22-11-16

In Memoriam William Trevor

 

In Memoriam William Trevor

De Ierse schrijver William Trevor is afgelopen zondag op 88-jarige leeftijd overleden. William Trevor werd geboren op 24 mei 1928 in Mitchelstown, County Cork. Zie ook alle tags voor William Trevor op dit blog.

Uit: After Rain

“Owen Dromgould had run his fingers over the bark of trees. He could tell the difference in the outline of their leaves; he could tell the thorns of gorse and bramble. He knew birds from their song, dogs from their bark, cats from the touch of them on his legs. There were the letters on the gravestones, the stops of the organ, his violin. He could see red, berries on holly and cotoneaster. He could smell lavender and thyme.
All that could not be taken from him. And it didn’t matter if, overnight, the colour had worn off the kitchen knobs. It didn’t matter if the china light-shade in the kitchen had a crack he hadn’t heard about before. What mattered was damage done to something as fragile as a dream.
The wife he had first chosen had dressed drably: from silence and inflexions – more than from words – he learned that now. Her grey hair straggled to her shoulders, her back was a little humped. He poked his way about, and they were two old people when they went out on their rounds, older than they were in their ageless happiness. She wouldn’t have hurt a fly, she wasn’t a person you could be jealous of, yet of course it was hard on a new wife to be haunted by happiness, to be challenged by the simplicities there had been. He had given himself to two women; he hadn’t withdrawn himself from the first, he didn’t from the second.
Each house that contained a piano brought forth its contradictions. The pearls old Mrs Purtill wore were opals, the pallid skin of the stationer in Kiliath was freckled, the two lines of oaks above Oghill were surely beeches? ‘Of course, of course,’ Owen Dromgould agreed, since it was fair that he should do so. Belle could not be blamed for making her claim, and claims could not be made without damage or destruction. Belle would win in the end because the living always do. And that seemed fair also, since Violet had won in the beginning and had had the better years.”

 

 
William Trevor (24 mei 1928 – 20 november 2016)

11-11-16

ECI Literatuurprijs 2016 voor Martin Michael Driessen

 

ECI Literatuurprijs 2016 voor Martin Michael Driessen

De Nederlandse schrijver Martin Michael Driessen ontvangt de ECI Literatuurprijs (de vroegere AKO-Literatuurprijs) voor zijn novellenbundel “Rivieren”. Juryvoorzitter Louise Fresco maakte dat gisteravond live in het programma Nieuwsuur bekend vanuit Theater aan het Spui in Den Haag. Zie ook alle tags voor Martin Michael Driessen op dit blog.

Uit: Rivieren

‘‘Als je moet drinken doe het dan ergens waar niemand er last van heeft,’ had zijn vrouw gezegd.
‘Als je moet drinken doe het dan nu,’ had zijn agent gezegd, ‘je repetities voor Banquo beginnen pas in september.’
‘Natuurlijk mag je mijn kano en mijn tent lenen,’ zei zijn zoon, ‘maar ik ga niet met jou die rivier op. Maak je die tocht soms om je dood te zuipen?’
Het had de laatste dagen ononderbroken geregend en de waterstand in Sainte-Menehould was ongewoon hoog voor de maand juli. Bij het avondeten in Le Cheval Rouge dronk hij wijn, op zijn hotelbed whisky uit de fles die hij tijdens de autorit vanuit Brussel al had aangebroken. Hij zou dus alleen gaan. Hij wist dat alcohol hem agressief maakte en begreep dat andere mensen hem meden. Wat dat betrof was hij inmiddels zo tolerant als een lepralijder. Wat hem in de weg stond, dacht hij terwijl hij whisky bijschonk in het plastic bekertje uit de badkamer, was zijn enorme wilskracht. Als hij met zichzelf zou afspreken dat hij nooit meer een druppel zou drinken, zou hij zich daar ook aan houden. Anders zou hij elk zelfrespect verliezen en te gronde gaan. Hij zou nooit meer in de spiegel kunnen kijken als hij zo’n gelofte brak. Hij moest dus goed nadenken voor hij zich committeerde, want dan zat hij er voor de rest van zijn leven aan vast.
‘U bent een alcoholicus,’ had de arts gezegd. ‘Matig drinken is geen oplossing voor u. U moet totaal met de gewoonte breken.’
Daar denk ik over na op de rivier, dacht hij. Misschien is de fles in mijn rugzak de laatste die ik ooit drink. Stel dat ik dat besluit neem. Huwelijk gered. Zoon respecteert zijn vader weer. Carrière aan de Munt gestabiliseerd. Je ziet er tien jaar lang tien jaar jonger uit, je krijgt misschien nog de kans Hamlet te spelen. De fles op het nachtkastje was bijna leeg; maar die in zijn rugzak was voor de rivier. En met anderhalve slaappil zou het moeten gaan.
Wil je het drinken echt opgeven, dacht hij terwijl hij een sigaret opstak. Het is geen geluk, maar het lijkt er wel verdomd veel op. Meer dan al het andere dat je kent.”

 

 
Martin Michael Driessen (Bloemendaal, 19 april 1954)

In Memoriam Leonard Cohen

 

In Memoriam Leonard Cohen

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen is op 82-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn management in de nacht van donderdag op vrijdag gemeld. Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

 

You Want It Darker

If you are the dealer, I'm out of the game
If you are the healer, it means I'm broken and lame
If thine is the glory then mine must be the shame
You want it darker
We kill the flame

Magnified, sanctified, be thy holy name
Vilified, crucified, in the human frame
A million candles burning for the help that never came
You want it darker

Hineni, hineni
I'm ready, my lord

There's a lover in the story
But the story's still the same
There's a lullaby for suffering
And a paradox to blame
But it's written in the scriptures
And it's not some idle claim
You want it darker
We kill the flame

They're lining up the prisoners
And the guards are taking aim
I struggled with some demons
They were middle class and tame
I didn't know I had permission to murder and to maim
You want it darker

Hineni, hineni
I'm ready, my lord

Magnified, sanctified, be thy holy name
Vilified, crucified, in the human frame
A million candles burning for the love that never came
You want it darker
We kill the flame

If you are the dealer, let me out of the game
If you are the healer, I'm broken and lame
If thine is the glory, mine must be the shame
You want it darker

Hineni, hineni
Hineni, hineni
I'm ready, my lord

Hineni
Hineni, hineni
Hineni

 


Leonard Cohen (21 september 1934 – 10 november 2016)

 

 

05:21 Gepost door Romenu in Actualiteit, In Memoriam, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-11-16

In Memoriam Helga Ruebsamen

 

In Memoriam Helga Ruebsamen

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen is op 82-jarige leeftijd overleden. Haar uitgeverij liet weten dat de schrijfster stierf in de nacht van maandag op dinsdag in haar woonplaats Den Haag. Helga Ruebsamen is op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

Uit:Het lied en de waarheid

“Elke dag, zodra de zon onderging, klommen langs de muren van onze waranda kleine hagedissen omhoog.
‘Daar zijn de tjitjaks al.’
De nachtmensen staken de lampen aan, in de kamers en op de waranda. De theemevrouwen namen afscheid en gingen naar huis. De dag was voorbij, de nacht begon.
Mijn moeder liep mee met de visite tot onder de waringin en wuifde de bezoeksters en hun kinderen na. Ik stond op de waranda en luisterde naar de geluiden die van de Lembangweg kwamen. Ik kon horen dat de auto’s naar boven reden, de berg op, waar de zon al in de vulkaan lag te slapen. Of dat ze naar beneden gingen, naar Bandoeng, de stad waar de dierentuin was en de kliniek van mijn vader. Er was vaak feest in de stad, dan reden de auto’s sneller.
Mijn moeder kwam terug; ik hoorde haar zingen voordat ik haar zag. Ze haastte zich niet, ze slenterde en stond af en toe stil, zodat de lichte vlek, die zij in het donker was, maar heel langzaam groter werd. Als het eenmaal zover was dat ik meer van haar kon onderscheiden dan de kleur van haar jurk, dan zag ik ook haar witblonde krulletjes en zelfs haar lichte ogen. Ze was dan al zo dichtbij dat ze mij kon aanraken.
‘Ziezo, de waranda is weer voor ons alleen,’ zei mammie.
Ze strekte zich uit op de sofa en wenkte mij. ‘Al dat bezoek,’ zuchtte ze, ‘en nooit eens iemand met wie je kunt praten.’
De tjitjaks hadden hun plaats gevonden. Ze waren aan het plafond verstard tot versierselen van hout. Maar met bliksemsnelle uitschieters maakten ze alle insecten buit die in hun nabijheid verzeilden.
In de kamers en op de waranda brandden de lampen, zodat de nacht niet boven op ons kon vallen. De nacht maakte dat er geen verschil meer was tussen binnen en buiten. Koelte en duisternis waren ’s nachts overal. Iedereen was veilig, mens, dier en plant, onder een donkere koepel zo groot als de wereld.
Wanneer de lucht, de aarde en het water dezelfde donkere tint hadden gekregen, kwamen de tokeh. Iedere nacht wachtte ik op de tokeh. Hij was de grote broer van de tjitjaks.
Ik hoefde pas naar bed als de eerste tokeh zich had laten horen. Alle andere nachtdieren waren er dan al: vliegende honden, krekels, brulkikkers. Hun luidruchtig concert was in volle gang.
De tokeh liet zich zelden zien, maar hij riep om de zoveel tijd luid zijn eigen naam, zodat wij en andere tokehs wisten dat hij er was. Hoe vaker de tokeh riep, des te meer geluk hij bracht. Iedereen kon hem verstaan, ook wij. Zodra de tokeh begon, hielden wij op met praten. Zachtjes telden wij mee. Een… twee… drie, het duurde lang.
Zou er nog wel een volgende roep komen? Ja, nog een. Snel verder, vier, vijf, zes, zeven. Dan werd het hoe langer hoe spannender, omdat bij negen keer het geluk zou gaan stromen. Riep de tokeh twaalf keer, dan kregen wij een lang leven, veel dappere zonen, een bekoorlijke dochter en een onmetelijk fortuin.”

 

 
Helga Ruebsamen (4 september 1934 – 8 november 2016)

26-10-16

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

 

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

De Amerikaanse schrijver Paul Beatty heeft de Man Booker Prize 2016 gewonnen met zijn roman “The Sellout”. Beatty is de eerste Amerikaan die de prijs ontvangt. Zie ook alle tags voor Paul Beatty op dit blog.

Uit: The Sellout

“For the twenty years I knew him, Dad had been the interim dean of the department of psychology at West Riverside Community College. For him, having grown up as a stable manager's son on a small horse ranch in Lexington, Kentucky, farming was nostalgic. And when he came out west with a teaching position, the opportunity to live in a black community and breed horses was too good to pass up, even if he'd never really been able to afford the mortgage and the upkeep.
Maybe if he'd been a comparative psychologist, some of the horses and cows would've lived past the age of three and the tomatoes would've had fewer worms, but in his heart he was more interested in black liberty than in pest management and the well-being of the animal kingdom. And in his quest to unlock the keys to mental freedom, I was his Anna Freud, his little case study, and when he wasn't teaching me how to ride, he was replicating famous social science experiments with me as both the control and the experimental group. Like any "primitive" Negro child lucky enough to reach the formal operational stage, I've come to realize that I had a shitty upbringing that I'll never be able to live down.
I suppose if one takes into account the lack of an ethics committee to oversee my dad's childrearing methodologies, the experiments started innocently enough. In the early part of the twentieth century, the behaviorists Watson and Rayner, in an attempt to prove that fear was a learned behavior, exposed nine-month-old "Little Albert" to neutral stimuli like white rats, monkeys, and sheaves of burned newsprint. Initially, the baby test subject was unperturbed by the series of simians, rodents, and flames, but after Watson repeatedly paired the rats with unconscionably loud noises, over time "Little Albert" developed a fear not only of white rats but of all things furry. When I was seven months, Pops placed objects like toy police cars, cold cans of Pabst Blue Ribbon, Richard Nixon campaign buttons, and a copy of The Economist in my bassinet, but instead of conditioning me with a deafening clang, I learned to be afraid of the presented stimuli because they were accompanied by him taking out the family .38 Special and firing several window-rattling rounds into the ceiling, while shouting, "Nigger, go back to Africa!" loud enough to make himself heard over the quadraphonic console stereo blasting "Sweet Home Alabama" in the living room. To this day I've never been able to sit through even the most mundane TV crime drama, I have a strange affinity for Neil Young, and whenever I have trouble sleeping, I don't listen to recorded rainstorms or crashing waves but to the Watergate tapes.”

 

 
Paul Beatty (Los Angeles, 9 juni 1962)

13-10-16

Nobelprijs voor Literatuur 2016 voor Bob Dylan

 

Nobelprijs voor Literatuur 2016 voor Bob Dylan

 

De Nobelprijs voor de Literatuur is dit jaar toegekend aan de Amerikaanse zanger, songwriter en dichter Bob Dylan. Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman op 24 mei 1941 in Duluth, Minnesota. Zie ook alle tags voor Bob Dylan op dit blog

 

Mr. Tambourine Man

Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
I'm not sleepy and there is no place I'm going to
Hey !
Mr Tambourine Man, play a song for me
In the jingle jangle morning I'll come followin' you.
Though I know that evenin's empire has returned into sand
Vanished from my hand
Left me blindly here to stand but still not sleeping
My weariness amazes me, I'm branded on my feet
I have no one to meet
And the ancient empty street's too dead for dreaming.

Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
I'm not sleepy and there is no place I'm going to
Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
In the jingle jangle morning I'll come followin' you.

Take me on a trip upon your magic swirlin' ship
My senses have been stripped, my hands can't feel to grip
My toes too numb to step, wait only for my boot heels
To be wanderin'
I'm ready to go anywhere, I'm ready for to fade
Into my own parade, cast your dancing spell my way
I promise to go under it.

Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
I'm not sleepy and there is no place I'm going to
Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
In the jingle jangle morning I'll come followin' you.

Though you might hear laughin', spinnin' swingin' madly across the sun
It's not aimed at anyone, it's just escapin' on the run
And but for the sky there are no fences facin'
And if you hear vague traces of skippin' reels of rhyme
To your tambourine in time, it's just a ragged clown behind
I wouldn't pay it any mind, it's just a shadow you're
Seein' that he's chasing.

Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
I'm not sleepy and there is no place I'm going to
Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
In the jingle jangle morning I'll come followin' you.

Then take me disappearin' through the smoke rings of my mind
Down the foggy ruins of time, far past the frozen leaves
The haunted, frightened trees, out to the windy beach
Far from the twisted reach of crazy sorrow
Yes, to dance beneath the diamond sky with one hand waving free
Silhouetted by the sea, circled by the circus sands
With all memory and fate driven deep beneath the waves
Let me forget about today until tomorrow.

Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
I'm not sleepy and there is no place I'm going to
Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me
In the jingle jangle morning I'll come followin' you.

 

 
Bob Dylan (Duluth, 24 mei 1941)

 

 

In Memoriam Dario Fo

 

In Memoriam Dario Fo

De Italiaanse schrijver, regisseur en acteur Dario Fo die in 1997 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg, is op 90-jarige leeftijd overleden. Dat meldt de Italiaanse regering. Dario Fo werd geboren in Leggiuno-Sangiamo op 24 maart 1926. Zie ook alle tags voor Dario Fo op dit blog.

Uit: Mistero Buffo (Mary at the Cross, vertaald door Ed Emery)

“SOLDIER: I told you before, lady! there is only one way to make him happy: kill him at once. If you want to hurry it up and take that lance leaning over there, we soldiers will pretend not to see, and you must run up under the cross and stick the point into him with all your strength, stick the lance right into his belly, right in, and then, in a moment, you will see Christ die. [The Madonna faints] What's the matter? Why did she faint? I never even touched her!
MAN: Lay her out... do it gently... and give her room to breathe...
WOMAN: Let's have something to cover her with... she's shivering with the cold...
OTHER MAN: I left my cloak at home...
MAN: Move aside there... Help me to lay her out...
OTHER MAN: And now be quiet and let her recover.
MARY: [As if in a dream] Who are you, up there, young man, I sem to know you. What is it that you want from me?
WOMAN: She's talking in her sleep, she's confused... she's having visions...
GABRIEL: I am Gabriel, the Anel of the Lord. I am he, oh Virgin, the herald of your solitary and delicate love.
MARY: Go spread your wings, Gabriel. return to the radiant joys of Heaven, for there is nothing for you on this vile earth, in this tormented world. Go, so that you do not soil your wings, with their feathers coloured in gentle colours... Don't you see the mud... and the blood... dung and filth...? It's like a sewer... Go, so that your delicate ears are not burst asunder with this desperate crying, the pleading and weeping that arises on all sides. Go, so that you do not sear your bright eyes looking at sores and scabs and boils and flies and worms creeping forth from torn bodies of the dead.
You are not used to this, because in Paradise you have no wailing and lamentation, or wars, or prisons, or men hanged, or women raped. In Paradise there is no hunger, no starvation, nobody sweating with work, wearing themselves to the bone, no children without smiles, no women out of their mids with grief, nobody who suffers to pay the price of original sin. Go, Gabriel, go, Gabriel.
GABRIEL: Grief-stricken woman, whom suffering has struck even in her belly, now I understand clearly... Now that this torment has seized you, seeing the young Lord God nailed up... at this moment, I too understand, just like you...
MARY: You understand, just like me, just lik me? Gabriel, did you bear my son in your swelling belly? Did you bite you lip so as not to scream with pain while giving birth to him? Did you feed him? Did you give him the milk from your breast, Gabriel? Did ou suffer when he was sick with fever, when he was down with measles, and did you stay up all night comforting him when he was crying with his first teeth? No, Gabriel? Well, if you didn't go through all that, then you cannot speak of sharing my grief at this moment...
GABRIEL: You're right, Mary... Forgive my presumption. I said it because my heart is breaking within me. I who thought that I was above all suffering. But I come to remind you that it is just this, your song, this lament without a voice, this plaint without sobs, this, your sacrifice, and the sacrifice of your son, which will tear apart the heavens, and which will enable men for the first time to enter Paradise!”

 

 
Dario Fo (24 maart 1926 – 13 oktober 2016)

06-10-16

Anton Wachterprijs 2016 voor Roos van Rijswijk

 

De Nederlandse schrijfster Roos van Rijswijk krijgt dit jaar de Anton Wachterprijs, de tweejaarlijkse prijs voor een literair prozadebuut. De schrijfster krijgt die voor haar eerder dit jaar verschenen roman "Onheilig". Van Rijswijk is de twintigste Anton Wachterprijswinnaar. Zie ook alle tags voor Roos van Rijswijk op dit blog.

Uit: Onheilig

“Mijn sigaret was bijna op en ik stak er nog een aan om ze na te kijken, en aan de overkant van mijn straat stonden twee jongens in de keuken, een zwarte en een witte. Ze zwaaiden naar me. want dat doen we altijd. Het zijn studenten of jonge vrienden die ik in het wild niet zou herkennen om-
dat ze in dat raam horen‚ in het gele licht van hun keuken, en ik hoor in mijn raamkozijn met een siga-
rct tussen mijn vingers. Soms krijgen zij mijn kranten‚ de donkere jongen komt ze me dan brengen. Een aai over zijn bol wil ik hetn geven. hij zegt u en mevrouw. Ik durf hem niet te vragen waar hij vandaan komt: Miguel haatte het als mensen dat deden, nog meer dan wanneer hij in de stad voor toerist gehouden werd. 1 am not a tourist, 1 live here.
Ik moet er niet aan denken dat alle laatste keren nog dagen, weken of maanden verder liggen. Kan het niet gewoon klaar zijn?
*
U heeft kinderenf zei de arts.
‘Ja’.
Ik weet niet of mijn leven begon of eindigde toen Miguel kwam, ik neig naar dat laatste. Het eindigde
toen ik doorhad dat hij zou komen, toen het te laat was om hem tegen te houden. Het enige onverwachte wat die jongen ooit gedaan heeft, op zijn plotselinge verhuizing naar nota bene Duitsland na, is geboren worden op de wc van de Bijenkorf. Zo banaal dat je het niet verzinnen kunt, ik zocht een angoratrui en kreeg ineens ontzettende kramp.
Toen kwam Miguel. Zijn naam kreeg hij pas een paar dagen later, op de dag dat Alfons hem aangaf op het gemeentehuis. Doe maar wat. had ik gezegd, in de volle overtuiging dat ik later nog wel eens van dat kind zou gaan houden.”

 


Roos van Rijswijk (Amsterdam, 1985)

27-09-16

Constantijn Huygens-prijs 2016 voor Atte Jongstra

 

Constantijn Huygens-prijs 2016 voor Atte Jongstra

Aan de Nederlandse schrijver Atte Jongstra is de Constantijn Huygens-prijs toegekend. Hij krijgt de prijs voor zijn hele oeuvre, maakte de Jan Campert-Stichting maandag bekend. De Nederlandse schrijver en essayist Atte Jongstra werd geboren in Terwispel op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor Atte Jomgstra op dit blog.

Uit: Klinkende ikken

 “Je zou er na vijftig jaar toch eens aan gewend moeten zijn, maar de naam van mijn familie komt me nog steeds belachelijk voor. Ik krijg een heel vreemd gevoel als ik onder een krantenstuk of op de omslag van een boek de naam Jongstra zie staan. Ik heb geprobeerd eroverheen te komen door de hoofdpersoon van een roman (De tegenhanger, 2003) mijn naam te geven.Het hielp niet. Heette ik maar Van der Linde, Oosterbaan, Roorda van Eysingha of gewoon De Leeuw.
Ik las eens een stuk in een oude krant waarin iemand voorkwam die werd aangeduid met ‘Veldwachter Jongstra’. Natuurlijk, dacht ik. Alle veldwachters heten Jongstra en daarom moeten alle Jongstra’s veldwachters zijn. Wat kunnen mensen met zo’n achterlijke naam anders worden dan veldwachter? Mijn grootvader en zijn broer waren het allebei. Mijn vader was weliswaar onderwijzer, maar in ons dorp was dat tevens een soort hulpagent, een nevenfunctie die hij met verve vervulde.
Ik heb altijd gedacht dat er maar heel weinig mensen Jongstra heten. Dat was in mijn ijdele dagen. Van De Jong, Jongsma, Jongema heb je er heel veel, maar Jongstra – nee.
Ik zat eens op een veiling en had al enkele pakketten boeken gekocht. Bij een ander gewenst lot verloor ik bij het bieden.
‘Welke naam mag ik noteren?’ vroeg de veilingmeester.
‘Jongstra,’ riep de gelukkige koper.
Ik stond verbijsterd op: ‘Dat kan niet, zo heet ik!’
Klaterend applaus.
Zoiets doet je voelen dat je Jongstra heet.
Het is verschrikkelijk een naam als de mijne te moeten dragen, terwijl ik denk dat iemand als Harry Mulisch altijd verrukt is geweest van zijn naam.
Het beeld van een boekwinkel met in de etalage “DeWerken van Atte Jongstra” is eenvoudigweg lachwekkend. “Verzamelde gedichten van Atte Jongstra”? Ondenkbaar. Wie wil zulke gedichten lezen? Met pseudoniemen goochelen heb ik heus gedaan, ik ben echter altijd weer bij Jongstra teruggekomen. Macht der gewoonte? De kracht van dat ene, ellendige feit dat ik Jongstra heet? Ik kon er hoe dan ook niet tegenop.
Deze naam is dus de mijne. Daar komt mijn miserabel uiterlijk nog eens bij. Wat heb ik als jongen in de schooltoiletten vaak voor de spiegel gestaan en bittere tranen gestort. Een rooie kop. Een onaangenaam gezicht, glimmend (niet droog). Mijn haar als in een helm op het hoofd, als een dicht bos veren; ik zou later nog eens het scheldwoord ‘helmcasuaris’ toegeslingerd krijgen. Ik smeerde er vet in, maar het wou zich niet neerleggen. Absurd, nooit zoiets bij anderen gezien. Dan ging ik naar huis om er onmiddellijk in een spiegeltje te kijken.”

 

 
Atte Jongstra (Terwispel, 13 augustus 1956)

17-09-16

In Memoriam Edward Albee

 

In Memoriam Edward Albee

 

De Amerikaanse toneelschrijver Edward Albee is op 88-jarige leeftijd overleden. Edward Albee werd geboren op 12 maart 1928 in Washington DC. Zie ook alle tags voor Edward Albee op dit blog.

Uit: Who’s Afraid of Virginia Woolf?

„GEORGE. Well. just stay on your feet, that’s all These people are your guess, you know, and…
MARTHA. I can’t even see you I haven’t been able to see you for years…
GEORGE. if you pass out, or throw up, or something…
MARTHA. I mean, you’re a blank, a cipher…
GEORGE. and try to keep your clothes on. too. There aren’t many more sickening sights than you with a couple of drinks in you and your skirt up over your head…
MARTHA : …..a zero………
GEORGE. . . . your heads I should say . .. (The fiontdoorbell chimes.)
MARTHA: Party! Party!
GEORGE. Murderously) I’m really looking forward to this, Martha…
MARTHA. (Same) Go answer the door.
GEORGE. (Not moving.) You answer it.
MARTHA. Get to that door, you. (He does not move.) I'll fix you, you…
GEORGE. (Fake-spits.) To you (Door chime again.)
MARTHA. (Shouting… to the door.) C’MON IN! (To George, between her teeth.) I said, get over there!
GEORGE. (Moving toward the door.) All right, love whatever love wants. Isn’t it nice the way some people have manners, though, even in this day and age? Isn’t it nice that some people won’t just come braking into other people’s house: even if they do hear some subhuman monster yowling at ’em from inside…?

 

 
Scene uit de film van Mike Nichols met o.a. Richard Burton en Elizabeth Taylor (1966)

 

MARTHA. FUCK YOU! (Simultaneously with Martha’s last remark, George flings open the font door. Honey and Nick are framed in the entrance. There is a brief silence then…)
GEORGE. (Ostensibly a pleased recognition of Honey and Nick, but really satifaction at having Martha’s explosion overheard)
Ahhhhhhhhh!
MARTHA. (A little too loud... to cover) HI! Hi, there…c’mon in!
HONEY and NICK. (Ad lib.) Hello, here we are hi… (Etc.)
GEORGE. (Very matter-off-factky) You must be our little guests.
MARTHA. Ha, ha, ha, HA! Just ignore old sour-puss over there. C’mon in, kids give your coats and stuff to sour-puss.
NICK. (Without expression.) Well, now, perhaps we shouldn’t have come.
HONEY. Yes… it is late, …and…
MARTHA. Late! Are you kidding? Throw your stuff down anywhere and c’mon in.
GEORGE. (Vaguely walking away) Anywhere . .. furniture, floor doesn’t make any difference around this place.
NICK. (To Honey) I told you we shouldn’t have come.
MARTHA. (Stentorian) I said c’mon in! Now c’mon!”

 

 
Edward Albee (12 maart 1928 – 16 september 2016)

Bewaren

03-07-16

In Memoriam Elie Wiesel

 

In memoriam Elie Wiesel

De Amerikaans Joodse schrijver en Holocaust-overlevende Elie Wiesel is op 87-jarige leeftijd overleden. Elie Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Elie Wiesel op dit blog.

Uit: Night

"There are no Kabbalists in Sighet," my father would often tell me.
He wanted to drive the idea of studying Kabbalah from my mind. In vain. I succeeded on my own in finding a master for myself in the person of Moishe the Beadle.
He had watched me one day as I prayed at dusk.
"Why do you cry when you pray?" he asked, as though he knew me well.
"I don't know," I answered, troubled.
I had never asked myself that question. I cried because ... because something inside me felt the need to cry. That was all I knew.
"Why do you pray?" he asked after a moment.
Why did I pray? Strange question. Why did I live? Why did I breathe?
"I don't know," I told him, even more troubled and ill at ease. "I don't know."
From that day on, I saw him often. He explained to me, withgreat emphasis, that every question possessed a power that was lost in the answer ...
Man comes closer to God through the questions he asks Him, he liked to say. Therein lies true dialogue. Man asks and God replies. But we don't understand His replies. We cannot understand them. Because they dwell in the depths of our souls and remain there until we die. The real answers, Eliezer, you will find only within yourself.
"And why do you pray, Moishe?" I asked him.
"I pray to the God within me for the strength to ask Him the real questions."
We spoke that way almost every evening, remaining in the synagogue long after all the faithful had gone, sitting in the semidarkness where only a few half-burnt candles provided a flickering light.
One evening, I told him how unhappy I was not to be able to find in Sighet a master to teach me the Zohar, the Kabbalistic works, the secrets of Jewish mysticism. He smiled indulgently. After a long silence, he said, "There are a thousand and one gates allowing entry into the orchard of mystical truth. Every human being has his own gate. He must not err and wish to enter the orchard through a gate other than his own. That would present a danger not only for the one entering but also for those who are already inside."
And Moishe the Beadle, the poorest of the poor of Sighet, spoke to me for hours on end about the Kabbalah's revelations and its mysteries. Thus began my initiation. Together we would read, over and over again, the same page of the Zohar. Not to learn it by heart but to discover within the very essence of divinity.
And in the course of those evenings I became convinced that Moishe the Beadle would help me enter eternity, into that time when question and answer would become ONE.”

 

 
Elie Wiesel (30 september 1928 – 2 juli 2016)

22-06-16

In Memoriam Henk Hofland

 

In Memoriam Henk Hofland

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland is dinsdagochtend overleden. Hij is 88 jaar oud geworden. Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Henk Hofland op dit blog.

Uit: Tegels lichten

“Van Troelstra is de waarneming afkomstig, dat na de invoering van het algemeen kiesrecht de bourgeoisie zich van de democratie en het parlementarisme heeft afgekeerd en ook in Nederland sympathie heeft gekregen voor een beetje dictatuur. In mei 1940 stond het er met de Nederlandse democratie niet uitstekend voor, zoals ook toen al vaak werd vastgesteld. Maar de kritiek kwam van twee kanten. Er was een sociaaldemocratische en vrijzinnig liberale minderheid, die via de parlementaire democratie naar emancipatie streefde. En er was een niet geringe, zelfbewuste minderheid die vond dat er al meer dan genoeg werd geëmancipeerd, dat al veel te veel mensen hun neus in de publieke zaak staken, en dat de parlementaire democratie dit hinderlijke proces alleen maar bevorderde, zodat een manier moest worden gevonden om in te grijpen (typische term uit de notabele woordenschat). De eerste vorm van kritiek wilde zichzelf versterken met behulp van de parlementaire methoden; de tweede wilde ook een versterkte positie, maar ten koste van het democratische systeem.
In mei 1940 werden daarom de critici van de eerstgenoemde soort van een probleem verlost: de democratische procedures werden opgeheven. Voor de anderen ontstond min of meer per mirakel het praktische vraagstuk van het wegen en grijpen der nieuwe kansen.
Het morele onderzoek dat hierop betrekking heeft, is nog altijd in volle gang, maar komt in dit verhaal niet voor. Vandaar dat hierna geen sprake zal zijn van goed of fout gedrag, collaboratie, onverzoenlijkheid, vaderlandsliefde, landverraad, enz. Het gaat er meer om, een verschijnsel in de Nederlandse politiek te beschrijven dat niet tot de oorlog is beperkt, maar dat voor 1940 ook al bestond en dat na 1945 zijn invloed op het Bestel onverzwakt heeft behouden. Dat is misschien niet de sympathie van de ‘bourgeoisie’ van Troelstra voor ‘het kleine beetje dictatuur’. Het is meer het gevoel of het besef dat heerst bij menig bestuurder, autoriteit, politicus, directeur en magistraat, zijn natuurlijk inzicht, dat hij en zijn gelijken het onvervreemdbare monopolie hebben om te bekokstoven. We hebben niet te doen met een kwaadwillig potentatisme, maar met het voortdurend nemen van ‘rustige, weloverwogen beslissingen’, gedekt door de magie der geheimhouding en een passende gelegenheidsideologie.”

 

 
Henk Hofland (20 juli 1927 – 21 juni 2016)

21-06-16

In Memoriam Benoîte Groult

 

In Memoriam Benoîte Groult
 

De Franse feministische schrijfster Benoîte Groult is gisteren op 96-jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar familie bekendgemaakt. Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook alle tags voor Benoîte Groult op dit blog.

Uit: Mon évasion

« Ce ne serait sans doute pas inintéressant de le savoir et c’est indispensable pour les psychanalystes face à des patients qui souffrent de leur enfance comme d’une plaie qui ne veut pas se refermer. Autrefois on se passait très bien d’enfance. Elle n’occupait pas la place primordiale dans une exis-tence.
Elle n’occupera pas non plus une place primor-diale dans ce livre. Car je n’ai aucun procès à ins-truire, aucune rancune à assouvir, aucune excuse à invoquer pour expliquer que je n’aie pas été une surdouée ou un de ces cancres magnifiques que tant d’écrivains se vantent d’avoir été. L’éducation qu’on me donnait, en revanche, les personnes qui me la dis-pensaient jettent un éclairage indispensable pour comprendre comment je suis devenue cette adoles-cente timorée et incapable d’exploiter ses dons, alors que tant de fées s’étaient penchées sur mon berceau.
J’étais une gentille petite fille avec de très grands yeux bleus un peu fixes, une frange de cheveux châ-tains bien raides et une bouche trop charnue pour l’époque et que je laissais souvent ouverte, ce qui me donnait un air débile qui désolait ma mère. Comme elle n’était pas femme à se désoler mais à agir, afin de me rappeler de mimer cette bouche en cœur qui était à la mode pour les filles dans les années 30, elle me soufflait en public, dans un chuchotement que je jugeais tonitruant : « Pomme, Prune, Pouce, Rosie ! »
Je ne lui ai jamais répondu « Zut Maman ! ». Je devais bien être débile quelque part… Docile, je ras-semblais mes deux lèvres pour qu’elles ressemblent à celles de ma sœur qui étaient parfaites. Comme tout le reste de son être aux yeux de ma mère. Ah ! se dit le psy, l’air connu de la jalousie !
Eh bien non, même pas. J’aimais ma petite sœur, de quatre ans ma cadette et, en tout cas, je ne l’ai jamais haïe. Je l’ai à peine torturée, de bonnes grosses bri-mades bien innocentes. Après tout, je n’avais jamais prétendu adorer ma mère comme elle. Il est donc normal que maman préférât le genre de beauté de Flora et l’attachement passionné qu’elle lui a d’ail-leurs voué toute sa vie."

 

 
Benoîte Groult (31 januari 1920 – 20 juni 2016)

10-06-16

C. Buddingh'-Prijs voor Marieke Rijneveld

 

C. Buddingh'-Prijs voor Marieke Rijneveld

Het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het afgelopen jaar is geschreven door de Nederlandse dichteres en schrijfster Marieke Rijneveld. Voor haar bundel Kalfsvlies kreeg ze donderdag de C. Buddingh'-Prijs. Rijneveld nam de prijs in ontvangst op het Poetry International Festival in Rotterdam. Marieke Rijneveld werd geboren in Nieuwendijk in 1991. Zie ook alle tags voor Marieke Rijneveld op dit blog.

 

Hol genoeg om een echo te verbergen

We mochten geen vragen stellen maar wel antwoorden bedenken, mama huilde
veel in de tijd dat we nog geen meter waren en ze ons leerde dat de dood een echo
had die nasuisde tot ver in je trommelvliezen, vergat steeds om mijn koude
handen in mijn broekzakken te steken, ze niet tot vuist te maken maar plat

zoals ik ze op de glasplaat van de kist van mijn broer liet vallen als twee
vochtige zeesterren, de zee zich ineens boven onze hoofden bevond
iemand had de vloer weggeschoven en niet meer teruggelegd zei opa die
mijn angsten tot duiven vormde: om ze tam te maken

moest ik ze van kop naar staart aaien en één keer in de week loslaten in
het weiland achter de stal, toekijken hoe ze wegvlogen maar in de nacht tikten ze
weer met hun snavels tegen het slaapkamerraam, belde hij in paniek de loodgieter
uit de straat omdat er gaten in zijn kleinkinderen zaten, ze lekten liters tranen.

Troosten was toen nog als inparkeren, het is meten en weten en toch schat je het
vaak te krap in, blijf je zoeken naar de juiste plaats, een omhelzing heeft soms
ook meerdere rondjes om elkaar heen nodig. Op tafel stonden theeglazen
gevuld met jenever, vreemde wijsvingers roerden door de ijsklontjes er klonk vrolijk

gerinkel terwijl de dood nog een klap moest maken zoals antwoorden een paar
seconden de tijd nodig hebben om te landen in hoofden van publiek, waren
wij hier het publiek of hadden we andermans broekzakken nodig om de warmte van
een lichaam te voelen, ik pakte een wijsvinger en opende mijn mond, roer maar dacht

ik nog laten we doen alsof we elkaar beet willen pakken maar we steeds van elkaar
wegglippen, terugtrekken betekende dat de klap niet bij iedereen hetzelfde
binnenkwam, zij niet hol genoeg waren om de echo te verbergen.

Naast de dominee stond de tandarts, de enige man in ons leven die oog had
voor alles wat we voor onze kiezen kregen en begreep dat ‘s nachts onze oren in
zeeschelpen veranderden waarin we niet de zee hoorden suizen maar de dood
broer steeds weer in ons hart naar boven kwam gedreven.

 

 
Marieke Rijneveld  (Nieuwendijk, 1991)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende