23-09-17

De mist (Jan Prins), Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 
Misty Morning door Alfred Sisley, 1874

 

 

De mist

De mist, onzeker,
dan grauw, dan bleker
hangt om ons heen.
De schim van stranden,
van lage landen,
verzonk, verdween.

Wij turen, turen
door eenzame uren
en dan, een wijl, -
als vanuit dromen
tot ons gekomen, -
verschijnt een zeil.

Wij zien, - een rimpel
in 't licht, - de wimpel
hoog in de mist
voorbij ons drijven.
Daaronder blijven
als weggewist

de vage lijnen,
die weer verdwijnen.
Een horen klinkt,
en van een schinkel
rukt het gerinkel.
En dan verzinkt

alles in 't wijde
vaal uitgespreide
voor ons gezicht.
De mist, al-nauwer,
dan bleek, dan grauwer
klemt om ons dicht.

 

 
Jan Prins (5 februari 1876 – 9 februari 1948)
Rotterdam, de geboorteplaats van Jan Prins

 

 

Zie voor de schrijvers van de 23e september ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

11:26 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jan prins, dolce far niente, romenu |  Facebook |

Peter Drehmanns, Inge Boulonois, Antonio Tabucchi, Tom de Cock, Ellen Warmond, Olga Kirsch, Mary Coleridge

 

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 

Victors verweer

Hij heet Victor en zijn plasser ziet eruit als een verfrommeld kotszakje. In plaats van een ritslipje heeft zijn jas een paperclip. En als hij zijn bril afzet wil de wereld niets meer met hem te maken hebben.
Maar dat maakt hem nog niet kansloos.
Hij is jong genoeg om het leven aan te kunnen en oud genoeg om het aan zijn laars te lappen. Of andersom.
Op een heldere winterochtend van het jaar 19.. klapte Victor de kleppen van zijn pet naar beneden en ging op het zadel zitten. Een vliegenier op een fiets - het moet een belachelijk gezicht zijn geweest. Maar zijn oren, zijn vleermuisdunne oren eisten respect en mochten niet worden blootgesteld aan polaire geselingen. Hij begaf zich op weg naar het postkantoor.
Hoewel hij zeker wist dat de brief het standaardgewicht niet overschreed, liet hij hem wegen door de postbeambte. Niets mocht aan het toeval worden overgelaten. Op de envelop had hij haar naam en adres met de Parker 51 geschreven, die hij uitsluitend gebruikte voor liefdesbrieven. Hij wachtte tot hij de brief in de postzak zag verdwijnen.
De hele dag had hij jeuk aan zijn ogen. Men zei dat het kwam door de barbaarse kou. Hij geloofde er geen woord van. Hij wreef zo hard en zo vaak in zijn ogen dat hij vreesde dat ze zouden verpulveren.
In de vroege avond, toen de dag rood aan de randen werd (als een in brand gestoken vel papier dat langzaam naar het midden toe krult en ten slotte in zwarte slierten uiteenvalt), metselde Victor zijn brievenbus dicht. Hij verstevigde het cement met zijn collectie Bic-pennen, die nu als speerpunten de postbode opwachtten. Tussen hen in troonde de Parker 51, de veldmaarschalk. Zijn gouden bajonet glom van trots.

 

 
Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

Lees meer...

Leni Saris, Jaroslav Seifert, Theodor Körner, Euripides, Emma Orczy, Daniel Czepko von Reigersfeld

 

De Nederlandse schrijfster Leni Saris werd geboren in Rotterdam op 23 september 1915. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Leni Saris op dit blog.

Uit: Zomaar een dak

“Dorrith en Maxi Sunderman waren in de omgeving minder bekend om het feit dat ze tweelingen waren, als door het feit dat ze in de gekste verwikkelingen verzeild raakten. Dat wilde zeggen, dat Maxi de moeilijkheden veroorzaakte en Dorrith, meestal met succes, probeerde haar eruit te halen. Uiterlijk leken ze verwarrend op elkaar, maar innerlijk waren ze zo verschillend als twee mensen maar kunnen zijn. Maxi was vrolijk, voortvarend en wild. Ze dacht wel degelijk, maar meestal te laat. Dorrith, veel kalmer, was ook vrolijk, maar ze dacht na voor ze iets deed, en ze gaf niet op als ze zich eenmaal iets in het hoofd had gezet. Dat betekende dat ze in haar kleuterjaren vocht voor Maxi als ze het niet anders kon winnen. Maxi deed weinig voor Dorrith, want die kwam nooit in moeilijkheden, tenzij door het beroep dat haar zusje op haar deed. Toch waren ze niet de verknochte tweeling die geen stap zonder elkaar kan doen. Ze hadden hun eigen vrienden en vriendinnen en gingen zo veel mogelijk hun eigen weg. Hun ouders waren er blij mee en mevrouw Sunderman had de meisjes, hoe vreemd iedereen het ook vond, na hun kleuterperiode nooit meer in dezelfde kleren en kleuren gestoken. Dorothea had zichzelf kortweg Dorrith genoemd en Maria Xenia was voor het gemak Maxi geworden. En als mevrouw Sunderman een enkele maal heel moe was, zuchtte ze diep en zei meer dan eens: ‘En dan zeggen ze nog dat een naam er niets toe doet! Maxi… ze is inderdaad in alles Maxi. Zou ze anders zijn geweest als we haar Mini hadden genoemd? Ik word dol van dat kind!’ Dat zei ze niet vaak. Maar wel op de beruchte middag die Maxi enkele ontvellingen opleverde wegens een conflict met een grotere jongen die haar bal had afgepakt, en Dorrith een compleet regenboog-oog, omdat ze gevochten had om de gillende zuster uit de handen van het zeer hardhandig exemplaar van het andere geslacht te halen.
„Ik kon er niets aan doen!” loeide Maxi. „Het was een gemene jongen!”
„Vecht dan voor jezelf,” stelde haar vader vermoeid voor. „Gil niet altijd om je zus. Vertel me nou eens of jij voor haar hetzelfde zou doen, hè?”
„Dat weet ik niet,” bekende Maxi eerlijk. Ze veegde over haar betraande gezicht.”

 

 
Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)
Cover

Lees meer...

22-09-17

Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Nick Cave, Fay Weldon, György Faludy, Hans Leip, Uri Zvi Greenberg, Rosamunde Pilcher, Nathan Hill

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

In the Theatre

Sister saying—‘Soon you'll be back in the ward,'
sister thinking—‘Only two more on the list,'
the patient saying—‘Thank you, I feel fine';
small voices, small lies, nothing untoward,
though, soon, he would blink again and again
because of the fingers of Lambert Rogers,
rash as a blind man's, inside his soft brain.

If items of horror can make a man laugh
then laugh at this: one hour later, the growth
still undiscovered, ticking its own wild time;
more brain mashed because of the probe's braille path;
Lambert Rogers desperate, fingering still;
his dresser thinking, ‘Christ! Two more on the list,
a cisternal puncture and a neural cyst.'

Then, suddenly, the cracked record in the brain,
a ventriloquist voice that cried, ‘You sod,
leave my soul alone, leave my soul alone,'—
the patient's dummy lips moving to that refrain,
the patient's eyes too wide. And, shocked,
Lambert Rogers drawing out the probe
with nurses, students, sister, petrified.

‘Leave my soul alone, leave my soul alone,'
that voice so arctic and that cry so odd
had nowhere else to go—till the antique
gramophone wound down and the words began
to blur and slow, ‘ … leave … my … soul … alone … '
to cease at last when something other died.
And silence matched the silence under snow.

 

 

Angels

Most are innocent, shy, will not undress.
They own neither genitals nor pubic hair.
Only the fallen of the hierarchy
make an appearance these secular days.

No longer useful as artists' models,
dismissed by theologians, morale tends
to be low—even high class angels grumble
as they loiter in our empty churches.

Neutered, they hide when a gothic door opens.
Sudden light blinds them, footsteps deafen,
Welsh hymns stampede their shadows entirely.
Still their stink lingers, cold stone and incense.

But the fallen dare even to Downing Street,
astonish, fly through walls for their next trick;
spotlit, enter the dreams of the important,
slowly open their gorgeous, Carnaby wings.

 

 
Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

Lees meer...

21-09-17

Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder, Xavier Roelens, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann, Max Porter, Paul Ewen

 

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

Uit: The favorite game

“Breavman knows a girl named Shell whose ears were pierced so she could wear the long filigree earrings. The punctures festered and now she has a tiny scar in each earlobe. He discovered them behind her hair. A bullet broke into the flesh of his father's arm as he rose out of a trench. It comforts a man with coronary thrombosis to bear a wound taken in combat. On the right temple Breavman has a scar which Krantz bestowed with a shovel. Trouble over a snowman. Krantz wanted to use clinkers as eyes. Breavman was and still is against the use of foreign materials in the decoration of snowmen. No woollen muf-flers, hats, spectacles. In the same vein he does not approve of inserting carrots in the mouths of carved pumpkins or pinning on cucumber ears.
His mother regarded her whole body as a scar grown over some earlier perfection which she sought in mirrors and windows and hub-caps. Children show scars like medals. Lovers use them as secrets to reveal. A scar is what happens when the word is made flesh. It is easy to display a wound, the proud scars of combat. It is hard to show a pimple.
Breavman's young mother hunted wrinkles with two hands and a magnifying mirror. When she found one she consulted a fortress of oils and creams arrayed on a glass tray and she sighed. Without faith the wrinkle was anointed. "This isn't my face, not my real face." "Where is your real face, Mother?" "Look at me. Is this what I look like?" "Where is it, where's your real face?" "I don't know, in Russia, when I was a girl." He pulled the huge atlas out of the shelf and fell with it. He sifted pages like a goldminer until he found it, the whole of Russia, pale and vast. He kneeled over the distances until his eyes blurred and he made the lakes and rivers and names become an incredible face, dim and beautiful and easily lost. The maid had to drag him to supper.”

 

 
Leonard Cohen (21 september 1934 - 7 november 2016)

Lees meer...

20-09-17

Donald Hall, Javier Marías, Cyriel Buysse, Upton Sinclair, Joseph Breitbach, Adolf Endler, Henry Arthur Jones, Stevie Smith, Hanns Cibulka

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Donald Hall op dit blog.

 

Distressed Haiku

In a week or ten days
the snow and ice
will melt from Cemetery Road.

I'm coming! Don't move!

Once again it is April.
Today is the day
we would have been married
twenty-six years.

I finished with April
halfway through March.

You think that their
dying is the worst
thing that could happen.

Then they stay dead.

Will Hall ever write
lines that do anything
but whine and complain?

In April the blue
mountain revises
from white to green.

The Boston Red Sox win
a hundred straight games.
The mouse rips
the throat of the lion

and the dead return.

 

 
Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

Lees meer...

Hanya Yanagihara

 

De Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara werd geboren op 20 september 1975 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Hanya Yanagihara op dit blog.

Uit: A Little Life

“The eleventh apartment had only one closet, but it did have a sliding glass door that opened onto a small balcony, from which he could see a man sitting across the way, outdoors in only a T-shirt and shorts even though it was October, smoking. Willem held up a hand in greeting to him, but the man didn’t wave back.
In the bedroom, Jude was accordioning the closet door, opening and shutting it, when Willem came in. “There’s only one closet,” he said.
“That’s okay,” Willem said. “I have nothing to put in it anyway.”
“Neither do I.” They smiled at each other. The agent from the building wandered in after them. “We’ll take it,” Jude told her.
But back at the agent’s office, they were told they couldn’t rent the apartment after all. “Why not?” Jude asked her.
“You don’t make enough to cover six months’ rent, and you don’t have anything in savings,” said the agent, suddenly terse. She had checked their credit and their bank accounts and had at last realized that there was something amiss about two men in their twenties who were not a couple and yet were trying to rent a one-bedroom apartment on a dull (but still expensive) stretch of Twenty-fifth Street.
“Do you have anyone who can sign on as your guarantor? A boss? Parents?”
“Our parents are dead,” said Willem, swiftly.
The agent sighed. “Then I suggest you lower your expectations. No one who manages a well-run building is going to rent to candidates with your financial profile.” And then she stood, with an air of finality, and looked pointedly at the door.
When they told JB and Malcolm this, however, they made it into a comedy: the apartment floor became tattooed with mouse droppings, the man across the way had almost exposed himself, the agent was upset because she had been flirting with Willem and he hadn’t reciprocated.
“Who wants to live on Twenty-fifth and Second anyway,” asked JB. They were at Pho Viet Huong in Chinatown, where they met twice a month for dinner. Pho Viet Huong wasn’t very good--the pho was curiously sugary, the lime juice was soapy, and at least one of them got sick after every meal--but they kept coming, both out of habit and necessity. You could get a bowl of soup or a sandwich at Pho Viet Huong for five dollars, or you could get an entrée, which were eight to ten dollars but much larger, so you could save half of it for the next day or for a snack later that night. Only Malcolm never ate the whole of his entrée and never saved the other half either, and when he was finished eating, he put his plate in the center of the table so Willem and JB--who were always hungry--could eat the rest. »


 
Hanya Yanagihara (Los Angeles, 20 september 1975)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hanya yanagihara, romenu |  Facebook |

19-09-17

Crauss, Patrick Marber, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig, Mika Waltari, Hartley Coleridge

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

 

AUF DEM SEE
brot & spiele

hölderlin, von küssen trunken, beisst
in eine birne; saftig
frische nahrung saugt aus jener
frucht er. es ist abend
und der tag
war heiss, wir lassen es uns gutgehn, nackt
im pavillon. den kopf
in den nacken gelegt,
gleichend einem jungen star, den schnabel aufgerissen
mit feuchtem blick empor erwarte ich, was
hölderlin mir eingibt. wolkiggelbes tropfen gleitet
über meine brust, das plätschern schallt
quer übern see;
mir war, als sah ich einen kahn.
da kommt er durch die weide auch in sicht,
an seiner ruderbank aus vollen kräften rudernd
brecht. auf seiner stirn
perlt schwül die luft.
quer übern see
schreit goethe einszwei, einszwei und gefällt sich dabei sehre.
brecht seufzt lang und bang, er atmet kaum;
der kahn, ein altes stück, schwankt, schaukelt und bricht durch:
quer übern see,
ein gurgeln, glucksen,
himmelan ein vogelaufschwung, widerschallt
jetzt unser lachen.
der kahn sinkt nieder, weicher wind erhebt sich und
im trüben licht verschwindet goethe grün mit
brecht im schilf. der tag
war heiss;
sein antlitz rein, so schön im sommer, findet
hölderlin den schritt zum steg, bespiegelt sich und badet dann.
und wenn er aus dem wasser steigt, ists abend
brotzeit.

 

 

august und acker
für jacques austerlitz

du schlägst die augen auf: sand.
du schlägst die augen auf: schnee.
du schlägst auf land und findest
ein kind, das du manchmal warst.

ein junge in hohen strümpfen,
ein junge in seide in furchiger weisse
aus augustwüste und acker.
die nüstern blähen sich blutig, wünschen
sich wind und nicht dieses geschürfte zuhause.
ein junge in hohen strümpfen und goldenen fransen,
und man hört einen heimlichen traktor,
und man hört verschiedenes rufen. der junge
hat ein glas in der hand, auf den rücken geschnallt
die schuhe sind dreck
aus augustwüste, acker und sand.

du schlägst die augen auf: schnee.
du schlägst die augen auf: rot.
du blinzelst, der junge hebt seine hand.
aufschlag, er hat dir gewunken
und trinkt die orangen jetzt leer.

 

 
Crauss (Siegen, 19 september 1971)

Lees meer...

18-09-17

Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak, Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

 

Marken

I
Het knekelveld: hier zag ik hen
toen ik niet beter wist of
aanstonds gingen graven open.
Engelen in blauwe overalls en
plompe modderlaarzen zij spatten
met water alsof het licht was.

Jeu de boules met het hoofd van
een man van honderdtachtig jaar
zij braken de kaak van zijn schedel
een tandeloze kinnebak en er droop
een lijntje van rulle aarde uit.

Rommelend zag ik later op die dag
de trage vuilniswagen naar dit
weiland gaan, de molens kraakten.
Zij gingen als mortel in een vloer
beensplinters, kiezen en weer
die draderige aarde.

De onbereikbaarheid: een brede wetering
om de heuvel vol graven, vol doden
samen met Angelica weet ik de angst
(mijn zusje, mijn zusje - al die verhalen)
wij stellen vast hoe smal de greppel werd.

Is dit te weten dat men ouder werd
het brede water werd een hinkestap
droogt na een jeugd de Lethe uit?

 

II.
Ons sjibbolet is mij reeds lang ontschoten
ik ken de taal niet die men nodig heeft noch
ken ik het gebaar dat vrede sticht en orde
en voor een antwoord zorgt of een gesprek;
er lopen mensen om mij heen aan wie ik ooit
gevraagd heb om een brood, een liter melk.

Nu ik mij witte hemden een lijntje stropdassen
verwierf trek ik mij spoedig terug in een café
de argwaan van een lompe jongen schimmen aan
een tap het werend vocht aan al het meubilair
stellen de engte vast van mijn verblijf.

 

 
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009) 
Marken

Lees meer...

Nicolien Mizee

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Nicolien Mizee werd in 1965 in Haarlem geboren. Toen ze 28 was ging ze naar de Schrijversvakschool, die in 1984 werd opgericht. In 2000, op 35-jarige leeftijd, publiceerde zij haar eerste roman ”Voor God en de Sociale Dienst”,over leven van een bijstandsuitkering, over haar werk als schildersmodel en haar opleiding aan de Schrijversvakschool. Drie jaar later volgde de roman “Toen kwam moeder met een mes”. Dat boek werd een groot succes. Het werd in 2004 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. In 2006 kwam haar derde roman uit: “En knielde voor hem neer”. Intussen had de directeur van de Schrijversvakschool aan Nicolien gevraagd of ze les wilde geven in romans en verhalen schrijven. Daarnaast schreef zij voor het NRC Handelsblad. Later werden die stukjes gebundeld in het boekje “Schrijfles”. In 2015 verscheen “De Halfbroer”. Op 1 september van dit jaar verscheen “De kennismaking. Faxen aan Ger”

Uit: De halfbroer

“Met je moeder: zei ze op harde fluistertoon en alles was direct weer bij het oude. 'Er is iets vreselijks gebeurd. Oom Jan belde om te vragen hoe het met papa ging Ik vertelde natuurlijk dat het verschrikkelijk is, dat papa steeds het parlement toespreekt en de tafel dekt voor zijn dode broer. Dat ik niet weet hoe lang ik dit nog volhoud. En toen kwam ik boven en daar zat papa, met de hoorn in de hand. Hij had alles gehoord. Je moet direct komen? 'Goed,' Zei ik Ik trok het briefje van de muur en kneep het tot een prop, wat lastig was, met één hand. 'Kun je dan een pond tomaten voor me meenemen? Dat is nauwelijks een omweg voorjou, en het is misschien juist wel even prettig voor», een klein onnveggeije. Als ze wagen wat voor tomaten» wilt, dan zegje maar gewoon: 'gewone tomaten'. En als je tóch bij de groenteman bent, kun je dan ook wat selderij meenemen? 0, daar is de dominee. Hallo Johannes! Ja, ik laatje erin_ ik heb mijn dochter aan de telefoon, Nicolien, die ken je nog wel van vroeger, die komt zo om mij met Lex te helpen-.' Toen ik een kwartier later het tuinpad opkwam, zat mijn moeder achter de vleugel met haardominee, een kale man die van adel is en nog met de koningin heeft gecorrespondeerd. Ik haastte me naar boven en vond mijn vader aangekleed op bed, roerloos, de ogen open. 'Ben» echt? vroeg hij. 'Voel maar, zei ik en pakte zijn hand. 'Godzijdank,' zei hij zachijes.'Het werd ook tijd. Ik weet eindelijk waar ik aan zal doodgaan? Waaraan dan? vroeg ik. Aan uitputting. Ik ben gewoon steeds vermoeider. Ik vind het goed zo. Die dokters geven steeds geen antwoord. Ze noemen allerlei ziektes die ik heb, en voegen eraan toe dat ik daar niet aan zal doodgaan. Als ik dan vraag waar ik wél aan zal doodgaan, weten ze geen antwoord. Hij grinnikte:Ik heb een droge mond.' 'Ik zal een glas water voor» halen,' zei ik 'Ik heb een heel goed gesprek met Hans gehad, zei mijn vader.'Hij was
helemaal naakt maar hij zag er heel goed uit. Vannacht stond hij ineens naast mijn bed. Ik heb tegen hem gezegd dat ik zwaar in gebreke ben gebleven indertijd. Hij zei dat het niet gaf. Ik was ontzaggelijk opgelucht.' 'Dat kan ik me voorstellen, zei ik Ja._ Ik zei "Hans, we hebben nooit echt gepráát En ik wil dit gesprek graag voortzetten, maar ik ben nu te moe." Toen zei hij: °Dan doen we het op een ander moment" Ik 7ki: °Dat zou geweldig zijn." Toen was hij weer weg' Wat is er roetje pink? vroeg ik 'Ik ben tegen het hek aangevallen. Eens per week maak Ik een reuzensmak' Hij grinnikte. 'Dat geeft ook niets. Dat is eigenlijk wel aardig. We moesten naar het ziekenhuis. Er zit een scheur in het bot.”

 

 
Nicolien Mizee (Haarlem, 1965)

18:37 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nicolien mizee, romenu |  Facebook |

17-09-17

H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

 

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Gehoorzaam de wesp

Gehoorzaam de wesp
en zijn angel: zet
zoetigheid op tafel
Geliefkoosde dranken

Onder de linden
is het goed toeven,
kleverig
met een wesp op je glas

De wet van de wesp
is ouder dan wielen
hard als gesloten water
in de winter

Tot prinsjesdag, in september
leven de wespen, daarna
gaan zij op reces en
sterven een voor een

 

 

De benzinepomp

Strogele vogelschrik
wreed gestroomlijnd

’s nachts op zijn mooist
in de benzineboomgaard,

verjaagt noch verschrikt:
lokt de koplamp.

Tondelzwam,
vuurgevaarlijk

niet gedetermineerd
door Linnaeus.

Eksters leidt hij langs
’t nikkel in de kassa,

de plukkers drenkt hij
in de boomgaard.

Romp zonder armen,
mokkend crucifix;

een zwam, onwelriekend
aan de muur van stallen.

Aluminium
dagen, ijzeren jaren

kloppend op de snelweg
voedt zijn boodschap.

Benzinepomp,
vijfde evangelieschrijver!

Zuilenheilige
die zijn volgelingen

toeroept ‘Vlieg
naar de koperen einder!

Daar is de zoetheid.
Daar hangt de vrucht’.

 

 

Klein Hoefblad

Hoefblad werpt zijn heel verre van
gloeiende sterren op de groene planeet,
trillende schijnsels in de winterwind:
ze zweven en staan toch bijna stil.

Niet erg dichtbij, op een stuk of wat
parsecs, brandt de Orionnevel op 't groot
gasveld; sterren vóór duizend eeuwen,
bloeiden op, t uur dat de verkenner

scheepging, zijn al bijna roemloze
reis naar de planeet, na parsecs geland.
Rondziend (op zijn stengel) fluistert hij
‘Orion’, pluis bootst de lichten na.

‘Alles zo klein hier’, seint hij stil
naar de Orionnevel: hoefblad blijft hier,
gast uit het blauw die zijn missie vergat,
onontraadseld, fbi en radar ten spijt.

 

 
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)
Cover

Lees meer...

16-09-17

Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

(de buikspreker)

was het Rimbaud die de dichtkunst
aan de vooravond van zijn vertrek
naar Afrika
op de knie heeft genomen zodat ze
wenen kon?

want in Afrika
is het ’t voorrecht van een dichter
immers dat je niet hoeft in te staan
voor je opinies

je neemt het gedicht op je schoot
die schattige
buikpop:
en laat het dan een dans dansend
vrijheidsliederen zingen voor Afrika

 

 

aan de wereld te kunnen zeggen

aan de wereld te kunnen zeggen
de weg te onthouden
wanneer de gedachte aan
het grote vergeten voor
nog een aanlokkelijk avontuur is
te luisteren hoe de boom groeit
en de rondingen van de wind
met de hand te verkennen
te weten hoe de vernedering
van armoede vreet
en het verdriet van macht
met een vinger het bloed
te proeven en te schrijven
het gezicht van het wordwoord
te kunnen tekenen
het bestaan te zingen en te bezingen
dat de zin van het zijn het leven is

 

Vertaald door Laurens van Krevelen

 

 

spieden over de muur

eerst is er de zeer blauwe koepel
dan een gerafelde witte wolk zuiver wit
zoals het wit en enkel dromend
van een heel oude man met een ruw geheugen die toen hij nog jong was
zo veel van nachtvlinders hield

dan de halve cirkel van de maan
zo wit in die dag
een kaalkop met ouderdomsvlekken
de witgespikkelde kale kop van een heel oude stinkkaas-man
die door diepe waters loopt

en hoger dan de muren een vlinder wit dartelend
eerst een maar daarna twee in flappertonen
witte vlucht twee witte zakdoekjes één
in een onzichtbare trein

elke dag is huwelijk

 

Vertaald door Adriaan van Dis

 

 
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Lees meer...

James Alan McPherson, Hans Arp, Andreas Neumeister, Anna Bosboom - Toussaint, Frans Eemil Sillanpää

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor James Alan McPherson op dit blog.

Uit:A Region Not Home: Reflections from Exile

“I recall that in 1960, for example, something called the National Defense Student Loan Program went into effect, and I found out that by my agreeing to repay a loan plus some little interest, the federal government would back my enrollment in a small Negro college in Georgia. When I was a freshman at that college, disagreement over a seniority clause between the Hotel & Restaurant Employes and Bartenders Union and the Great Northern Railway Co., in St. Paul, Minn., caused management to begin recruiting temporary summer help. Before I was 19 I was encouraged to move from a segregated Negro college in the South and through that very beautiful part of the country that lies between Chicago and the Pacific Northwest. That year -- 1962 -- the World's Fair was in Seattle, and it was a magnificently diverse panorama for a young man to see. Almost every nation on earth was represented in some way, and at the center of the fair was the Space Needle. The theme of the United States exhibit, as I recall, was drawn from Whitman's "Leaves of Grass": "Conquering, holding, daring, venturing as we go the unknown ways."
When I returned to the South, in the midst of all the civil rights activity, I saw a poster advertising a creativewriting contest sponsored by Reader's Digest and the United Negro College Fund. The first story I wrote was lost; but the second, written in 1965, was awarded first prize by Edward Weeks and his staff at The Atlantic Monthly. That same year I was offered the opportunity to enter Harvard Law School. During my second year at law school, a third-year man named Dave Marston (who was in a contest with Attorney General Griffin Bell [last] year) offered me, through a very conservative white fellow student from Texas, the opportunity to take over his old job as a janitor in one of the apartment buildings in Cambridge. There I had the solitude, and the encouragement, to begin writing seriously. Offering my services in that building was probably the best contract I ever made.
I HAVE NOT recalled all the above to sing my own praises or to evoke the black American version of the Horatio Alger myth. I have recited these facts as a way of indicating the haphazard nature of events during that 10-year period. I am the product of a contractual process. To put it simply, the 1960s were a crazy time. Opportunities seemed to materialize out of thin air; and if you were lucky, if you were in the right place at the right time, certain contractual benefits just naturally accrued. You were assured of a certain status; you could become a doctor, a lawyer, a dentist, an accountant, an engineer. Achieving these things was easy, if you applied yourself.”

 

 
James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)

Lees meer...

15-09-17

Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

de rivier

uit al haar armen brandt de rivier onder de rotsen
en onder de kleine zon boven de bossen
spuwt naar tellurische wortels naar de staart van de wolk
en met gesperde muil dwars door deinende scherven zij zwermt
met grillige warmte over de wereld

de duisternis dicht bij haar buik buigen gulzige bloemen
en daar is een hol en een poel en het kraken en zoemen
van een paar draken in de avond niet veraf op een graf
staande een uil staart naar een glazen galg daar grof
gebouwde rotsen omringen de melodische afgrond

ach altijd en altijd hangen natte tongen aan de trieste bergen
gespleten tongen getande tongen en opgeblazen
ronkende tongen en in de dalen in de stenen en lemen cocons
academisch zingende mannen manmoedig wanhopig
zingende mannen en vrouwen vaag draperend de ruimte

maar een adder de lichtgeaderde rivier spartelt en
knaagt aan het wenende vlees van de wind
wat geeft dat klagen? sneeuw sneeuwt over vervaarlijke
en ook over bedaagde ogen en alles raakt los in de nacht
voort stromende argeloos tomeloos maar niet verlost
van de klagende nacht

 

 

lente-suite voor lilith

introductie:

als babies zijn de dichters niet genezen
van een eenzaam zoekend achterhoofd
velen hebben liefde uitgedoofd
om in duisternis haar licht te lezen

in duisternis is ieder even slecht
de buidel tederheid is spoedig leeg
alleen wat dichters brengen het te weeg
uit poelen worden lelies opgedregd

kappers slagers beterpraters
alles wat begraven is
godvergeten dovenetels laat es
aan uw zwarte vlekken merken dat het niet te laat is

wie wil stralen die moet branden
blijven branden als hij liefde meent
om in licht haar duisternis op handen
te dragen voor de hele goegemeent


1
o-o-oh
zo god van slanke lavendel te zien
en de beek koert naar de keel
en de keel is van de anemonen
is van de zee de monen zingende bovengekomen

kleine dokter jij drinkende huid van bezien
zie een mond met de torens luiden de tong
een wier van geluid de libbelen tillende klei

en jij
wassen jij klein en vingers in de la in de ven
lavendel in de lente love lied
laat zij geuren
pagodegeuren
lavendelgoden
geuren

 

 
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
Lucebert: Prinsenpaar, 1962

Lees meer...

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende