entkräften, die ich zu meinem eigenen Bedauern wie einen mathematischen, jedes Beweises gern entratenden Lehrsatz wiederholen muß: Ich muß ein geradezu reizendes

Kind gewesen sein. – Nichts wird dem, der Gemüt zu besitzen vorgibt, verständlicher sein, als daß ich mich mit einer ans Leidenschaftliche grenzenden Vorliebe jenes vergangenen Lebensabschnittes erinnere, in dem es mir vergönnt war, staunende Beachtung zu finden. Ja, ohne Übertreibung darf ich es aussprechen: Ich werde mir unvergeßlich bleiben…

Wie wundervoll war es doch, das Raunen der Erwachsenen zu kosten, wenn ich anläßlich der öffentlichen Osterprüfungen vor das Katheder trat, um ein Gedicht von Viktor Blüthgen oder Ludwig Uhland zu deklamieren!”

 

 

 

kaestner
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 23 februari 2007.

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen.

 
De Engelse schrijver Samuel Pepys werd geboren op 23 februari 1633 in Londen.

 

 

22-02-08

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Morley Callaghan, James Russell Lowell, Sean O'Faolain, Jules Renard


De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Uit: Fantoompijn

 

In een ziekenhuis in Rome is gisteren aan het eind van de middag de schrijver Robert G. Mehlman aan zijn verwondingen bezweken. Enkele maanden geleden was Mehlman in opspraak gekomen door op het strand van de badplaats Sabaudia toeristen en politie te bedreigen met een keukenmes. Onder nooit helemaal opgehelderde omstandigheden heeft de politie het vuur op Mehlman geopend. De verwondingen die hij daarbij opliep is de schrijver niet meer te boven gekomen. De laatste twee weken waarschuwden de artsen dat zijn toestand langzaam verslechterde.

Mehlman debuteerde officeel met de roman 268 op de wereldranglijst. Werkelijke roem viel hem ten deel toen De Pools-joodse keuken in 69 recepten de wereld veroverde. Alleen al in Duitsland werden van dit kookboek meer dan 700.000 exemplaren verkocht. Wereldwijd zijn er ruim vijf miljoen exemplaren over de toonbank gegaan.

Mehlman groeide op in Amsterdam, bracht een groot gedeelte van zijn leven door in New York, en verbleef de laatste jaren in badplaatsen in Zuid-Europa, Marokko en Tunesi‘. Vanuit de hele wereld is geschokt gereageerd op het overlijden van Mehlman. De Oostenrijkste president, die Mehlman een hoge onderscheiding heeft verleend, noemde zijn overlijden een gevoelig verlies voor iedereen die de Pools-joodse keuken een warm hart toedraagt.”

 

 

 

arnon-grunberg
Arnon Grunberg (Amsterdam, op 22 februari 1971)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

 

BELGIESE ZONDAG



Een gramofoon van 's morgens acht

iemand vergeet niet zijn soldatetijd

en speelt clairon

het bier is flauw

                 limonade

UIT ZUIVERE VRUCHTEN

 

Na de hoogmis wast bewondering

voor de renners      de coureurs

  21     7     17   48     83

fraaie hoofdgroep door het dorp

jonge boeren en arbeiders spreken

        sportliterair

        citaten ult de Sportwereld

Koorknapen gaan onkelwaarts zondagsent

                    TE DEUM zingend

Vrouwen wachten op

        deemstering

                    kaarten zijn spekvet

   Fumez la cigarette     Dubec

   La Cigarette du Connaisseur

alle dorpelingen zijn kenners

          zij roken la cigarette Dubec

 

Kinderen zijn vuil

                huizen ook

Mijn land zondag alpdruk boos

 
 
 
 

 

BERCEUSE PRESQUE NEGRE



 

De sjimpansee doet niet mee

Waarom doet de sjimpansee niet mee

                     De sjimpansee

                                is

                   ziek van de zee

Er gaat zoveel water in de zee

Meent de sjimpansee

 

 

 

 

WINTER



 

De witte weg zucht

venster een stil leven

met de twee geraniën

achter de ruit

waar ook leggen tans

mijn ogen

         op de bloemen

         die zij schiepen

         dauw

 

 

 

 

 

PaulvanOstaijen
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

 

De Duitse schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Narzissus

 

Ein helles Mädchen spitzt die Kniee, tanzend.
Narzissus sanft vibrierend küßt ihr blaues Haar.
Zwei gelbe Autos keuchen, fort sich pflanzend,
Und trollen dumpf, geschwächt, zu der Kasinobar.

 

Es lästern oft Kokotten und Chauffeure.
Doch vor der Taube beugen sie den Nacken tief.
Der Bauch des Universums schwillt aus einem Göhre,
Und Hahn und Pferd verdrehn die Hälse schief.

 

Es auch geschieht ein ungeheures Tun:
Maria hebt sich von dem Wolkensitze.
Die Zeppeline schreien, Dreatnougths fliehn.
Ein Grenadier feikt in die Opiumspritze.

 

Es bleibt kein Hund im Schoße der Madonnen.
Viel Senatoren, Patriarchen jappt das hohe Seil.
Auf Sacco-Ösen schrillen Querpfeif-Wonnen
Der Teufel, die aus Lüften schießen steil.

 

(Ha Hu Baley)    

 

 

 

 

Totentanz 1916

 

So sterben wir, so sterben wir
Und sterben alle Tage,
Weil es so gemütlich sich sterben lässt.
Morgens noch in Schlaf und Traum,
Mittags schon dahin,
Abends schon zu unterst im Grabe drin.

 

Die Schlacht ist unser Freudenhaus,
Von Blut ist unsre Sonne,
Tod ist unser Zeichen und Losungswort.
Kind und Weib verlassen wir:
Was gehen sie uns an!
Wenn man sich auf uns nur verlassen kann!

 

So morden wir, so morden wir
Und morden alle Tage
Unsere Kameraden im Totentanz.
Bruder, reck Dich auf vor mir!
Bruder, Deine Brust!
Bruder, der Du fallen und sterben musst.

 

Wir murren nicht, wir knurren nicht,
Wir schweigen alle Tage
Bis sich vom Gelenke das Hüftbein dreht.
Hart ist unsre Lagerstatt,
Trocken unser Brot,
Blutig und besudelt der liebe Gott.

 

Wir danken Dir, wir danken Dir,
Herr Kaiser für die Gnade,
Dass Du uns zum Sterben erkoren hast.
Schlafe Du, schlaf sanft und still,
Bis Dich auferweckt
Unser armer Leib, den der Rasen deckt.

 

 

 

 

ball
Hugo Ball
  (22 februari 1886 – 14 september 1927)

 

 

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Uit: Een verhaal om van te blozen (Vertaling: Reina Dokter)

 

Een nacht op open zee, in de buurt van de koraalbanken. Ik voel voor de zekerheid of mijn pistool onder mijn kussen ligt. Ja, alles in orde. Voor het geval dat de bemanning aan het muiten slaat of de mannen van Big Joe het schip enteren. Alleen nog de patrijspoort wat verder open zetten: het is een broeierige tropische nacht. Je hoort het gekrijs van de meeuwen. Ik moet goed uitslapen. Morgen wacht me een zware dag.

‘Hé Sám, wat heb jij van je opstel gemaakt?’

 

‘Weet ik veel. Het zal wel goed zijn.’

‘Wat moet je daar nou over schrijven? Zo'n stom onderwerp. Waar heb jij over geschreven?’

‘Hoe mijn moeder naar Baksa gaat, ik wacht haar op bij de rivier, mijn buik rammelt als die van een hongerige wolf. En dan komt ze eraan. Dat is alles. Ik heb de glimlach van het brood in haar mand beschreven.’

‘Sám, jij fantaseert altijd maar wat. Wat is dat nou weer, een brood dat glimlacht? Wat bedoel je daar nou mee?’

‘Zomaar wat. De geur van het brood misschien. Maar waar heb jij dan over geschreven?’

‘Hoe je brood bakt. Hoe mijn moeder naar de zolder gaat om meel te halen, je weet wel, hoe ze de broden in de oven stopt en ze er later weer uit haalt. Dat hebben wij allemaal geschreven. Alleen jij hebt weer iets bijzonders.’

‘Gal, ik moet zo nodig, maar ik ben te lui om op te staan. Ik lig zo lekker hier in de schaduw, ik heb geen zin om naar het toilet te gaan.’

‘Ik moet ook. Nog even en ik doe het in mijn broek. Maar wat doe jij weer deftig. Het toilet! Dat heet plee of w.c., of: waar ook de keizer te voet gaat.’

‘Straks gaat de bel en dan doen we het in onze broek. Dat zal je zien. Ik tenminste wel.’

‘Draai je om en doe het hier. Achter mij.’

‘Dat was ik al van plan. Maar stel je voor dat er een meisje aankomt. Ik denk niet dat het me hier lukt.’

 

 

 

 

DaniloKis
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto.

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts.

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork.

 
De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine.

 

 

21-02-08

Herman de Coninck, Hans Andreus, W. H. Auden, Raymond Queneau, Anaïs Nin, Rosalía de Castro, Justus van Effen


De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

Nog een geluk dat

Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
"Omdat het zo prettig is, als ik ermee ophou"-
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.

Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: Nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.

 

 

 

 

Sneeuwstorm

 

In mijn streek zegt men 'ver' in de zin van 
'bijna'. Het is al 'ver' winter. 
En zo ver is het inderdaad. Sneeuw is eeuwig leven 
op een wit blad zonder letters geschreven, 

niets is nog hier, alles is ginder. 
Zoals dat boerderijtje, tien vadem 
onder de sneeuw. Sneeuw doet het landschap 
wat longen doen bij het inhouden van adem, 

wat ik doe door niet te zeggen 
hoe ik me tastend op alle plaatsen 
en duizend keer per minuut en amechtig 

en toch zoekend en bijna plechtig, 
en lief en definitief, op jou wil neerleggen 
als sneeuw, van de eerste vlok tot de laatste.

 

 

 

 

Vingerafdrukken op het venster

 

Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,

uit verdriet een soort ach. Wolken
zorgen voor vijfentwintig soorten licht.
Eigenlijk houden ze het tegen. Tegenlicht.

Het is nog te vroeg om nu te zijn. Maar de rivieren
vertrekken alvast. Ze hebben het geruis
uit de zilverfabriek van de zee gehoord.

Dochter naast me voor het raam. Van haar houden
is de gemakkelijkste manier om dit alles te onthouden.
Vogels vinden in de smidse van hun geluid

 

 

 

 

coninck
Herman de Coninck  (21 februari 1944 - 22 mei 1997)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

Liggen in de zon

 

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato

de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht

ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo

ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

 

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen

lig zacht te zingen antwoord op het licht

lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen

te zingen van het licht dat om en op mij ligt.

 

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder

te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil

ik weet alleen het licht van wonder boven wonder

ik weet alleen maar alles  wat ik weten wil.

 

 

 

Liedje

 

Alle roekoemeisjes
van vanavond
alle toedoemeisjes
van vannacht
wat zeggen we daar nu wel van?

 

Niets.
We laten ze maar zitten
maar zitten maar liggen maar slapen
maar dromen van jaja.

 

 

 

 

Laatste gedicht

 

Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,

nu het met mijn leven bijna is gedaan,

de scheppingsdrift me ook wat is vergaan

met letterlijk de kanker in mijn lijf,

 

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,

ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,

maar ik praat liever tegen iemand aan

dan in de ruimte en zo is dit wel

 

de makkelijkste manier om wat te zeggen),-

hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht

van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in

 

het onverhoeds onnoemelijke begint ?

Of is het dat jij me er een onverdicht

woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt ? 

 

 

 

 

andreus
Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

'Op het feestje'

Het kletsen kent geen ritme, rijm of maat;
en toch hoort niemand proza in zijn praat.
De grondtoon onder al wat wordt ontvouwd
Zeurt monotoon dat men geen mens vertrouwt.
De namen van wie in de mode zijn
Blijken, ontcijferd, boodschappen van pijn.
Ik ben geen open boek waar je in kijkt.
Ik ben meer mij dan jij op iemand lijkt.
Is er geen hond die luistert naar mijn lied?
Ik ben wel bij je, maar daar blijf ik niet.
Een schril en angstig huilen om gehoor
Snijdt door het volle penthouse, maar in koor
Praat iedereen slechts in zijn eigen oor.

 

 

 

Zet stil die klokken

 

Zet stil die klokken. Telefoon eruit.
Verbied de honden hun banaal geluid.
Sluit de piano's, roep met stille trom
de laatste tocht van deze dode om.

Laat een klein vliegtuig boven 't avondrood
de witte boodschap krassen: Hij is Dood.
Doe crêpepapier om elke duivenkraag
en hul de landmacht in het zwart, vandaag.

Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn West en Oost,
hij was al mijn verdriet en al mijn troost,
mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied,
voor altijd, dacht ik. Maar zo was het niet.

Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan.
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van mij houdt.



Vertaling door Willem Wilmink

 

 

 

 

 

auden
Wystan Hugh Auden
(21 februari 1907 – 29 september 1973)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Raymond Queneau werd geboren op 21 februari 1903 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

Uit: L'instand fatal

 

Si tu t'imagines
si tu t'imagines
fillette fillette
si tu t'imagines
xa va xa va xa
va durer toujours
la saison des za
la saison des za
saison des amours
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

Si tu crois petite
si tu crois ah ah
que ton teint de rose
ta taille de guêpe
tes mignons biceps
tes ongles d'émail
ta cuisse de nymphe
et ton pied léger
si tu crois petite
xa va xa va xa va
va durer toujours
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

les beaux jours s'en vont
les beaux jours de fête
soleils et planètes
tournent tous en rond
mais toi ma petite
tu marches tout droit
vers sque tu vois pas
très sournois s'approchent
la ride véloce
la pesante graisse
le menton triplé
le muscle avachi
allons cueille cueille
les roses les roses
roses de la vie
et que leurs pétales
soient la mer étale
de tous les bonheurs
allons cueille cueille
si tu le fais pas
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

 

 

 

 

Queneau
Raymond Queneau (21 februari 1903 – 25 oktober 1976)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Anaïs Nin werd geboren op 21 februari 1903 in Neuilly. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

Uit: The Diaries

 

December 31 1919 *New Years Eve*

What a quiet way to await the beginning of another year! There must be many other things to think about that are more important than the passage of time, since so many other things stir our enthusiasm and drive us to act. That proves that Time doesn't rule through the power of the Inevitable, and that the Inevitable isn't Life.
There are the bells, the whistles. Happy New Year! Happy New Year!
JANUARY 16 1920
I am almost at the end of another notebook. But oh! how few adventures I will have written if nothing else happens before the last page! To be sure Maman is definately leaving for Cuba, but that is rather sad, and I always feel gloomy when she is going away.

Also, if I write so much everyday, I will not be able to tell you in here about my 17th birthday! I ought to shorten my chats, but I was born with a terribly long pen instead of a long tongue, and the dozens of letters I write seem like a drop in the water--I always want to write more!

If only you had a tongue, my little diary! You know that there was a sculptor who created a statue that came to life, and people made a snow-child that also came to life! From one moment to the next, I expect a little movement, a smile. I created you. Oh, become somebody!

 

 

 

nin
Anaïs Nin (21 februari 1903 – 14 januari 1977)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 21 februari 1837 in  Santiago de Compostela.

 
De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684.

 

 

20-02-08

P. C. Boutens, David Nolens, Julia Franck, Cornelis Sweerts, Georges Bernanos, William Carleton


De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook mijn blog van 20 februari 2007.

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

 

Zesde strofe

 

Hoe weet ik u, mijn jonge stille prins,

uw droomlichte oogen onder 't donkre haar,

de loome gratie van uw slanke kracht,

uw glimlach-open onverstoorbaarheid

onder de schaduw van uw vaders purper

en 't luwe wuiven van de reede volksgunst:

zoo ligt het ongerepte voorjaarsdal

in koelen schaduwban van witte wolk,

en op de hellingen beschijnt de zon

het allerwegen verre vreemde leven...

Tot in den schemer van de koningstent

het onbekende rosse herderskind

zich als den god-gezonden kamper meldde,

en, de opgedrongen rusting van zich werpend,

naakt in den glans der zonnegulden leden,

al neevlen van 't onwezenlijke leven

vervluchten deed voor uw verbijsterde oogen.

Sinds kende uw sterke hart geen weifeling,

en geen gedachte in u verried den god,

ook niet aan hem die u zijn afglans droeg.

Maar als een vroeg-bedachtzaam kind dat geeft

in onbegrepen edelmoedigheid

aan de verrukking van een jongren broêr

zijn liefste schatten, en met leêge handen

zijn oogen luikt en de ongeslonken vlam

der openbaring wegredt naar den droom -

zoo gaf uw eenvoud alles wat zij had,

en streed en viel voor een verloren zaak,

en sterven was u 't teêr gebaar van een

die aan den liefste 't liefste en laatste brengt,

de flonkring uwer nooit gedragen kroon.

En de éene erkenning die uw liefde won, -

aalmoes die nog de wereld weegt als goud,

maar die uw zalig zwijgen van zich wees, -

was de echo die uit 't land der levenden

droeg tot uw schim in de vallei des doods

den angstroep van den man van lust en bloed,

den duistren moordenaar van Uriah:

‘lieflijker dan de kus van vrouwemond,

en wonderlijker was uw liefde mij:

ik ben benauwd om u, o Jonathan!’

 

 

 

In de sneeuw

 

Diepe blanke stilten halen

Snaren van verreind verlangen

Aan tot hooger luchtger talen

Van toekomstige gezangen.

 
Schermt haar in omveilgend bloeien,

Al mijn witte en roode droomen,

Dat geen ademtocht haar moeie

Vóor de jonge koning kome!

 

... Zullen, ziel, nog eenmaal zaalge

Vingerspitsen u bebeven?

Zal nog eens uw sterrestraalge

Lied door al zijn heemlen zweven?...

 

Lijd in uw versneeuwde tenten

Langer niet om 't lang verloorne;

Morgen dooit een andre lente,

Morgen komt de nieuw verkoorne!

 

 

 

 

Boutens
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver David Nolens werd geboren in Antwerpen op 20 februari 1973. Nolens publiceerde eerst diverse verhalen, vooral in het Vlaamse literaire tijdschrift Yang, alvorens in 2002 te debuteren met de roman Vrint. In 2004 was hij één van de auteurs van Mooie Jonge Honden – Nieuw Vlaams literair talent. In 2005 publiceerde hij de novelle Het kind.

 

Uit: Melancholie, een oud zeer

 

“Fabian was seksueel, en hij had er lang over gedaan om dit te leren over zichzelf, dat de penis, de huidporiën, de haartjes, de bevende, gepassioneerde hand, allemaal dezelfde richting uit wezen: de troost van het lichaam van een ander. Hij was ook niet biseksueel, dat afschuwelijke woord, dat een mens opsplijt in twee personen, dat niet streeft naar één mens onder één vlag, maar dat altijd en tegelijkertijd een andere kant opkijkt, de schele blik van een januskop. Hij had eenvoudig een immense behoefte aan huid, temperatuur 37 graden Celsius, en aan het spelen met een ander, steeds weer. Hij was ook altijd geil, op iedereen en op elke gedachte over iedereen, en verlangde ernaar om in iedereen te gaan liggen, om iedereen aan zijn mond en geslacht te drukken. Hij kende wel de verbeelding van de exclusieve liefde, waarin twee mensen samen voor altijd, enzovoort, maar zijn eigenlijke drijfveer was de inclusieve liefde waarbij hij iedereen aan zijn lichaam drukte; ook u.

Zijn eerste grote liefde kwam op zijn negentiende en was die liefde blijven duren, dan was ze exclusief geweest. Ze duurde precies zeven maanden. Maar nadien, tot lang nadat Anneleen het had uitgemaakt, had hij van de breuk last gehad. En dat had niet zozeer te maken met de ogenschijnlijk bijzondere persoonlijkheid die hij in haar had ontdekt, maar alles met het gemis van haar prachtige lichaam. Het was meer dan prachtig, maar Fabian was geen dichter die een lichaam van woorden
wist te bouwen. Hij was een lichaam dat op andere lichamen voortborduurde, in een queeste die een honger verried die onverzadigbaar was, die het lichaam van die ander wilde worden, misschien zelfs totdat hijzelf verdwenen zou zijn. Anneleen was iets kleiner dan hijzelf, dus groot en ook slank, met lang donkerbruin haar, ogen die twinkelden en borsten die er stonden. Als hij door de jaren heen aan Anneleen dacht, waren het haar borsten die hij zag. Daarmee is meteen het belangrijkste gezegd: Fabian had een grenzeloze fascinatie voor borsten en penissen.”

 

 

 

nolens
David Nolens (Antwerpen, 20 februari 1973)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Julia Franck werd geboren op 20 februari 1970 in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 20 februari 2007

 

Uit: Die Mittagsfrau

 

Peter hatte seine Mutter oft zum Fischmarkt begleitet. Eine der wenigen noch arbeitenden Fischfrauen kannte die Mutter gut. Es war eine junge Frau, deren Gesicht seit dem letzten August verbrannt war, man konnte ihre Jugend kaum noch erkennen. Während die Verbrennung anfangs als Makel erschien, mochte der Makel die junge Frau in diesen Wochen schützen. Sie war die einzige, die noch jeden Tag in der Frühe einen großen roten Schirm aufspannte, wie damals, sagten die Leute.

Damals, und sie meinten vor nicht allzu langer Zeit, habe der ganze Fischmarkt aus großen, roten Schirmen bestanden. In den letzten Jahren und Monaten waren sie verschwunden. Bei dieser Fischfrau holte die Mutter häufig den Fisch für die Kinder, Aale, Zander, Bleie, Schleie, Hechte und manchmal einen Wanderfisch aus dem Haff, im Krankenhaus war man über jeden Fisch froh, und im Frühjahr hatte die Mutter Peter einen Maifisch mit nach Hause gebracht. Als sie am Uferkai anlangten, hatte die Fischfrau längst ihre Kiste auf den kleinen Holzwagen gestellt, der Schirm lag quer darüber. In der Hitze des Sommertages roch es nach Teer und Fisch. Zwischen den Trümmern des Fischbollwerks lebten Katzen, Peter beobachtete, wie ein magerer Kater am Ufer entlanglief, er schwankte leicht und sprang mit einem Satz auf den kleinen Holzsteg. Wo noch im vorletzten Jahr die breiten und behäbigen Quatzen dicht an dicht mit den Fischdreweln schaukelten, lag nun kein einziges Boot mehr. Der Kater langte mit einer Tatze ins Wasser, wieder und wieder zuckte sein Kopf zurück, als erschrecke ihn etwas. War da ein Fisch oder war da keiner? Die Mutter öffnete ihre Handtasche und brachte Scheine zum Vorschein. Das schulde sie ihr. Die Fischfrau strich ihre Hände an der Schürze ab, Tausende von Schuppen blitzten dort, dass es wie ein Gewand aussah, das Gewand einer Meerjungfrau, sie nahm die Scheine und dankte. Dann .el ihr Blick auf den Koffer, und als die Mutter ihr die Hand reichte, sagte sie: Eine gute Reise.“

 

 

 

Franck-Julia
Julia Franck (Oost-Berlijn, 20 februari 1970)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, liedtekstschrijver, toneelschrijver en boekhandelaar Cornelis Sweerts werd geboren in Amsterdam op 20 februari 1669. Cornelis Sweerts schreef een aantal toneelstukken en muziekstukken, gedichten en liedjes. Zijn Inleiding tot de zang- en speelkunst beschrijft het muziekleven in Amsterdam aan het einde van de 17de eeuw. Hij houdt hierin een pleidooi om te schrijven in de Nederlandse taal, en te componeren op Nederlandstalige teksten (in reactie op het Frans en Italiaans).

 

Uit: Zang- en Speelkunst (fragment)

 

Het Neerduits werd dan niet naar zijn waardy bemint

Ze1f van ons zelfs. Wy zijn tot vreemdigheen gezint.

De Franschen zullen zelf ons leeren uit ooze oogen

Te zien, wanneer zy door het best muzijk bewoogen

Tot deftigheid, in 't einde een Italjaanse trant

Verkiezen zullen, staag verworpen in hun Land.

(...)

Want zult gy Italjaans steeds zingen, en een taal,

Die ons meer eigen is, verachten to eenemaal?

Is hier geen zoetheid in, of zijn het onze klanken

En woorden; hebben die de magt, om ons to wanken?

Heel stip heeft ANDERS daar in 't Neerduits op gelet,

Dat die naar Italjaanse en Franschen trant gezet

Kan werden: en het blijkt, dat by in beide taalen

Niet zo veel glorie als in 't Neerduits zou behalen:

Ook doen ons PETERZEN en SCHENK op 't klaarste zien,

Dat elk zijn eigen spraak meer eere hoort to bien:

Zoo zijn 'er van ROZIER en KONING braave stukken,

Die, opgezongen naar de kunst, elkeen verrukken.

 

 

 

sweerts
Cornelis Sweerts
(20 februari 1669 - 23 maart 1749)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 20 februari 2007.

 

De Franse schrijver Georges Bernanos werd geboren in Parijs op 20 februari 1888.

 
De Ierse schrijver William Carleton werd geboren op 20 februari 1794 in Glogher, in het graafschap Tyrone.

 

 

19-02-08

Thomas Brasch, Jaan Kross, Siri Hustvedt, Dmitri Lipskerov, Amy Tan, Herbert Rosendorfer, Carson McCullers, Mark Prager Lindo

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Mitten am Tag eine Furcht

 

Ich weiß nicht wovor

Vor mir das Kottbusser Tor

Hinter mir leises Rufen und Flüstern

Jeder Schritt wird mir schwer

Wer tut mir was Keiner ist hier

Aber alle sind hinter mir her

Dann ist es in der Straße still

Ich bin ausgedacht

Welches Feuer ich will

Habe ich angefacht

 

 

 

 

brasch1

Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

 

 

 

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Uit: The Czar’s Madman

 

Until that time, I had only spent a few hours at Voisiku, on that day in the autumn of 1813 when Eeva and I were sent off in a coach, on our way to our new life.

I knew that the estate did not rank among the most splendid in Livonia, but it was one of the more prominent estates in the northern part of Viljandi province, if not by virtue of the splendour of its manor, then by the number of its buildings, the age of its park, the size of the orchard, and, above all, by the size of its holdings which extended all the way to the valleys of the Pedja and Ema rivers.

The so-called new manor, already a century old, was a stone building with a main floor and an attic. Even though my peasant standards had already been elevated by our sojourn at Masing’s two parsonages, the luxuriousness of the place stunned me at first. Now I understood: if I had had to move there four years ago, I would have felt timid and awkward, just like any other young peasant. Now I found the luxury disturbing, and the more I thought about it, the more I had to admit that it evoked a feeling of impatience in me…

On the main floor there were sixteen rooms and a kitchen. The attic floor had four rooms for servants and visitors of minor importance. I asked Eeva for one of these, even though it had been her original intention to let me occupy two rooms on the ground floor. I liked it better up there under the roof, and I would have the place to myself. So it was agreed for me to move into the garret facing the orchard in the left wing of the manor. By the way: although Timo had two studies at his disposal on the ground floor, he also chose one of the garret rooms in the right wing as yet another study to read and write in. For the same reason: greater privacy. I didn’t even have to use the main entrance and make my way past all the von Bocks and von Rautenfeldts staring down into the great hall from their gilt picture frames in their wigs and once fashionable coiffures.

The staircase to the upper floor could be reached from the door on the orchard side, and I used it from the very first day I spent here. Timo and Eeva insisted that I take at least dinner with them every day. I didn’t object to that, since no one appeared at their dinner table except for themselves and Dr Robst. Timo’s younger brothers, Georg and Karl, were both away, and his sister Elisabeth (I think I mentioned this before), who got married four years ago, now lived in Estonia. Elisabeth did not make any efforts to visit her favourite brother and his young wife, something I would have thought the normal thing to do. But we were not a normal case, and we found that out soon enough, in a number of ways. As soon as Eeva and Timo had arrived at Voisiku, they sent out the customary invitations to their neighbours – at least to those neighbours of whom it might be assumed that they weren’t busy denouncing this marriage as Jacobinical swinishness or canine rutting.”

 

 

 

Kross

Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Uit: What I Loved

 

Art is mysterious, but selling art may be even more mysterious. The object itself if bought and sold, handed from one person to another, and yet countless factors are at work within the transaction. In order to grow in value, a work of art requires a particular psychological climate. At that moment, SoHo provided exactly the right amount of mental heat for art to thrive and for prices to soar. Expensive work from every period must be impregnated by the intangible-an idea of worth. This idea has the paradoxical effect of detaching the name of the artist from the thing, and the name becomes the commodity that is bought and sold. The object merely trails after the name as its solid proof. Of course, the artist himself or herself has little to do with any of it. But in those years, whenever I went for groceries or stood in line at the post office, I heard the names. Schnabel, Salle, Fischl, Sherman were magic words then, like the ones in the fairy tales I read to Matt every night. They opened sealed doors and filled empty pouches with gold. The name Wechsler wasn't fated for full-blown enchantment then, but after Bernie's show, it was whispered here and there, and I sensed that slowly Bill too might lose his name to the strange weather that hung over SoHo for a number of years before it stopped, suddenly, on another October day in 1987.”

 

 

 

Hovstedt

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

 

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007.

 

 

Uit: The Last Sleep of Reason (vertaald door Dmitri Priven)

 

“That night Volodya's legs got frozen over like a river in winter, and he was already grateful to his wife for bandaging his sore thighs with angora wool. A forgiving woman, she was stroking her husband's hair till the morning; he was crying bitterly, bidding farewell to his hopes for international recognition and generalship. Of all his fantasies only one remained: that Zubov would give him some of his pumpkin seeds, but then only if Major Pogosian commanded so.

The following morning Anna Karlovna found her husband's legs absolutely recovered, at least exactly the same as they were before the relapse - just slightly swollen at thighs. Tenderly she rubbed grandma's live cell ointment into them and helped her husband into the boots.

The police department welcomed Sinichkin back with mixed feelings. Major Pogosian patted him on the shoulder, but then lifted up his hands with typical Armenian sadness and talked at length that fame can spoil you and it is all good that the record did not happen.

Karapetian was scratching his sideburns without saying a word, but thought deep down that Captain Sinichkin was a complete nobody, wearing on his shoulder-straps the star that was rightfully Karapetian's.

As usual, the Armenian lunch was served at two; poor Zubov again was getting bashed. The topic chewed over was Russian woman's influence on Armenian man's psyche. One of the officers even suggested that a relationship with a fair-haired people causes the Caucasus man to lose hair five times as fast, and not only on the head but also chest and back.

Sergeant-major Zubov tried to elucidate what the connection was between the psyche and baldness, but was commanded to shut up; however, swallowing a piece of roast lamb, Zubov-Zubian expressed protest in the form of unbuttoning his uniform. A perfect silence reigned over the table when the dining audience had beheld a stupendous sight, which Sinichkin named to himself "A Sheep Before Shearing". The sergeant-major's chest was a darker shade of black so dense was the hair on it. His skin was not showing one bit under the brunette vegetation, and the seasoned Armenians sulked in view of such hormonal assets of their colleague.

Zubov offered to model his back and behind, hinting vulgarly that the degree of shagginess on those body parts is no less than on his chest, but the officers waved him off, and Major Pogosian warned that he would shoot the moron if he took his pants off at the dinner table.

Such was Sergeant-major Zubov's little victory over his fellow countrymen, and he was flashing a conceited smirk from under his multi-tiered nose all afternoon.”

 

 

 

Lipskerov

Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Amy Tan werd geboren in Oakland, Ohio, op 19 februari 1952. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007.

 

 

Uit: Saving Fish From Drowning

 

It was not my fault. If only the group had followed my original itinerary without changing it hither, thither, and yon, this debacle would never have happened. But such was not the case, and there you have it, I regret to say.
"Following the Buddha's Footsteps" is what I named the expedition. It was to have begun in the southwestern corner of China, in Yunnan Province, with vistas of the Himalayas and perpetual spring flowers, and then to have continued south on the famed Burma Road. This would allow us to trace the marvelous influence of various religious cultures on Buddhist art over a thousand years and a thousand miles—a fabulous journey into the past. As if that were not enough appeal, I would be both tour leader and personal docent, making the expedition a truly value-added opportunity. But in the wee hours of December 2nd, and just fourteen days before we were to leave on our expedition, a hideous thing happened . . . I died. There. I've finally said it, as unbelievable as it sounds. I can still see the tragic headline: "Socialite Butchered in Cult Slaying."
The article was quite long: two columns on the left-hand side of the front page, with a color photo of me covered with an antique textile, an exquisite one utterly ruined for future sale.”

 

 

 

 

Tan

Amy Tan (Oakland, 19 februari 1952)

 

 

 

De Duitse schrijver Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007.

 

Uit: Religion mit der Faust

 

“Aber jetzt komme ich zur eigentlichen Problematik der Sache. Das anfängliche Würstchen und der nunmehrige Siegerheld ist nicht nur, im höheren (oder tieferen?) Boxsport nicht

ungewöhnlich, ein Neger, sofern erlaubt ist, dieses Wort noch zu gebrauchen, sondern auch, einer offenbaren Mode unter Boxnegern seit einiger Zeit folgend, Muselmane. Das heißt, er hat zu Allah gefleht. Gewinnt damit dieser Boxkampf religiöse, theologische Dimensionen? Ist damit entschieden, welche Religion die richtige ist? Also der Islam! Sollte nicht angesichts dieses offenkundigen Gottesbeweises das Kardinalskollegium den Purpur ablegen und grüne Turbane aufsetzen sowie sich vier Frauen anschaffen? Aber man zögert, scheint's noch. Jedenfalls lese ich von keiner Reaktion von christlicher Seite. Vielleicht wird in aller Heimlichkeit ein Boxkampf vorbereitet, bei dem der eine Kontrahent Allah, der andere jene hl. Halbgöttin oder den als nicht zimperlich bekannten Erzengel Michael anruft,”

 

 

 

 

Rosendorfer

Herbert Rosendorfer (Gries, 19 februari 1934)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ookmijn blog van 19 februari 2007.

 

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia.


De Nederlandse schrijver Mark Prager Lindo, beter bekend als Den Ouden Heer Smits werd geboren in Londen op 19 februari 1819.

 

18-02-08

Gaston Burssens, Huub Beurskens, André Breton, Toni Morrison, Bart FM Droog, Jean M. Auel, Níkos Kazantzákis


De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Hij deed zijn middelbare studies aan het atheneum te Mechelen, waar hij les kreeg van o.a. Maurits Sabbe. Tijdens Wereldoorlog I nam hij, samen met Wies Moens en Paul van Ostaijen, deel aan het Activisme en studeerde hij enige tijd aan de door de Duitsers vernederlandste Gentse universiteit. Na de wapenstilstand kwam hij in de gevangenis terecht. Hierna werkte hij in een bedrijf in granen. Hij vestigde zich te Antwerpen en richtte zelf een fabriekje op.
Zij eerste gedichtenbundel "Verzen" verscheen in 1918. De invloed van het Duitse expressionisme was reeds merkbaar. De dadaïstische en surrealistische stromingen kregen echter steeds meer invloed op hem. De vrucht hiervan werd "Piano" (1924), dat gelijkenis vertoont met "Bezette stad" van P. van Ostaijen. Beide dichters waren trouwens met elkaar bevriend. Gaston Burssens stak heel wat energie in het afdwingen van respect en waardering voor het werk van zijn vriend P. van Ostaijen, ook na diens dood.
Op latere leeftijd, na zelf heel wat tegenslagen te hebben gekend, na het verlies van zijn eerste echtgenote, keerde Gaston Burssens terug naar de belijdenislyriek en de poëzie in haar meer traditionelere vorm, zoals in "Ode" (1954) en "Adieu" (1958). Hij ontving tweemaal de Driejaarlijkse Prijs voor Poëzie (periodes 1950-52 en 1956-58). Gaston Burssens schreef ook proza en essays en hij beoefende ook de schilderkunst.

Zee

 

De zee hier is de zee

Zij werd geboren in ’t jaar Onzes Heren

Plus minus nul en nul is zij gebleven

De Grote Nul die zij gebleven is

Door alle eeuwen van belijdenis

Van nul is nul en één plus één is twee

 

De zee hier is de zee

Die nul geboren is en nul gebleven

Maar dwaas is en gedwee

Want zij is niets van wat men heeft geschreven

Het niets waarvan men zegt dat het oneindig is

En niets oneindig dat niet eindig is

 

Hier is de zee en zij is hier

Alleen van water zout en wier

Van krabben kwallen schollen en garnalen

Maar niet van zeemeerminnen en koralen

Misschien ¬– maar het is niet bewezen – van sardijnen

En zeker niet van haaien en dolfijnen

 

En honden paarden koeien leeuwen en sirenen

Jawel sirenen zegt men met één oog

In al de kleuren van de regenboog

En zwijnen – met rozige schubben bovendien –

En katten – heb je van je leven

Zeg Kees heb jij ooit katten in de zee gezien

 

Jawel jawel maar in de bioscoop

Maar daar helaas is alles zoveel fraaier

Men ziet er geel- en blauwgelakte papegaaien

Die ons doen twijfelen aan geloof en hoop

Waarvan de beelden om en ommedraaien

In ’t kleurenprisma van een telescoop

 

Ach laten wij het houden bij de deining

Bij deze deining die niet eeuwig is

Maar eeuwig schijnt als een verschijning

Van eind’ en van begin ’lijk d’ ergernis

En herbegint en weder eindigt als de waan

Die eind’ krijgt en begin bij komen en bij gaan

 

En als wij gaan begint het – als wij komen

Dan eindigt alles nog in wonderdromen

Er zijn helaas geen papegaaien in de zee

Laat ons alleen maar spelevaren

Al op de baren

Van zilver of verguld op snee

 

Laat ons maar spelevaren in de wind

Terwijl ze speels is als een kind

Wijl ze wellustig als een rijpe dame

Haar jonge minnaar zal bekwamen

In ’t spelen van een liefdespel

Dat welig deint op wee en wel

 

En als het spel is uitgespeeld

En alle liefde rustig wordt

En zij zich in haar eigen stilte stort

Zie dan haar wateren in dit waterbeeld

Van groen tot grauw van luw tot loom

Ondiep misschien en zeker zonder boôm

 

Zie dan haar wateren in dit waterglas

Waarin een storm zij heeft geschonken

Haar zeilen dansen en haar lichten vonken

Haar éne horizon die horizonnen was

Toen men haar eeuwig noemde

En haar aanbad en haar verdoemde

 

Toen zij van ons was en de vissers

En van de vissen de geheimen onder ons

Want waar ligt het geluk van ons de gissers

Dan in het gissen met een vaderons

Of met een vloek o spiegelvlak van woede

Als toen een storm van lust ons voor de rust behoedde

 

Het was de tijd dat men zo onbezonnen

Zijn liefje wonder de verhalen deed

Van al die sterren en van al die zonnen

Waarvan de glans langsheen de deining gleed

’t Is goed zo aan uw liefje de verhalen

Van al die wonderen te herhalen

 

Het wonder van de witte zeekonijntjes

En van de dartelblinkende sardijntjes

Waarvan het zielig is dat men z’ in blikjes doet

Van ’t koude bloed

¬– Zij lacht u ongelovig tegen –

Der lokkende sirenen

 

En nog van zoveel zoveel meer en meer

Het was een tijd van lieflijk liegen

Waar op het deinen wij ons lieten wiegen

Mee met het wiegen van een dwaas geredeneer

Dat heenging met de vloed en met de ebbe keerde

Tot we niets meer begeerden

 

Het was de tijd van onbegonnen jeugd

En onbezonnen wijsheid

Van toen wij van de grijze deugd

De deugdelijke grijsheid

Zo maar voor ’t happen gooiden aan de kwallen

Wij niet alleen wij allen

 

Wij streelden toen een golf van blonde haren

En strelen nu een golvend lichaam mee

Tot het gewiegd wordt op de baren

En stijgt en stijgt naar hoger zee

En wegglijdt in de weke wonderheên

En zelf wordt een sireen

 

En kom en laat u lokken

Naar d’overzijde van uw nuchterheid

De schaduwzijde van uw veiligheid

De warmte van haar lokken

Zoals die vroeger was

De trage welving van een zeegewas

 

Zo is zij ons ontstaan van ieder beeld ontbonden

Ontdaan van ieder woord dat was

Wel blijft het beeld zo ongeschonden

Maar broos als glas

Want eens heeft men op ’t strand een hoorn gevonden

Waar men in horen kon dat zij nog anders was.

 

 

Burssens2
Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007.

Behandeling van de mannelijke boom

Om zonder te kunnen lopen om
zonder ogen neus en oren hevig

verliefd te worden opeen vrouwe
zonder ogen neus en oren al even

hevig allenig geworteld verre van
zijn mogelijkheden haar te betasten

met zijn twijgen bast of blaadjes laat hij
zijn mannelijkheid ontbloeien opdat van

haar opengevouwen hem komen bekrioelen
tongen likken snuitkevers nectarvogels

honingopossums om dan weerom haar
te gaan bekruipen aaien kussen o om zo

verliefd te kunnen blijven als nu zou ik je
zo willen staan neuken in alle vier seizoenen.

 

 

 

 

beurskens
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)

 

 

 

De Franse dichter en essayist André Breton werd geboren in Tinchebray in het departement Orne op 18 februari 1896. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007.

 

Tournesol

 

La voyageuse qui traverse les Halles à la tombée de l'été
Marchait sur la pointe des pieds
Le désespoir roulait au ciel ses grands arums si beaux
Et dans le sac à main il y avait mon rêve ce flacon de sels
Que seule a respiré la marraine de Dieu
Les torpeurs se déployaient comme la buée
Au Chien qui fume
Ou venaient d'entrer le pour et le contre
La jeune femme ne pouvait être vue d'eux que mal et de biais
Avais-je affaire à l'ambassadrice du salpêtre
Ou de la courbe blanche sur fond noir que nous appelons pensée
Les lampions prenaient feu lentement dans les marronniers
La dame sans ombre s'agenouilla sur le Pont-au-Change
Rue Git-le-Coeur les timbres n'étaient plus les mêmes
Les promesses de nuits étaient enfin tenues
Les pigeons voyageurs les baisers de secours
Se joignaient aux seins de la belle inconnue
Dardés sous le crêpe des significations parfaites
Une ferme prospérait en plein Paris
Et ses fenêtres donnaient sur la voie lactée
Mais personne ne l'habitait encore à cause des survenants
Des survenants qu'on sait plus dévoués que les revenants
Les uns comme cette femme ont l'air de nager
Et dans l'amour il entre un peu de leur substance
Elle les intériorise
Je ne suis le jouet d'aucune puissance sensorielle
Et pourtant le grillon qui chantait dans les cheveux de cendres
Un soir près de la statue d'Etienne Marcel
M'a jeté un coup d'oeil d'intelligence
André Breton a-t-il dit passe

 

 

 

 

andre_breton
André Breton (18 februari 1896 – 28 september 1966)

 

 

 

De Afro-Amerikaans schrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007.

 

Uit: The bluest eye

 

“Nuns go by as quiet as lust, and drunken men and sober eyes sing in the lobby of the Greek hotel. Rosemary Villanucci, our next-door friend who lives above her father's cafe, sits in a 1939 Buick eating bread and butter. She rolls down the window to tell my sister Frieda and me that we can't come in. We stare at her, wanting her bread, but more than that wanting to poke the arrogance out of her eyes and smash the pride of ownership that curls her chewing mouth. When she comes out of the car we will beat her up, make red marks on her white skin, and she will cry and ask us do we want her to pull her pants down. We will say no. We don't know what we should feel or do if she does, but whenever she asks us, we know she is offering us something precious and that our own pride must be asserted by refusing to accept.

School has started, and Frieda and I get new brown stockings and cod-liver oil. Grown-ups talk in tired, edgy voices about Zick's Coal Company and take us along in the evening to the railroad tracks where we fill burlap sacks with the tiny pieces of coal lying about. Later we walk home, glancing back to see the great carloads of slag being dumped, red hot and smoking, into the ravine that skirts the steel mill. The dying fire lights the sky with a dull orange glow. Frieda and I lag behind, staring at the patch of color surrounded by black. It is impossible not to feel a shiver when our feet leave the gravel path and sink into the dead grass in the field.”

 

 

 

 

Toni-Morrison
Toni Morrison (Lorain, 18 februari 1931)

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007.

 

BENZINE, BENZINE

Merk dagen van andere kant
slaap als mensen waken, werk
bij het woelen van volk in volle
verre wijken, uitgeweken leef ik

in mijn coole wagen zakenblauw
de hits die me raken te draaien
bij het steady cruisen door dit
bloeddronken continent

zoek ik niets, verwacht nog minder
dan een vroeg geruimd graf
honden die mijn botten knauwen
en een vrouw die niet vergeten kan.

 

 

 

 

NA DE LAST POST

 

Als de rookflarden van het laatste saluut verwaaid
en het getrompetter verstorven is, wat rest er dan?

 

het lege bed, de lege stoel, het bord dat leeg bleef
tientallen jaren lang rusten ze ver van huis en hier

 

en hun makkers die mazzel hadden, terugkwamen
met verhalen die geen wilde horen, decennia

wind ruis bomen buig breng ons de gesneuvelden
hun lachende gezichten, hun ongeschonden lijven

 

die voortleven zolang wij leven en herinneren
dat eens dat lege bed, die lege stoel, dat lege bord

 

een mens behoorden die op Mars' orders
ontnomen is wat niet ontnomen mag.

 

 

 

 

 

 

droog
Bart FM Droog (Emmen op 18 februari 1966)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jean Marie Auel werd geboren op 18 februari 1936 in Chicago. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007.

 

Uit: The Mammoth Hunters

 

Trembling with fear, Ayla clung to the tall man beside her as she watched the strangers approach. Jondalar put his arm around her protectively, but she still shook.

He's so big! Ayla thought, gaping at the man in the lead, the one with hair and beard the color of fire. She had never seen anyone so big. He even made Jondalar seem small, though the man who held her towered over most men. The red-haired man coming toward them was more than tall; he was huge, a bear of a man. His neck bulged, his chest could have filled out two ordinary men, his massive biceps matched most men's thighs.

Ayla glanced at Jondalar and saw no fear in his face, but his smile was guarded. They were strangers, and in his long travels he had learned to be wary of strangers.

"I don't recall seeing you before," the big man said without preamble. "What Camp are you from?" He did not speak Jondalar's language, Ayla noticed, but one of the others he had been teaching her.

"No Camp," Jondalar said. "We are not Mamutoi." He unclasped Ayla and took a step forward, holding out both hands, palms upward showing he was hiding nothing, in the greeting of friendliness. "I am Jondalar of the Zelandonii."

 

 

 

auelj
Jean M. Auel (Chicago,  18 februari 1936)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 18 februari 2007.

 

De Griekse schrijver Níkos Kazantzákis werd geboren in Heraklion op  18 februari 1883.

 

 

17-02-08

Emmy Hennings, Shahrnush Parsipur, Chaim Potok, Gustavo Adolfo Bécquer, Ruth Rendell, Georg Britting, Andrew "Banjo" Paterson


De Duitse dichteres, schrijfster en caberetiere Emmy Hennings werd geboren op 17 februari  1885 in Flensburg. Toen zij achtien was trouwde zij met een amateurtoneelspeler. Ze sloten zich bij een gezelschap aan en trokken het land door. Hun dochtertje groeide op bij de grootouders. In 1904 liet Hennings zich scheiden en trad voortaan op als caberetiere. Alleen en bij diverse gezelschappen. Vanaf 1914 werkte zij mee aan het satirische tijdschrift Simplicissimus. Daarbij leerde zij Hugo Ball kennen. Zij ging met hem mee naar Zwitserland en richtte met hem en anderen (waaronder Jean Arp enTristan Tzara) het cabaret Voltaire op in Zürich – het begin van het dadaïsme. In 1920 trouwde zij met Ball.

 

Ätherstrophen

 

Jetzt muß ich aus der großen Kugel fallen.
Dabei ist in Paris ein schönes Fest.
Die Menschen sammeln sich am Gare de l'Est
Und bunte Seidenfahnen wallen.
Ich aber bin nicht unter ihnen.
Ich fliege in dem großen Raum.
Ich mische mich in jeden Traum
Und lese in den tausend Mienen.
Es liegt ein kranker Mann in seinem Jammer.
Mich hypnotisiert sein letzter Blick.
Wir sehnen einen Sommertag zurück...
Ein schwarzes Kreuz erfüllt die Kammer...

 

 

 

 

'Morfin'


Wir warten auf ein letztes Abenteuer
Was kümmert uns der Sonnenschein?
Hochaufgetürmte Tage stürzen ein
Unruhige Nächte - Gebet im Fegefeuer.

Wir lesen auch nicht mehr die Tagespost
Nur manchmal lächeln wir still in die Kissen,
Weil wir alles wissen, und gerissen
Fliegen wir hin und her im Fieberfrost.

Mögen Menschen eilen und streben
Heut fällt der Regen noch trüber
Wir treiben haltlos durchs Leben
Und schlafen, verwirrt, hinüber...

 

 

 

 

hennings_1
Emmy Hennings
(17 februari  1885 – 10 augustus 1948)

 

 

 

 

 

 

De Iraanse schrijfster Shahrnush Parsipur werd geboren op 17 februari 1946 in Teheran. In 1973 sloot zij haar studie sociologie af aan de universiteit van Teheran en studeerde toen tot 1980 Chinese taal en cultuur aan de Sorbonne in Frankrijk. In de late jaren zestig schreef zij de eerste korte verhalen. In 1969 verscheen Tupak-e Qermez (De kleine rode bal). Vanaf de jaren tachtig verscheen haar werk steeds meer in tijdschriften in Iran. Haar tweede boek was Touba of het belang van de nacht, dat zij schreef na een verblijf van vier jaar in de gevangenis. Eind jaren zeventig verscheen Zanan-e bedun-e mardan (Vrouwen zonder mannen), een korte roman die uit verschillende, met elkaar verbonden verhalen, bestond. De Iraanse regering verbood het boek en oefende druk uit op de schrijfster om iets dergelijks niet meer te schrijven. In 1990 voltooide Parsipur haar vierde boek, een duizend bladzijden tellende geschiedenis van een vrouwelijke Don Quijote, Aql-e abi'rang (In het Engels vertaald als Blue-colored Reason) en dat tot 1992 niet verkocht kon worden. Shahrnush Parsipur verliet Iran omdat het haar niet mogelijk was er langer te werken. Tegenwoordig woont zij in de VS.

 

Uit: Touba and the Meaning of Night

During his years at the seminary school, as a teenager and shortly after puberty, Haji Adib had believed that the sky was the husband of the earth. Haji loved the sleeping lady earth in autumn and winter. In the winter, when snow covered everything, he thought of the sleeping lady earth who cradled wakefulness in her sinews until the sudden tremble of thunder and rain in the spring. In autumn--which was the spring of the mystics, according to his father--he would go on long walks to hold communion with the clean, quiet and motionless lady. Without knowing it, he was in love with the earth. He had a feeling of support for her, even though he knew that in the end it would be this same earth's job to take him into her, to disintegrate and to digest him. Still, in his mind Haji supported the earth. His hidden excitement would reach its peak when, in his games of fantasy, he imagined himself higher and grander than the lady earth. There could be no doubt that the eternally motionless lady, half asleep and half awake, needed infinite protection. And yet, how could the lady who was so large, so very large that she was perhaps infinite--how could she have a protector? A grander thing could not be conceived. The bittersweet sadness that filled him at the discovery of his own smallness seemed odd even to him. In those days there had been a vague rumor about the roundness and finiteness of the earth, but his loving feelings for her prevented the young man from believing it. Perhaps this was the reason he had not learned the new sciences. And since he did not discuss these matters with anyone, he was naturally categorized among the scholars of the old school. Coming home from school every day and passing the basement rooms of his parental home, he could hear the women of the family talking, continuously and relentlessly, as they wove their carpets. The sound of their shuttle combs on the looms created a delicate rhythm that accorded with the laws of spring, summer, autumn and winter. Haji was also the protector of these women. There was no grandeur here to frighten him. He thought, "We have our own four walls." And even in the near-infinite grandeur of the lady earth, he felt that his four walls had a place of their own. His parental courtyard had rectangular garden patches and an octagonal pool in the middle. Deep in his mind, he felt that he stood at the center where the pivot housed the wheel, turning the sky dome without cessation.“

 

 

 

 

Persepur
Shahrnush Parsipur (Teheran, 17 februari 1946)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Chaim Potok werd geboren in New York City op 17 februari 1929. Zie ook mijn blog van 17 februari 2007.

 

Uit: Old Men at Midnight

 

Noah was brought to our brooklyn neighborhood by his aunt and uncle, and into my life by an announcement on the bulletin board of our synagogue: sixteen-year-old boy from europe needs english tutor.

This was early in the summer of 1947, two years after the end of the Second World War. No name, just a telephone number.

I called that night. A woman answered.

"Hello, who is it?" She sounded fretful, harried. "Who is calling, please?"

I said in Yiddish, "A good week."

There was a slight pause. "Ah, a good week," she said. Her tone softened.

I said in English, "My name is Davita Dinn. I'm calling about your request for an English tutor."

In the background I heard children crying. Turning away from the phone, she shouted something in Yiddish, which I did not understand. Into the phone she said, "You have done this before, teach English?"

"Yes. But not to a European survivor."

"How old are you?"

"Nearly eighteen."

"Where do you live?"

I told her.

"We will come to you. Is it all right tomorrow at three?"

I was alone when they arrived. Answering the front door bell, I saw a stocky, plain-looking woman in her thirties, garbed in a dark-gray dress that reached to below her knees. The dress had a frilly high neck and long sleeves. Standing a little behind and to her right was a thin boy in his teens, wearing a white long-sleeved shirt, dark trousers, and a dark skullcap.

 

 

 

chaim_potok
Chaim Potok (17 februari 1929 – 23 juli 2002)

 

 

 

 

 

De Spaanse dichter Gustavo Adolfo Bécquer werd op 17 februari 1836 in Sevilla geboren. Zie ook mijn blog van 17 februari 2007

 

XLI

 

Tú eras el huracán y yo la alta
torre que desafía su poder:
¡tenías que estrellarte o que abatirme!
¡No podía ser!

 

Tú eras el océano y yo la enhiesta
roca que firme aguarda su vaivén:
¡tenías que romperte o que arrancarme!
¡No podía ser!

 

Hermosa tú, yo altivo: acostumbrados
uno a arrollar, el otro a no ceder:
la senda estrecha, inevitable el choque...
¡No podía ser!

 

 

 

XLI

 

Du bist der Hurrikan und ich der hohe
Turm, der seiner Macht misstraut:
Du musstest mich zerschmettern oder niederreissen!...
Es konnte nicht sein!

Du warst der Ozean und ich der steil aufragende
Felsen, der Deines Auf und Ab standhaft harrte,
Du musstest Dich entzweien oder auf mich losbrausen!...
Es konnte nicht sein!

Du schön, hochmütig ich; der eine daran gewöhnt,
sich fortzuwälzen, der andere daran, nicht nachzugeben,
der Pfad verengt, unvermeidbar der Schock...
Es konnte nicht sein!

 

 

 

Vertaling door Arne-Wigand Baganz

 

 

 

 

BECQUER
Gustavo Adolfo Bécquer (17 februari 1836 – 22 december 1870)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Ruth Rendell werd geboren als Ruth Grasemann in Londen op 17 februari 1930. Zie ook mijn blog van 17 februari 2007

 

Uit: The Water's Lovely

 

Weeks went by when Ismay never thought of it at all. Then something would bring it back or it would return in a dream. The dream began in the same way. She and her mother would be climbing the stairs, following Heather's lead through the bedroom to what was on the other side, not a bathroom in the dream but a chamber floored and walled in marble. In the middle of it was a glassy lake. The white thing in the water floated toward her, its face submerged, and her mother said, absurdly, "Don't look!" Because the dead thing was a man and was naked and she was a girl of fifteen. But she had looked and in the dreams she looked again, but at Guy's drowned face. She had looked at the dead face and though she would forget from time to time what she had seen, it always came back, the fear still there in the dead eyes, the nostrils dilated to inhale water, not air.

Heather showed no fear, no emotion of any kind. She stood with her arms hanging by her sides. Her dress was wet, clinging to her breasts. No one spoke then, neither in the reality nor in the dreams, neither of them said a word until their mother fell on her knees and began crying and laughing and babbling nonsense.

When she came home the house was a different place. She had known, of course, that it would be two self-contained flats, the upper one for her mother and Pamela, the lower one for her and Heather, two pairs of sisters, two generations represented. In her last term at university, four hundred miles away in Scotland, what she hadn't understood was that part of the house would disappear.”

 

 

 

 

RuthRendell
Ruth Rendell (Londen, 17 februari 1930)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 17 februari 2007

 

De Duitse schrijver Georg Britting werd op 17 februari 1891 geboren in Regensburg.

 
De Australische dichter Andrew Barton "Banjo" Paterson werd geboren op 17 februari 1864 in  Narambla in New South Wales.