21-06-17

Georg-Buchner-Preis 2017 voor Jan Wagner

 

Georg-Buchner-Preis 2017 voor Jan Wagner

Aan de duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner is de Georg-Büchner-Preis 2017 toegekend, de belangrijkste literaire prijs in Duitsland. Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

champignons

wir trafen sie im wald auf einer lichtung:
zwei expeditionen durch die dämmerung
die sich stumm betrachteten. zwischen uns nervös
das telegraphensummen des stechmückenschwarms.

meine großmutter war berühmt für ihr rezept
der champignons farcis. sie schloß es in
ihr grab. alles was gut ist, sagte sie,
füllt man mit wenig mehr als mit sich selbst.

später in der küche hielten wir
die pilze ans ohr und drehten an den stielen -
wartend auf das leise knacken im innern,
suchend nach der richtigen kombination.

 

 

botanischer garten

dabei, die worte an dich abzuwägen -
die paare schweigend auf geharkten wegen,
die beete laubbedeckt, die bäume kahl,
der zäune blüten schmiedeeisern kühl,
das licht aristokratisch fahl wie wachs -
sah ich am hügel gläsern das gewächs-
haus, seine weißen rippen, fin de siècle,
und dachte prompt an jene walskelette,
für die man sich als kind den hals verdrehte
in den museen, an unsichtbaren drähten,
daß sie zu schweben schienen, aufgehängt,
an jene ungetüme, zugeschwemmt
aus urzeittiefen einem küstenstrich,
erstickt an ihrem eigenen gewicht.

 

 

gaststuben in der provinz

hinter dem tresen gegenüber der tür
das eingerahmte foto der fußballmannschaft:
lächelnde helden, die sich die rostenden nägel
im rücken ihrer trikots nicht anmerken lassen.

 

 
Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

02-06-17

C. Buddingh'-Prijs voor Vicky Francken

 

C. Buddingh'-Prijs voor Vicky Francken

Het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het afgelopen jaar is geschreven door de Nederlandse dichteres Vicky Francken.Voor haar bundel “Röntgenfotomodel” kreeg ze donderdag de C. Buddingh'-Prijs. Vicky Francken werd geboren in 1989 in Boxmeer. Sinds 1988 wordt tijdens het Poetry International Festival de C. Buddingh’-prijs uitgereikt aan de schrijver van het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Uit de dertig inzendingen van dit jaar nomineerde de jury: “Binnenplaats” van Joost Baars; “Röntgenfotomodel” van Vicky Francken; “De geluiden” van Paul Meeuws en “Anagrammen van een blote keizer” van Tijl Nuyts. De prijs is genoemd naar de dichter en dagboekschrijver C. (Kees) Buddingh’ (1918-1985). Zie ook alle tags voor Vicky Francken op dit blog.

 

Weekendtas voor langer dan een weekend

De condens op een raam van ademhalen kijkt uit
op een tuin waarvan ik weet dat je me erin zult zien
staan, je kunt niet naast me kijken. Ik schreef in sneeuw en kou
de letters van een werkwoordsvorm en
de letters van je naam.
 
In het steenwit van een kleermakerszit, mag je de brieven lezen
die ik je schrijven ga als ik weg ben en dat is waarschijnlijk
morgen.  Niet mee neem ik

de deur waardoor ik wegloop voor eeuwiger dan even,
de vaas van je moeder die je lelijk vond en kapot wilde gooien
maar ik hield je tegen en

de hond. Verder bij benadering zo bijna alles.

 

 
Vicky Francken (Boxmeer, 1989)

01-06-17

In Memoriam Tankred Dorst

 

In Memoriam Tankred Dorst

De Duitse schrijver Tankred Dorst is op 91-jarige leeftijd overleden. Tankred Dorst werd geboren op 19 december 1925 in Oberlind bei Sonneberg. Zie ook alle tags voor Tanked Dorst op dit blog.

Uit: Glück ist ein vorübergehender Schwächezustand

„Eckernförde. Poldi neigt ohnehin dazu, die Sprechweise oder die Dialektfärbung eines Gesprächspartners anzunehmen.
Als sie letztes Jahr mit irgendeinem österreichischen Nachwuchsgenie drehte, sprach sie nach  drei Drehtagen Tirolerisch, Kehllaute, dankche, dankche ... Ihre Affäre mit dem Zahnarzt Dr. Dr.  Kurt, der auch mein Zahnarzt war – und noch ist –, entdeckte ich nur, weil mir ihre plötzlich  veränderte Sprechweise auffiel: diese verschleppten Endungen, die kenne ich doch, die erinnern  mich doch an jemanden!? So kam es heraus. Ihre Telefongespräche mit Mama Lilly dauern nie unter einer Stunde. Un jedesmal ärgere ich mich über die Kosten. Ich sage ihr das nie, ich möchte nicht kniepig erscheinen, zumal ich ihr häufig einen Hang zu Geiz und Kleinlichkeit vorwerfe.
Sie ging also nach Hause, ich hockte noch eine halbe Stunde mit den Leuten von der Technik in  der Kantine zusammen, spendierte einen Kasten Bier. Die schwärzlich knotigen Bouletten, an denen kaltes Fett klebte, rührte ich nicht an.
Eigentlich hätte ich jetzt nach Hause gehen können, aber der edanke, daß dort Poldi saß und stundenlang telefonierte, hielt mich davon ab. Auch zu den feiernden Kollegen wollte ich nicht: Das Gefühl, daß es nun wieder mal vorbei war, daß alles im Leben vorbeigeht und mit einem »kleinen Tod« endet, wie mein alter Schauspiellehrer sagte – die Trauer und Enttäuschung darüber macht mir jedesmal schlechte Laune.
Wahrscheinlich ist das ein psychologischer Mechanismus, um mir wirklichen Schmerz zu ersparen. Unser »Pygmalion« war kommerzielle Durchschnittsware – sich einmal mehr zufrieden gegeben mit einer mittelmäßigen Sache. Keine Lust zu feiern. Hundertsechs Vorstellungen, runtergespielt, glatt, alles ging glatt, eben glatt, erfolgreich. Eliza hat nur den smarten Assi im Kopf, und eigentlich mag ich sie alle nicht mehr sehen, hasse sie alle, warum also soll ich mit ihnen Champagner trinken.“

 

 
Tankred Dorst (19 december 1925 – 1 juni 2017)

09-05-17

Libris Literatuur Prijs 2017 voor Alfred Birney

 

Libris Literatuur Prijs 2017 voor Alfred Birney

De Libris Literatuur Prijs 2017 is toegekend aan Alfred Birney voor zijn roman "De tolk van Java." Maandagavond kreeg de Haagse schrijver de prijs van 50 duizend euro en een door Irma Boom ontworpen bronzen legpenning uitgereikt. Het boek gaat over de vader van de auteur die tegen wisselende vijanden vocht tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in het voormalige Nederlands-Indië. Alfred Alexander Birney werd geboren in Den Haag op 20 augustus 1951. Zie ook alle tags voor Alfred Birney op dit blog.

Uit:De tolk van Java

“Als jongeman zag mijn vader in Soerabaja de ‘vliegende sigaren’ van de Japanse luchtmacht zijn ouderlijk huis aan puin bombarderen, hij zag Japanse soldaten burgers onthoofden, hij werd gemarteld wegens sabotage in dienst van het zogenoemde Vernielingskorps en in een ijzeren kist onder de brandende zon te smoren gelegd, hij zag Japanse soldaten Australische krijgsgevangenen in open bamboekisten aan de haaien voeren, hij zag Punjabisoldaten in Engelse dienst Japanse soldaten besluipen en ze de strot doorsnijden, hij hoorde over de dood van een neef aan de Birmaspoorlijn, hij hoorde hoe zijn lievelingsoom door Japanse soldaten was doodgemarteld op het landgoed van zijn vaders familie, hij verraadde de Japanse vriend van zijn zuster, die als animeermeisje aan de kost kwam, hij wees de geallieerden de weg in de hitte van de Javaanse Oosthoek, waar opstandige Indonesiërs ondersteboven hangend aan de enkels werden verhoord terwijl hij optrad als tolk en de schrijfmachine hanteerde, hij hielp de geallieerden met het platbranden van desa’s, hij zag brandende opstandige jongelingen schreeuwend van de pijn hun eenvoudige huisjes uit rennen en overhoopgeschoten worden, hij leerde schieten en doorzeefde op een treinstation een vrouw en zuigeling achter wie een Javaanse vrijheidsstrijder zich had verscholen, hij kreeg als hoofd van de afdeling Verhoor van Gevangenen in Djember de hardnekkigste zwijgers aan het praten, hij reed met een pantserwagen op een landmijn en stortte tachtig meter een ravijn in, hij kreeg het bevel van een Hollandse adjudant om het transport te begeleiden van honderd gevangenen van de stadsgevangenis van Djember naar het station Wonokromo en mocht aan het einde van de veertien uur durende rit zesenveertig lijken van gestikte mensen uit de goederentrein slepen, hij vond een Indo-vriend* terug die zichzelf voor de kop had geschoten nadat hij had ontdekt dat zijn meisje met een Hollandse soldaat het bed had gedeeld, hij maakte tijdens de Bersiap* jongens af met wie hij nog een appeltje te schillen had, maar het ergst van alles vond hij dat tijdens de Eerste Politionele Actie de hals van zijn gitaar brak.
Of ben je dat laatste vergeten, Pa, omdat je het misschien verzonnen had?
Het gebeurde tijdens het passeren van twee elkaar tegemoetkomende konvooien. Iemand hield de loop van zijn mitrailleur niet binnenboord en jij de hals van je gitaar niet. De mitrailleur was van onbekende makelij, je gitaar een originele Amerikaanse Gibson, de droom van elke Indo, een instrument waar alle grootheden op speelden, een juweel waarvoor je zelfs het mooiste meisje van de krokodillenstad zou inruilen.”

 

 
Alfred Birney (Den Haag, 20 augustus 1951)

01-04-17

In Memoriam Jevgeni Jevtoesjenko

 

In Memoriam Jevgeni Jevtoesjenko

De Russische dichter Jevgeny Jevtoesjenko is op 84-jarige leeftijd overleden. Jevgeny Jevtoesjenko werd geboren in Zima in Irkutsk op 18 juli 1933. Zie ook alle tags voor Jevgeni Jevtoesjenko op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

We Should Be Stingier

We should be stingier
breathing out and breathing in-
then, perhaps, the epic
will lie down in neat quatrains.

We have to be more generous,
louder, like the outcry 'Follow me! '
stronger, coarser-
with the earth's coarse globe.

I envy the relics of space,
compressed by the word in layers,
but brevity is the sister of ineptitude
when it springs from emptiness.

Not all conciseness is priceless.
Rhymed oil cakes are stiff and brittle,
and someone's square hay,
I wouldn't eat if I were a horse.

I like hay by the armful,
with the dew still not dried out,
with red whortleberries, with mushroom caps,
clipped by a scythe.

All sentimentality with form is sloppy,
hurl the epoch into rhythm,
tear it up the way an invalid in despair
tears up his striped sailor's shirt!

Should we place in a woman's cap and dress
along with other old-fashioned rags,
the divine tatters
that we call life?

Handicraft taste is not art.
A great reader will grasp
both the charm of the absence of style
and the splendor of longeurs.

 

Vertaald door Albert C. Todd

 

 

I'M An Angel

I’ve stopped drinking.
I love my wife.
My own wife- I insist on this.
Living so like an angel,
I almost quote Shchipachev.
This is a shriveled life.
I’ve shut my eyes to all other women.
My shoulders feel peculiar.
Aha! Wings must be sprouting!
This makes me anxious. Moody.
And the wings keep sprouting-what a nuisance!
How awkward!
Now I’ll have to slit
my jacket in appropriate places.
A true angel,
I bear life no grudge
for all its cruel hurts.
I’m a true angel. But I still smoke.
I’m the smoking type.
To be an angel is strange work.
Pure spirit. Not an ounce of flesh.
And the women pass by.
A true angel, what good to them am I!
I don’t count for the present,
not while I hold celestial rank,
but-bear in mind-in this life,
a fallen angel is the worst devil of all!

 

Vertaald door George Reavey

 

 

 
Jevgeni Jevtoesjenko (18 juli 1932 - 1 april 2017)

22-03-17

In Memoriam Colin Dexter

 

In Memoriam Colin Dexter

De Britse schrijver Colin Dexter is gisteren op 86-jarige leeftijd in Oxford overleden. Colin Dexter, vooral bekend van "Inspector Morse", werd geboren op 29 september 1935 in Stamford, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Colin Dexter op dit blog.

Uit: Death Is Now My Neighbor

“By one of those minor coincidences (so commonplace in Morse's life) it had been just as most of the personnel from the media were preparing to leave, at almost exactly 8:30pm, that Mr. Robert Turnbull, the Senior Cancer Consultant, had passed her desk, nodded a greeting, and walked slowly to the exit, his right hand resting on the shoulder of Mr. J. C. Storrs. The two men were talking quietly together for some while -- Dawn was certain of that. But certain of little else. The look on the consultants face, as far as she could recall, had been neither that of a judge who has just condemned a man to death, nor that of one just granting a prisoner his freedom.
No obvious grimness.
No obvious joy.
And indeed there was adequate cause for such uncertainty on Dawn's part, since the scene had been partially masked from her by the continued presence of several persons: a ponytailed reporter scribbling a furious shorthand as he interviewed a nurse; the TV crew packing away its camera and tripods; the Lord Mayor speaking some congratulatory words into a Radio Oxford microphone -- all of them standing between her and the top of the three blue-carpeted stairs which led down to the double-doored exit, outside which were affixed the vertical banks of well-polished brass plates, ten on each side, the fourth from the top on the left reading:
If only Dawn Charles could have recalled a little more.
If -- that little conjunction introducing those unfulfilled conditions in past time which, as Donet reminds us, demand the pluperfect subjunctive in both clauses -- a syntactical rule which Morse himself had mastered early on in an education which had been far more fortunate than that enjoyed by the receptionist at the Harvey Clinic.
Indeed, over the next two weeks, most people in Oxford were destined to be considerably more fortunate than Dawn Charles: She received no communication from the poetry lover of Pembroke; her mother was admitted to a psychiatric ward out at Littlemore; she was twice reminded by her bank manager of the increasing problems arising from the large margin of negative equity on her small flat; and finally, on Monday morning, January 29, she was to hear on Fox FM Radio that her favorite consultant, Mr. Robert H. Turnbull, MB, ChB, FRCS, had been fatally injured in a car accident on Cumnor Hill.”

 

 
Colin Dexter (29 september 1935 – 21 maart 2017)
John Thaw (Inspecteur Morse), Colin Dexter en Kevin Whately (Detective Sergeant Lewis)

17-03-17

In memoriam Torgny Lindgren

 

In memoriam Torgny Lindgren

Donderdagmorgen is de Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren overleden. Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook alle tags voor Torgny Lindgren op dit blog.

Uit: Hash (Vertaald door Tom Geddes)

“For some time now after tactful inquiries from perplexed and concerned readers, we have carried out careful investigations into the veracity of the reports you have submitted over the course of the years, the all too many years, which we have published conscientiously, honestly and fearlessly.
“Having done so, we have found your reports, not to put too fine a point on it, completely devoid of any basis in fact. The reality which you appear to describe is nothing more than a figment of your imagination. The dramatic week-long struggle to rescue an elk from Hölback marsh never took place. The schoolhouse in Avalberg that burned down three years ago never existed. No unknown celestial body ‘with shimmering corona’ ever rose above your horizon. […]
“The individuals whose births, birthdays, marriages and, in some cases even deaths, you have reported, have never lived on this earth.
On further reflection, it seems remarkable to me, not to say quite extraordinary, that you yourself actually exist.”

(…)

“Year by year his skin was becoming smoother. And like Goethe, he woke with an erection every morning. Death was receding further and further from him. Two new wisdom teeth had emerged in his upper jaw. He was once more able to hum Peterson-Berger’s arrangement of Froding’s Titania, even the difficult passage conveying the rustle of hazel and birch. His hair had started regrowing on the nape of his neck and at the temples, dark and thick. The podiatrist heaped praise on his feet, no corns any more and the nails increasingly strong and firm. Even his sight had improved: he was reading the newspaper without spectacles, including everything that had been written by the former editor.”

 

 
Torgny Lindgren (16 juni 1938 – 16 maart 2017)

19-02-17

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten 't Hart

 

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten 't Hart

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart heeft de J.M.A. Biesheuvelprijs gewonnen voor de beste bundel korte verhalen. Hij ontvangt de prijs voor ‘De moeder van Ikabod’. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden dat volledig door crowdfunding bij elkaar is gebracht. Dit jaar gaat het om 5105 euro en 70 cent. De prijs werd zondag voor de derde keer uitgereikt. In 2015 won Rob van Essen, in 2016 Marente de Moor. Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog en voor M. 't Hart evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit: De moeder van Ikabod

 ‘En stipt om één minuut over half drie reed onze bakker Stoof Schelvisvanger, psalmzingend de straat in. Hij was van onze kerk. Bij alle gereformeerden bezorgde hij aan huis brood en banket. In onze straat bediende hij nog één ander gereformeerd gezin. Bij ons belde hij het eerst aan en slofte dan neuriënd terug naar zijn kar en haalde daar een melkwit en een vloerbruin. Wij kregen dat aangereikt (‘zaterdag betalen’) en vervolgens reed hij door naar de familie Marchand. Daar leverde hij acht regeringswit af.’
(…)

‘Ik was daar nog net op tijd voor iets wat ik niet graag gemist zou hebben. Op het moment namelijk dat ik de deur opende, greep de transpirerende dominee met beide handen vlak achter haar schouders haar toga op twee plaatsen vast en trok hem toen met één vloeiende beweging over haar hoofd. Ze had het vaker gedaan, dat was duidelijk, want het ging zo snel, zo behendig, ik keek mijn ogen uit. (…) . En toen stond ze daar, die Ilonka de Priester, in een lichtblauw mouwloos hemdje en een zwart kokerrokje, waaronder lange gebruinde, van zweet vochtig glinsterende benen afdaalden naar sandaaltjes die voornamelijk uit dunne riempjes waren opgetrokken.’

 

 
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

27-01-17

VSB poëzieprijs voor Hannah van Binsbergen

 

VSB poëzieprijs voor Hannah van Binsbergen

De Nederlandse dichteres Hannah van Binsbergen heeft donderdag de VSB Poëzieprijs gewonnen, de prijs voor de beste dichtbundel. Van Binsbergen krijgt de prijs voor haar debuutbundel “Kwaad gesternte”. Hannah van Binsbergen werd geboren in 1993. Zij studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Van Binsbergen schreef o.a. al voor Trouw en De Groene Amsterdammer. Haar eerste gedichten publiceerde zij op het internettijdschrift Samplekanon en zij schrijft ook voor  Tirade en dw B. In 2016 debuteerde zij met de bundel “Kwaad gesternte”, die haar meteen een nominatie voor de VSB Poëzieprijs 2017 opleverde.

Uit: Kwaad gesternte

 

Nu iedereen met me meekijkt kan ik eindelijk beginnen
te groeien naar de markt. Ze weten allemaal waar ik mee bezig
ben en vinden het niks: de tijd dat de postbode de arme
burger achternazat, de tijd dat de goede postbode
symbool stond voor de dood, hebben we toegestaan
te transformeren tot de nadagen van een hippe planeet.
Ik hoef mijzelf niet meer te dwingen een gezicht op te
zetten om naar buiten te gaan. Al mijn gezichten zijn bekend,
gezien in medische catalogi, besproken in ondergrondse
correspondenties, beproefd in het gebruik. Ik wil eruit
maar nergens ben ik veilig, mijn geweten is iets lichts
geworden nu ik mijzelf altijd moet zien en zien hoe ik door
iedereen gezien word. Sinds de tijd dat de ptt het embleem
was van de dood is veel vergeten dat herinnerd had moeten
blijven, nu te lezen in de levende archieven verspreid over
Europa. Ik steek mijn hand door de brievenbus, voel voor het eerst
het afscheid van mijn onverstuurde brieven.

 

 

Vroeger had ik iets

het was niet groot maar groot genoeg om niet verwacht te worden
het was taai en zorgde dat ik met een schoon geweten
die rooie op zijn bek kon slaan
niemand die het zag
hij zou het nooit vertellen en niemand zou mij ooit geloven
(zo onwaarschijnlijk was het niet, ik was een half hoofd groter
en duizend keer slechter opgevoed)

ik kies julia
ik kies ervoor om op te staan om 9 uur hoewel ik weet dat dat niet
enkel in mijn handen ligt
mijn voorkeur hebben mannen die op apen lijken boven
mannen die op honden lijken
ik kies ervoor om terug te gaan naar voorhistorische debatten
ik kies de dood die mij voorspeld is door een sticker
te aanvaarden met een beetje waardigheid
ik kies ervoor om daarna op te staan om 9 uur hoewel ik weet dat dat
niet enkel in mijn handen ligt

het was mijn eerste vuistgevecht
een dag tevoren had ik wel een jongen voor zijn scheen geschopt
ik was niet trots
nu wel

ik kijk hem aan – het is nu zes jaar later –
en zie dat hij het meer verdient dan ooit maar vroeger had ik iets
wat net buiten mijn handen lag en dingen voor me deed die niemand zag

 

 

 
Hannah van Binsbergen (1993)

20-01-17

In Memoriam Robert Anker

 

In Memoriam Robert Anker

 

De Nederlandse schrijver, dichter en literair criticus Robert Anker is vrijdag op 70-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Nee

wij gaan godverdomme geen lijkrede schrijven voor elkaar
met grinnikende anekdotes, pijnlijke verzwijgingen
de elegie van weer gevonden, later toch verloren maar
wij laten ons niet kisten, het was een GOED leven
dat wij gaan begraven met een MOOIE begrafenis, nee
grijnzend groeten wij elkaar tot de volgende reünie, bij wie
maar niet bij ons, wij hebben juist weer iemand overleefd
en nee, wij gaan geen gedichten maken godverdomme
waarin we de bezongene niet bezingen maar zijn lot
ontvormen tot een stem van weemoed, zich verstamelend
tot onschadelijke schoonheid geschikt voor in de krant
wij gaan met bekkens en pauken woede drijven
door het smoelbeeld van de dood als door de Schelfzee
naar het beloftevolle heden dat ons dan geheel bewoont.

 

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillend overhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend -
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

 
Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

13-01-17

BNG Bank Literatuurprijs 2016 voor Hanna Bervoets

 

De BNG Bank Literatuurprijs is dit jaar gewonnen door de Nederlandse schrijfster Hanna Bervoets. Een dag geleden won de 32-jarige Bervoets nog de Frans Kellendonk-prijs. Hanna Bervoets werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1984. Zie ook alle tags voor Hanna Bervoets op dit blog.

Uit:Efter

“Laat me jullie vertellen over #103.
18 december, kwart voor negen ’s ochtends: Roya LaFayette loopt het Rheinpark in. Ze draagt een donkerblauwe jas met capuchon en duwt een kinderwagen. Haar tred houdt het midden tussen de zelfverzekerde gang van een wandelaar en de haastige passen van iemand die een trein moet halen: Roya LaFayette stapt stevig door, maar lijkt eerder vastberaden dan bang om te laat te komen.
Over de kinderwagen zit een kap die haar dochtertje, net negen maanden oud, moet beschermen tegen de kou. De baby heeft een muts op; het hoofddeksel bedekt beide oren.
Om negen uur wordt Roya verwacht op haar werk, een verzekeringsmaatschappij in het centrum van Keulen. Wanneer haar manager haar blauwe jas om kwart over negen niet aan de kapstok ziet hangen, probeert hij contact op te nemen met Roya.
Ze blijkt haar Seos te hebben uitgeschakeld.
Op dat moment staat Roya voor de deur van een huis, vijf woonblokken van het park.
Ze belt aan.
Heike Ratz ligt in bed wanneer ze haar deurbel hoort. Ze opent haar ogen, kijkt recht in het verbaasde gezicht van Hamid LaFayette: de man met wie ze de nacht doorbracht.
‘Zal ik opendoen?’ vraagt Heike.
Hamid knikt langzaam.
Zodra Heike de deur heeft geopend, rijdt Roya haar kinderwagen de gang in. Ze loopt Heikes woonkamer door, direct naar de keuken. Daar parkeert ze de kinderwagen voor het aanrecht. En controleert ze nog één keer of de kap goed dichtzit.
‘Wat doe je?’ gilt Heike, maar Roya duwt Heike de keuken uit.
Hamid, die nog altijd in bed ligt, hoort nu het gehuil van zijn dochtertje.
En daarna het gekrijs van zijn minnares.
Wanneer Hamid de huiskamer binnenkomt, ligt Heike op de grond. Naast haar staat zijn vrouw Roya. Met in haar hand zíjn stanleymes.
Daarmee staat de teller nu op honderddrie. En dat zijn slechts de dodelijke slachtoffers. Honderden, duizenden geweldsdelicten worden op dit moment met Efter in verband gebracht. Om nog niet te spreken van de aanrandingen. Deze maand negenentwintig in de regio Kopenhagen alleen, Denemarken registreert de Efterverkrachtingen als enige land apart.
#104, #105, #106, #107: morgen, hooguit overmorgen zal ik over nieuwe slachtoffers moeten vertellen.”

 
Hanna Bervoets (Amsterdam, 14 februari 1984)

12-01-17

Frans Kellendonk-prijs 2017 voor Hanna Bervoets

 

Frans Kellendonk-prijs 2017 voor Hanna Bervoets

De Nederlandse schrijfster Hanna Bervoets heeft de Frans Kellendonk-prijs 2017 gewonnen, de driejaarlijkse literatuurprijs voor een auteur met originele kijk op maatschappelijke of existentiële problematiek. De Kellendonk-prijs is vernoemd naar de in Nijmegen geboren schrijver en vertaler Frans Kellendonk (1951-1990). Hanna Bervoets werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1984. Zie ook alle tags voor Hanna Bervoets op dit blog.

Uit:  Ivanov

“Geheimen willen we altijd kwijt. Ja, uiteindelijk vertelt iedereen elkaar altijd alles. Ik heb me vaak afgevraagd waarom. Waarschijnlijk is het omdat juist dat wat anderen niet van ons weten, ons maakt tot wie we zijn; onze uitzonderlijkheid bewijst. Zo dragen we onze geheimen mee als een zak glimmende edelstenen. Het is een onopvallende zak, die we bewaren op een onopvallende plek. Tot er per ongeluk iemand over struikelt, de zak opent, nog net iets ziet blinken voor we zijn hand wegduwen – nee, dit mag jij niet weten. Maar wanneer de fonkeling eenmaal ontsnapt is, wordt de verleiding groot; willen we pochen met wat we bij ons dragen en zullen we de zak alsnog opentrekken: kijk dan, hier zijn ze, mijn edelstenen, edelstenen die alleen ík heb, die maken dat ik ben geworden wie ik nu ben. Het snelst trekken we de zak open voor de mensen om wie we geven, want nog meer dan de ander willen zien, betekent liefde dat je jezelf aan de ander wilt laten zien, is het niet? 
En toch.
De eerste keer dat ik Jonas over Helena vertelde, was ook meteen de laatste keer.
We kenden elkaar nog maar een paar weken. Het was een warme, droge zomer. Jonas zou met vrienden naar Italië gaan maar had die vakantie één dag voor vertrek afgezegd. Omdat hij geen zin had, beweerde hij. Omdat hij mij had leren kennen, wist ik. Vanaf dat moment zagen we elkaar dagelijks. We spraken af in parken en op stadse terrassen, tot we de ogen van anderen niet meer nodig hadden om onze afspraakjes een zekere ongedwongenheid te verschaffen. Daarna zaten we vooral op mijn balkon. Wanneer de onderburen niet thuis waren dronken we bier en mojito’s tot laat in de avond, en vertelden we elkaar onze levensverhalen; telkens opnieuw, steeds andere details, alsof onze levens routes op een landkaart waren die we nauwkeurig moesten volgen met onze wijsvingers, omdat iedere afslag een nieuwe karaktertrek, een nieuw geheim zou kunnen prijsgeven.
Zijn jeugd in Brabant: vader kweker, moeder huisvrouw, één zus, twee broers, een warm gezin (‘maar ook beklemmend’), met neefjes de maïsvelden in om elkaar af te trekken, als tiener het dorp uit, Architectuur in Antwerpen (‘eigenlijk begon mijn leven daar pas’).
Mijn jeugd in Rotterdam: enig kind van alleenstaande moeder, vaak op straat, voetballen, skateboarden en schuimblokken stelen uit de supermarkt, duistere puber met paars haar, drie studies begonnen, drie studies niet afgemaakt.”

 

 
Hanna Bervoets (Amsterdam, 14 februari 1984)

14-12-16

P.C. Hooft-prijs 2017 voor Bas Heijne

 

P.C. Hooft-prijs 2017 voor Bas Heijne

De P.C. Hooft-prijs 2017 gaat naar de Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne. Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Op 7 januari 2015 stond ik in een Parijse boekhan¬del de op die dag verschenen nieuwe roman van Michel Houellebecq af te rekenen, toen ik een be¬richt op mijn telefoon voelde binnenkomen.
Op mijn scherm stond: Charlie Hebdo!
Even dacht ik dat de vriend die het stuurde me wilde attenderen op een bijzonder grappige of pro-vocerende cover van het beruchte satirische blad. Al snel volgden sms’jes van anderen. Daarna ver-scheen het nieuws van de krantensites op mijn scherm.
Omdat ik me niet zo ver van de redactie van Charlie Hebdo bevond, besloot ik ernaartoe te lo¬pen, ik wist eigenlijk niet goed waarom. Op de boulevard waar de redactie in een zijstraatje was gevestigd, niet ver van Place de la Bastille, hing een vreemd verstilde sfeer. Het was zo’n twee uur na¬dat de bloedige aanslag op de redactie had plaats¬gevonden. Er was politie. Het straatje waar de re¬dactie zich bevond was afgesloten met linten. Hier en daar stonden tv-journalisten met een micro¬foon in hun hand te wachten tot de camera zou gaan lopen. Maar er klonken nauwelijks geluiden. Er was weinig publiek. Verderop liepen mensen met boodschappentassen, alsof er niks gebeurd was.
Het nieuws leek nog niet doorgedrongen. Er was alleen het naakte feit, maar het was nog niet ingedaald, er was nog niets geduid. De daders wa¬ren voortvluchtig. Hier was niets meer. Het was alsof ik in een vacuüm stond, daar op die winterse boulevard. Er was iets ontzagwekkends gebeurd, maar het had nog geen betekenis gekregen.
In de dagen, weken, maanden daarna liep dat vacuüm vol met woorden, duizenden, miljoenen woorden, en evenveel beelden. Je suis Charlie werd eerst een geuzenleus, toen een alomtegenwoordige slogan en vervolgens een meme, een cultureel stop¬woordje, onderwerp van ironie en parodie. Al die woorden en beelden gaven betekenis – en vlakten die toen onvermijdelijk weer af.
Maar dat eigenaardige gevoel die middag is me bijgebleven – de gewaarwording dat ik tegenover iets stond dat ik niet kon bevatten, iets rauws en elementairs, dat zich heel even onttrok aan al mijn redelijke verklaringen en beschouwingen. De slachtpartij die zich daar had afgespeeld liet zich een paar uur lang niet inpassen in mijn werkelijk¬heid.”

 

 
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

09-12-16

In Memoriam Peter van Straaten

 

In Memoriam Peter van Straaten

De Nederlandse cartoonist, illustrator en striptekenaar Peter van Straaten is donderdag op 81-jarige leeftijd overleden. Volgens zijn website gebeurde dat in zijn woonplaats Amsterdam. Peter van Straaten werd geboren in Arnhem op 25 maart 1935. Zie ook alle tags voor Peter van Straaten op dit blog.

 

 

 

*****************************

 

    Peter Van Straaten (25 maart 1935 – 8 december 2016)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende