30-11-06

Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift, Philip Sidney, John Bunyan, Winston Churchill


Jan G. (Joannes Gommert) Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Elburg was enige tijd chemisch laborant en werkte na 1945 als copywriter en vervolgens als docent aan de Rietveld-academie in Amsterdam. Hij debuteerde in 1942 in het tijdschrift Criterium. Tijdens de oorlog publiceerde hij een aantal vrij traditionele dichtbundels die behoren tot wat de Criterium-poëzie wordt genoemd, zoals die van dichters als Aafjes en Den Brabander. Daarna werd hij een van de belangrijkste dichters in het naar vernieuwing zoekende tijdschrift Het Woord. Zijn opstandige natuur en sociaal gevoel bracht hem in conflict met mederedacteur Gerard Diels, voorstander van hermetische symboliek, en bracht hem in contact met de schildersgroep Cobra. Hierdoor kwam Elburg in aanraking met o.a. Lucebert en Kouwenaar en kan met hen, als experimenteel, gerekend worden tot de Vijftigers. Elburg was redacteur van Podium in 1954 en 1955 en daarna van De Nieuwe Stem in 1959 en 1960. Als beeldend kunstenaar werkte Elburg mee aan de geruchtmakende COBRA-tentoonstelling van 1949 in Amsterdam. Hij verzorgde alszodanig ook illustraties en omslagen.Meer dan de andere Vijftigers is hij trouw gebleven aan zijn uitgangspunt: het op losse schroeven zetten van de taal om op deze manier in te kunnen spelen op zich steeds weer voordoende clichés en bedreigende normen. Hierdoor kenmerkt zijn taalgebruik zich o.a. door woordenspel. Zijn Klein t(er)reurspel (1947) werd in 1948 bekroond met de eerste Jan Campertprijs en in 1976 ontving hij voor zijn hele werk de Constantijn Huygensprijs.

 

 

   Korte autobiografie

 

Woorden zijn zonderlinge woningen:

één haar op mijn hoofd was gekrenkt door liefde;

dat werd een dorp met strodaken en tuinen,

toen de mist van mijn adem was opgetrokken,

toen de troffel van mijn keel stillag

en de mortel van mijn tanden;

één haar op mijn hoofd dacht en één viel uit;

dat werd een ziekenhuis, dat werd een buiten:

toen ik zweeg stond het daar, één uur lang.

 

Woorden zijn een ongewoon gezang:

een ongeloofwaardige waslijst vult men er mee.

Een boek? Nee. Een brief? Nee.

Een vers van gele en rode goederen,

boezeroenen van woede en liefdeshemden,

vult men er mee.

 

Woorden zijn korte telegrammen.

Men zet zijn tranen op om ze te lezen;

om ze te horen doet men oren aan.

Eén haar op mijn hoofd was gekrenkt door liefde,

één haar op mijn hoofd dacht en één viel uit

en ik wilde in grote en kleine woorden

wonen als een boodschap van overzee,

om deernis te vragen of vrees aan te jagen,

maar ook daar ontbraken de deuren.

 

 

Gelovig soms

 

Prijs de dag voor het avond is
voor je gouden verloofde het uitmaakt
voor het donkere deksel het donker maakt

prijs de dag en vertel voor het avond is
hoe het was wat er was dat het goed was
vertel het nog half gelovige oren

prijs de dag prijs de rotzooi
van ronkend blik het lawaai en de schrik
prijs de wind om de lekkende vuilniszak
prijs het licht op de stront de lonk van de lelijke
vrouw en de lik van de hond zonder haar prijs
de lucht van heet asfalt van zweet van patat

prijs een godganselijk godvergeten
goed lullig niet te vervangen leven
voor je leuterend strompelend uitgejoeld afgaat

prijs het
terwijl de nacht nadert
de duim nadrukkelijk je strot nadert

 

 

 

 

JGElburg
Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

 

Mark Twain (pseudoniem van Samuel Langhorne Clemens) werd geboren op 30 november 1835 te Florida. Twain stamde uit een arme familie in de Amerikaanse Zuidelijke staten.Mark Twain verhuisde toen hij vier was naar het stadje Hannibal aan de Mississippi. Na zijn vaders dood (1847) ging hij van school en werd drukkersleerling, vier jaar later, op 16 jarige leeftijd, werd hij loods op de Mississippi. Toen het verkeer op deze rivier door het uitbreken van de Burgeroorlog werd stopgezet, werd hij verslaggever voor de Territorial Enterprise in Virginia City. Zijn faam als humoristisch schrijver dagtekent van 1865, toen zijn verhaal The celebrated jumping frog in de Saturday Press verscheen.

Twain maakte reizen naar de Sandwich-eilanden en door Europa en het Nabije Oosten; van deze laatste tocht bracht hij op knappe wijze verslag uit in The innocents abroad (1869), waarin hij verschillende aspecten van het Europese leven op de hak nam. Hij trouwde in 1870 met Olivia Langdon, dochter van een van de rijkste en oudste New Yorkse families, waarna hij redacteur werd van de Buffalo Express. In 1876 koos hij zijn pseudoniem Mark Twain. De uitroep mark twain betekent twee vadem diep en is ontleend aan de tijd dat de schrijver loods was op een boot op de Mississippi.

Mark Twain bleef reizen maken en daar op papier verslag van uitbrengen. Zijn bekendste boeken zijn echter het klassiek geworden jongensboek ¨Tom Sawyer¨ (1876), waarin hij een geïdealiseerd beeld oproept van zijn geliefde Hannibal, de plaats waar hij zijn jeugd doorbracht en het vervolg hierop: ¨The adventures of Huckleberry Finn¨ (1885), een schelmenroman, waarin de ‘frontier civilization' van het Mississippigebied op realistische en tegelijk poëtische wijze wordt weergegeven. Mark Twain is overleden 21 april 1910 te Connecticut.

Uit: Adventures of  Huckleberry Finn

“YOU don't know about me without you have read a book by the name of The Adventures of Tom Sawyer; but that ain't no matter.  That book was made by Mr. Mark Twain, and he told the truth, mainly.  There was things which he stretched, but mainly he told the truth.  That is nothing.  I never seen anybody but lied one time or another, without it was Aunt Polly, or the widow, or maybe Mary.  Aunt Polly—Tom's Aunt Polly, she is—and Mary, and the Widow Douglas is all told about in that book, which is mostly a true book, with some stretchers, as I said before.

Now the way that the book winds up is this:  Tom and me found the money that the robbers hid in the cave, and it made us rich.  We got six thousand dollars apiece—all gold.  It was an awful sight of money when it was piled up.  Well, Judge Thatcher he took it and put it out at interest, and it fetched us a dollar a day apiece all the year round—more than a body could tell what to do with.  The Widow Douglas she took me for her son, and allowed she would sivilize me; but it was rough living in the house all the time, considering how dismal regular and decent the widow was in all her ways; and so when I couldn't stand it no longer I lit out.  I got into my old rags and my sugar-hogshead again, and was free and satisfied.  But Tom Sawyer he hunted me up and said he was going to start a band of robbers, and I might join if I would go back to the widow and be respectable.  So I went back.

The widow she cried over me, and called me a poor lost lamb, and she called me a lot of other names, too, but she never meant no harm by it. She put me in them new clothes again, and I couldn't do nothing but sweat and sweat, and feel all cramped up.”

 

MARK_TWAIN
Mark Twain (30 november 1835 – 21 april 1910)

 

Jonathan Swift werd op 30 november 1667 in Dublin geboren uit Engelse ouders. Zijn vader was zeven maanden eerder overleden, en Swift werd opgevoed door zijn oom Godwin. Na een niet erg succesvol verblijf op Trinity College in Dublin, ging hij bij zijn moeder wonen in Leicester. Al spoedig daarna deed zich de gelegenheid voor om als secretaris te gaan werken voor Sir William Temple, oud-gezant van Engeland in Den Haag. Daar ontmoette hij de achtjarige Esther Johnson, de dochter van de jonggestorven zakenman Edward Johnson. Hij noemde haar Stella en zou voor de rest van haar leven een sterke emotionele binding met haar behouden. Rond 1710 begon hij zijn Journal to Stella, een serie brieven aan Esther en Rebecca, waaruit veel te leren valt over zijn persoonlijk leven. Swifts bekendste werk is Gulliver's Travels (1726). Delen van dit boek zijn wel bewerkt tot kinderboek (op welk niveau ze ook zeker te lezen zijn), maar in werkelijkheid vormen de vier delen samen een van de felste en geestigste satires die ooit zijn geschreven. Zij vormen een aanklacht tegen politieke en sociale wantoestanden uit zijn tijd, maar ook tegen de mensheid in het algemeen.

 

Uit: Gulliver's Travels

“About four Hours after we began our Journey, I awaked by a very ridiculous Accident; for the Carriage being stopt a while to adjust something that was out of Order, two or three of the young Natives had the Curiosity to see how I looked when I was asleep; they climbed up into the Engine, and advancing very softly to my Face, one of them, an Officer in the Guards, put the sharp End of his Half-Pike a good way up into my left Nostril, which tickled my Nose like a Straw, and made me sneeze violently: Whereupon they stole off unperceived, and it was three Weeks before I knew the Cause of my awaking so suddenly. We made a long March the remaining Part of that Day, and rested at Night with Five Hundred Guards on each Side of me, half with Torches, and half with Bows and Arrows, ready to shoot me if I should offer to stir. The next Morning at Sunrise we continued our March, and arrived within two Hundred Yards of the City-Gates about Noon. The Emperor, and all his Court, came out to meet us; but his great Officers would by no means suffer his Majesty to endanger his Person by mounting on my Body.”

 

 

SWIFT
Jonathan Swift (30 november 1667 – 19 oktober 1745)

 

Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het kasteel van Penshurst in het graafschap Kent als oudste zoon van Sir Henry Sidney en Lady Mary Dudley. Hij was een prominent figuur in Engeland ten tijde van Elizabeth I. Hij was een fameus aristocraat, dichter, hoveling en soldaat en leeft voort in zijn beroemd geworden sonnetten. Zijn moeder was de dochter van John Dudley, hertog van Northumberland en een zus van Robert Dudley, graaf van Leicester. Zijn jongere zus Mary trouwde met Henry Herbert, graaf van Pembroke. Sidney droeg zijn langste werk, Arcadia aan haar op. Philip kreeg huisonderwijs van zijn moeder tot hij oud genoeg was voor Shrewsbury School. Daarna ging hij naar Christ Church College in Oxford, waar hij niet afstudeerde. In 1571 verliet hij de universiteit en een jaar later vertrok hij met zijn oom, de graaf van Leicester, naar Europa. Hij bezocht Frankrijk, Oostenrijk en Italië. In Venetië ontmoette hij Veronese en Tintoretto. Na zijn terugkeer diende hij in Ierland. Terug in Engeland ontmoette hij in 1576 de graaf van Essex en diens dochter Penelope, die de muze werd voor zijn in 1591 verschenen Astrophel and Stella, een serie liefdesgedichten die wordt gerekend tot de beste van de Engelse sonnettenseries. In An Apology for Poetry of Defense of Poesie (gepubliceerd in 1595) verdedigde hij het primaat van de dichtkunst.

Astrophil and Stella: 2

 

Not at first sight, nor with a dribbèd shot

Love gave the wound, which while I breathe will bleed:

But known worth did in mine of time proceed,

Till by degrees it had full conquest got.

I saw and liked, I liked but lovèd not,

I loved, but straight did not what Love decreed:

At length to Love's decrees I, forced, agreed,

Yet with repining at so partial lot.

Now even that footstep of lost liberty

Is gone, and now like slave-born Muscovite,

I call it praise to suffer tyranny,

And now employ the remnant of my wit,

To make myself believe that all is well,

While with a feeling skill I paint my hell.

 

 

Philip_Sidney
Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

 

John Bunyan werd geboren op 30 november 1628 in Harrowden bij Bedford. Zijn bekendheid is vooral gebaseerd op zijn boek The Pilgrim's Progress (1678; het minder succesvolle tweede deel verscheen in 1684). Dit boek is in vele talen vertaald, ook in het Nederlands, onder de titel Een christenreis naar de eeuwigheid. Het boek behandelt in de vorm van een allegorie het leven van een christen op aarde. Naast de 'Christenreis' heeft Bunyan ook nog de 'Christinnenreis' geschreven.

Uit: The Pilgrim's Progress

When at the first I took my pen in hand

Thus for to write, I did not understand

That I at all should make a little book

In such a mode; nay, I had undertook

To make another; which, when almost done,

Before I was aware, I this begun.

 

And thus it was:  I, writing of the way

And race of saints, in this our gospel day,

Fell suddenly into an allegory

About their journey, and the way to glory,

In more than twenty things which I set down.

This done, I twenty more had in my crown;

And they again began to multiply,

Like sparks that from the coals of fire do fly.

 

Nay, then, thought I, if that you breed so fast,

I'll put you by yourselves, lest you at last

Should prove ad infinitum, and eat out

The book that I already am about.

 

 

bunyan
John Bunyan  (30 november 1628 - 31 augustus 1688

 

De Britse staatsman Sir Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren in Woodstock, 30 november 1874. Hij was ook een voortreffelijk  schrijver die in 1953 de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Churchill was een van de belangrijkste staatslieden van de 20e eeuw, vooral door zijn betrokkenheid bij de WO I. Zijn optreden als minister van Zeevaart en premier van het Verenigd Koninkrijk gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Uit: The Story of the Malakand Field Force

“Many, perhaps all, states have been founded in a similar way, and it is

by such steps that civilisation painfully stumbles through her earlier

stages. But in these valleys the warlike nature of the people and their

hatred of control, arrest the further progress of development. We have

watched a man, able, thrifty, brave, fighting his way to power,

absorbing, amalgamating, laying the foundations of a more complex and

interdependent state of society. He has so far succeeded. But his

success is now his ruin. A combination is formed against him. The

surrounding chiefs and their adherents are assisted by the village

populations. The ambitious Pathan, oppressed by numbers, is destroyed.

The victors quarrel over the spoil, and the story closes, as it began,

in bloodshed and strife.

 

The conditions of existence, that have been thus indicated, have

naturally led to the dwelling-places of these tribes being fortified. If

they are in the valley, they are protected by towers and walls loopholed

for musketry. If in the hollows of the hills, they are strong by their

natural position. In either case they are guarded by a hardy and martial

people, well armed, brave, and trained by constant war.”

 

 

 

CHURCHILL
Winston Churchill (30 november 1874 - 24 januari 1965)

 

 

29-11-06

Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Louisa May Alcott, Ludwig Anzengruber, Wilhelm Hauff


Jean-Philippe Toussaint werd op 29 november 1957 geboren in Brussel.Toussaint debuteerde in 1985 met de kleine roman 'De badkamer', die in Frankrijk meteen een bestseller werd en in vele talen werd vertaald. Hij wordt gerekend tot de nouveaux romanciers, die hun werk allemaal uitgeven bij uitgeverij Minuit. Minimalisten worden ze ook wel genoemd, door de sobere karakterschetsen, de eenvoudige plot en het heldere taalgebruik. "Ik wil schrijven zoals een schilder schildert", zei Toussaint in een interview, "zoals een musicus musiceert." Toussaints romans zijn vaak vrolijk, licht van toon, hilarisch en op het burleske af. Vooral 'De televisie', een roman waarin hij ook Cees Nooteboom laat figureren, is een goed voorbeeld van zijn slapstick-achtige humor. Veel van zijn romans zijn filmisch geschreven. Geen wonder, want Toussaint is ook cineast. Hij werkte mee aan de verfilming van twee van zijn boeken, 'Meneer' en 'Het fototoestel', schreef een scenario, 'La patinoire', en maakte een televisiefilm, 'Berlin 10h46'.

 

Uit: Faire l’amour

 

« Avant même qu’on s’embrasse pour la première fois, Marie s’était mise à pleurer. C’était dans un taxi, il y a sept ans et plus, elle était assise à côté de moi dans la pénombre du taxi, le visage en pleurs, que traversaient les ombres fuyantes des quais de la Seine et les reflets jaunes et blancs des phares des voitures que nous croisions. Nous ne nous étions pas encore embrassés à ce moment-là, je ne lui avais pas encore pris la main, je ne lui avais pas fait la moindre déclaration d’amour — mais ne lui ai-je jamais fait de déclaration d’amour ? — et je la regardais, ému, désemparé, de la voir pleurer ainsi à mes côtés.

 

La même scène s’est reproduite à Tokyo il y a quelques semaines, mais nous nous séparions alors pour toujours. Nous ne disions rien dans ce taxi qui nous reconduisait au grand hôtel de Shinjuku où nous étions arrivés le matin même, et Marie pleurait en silence à côté de moi, elle reniflait et hoquetait doucement contre mon épaule, elle essuyait ses larmes à grands gestes brouillons du revers de ses doigts, de lourdes larmes de tristesse qui l’enlaidissaient et faisaient couler le maquillage de ses cils, alors qu’il y a sept ans, lors de notre première rencontre, c’étaient de pures larmes de joie, légères comme de l’écume, qui coulaient en apesanteur sur ses joues. Le taxi était surchauffé et Marie avait trop chaud maintenant, elle se sentait mal, elle finit par enlever son grand manteau de cuir noir, difficilement, en se contorsionnant à côté de moi sur la banquette arrière du taxi, grimaçant et paraissant m’en vouloir, alors que je n’y étais manifestement pour rien, merde, s’il faisait aussi chaud dans ce taxi, elle n’avait qu’à se plaindre au chauffeur, il y avait son nom et sa photo d’identité en évidence sur le tableau de bord. »

 

 

TOUSSAINT
Jean-Philippe Toussaint (Brussel, 29 november 1957)

 

De Ierse schrijver C.S. Lewis werd geboren op 29 november 1898 in Belfast. In september 1914, toen de Eerste Wereldoorlog juist begonnen was, nam hij zijn intrek bij een privéleraar, William T. Kirkpatrick. Onder leiding van Kirkpatrick bereidde hij zich voor op het vergelijkend examen waarmee hij 1916 een beurs voor de universiteit van Oxford verwierf. Zijn studie aldaar begon met een lange onderbreking doordat hij in militaire dienst ging. Dit deed hij vrijwillig; de dienstplicht gold niet voor Ieren. In Noord-Frankrijk, in de buurt van Arras, raakte hij in april 1918 gewond. Omdat hij niet meer kon vechten, mocht hij naar huis. Na de oorlog hervatte hij zijn studie in Oxford. Hij studeerde er cum laude af in de klassieke talen, de klassieke filosofie en de Engelse taal- en letterkunde. Daarna doceerde hij tot 1954 aan deze universiteit. In 1929 stierf zijn vader. Nadat hij na zijn gelukkige jeugd vervreemd was geraakt van het christendom, begon er toch een proces van religieuze heroriëntatie. Mede als gevolg van gesprekken met gelovige collega's als J.R.R. Tolkien en Hugo Dyson bekeerde hij zich tot het christendom. Dit proces beschreef hij later in Surprised by Joy (1955). In 1942 schreef hij zijn eerste publiekssucces, The Screwtape Letters (Brieven uit de hel), dat in het eerste jaar negen drukken had en een jaar later hetzelfde succes kende in de Verenigde Staten. In 1950 verscheen The Lion, the Witch and the Wardrobe, het (naar chronologie) tweede deel van de zeven Kronieken van Narnia. Deze kinderboeken zijn waarschijnlijk de meest verkochte, meest gelezen en meest vertaalde boeken van C(live). S(taples). Lewis.

 

Uit: The Screwtape Letters

 

 

“My dear Wormwood,

 

I note what you say about guiding your patient's reading and taking care that he sees a good deal of his materialist friend. But are you not being a trifle naif? It sounds as if you supposed that argument was the way to keep him out of the Enemy's clutches. That might have been so if he had lived a few centuries earlier. At that time the humans still knew pretty well when a thing was proved and when it was not; and if it was proved they really believed it. They still connected thinking with doing and were prepared to alter their way of life as the result of that chain of reasoning. But what with the weekly press and other such weapons, we have largely altered that. Your man has been accustomed, ever since he was a boy, to having a dozen incompatible philosophies dancing together inside his head. He doesn't think of doctrines as primarily "true" or "false," but as "academic" or "practical," "outworn" or "contemporary," "conventional" or "ruthless." Jargon, not argument, is your best ally in keeping him from the Church. Don't waste time trying to make him think that materialism is true! Make him think it is strong or stark or courageous -- that is the philosophy of the future. That's the sort of thing he cares about.
    The trouble about argument is that it moves the whole struggle onto the Enemy's own ground. He can argue too; whereas in really practical propoganda of the kind I am suggesting He has been shown for centuries to be greatly the inferior of Our Father Below. By the very act of arguing, you awake the patient's reason; and once it is awake, who can foresee the result? Even if a particular train of thought can be twisted so as to end in our favour, you will find that you have been strengthening in your patient the fatal habit of attending to universal issues and withdrawing his attention from the stream of immediate sense experiences. Your business is to fix his attention on the stream. Teach him to call it "real life" and don't let him ask what he means by "real."

 

 

 

CSLewis
C.S. Lewis (29 november 1898 – 22 november 1963)

 

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zij moest al jong de zorg voor het gezin op zich nemen, omdat haar vader - die ze adoreerde - een onpraktische idealist was, die zijn familie niet goed kon onderhouden. Ze verdiende de kost als lerares en schreef daarnaast jeugdboeken en boeken voor volwassenen. Grote bekendheid kreeg ze met Onder moeders vleugels en het vervolg daarop, Op eigen wieken. Ze vertelt daarin over de zusters March en hun groei naar volwassenheid. Anders dan in de boeken uit die tijd beschrijft zij de vrouwelijke hoofdpersonen als pittige, levenslustige meisjes, die zelf hun keuzes bepalen. Zij werden een voorbeeld voor veel jonge vrouwen en Alcott inspireerde daarmee ook schrijfsters over de hele wereld.

 

 

Uit: Little women (Onder moedervleugels, vertaling door Almine, Amsterdam 1876)

 

‘Het Kerstfeest zal geen Kerstfeest zijn, zonder presenten,’ bromde Jo, die languit op het haardkleedje lag.

‘Het is verschrikkelijk arm te zijn!’ zuchtte Meta en keek naar hare oude japon.

‘Ik vind het heel onbillijk, dat sommige meisjes allerlei mooie dingen hebben, en andere meisjes niets,’ voegde kleine Amy ontevreden snuivend er bij.

‘Wij hebben in elk geval toch vader en moeder en elkander,’ zeide Betsy vriendelijk uit haar hoekje.

De vier jonge gezichtjes, bestraald door het haardvuur, klaarden bij die bemoedigende woorden op, maar betrokken weêr, toen Jo droevig zeide:

‘Wij hebben vader niet, en zullen hem in lang niet hebben.’ Zij zeide niet: ‘misschien nooit weêr,’ maar allen voegden het er in haar hart bij, en dachten aan den vader, die verre was op het tooneel van den strijd.

Niemand sprak gedurende de eerste oogenblikken; toen zeide Meta op vroolijken toon:

‘Gij weet, waarom moeder voorstelde, dat wij dit jaar geen Kerstpresenten zouden hebben: omdat het een moeilijke winter zal zijn voor iedereen; en zij vindt, dat wij geen geld moeten uitgeven voor ons pleizier, terwijl onze soldaten zooveel moeten doorstaan in het leger. Wij kunnen niet veel doen, maar wij kunnen ons wel kleine opofferingen getroosten, en behoorden dat met een blij hart te doen, maar ik vrees, dat ik het niet doe,’ en Meta schudde haar hoofd, terwijl zij met smart dacht aan al de mooie dingen, die zij graag wilde hebben.

 

 

louisa-may-alcott
Louisa May Alcott (9 november 1832 – 6 maart 1888)

 

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Anzengruber werd geboren op 29 november 1839 in Wenen. Eerst bezocht hij de „Realschulde“, maar moest die wegens geldgebrek verlaten. Hij begon aan een opleiding tot boekhandelaar. Van 1860 tot 1868 was hij acteur bij verschillende reizende toneelgezelschappen. Zijn stuk "Der Pfarrer von Kirchfeld" maakte hem beroemd. Later kreeg Anzengruber aanstellingen als toneelschrijver bij het “Theater an der Wien” en aan het “Deutsche Volkstheater”. Een paar van zijn stukken werden later ook verfilmd. "Der Pfarrer von Kirchfeld" zelfs vier keer.

Uit:  Der Pfarrer von Kirchfeld

„...FINSTERBERG nickt vor sich hin. Dabei bleib' Er, Lux, und wir bleiben die Alten! Zieht seine silberne Dose, greift bedächtig nach einer Prise. Die göttliche Weltordnung, Lux Klopft ihm gnädig auf die Achsel. die ist wie sein Wald, ganz so, da ist nichts gewaltsam gemacht, da ist alles geworden und da kann auch nichts gewaltsam davon abgetan werden. Da stehen die gewaltigen vielhundertjährigen Stämme, die durch die Sonne Gottes großgezogen worden sind, da stehen sie weit gebreitet auf dem Boden, der ihnen gehört, da sie in ihm wurzeln, und dehnen sich durch den ganzen Raum, der ihnen zur Entfaltung verliehen ward, und das ist ihr Recht, denn den brauchen sie, aus dem stehen sie — weiß Er nun, Lux, warum das Unterholz ihnen nicht über den Kopf wachsen kann?

LUX. I natürlich, weil sie ihm den Raum dazu vorwegnehmen. Wenn der Regen vom Himmel fällt, so nehmen die Kronen das meiste weg und das Unterholz mag sich getrösten; wenn's nicht regnet, so tröpfelt's doch; und in der Erde rücken sie mit starken Wurzelästen die schwachen Fäserchen beiseit'.

FINSTERBERG jetzt erst mit Befriedigung schnupfend. Sieht Er, Lux, so ist's, das ist die Weltordnung, das ist der Ständeunterschied; wie die großen Waldbäume das Unterholz vor dem Sturm, so schützen wir die Leute, wie Er ist, vor den bösen Gewitterstürmen der Neuzeit! Plötzlich launig. Sag' Er mal, Lux, wenn so ein Unterholz über die andern hinausschießt, dass Er befürchten muss, es fährt Seinen alten Kernstämmen mit den Ästen in die Quere, was tut Er da?“ ....

 

 

ANZENGRUBER
Ludwig Anzengruber (29 november 1839 – 10 december 1889)

 

De Duitse schrijver Wilhelm Hauff werd geboren in Stuttgart op 29 november 1802. Hij studeerde theologie en filosofie in Tübingen, en werd kort voor zijn vroege dood redacteur van het Morgenblatt für gebildete Stände. Het bekendst is hij geworden door zijn ‘Märchen’ (o.a. Das Wirtshaus im Spessart, 1826;  en Lichtenstein (1826). Enkele van zijn volksliedachtige gedichten werden populair.

 

Uit: Kalif Storch

„Der Kalif Chasid zu Bagdad saß einmal an einem schönen Nachmittag behaglich auf seinem Sofa; er hatte ein wenig geschlafen, denn es war ein heißer Tag, und sah nun nach seinem Schläfchen recht heiter aus. Er rauchte aus einer langen Pfeife von Rosenholz, trank hier und da ein wenig Kaffee, den ihm ein Sklave einschenkte, und strich sich allemal vergnügt den Bart, wenn es ihm geschmeckt hatte. Kurz, man sah dem Kalifen an, daß es ihm recht wohl war. Um diese Stunde konnte man gar gut mit ihm reden, weil er da immer recht mild und leutselig war, deswegen besuchte ihn auch sein Großwesir Mansor alle Tage um diese Zeit. An diesem Nachmittage nun kam er auch, sah aber sehr nachdenklich aus, ganz gegen seine Gewohnheit. Der Kalif tat die Pfeife ein wenig aus dem Mund und sprach: »Warum machst du ein so nachdenkliches Gesicht, Großwesir?«

Der Großwesir schlug seine Arme kreuzweis über die Brust, verneigte sich vor seinem Herrn und antwortete: »Herr, ob ich ein nachdenkliches Gesicht mache, weiß ich nicht, aber da drunten am Schloß steht ein Krämer, der hat so schöne Sachen, daß es mich ärgert, nicht viel überflüssiges Geld zu haben.«

 

 

 

WHauff
Wilhelm Hauff  (29 november 1802 - 18 november 1827)

 

28-11-06

Stefan Zweig, Erwin Mortier, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia


Stefan Zweig werd (precies 125 jaar geleden) op 28 november 1881 in Wenen in een welgestelde joodse familie geboren. De familie was niet religieus en Stefan Zweig noemde zich later een "jood door toeval". Al tijdens zijn studie gaf hij gedichten uit die invloed van Rainer Maria Rilke en Hugo von Hofmannsthal laten zien. In 1904 verscheen zijn eerste novelle, waarmee hij zijn grootste roem zou krijgen. Stefan Zweig meldde zich bij het begin van WO I vrijwillig bij de oorlogspers. Het verloop van de oorlog maakte hem echter steeds meer een oorlogstegenstander, wat nog eens versterkt werd door de invloed van zijn vriend, de Franse pacifist Romain Rolland. In 1917 werd Zweig bij zijn dienst bij de oorlogspers vrijgegeven, later helemaal ontslagen. Hij verhuisde naar Zürich, in het neutrale Zwitserland en werkte daar als correspondent voor de Weense Neue Freie Presse en publiceerde ook in de Hongaarse Duitstalige krant Prester Lloyd. Deze bezigheden gebruikte hij om o.a. zijn partijloze mening te uiten.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog keerde Zweig terug naar Oostenrijk en woonde in Salzburg. Als geëngageerde intellectueel trad Zweig tegen het nationalisme en revanchisme op en bracht zijn idee voor een geestelijk verenigd Europa naar voren. Hij schreef veel in zijn Salzburger tijd: verhalen, drama's en novellen. De historische momentopname "Sternstunden der Menschheit" uit 1927 telt nog steeds als zijn succesvolste boek. Nadat de Nationaal-socialisten in 1933 in Duitsland de macht hadden gegrepen en ook hun invloed in Oostenrijk voelbaar werd, emigreerde Stefan Zweig naar Londen. Bij zijn uitgever in Leipzig mocht Zweig niet meer publiceren. Hij vond echter nog een uitgever in Wenen. In 1936 werden Zwiegs boeken verboden in Duitsland. Zijn eerste huwelijk eindigde in 1938 en in 1939 trouwde hij voor de tweede keer met Charlotte Altmann. Na het uitbreken van WO II nam hij de Engelse nationaliteit aan. Hij verliet Londen en kwam via New York, Argentinië en Paraguay in 1940 in Brazilie terecht. Samen met zijn tweede vrouw koos Zweig op 22 februari 1942 er voor om vrijwillig een einde te maken aan hun leven. Of zoals hij zelf schreef: "aus freiem Willen und mit klaren Sinnen" vanwege zijn treurigheid over de vernietiging van zijn "geistige Heimat Europa".

Uit: Die Schachnovelle

 

„In dieser äußersten Not ereignete sich nun etwas Unvorhergesehenes, was Rettung bot, Rettung zum mindesten für eine gewisse Zeit. Es war Ende Juli, ein dunkler, verhangener, regnerischer Tag: ich erinnere mich an diese Einzelheit deshalb ganz genau, weil der Regen gegen die Scheiben im Gang trommelte, durch den ich zur Vernehmung geführt wurde. Im Vorzimmer des Untersuchungsrichters musste ich warten. Immer musste man bei jeder Vorführung warten: auch dieses Wartenlassen gehörte zur Technik. Erst riss man einem die Nerven auf durch den Anruf, durch das plötzliche Abholen aus der Zelle mitten in der Nacht, und dann, wenn man schon eingestellt war auf die Vernehmung, schon Verstand und Willen gespannt hatte zum Widerstand, ließen sie einen warten, sinnlos-sinnvoll warten, eine Stunde, zwei Stunden, drei Stunden vor der Vernehmung, um die Seele mürbe zu machen. Und man ließ mich besonders lange warten an diesem Donnerstag, dem 27. Juli, zwei geschlagene Stunden im Vorzimmer stehend warten; ich erinnere mich auch an dieses Datum aus einem bestimmten Grunde so genau, denn in diesem Vorzimmer, wo ich - selbstverständlich, ohne mich niedersetzen zu dürfen - zwei Stunden mir die Beine in den Leib stehen musste, hning ein Kalender, und ich vermag Ihnen nicht zu erklären, wie in meinem Hunger nach Gedrucktem, nach geschriebenem ich diese eine Zahl, diese wenigen Worte 27. Juli an der Wand anstarrte und anstarrte; ich fraß sie gleichsam in mein Gehirn hinein. Und dann wartete ich wieder und wartete und starrte auf die Tür, wann sie sich endlich öffnen würde, und überlegte zugleich, was die Inquisitoren mich diesmal fragen könnten, und wusste doch, dass sie mich etwas ganz anderes fragen könnten, als worauf ich mich vorbereitete.“

 

 

 

zweig_B
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

Erwin Mortier werd geboren op 28 november 1965. Hij groeide op in Hansbeke, een dorpje aan de zuidergrens van het Meetjesland en deelgemeente van Nevele. Mortier studeerde kunstgeschiedenis in Gent en behaalde daarnaast het diploma van psychiatrisch verpleegkundige. Van 1991 tot 1999 was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Dr. Guislain Museum, waar hij werkte aan de geschiedenis van de psychiatrie. In deze periode publiceerde hij in diverse tijdschriften als De Gids, De Revisor, Het nieuwe Wereldtijdschrift en Optima. Vanaf 1999 leeft hij uitsluitend van zijn pen. Hij debuteerde met de roman Marcel (1999), ondermeer bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van Der Hoogtprijs en het Gouden Ezelsoor voor het beste debuut. In 2000 verscheen zijn tweede roman, Mijn tweede huid, genomineerd voor onder andere de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. De dichtbundel Vergeten licht (2001) ontving de C. Buddingh’-prijs. In 2002 volgde de derde roman Sluitertijd, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs, en de essaybundel Pleidooi voor de zonde. Zijn werk verschijnt in vertaling in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Bulgarije. Begin 2004 werd Mortier voor een periode van twee jaar als stadsdichter benoemd van de stad Gent. Hij geldt als een “postmodernist”.

Algemene Mobilisatie

Geef ten laatste maandag al uw namen af
bij de ambtenaar der ongeboorten.

Vergeet uw koosnaam niet, noch de naam
waarmee men u bespotte.

Meld de namen van uw zonen. De namen
op uw vaders graf. De namen die uw moeder

gaf aan dingen die niet werkten.

Tel de namen van de dagen, de namen
die in lagen de vergane mantels maken

van de doden slapend in uw vel.

Vergeet de namen niet voor morgen,
schrijf ze over en verbrand ze. Tel de namen

die nog resten op uw vingers,
tel uw vingers af.

De naam van God, de naam die het lot
u verschafte. De naam van de hel

en van de hemel. De naam van uw armen.
Neus lippen buikvlies pancreas.

Sta al uw namen af.
Wacht dan, uitgeteld.

U krijgt van ons wat wisselgeld
en passend schoeisel.

 

 

ERWIN_MORTIER
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Alexander Blok behoorde tot de dichters die zich ten tijde van het symbolisme meer toelegden op de eigen gevoelens. Hun poëzie kenmerkte zich door veel aandacht voor stemmingen, ‘beschrijvingen’ van gevoelens en indrukken en waren tegelijkertijd lyrisch en associatief van aard. Door deze benadrukking van het gevoel behoorden zij tot de voorlopers van het expressionisme, wat pas enkele jaren later (h)erkend werd. Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg in een academisch en literair milieu, studeerde rechten en letteren, en publiceerde regelmatig. Hij stierf in 1921.

Nacht

Nacht, straten, apotheek, lantaren, 

Een zinloos schijnsel in de mist.

Al leef je nog eens twintig jaren -  

Geen uitweg - alles is beslist.

 

Je sterft en wordt opnieuw geboren,

Alles herhaalt zich vroeg of laat:

Rimpels in het kanaal bevroren,

Nacht, apotheek, lantaren, straat

Vert. Marja Wiebes en Margriet Berg

 

Herfstelegie

 

Traag komt ook deze herfstdag weer ten einde,

Traag dwarrelen de gele blaren neer,

De dag is helder, fris, de hemel wonderteer –

De ziel ontkomt niet aan ‘t onzichtbare verkwijnen.

 

Zo wordt ze steeds wat ouder, elke dag,

En elk jaar met het vallen van de blaren

Komt het je voor alsof in vroeger jaren

Je nooit zo’n diep mistroostig najaar zag.

 

 

 

ABLOK~1
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Blake groeide op in een warm en onconventioneel middenstandsgezin in Londen. Zijn vader James was van Ierse afkomst en heette eigenlijk O'Neill. De jonge William was een obstinate jongen; hij ging niet naar school en ontving zijn opleiding grotendeels van zijn moeder. Hij las alles wat los en vast zat, waaronder Shakespeare, Milton, Ben Jonson en de bijbel en deed ook de nodige kennis op van Frans, Italiaans, Latijn, Grieks en Hebreeuws. Als spoedig werd zijn artistieke talent herkend en aangemoedigd. Ook bleek hij een mystieke inslag te hebben en zag visioenen, waardoor hij zich in zijn latere leven ook zou laten leiden. Hoewel zijn mystieke inslag leidde tot met veel symboliek beladen en vaak duister werk, waarin hij een eigen mythologie ontwikkelde, verscheen in 1789 zijn Songs of Innocence met eenvoudige lyrische gedichten. In 1794 werd hier in een heruitgave Songs of Experience aan toegevoegd. Zijn belangrijkste prozawerk, met gravures, The Marriage of Heaven and Hell ontstond in 1790. In dit werk uit zich zijn verlangen naar vrijheid. De erin opgenomen Proverbs of Hell bevatten een beknopte weergave van zijn levens- en kunstbeschouwing; zijn revolutionaire ideeën verwoordde hij in The French Revolution (1791), America (1793) en Visions of the Daughters of Albion (1793). In zijn latere werken als Milton (1804-1808) en Jerusalem (1804-1820) maakte zijn wanhoop plaats voor een filosofie waarin de redding wordt gezien in liefde en vergeving.

 

The Divine Image

 

To Mercy, Pity, Peace, and Love,
All pray in their distress,
And to these virtues of delight
Return their thankfulness.

 

For Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is God our Father dear;
And Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is man, His child and care.

 

For Mercy has a human heart;
Pity, a human face;
And Love, the human form divine:
And Peace the human dress.

 

Then every man, of every clime,
That prays in his distress,
Prays to the human form divine:
Love, Mercy, Pity, Peace.

 

And all must love the human form,
In heathen, Turk, or Jew.
Where Mercy, Love, and Pity dwell,
There God is dwelling too.

 

 

 

blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Hij kwam uit een welgestelde familie. Moravia slaagde er niet in zich regelmatig met school bezig te houden omdat hij op negenjarige leeftijd werd getroffen door een ernstige vorm van bottuberculose. Hierdoor was hij gedwongen zich meer dan vijf jaar lang roerloos en in bed te houden. Hij was een slimme jongen, en omdat hij niet het normale leven van jongens van zijn leeftijd kon leiden, had hij veel tijd om te lezen. Hij las met zeer veel toewijding en diepgewortelde passie en bouwde zo voor zichzelf aan een sterke literaire basis. Enkele van zijn favoriete auteurs waren Fjodor Dostojevski, James Joyce, Carlo Goldoni, Shakespeare, J.-B.P. de Molière en Mallarmé. Hij leerde zeer makkelijk Frans en Duits en begon met het schrijven van poëzie in het Frans en in het Italiaans. In 1929 is Moravia er zonder veel moeite in geslaagd zijn eerste roman uit te geven op zijn eigen kosten bij de Milanese uitgever Alpes. Deze roman heette Gli indifferenti (De onverschilligen). De roman werd direct goed ontvangen en kreeg goede recensies. Hij werd beschouwd als één van de meest interessante experimenten van het Italiaans verhalend proza van die tijd. Tijdens WO II schreef Moravia uit lijfsbehoud met name surrealistische en allegorische verhalen. Desalniettemin verviel hij in ongenade bij het fascistische regime. Na de val van Mussolini, in de roerige jaren 1943-1945, woonde hij met zijn vrouw in het dorpje Ciociaria, waarover hij later de roman La ciociara schreef.

 

Uit: De Onverschilligen (1929)

 

“Een ogenblik zat ze zo onbeweeglijk, met haar ogen naar de grond. 'Nu begint er werkelijk een nieuw leven,' dacht ze ten slotte, ze hief haar hoofd op, en het was of die rustige, nietsvermoedende kamer, die oude, domme gewoontes een levende, bijna menselijke aanwezigheid vormden, iets duidelijk omlijnds, dat ze nu op een ongehoorde manier ging verraden. 'Binnenkort... nemen we afscheid, voorgoed,' zei ze tegen zichzelf, met een droevige, zenuwachtige vreugde, en wuifde van haar bed af de dingen toe, als van een uitvarend schip. Wilde, onbestemde, dreigende fantasieen gingen door haar hoofd, een noodlotsketen scheen de gebeurtenissen te verbinden. 'Is dat niet vreemd?' dacht ze, 'morgen zal ik me aan Leo geven en een nieuw leven beginnen, en morgen is de dag waarop ik geboren ben;' Ze dacht aan haar moeder: 'En het is met jouw man, mama, met jouw man dat ik dat zal doen.' Ook dit verwerpelijke gegeven, de rivaliteit met haar moeder, was haar naar de zin. Alles moest gemeen, laag, smerig zijn, zonder liefde of sympathie, niets dan doem en ondergang: 'Een onhoudbaar schandaal van mijn leven maken,' dacht ze, 'mezelf kapot maken, eens voor al...'

 

 

 

Moravia
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

 

 

27-11-06

Nicole Brossard, James Agee, Klara Blum


De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zij publiceerde haar eerste boek in 1965. Ook was zij in dat jaar medeoprichter van het literaire tijdschrift La Barre du Jour en in 1976 was zij mederegisseur van de film Some American Femnists. Zij heeft acht romans op haar naam staan, waaronder Daydream Mechanics, Lovhers, Typhon dru, Installations, en Musee de l'os et de l'eau. Voor haar poëzie ontving zij tweemaal (in 1974 en 1984) de Governor General award en Le Grand Prix de Poesie de la Foundation les Forges in 1989 en 1999. Zij is lid van de L'Academie des Lettres du Quebec. Haar werk is veel vertaald en opgenomen in talloze bloemlezingen. In 1998 publiceerde zij de tweetalige editie van een “autofiction” essay onder de titel She would be the first sentence of my new novel/Elle serait la premiere phrase de mon prochain roman.

Uit:  Shadow : soft et soif

je n’ai pas encore parlé
de disparition ni de vocabulaire c’est trop vaste
et la solitude tu t’en souviens
elle gratte le fond de la mer et de l’alphabet
afin que la nuit traverse l’invisible
arrive jusqu’à nos cahiers d’indocilité

I haven’t yet said a word
about disappearance or vocabulary it’s too vast
and you remember solitude
it scrapes the bottom of the sea and the alphabet
that night may span the invisible
right up to the notebooks of our indocility

 *

à propos : les étoiles nous en avions l’habitude
nous les regardions avec détresse
et précision
car l’univers pouvait soudain
se transformer en avalanches
bris de verre et de voix. Musique
ou adieu de perfectionnement

by the way : we were used to stars
would observe them with distress
and precision
for the universe might suddenly
spill down in avalanches
shattered glass and voices. Music
or farewell of perfecting

*

être là toute une vie dans l’espèce flexible
avec ce réflexe qui persiste à vouloir
tout représenter de l’ivresse et des gestes
les morsures, les chambres avec leur creux
d’ombre et de souplesse, les fronts soucieux
notre fragilité
bien sûr que nous sommes sans réponse
à chaque baiser

to be there a lifetime in the flexible species
with this reflex that keeps wanting
to depict everything about pleasure and gestures
bites, bedrooms with their shadowy, supple,
hollow spaces, knotted brows
our fragility
of course we go unanswered
with each kiss

Vertaald door Guy Bennett

 

Brossard
Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

De Amerikaanse dichter en prozaïst James Agee werd geboren in Knoxville, Tennessee.op 27 november 1909.Hij was werkzaam als filmcriticus (achtereenvolgens bij Time en bij The Nation) en scenarioschrijver. Als feature-schrijver van Fortune maakte hij met fotograaf Walker Evans een beroemd geworden verslag over het leven van een typische familie van keuterboertjes in de staat Alabama, in boekvorm verschenen onder de titel Let us now praise famous men (1941). Hij schreef twee uitstekende romans: The morning watch (1951) en A death in the family (1957); laatstgenoemd boek had ook veel succes in de toneelbewerking, onder de titel All the way home. Een groot aantal van zijn artikelen werd postuum gepubliceerd in Agee on film (1958), in 1960 gevolgd door een tweede deel met vijf van zijn scenario's, o.a. voor The African queen (1952) en The night of the hunter (1955). Een inzicht in Agees tragisch verscheurde persoonlijkheid geven de Letters of James Agee to Father Flye (1962; m. biogr. d. R. Phelps).

 

Uit: A Mother's Tale

‘The calf ran up the hill as fast as he could and stopped sharp. “Mama!” he cried, all out of breath. “What is it! What are they doing! Where are they going!”

Other spring calves came galloping too.

They all were looking up at her and awaiting her explanation, but she looked out over their excited eyes. As she watched the mysterious and majestic thing they had never seen before, her own eyes became even more than ordinarily still, and during the considerable moment before she answered, she scarcely heard their urgent questioning.

Far out along the autumn plain, beneath the sloping light, an immense drove of cattle moved eastward. They went at a walk, not very fast, but faster than they could imaginably enjoy. Those in front were compelled by those behind; those at the rear, with few exceptions, did their best to keep up; those who were locked within the herd could no more help moving than the particles inside a falling rock. Men on horses rode ahead, and alongside, and behind, or spurred their horses intensely back and forth, keeping the pace steady, and the herd in shape; and from man to man a dog sped back and forth incessantly as a shuttle, barking, incessantly, in a hysterical voice. Now and then one of the men shouted fiercely, and this like the shrieking of the dog was tinily audible above a low and awesome sound which seemed to come not from the multitude of hooves but from the center of the world, and above the sporadic bawlings and bellowings of the herd.’

 

AGEE_JAMES
James Agee (27 november 1909 - 16 mei 1955)

 

Klara Blum was een Duitstalige, joodse, Oostenrijkse, Russische en Chinese schrijfster. Zij werd geboren op 27 november 1904 in Czernowitz/Bukowina. In 1913 kwam zij met haar moeder in Wenen terecht. In 1923 begon zij daar aan een studie psychologie, maar die moest zij afbreken wegens geldgebrek. Zij werkte daarna als journaliste. Als overtuigde zioniste ging zij in 1929 naar Palestina, maar zij keerde al snel teleurgesteld naar Oostenrijk terug. Zij werd lid van de SPÖ en zette zich al snel in voor de vrouwenemancipatie. Ze kreeg contact met de "Internationale Vereinigung Revolutionärer Schriftsteller" waarvan zij in 1934 een prijs ontving die bestond uit een reis naar de Sovjet Unie. Die reis resulteerde in een permanent verblijf en zij kreeg in 1935 het Russische staatsburgerschap. In de Sovjet Unie publiceerde zij meerdere Duitstalige dichtbundels en ze kreeg er een verhouding met de chinese journalist en filmregisseur Zhu Xiangcheng die bepalend voor haar leven zou worden. Toen Zhu Xiangcheng na vier maanden verdween wilde Blum niets weten van een samenhang met de golf van stalinistische arrestaties, maar meende zij dat hij op een geheime missie was naar China. (In werkelijkheid stierf hij in 1943 in gevangenschap in Siberië. Tot 1945 mocht Blum de Sovjet Unie niet verlaten. Pas in 1947 lukte het haar via omwegen in China terecht te komen. Ze bleef geloven dat Zhu nog leefde. In 1952 werd zij professor voor Duitse Taal –en Literatuur aan de universiteit van Nanking. In 1954 verwierf Blum die tot aan haar dood overtuigd communiste bleef, het Chinese staatsburgerschap en heette voortaan Zhu Bailan. Er verschene nog enkele Duitstalige werken van haar in de DDR, waaronder de roman "Der Hirte und die Weberin", waarin ze haar relatie met Zhu Xiangcheng beschreef.

 

Stummer Abschied

 

Sinnend im Abendschimmer
Leuchtet dein Bernsteingesicht,
Überflutet von Licht
Lächelt dein ernstes Zimmer.

Leise steigt schon die Nacht
Aus der smaragdenen Tiefe,
Noch eine Hieroglyphe,
Dann ist die Arbeit vollbracht.

Winzige Bildzeichen weben
Aufruf und Kampf ins Papier.
Nun willst du endlich zu mir,
Ruhn und erzählen und leben.

Klopft es. Tjän-tschung steht vor dir,
Unerwartet und leise:
„Mach dich bereit für die Reise:
Komm, mein Bruder, mit mir.

Schweigend müssen wir fahren,
Heimlich ward ich gesandt.
Komm. Es ruft dich dein Land.
Hilf ihm die Freiheit bewahren.“

Wie vom betäubenden Mohn
Sind deine Sinne erschlagen,
Ohne ein Wort zu sagen,
Greifst du ans Telefon.

Dunkle klagende Flammen
Zucken dir schräge im Blick.
Sinkt deine Hand zurück,
Presst die Lippen zusammen.

Vor deinem Fenster versinkt
Farbig der Abend, der zarte,
Denkst, wie ich warte und warte –
Der Telefonhörer blinkt.

Reglos starr wie im Tode
Wird dein Bernsteingesicht,
Im verdämmernden Licht
Gleichst du einer Pagode.

Kommst durch die Nacht auf mich zu
Großes, mannhaftes Schweigen ...
Fahr nur ! – So will ich dir zeigen,
Dass ich stark bin – wie du !

 

 

 

blum
Klara Blum (27 november 1904 - 4 mei 1971)

 

18:39 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nicole brossard, james agee, klara blum |  Facebook |

In memoriam Cri Stellweg (alias Saartje Burgerhart)


Schrijfster en voormalig columniste Cri Stellweg is op 84-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Den Bosch. Zij schreef 25 jaar lang een tweewekelijkse column in de Volkskrant onder het pseudoniem Saartje Burgerhart. Stellweg begon haar carrière bij de socialistische krant Het Vrije Volk. Toen zij in 1961 overstapte naar de Volkskrant verzon toenmalig hoofdredacteur Joop Lücker de naam Saartje Burgerhart. Hij wilde voorkomen dat zijn katholieke dagblad te veel werd geassocieerd met een socialistische schrijfster. Stellweg was destijds de enige vrouwelijke columniste. In haar columns schreef Stellweg voornamelijk over het dagelijkse leven. Haar kleinkinderen speelden bijvoorbeeld geregeld een hoofdrol. Maar zij behandelde soms ook onderwerpen als de politiek, het milieu en kernwapens. Later wist Stellweg de aangename en minder aangename kanten van het ouder worden te beschrijven zonder sentimenteel te worden. In '87 verscheen, na meer dan 2500 stukjes, haar laatste Saartje. 'Alles was gezegd, ik ging mezelf herhalen'. Eén uitstapje maakte ze in al die jaren: in 1975 publiceerde ze een boek over haar aan longkanker overleden broer (die ze in de laatste fase van zijn ziekte bij haar thuis verzorgde), Deze aarde verlaten.
In 1996 verscheen haar 'weduwenboek' Een graf van letters, over vijftig jaar huwelijk en de dood van haar man Fred Kersten('Hendrik' in de columns), met wie ze voor Avenue de halve wereld heeft afgereisd.

 

Uit: Honderd jaar Koninklijk 's-Hertogenbosch Mannenkoor

“De ene buurman is de andere niet, de onze zingt. 
Niet dat wij buren daar persoonlijk veel van merken, want zwijgend scheert hij de heg, zonder noemenswaardig geluid beklimt hij 's-morgens zijn fiets en keert even geruisloos na gedane arbeid daarvan huiswaarts. 
Onze buurman zingt in een koor en uitsluitend daar. 
In het ongeveer veertig man tellende koor is hij een van de baritons.

Een avond in de week wordt verzameld op de bovenverdieping van een gemeenschapsgebouw. Als alle leden present zijn en nog een dame zich bij hen heeft gevoegd om het gezang op de piano te ondersteunen, stelt de dirigent zich op recht tegenover de nu in dubbele rij op stoeltjes gezeten zangers. 
Men begint met het inzingen, octaven worden beklommen van beneden naar boven en vice versa en heen-en-weer en op-en-neer en het gonst en het bromt en klinkt vredig en, welja........mooi.
Er wordt gerepeteerd voor een uitwisselingsconcert met de zingende broeders uit Leuven, België, op een muziekstuk van Franz Schubert.
"Schlaf du nicht" zingt de dirigent en priemt een gebiedende vinger in de rij mannen en gehoorzaam nemen zij het over, veertig stemmig. Sommige mannen trekken een klein spaarpotmondje, de buurman heeft zijn handen vroom op de partituur op zijn knieën gelegd.
"Schleichen wir uns wieder fort" zingt de dirigent en jawel hoor, de stemmen sluipen weg......leise.....leise.
Kort daarna is het pauze met koffie.

Een zingende buurman is in verschijning een man als iedere andere, een man in een houthakkershemd, losse trui en jeans. Maar als de buurman aantreedt voor een uitvoering in de concertzaal dan is hij onherkenbaar in de gesloten formatie van zangers die het podium opmarcheren. Als uit het zwart-witte blok van stram staande heren het geluid crescendo aanzwelt al naar gelang Schubert het beliefde, dan bekijk je zo'n buurman toch even anders. 
Want de heg scheren kunnen we allemaal, maar het "Ständchen" van Schubert zingen als lid van het honderdjarig Koninklijk 's-Hertogenbosch Mannenkoor, da's toch even andere koek.”

 

 

Stellweg
Cri Stellweg (1922 – 2006)

 

26-11-06

Eugène Ionesco, William Cowper


Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Hij wordt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het absurdistisch toneel gezien.Ionesco had een Franse moeder en het gezin verhuisde spoedig na zijn geboorte naar Parijs. Hij schreef zijn eerste toneelstuk op zijn 13e. Het gezin keerde in zijn tienerjaren terug naar Roemenië, alwaar Ionesco Frans ging studeren aan de Universiteit van Boekarest. Daar begon hij tevens poëzie en literaire kritiek te schrijven. Na zijn studie onderwees hij enige tijd Frans op een middelbare school in Boekarest.In 1936 trouwde hij met Rodica Burileano en in 1938 keerden zij terug naar Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hun dochter, Marie-France, geboren. Ionesco schreeft een aantal absurdistische toneelstukken, geïnspireerd door de (in zijn ogen) waarzin van het allerdaagse leven. Tot zijn vroege werken behoren La cantatrice chauve (1950) en La leçon (1951). Aanvankelijk was er nog weinig animo voor de qua stijl afwijkende toneelstukken, maar in de jaren zeventig werden de werken bij het grote publiek populairder. Tot zijn latere werken behoren Le rhinocéros (1959), Le soif et la faim (1965) en Le roi se meurt (1962). In zijn werk komen typisch absurdistische thema's aan bod, zoals de dood en de onzin van het leven.In 1970 werd hij benoemd tot lid van de Académie française. Ionesco schreef op latere leeftijd één roman, Le Solitaire (1973).

 

Uit: La Leçon

« ......

LE PROFESSEUR
Il en est ainsi, Mademoiselle. Ça ne s'explique pas. Ça se comprend par un raisonnement mathématique intérieur. On l'a ou on ne l'a pas.

L'ÉLÈVE
Tant pis!

LE PROFESSEUR
Écoutez-moi, Mademoiselle, si vous n'arrivez pas à comprendre profondément ces principes, ces archétypes arithmétiques, vous n'arriverez jamais à faire correctement un travail de polytechnicien. Encore moins ne pourra-t-on vous charger d'un cours à l'École polytechnique... ni à la maternelle supérieure Je reconnais que ce n'est pas facile, c'est très, trèS abstrait... évidemment... mais comment pourriez vous arriver, avant d'avoir bien approfondi les éléments premiers, à calculer mentalement combien font, et ceci est la moindre des choses pour un ingénieur moyen -- combien font, par exemple, trois milliards sept cent cinquante-cinq millions neuf cent quatre-vingt-dix-huit mille deux cent cinquante et un, multiplié par cinq milliards cent soixante-deux millions trois cent trois mille cinq cent huit?

L'ÉLÈVE, très vite.
Ça fait dix-neuf quintillions trois cent quatre-vingt dix quadrillions deux trillions huit cent quarante quatre milliards deux cent dix-neuf millions cent soixante-quatre mille cinq cent huit...

LE PROFESSEUR, étonné.
Non. Je ne pense pas. Ça doit faire dix-neuf quintillions trois cent quatre-vingt-dix quadrillions deux trillions huit cent quarante-quatre milliards deux cent dix-neuf millions cent soixante-quatre mille cinq cent neuf.,.

L'ÉLÈVE
... Non... cinq cent huit...

LE PROFESSEUR, de plus en plus étonné calcUle mentalement.
Oui... Vous avez raison... le produit est bien... (il bredouille inintelligiblement)....quintillions, quadrillions, trillions, milliards, millions... (distinctement.) ...cent soixante-quatre mille cinq cent huit... (stupéfait.) Mais comment le savez-vous, si vous ne connaissez pas les principes du raisonnement arithmétique?

L'ÉLÈVE
C'est simple. Ne pouvant me fier à mon raisonne ment, j'ai appris par coeur tous les résultats possibles de toutes les multiplications possibles. »

 

 

 

Ionesco
Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)

 

De Engelse dichter William Cowper werd geboren op 26 november 1731 in Berkhamstead, Herford. Hij was de vierde zoon van John Cowper en zijn vrouw Ann Donne. Hij bezocht de Westminster School en studeerde daarna rechten. Sinds zijn kinderjaren leed de melancholieke Cowper aan zware depressies en hij probeerde ook diverse keren een einde aan zijn leven te maken. Om deze redenen nam een vriend van de familie, pastor Morley Unwin, hem op. Toen Unwin in 1767 dodelijk verongelukte tijdens het paardrijden trok Cowper met de weduwe Unwin in bij haar familie. Dit arrangement werkte blijkbaar niet en Cowper en Mary Unwin verhuisden naar Olney. Daar ontstonden in samenwerking met pastor John Newton, de schrijver van Amazing Grace, in 1779 de Olney-Hymns. Dit werk was nog religieus – romantisch van toon, de ballade John Gilpin was door en door humoristisch. William Cowper is ook door zijn veelzijdige briefwisseling bekend. Bovendien vertaalde hij de Ilias en de Odyssee van Homerus en publiceerde hij het werk van John Milton.

Peace After a Storm

When darkness long has veil'd my mind,
And smiling day once more appears;
Then, my Redeemer, then I find
The folly of my doubts and fears.

Straight I upbraid my wand'ring heart,
And blush that I should ever be
Thus prone to act so base a part,
Or harbour one hard thought of thee!

Oh ! let me then at length be taught
What I am still so slow to learn;
That God is love, and changes not,
Nor knows the shadow of a turn.

Sweet truth, and easy to repeat!
But when my faith is sharply try'd,
I find myself a learner yet,
Unskilful, weak, and apt to slide.

But, O my Lord, one look from thee
Subdues the disobedient will;
Drives doubt and discontent away,
And thy rebellious worm is still.

Thou art as ready to forgive,
As I am ready to repine;
Thou, therefore, all the praise receive;
Be shame and self-abhorrence mine

 

 

 

Cowper
William Cowper (26 november 1731 – 25 april 1800)

 

11:46 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: eugene ionesco, william cowper |  Facebook |

25-11-06

Connie Palmen, Maarten ’t Hart, Ba Jin, Isaac Rosenberg, Lope de Vega, Eça de Queiroz


Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg, een dorpje vlakbij Roermond in Nederland. Samen met haar drie broers kreeg zij een katholieke opvoeding. Ze was als kind onder de indruk van de kerk en het geloof en wilde graag priester worden. Toen haar duidelijk werd dat dit voor een meisje onmogelijk is, stelde ze haar ambitie bij tot non.

Na de lagere school bezocht Connie Palmen de plaatselijke MAVO, waar haar schoolprestaties aanvankelijk tegenvallen. Zij trok zich echter op aan haar leraar Nederlands, die zich voor haar interesseerde en ontdekte dat ze slecht presteerde uit verveling: haar IQ bleek duizelingwekkend hoog. Na de MAVO ging ze naar de Pedagogische Academie in Roermond, waar ze tegelijkertijd haar HAVO diploma kon halen. In 1978 verliet ze Limburg om in Amsterdam Nederlands te gaan studeren.

Ze nam filosofie als bijvak, maar werd daar zo door gegrepen dat ze besloot in beide studierichtingen af te studeren. In 1986 rondde zij haar studie Nederlands cum laude af met een scriptie over het boek In Nederland van Cees Nooteboom, getiteld Het ritueel van de tekst. Twee jaar later, in 1988, studeerde ze af in de filosofie met een scriptie getiteld Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates over de relatie tussen de taal en de werkelijkheid. Deze scriptie werd in 1992, nadat zij al als romanschrijver was gedebuteerd, in aangepaste vorm gepubliceerd. In 1991 verscheen haar eerste roman De Wetten. Twee weken voor de publicatie van haar tweede roman De Vriendschap in februari 1995 overleed haar partner Ischa Meijer plotseling op tweeënvijftigjarige leeftijd. Vanwege zijn dood werd de promotiecampagne voor het boek afgeblazen, maar de verkoopcijfers waren er niet minder om. Ook deze roman werd een bestseller en ontving in het najaar van 1995 zelfs de prestigieuze AKO Literatuurprijs.

De daaropvolgende twee romans, I.M. (1998) en Geheel de uwe (2002), gaan beide over het leven en de dood van haar grote liefde. I.M. gaat op sterk autobiografische wijze in op de gebeurtenissen en Geheel de uwe op een meer abstracte, geobjectiveerde manier.

 

Uit: De Wetten

 

“Het is een zondagmiddag in maart 1983 wanneer ik aanbel bij Clemens Brandt. De map met papieren druk ik hard tegen mijn flanken. Het is te laat om nog een variant te bedenken op de afgezaagde begroetingszin die ik voor mijzelf blijf repeteren. Ik kan moeilijk tegen hem zeggen dat de wereld op een elegante manier voor mij klopt, omdat het vandaag een zondag is en hij een priester en zij bij elkaar horen, dat ik, nu ik hier eenmaal beland ben, geen andere dag had kunnen bedenken om hem te ontmoeten.

Nadat ik de belknop ingedrukt heb, veeg ik mijn rechterhand af aan mijn rok en probeer haar zo lang mogelijk droog te houden.

Brandt is beroemd. Dat hij ook nog ooit tot priester gewijd is, ontdekte ik pas toen ik eenmaal een afspraak met hem gemaakt had en het enige boek dat ik nog niet van hem gelezen had, haastig bij de bibliotheek leende. Het was zijn eerste boek, de publikatie van zijn proefschrift. In zijn latere boeken werd in de biografie nooit gewag gemaakt van een priesterschap.

Schrijver en priester kon ik niet combineren. Een priester was ik in geen jaren tegengekomen, het beeld wat ik ervan had was eenzaam ingekleurd door de pastoor uit mijn geboortedorp”.

 

 

 

 

CONNIE_PALMEN
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

 

Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 als oudste zoon van een gereformeerde tuinder. Hij bezocht het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen, en studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij in 1978 promoveerde op het proefschrift A study of a short term behaviour cycle. Hij werkte daarna als etholoog. Overige wetenschappelijke publicaties: Ratten (1973), De stekelbaars (studie, 1978).

Als schrijver debuteert hij in 1971 onder het doorzichtige pseudoniem Martin Hart met Stenen voor een ransuil. Zijn doorbraak komt in 1978 met de roman Een vlucht regenwulpen. Veel werken verhalen over zijn jeugd in christelijk Maassluis - in het bijzonder de gereformeerde zuil -, zijn ervaringen als bioloog en zijn voorliefde voor klassieke muziek, literatuur en zijn onafhankelijke geest. 't Hart bedient zich vaker van polemiek, onder meer tegen de feministische beweging (bijvoorbeeld in De vrouw bestaat niet) en literatuurrecensenten (zoals in De som van misverstanden). Hij kan hierin buitengewoon fel betogen.In 1991 baarde 't Hart veel opzien door op het Boekenbal uit de kast te komen als travestiet.

 

 

Uit: S. Vestdijk 1898-1971

 

“Naast het identificatie-motief speelt bij Vestdijk ook altijd de, zoals hij het noemt ‘liefdeshouding’ een grote rol. Die liefdeshouding omschreef hij in een essay over Rilke als ‘het op oneindige afstand plaatsen van het geliefde object en een daarmee gepaard gaande objectivatie van de liefde zelf tot een gericht verlangen, dat in beginsel niet meer te bevredigen, zelfs niet te beantwoorden is.’

Als belangrijk neven-motief laat zich nog noemen dat van het verraad en de daarmee gepaard gaande wraak. Als Vestdijk ten aanzien van Wuthering Heights (1847) van Emily Brontë erover spreekt dat het boek laat zien ‘hoe de wraak zichzelf opheft en de wreker verteert, - maar daarnaast laat het ook de onmogelijkheid van de liefde zien, de zelfopheffing daarvan’ dan typeert hij daarmee vooral zijn eigen werk, waarin vaak Op afbetaling (1952) wraak wordt genomen.

Dit alles geldt voor alle typen romans die Vestdijk geschreven heeft. Of het nu gaat om zijn historische romans, zijn autobiografische romans of zijn contemporaine romans, deze aspecten zal men er steeds in terugvinden. Daarnaast vindt men in de historische romans steevast een evocatie van een bepaald tijdperk in het verleden, bijvoorbeeld het oude Griekenland in de Griekse romans, de sfeer tijdens het Twaalfjarig Bestand in Nederland tijdens de Tachtigjarige Oorlog (De vuuraanbidders, 1947), de magische sfeer in Ierland in de Ierse romans (Iersche nachten, 1946 en De vijf roeiers, 1951). Wellicht heeft Vestdijk in elk tijdvak van de geschiedenis na ± 500 v. Chr. een roman willen situeren. Zover is het niet gekomen, maar opvallend is wel dat elke historische roman een ander stukje geschiedenis behandelt.”

 

 

 

hart2
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

De Chinese schrijver Ba Jin werd op 25 november 1904 geboren in Chengdu in een rijke familie als Li Fugan. Hij studeerde in de jaren twintig van de vorige eeuw in Frankrijk. Na de communistische revolutie van 1949 werd hij populair bij de machthebbers omdat hij het oude China zo fel bekritiseerde. Tijdens de Culturele Revolutie viel hij in ongenade omdat hij contrarevolutionair zou zijn. In 1977 werd hij in ere hersteld. In 1981 werd hij voorzitter van de Chinese schrijversvereniging. In 2003 kreeg hij de titel ‘Volksschrijver’ In zijn boeken en verhalen bekritiseerde Ba Jin de traditionele Chinese maatschappij, waar ouders voor kinderen beslisten en waar geen plaats was voor individualisme of vrije keuze.Tot zijn belangrijkste werken worden ‘Familie', ‘Lente’ en ‘Herfst’ gerekend, semi-autobiografische romans die in de jaren dertig van de vorige eeuw verschenen. De romans waren niet alleen toen erg populair in China. Zij worden beschouwd als klassiekers en zij worden nog steeds gelezen, niet alleen in China, maar ook door in het buitenland levende Chinezen. Andere belangrijke werken van Ba zijn ‘De trilogie van de liefde', ‘Een droom van de zee’ en ‘Herfst in de lente’.

 

Uit: When the Snow Melted (vertaling: Tang Sheng)

 

“A spring breeze ruffled my hair; at the foot of the hills a thaw had set in.

It is usually cold when the snow melts, but today the long-hidden sun finally made an appearance. I put on a coat and started down the hill, bathed in sunlight. Few people used that quiet path, though we were not far from the city and the hill was not high. People here kept to themselves; aside from a trip down for their shopping in the mornings, they had little contact with the outside world. I found life up there pleasantly quiet.

Because of my weak nerves, I could not stand the noise and the bustle of city life and had moved up to the hills two months beforehand. Life was regular: I ate and slept at scheduled times and did nothing all day long. I took solitary walks along mountain paths; I also went down sometimes to visit friends. The utterly tranquil and undisturbed life in the hills gradually restored me to health.

My spirits rose too. I felt a joy in my heart, which seemed filled with love, love for the sun, the snow, the wind and the hills, love for everything around me. It was in this mood that I walked down the snow-covered path dotted with black footprints. Further down the footprints mingled and made dirty little puddles. I picked my way over the thickest snow because I loved the crunching of snow underfoot. With the sunlight pouring down and a breeze in my face I felt that balmy spring was coming to meet me.”

 

 

BaJin2
Ba Jin (25 november 1904 – 17 oktober 2005)

 

 

De Engelse dichter Isaac Rosenberg werd geboren in Bristol op 25 november 1890 uit Russisch-joodse ouders en hij bracht zijn jeugd door in een arme wijk van Londen, Whitechapel. Zijn belezen vader, een aanhanger van Tolstoys pacifistische ideeën, was marskramer en marktkoopman. Toen Rosenberg 14 was, werd hij in de leer gedaan als graveur. Hij experimenteerde met schilder- en dichtkunst. In 1911 kon hij met steun van andere joodse families naar de beroemde Slade School of Art gaan. In 1914, als de oorlog uitbreekt, is Rosenberg in Zuid-Afrika, waar zijn ouders eerst naar toe emigreerden en waar zijn zuster nog woont, vanwege de invloed van het milde klimaat op zijn zwakke gezondheid. Tegen de zin van zijn ouders, neemt hij dienst in 1915 in het Engelse leger. Als een van de redenen van deze voor hem ongewone stap, want hij verafschuwt oorlog, maar hij heeft toch ook het idee dat deze ervaring belangrijk is, geeft hij dat zijn moeder het geld dat hij krijgt (‘separation allowance’) goed kan gebruiken. Omdat hij te klein is voor het gewone leger, wordt hij ingedeeld bij de ‘Bantams’. Op 1 april 1918 sneuvelt hij. 

 

 

On Receiving News of the War

 

Snow is a strange white word.
No ice or frost
Has asked of bud or bird
For Winter's cost.

Yet ice and frost and snow
From earth to sky
This Summer land doth know.
No man knows why.

In all men's hearts it is.
Some spirit old
Hath turned with malign kiss
Our lives to mould.

Red fangs have torn His face.
God's blood is shed.
He mourns from His lone place
His children dead.

O! ancient crimson curse!
Corrode, consume.
Give back this universe
Its pristine bloom.

 

 

 

ROSENBERG
Isaac Rosenberg (25 november 1890 – 1 april 1918)

Zelfportret

 

De Spaanse schrijver Lope de Vega werd geboren op 25 november 1562 in Madrid. In 1588 moest hij vluchten wegens een tweegevecht, nam dienst, was aan boord van het schip De Onoverwinnelijke Vloot, werd rijk door zijn toneelwerken, doch ging 1619 uit verdriet over de dood van zijn zoon in een klooster. Hij schreef over de 1800 toneelspelen, waarvan 25 delen bewaard zijn. Hij oefende door zijn stukken een zeer grote invloed in geheel West-Europa. In Nederland het eerst op Rodenburg, die 4 stukken bewerkte en die in zijn eigen werk de Spaanse meester navolgde. Lope de Vega wisselde in zijn stukken het tragische met het komische af; hij is de man van de komische intermezzo's. Verdere navolging bij Isaac Vos, Asselijn e.a. Hij schreef een werk over de nieuwe toneelkunst, waaruit Rodenburg putte bij het opmaken van zijn Borstweringh.

 

Waar al wat ik gedacht heb in mijn leven

 

Waar al wat ik gedacht heb in mijn leven,

Al wat ik heb gewild en nagestreefd,

Slechts luchtkastelen opgeleverd heeft,

Door ijdele verwachting ingegeven,

 

En waar van alles wat ik heb beleefd

Alleen de tijd die weg is is gebleven,

Blijkt iedere gedachte om het even,

En waan wat mij voor ogen heeft gezweefd.

 

De dwaze ziel die zich door aardse pracht

En sterfelijke schoonheid liet verblinden

En daar voldoening in te vinden dacht,

 

Versmacht naar God, en wat zij verder in de

Ontreddering ook naar een rustpunt tracht,

Zij zal haar rust tot zij Hem heeft niet vinden.

 

 

Vertaling.: J.P.Rawie

 

 

lope-de-vega
Lope de Vega (25 november 1562 – 27 augustus 1635)

 

De Portugese schrijver José Maria Eça de Queiroz werd geboren op 25 november 1845 in Póvoa de Varzim. Hij is in eigen land nog steeds zeer geliefd en wordt veel gelezen. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten wordt Queiroz nog altijd bewonderd. Sommige lezers lezen en herlezen zijn werk voor het mooie taalgebruik, terwijl anderen hem bewonderen als uitstekend verhalenverteller, essayist of brievenschrijver. Eça de Queiroz schreef duidelijk gestructureerde verhalen met een begin en een eind. In zijn studententijd viel hij voor de revolutionaire ideeën, die in zijn tijd opgeld deden. Hij bekritiseerde met anderen de maatschappij en de literatuur van zijn tijd. Omstreeks 1872 trad hij toe tot de consulaire dienst van zijn land, waardoor hij Portugal niet vaak terug zag. Toch wist hij in zijn realistische werk het leven in zijn land uitstekend weer te geven.

De belangrijkste boeken van Eça de Queiroz zijn: "Os Maias", "A Ilustre Casa de Ramires", "Contos", "Notas Contemporáneas" en "Correspondéncia de Fradique Mendes".

 

Uit: Die Rose (vertaling: Ulrich Kunzmann)

 

„Wir sind im Monat Mai - und deshalb sollte man über Rosen reden. Als es in der Dichtkunst wie in einem wohlgeordneten Reich noch Klassen und Regeln gab, war es die ehrwürdige und leichtblütige Zunft der Frühlingspoeten, die in diesen frischen Jugendtagen des Jahres mit freudigem Herzen und beschwingten Versen pünktlich die Ankunft der Rosen feierte.“

 

Uit : Cartas de Inglaterra

 

“What a strange people! For them it is a matter of certainty that no one can be moral without reading the Bible; no one can be strong without playing cricket; no one can be a gentleman without being English. And this is what makes them hated. They never blend; they never become un-English ... The Englishman falls on foreign ideas and customs as a block of granite falls on water. There he stays, with his Bible, his clubs, his sports, his prejudices, his etiquette, his self-centredness ... Even in countries where he has lived for hundreds of years, he is still the foreigner.”

 

 

Queiroz
José Maria Eça de Queiroz (25 november 1845 - 16 augustus 1900)

 

24-11-06

Laurence Sterne, Jules Deelder, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi


Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland.

Sterne was de zoon van een onderofficier en bracht zijn jeugd door in verschillende garnizoenssteden. Hij bezocht de school in Halifax, en bleef zonder cent achter toen zijn vader in 1731 in Jamaica overleed. Sternes ouders hadden echter goede connecties en hij kon zich zodoende toch inschrijven aan de Universiteit van Cambridge. Een van zijn vrienden daar was de jonge landeigenaar John Hall-Stevenson, een scherpzinnig man met een voorkeur voor pornografie, die als Eugenius opduikt in Tristram Shandy. Sterne studeerde af in 1737 en werd spoedig daarna praktiserend geestelijke. In 1759 begon hij aan 'Tristram Shandy', waarvan hij gedeelten voorlas aan vrienden in het huis van John Hall-Stevenson. De eerste twee delen van dit boek verschenen in York in 1759 en in Londen in 1760, en maakten hem beroemd. Vervolgdelen kwamen uit in 1761, 1762, 1765, en 1767.

Door zijn nieuwverworven faam kwam hij in contact met invloedrijke lieden, en via hen verkreeg hij de post van predikant in Coxwold met bijbehorend huis (dat hij Shandy Hall noemde) aan de rand van het dorp in 1760. Hij geraakte hierdoor in een positie waarin hij kon gaan reizen, en dat was ook nodig voor zijn gezondheid: hij was tuberculose-patiënt. Hij verbleef langdurig in Frankrijk en maakte een reis door Italië; van tijd tot tijd ging hij terug naar Coxwold en Londen om aan zijn boeken te werken. Laurence Sterne overleed in Londen op 18 maart 1768.

 

Uit: TRISTRAM SHANDY

 

-- WE'LL not stop two mo-
ments, my dear Sir, -- only,
as we have got thro' these five volumes,
(do, Sir, sit down upon a set -- they
are better than nothing) let us just look
back upon the country we have pass'd
through. --

  -- What a wilderness has it been !
and what a mercy that we have not both
   of us been lost, or devoured by wild
beasts, in it.

  Did you think the world itself, Sir,
had contained such a number of Jack
Asses ? -- How they view'd and re-
view'd us as we passed over the rivulet
at the bottom of that little valley ! --
and when we climbed over that hill, and
were just getting out of sight -- good
God ! what a braying did they all set up
together !

  -- Prithee, shepherd ! who keeps
all those Jack Asses ?  * * *

  -- Heaven be their comforter --
What ! are they never curried ? -- Are
they never taken in in winter ? -- Bray
bray -- bray. Bray on, -- the world is
deeply your debtor ; -- louder still --
 that's nothing ; -- in good sooth, you
are ill-used : -- Was I a Jack Asse, I
solemnly declare, I would bray in
G-sol-re-ut from morning, even unto
night.

 

 

 

 
LAURENENCE_STERNE
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

 

Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Na de HBS studeerde hij enkele jaren voor de akte Nederlands. Op zijn elfde schreef hij zijn eerste gedicht met de titel 'Hoort, men werpt een atoombom' en in 1963 debuteerde hij in een literair tijdschrift met het gedicht "Leert Uw vogels kennen". Hij werd ontdekt door Simon Vinkenoog (door Deelder steevast aangeduid als "ene Simon V. te A.") die hem uitnodigde als deelnemer aan een poëzie-manifestatie in het Amsterdamse theater Carré in 1966. Drie jaar later verscheen zijn debuutbundel Gloria Satoria (1969). Diverse bundels volgden, en Deelder ging ook korte verhalen schrijven. In de jaren negentig trad hij veelvuldig op met Herman Brood en met collega-dichter Bart Chabot.

 

Vroeger of later
Ga je dood
Dat staat als een paal
Boven water
Zo oud als Sparta
Word je nooit

En als je gaat
Is het je tijd geweest
Dat is één ding
Dat zeker is

Zo niet
Ofter een hemel is
Maar álster één is
Dan zal je zien
Dat de Hemelpoort
- Oh brok in ons keel -
Verdacht veel weg heeft
Van Het Kasteel

 

 

Voor Ari van Jules Deelder

Lieve Ari / Wees niet bang
De wereld is rond / en dat istie al lang
De mensen zijn goed / de mensen zijn slecht
Maar ze gaan allen / dezelfde weg
Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt
Je komt uit het water / en gaat door het vuur
Daarom lieve Ari / Wees niet bang
De wereld draait rond / en dat doettie nog lang

 

 

 

deelder
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

Zij was de schrijfster van klassiekers als "Joop ter Heul" , "Een zomerzotheid" en vele andere verhalen. Cissy van Marxveldt is een pseudoniem van Setske Beek-de Haan. Ze werd geboren in Oranjewoud (Fr.) op 24 november 1889 en overleed te Bussum 31 oktober 1948.

Op donderdag 3 februari 1916 trouwde ze met Leo Beek, reserve tweede luitenant bij het 18e regiment infanterie. Later werkte Leo Beek als personeelschef bij De Bijenkorf te Amsterdam.

In 1917 kwam haar droom uit: haar eerste boek Game and set! verscheen, een jaar later gevolgd door Het hoogfatsoen van Herr Feuer, over haar Amsterdamse tijd op kantoor met haar Duitse baas). De boeken werden onder de naam Betty Bierema uitgebracht. Hoewel de boeken flopten, benaderde een nieuw tijdschrift voor jongeren haar om een feuilleton te schrijven. Dit deed ze onder de naam Cissy van Marxveldt. Ze schreef de verhalen in de vorm van brieven van een HBS-meisje aan haar vriendin: Joop ter Heul was geboren.

Het tijdschrift ging al snel op de fles, maar De Haan ging door met Joop ter Heul; een HBS-meisje zonder zorgen, uit een chic milieu. Haar uitgever had echter geen interesse. Valkhoff & Co uit Amersfoort wilde het wel uitbrengen. In 1919 verscheen 'De HBS-tijd van Joop ter Heul'. Het was meteen een succes.

Uit: De H.B.S. tijd van Joop ter Heul

Waarom ik nu eigelijk zoo woedend en mopperig ben? Omdat ik niet meer aan Net mag schrijven. Ja natuurlijk, nog wel eens in de zooveel weken, maar niet, zooals we altijd deden, een brief wanneer je er leut in had. Ik moet er ook altijd inloopen. Ik zat op Pa's kamer geschiedenis te leeren, en 't verveelde me zoo gruwelijk. Toen dacht ik: ‘Kom, laat ik maar met een brief aan Net beginnen. Daar heb ik wel puf in.’ En ik raakte er zoo vreeselijk in, dat ik Pa niet hoorde binnenkomen. Ik kladde maar door, en toen Pa's stem opeens mijn nek kietelde, klapte ik dadelijk het geschiedenisboek dicht. De brief was nog nat en het vlekte natuurlijk; 't gaf een smeerboel. Pa sloeg het boek open, schudde zijn hoofd, en begon er met een radeermesje in te peuteren. Ik zei: ‘Och laat u dat maar, want we hebben allemaal kladpartijen in onze boeken.’ Ik wou niet, dat Pa onnoodige moeite deed. Maar Pa ging er toch mee door, en hij zei: ‘Zit je zoo je geschiedenis te leeren? 't Is fraai’ - dat is een stop-uitdrukking van Pa, ‘of denk je misschien, dat je er genoeg van kent?’

‘O hemeltje nee’, zei ik, ‘dat niet, maar ik had zoo'n puf om aan Net te schrijven.’

 

 

 

cvanmarxveldt
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong in India en groeide op in Kerala.  Zij studeerde af aan de Delhi School of Architecture, maar werd scenarioschrijfster, schreef scripts voor films en voor televisie. Zij woont in Dehli met haar man, de filmmaker Pradeep Kishen. Haar eerste roman.The God of Small Things, uit 1997 won de prestigieuze Booker Prize en werd een internationale best-seller.

 

Uit: "God of Small Things"

 

May in Ayemenem is a hot, brooding month. The days are long and humid. The river shrinks and black crows gorge on bright mangoes in still, dust green trees. Red bananas ripen.Jackfruits burst. Dissolute bluebottles hum vacuously in the fruity air. Then they stun themselves against clear windowpanes and die, fatly baffled in the sun. The nights are clear, but suffused with sloth and sullen expectation. But by early June the southwest monsoon breaks and there are three months of wind and water with short spells of sharp, glittering sunshine that thrilled children snatch to play with. The countryside turns an immodest green. Boundaries blur as tapioca fences take root and bloom. Brick walls turn moss green. Pepper vines snake up electric poles. Wild creepers burst through laterite banks and spill across the flooded roads."

 

 

arundhati
Arundhati Roy (
Shillong, 24 november 1961)

 

 

Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren. Zijn vader werkte als kok bij een markies, zijn moeder was afkomstig uit Collodi, een gehucht tussen Florence en Pisa. Omstreeks 1860 gebruikte hij voor het eerst de pseudoniem Carlo Collodi. Ook was hij betrokken bij de ontwikkeling van de Florentijnse omgangstaal. Hij stierf in 1890. Carlo Collodi is de schepper van Pinokkio, de uit een stuk lachhout gesneden marionet wiens neus steeds langer wordt als hij jokt. Hij schreef het verhaal eerst als feuilleton voor het kinderblad Il Giornale per Bambini. Tussen 1881 en 1884 verscheen dit onder de titel Storia di un burattino, (De geschiedenis van een marionet), met grote tussenpozen in acht afleveringen. In het boek vormen ze de eerste vijftien hoofdstukken. Het verhaal eindigde triest: de ondeugende Pinokkio werd opgehangen aan de grote Eik en stierf. Onder grote druk van de uitgever, daartoe aangezet door de enthousiaste lezers, schreef Collodi daarna nieuwe afleveringen. Hij introduceerde de Fee die wil dat Pinokkio zijn leven betert. Daardoor kreeg het verhaal een wat meer moralistische strekking. In 1883 verscheen het in boekvorm als Le Aventure di Pinocchio  Pinokkio behoort tot de klassiekers van de jeugdliteratuur. De eerste vertaling werd in 1900 gepubliceerd.

 

         

             Uit: Pinokkio

 

Er was eens,...
een poppenmaker Geppetto hij maakte een speciale pop
en noemde hem Pinokkio. "Ik wens dat je een echt jongen bent"
zei Geppetto bedroefd. "Want ik ben zo alleen".
Die nacht kwam de Blauwe Fee naar Geppetto's werkplaats.

"Goed Geppetto" zei ze, "Je maakt andere altijd gelukkig,
je verdient het dat je wens uitkomt".
Lachend raakte de Blauwe Fee het popje aan met haar hand.
"Klein popje, gemaakt van hout. Wordt wakker".
en in een oogwerk, bracht zij Pinokkio tot leven.
"Pinokkio, als je braaf, eerlijk en aardig bent, word je op
een dag een echte jongen," zei de Blauwe Fee.

 

 

pinokkio
Illustratie uit Pinokkio

 

 

 

collodi
Carlo Collodi (24 november 1826 – 26 oktober 1890)

 

 

23-11-06

Paul Celan, Jennifer Michael Hecht, Marcel Beyer


Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Czernowitz was een verzamelplaats van allerlei volkeren en culturen: er woonden Tsjechen, Polen, Russen, Roemenen, joden en zigeuners. Door de meertaligheid van zijn omgeving maakte Celan zich het Jiddisch, Roemeens, Duits, Russisch, Frans en Hebreeuws eigen. Paul Celans ouders waren Duitssprekende joden die hun zoon joods opvoedden en hem naar Duitse christelijke scholen stuurden. Celans jeugd werd getekend door antisemitisme. Tijdens de Russische en later Duitse bezetting werd hij tot drie keer gedwongen van school en universiteit te wisselen. Na het uitbreken van de oorlog werden meer dan 3000 vooraanstaande joden uit de streek vermoord, 45.000 mensen werden gedwongen in een getto te leven. In 1942 werden Celans ouders door de Duitse bezetter naar een werkkamp gedeporteerd en daar vermoord. Hijzelf wist aanvankelijk onder te duiken, maar moest vanaf juli 1942 in een werkkamp dwangarbeid verrichten. Celan overleefde de oorlog. Via Boekarest en Wenen vestigde Celan zich in 1948 in Parijs. In 1950 voltooide hij een studie germanistiek en taalwetenschap, nadat hij in 1938 kort medicijnen, in 1939 romanistiek had gestudeerd. In Parijs was Celan werkzaam als dichter, vertaler en doceerde hij aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure. Aanvankelijk werd Celan vanwege zijn poëzie bejubeld, maar vooral later werd hij negatief bejegend. Celan reageerde met wantrouwen en teleurstelling. Dat hij overlevende van een volkerenmoord was, veroorzaakte bij hem gevoelens van schuld en wanhoop. De hevige depressies en spanningen die zulks met zich meebracht, leidden er uiteindelijk toe dat hij op vermoedelijk 20 april 1970 zijn leven zelf beëindigde door in de Seine te springen.

 

Corona

Aus der Hand frißt der Herbst mir sein Blatt: wir sind Freunde.
Wir schälen die Zeit aus den Nüssen und lehren sie gehen:
die Zeit kehrt zurück in die Schale.

Im Spiegel ist Sonntag,
im Traum wird geschlafen,
der Mund redet wahr.

Mein Aug steigt hinab zum Geschlecht der Geliebten:
wir sehen uns an,
wir sagen uns Dunkles, wir lieben einander wie Mohn und Gedachtnis,
wir schlafen wie Wein in den Muscheln,
wie das Meer im Blutstrahl des Mondes.

Wir stehen umschlungen im Fenster, wir sehen uns zu von der Straße:
es ist Zeit, daß man weiß!
Es ist Zeit, daß der Stein sich zu blühen bequemt,
daß der Unrast ein Herz schlägt.
Es ist Zeit, dass es Zeit wird.

Es ist Zeit.

 

Blume

Der Stein.
Der Stein in der Luft, dem ich folgte.
Dein Aug, so blind wie der Stein.

Wir waren
Hände,
wir schöpften die Finsternis leer, wir fanden
das Wort, das den Sommer heraufkam:
Blume.

Blume - ein Blindenwort.
Dein Aug und mein Aug:
sie sorgen
für Wasser.

Wachstum.
Herzwand um Herzwand
blättert hinzu.

Ein Wort noch, wie dies, und die Hämmer
schwingen im Freien.

 

Psalm

Niemand kneedt ons nogmaals uit aarde en leem,
niemand beleest onze stof.
Niemand.

Uw naam zij geprezen. Niemand.
Om uwentwille
zullen wij bloeien.
U
tegemoet.

Een niets
waren wij, zijn wij, zullen
wij blijven, bloeiend:
de niets -, de
niemandsroos.

Met
de stijl zielshelder,
de meeldraad hemelswoest,
de bloemkroon rood
van 't purperwoord dat wij zongen
boven, o boven
de doorn.

Vertaling: Frans Roumen

 

celan3
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Jennifer Michael Hecht werd geboren op 23 november 1965 in New York. Zij prompveerde in de wetenschapsgeschiedenis aan de Columbia University in 1995 en studeerde daarna nog enige tijd in Caen en Angers. Tegewoordig doceert zij poëzie en filosofie en is verbonden aan het New York Institute for the Humanities. Hechts wetenschappelijke artikelen verschenen in talrijke bladen en tijdschriften. Ook schreef zij recensies voor The New York Times, The Washington Post en The American Scholar. In 2002 won zij met haar poëziedebuut The Next Ancient World  de Norma Farber First Book Award from the Poetry Society of America en de Fore Word Magazine's award for Poetry Book of the Year.

 

 

Blind Love

Lady says, Doc, I think I need glasses.
Teller says, You sure do, Lady, this is a bank.

Lady wanders out, it's winter, wonders whether
other things have got mistaken, too.

At home she ambles through the house
with the sudden feeling that it all has been

rewritten. Notices a shadow as ivy peels from brick,
clatter of silverware drawer, a quarter

on her bathroom floor. As on a vase the piper
plays not to the ear but to the more endeared

inner listener, so, quiet in an April afternoon,
late sun erupts a riot into her room.

Coin and cutlery grow red; wood glows golden in the hall.
Outside, ivy tendrils find new purchase on the wall.

 

 

 

History

Even Eve, the only soul in all of time
to never have to wait for love,
must have leaned some sleepless nights
alone against the garden wall
and wailed, cold, stupefied, and wild
and wished to trade-in all of Eden
to have but been a child.

In fact, I gather that is why she leapt and fell from grace,
that she might have a story of herself to tell
in some other place.

 

 

 

JENNIFFER_HECHT
Jennifer Michael Hecht (New York, 23 november 1965)

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Marcel Beyer werd op 23 november 1965 in Tailfingen / Württemberg geboren.

 

 Uit: Wasserstandsbericht...

 

„ Vorhin habe ich am Telefon erzählt, wie ich spät abends auf dem Weg vom Atelier zurück nach Hause als einer der letzten über die Elbbrücke gekommen bin, zwei sind während des Tages gesperrt worden, an der dritten standen die Polizeiwagen mit Blaulicht hinter der Sperre, und auch die vierte war bereits mit Absperrungen versehen, dazwischen eine Lücke, ich habe das Verbotsschild nicht beachtet, hinter mir kein weiterer Wagen mehr. Ich habe von den Umleitungen am Vormittag erzählt, von den vier Stunden auf dem Bahndamm, durch die Stadt, von Lachen, Strömen und dem Druck der Kanalisation. Nachdem ich aufgelegt hatte, bin ich noch einmal vor die Tür gegangen, mit Wegwerfkamera, doch ohne Taschenlampe.
Schon ab der nächsten Kreuzung ist die Straßenbeleuchtung ausgefallen. Selbst in den Fenstern kein Licht. Ich folge den Straßenbahnschienen, so bietet sich mir eine gewisse Orientierung in der Dunkelheit, denn seltsamerweise leuchten die Werbetafeln an den Haltestellen noch, vielleicht Restenergie aus der Solaranlage, vielleicht ein eigenes Netz, nun einzige Lichtflächen in der Nacht, alle paar hundert Meter. Eine Leuchttafel zeigt einen überschwemmten Zwinger, der mit hellen Kohlensäurepunkten durchsetzte leichte blaue Schimmer läßt Mauerwerk, Bodenplatten und Kies im Hof verschwimmen.“

 

 

 

Beyer23
Marcel Beyer
(Tailfingen, 23 november 1965)

 

 

22-11-06

André Gide, George Eliot. Endre Ady, Viktor Pelevin, Elisabeth Maria Post


André Gide werd geboren op 22 november 1869 in Parijs. Gide was de zoon van een katholieke vader uit de Midi en een protestantse moeder uit Normandië. Hij was een van de belangrijkste schrijvers van zijn generatie.De streng protestantse opvoeding heeft hem schuldgevoelens en frustraties opgeleverd Terugkerende thema’s zijn het religieuze en het zinnelijke, waarbij de balans in de loop der jaren steeds vaker naar het zinnelijke doorsloeg. Zijn homoseksualiteit komt in zijn werk pas later aan de oppervlakte: in de vroegere werken draait hij er nog wat omheen. Toen hij echter in de jaren negentig van de negentiende eeuw drie jaar doorbracht in Algerije, viel veel van zijn geremdheid van hem af, mede doordat hij verliefd werd op de jonge Athman. Daarna verschenen nog voor de Eerste Wereldoorlog zijn grote werken l'Immoraliste en la Porte étroite. Tijdens de oorlog schreef hij Corydon (het werd na de oorlog, in 1924, gepubliceerd), waarin hij de homoseksualiteit in een gunstig daglicht stelt, en zich beroept op grote namen als Blaise Pascal en Montaigne. Overigens was hij voorstander van een viriele vorm van homoseksualiteit, die hij beschouwde als niet "tegen de natuur", wel "tegen de norm".

In 1926 kwam les Faus-monnayeurs uit, door Gide wel zijn "enige roman" genoemd. Het was in ieder geval zijn monumentaalste. In de jaren twintig begon Gide zich te bekommeren om de maatschappelijk zwakkeren. Hij werd een voorvechter van gelijkberechtiging van de vrouw. Ook stond hij een humaner behandeling van misdadigers voor. In de jaren dertig had hij, zoals vele schrijvers in die tijd, sympathie voor het communisme, vooral onder invloed van het evangelie, maar na een reis naar Rusland in 1936 keerde hij ontgoocheld terug.Als oprichter van de Nouvelle Revue française , maar vooral als vrijgevochten schrijver, heeft Gide een enorme invloed uitgeoefend op latere generaties Franse schrijvers en op de ontwikkeling van de moderne Franse roman, de Nouveau Roman.

Uit : Journal 1889-1939 / 14 avril 1933)

"Ce jeune musulman, élève de Massignon, qui vint un matin me parler et que j'envoyai à Marcel de Coppet : avec des larmes, des sanglots dans la voix, il racontait sa conviction profonde : l'Islam seul était en possession de la vérité qui pouvait apporter la paix au monde, résoudre les problèmes sociaux, concilier les plus irréductibles antagonismes des nations... Berdiaeff réserve ce rôle à l'orthodoxie grecque. De même le catholique ou le juif, chacun à sa religion propre. C'est au nom de Dieu qu'on se battra. Et comment en serait-il autrement, du moment que chaque religion prétend au monopole de la vérité révélée ? Car il ne s'agit plus ici de morale ; mais bien de révélation. C'est ainsi que les religions, chacune prétendant unir tous les hommes, les divisent. Chacune prétend être la seule à posséder la Vérité. La raison est commune à tous les hommes, et s'oppose à la religion, aux religions."

Uit : Les Caves du Vatican

« L'an 1890, sous le pontificat de Léon XIII, la renommée du docteur X, spécialiste pour maladies d'origine rhumatismale, appela à Rome Anthime Armand-Dubois, franc-maçon.

-- Eh quoi? s'écriait Julius de Baraglioul, son beau-frère, c'est votre corps que vous vous en allez soignez à Rome! Puissiez-vous reconnaître là-bas combien votre âme est plus malade encore!

A quoi répondait Armand-Dubois sur un ton de commisération renchérie:

-- Mon pauvre ami, regardez donc mes épaules.

Le débonnaire Baraglioul levait les yeux malgré lui vers les épaules de son beau-frère; elles se trémoussaient, comme soulevées par un rire profond, irrépressible; et c'était certes grand-pitié que de voir ce vaste corps à demi perclus occuper à cette parodie le reliquat de ses disponibilités musculaires. Allons! décidément leurs positions étaient prises, l'éloquence de Baraglioul n'y pourrait rien changer. Le temps peut-être? le secret conseil des saints lieux... D'un air immensément découragé, Julius disait seulement:

-- Anthime, vous me faites beaucoup de peine (les épaules aussitôt s'arrêtaient de danser, car Anthime aimait son beau-frère). Puissé-je, dans trois ans, à l'époque du jubilé, lorsque je viendrai vous rejoindre, puissé-je vous trouver amendé! »



ANDRE_GIDE
André Gide (22 november 1869 – 19 februari 1951)

 

George Eliot was het pseudoniem van de Engelse schrijfster Mary Ann Evans. Ze schreef onder een mannennaam om de kansen op publicatie te verbeteren. Geboren werd zij op 22 november 1819 in Nuneaton in Warwickshire

Ze werd geboren op een boerderij nabij Nuneaton in Warwickshire, en ze gebruikte veel van haar eigen ervaringen in haar boeken. Onconventioneel woonde ze lange tijd samen met de getrouwde schrijver George Henry Lewes, die in 1878 overleed.

Op 6 mei 1880 trouwde ze een vriend van haar, John Cross, een Amerikaans bankier die 20 jaar jonger was dan zij. Zij gingen op huwelijksreis naar Venetië en daar, zo wordt er verteld, sprong hij van het balkon in het Canal Grande op hun huwelijksnacht. Hij overleefde de sprong overigens en schreef een biografie over haar, die in 1882 verscheen. Ze overleed datzelfde jaar in Londen aan een nierkwaal, en ligt begraven op de Highgate begraafplaats in Londen.

Haar stijl is typisch Victoriaans: zeer lange zinnen en uitvoerige beschrijvingen van situaties en landschappen, maar kenmerkt zich toch door een vlijmscherp psychologisch inzicht. Vooral Middlemarch, Daniel Deronda, en The Mill on the Floss worden nog wel gelezen en ook geregeld herdrukt.

 

Uit: The Mill on the Floss

“A wide plain, where the broadening Floss hurries on between its green banks to the sea, and the loving tide, rushing to meet it, checks its passage with an impetuous embrace. On this mighty tide the black ships–laden with the fresh-scented fir-planks, with rounded sacks of oil-bearing seed, or with the dark glitter of coal–are borne along to the town of St. Ogg's, which shows its aged, fluted red roofs and the broad gables of its wharves between the low wooded hill and the river-brink, tingeing the water with a soft purple hue under the transient glance of this February sun. Far away on each hand stretch the rich pastures, and the patches of dark earth made ready for the seed of broad-leaved green crops, or touched already with the tint of the tender-bladed autumn-sown corn. There is a remnant still of last year's golden clusters of beehive-ricks rising at intervals beyond the hedgerows; and everywhere the hedgerows are studded with trees; the distant ships seem to be lifting their masts and stretching their red-brown sails close among the branches of the spreading ash. Just by the red-roofed town the tributary Ripple flows with a lively current into the Floss. How lovely the little river is, with its dark changing wavelets! It seems to me like a living companion while I wander along the bank, and listen to its low, placid voice, as to the voice of one who is deaf and loving. I remember those large dipping willows. I remember the stone bridge.”

 

 

 

George_Eliot
George Eliot (22 november 1819 – 22 december 1880)

 

De Hongaarse dichter Endre Ady werd geboren op 22 november 1877 in het huidige Adyfalva.  Hij brak zijn rechtenstudie af voor een carrière in de journalistiek en literatuur. Zijn eerste dichtbundel, Versek, verscheen in 1899. Na 1903 verbleef hij overwegend in Parijs, waar hij verliefd werd op een vrouw die het onderwerp werd van veel van zijn gedichten. Hij was een lyrisch dichter die bekend werd om zijn oorspronkelijk en creatief taalgebruik. Ady werd beïnvloed door de Franse symbolisten. Hij werd leider van de politiek en artistiek geëngageerde Hongaarse schrijvers, die zich verzetten tegen het zelfvoldane materialisme van de Hongaaarse hogere kringen. Ady's oeuvre werd in 19 delen gepubliceerd. Zijn poëzie in 12 en zijn proza in 7 delen.

 

 

De dichter van de Poesta

 

Donker als een Koemaan, grootogig,
Een man vol dromen en verlangens
Was hij. Als herder van een kudde
Trok hij naar de Hongaarse Vlakte.

 

Toversfeer in de schemer ’s avonds
Greep hem ook de honderdste keer nog,
Maar wat er in zijn hart opbloeide,
Graasde het kuddevolk meteen weg.

 

Gedachtenschoon schiep hij duizend keer:
Gedachten over dood, wijn, liefde,
Elders ter wereld was hij een zanger
Geworden van gewijde liederen.

 

Maar hier, als hij zijn boerse, simpele
Gezellen en hun kudde ontmoette,
Groef hij zijn lied heel snel en diep weg
En floot wat voor zich heen of vloekte.

 

 

 

Boven het Doodsmeer

 

Wij cirkelen boven het Doodsmeer,
Prachtige vogels, trots, vol moed.
In ’t water drijven luie monsters,
Gulzig, slangkoppig visgebroed.
Deze stinkende, trieste poel
Staat ook bekend als Hongarije.

 

Alles vergeefs! We vallen allen,
Het Meer trekt, onze slag verslapt.
Voor niets onze ziel en ons branden,
Onze liefde, ons hoofd en hart.
Het helpt ons niet, het geeft geen kracht:
Het blijft een Doodsmeer, Hongarije.

 

 

 

Vertaling: Kees Bakker

 

 

 

ady
Endre Ady (22 november 1877 – 27 januari 1919)

 

Viktor Pelevin werd geboren op 22 november 1962 in Moskou. Hij is een van de interessantste Russische auteurs van dit moment. Hij studeerde af aan het Moskouse Instituut voor Literatuur en publiceerde in de tijdschriften Granta, The New York Times Magazine en Open City. Eerdere romans zijn onder meer Babylon, Omon Ra en Het leven der insecten. In 1993 ontving hij de eerste Russische Booker Prize voor fictie. In De helm der verschrikking heeft Victor Pelevin een wereld gecreëerd waarin het surreële en het hyperreële samenkomen. Hij hervertelt de mythe van Theseus, het labyrint en de Minotaurus, waarbij hij het klassieke verhaal overzet naar de huidige tijd van internet en cyberspace. In die virtuele ruimte schetst Pelevin een magische, labyrintachtige omgeving waarin informatie in overvloed aanwezig is, maar kennis uiteindelijk onbereikbaar blijft.

Uit: The Helmet of Horror (De helm der verschrikking)

Mythcellaneous

‘No one realised that the book and the labyrinth were one and the same . . .’
-Borges, The Garden of Forking Paths

According to one definition, a myth is a traditional story, usually explaining some natural or social phenomenon. According to another, it is a widely held but false belief or idea. This duality of meaning is revealing. It shows that we naturally consider stories and explanations that come from the past to be untrue — or at least we treat them with suspicion. This attitude, apart from creating new jobs in the field of intellectual journalism, gives some additional meaning to our life. The past is a quagmire of mistakes; we are here to find the truth. We know better.

The road away from myth is called ‘progress’. It is not just scientific, technical or political evolution. Progress has a spiritual constituent beautifully expressed by F. Scott Fitzgerald in The Great Gatsby:

[a belief] in the green light, the orgastic future that year by year recedes before us. It eluded us then, but that’s no matter — tomorrow we will run faster, stretch our arms further . . . And one fine morning —
So we beat on, boats against the current, borne back ceaselessly into the past.

In other words, progress is a propulsion technique where we have to constantly push ourselves away from the point we occupied a moment ago. However, this doesn’t mean that we live without myths now. It only means that we live with instant myths of soap-bubble content. They are so unreal you can’t even call them lies. Anything can become our mythology for fifteen minutes, even Mythbusters programme on the Discovery channel.

 

pelevin
Viktor Pelevin (Moskou, 22 november 1962)

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Elisabeth Maria Post werd geboren in Utrecht op 22 november 1755. Ze wordt beschouwd als een van de vertegenwoordigers van het sentimentalisme. In 1788 verscheen haar romandebuut Het land, in brieven, een (deels autobiografische) briefroman over een vriendschap tussen twee vrouwen die spreken over natuur, godsdienst en vriendschap. Het leven op het platteland wordt in dit boek verheerlijkt. Het land is een fysico-theologisch werk: door de natuur te observeren kan men god ervaren. Het werk Reinhart of Natuur en Godsdienst verscheen in drie delen in 1791 en 1792. Het is een roman over de slavernij in de Nederlandse kolonies in Zuid-Amerika. Het werk bevat veel (natuur)beschouwingen. In 1794 trouwde Post met de predikant J.L. Overdorp; haar gevoelens voor hem beschreef ze in de bundel Gezangen der liefde.

Uit: Het land, in brieven

 

“De naam van vriendschap alleen heeft een aangename welluidendheid in mijne ooren, en hare beoefening is de adem van mijn leven geworden. Zij geeft het ware zoet aan allen aardschen wellust. Zij bereidt den zagtsten troost, in alle rampen van dit leven. - Een traan, dien de vriendschap over ons lot weent, is balzem in de wonden des harten. Een boezem open te vinden, waarin de volle ziel zig uitstort, geeft de aangenaamste verruiming.

 

Wees zonder vriend, hoeveel verliest uw leven!

 Wie zal uw troost en moed in rampen geeven?

     Verblijd zijn als uw heilzon straalt?

 Wie deelen in uw voor en tegenspoeden;

 U in den nood, door trouwen raad, behoeden?

     U wederhouden als gij dwaalt?

Zingt onze waarde Gellert. Aan de hand der vriendschap valt het ligter, de doornige paden des levens te doorwandelen: en daar ze voordspruit uit overeenstemming van zielen; daar ze door deugd en godsdienst gevoed word, - daar zegenpralen hare genoegens over alle de wisselbaare goederen der wereld. - Eer en schatten kunnen ons door kleine toevalligheden ontroofd worden: maar de ware vriendschap groeit in den nood. - De dood kan vrienden scheiden; maar de vriendschap zelf duurt tot in het ander leven.”

 

 

post
Elisabeth Maria Post (22 november 1755 - 3 juli 1812)

 

21-11-06

Voltaire, Isaac Bashevis Singer, Marilyn French, Franz Hessel


Voltaire, pseudoniem van François-Marie Arouetwerd werd op 21 november 1694 geboren in Parijs. De jonge Voltaire kreeg les op Louis-le-Grand, de meest prestigieuze jezuïtenschool. Hij verliet de school op zijn zestiende en niet lang daarna maakte hij al vrienden bij de Parijse aristocraten. Zijn humoristische gedichten maakten hem populair in die kringen. In 1717 kreeg hij problemen met de autoriteiten vanwege zijn scherpe teksten. Hij werd voor elf maanden veroordeeld naar de Bastille wegens satire over de Franse overheid. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis schreef François Marie Oedipe wat zijn eerste theatersucces zou worden. Hierna ging hij de naam "Voltaire" (een anagram) gebruiken.

In 1726 beledigde Voltaire de machtige jonge edelman Chevalier de Rohan en hiervoor werd hij bestraft. Hij kreeg twee opties: de gevangenis of verbanning; hij koos het laatste. Van 1726 tot 1729 woonde Voltaire in Engeland. In die tijd ging hij zich interesseren voor de filosofie van John Locke en de ideeën van de wiskundige en wetenschapper Sir Isaac Newton. Voltaire bestudeerde Engelands constitutionele monarchie en de religieuze tolerantie aldaar. Hij interesseerde zich vooral voor het filosofische rationalisme van die tijd en de natuurwetenschappen. Na zijn terugkeer in Parijs schreef hij een boek waarin hij de Engelse gewoontes en instituties prees, de Lettres Philosophiques, en het Newtonianisme als alternatief voor Descartes’ rationalisme introduceerde. Het boek werd geïnterpreteerd als kritiek op de Franse overheid en in 1734 moest Voltaire Parijs opnieuw verlaten.

In 1746 werd Voltaire toegelaten tot de Académie française. In 1749, na de dood van Marquise du Chatelet en nadat Voltaire een uitnodiging had gekregen van de koning van Pruisen, Frederik de Grote, verhuisde hij naar Potsdam (vlakbij Berlijn). Nadat hij verscheidene malen aanvaringen had gehad met de koning keerde Voltaire in 1753 terug naar Frankrijk. Om uit de handen van de Franse autoriteiten te kunnen blijven verhuist hij in 1755 naar Genève, waar hij net buiten de stad een huis laat bouwen met uitzicht op het meer, genaamd Les Délices (nu: Institut et Musée Voltaire). Het is hier dat hij zijn beroemde gedicht Poème sur le désastre de Lisbonne schrijft n.a.v. de verwoestende aardbeving die dat jaar Lissabon had getroffen.

 

Uit: Candide

 

« Il y avait en Westphalie, dans le château de M. le baron de Thunder-ten-tronckh, un jeune garçon à qui la nature avait donné les moeurs les plus douces. Sa physionomie annonçait son âme. Il avait le jugement assez droit, avec l'esprit le plus simple ; c'est, je crois, pour cette raison qu'on le nommait Candide. Les anciens domestiques de la maison soupçonnaient qu'il était fils de la soeur de monsieur le baron et d'un bon et honnête gentilhomme du voisinage, que cette demoiselle ne voulut jamais épouser parce qu'il n'avait pu prouver que soixante et onze quartiers, et que le reste de son arbre généalogique avait été perdu par l'injure du temps.

Monsieur le baron était un des plus puissants seigneurs de la Westphalie, car son château avait une porte et des fenêtres. Sa grande salle même était ornée d'une tapisserie. Tous les chiens de ses basses-cours composaient une meute dans le besoin ; ses palefreniers étaient ses piqueurs; le vicaire du village était son grand aumônier. Ils l'appelaient tous monseigneur, et ils riaient quand il faisait des contes.

Madame la baronne, qui pesait environ trois cent cinquante livres, s'attirait par là une très grande considération, et faisait les honneurs de la maison avec une dignité qui la rendait encore plus respectable. Sa fille Cunégonde, âgée de dix-sept ans, était haute en couleur, fraîche, grasse, appétissante. Le fils du baron paraissait en tout digne de son père. Le précepteur Pangloss était l'oracle de la maison, et le petit Candide écoutait ses leçons avec toute la bonne foi de son âge et de son caractère. »

 

VOLTAIRE
Voltaire (21 november 1694 – 30 mei 1778)

 

Isaac Bashevis Singer werd geboren op 21 november 1904 als Isaac Hertz Singer, maar gebruikte behalve het pseudoniem Warhofsky de penname Isaac Bashevis Singer. Zijn vader en grootvader waren arme chassidische rabbi's en ook zijn moeder Bathsheba was een rabbijnsdochter. Singer debuteerde met Der Sotn in Goray (Satan in Goray), gepubliceerd in Polen in 1935, een kroniek over de gebeurtenissen rondom de valse messias Sjabbatai Zwi. In 1933 kwam Hitler aan de macht en wegens het toenemende antisemitisme emigreerde Singer naar de V.S.. Hij verliet zijn vrouw Rachel, die met hun zoon Israel naar Moskou en later naar Palestina vertrok. Sinds de jaren '40 groeide Singers reputatie bij de Jiddische gemeenschap in Amerika. Hoewel na W.O. II de joodse cultuur in Midden- en Oost-Europa was vernietigd, leefde in de V.S. de taal en de cultuur voort mede dankzij het werk van Singer. 

 

Uit:  "The Letter Writer" from The Seance and Other Stories

 

 

“In his thoughts, Herman spoke a eulogy for the mouse who had shared a portion of her life with him and who, because of him, had left this earth "What do they know - all these scholars, all these philosophers, all the leaders of the world - about such as you? They have convinced themselves that man, the worst transgressor of all the species, is the crown of creation. All other creatures were created merely to provide him with food, pelts, to be tormented, exterminated. In relation to them, all people are Nazis; for the animals it is an eternal Treblinka."

 

 

Uit: zijn toespraak bij aanvaarding van de Nobelprijs in 1978:

 

“The storyteller and poet of our time, as in any other time, must be an entertainer of the spirit in the full sense of the word, not just a preacher of social or political ideals. There is no paradise for bored readers and no excuse for tedious literature that does not intrigue the reader, uplift him, give him the joy and the escape that true art always grants. Nevertheless, it is also true that the serious writer of our time must be deeply concerned about the problems of his generation. He cannot but see that the power of religion, especially belief in revelation, is weaker today than it was in any other epoch in human history. More and more children grow up without faith in God, without belief in reward and punishment, in the immortality of the soul and even in the validity of ethics. The genuine writer cannot ignore the fact that the family is losing its spiritual foundation.

 

Not only has our generation lost faith in Providence but also in man himself, in his institutions and often in those who are nearest to him. In their despair a number of those who no longer have confidence in the leadership of our society look up to the writer, the master of words. They hope against hope that the man of talent and sensitivity can perhaps rescue civilization. Maybe there is a spark of the prophet in the artist after all.

 

 

 

Singer
Isaac Bashevis Singer (21 november 1904 – 24 juli 1991)

 

De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster Marilyn French werd geboren op 21 november 1929 in New York. Zij doceert sinds 1964 Engelse literatuur. In 1972 promoveerde zij op James Joyce. Haar bekendste boek, The Women's Room, verscheen in 1977. Het werd in meer dan 20 talen vertaald en er werd in 1980 een televisiefilm van gemaakt. Marilyn French heeft twee zonen en woont in New York.

Werk o.a.: THE BOOK AS WORLD: JAMES JOYCE'S ULYSSES, 1976, THE WOMEN'S ROOM, 1977, BEYOND POWER: ON MEN, WOMEN, AND MORALS, 1985, THE WAR AGAINST WOMEN, 1992, WOMEN'S HISTORY OF THE WORLD, 2000

Uit: The Women's Room

"The school had been planned for men, and there were places, she had been told, where women weree simply not permitted to go. It was odd. Why? she wondered. Women were so unimportant anyway, why would anyone bother to keep them out?"

Uit: The War Against Women

"Today, women are educated in most industrial countries, and can work in a variety (but not all) areas. But male superiors, reluctant to advance them, rarely place them on a track to higher office. In nonindustrial or developing countries, women hold about 6 percent of government posts; in most European nations, they hold 5 to 11 percent.''  

 

 

MARILYN_FRENCH
Marilyn French (New York, 21 november 1929)

 

De Duitse schrijver en vertaler Franz Hessel werd geboren op 21 november 1880 in Stettin. Zijn vriendschap met Lella, oftewel Helen Grund, zijn latere vrouw, en Claude, oftewel Henri-Pierre Roché, is het onderwerp van de – door de film van François Truffaut beroemd geworden roman Jules et Jim (1963) van Henri-Pierre Roché. Van 1904 tot 1906 had Hessel in Parijs gewoond. In de jaren twintig woonde Hessel in Berlijn en werkte er als lector in de Ernst Rowohlt Verlag en als vertaler van Casanova, Stendhal, Balzac en Proust. Hessels romans „Der Kramladen des Glücks“ (1913), „Pariser Romanze“ (1920), „Heimliches Berlin“ (1927) laten een melancholieke verteller zien in de traditie van Proust. Zijn mooiste boek is wellicht Spazieren in Berlin“ (1929), dat door Walter Benjamin geprezen werd als een door en door episch boek , waarvoor „de herinnering niet de bron, maar de muze was“.

 

 

Uit:  Spazieren in Berlin (1929)

 

"Noch ist Berlin, vom Standpunkt der Gesellschaft aus betrachtet, klein und die Eleganz der Dame ein Produkt aus zweiter Hand. Aber schon kommt ein neuer Frauentyp auf ... Sie gehen so hübsch in ihren Kleidern ohne Gewicht, herrlich ist ihre Haut, die von der Schminke nur erleuchtet scheint, erfrischend das Lachen um die gesunden Zähne und die Selbstsicherheit, mit der sie paarweise durch das nachmittägliche Gewühl der Tauentziehenstraße und des Kurfürstendamms treiben; nein, treiben ist nicht das richtige Wort. Sie machen crawl, wenn die anderen Brustschwimmen machen. Scharf und glatt steuern sie an die Schaufenster heran."

 

 

Hessel
Franz Hessel (21 november 1880 – 6 januari 1941)

 

 

20-11-06

Nadine Gordimer en Selma Lagerlöf


Nadine Gordimer werd geboren op 20 november 1923 in Springs, Zuid-Afrika.Haar vader was een Joods juwelier die als dertienjarige uit Litouwen was geëmigreerd. Haar moeder was een Engelse. Nadine werd niet joods opgevoed en ging naar een kostschool. Ze maakte een onbekommerde kindertijd en jeugd door binnen het beschermde milieu van de blanke Zuid-Afrikaanse minderheid. Haar moeder hield haar wegens ziekte jarenlang thuis van school. In feite was het de moeder die de dochter nodig had, in plaats van omgekeerd. Door dit geïsoleerde leven las Nadine alles wat ze in handen kreeg. Als negenjarige begon ze te schrijven en haar eerste korte verhaal publiceerde ze nog voor haar zestiende. Haar eerste verhalenbundel Face to Face publiceerde ze in 1949 en haar eerste roman The Lying Days (vertaald als De leugenachtige dagen) in 1953.

 

Nadine Gordimer bezocht heel wat privéscholen en ging studeren aan de University of Witwatersrand in Johannesburg. Ze studeerde daar gedurende één jaar en brak toen haar studies af. Ook reisde ze veel in Afrika, Europa en de V.S. Gordimer heeft bijna haar hele volwassen leven gewoond en geschreven in het door apartheid opgesplitste Zuid-Afrika

Gordimer's voortdurende inzet voor vrijheid van meningsuiting was er de oorzaak van dat haar werk van tijd tot tijd in eigen land werd verboden. In 1991 ontving zij de Nobelprijs voor de Literatuur, vanwege de ironische en inzichtelijke manier waarop ze schrijft over maatschappelijk onrecht. Haar werk verscheen in meer dan 30 talen.

 

Uit:  Get A Life (2005)

 

 

“Only the street-sweeper swishing his broom to collect fallen leaves from the gutter.

The neighbours might have seen, but in the middle of a weekday morning everyone would be out at work or away for other daily-life reasons.

She was there, at the parents' driveway gate as he arrived, able to smile for him, and quickly sense the signal for them to laugh at, accept the strangely absurd situation (only tempo­rary) that they could not hug one another. A foregone hug is less emotional than a foregone embrace. Everything is ordi­nary. The sweeper passes pushing the summer's end before him.

Radiant.

Literally radiant. But not giving off light as saints are shown with a halo. He radiates unseen danger to others from a destructive substance that has been directed to counter what was destroying him. Had him by the throat. Cancer of the thyroid gland. In hospital he was kept in isolation. Even that of silence; he had no voice for a while, mute. Vocal cords af­fected. He remains, he will be still, out of his control, expos­ing others and objects to what he emanates, whomever and whatever he touches.

Everything must be ordinary.

Calling from one car window to the other: Has she re­membered his laptop? Some cassettes? His Adidas? The book on the behaviour of relocated elephants he was in the middle of reading when he went back to hospital? Berenice — Benni — why do parents burden their children with fancy names — has packed a bag for him. She wept while she made decisions on his behalf, put this in, take that out. But she not only re­membered; familiarity knew what he would need, miss. In one of the books he will find she has slipped a photograph of herself he liked particularly, he'd taken before their love af­fair turned into marriage. There's a snap of the boy as a baby.”

 

Nadine_Gordimer
Nadine Gordimer (Springs. 20 november 1923)

 

De Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf werd geboren op 20 november 1858 in Östra Emterwik in Zweden. Zij is vooral bekend geworden door haar kinderboek Nils Holgerssons wonderbare reis door Zweden. In 1909 ontving ze de Nobelprijs voor de Literatuur en in 1914 werd ze lid van het comité dat de Nobelprijs voor de Literatuur toekent: de Zweedse Academie. Ze woonde in de plaats Sunne, waar twee hotels naar haar zijn vernoemd. In haar voormalige woonhuis in Mårbacka (nabij Sunne) is tegenwoordig een museum gevestigd. 

Uit: Wunderbare Reise des kleinen Nils Holgerssons mit den Wildgänsen

 

Als Nils Holgersson zu sprechen anfing, beugte sich die Eule vor und sah ihn genau an. "Er hat weder Krallen noch einen Stachel", dachte sie; "aber wer weiß, ob er nicht einen Giftzahn oder sonst eine Waffe hat, die noch gefährlicher sein könnte. Es ist gewiß am besten, ich versuche erst etwas Näheres über ihn zu erfahren, ehe ich mich mit ihm einlasse." "Der Hof heißt Mårbacka",sagte sie dann; "und in früheren Zeiten haben ausgezeichnete Menschen hier gewohnt. Aber wer bist denn du?"

"Ich habe die Absicht mich hier niederzulassen",sagte der Junge, ohne eine direkte Antwort auf die Frage der Nachteule zu geben. "Meint Ihr, das ließe sich einrichten?"

"O ja, obwohl der Hof jetzt nichts Besonderes mehr ist, im Vergleich zu dem, was er früher war", antwortete die Eule. "Aber man kann immerhin hier leben; es kommt ja auch hauptsächlich darauf an, wovon du hier leben willst. Hast du im Sinn, dich auf die Mäusejagd zu verlegen?

"Nein, Gott soll mich davor bewahren!" rief der Junge. "Die Gefahr, daß die Mäuse mich auffressen, ist wohl größer, als daß ich ihnen ein Leid antue."

´Ob er wirklich so wenig gefährlich ist, wie er sagt? Das ist doch wohl nicht möglich´, dachte die Eule; ,aber ich glaube, ich will doch einen Versuch machen.´ Sie flog auf, und im nächsten Augenblick hatte sie ihre Krallen in Nils Holgerssons Schultern geschlagen und hackte nun nach seinen Augen. Nils hielt die eine Hand zum Schutz vor die Augen, während er sich mit der anderen zu befreien suchte und zugleich aus Leibeskräften um Hilfe schrie. Er fühlte, daß er in wirklicher Lebensgefahr schwebte, und sagte sich, diesmal werde es ganz gewiß aus mit ihm sein.              (vertaling Simone Pohlink)

 

 

 

Selma
Selma Lagerlöf (20 november 1858 – 16 maart 1940)

 

 

20:35 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: selma lagerlof, nadine gordimer |  Facebook |

19-11-06

Anna Seghers, Sharon Olds, Alan Tate, Kris Cuppens


De Duitse schrijfster Anna Seghers werd op 19 november 1900 geboren in Mainz als Anna Reiling. Anna was de dochter van kunsthandelaar Isidor Reiling. Zij studeerde kunstgeschiedenis, geschiedenis, sinologie en filologie in Keulen en Heidelberg.
In 1924 schreef Anna Seghers haar eerste verhaal "Die Toten der Insel Djal", dat pas na haar dood werd gepubliceerd. In 1925 trad Anna in het huwelijk met László Radványi, die later bekend zou worden onder de naam Johann-Lorenz Schmidt. Uit dit huwelijk kwamen twee kinderen voort. Anna Seghers maakte haar debuut in 1927 met "Grubetsch". Een jaar later publiceerde zij "Aufstand der Fischer von St. Barbara" onder de naam Anna Seghers. Voor dit boek kreeg zij de Kleist-prijs. Het verhaal werd in 1934 door Erwin Pascator in de Sovjet-Unie verfilmd. Inmiddels was Anna Seghers toegetreden tot de communistische partij van Duitsland (KPD) en was betrokken bij het werk van de Bond voor proletarisch revolutionaire schrijvers (BPRS).

In haar in 1932 verschenen roman "Die Gefährten" waarschuwde Anna voor het gevaar, dat het fascisme voor Duitsland zou kunnen gaan vormen. Een jaar later werd ze door de Gestapo gearresteerd. Na haar vrijlating vluchtte Anna Seghers naar Parijs, waar zij meewerkte aan verschillende tijdschriften. In de in Parijs geschreven roman "Der Kopflohn", onderzocht Seghers de oorzaken, die tot de opkomst van het fascisme in Duitsland geleid hadden.
Na de Duitse inval in Frankrijk in 1940 vestigde Seghers zich in Marseille, in het zuiden van Frankrijk. In 1941 vestigde ze zich in Mexico, waar zij een Duitse cultuurvereniging oprichtte. Met Ludwig Renn gaf ze het tijdschrift "Freies Deutschland" uit. Internationaal brak Anna Seghers door met "Das siebte Kreuz" (1942).

Via Zweden en Frankrijk keerde Anna Seghers na de Tweede Wereldoorlog terug naar Duitsland. Ze vestigde zich in het door de Russen bezette deel van Duitsland en werd lid van de socialistische partij SED. In de jaren vijftig was Anna Seghers lid van de Vredesbeweging in Oost-Duitsland. Bovendien was zij lid van de internationale Vredesbeweging. Van 1952 tot 1978 was zij daarnaast voorzitster van de schrijversbond van de DDR.
Seghers kreeg veel onderscheidingen in de DDR. Zij kreeg onder meer in 1980 de Oost-Duitse onderscheiding "Held der Arbeit" en werd ereburger van haar geboortestad Mainz.

Uit: Transit

«Das Hotel in der Rue de Vaugirard, schmal und hoch, war ein Durchschnittshotel. Die Patronin war über dem Durchschnitt hübsch. Sie hatte ein zartes, frisches Gesicht und pechschwarzes Haar. Sie trug eine weiße Seidenbluse. Ich fragte ganz ohne Überlegung, ob ein Zimmer frei sei. Sie lächelte, während mich ihre Augen kalt musterten. "Soviel Sie wollen." - "Zuerst etwas anderes", sagte ich, "Sie haben hier einen Mieter, Herrn Weidel; ist er zufällig daheim?"

Ihr Gesicht, ihre Haltung veränderten sich, wie das nur bei Franzosen zu sehen ist: Die höflichste unnachahmliche Gleichmütigkeit schlägt plötzlich, wenn da die Fäden reißen, in rasende Wut um. Sie sagte, ganz heiser vor Wut, aber schon wieder in den geläufigen Redensarten:

"Man fragt mich zum zweitenmal an einem Tag nach diesem Menschen. Der Herr hat sein Domizil gewechselt - wie oft soll ich das noch erklären?" - Ich sagte: "Sie erklären es jedenfalls mir zum erstenmal. Haben Sie doch die Güte, mir zu sagen, wo der Herr jetzt wohnt." - "Wie soll ich das wissen", sagte die Frau. Ich merkte langsam, auch sie hatte Furcht, aber warum?

"Sein jetziger Aufenthalt ist mir unbekannt, ich kann Ihnen wirklich nicht mehr sagen." Den hat am Ende doch die Gestapo geholt, dachte ich. Ich legte meine Hand auf den Arm der Frau. Sie zog ihren Arm nicht weg, sondern sah mich an mit einem Gemisch von Spott und Unruhe. "Ich kenne ja diesen Mann überhaupt nicht", versicherte ich, "man hat mich gebeten, ihm etwas auszurichten. Das ist alles. Etwas, was für ihn wichtig ist. Ich möchte auch einen Unbekannten nicht nutzlos warten lassen."

Sie sah mich aufmerksam an. Dann führte sie mich in das kleine Zimmer neben dem Eingang. Sie rückte nach einigem Hin und Her mit der Sprache heraus.

 

seghers
Anna Seghers (19 november 1900 – 1 juni 1983)

 

De Amerikaanse dichteres Sharon Olds werd geboren op 19 november 1942 in San Francisco. Volgens eigen zeggen werd zij opgevoed als een "hellfire Calvinist." Zij studeerde af aan de Stanford University en promoveerde in de Engelse taal aan de Columbia University. Zij is docente creatief schrijven aan de universiteit van New York. Sharon Olds ontving al veel onderscheidingen, waaronder de San Francisco Poetry Center Award, de Lamont Poetry Prize, de National Books Critics Circle Award, en de T. S. Eliot Prize.

 

Werk o.a: Satan Says (1980), The Dead and the Living (1984), The Gold Cell (1987), Blood, Tin, Straw (1999), The Unswept Room (2002), Strike Sparks: Selected Poems (2004)

 

His Stillness

 

The doctor said to my father, “You asked me

to tell you when nothing more could be done.

That’s what I’m telling you now.” My father

sat quite still, as he always did,

especially not moving his eyes. I had thought

he would rave if he understood he would die,

wave his arms and cry out. He sat up,

thin, and clean, in his clean gown,

like a holy man. The doctor said,

“There are things we can do which might give you time,

but we cannot cure you.” My father said,

“Thank you.” And he sat, motionless, alone,

with the dignity of a foreign leader.

I sat beside him. This was my father.

He had known he was mortal. I had feared they would have to

tie him down. I had not remembered

he had always held still and kept quiet to bear things,

the liquor a way to keep still. I had not

known him. My father had dignity. At the

end of his life his life began

to wake in me.

 

 

Rite of Passage

 

 

As the guests arrive at our son’s party

they gather in the living room—

short men, men in first grade

with smooth jaws and chins.

Hands in pockets, they stand around

jostling, jockeying for place, small fights

breaking out and calming. One says to another

How old are you? —Six. —I’m seven. —So?

They eye each other, seeing themselves

tiny in the other’s pupils. They clear their

throats a lot, a room of small bankers,

they fold their arms and frown. I could beat you

up, a seven says to a six,

the midnight cake, round and heavy as a

turret behind them on the table. My son,

freckles like specks of nutmeg on his cheeks,

chest narrow as the balsa keel of a

model boat, long hands

cool and thin as the day they guided him

out of me, speaks up as a host

for the sake of the group.

We could easily kill a two-year-old,

he says in his clear voice. The other

men agree, they clear their throats

like Generals, they relax and get down to

playing war, celebrating my son’s life.

 

 

 

sharon_olds
Sharon Olds (San Francisco, 19 november 1942)

 

De Amerikaanse dichter Alan Tate werd geboren op 19 november 1899 in de buurt van Winchester, Kentucky. In 1918 bezocht Tate de Vanderbilt University en ontmoette daar een andere dichter, Robert Penn Warren. Zij werden gevraagd zich aan te sluiten bij de Fugitive Poets, later Southern Agrarians, een groep dichters uit het zuiden onder leiding van John Crowe Ransom. Tate volgde Ramson ook naar het Kenyon College in Ohio om er les te geven. In 1924 verhuisde Tate naar New York, waar hij Hart Crane ontmoette. Hij werkt er freelance voor de Nation Magazine en leverde ook bijdragen aan de Hound and Horn, Poetry Magazine en andere bladen. In 1928 publiceerde hij zijn beroemdste gedicht Ode To the Confederate Dead. In de jaren 30 publiceerde hij Who Owns America?, een conservatief antwoord aan Franklin D. Roosevelt's New Deal. In deze jaren werd werd hij ook mede-uitgever van The American Review, dat geleid werd door de fascist Seward Collins. Tate zag The American Review als een mogelijkheid het werk van de Southern Agrarians te promoten, maar hij maakte bezwaar tegen Collins steun aan Hitler en Mussolini en veroordeelde het fascisme in een artikel in The New Republic in 1936. In 1938 publiceerde Tate zijn enige roman The Fathers. In 1942 vormde hij samen met romancier en vriend Andrew Lytle Amerikaas oudste literaire kwartaalblad The Sewanee Review, om van een bescheiden periodiek tot het meest prestigieuze van de VS

 

The Mediterranean

 

Quen das finem, rex magne, dolorum?

 

Where we went in the boat was a long bay

a slingshot wide, walled in by towering stone--

Peaked margin of antiquity's delay,

And we went there out of time's monotone:


Where we went in the black hull no light moved

But a gull white-winged along the feckless wave,

The breeze, unseen but fierce as a body loved,

That boat drove onward like a willing slave:


Where we went in the small ship the seaweed

Parted and gave to us the murmuring shore

And we made feast and in our secret need

Devoured the very plates Aeneas bore:


Where derelict you see through the low twilight

The green coast that you, thunder-tossed, would win,

Drop sail, and hastening to drink all night

Eat dish and bowl--to take that sweet land in!


Where we feasted and caroused on the sandless

Pebbles, affecting our day of piracy,

What prophecy of eaten plates could landless

Wanderers fulfil by the ancient sea?


We for that time might taste the famous age

Eternal here yet hidden from our eyes

When lust of power undid its stuffless rage;

They, in a wineskin, bore earth's paradise.


Let us lie down once more by the breathing side

Of Ocean, where our live forefathers sleep

As if the Known Sea still were a month wide--

Atlantis howls but is no longer steep!


What country shall we conquer, what fair land

Unman our conquest and locate our blood?

We've cracked the hemispheres with careless hand!

Now, from the Gates of Hercules we flood


Westward, westward till the barbarous brine

Whelms us to the tired land where tasseling corn,

Fat beans, grapes sweeter than muscadine

Rot on the vine: in that land were we born.

 

 

 

 

ALLENT_TATE
Allen Tate (19 november 1899 – 9 februari 1979)

 

Toneelschrijfprijs 2006 voor Kris Cuppens

 

De Vlaming Kris Cuppens heeft de Taalunie Toneelschrijfprijs 2006 ter waarde van 10.000 euro gewonnen. Hij kreeg de prijs voor "Lied", een muziektheaterproductie van Braakland/ZheBilding. In deze monoloog plaatst Cuppens zijn eigen herinneringen binnen het bredere kader van zijn familiegeschiedenis en de geschiedenis van België. De jury prijst de openhartigheid waarmee hij zijn twijfels en gevoelens als veertiger beschrijft. "Hoewel het gevaar op de loer ligt, is "Lied" door zijn authenticiteit en eerlijkheid nergens huilerig of sentimenteel. Ook overstijgt het door de herkenbaarheid en invoelbaarheid het persoonlijke en particuliere," luidt het juryrapport. De Taalunie Toneelschrijfprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de schrijver of schrijvers van een oorspronkelijk Nederlandstalig stuk dat het voorbije seizoen voor het eerst werd opgevoerd.

 

 

KRIS_CUPPEN
Kris Cuppens (Bree, 22 mei 1962)

 

20:34 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anna seghers, sharon olds, alan tate, kris cuppens |  Facebook |

18-11-06

Klaus Mann, Seán Mac Falls, Toon Tellegen, Joost Zwagerman, Richard Dehmel


Klaus Mann werd, vandaag precies honderd jaar geleden, op 18 november 1906 geboren in München als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. In München bezocht hij tot 1922 het gymnasium. Behalve getalenteerd was hij in zijn jongere jaren echter ook lastig en daarom werd hij uiteindelijk naar de Odenwaldschule gestuurd, een internaat. De ervaringen daar verwerkte hij in zijn eerste toneelstuk Anja und Esther. Bijna zijn hele leven vormde hij een onafscheidelijk duo met zijn een jaar oudere zus Erika Mann. In 1924 volgde hijn haar naar Berlijn, waar hij theatercriticus werd bij het 12 Uhr Blatt. Van toen af ook woonde hij vooral in hotels, pensions en bij vrienden. In 1925 kwam hij openlijk uit voor zijn homosexualiteit en publiceerde hij ook „Der fromme Tanz", de eerste „homo-roman“ in de Duitse literatuur. Samen met zijn zus Erika Mann begon hij in 1927 aan een maanden durende wereldreis die later door broer en zus zijn literaire neerslag vond in „Rundherum“.Toen de Nazi's aan de macht kwamen, vluchtte hij naar het buitenland. Hij veranderde in een geëngageerd schrijver, die het anti-nazi tijdschrijft Die Sammlung oprichtte en de roman Mephisto schreef. Hierin verkoopt de toneelspeler zijn ziel aan de nazi's in ruil voor een succesvolle carrière. Uiteindelijk leidde zijn vlucht tot in de VS. Hij werd Amerikaan en ging in het Engels schrijven In 1942 verscheen daar zijn autobiografie “The Turning Point”, in het Engels geschreven en later in het Duits vertaald als “Der Wendepunkt”.

Hij deed veel moeite om bij het Amerikaanse leger te komen en streed in Italië bij dePsychological Warfare Branch“. Na de oorlog had hij moeite zijn plek te vinden. Zijn heroïneverslaving werd een steeds groter probleem, hij kampte met een schrijversblok en hij zag door de toenemende spanningen tussen de VS en de Sovjet-Unie de toekomst somber in.

Na een eerdere poging tot zelfmoord, bracht hij zichzelf in 1949 met medicijnen om het leven.

 

Over zijn meest geslaagde roman schreef Klaus Mann zelf in The Turning Point:

 

"I visualize my ex-brother-in-law as the traitor par excellence, the macabre embodiment of corruption and cynicism.  So intense was the fascination of his shameful glory that I decided to portray Mephisto-Gruendgens in a satirical novel."      En:

 

"This book was not aimed at a particular person, rather: it was aimed at the careerist, against the German intellectual who sold and betrayed the German mind and spirit.  Hoefgen - Hoefgen as a type, Hoefgen as a symbol - places a great talent at the disposal of a ruthless and blood-bespattered power."

 

Uit: Mephisto

 

„Der Propagandaminister -- Herr über das geistige Leben eines Millionenvolkes -- humpelte behende durch die glänzende Menge, die sich vor ihm verneigte. Eine eisige Luft schien zu wehen, wo er vorbeiging. Es war, als sei eine böse, gefährliche, einsame und grausame Gottheit herniedergestiegen in den ordinären Trubel genusssüchtiger, feiger und erbärmlicher Sterblicher. Einige Sekunden lang war die ganze Gesellschaft wie gelähmt vor Entsetzen. Die Tanzenden erstarrten mitten in ihrer anmutigen Pose, und ihr scheuer Blick hing, zugleich demütig und hassvoll, an dem gefürchteten Zwerg. Der versuchte durch ein charmantes Lächeln, welches seinen mageren, scharfen Mund bis zu den Ohren hinaufzerrte, die schauerliche Wirkung, die von ihm ausging, ein wenig zu mildern; er gab sich Mühe, zu bezaubern, zu versöhnen und seine tief liegenden, schlauen Augen freundlich blicken zu lassen. Seinen Klumpfuß graziös hinter sich her ziehend, eilte er gewandt durch den Festsaal und zeigte dieser Gesellschaft von zweitausend Sklaven, Mitläufern, Betrügern, Betrogenen und Narren sein falsches, bedeutendes Raubvogelprofil.“

 

 

KLAUS_MANN
Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)

 

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Hij publiceerde tot nu toe twee bundels poëzie. De eerste,  20 Poems (2001), werd zeer lovend ontvangen, eerst door John Carey van de universiteit van Oxford die hem vergeleek met W.B. Yeats en daarna nog eens door Harold Bloom, een belangrijke criticus, verbonden aan Yale. Verschillende van zijn gedichten werden genomineerd voor de Pushcart Prize en verschenen in vooraanstaande bladen als Poetry Ireland, New Welsh Review, Cyphers, The Prague Review, The Lyric, Poet Lore, The London Magazine en Ageda. In 2005 verscheen de tweede bundel The Blue Falcon.

 

I Saw a Hunter by a Country Road

I saw a hunter by a country road
in tandem with me he sailed as I drove.

His hoody-head set monkish to the soil
conjured up music so soundful, sacred,
and I unmoving over a tired flesh-
colored vehicle felt naked and dead

for he so saintly robed and dressed to kill
in the colors of the sky prayed with wings,
my harrier, his eyes cleansed purity and gold
while mine unsightly piebald pale and blue.

But want of food dovetailed two craving
creatures, yet, over fed I felt rusty
below his steely hunger and what saving
grace God might offer either mice or men.

 

 

The Kestrel

Flies in the haze morning sputter and splay.
Water drops from leaves rolling with the blown
Blades. The windy whoo of the owls fade,
Blue buried eyes cradled in the hollow
Trees, the swamps seeker is quietly rustled,
Wings of panoply, spangle-speckle the wind,
Over the flames of autumn, talons thistle,
Crown the dominion of the fall, fade in
Sporting meadows colour, till the dive,
Balm of field, marsh, all ignites. Lever pale
Winds finger through the leaves gravely
And rake as you raid, shoulders that burning vale,
Casualties of insect, the lemming song sings
Mouse and vole flash, dark, sparkles the clearing.

 

 

 
Falls
Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)

 

Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Hij studeerde medicijnen in Utrecht en vestigde zich na een verblijf van 3 jaar in Kenia als huisarts in Amsterdam. Na al een aantal jaren gedichten voor volwassenen te hebben geschreven, begon hij verhalen voor zijn kinderen te schrijven. In 1984 verscheen zijn eerste kinderboek, Er ging geen dag voorbij: negenenveertig verhalen over de eekhoorn en de andere dieren. In de verhalen van Tellegen spelen dieren als de mier en de eekhoorn vaak de hoofdrol. De verhalen zijn vaak filosofisch van aard. Enkele boeken zijn met prijzen bekroond. Toon Tellegen schrijft nog steeds en met grote regelmaat gedichten.

Voorkomen is beter

God schudt zijn ernstig betwijfelde hoofd -

als voorkomen beter was dan genezen,
dan was hij nergens aan begonnen,
dan was het nu nog nul uur nul
op de nulde dag
en bleef het dat -

hij bijt op zijn niet langer voorstelbare nagels
en gluurt naar beneden -

straks gaat hij genezen,
in zijn aandoenlijke wijsheid weet hij alleen
waarvan.

 

 

Wie dan leeft

Wie dan leeft zal omkijken
en denken dat wij zonder zorgen waren,
maar wij zijn niet zonder zorgen,
dat wij ons druk maakten om een dode mus,
maar wij maken ons niet druk om een dode mus,
maar om een levende, een levensgevaarlijke, een
dodelijke mus
en dat wij gelukkig waren
en niet beseften
hoe dood wij spoedig zouden zijn.

 

 


TELLEGEN
Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Hij debuteerde met de roman De houdgreep (1986). Zijn doorbraak naar een breed publiek kwam met de roman Gimmick! (1989). In 1991 verscheen Vals licht dat werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en dat 1993 zou worden verfilmd door Theo van Gogh. Ook De buitenvrouw (1994), bereikte de longlist van de AKO Prijs. 'De buitenvrouw' beschrijft een liefde in multiculturele tijden. Nadien volgden de roman 'Chaos en Rumoer' en 'Zes Sterren'. Behalve romans publiceerde Joost Zwagerman ook gedichten en essays. Zijn eerste bundel 'Langs de doofpot' verscheen in 1987; zijn meest recente bundel 'Roeshoofd hemelt' werd in 2005 door de jury van de Poëzieclub bekroond tot kwartaalkeuze van de Poëzieclub van het poëzietijdschrift Awater. De bundel beleefde vier herdrukken. Zwagermans essaybundels 'Pornotheek Arcadië' (2000) en 'Het vijfde seizoen' (2003) bereikten de longlist van de Gouden Uil en de AKO Literatuurprijs. In 2003 en 2004 was Zwagerman presentator van VPRO's Zomergasten en ontving toen onder andere Ayaan Hirsi Ali die in Zomergasten haar controversiële film Submission vertoonde. Daarnaast heeft hij in 1998 een theatertournee met Ronald Giphart gemaakt, die in 2000 een reprise beleefde. In 2005 stelde Joost Zwagerman de bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 tot nu samen.In 2006 verzorgde Zwagerman aan de Radboud Universiteit de Frans Kellendonklezing.

 

Uit: Het vijfde seizoen

“Van oudsher hebben kunstenaars en schrijvers zichzelf en elkaar geballoteerd op de al dan niet latente aanwezigheid van wat de dichter Michael Drayton in de zestiende eeuw ‘that fine madness’ noemde. In Plato’s Phaedrus beweerde Socrates dat iedere creatieve mens onvermijdelijk door de waanzin van de muzen is aangeraakt. In de Renaissance stelde de Italiaan Marsilio Ficino dat voor iedere kunstenaar een tijdelijke staat van krankzinnigheid inherent was aan het scheppingsproces. Sinds de Romantiek lijkt deze folie sacrée bijna op een soort kwaliteitsimprint: de ware creatieve mens pleegt roofbouw op zijn gemoedsleven. Robert Burton formuleerde het in The Anatomy of Melancholy (1716) op de korst mogelijke manier: ‘All poets are mad.’ Het staat er bijna als eerste premisse van een syllogisme. (…)

Andrew Solomon en Rogi Wieg zijn gepreoccupeerd door de vraag of de geesteszieke mens ooit en masse genezen kan worden verklaard dankzij nieuwe medicatie. Beide schrijvers lijken te geloven in een psychofarmaceutica die zich in hoog tempo zal blijven ontwikkelen den die steeds verfijnder zal worden, met als eindpunt mogelijk een wereld waarin geestesziekte blijvend en feilloos te behandelen zal zijn. (…)

Mijn lijkt het je reinste anti-utopie, een wereld waarin het voorgoed een autoloze zondag van de geest is, schoon en stil, maar ook steriel en eenvormig – een wereld om acuut gek van te worden. Dan nog liever de telkens terugkerende geseling van het gemoed; dan nog liever de herhaalde tuimeling in het vijfde seizoen.”

 

 

JOOST_ZWAGERMAN
Joost Zwagerman (Alkmaar, 18 november 1963)

 

De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf. Hij was een van de bekendste dichters van de literaire Jugendstil in Duitsland en een van de drijvende krachten van het tijdschrift "Pan". Voornamelijk in lyriek geïnteresseerd wilde hij in zijn gedichten - zij cirkelden om de "grote" thema's van liefde, kunst, tijd, toekomst - de dynamiek van het levensrhythme vangen. Het pathos van de gedichten zoals in de tekst van "Eine Lebensmesse" heeft zijn oorsprong in de wil tot overtuigen. Daarbij herkent men ook de bronnen, Schiller bijv. en Büchner (met "Hütte und Palast"). Een betere wereld stond hem voor ogen, waarin de mens, door de bijna mystieke oerkrachten van natuur en schoonheid bezield, het esthetische tot leidraad had gekozen.

 

Ballade von der wilden Welt

Schöne stille Seele
hatte einen Garten,
rings um den Dornheckenwerk
und Urwalddickicht starrten,
einen Blumengarten.

Schöne stille Seele
saß in ihrem Zelt,
bebte vor den Häßlichkeiten
oh der wilden Welt,
in ihrem seidnen Zelt.

Schöne stille Seele
sah gern Kolibris
durch die Blütenbüsche huschen
überm warmen Kies,
die goldnen Kolibris.

Und die bunten Schmetterlinge,
und die blanken Schlangen;
schöne stille Seele
sah sie gern im Dickicht prangen,
die sonneblanken Schlangen.

Sah auch gern die blauen Blitze
über den Wäldern jagen
und die fernen schneebedeckten
Kraterberge ragen;
schöne stille Seele!

Schöne stille Seele
erschrak auf einmal sehr:
durch das Dornwerk drang ein hoher
wilder Fremdling her.
Seele bebte sehr.

Fremder Weltumsegler,
ich saß so schön allein;
du wirst mich Schlange schelten,
dann werden wir häßlich sein.
Und stehst so schön allein.

Schöne stille Seele
konnt alldas nicht sagen,
sah den Fremdling vor sich höher
als die Berge ragen;
konnt kaum Willkomm sagen.

Konnt ihn nur empfangen endlich,
Ihn – o wilde Welt –
Blitze, Blüten, Kolibris
jagten um ihr Zelt –
schöne wilde Welt! –

 

 

 

 

Dehmel
Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)