28-05-17

The Throstler (Alfred Tennyson)

 

Dolce far niente

 

 
Poppies And Daisies door Anthonore Christensen, 1903

 

 

The Throstler

"Summer is coming, summer is coming,
I know it, I know it, I know it.
Light again, leaf again, love again."
Yes, my wild little Poet.

Sing the new year in under the blue.
Last year you sang it as gladly.
"New, new, new, new!" Is it then _so_ new
That you should carol so madly?

"Love again, song again, nest again, young again."
Never a prophet so crazy!
And hardly a daisy as yet, little friend,
See, there is hardly a daisy.

"Here again, here, here, here, happy year!"
O warble, unchidden, unbidden!
Summer is coming, is coming, my dear,
And all the winters are hidden.

 

 
Alfred Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892) 
De pastorie in Somersby. Tennyson werd geboren in Somersby

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e mei ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

Ad Zuiderent, Leo Pleysier, Adriaan Bontebal, Guntram Vesper, Frank Schätzing

 

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Huis van liefde

Het huisnummer verlicht, waar liefde woont
(je zag aan de gordijnen dat dat zo was,
aan de kleur van een raam, donker hardsteen,
was de geveltuin vochtig, dan wist je genoeg)
waar liefde woont, een doordeweekse dag
achter een dichte deur, je belde aan,
een leven als een oordeel, daar kleef
je graag aan het vergankelijke leven.
Waar op de dorpel een doorweekte man
op iets te wachten staat dat binnen is
en zingt waar liefde woont gebiedt,
waar hij ook woont, daar stopt het lied.
Ging de deur open, stroomde de liefde
over de dorpel. Of je stelpen kon.

 

 

Dorp in Zuid-Holland

Elk woord gezegd hier was al veel.
In doods gemompel: torentijd,
de namen van de wielerkoers
of 'hoi' tegen een leuke meid.

's Zaterdagsavonds tentmuziek.
Dan sloot het dorp de wereld af.
Fietsers verstarden tot publiek.
Dichter und Bauer, waarom niet.

Straat langs het water. Kritisch punt.
Wat kwam na de muziek tot stand?
Kijk zonder handen op de fiets,
en brommend met een buddyseat

de Kreek rond, over Kaai en Heul,
een hels kabaal het halve dorp -
maar iemand die ook vleugels kreeg,
die kwam niet ver. Die drijft er nog.

 

 
Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

Lees meer...

Maeve Binchy, Sjoerd Leiker, Vladislav Chodasevitsj, Thomas Moore, Ian Fleming, Maximilian Voloshin, Bernhard Severin Ingemann

 

De Ierse schrijfster en columniste Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

Uit: Quentins

“Brenda and her friend Nora had been inseparable during catering college. They made plans for life, which varied a bit depending on what was happening. Sometimes they thought they would go to Paris together and learn from a French chef. Then they might set up a thirty-bedroom hotel in the countryside, which would have a waiting list of six months for people trying to come and stay.
In reality, of course, it was slightly different. Shifts here and there and a lot of waitressing. Too many people after the same jobs, plenty of young men and women with experience. Nora and Brenda found it hard going at the start.
So they went to London, where two things of great significance happened. Nora met an Italian man called Mario who said he loved her more than he loved life itself. And Nora certainly loved him as much, if not more.
Brenda at the time caught a heavy cold, which turned into pneumonia, and as a result lost her hearing for a time. She regarded this deafness as a terrible blow. She, who could almost hear the grass grow before her illness.
"I was never sympathetic enough to deaf people," she wept to the busy doctor who gave her leaflets on lip-reading classes and told her to stop this self-pity, her hearing would return in time.
So Brenda went to the classes, mainly much older people, men and women struggling with hearing aids.
She learned how to practice on a VCR machine. You watched the news with the volume turned down over and over until you could guess what they were saying, and then you turned it up very high to check if you were right.
Miss Hill, the teacher, loved Brenda, as she was so eager to learn. Brenda learned tostudy people's faces as they spoke, trying to make sense of what she couldn't hear. Brenda understood that the hard letters to hear were the ones in the middle of a word. Most people could read the word "pay" or "pan," for example, but it was much harder to see a hidden consonant like an L or an R in the middle of a word. "Pray" or "plan" were much more difficult to work out. You had to do that from the meaning of the sentence.”

 

 
Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)

Lees meer...

27-05-17

Niels 't Hooft, Jan Blokker, Linda Pastan, Louis-Ferdinand Céline, Georges Eekhoud, Said, John Cheever, John Barth

 

De Nederlandse schrijver, journalist, blogger en gamedeskundige Niels 't Hooft werd geboren in Leiderdorp op 27 mei 1980. Zie ook alle tags voor Niels ‘t Hooft op dit blog.

Uit: Hou me vast of ik hyperventileer

“Ze zit tegenover me. Halflang lichtbruin haar, strak rood jasje, stippelblouse, grijsleren handtas. Een gesatureerd graslandschap trekt aan ons voorbij. Elektriciteitsmasten aan de horizon, uitbundige zon. Op ons na is de coupé leeg. Het is maandagochtend, kwart over tien, ik ben op weg naar Maastricht, en ik schat haar 28.
Ze rommelt met een aluminium doosje, afgeronde hoeken, waaruit ze een contactlens haalt. Het doosje heeft één compartiment. Naast de schroefrand zit een lampje. Ze legt de lens op haar wijsvinger en houdt hem tegen het licht. Heel even draait ze een zonnestraal, zonder het te merken, recht in mijn gezicht. Ze doet lenzenvloeistof op de lens, trekt haar ooglid omlaag en laat de lens routineus op zijn plek zakken. Dan klikt ze het doosje dicht. In het deksel zit een lichtgevende appel verzonken, die na sluiting een paar keer pulseert en dan langzaam uitdooft. Ze kijkt op, naar mij, en ik richt me weer op de krant.
Dit is de toekomst, maar aan mij is niets veranderd. De wereld overkomt me als voorheen. 's Morgens neem ik het nieuws tot me, in inkt gedrukt op papier. Meestal doe ik dat in een koffiezaak, maar als het even kan in de trein, zodat ik toch nog de sensatie van vooruitgang ervaar. De trein is niet goedkoop, maar ik neem boterhammen mee, en een thermoskan koffie. Als de ergste spits voorbij is, stap ik in. Een of twee coupés volstaan om de kranten bij elkaar te sprokkelen, inclusief de weekendbijlages. Her en der heeft iemand iets uitgescheurd, een recensie van een game die ik niet speel of een reportage over een technologie die ik niet gebruik. Maar niemand neemt verhalen over politiek mee. Wie daar om geeft, heeft zelf een abonnement.
Ik ben snel oud geworden. Geboren in 1980, op de grens tussen de laatste generatie die opgroeide zonder internet en mobiele telefoons, en de eerste generatie die niet anders heeft gekend. Met enthousiasme nam ik ze in gebruik, maar toen ik mijn baan verloor en, later, van de bijstand moest gaan leven, liet ik ze net zo makkelijk weer los.”

 

 
Niels 't Hooft (Leiderdorp, 27 mei 1980)

Lees meer...

Max Brod, Kaur Kender, Adriaan Venema, Arnold Bennett, Richard Schaukal, Ferdynand Ossendowski, M. A. von Thümmel, Herman Wouk, Dashiell Hammett

 

De Tsjechisch-Israëlische dichter, schrijver, criticus en componist Max Brod werd geboren in Praag op 27 mei 1884. Zie ook alle tags voor Max Brod op dit blog.

Uit: Streitbares Leben

„Ich brachte Werfel sofort mit Weltsch und Kafka zusammen. Wir hatten damals einen Kult der schönen Wälder und Bäche rings um Prag, Werfel wurde gleich eingeführt, fröhlich schwammen wir eines Sommertages viele Stunden lang (in meiner Erinnerung hat er überhaupt kein Ende) in den reinen, silbernen Strömungen der Sazawa. – Am nächsten Tag stürmte Mama Werfel meine Wohnung. Was mir denn einfalle! Ich sei doch der Ältere und müsse Verstand haben! Ihr Junge sei puterrot vor Sonnenbrand heimgekehrt und liege jetzt an hohem Fieber darnieder. Er werde die Matura nicht machen können... So schlimm kam es nun nicht, immerhin machte ich mir Vorwürfe, daß ich an die besonders weiße zarte Haut des jungen blonden Alkaios nicht gedacht hatte. Wir andern waren abgehärtet.
Ich sandte die Gedichte an den Mann mit der buntgestickten Weste. Er lehnte sie entschieden ab. Ich besitze noch einen Stoß Briefe, in denen Axel Juncker auf meine Überredungskünste reagiert. Endlich siegte ich doch. Und in Berlin, bei meiner ersten Vorlesung („es ist erstaunlich, mit wie geringem Akzent dieser tschechische Dichter deutsch spricht“, schrieb ein Kritiker. Dabei habe ich es nie so weit gebracht, korrekt tschechisch zu sprechen), legte ich zuletzt meine Werke weg, um aus den Druckbogen des damals noch völlig unbekannten Werfeischen „Weltfreund“ eine ganze Reihe von Gedichten zu lesen. Es war Werfeis Premiere vor einem Weltforum – eine kleine Sensation.
Es dauerte nicht lange, und der Kriegsausbruch spülte alle anderen Probleme in den Orkus. Kam der junge Krieger zu kurzem Urlaub heim, so war er, der Weltfreund, von Sarkasmen und Menschenverachtung verzehrt. Einmal erzählte er mir, wie er sich im Feld immer vorgestellt hatte, selbst gleichgültige Personen (wie zum Beispiel die Besitzerin des Hauses, in dem seine Eltern wohnten) würden ihn mit froher Rührung begrüßen, den aus so schwerer Gefahr Heimgekehrten. Und was sagte die Hausbesitzerin in Wirklichkeit beim Wiedersehen? Werfel ahmte virtuos ihre gralzende Baßstimme nach: „Herr Werfel, wissen Sie schon das Neueste? Der Herr Reitler im dritten Stock hat gekündigt.“

 

 
Max Brod (27 mei 1884 - 20 december 1968)
Cover

Lees meer...

26-05-17

Alan Hollinghurst, Radwa Ashour, Hugo Raes, Vítě,zslav Nezval, Ivan O. Godfroid, Maxwell Bodenheim, Isabella Nadolny, Edmond De Goncourt

 

De Britse schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: The Line of Beauty

“At nineteen she already had a catalogue of failed boyfriends, each with a damning epithet, which was sometimes all Nick knew them by: 'Crabs' or 'Drip-Dry' or 'Quantity Surveyor'. A lot of them seemed almost consciously chosen for their unacceptability at Kensington Park Gardens: a tramplike Welshman in his forties whom she'd met in the Notting Hill Record Exchange; a beautiful punk with FUCK tattooed on his neck; a Rastafarian from round the corner who moaned prophetically about Babylon and the downfall of Thatcher. Others were public schoolboys and sleek young professionals on the make in the Thatcher slump. Catherine was slight but physically reckless; what drew boys to her often frightened them away. Nick, in his secret innocence, felt a certain respect for her experience with men: to have so many failures required a high rate of preliminary success. He could never judge how attractive she was. In her case the genetic mixture of two good-looking parents had produced something different from Toby's sleepy beauty: Gerald's large confidence-winning mouth had been awkwardly squashed into the slender ellipse of Rachel's face. Catherine's emotions always rushed to her mouth.
She loved anything satirical, and was a clever vocal mimic. When she and Nick got drunk she did funny imitations of her family, so that oddly they seemed not to have gone away. There was Gerald, with his facetious boom, his taste for the splendid, his favourite tags from the Alice books. 'Really, Catherine,' protested Catherine, 'you would try the patience of an oyster.' Or, 'You recall the branches of arithmetic, Nick? Ambition, Distraction, Uglification, and Derision . . . ?' Nick joined in, with a sense of treacherously bad manners. It was Rachel's style that attracted him more, as a code both aristocratic and distantly foreign. Her group sounded nearly Germanic, and the sort of thing she would never belong to; her philistine, pronounced as a French word, seemed to cover, by implication, anyone who said it differently. Nick tried this out on Catherine, who laughed but perhaps wasn't much impressed. Toby she couldn't be bothered to mimic; and it was true that he was hard to 'get'. She did a funny turn as her godmother, the Duchess of Flintshire, who as plain Sharon Feingold had been Rachel's best friend at Cranborne Chase school, and whose presence in their lives gave a special archness to their joke about Mr Duke the odd-job man. The Duke that Sharon had married had a twisted spine and a crumbling castle, and the Feingold vinegar fortune had come in very handy. Nick hadn't met the Duchess yet, but after Catherine's impression of a thoughtless social dynamo he felt he'd had the pleasure without the concomitant anxiety."

 

 
Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)
Don Gilet (Leo) en Dan Stevens (Nick) in de tv-serie „The Line of Beauty“ uit 2006.

Lees meer...

25-05-17

Hemelvaart (Gabriël Smit)

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 
L'Ascension door Gustave Doré, 1879

 

 

Hemelvaart

Wat hebben zij gezien ? Er was
iets van u, een stem, een oogopslag,
een trillend licht in hun midden,
handen die andere wilden vinden,
een lichaam herinnering, doorzichtig
omringd binnen een landschap van
eindelijk vrede, iets van overkant,
nu nog hier, zwijgend, maar straks
overal opengebroken naar vruchtbare
dalen geluk : waar zij stonden
zagen zij het al allerwegen vervuld, over
het golvende land rondom stroomde
koren, oogsten te zwaar om te dragen,
psalmen van dank, want het zou eigen
zijn, hij had het beloofd, hij reikte
zelf de vlammende schoven aan,
de druiventrossen, de gouden raten
en het nieuwe lied.

Maar hij week,
alles scheen plotseling onzeker, hij
was er wel, maar toch ook niet,
hij scheen van het toegezegde rijk
niet te willen weten, hij beloofde wel
iets van kracht, maar wanneer ? Zij
stonden met lege handen, harten met
nauwelijks nog vermoeden van toekomst
en voor ze konden vragen om zekerheid, was
hij verdwenen, ergens omhoog, achter
een raadselachtige wolk.

Maar uit
het hulpeloos lege land rondom rezen
onverhoeds twee mannen op, gestalten
schitterwit, en klonken stemmen van
vaste belofte : hij komt terug zoals
hij is gegaan. En ook die mannen
verdwenen weer, maar nu had het
landschap een andere horizon, een
verdere verte, midden op de dag
iets van morgenlicht, en zwijgend
in geluk daalden zij samen
van de berg, naar de mensenstad.

 

 
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)
Utrecht, met in de verte de Dom. Gabriël Smit werd geboren in Utrecht.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

08:21 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hemelvaart, gabriël smit, romenu |  Facebook |

Egyd Gstättner, Claire Castillon, Friedrich Dieckmann, Eve Ensler, Raymond Carver, Jamaica Kincaid, Robert Ludlum, Theodore Roethke, W. P. Kinsella

 

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit:Das Geisterschiff

„Der Bundeskanzler (oder dessen Büro) erklärte, Josef Maria Auchentaller habe als Künstler Generationen von Menschen Freude bereitet, im Inland und auch im Ausland. Er war mit seinem Talent und seiner Vielseitigkeit über alle Grenzen hinweg das Gesicht Österreichs. Viele, viele Leserbriefschreiber meldeten sich, bekundeten ihre Trauer, dankten Auchentaller für sein Leben und Wirken, nannten ihn den Größten seiner Zeit, stellten ihn als Helden und Vorbild dar, nicht nur als Künstler, sondern auch als Mensch, der keine Skandale gebraucht und geliefert und etwa nur eine einzige, ununterbrochene Ehe virtuos und existenziell geführt habe. Emmas Rolle sahen manche Journalisten kritischer. Sie sei nicht nur geliebte Frau, sondern auch gestrenge Managerin gewesen, der er sich in den besten Zeiten bis an die Grenze zur Entmündigung anvertraut habe, sodass sich auch die Journalisten widerwillig ihrem rigiden Diktat unterordnen mussten. Der kommerzielle Erfolg Auchentallers war wohl seiner Emma zu verdanken, die ihn genial vermarktete. Emma schaffte es, Auchentaller durch die auch damals schon turbulenten Fährnisse einer Branche zu geleiten, die schon manche Kollegen Auchentallers das Leben vor dem Tod gekostet hatte.
Eine Zeitung entblödete sich nicht, neben diesem Artikel einen weiteren Artikel zu bringen, in dem sie sich selber auf die Brust trommelte und erklärte, sie sei die schnellste Zeitung gewesen und habe als Allererste die Todesnachricht gebracht – fünf Minuten und dreiundzwanzig Sekunden vor der zweitschnellsten Zeitung! Absolute Todesbestzeit! Sieg! Triumph! Und das, obwohl gerade dieser Tod schwer herauszufinden gewesen war, weil Auchentaller ja nicht gegen einen Baum, einen Bus oder eine Wand gekracht und sich nicht überschlagen und erschlagen hatte, sondern einsam und allein in seinem Bett gestorben war, noch dazu an einem Samstag und Feiertag – redaktionell eigentlich eine tödliche Kombination. Die Zukunft, in der er nicht hätte leben wollen, die brutale, ordinäre, billige Zukunft, hatte begonnen. Nein, sie hatte nicht erst begonnen, sie war schon längst am Werk gewesen, aber er, Auchentaller, hatte sie jetzt endlich verlassen – nach einem seit Jahrzehnten schmerzverzerrten Leben, hartnäckig weggelächelt, weggeschwiegen, weggezwinkert.“

 

 
Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

Lees meer...

24-05-17

Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan, Henri Michaux, William Trevor, Tobias Falberg, Arnold Wesker, George Tabori, Rainald Goetz

 

De Russisch-Amerikaanse dichter Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook mijn blog van 24 mei 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

Tsushima Screen

The perilous yellow sun follows with its slant eyes
masts of the shuddered grove steaming up to capsize
in the frozen straits of Epiphany. February has fewer
days than the other months; therefore, it's more cruel
than the rest. Dearest, it's more sound
to wrap up our sailing round
the globe with habitual naval grace,
moving your cot to the fireplace
where our dreadnought is going under
in great smoke. Only fire can grasp a winter!
Golder unharnessed stallions in the chimney
dye their manes to more corvine shades as they near the finish,
and the dark room fills with the plaintive, incessant chirring
of a naked, lounging grasshopper one cannot cup in fingers.

 

 

Moscow Carol

In such an inexplicable blue,
Upon the stonework to embark,
The little ship of glowing hue
Appears in Alexander Park.
The little lamp, a yellow rose,
Arising -- ready to retreat --
Above the people it adores;
Near strangers' feet.
In such an inexplicable blue
The drunkards' hive, the loonies' team.
A tourist takes a snapshot to
Have left the town and keep no dream.
On the Ordynka street you find
A taxicab with fevered gnomes,
And dead ancestors stand behind
And lean on domes.
A poet strolls across the town
In such an inexplicable blue.
A doorman watches him looking down
And down the street and catches the flu.
An old and handsome cavalier
Moves down a lane not worth a view,
And wedding-party guests appear
In such an inexplicable blue.
Behind the river, in the haar,
As a collection of the blues --
The yellow walls reflecting far
The hopeless accent of the Jews.
You move to Sunday, to despair
(From love), to the New Year, and there
Appears a girl you cannot woo --
Never explaining why she's blue.
Then in the night the town is lost;
A train is clad in silver plush.
The pallid puff, the draught of frost
Will sheathe your face until you blush.
The honeycomb of windows fits
The smell of halva and of zest,
While Christmas Eve is carrying its
Mince pies abreast.
Watch your New Year come in a blue
Seawave across the town terrain
In such an inexplicable blue,
As if your life can start again,
As if there can be bread and light --
A lucky day -- and something's left,
As if your life can sway aright,
Once swayed aleft.

 

 
Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996) 
In 1964

Lees meer...

23-05-17

Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Lydia Rood, Jane Kenyon, Susan Cooper, Michaël Vandebril, Jack McCarthy, Mitchell Albom, Pär Fabian Lagerkvist

 

De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Adriaan Roland Holst op dit blog.

 

Uit een oud dorp

Een vreemdelinge – niemand kende haar –
is op haar doortocht in dit dorp gestorven:
voor kort kwam zij alleen naar hier gezworven,
op weg waarheen – geen wist het, noch vanwaar.

De winter liep ten einde; zacht al riep
– donker en zacht – het voorjaar door de tijden
van het vallen der avonden; men zeide
van haar, dat haar leven ten einde liep.

Doch zij had lang al kunnen gaan, zij was
enkel nog hier daar zij een ander wachtte;
zij wist zich hem te redden nu bij machte,
nu haar verlangen tot den dood genas.

Maar hij kwam niet; zij ging niet langer uit,
zij was te moe geworden om te lopen;
maar altijd liet zij haar klein venster open;
daar riep een vogel hem met blij geluid.

Maar hij kwam niet. Toen kwam haar einde: groot
scheen de maan in waar zij lag te zieltogen.
Er was niets meer buiten haar open ogen
dan het raam, open op dien lichten dood.

Zij zag ernaar, zij prevelde de naam
van den verlorene; met lange halen
en juublend uitslaan zongen nachtegalen
den dood naar binnen door het open raam.

Toen kwam, groots geheimzinnig en van ver,
de wind aan door den nacht; het lied verstomde –
In den morgen, toen de mensen haar vonden,
regende het. Zij was al eeuwen her.

 

 

Dit Eiland

Hoe zijn wij hier geland,
waartoe... vanwaar...?
ligt ergens aan het strand
dat vreemde schip nog klaar?
en als het anker is gelicht,
naar waar... naar waar...?

 

 
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)
Het huis van A. Roland Holst aan de Nesdijk in Bergen

Lees meer...

22-05-17

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Johannes R. Becher, Kees Winkler, Gérard de Nerval, Robert Neumann, Catulle Mendès

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Adolf groet ’s morgens de dingen

Het spant erom, nu komt het erop aan, het is dus
nu of nooit.

Een klap in het gezicht van de goede smaak?
Een klap in het gezicht maar

nu is al te laat.

         Zoologischer Garten : brandbommen en kanisters fosfor
         wisten er wel raad mee.

         Apen zwierven door de stad, exotische vogels kozen
         schreeuwend het luchtruim. Leeuwen stikten
         en verkoolden in hun kooien.

         Krokodillenstaarten smaakten haast als kippenvlees.
         Berenham en berenworst: het bleken lekkernijen.

In de kamer die geen witte kamer is machinekamer is
valt lemmerhard het zomerlicht

valt op een stijf smetvrij katoenen hemd dat
vloekt bij vlekken rimpels kerven in
genadeloos blote nieuw

gebruinde huid.

 

Mowgli

Starend in de kleurige ogen
van de slang

die koud en glibberig
acht of negen maal zich
om zijn tengere lichaam
draait.

Zijn waarheid is verdampt
of smelt zoals cacaoboter
in de tropenzon

en buiten zich, verdwaasd
lacht hij ook nog daarbij

Geluk doorstroomt
zijn schaamte dat
hij is

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

Lees meer...

Takis Würger

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en journalist Takis Würger werd geboren in 1985 in Hohenhameln. Na zijn eindexamen gymnasium werkte hij als vrijwilliger in een ontwikkelingsproject in Peru. Hij werkte als vrijwilliger bij de Münchner Abendzeitung en bezocht de Henri Nannen School. Vervolgens ging hij naar het tijdschrift Der Spiegel, waar hij werkt op de afdeling samenleving. In 2014 studeerde hij een jaar aan het St. John's College, Cambridge Human, Social and Political Science. Würger maakte reportages voor Der Spiegel onder andere uit Afghanistan, Libië, Mexico en de Oekraïne. In 2012 werkte hij als Arthur F. Burns Fellow drie maanden bij de Amerikaanse krant The Austin Chronicle in Texas. Wùrger geeft een seminar reportages aan de Academie van de Beierse Pers. Wùrger heeft verschillende journalistieke prijzen gewonnen, waaronder de Duitse reporter prijs, de CNN Journalist Award en European Journalism Prize Writing for CEE. In 2010 werd hij bekroond door Medium Magazin als een van de "Top 30 Journalisten" (onder de 30); In 2017 werd hij onderscheiden met de Silberschweinpreis, de prijs voor deburanten van lit.Cologne voor zijn roman “Der Club”.

Uit: Der Club

„Im südlichen Niedersachsen liegt ein Wald, der Deister, darin stand ein Haus aus Sandstein, in dem früher der Förster gewohnt hatte und das durch eine Reihe von Zufällen und den Kredit einer Bank in den Besitz eines Ehepaares kam, das dort einzog, damit die Frau in Ruhe sterben konnte.
Sie hatte Krebs, Dutzende kleine Karzinome, die in ihrer Lunge saßen, als hätte jemand mit einer Schrotflinte hineingeschossen. Der Krebs war inoperabel, und die Ärzte sagten, sie wüssten nicht, wie viel Zeit der Frau bliebe, deshalb quittierte der Mann seine Arbeit als Architekt und blieb bei ihr. Als die Frau schwanger wurde, riet der Onkologe zur Abtreibung. Der Gynäkologe sagte, auch eine Frau mit Lungenkrebs könne gebären. Sie gebar einen kleinen, dünnen Säugling mit zarten Gliedern und vollem schwarzen Haar. Der Mann und die Frau pflanzten einen Kirschbaum hinter das Haus und nannten ihren Sohn Hans. Das war ich.
In meiner frühsten Erinnerung läuft meine Mutter mit nackten Füßen durch den Garten auf mich zu. Sie trägt ein gelbes Kleid aus Leinen und um den Hals eine Kette aus rotem Gold. Wenn ich an diese ersten Jahre meines Lebens zurueckdenke, ist immer später Sommer, und es kommt mir vor, als hätten meine Eltern viele Feste gefeiert, auf denen sie Bier aus braunen Flaschen tranken und wir Kinder Limonade, die Schwip Schwap hieß. An solchen Abenden schaute ich den anderen Kindern zu, wie sie Fangen spielten, ich fühlte mich beinahe wie ein normaler Junge, und es war, als sei der Schatten vom Gesicht meiner Mutter verschwunden, was vielleicht auch am Licht des Lagerfeuers lag.
Meistens beobachtete ich die anderen aus einer hinteren Ecke des Gartens, wo unser Pferd graste. Ich wollte es beschützen, weil ich wusste, dass es Angst vor Fremden hatte und nicht gestreichelt werden mochte. Es war ein Englisches Vollblut, das einmal ein Rennpferd gewesen war und das meine Mutter einem Pferdeschlachter abgekauft hatte. Wenn es einen Sattel sah, buckelte es. Als ich ein Kleinkind war, setzte meine Mutter mich auf den Rücken des Pferdes, später ritt ich mit ihm durch den Wald, ich hielt mich mit dem Druck meiner Schenkel fest. Nachts, wenn ich aus meinem Zimmer in den Garten schaute, hörte ich, wie meine Mutter mit dem Pferd sprach.
Meine Mutter kannte jedes Kraut im Wald. Wenn ich Halsschmerzen hatte, kochte sie mir einen Sirup aus Honig, Thymian und Zwiebeln, und die Schmerzen verschwanden. Einmal sagte ich ihr, dass ich mich vor der Dunkelheit fürchtete, sie nahm mich bei der Hand und wir gingen durch die Nacht in den Wald. Sie sagte, sie könne nicht leben, wenn sie daran dachte, dass ich mich fürchtete, was mich ein wenig be- unruhigte, da ich häufig Angst hatte. Oben auf dem Kammweg sprangen die Leuchtkäfer aus den Zweigen und setzten sich meiner Mutter auf die Arme.“

 

 
Takis Würger (Hohenhameln, 1985)

19:07 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: takis würger, romenu |  Facebook |

21-05-17

Gabriele Wohmann, Amy Waldman, Maria Semple, Urs Widmer, Emile Verhaeren, Robert Creeley, Alexander Pope, Tudor Arghezi, Suzanne Lilar

 

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook alle tags voor Gabriele Wohmann op dit blog.

Uit: Wachsfiguren

„- Ach so, Hase geht auch mit, sagte Lilia mit fallendem Ton.
- Natürlich geht das Häschen mit, rief Tante Else.
Hase stand in seiner gewohnten Abwehrhaltung mit so weit wie möglich weggedrehtem Gesicht. Er spürte Wärme, plötzlich dicht: Tante Else hatte sich neben ihn gekauert, ihre Arme waren zu eifrig.
- Heute geht es mit, nicht wahr, das Häschen, sagte Tante Else.
Es tat Hase leid um Lilia: sie hatte das neue Kleid an mit den roten und schwarzen Sprit­zern und sah so erwachsen aus. Sie konnte ihn nicht gebrauchen. Er sagte nichts, die Lippen ließen sich nicht bewegen, aber es tat ihm leid. Das wäre nicht der Sonntag, den sie mit diesem Kleid haben könnte.
Onkel Willi kam aus der Küche ins Vorzimmer und ließ die Tür offen, und der heiße Waschgeruch strömte herein. Onkel Willi roch festlich nach den Blumen und Kräutern seiner Rasierpaste. Sein speckiges Gesicht war nicht hart wie an Werktagen, sondern vom heißen Wasser aufgequollen und rot.
- Was macht der Hase für ein böses Gesicht, sagte er mit seiner Sonntagsstimme. Was macht er fürn böses Gesicht, wenn er mitgehn darf, he?
Hase gab sich Mühe, zu lächeln, aber das tat immer noch ein bißchen weh, fast zwei Jahre nach der Operation, die Oberlippe hatte nicht genug Platz, oder was war es sonst, auf jeden Fall fühlte er sich nicht wohl, wenn er lächeln mußte.
- Macht er ein böses Gesicht? rief Tante Else. Macht er denn eins?
- Na klar, sagte Onkel Willi, ich kann's nicht verstehn an so einem Tag, wo wir ihn mit­nehmen.
Hase spürte, daß er jetzt etwas unternehmen mußte - nie war ein Frieden stabil genug. Er stieß eine Folge bettelnder Laute aus, hob die Hände, zwang sich, den Kopf ganz ihnen allen zuzukehren, das Gesicht zu heben, zu zeigen. Böses Gesicht. Lächeln, schlimmer als Schmerz, Unbehagen wie Krankheit. Kleines schreckliches Gesicht, schartig verzerrt und riesig rot geflügelt von den Ohrschalen. Es tat ihm leid für Lilia, auch ein bißchen für Tante Else, und sogar für Onkel Willi, weil er so weich und sonn­täglich gestimmt war.
- Na laßt uns doch gehn, sagte Tante Else. Undankbare Kinder verdienen ja gar nicht, daß man sich so mit ihnen anstellt.
Es tat ihm leid um Lilias Kleid, weil alle Aufmerksamkeit unterwegs, im Omnibus und in der Vorhalle an der Kasse, wie immer auf ihn gezogen war. Häschen mit der Häschen­scharte, Mäuschen mit den Fledermäuschenohren. Es tat ihm so leid für Lilia. Wie hieß er eigentlich wirklich? Hatte er einen Namen? Wie die andern: Willi, Else, Lilia. Kein Gesicht, keinen Namen. Er lief hinter den ändern her mit gesenktem Kopf, fühlte sich schläfrig vor Kummer“.

 

 
Gabriele Wohmann (21 mei 1932 – 22 juni 2015)
In 1969

Lees meer...

20-05-17

Tommy Wieringa, Auke Hulst, Ellen Deckwitz, Jeroen Thijssen, Maurits de Bruijn, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, Sky du Mont

 

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit:Vrouwen van de wereld

“Er is niet veel voor nodig om de studente Yvonne tot ontboezemingen te verleiden. Eén maaltijd is genoeg.
Nog voor de cognac weet ik dat ze een paar weken het liefje is geweest van de acteur B. Hij is beroemd, ik heb films gezien waarin hij schitterde als schurk. Yvonne werkte in een artiestencafé waar hij geregeld kwam toen hij in een stuk van Schiller speelde met het Berliner Ensemble. Eerst vond ze hem een onuitstaanbare klootzak, maar later begreep ze dat dat het begin van de aantrekkingskracht was geweest. Op een avond, de lichten waren al aan, had hij gezegd dat ze een geweldige kont had.
Buiten hadden ze gekust, ze was meegegaan naar zijn hotelkamer. Dit was ze blijven doen gedurende de looptijd van het stuk.
Ik ben zeer geïnteresseerd in de erotische omgang van jonge vrouwen en oudere, vaak succesvolle man­nen. Ik wil weten hoe het zit, waar op de loopplank ze elkaar ontmoeten. Yvonne is een buitengewone bron.
Het eerste wat de acteur deed als ze samen waren op zijn kamer, was zich ontkleden en een douche nemen. Elke avond opnieuw. Ze spreekt met vertedering over zijn buikje. ‘Het paste bij hem,’ zegt ze. Zijn geslacht noemt ze ‘hardachtig’. Ook al sliepen ze naakt, ze wa­ren niet met elkaar naar bed geweest. In de roddelbla­den heeft Yvonne foto’s gezien van hem en zijn tweede vrouw. ‘Ze is maar iets ouder dan ik,’ zegt ze. ‘Ze lijkt op mij.
Later die avond, in café Le Bateau Ivre, gaat het ge­sprek over op de achttienjarige jongen op wie Yvonne nu haar oog heeft laten vallen. ‘Zo’n mooi lichaam,’ zegt ze. ‘Een rugbyer.’
Een steek van jaloezie, die me verbaast. Pas later begrijp ik het. Het was niet dat ik Yvonne bijzonder begeerde, al had de acteur gelijk over haar kont. Niet naar haar ging mijn verlangen uit, maar naar iets anders. Ik had zonder jaloezie geluisterd naar de geschiedenis met de beroemde acteur, de wringing volgde pas op haar verzuchting over de schoonheid van de jongeman. Ik was overvallen door de begeerte een achttienjarig lichaam te zijn. Ik bevind me ergens tussen de jonge rugbyer en de oude acteur in.”

 
Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

Lees meer...

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende